Gemeenteblad van Smallingerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Smallingerland | Gemeenteblad 2025, 572948 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Smallingerland | Gemeenteblad 2025, 572948 | beleidsregel |
Horecabeleid gemeente Smallingerland
Het 'Horecabeleid 2023 gemeente Smallingerland' geeft inzicht in hoe de gemeente een goede balans wil bereiken tussen horeca als belangrijke economische en recreatieve/ontspannende functie en het beschermen van de openbare orde en veiligheid, het bewaken van het woon- en leefklimaat en de gezondheid.
Het huidige horecabeleid van Smallingerland dateerde van 2007. Er hebben in tussentijd ontwikkelingen plaatsgevonden op het gebied van wet- en regelgeving, bijvoorbeeld het verschuiven van de alcoholgrens van 16 naar 18 jaar en verschillende verordenende bevoegdheden voor de gemeente in het kader van alcoholmatiging. Daarnaast moet het horecabeleid ook weer aansluiten op de huidige wensen en beleidskeuzes op andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening en gezondheid.
Het horecabeleid vormt samen met de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland (hierna: Apv) en de landelijke regelgeving de kaders voor het exploiteren van een horecabedrijf in Smallingerland. In het beleid wordt ingegaan op commerciële horeca en de paracommerciële instellingen.
Voor wat betreft coffeeshops is zelfstandig beleid geformuleerd. Voor de regels over locaties, voorwaarden en aantallen wordt verwezen naar het coffeeshopbeleid. In de gevallen dat een onderwerp niet in het coffeeshopbeleid is geregeld, geldt het gestelde in het nu voorliggende horecabeleid.
Voor de totstandkoming van het beleid zijn gesprekken gevoerd met interne stakeholders, namelijk vergunningverlening, toezichthouder horeca, handhaving, ruimtelijke ordening en gezondheid. Ook zijn er gesprekken gevoerd met Politie Oost Fryslân, Iduna en het Sportbedrijf Drachten.
Er zijn werksessies voor de commerciële horeca (inclusief Koninklijke Horeca Nederland (hierna: KHN)) en paracommerciële instellingen (afzonderlijk van elkaar) georganiseerd. Voor deze werksessies zijn alle horeca en paracommerciële instellingen uitgenodigd. Bij de sessie voor commerciële horeca waren zeven verschillende horecaondernemers en de KHN aanwezig. Bij de sessie voor paracommerciële instellingen waren tien verschillende instellingen aanwezig (inclusief Stichting Dorpsfederatie).
Alle horeca en paracommerciële instellingen (dus ook degenen die niet aanwezig waren bij de sessies) hebben een verslag van de desbetreffende werksessie ontvangen. Iedereen heeft de gelegenheid gekregen om hierop te reageren. Enkel de KHN en één commercieel horecabedrijf heeft gereageerd.
Naar aanleiding van de gesprekken, werksessies en de reacties op het verslag is een concept versie van het beleid en de Apv wijziging opgesteld. De interne stakeholders, politie, GGD en VNN konden hierop reageren. Na verwerking van de input, heeft de KHN de mogelijkheid gekregen om op de stukken te reageren. Vervolgens heeft het beleid nog 4 weken ter inzage gelegen voor alle andere belanghebbenden. Enkele belanghebbenden hebben hier op gereageerd, waarna er nog een aantal punten in de stukken zijn aangepast.
In dit hoofdstuk wordt beschreven welke horecacategorieën Smallingerland hanteert. Daarnaast wordt ingegaan op het vestigingsbeleid: per gebied wordt aangegeven welke ruimte de horeca heeft om zich te ontwikkelen.
1.1 Indeling in horecacategorieën
In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt in vier horecacategorieën. De indeling Horeca I t/m III is naar mate van de te verwachten overlast, risico's voor de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat.
In het bestemmingsplan wordt een horecabedrijf als volgt omschreven: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
Wat betreft het bestemmingsplan vallen afhaal- en bezorgbedrijven onder de definitie 'detailhandel' en dus niet onder de definitie 'horeca'.
1.2 Vestigingsbeleid per gebied
In het bestemmingsplan wordt aangegeven waar horeca gerealiseerd kan worden. Dit is een eerste toetsingskader bij een nieuwe aanvraag. Als het initiatief niet in het bestemmingsplan past, dan wordt aan de hand van onderstaand vestigingsbeleid een afweging gemaakt.
Ten aanzien van het vestigingsbeleid wordt Smallingerland in drie gebieden onderverdeeld. Per gebied wordt aangegeven wat de ruimte is die de horeca heeft om zich te ontwikkelen. Deze drie gebieden zijn:
In augustus 2022 heeft de gemeenteraad een centrumvisie vastgesteld met daarin een actieprogramma voor een versterking van het centrum van Drachten. Uitgangspunt is een aantrekkelijker centrum te creëren, waarbij onder andere wordt gesproken over een socialer (elkaar ontmoeten staat centraal), veelzijdiger (verschillende activiteiten, 'voor ieder wat wils') en aantrekkelijker (verblijf en beleving staat centraal) toekomstig centrum. Het vestigingsbeleid voor de Kaden en het centrum sluit aan op deze centrumvisie.
Voor alle drie de gebieden gelden een aantal algemene uitgangspunten. Deze uitgangspunten worden hieronder beschreven.
Een horecabedrijf moet passen binnen het bestemmingsplan en passen binnen het vestigingsbeleid, zoals in dit hoofdstuk is beschreven.
Met betrekking tot de vestiging van nieuwe bedrijven in afwijking van het bestemmingsplan, geldt dat de onderstaande soorten bedrijven in de gehele gemeente zijn toegestaan, tenzij de vestiging van het betreffende bedrijf een ontoelaatbare nadelige invloed heeft op de woon- en leefsituatie of de openbare orde. Een exploitant moet hiervoor een aanvraag voor een vergunning 'afwijking bestemmingsplan' aanvragen.
Ongewijzigde overnames zijn overal toegestaan. Dit betekent dat de exploitant (en eventuele leidinggevenden) wijzigt, maar dat alle andere facetten van het horecabedrijf ongewijzigd blijven. De nieuwe exploitant dient wel tijdig zijn eigen vergunning(en) aan te vragen, waarbij (zoals bij elke vergunningsaanvraag) wordt nagegaan of er weigeringsgronden vanuit de Apv, Alcoholwet en de wet Bibob van toepassing zijn. Na het verlenen van de benodigde vergunningen, mag de nieuwe exploitant zijn bedrijf exploiteren.
1.2.2 Horecaconcentratiegebied de Kaden
Het horecaconcentratiegebied de Kaden betreft de straten Noord- en Zuidkade, vanaf de Singel tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart. Dit gebied is waar de meeste horeca, en met name de nachthoreca, is geconcentreerd. Het beleid is er op gericht om dit te behouden. Dit is in overeenstemming met de Centrumvisie, waarin wordt aangegeven dat op de Kaden de horecafunctie een plek behoudt.
Alle panden aan de Kaden hebben een centrumbestemming. Dit betekent dat in dit gebied overal horeca I en afhaal-/bezorgrestaurants (detailhandel) zijn toegestaan.
Het huidige vestigingsbeleid voor de Kaden wordt voortgezet. Dit betekent dat de doelstelling blijft om een evenwicht tussen de woon-, werk- en winkelfuncties enerzijds, en de horeca anderzijds te behouden. Om deze reden is uitbreiding van de horecafuncties niet toegestaan.
Concreet betekent dit dat de volgende voorwaarden voor vestiging van nieuwe horeca in afwijking van het bestemmingsplan gelden:
Horeca III wordt niet toegestaan in panden die deze bestemming niet hebben, omdat nachthoreca een dusdanige (negatieve) invloed op de woon-/leefklimaat en de openbare orde en veiligheid heeft. (Voor Horeca III wordt de oude definitie van de Kaden gehanteerd, dit betreft Noord- en Zuidkade, vanaf de Drift/Torenstraat tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart)
Het centrum omvat het gebied vanaf de Singel, Vogelzang/De Lange West, Oude Nering, Jan Gelinde van Blomstraat en de Gauke Boelensstraat/Berglaan (zie kaartje in Bijlage I). Dit gebied kenmerkt zich door een concentratie van publiekgerichte functies, zoals detailhandel, cultuur, leisure en horeca. In het gebied wordt ook gewoond.
Alle panden in het centrum hebben een centrumbestemming. Dit betekent dat overal in het centrum horeca I en afhaal-/bezorgrestaurants (detailhandel) zijn toegestaan.
Het vestigingsbeleid is er op gericht om de horeca-activiteiten te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Dit sluit aan op de Centrumvisie, waarin wordt aangegeven om meer (diverse) dag- en avondhoreca toe te voegen aan het centrum. Dit vergroot de kwaliteit (van horeca) en draagt bij aan de centrale verblijfs- en ontmoetingsfunctie van het centrum.
Gelet op het vestigingsbeleid, gelden de volgende voorwaarden voor vestiging van nieuwe horeca in het centrum in afwijking van het bestemmingsplan:
Horeca III wordt niet toegestaan in panden die deze bestemming niet hebben, omdat nachthoreca een dusdanige (negatieve) invloed op de woon-/leefklimaat en de openbare orde en veiligheid heeft. Zoals hierboven (horecaconcentratiegebied de Kaden) is aangeven, is het vestigingsbeleid erop gericht om de concentratie van de nachthoreca te behouden op de Kaden. (Voor Horeca III wordt de oude definitie van de Kaden gehanteerd, dit betreft Noord- en Zuidkade, vanaf de Drift/Torenstraat tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart)
Als een exploitatie niet binnen het bestemmingsplan past, dan moet er een ruimtelijke procedure worden gevolgd. Per aanvraag vindt vervolgens een afweging plaats, waarbij onder andere wordt gekeken naar aspecten zoals milieu (geluid, geur) en parkeren.
1.2.4 Overig Drachten en dorpen
Dit gebied betreft geheel Smallingerland met uitzondering van het horecaconcentratiegebied de Kaden en het centrum (zoals hierboven beschreven). Dit betreft dus onder andere de woonwijken, de winkelcentra, de bedrijventerreinen en de dorpen. In een aantal van deze gebieden is de woonfunctie veel prominenter aanwezig. In deze gebieden wordt horeca dan ook beperkt toegestaan.
Voorwaarden voor vestiging van nieuwe horeca in de overige gebieden in afwijking van het bestemmingsplan:
Horeca III wordt niet toegestaan in panden die deze bestemming niet hebben, omdat nachthoreca een dusdanige (negatieve) invloed op de woon-/leefklimaat en de openbare orde en veiligheid heeft. Zoals hierboven (horeca concentratiegebied de Kaden) is aangeven, is het vestigingsbeleid erop gericht om de concentratie van de nachthoreca te behouden op de Kaden. (Voor Horeca III wordt de oude definitie van de Kaden gehanteerd, dit betreft Noord- en Zuidkade, vanaf de Drift/Torenstraat tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart)
Als een exploitatie niet binnen het bestemmingsplan past, dan moet er een ruimtelijke procedure worden gevolgd. Per aanvraag vindt vervolgens een afweging plaats, waarbij onder andere wordt gekeken naar aspecten zoals milieu (geluid, geur) en parkeren.
In onderstaande tabel wordt beschreven wat de kaders zijn voor het plaatsen van terrassen binnen een aantal gebieden in het centrum van Drachten. Dit zijn de gebieden waar de meeste terrassen zich bevinden. Naast de genoemde kaders in de tabel kunnen er aanvullende voorwaarden worden gesteld, afhankelijk van de situatie ter plaatse.
Gedurende de corona-crises hebben horecaondernemers de ruimte gekregen om hun terras tijdelijk uit te breiden op gemeentegrond zonder daarvoor straatgeld te hoeven te betalen. Deze tijdelijke uitbreiding wordt per 1 juli 2023 opgeheven. Vanaf 1 januari 2024 worden de kaders gehanteerd, zoals in onderstaande tabel beschreven. Op een aantal locaties in Drachten is het mogelijk om een groter terras te exploiteren, dan voor de coronacrisis.
Als een horecaondernemer gebruik wil blijven maken van een groter terras (zoals tijdens corona), dan moet hij voor 1 januari 2024 een aanvraag voor een nieuwe terrasvergunning hebben ingediend.
Ook buiten bovengenoemde gebieden kunnen terrassen geplaatst worden. Het is afhankelijk van de situatie ter plaatse wat hiervoor de mogelijkheden en/of voorwaarden zijn. Dit wordt beoordeeld bij de aanvraag voor een terrasvergunning.
In dit hoofdstuk wordt beschreven welke vergunningen horecabedrijven nodig kunnen hebben voor het exploiteren van een horecabedrijf in Smallingerland.
Ter voorkoming van aantasting van het woon- en leefklimaat en de bescherming van de openbare orde en veiligheid is in de Apv een vergunningsplicht opgenomen voor het exploiteren van een horecabedrijf. Voor het exploiteren van een horecabedrijf is een exploitatievergunning nodig op grond van artikel 2:28, lid 1 van de Apv. Met de vergunning krijgt de exploitant het recht om zijn horecabedrijf voor publiek te openen.
Een exploitatievergunning is persoons- en locatie gebonden en is niet overdraagbaar. Als een horecabedrijf wordt overgenomen door een nieuwe ondernemer, dan moet die nieuwe ondernemer nieuwe vergunningen aanvragen. Er wordt hiervoor geen gedoogsysteem gehanteerd. Dit betekent dat het horecabedrijf gesloten moet zijn, zolang er geen vergunning is verleend.
Bij de verlening van een exploitatievergunning, worden in elk geval de standaardvoorschriften opgenomen die vermeld staan in Bijlage II. Deze voorschriften zijn geactualiseerd. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste wijzigingen:
Horecabedrijven die reeds in bezit zijn van een exploitatievergunning ontvangen een gewijzigde vergunning met de nieuwe voorschriften. Hierbij heeft het horecabedrijf de mogelijkheid om bezwaar te maken. Horecabedrijven krijgen zes maanden de tijd om aan de nieuwe voorwaarden te voldoen.
Het vestigen van een horecabedrijf kan een behoorlijke invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Het is daarom van belang dat omwonenden, omliggende bedrijven en andere belanghebbenden in kennis worden gesteld van de vestiging van een horecabedrijf. Daarom wordt een aanvraag én de verlening van de exploitatievergunning gepubliceerd in de Actief en in het digitaal Gemeenteblad. Na verlening van de vergunning kunnen belanghebbenden bezwaar maken tegen het besluit.
Blurring, het vermengen van functies, is een ontwikkeling van deze tijd. Detailhandel maakt tegenwoordig steeds vaker de combinatie met horeca. Het gaat hierbij vaak om het kleinschalig verstrekken van eten en drinken tegen betaling voor gebruik ter plaatse, dat een ondergeschikt onderdeel is van de hoofdactiviteit.
In de Apv is vastgelegd dat de vergunningsplicht niet geldt, voor zover de horeca een nevenactiviteit van de winkelactiviteit is (artikel 2:28, lid 6). Hieronder volgt een toelichting wanneer deze vergunningsplicht niet geldt voor winkels met horeca-activiteiten.
Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan, zodat er sprake is van horeca als nevenactiviteit en waarbij er dus geen exploitatievergunning nodig is:
Er is sprake van blurring met alcohol als detailhandel gecombineerd wordt met horeca, waarbij alcohol voor gebruik ter plaatse wordt geschonken. Op grond van de Alcoholwet is het voor detailhandel niet mogelijk om alcoholhoudende drank te verkopen voor gebruik ter plaatse. Hierdoor is het alleen toegestaan om alcoholvrije dranken te schenken in combinatie met detailhandel.
Een terras wordt gedefinieerd in artikel 2:27 van de Apv. Voor het exploiteren van een terras is een terrasvergunning nodig op grond van artikel 2:28, lid 1 van de Apv. Met de vergunning krijgt de exploitant het recht om zijn terras te exploiteren. Deze vergunningsplicht geldt voor zowel terrassen op gemeentegrond, als terrassen op eigen grond.
Als er wordt overgaan tot verlening van een terrasvergunning, dan worden in elk geval de standaardvoorschriften opgenomen die vermeld staan in Bijlage III.
Het vestigen van een horecabedrijf kan een behoorlijke invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Het is daarom van belang dat omwonenden, omliggende bedrijven en andere belanghebbenden in kennis worden gesteld van de vestiging van een horecabedrijf. Daarom wordt een aanvraag én de verlening van de vergunning gepubliceerd in de Actief en in het digitaal Gemeenteblad. Na verlening van de vergunning kunnen belanghebbenden bezwaar maken tegen het besluit.
Eisen en criteria inrichting horecaterrassen
Het terras moet voldoen aan een aantal voorwaarden qua inrichting van het terras. Aanvragen voor een terrasvergunning worden getoetst aan deze eisen. Deze eisen zijn ook opgenomen in de voorwaarden van de terrasvergunning. De eisen en criteria zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Horecabedrijven die alcohol (voor gebruik ter plaatse) willen verstrekken, moeten in het bezit zijn van een Alcoholvergunning. Op grond van de Alcoholwet is het namelijk zonder vergunning van de burgemeester verboden om alcohol te verstrekken.
In de Alcoholwet wordt onderscheid gemaakt tussen commerciële en paracommerciële instellingen. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de paracommerciële instellingen.
Het vestigen van een horecabedrijf kan een behoorlijke invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Het is daarom van belang dat omwonenden, omliggende bedrijven en andere belanghebbenden in kennis worden gesteld van de vestiging van een horecabedrijf. Daarom wordt een aanvraag én de verlening van de vergunning gepubliceerd in de Actief en in het digitaal Gemeenteblad. Na verlening van de vergunning kunnen belanghebbenden bezwaar maken tegen het besluit.
Droge horeca zijn bedrijven die alcoholvrije dranken schenken voor het gebruik ter plaatse. Door het intrekken van de Drank- en Horecaverordening Smallingerland zijn deze horecabedrijven geen droge horecavergunning meer benodigd. De reden voor het schrappen van de droge horecavergunning is het verlagen van de administratieve lasten voor zowel de ondernemer als de gemeente. Droge horecabedrijven blijven een exploitatievergunning nodig hebben voor het exploiteren van hun bedrijf.
2.5 Aanwezigheidsvergunning o.g.v. de Wet op de Kansspelen
Horecabedrijven kunnen speelautomaten plaatsen in hun horecabedrijf. In de praktijk zijn dit veelal kansspelautomaten (bijv. fruitautomaat) of behendigheidsautomaten (bijv. flipperkasten). De wet op Kansspelen (hierna: Wok) bevat de wetgeving ten aanzien van de automaten.
De Wok verbiedt het aanbieden van kansspelen, tenzij de noodzakelijke vergunningen zijn verleend. Voor het aanwezig hebben van een kansspelautomaat zijn twee vergunningen benodigd, namelijk:
Een kansspelautomaat is afkomstig van een speelautomatenexploitant. Deze exploitant mag niet zomaar een kansspelautomaat exploiteren en opstellen in een ruimte van een horecabedrijf. Deze exploitant moet in het bezit van een exploitatievergunning (o.g.v. artikel 30h, lid 1 Wok). De exploitant kan de horeca-exploitant zelf zijn of de verhurende partij (in geval dat de automaten gehuurd worden). Deze exploitatievergunning moet worden aangevraagd bij de Kansspelautoriteit en wordt verleend door de Kansspelautoriteit.
Op grond van de Wok is het verboden om zonder vergunning van de burgemeester een kansspelautomaat aanwezig te hebben (artikel 30b). Met het verlenen van een dergelijke vergunning wordt toestemming verleend voor het aanwezig hebben van maximaal twee kansspelautomaten. Er is overigens geen vergunning benodigd voor het opstellen van behendigheidsautomaten.
Uitsluitend in een hoogdrempelige lokaliteit van een horecabedrijf mogen kansspelautomaten aanwezig zijn. Een lokaliteit is hoogdrempelig als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan (o.g.v. artikel 30, aanhef onder d van de Wok):
Op grond van artikel 30d, lid 2 van de Wok kan een aanwezigheidsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd worden verleend. De burgemeester verleent een aanwezigheidsvergunning voor bepaalde duur, zodat een periodieke toetsing plaats kan vinden. Een aanwezigheidsvergunning wordt verleend voor de duur van vijf jaar. Een ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen van een (nieuwe) vergunning. Als een aanwezigheidsvergunning wordt verleend, dan worden in elk geval de standaardvoorschriften opgenomen die vermeld staan in Bijlage IV.
3. Openbare orde en veiligheid
Horecabedrijven zijn van belang voor de levendigheid en de economie van Smallingerland, maar zij kunnen ook vormen van overlast met zich meebrengen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de instrumenten die worden ingezet om overlast te voorkomen.
3.1 Openings- en sluitingstijden commerciële horeca
Om overlast te kunnen inperken, heeft de gemeenteraad verplichte sluitingstijden voor openbare inrichtingen vastgesteld. De sluitings- en toelatingstijden zijn vastgelegd in artikel 2:29 van de Apv. Hieronder worden ze in een tabel inzichtelijk gemaakt.
Sluitingstijden bij overgang zomer- en wintertijd
Bij de overgang van winter- en zomertijd, mag zowel in het voor- en het najaar in praktijk de wintertijd worden aangehouden. Dit betekent dat horecabedrijven (categorie III) in het voorjaar (overgang van winter- naar zomertijd) een uur langer bezoekers mogen toe laten en een uur langer geopend mogen zijn. In het najaar (overgang van zomer- naar wintertijd) krijgt de horeca door het terugzetten van de klok automatisch een uurtje erbij.
3.2 Ontheffing sluitingstijden commerciële horeca
Op grond van artikel 2:29 van de Apv kan de burgemeester ontheffing verlenen van de vastgestelde sluitingstijden. Voor de onderstaande feestdagen geldt dat de horeca de toelatings- en sluitingstijden van een zaterdagavond mag hanteren. Daarbij hoeft een horecabedrijf geen ontheffing aan te vragen van de sluitingstijd.
Voor maximaal twee andere dagen met een breder draagvlak en waar het grootste gedeelte van de horecabedrijven op de Kaden aan deelneemt, is tevens een ontheffing mogelijk. Deze ontheffing dient uiterlijk vier weken van tevoren te worden aangevraagd.
Er is geen ontheffing mogelijk voor het sluitingsuur van de terrassen.
De Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU) levert een bijdrage in de aanpak van overlast die veroorzaakt wordt in een uitgaansgebied. Belangrijke uitgangspunten bij de KVU zijn:
Er zijn meerdere partijen betrokken bij de KVU in Smallingerland, namelijk: het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), meerdere horecaondernemers, Koninklijke Horeca Nederland (KHN), taxibedrijven, politie en de gemeente Smallingerland. De KVU richt zich in Smallingerland op het uitgaansgebied de Kaden te Drachten.
3.4 Collectieve horeca ontzeggingen
Een horecaondernemer kan personen die criminele activiteiten plegen of overlast veroorzaken weren uit hun eigen horecazaak door middel van een horecaontzegging. Horecaondernemers kunnen hier ook gezamenlijk in optrekken, namelijk door middel van een Collectieve Horecaontzegging (CHO). Bij een CHO kunnen alle deelnemende partijen overlastgevers voor langere tijd weren uit hun horecazaak. Op het moment dat iemand dan alsnog een horecazaak binnengaat, is er sprake van huisvredebreuk. De horeca legt zelf een CHO op.
4. Paracommerciële instellingen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de paracommerciële instellingen: wat is het precies, hoe gaat de gemeente om met sluitingstijden, schenktijden en bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten van derden.
Paracommercie zijn (niet-commerciële) rechtspersonen die zich primair richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard en daar ondersteunend aan een horecabedrijf exploiteren. Je moet hierbij onder andere denken aan sportkantines, dorps-/buurthuizen en kerken.
Voor de paracommerciële instellingen gelden andere regels voor het exploiteren van een horecabedrijf dan voor commerciële inrichtingen. Daardoor kunnen paracommerciële instellingen een voordeel hebben ten opzichte van de commerciële horeca. Deze oneerlijke concurrentie is terug te vinden in verschillende zaken, waaronder: paracommerciële instellingen werken vaak met vrijwilligers, maken gebruik van de 'kantineregeling' van de Belastingdienst (een gunstiger fiscaal klimaat) en/of ontvangen vaak subsidie van de gemeente.
Daartegenover staat dat er steeds meer maatschappelijke betrokkenheid wordt verwacht van paracommerciële instellingen en zij steeds meer op eigen benen moeten staan. Het schenken van alcoholhoudende dranken is daarom vaak een welkome aanvulling op de inkomsten. De regels omtrent het verstrekken van alcoholhoudende dranken moeten daarom niet onnodig beperkend zijn. Het vraagt om een afweging van de belangen van de paracommerciële instellingen en de commerciële horeca.
4.2 Sluitingstijden en schenktijden
In artikel 4 van de Alcoholwet is vastgelegd dat bij gemeentelijke verordening regels ter voorkoming van oneerlijke mededinging worden gesteld, waaraan paracommerciële rechtspersonen zich moeten houden bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Zo moet onder andere zijn vastgelegd gedurende welke tijden in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt.
In artikel 2:29 van de Apv is de sluitingstijd voor paracommerciële instellingen opgenomen. Deze tijden bepalen wanneer er bezoekers in de inrichting mogen verblijven. Daarnaast is in artikel 2:34b van de Apv vastgelegd wanneer een paracommerciële rechtspersoon alcoholhoudende drank mag verstrekken.
4.3 Ontheffing sluitingstijden
Op grond van artikel 2:29 van de Apv kan de burgemeester ontheffing verlenen van de vastgestelde sluitingstijden. Omdat het een ontheffing betreft, wordt daar terughoudend mee omgegaan. In de volgende gevallen kan een ontheffing worden aangevraagd:
Iduna kan voor maximaal 12 dagen per jaar een ontheffing tot maximaal 03.00 uur aanvragen voor activiteiten die verband houden met de doelstelling van het poppodium.
Iduna is een poppodium die verschillende activiteiten organiseert, waaronder concerten en feesten in veel verschillende muziekgenres. Deze activiteiten hebben een positieve maatschappelijke werking voor de regio in en rondom de gemeente Smallingerland. De laatste jaren hebben de muziekgenres zich verder ontwikkelt, denk hierbij aan bijvoorbeeld aan Dance Pop. Het is voor deze genres gebruikelijk om optredens pas later in de avond te starten en deels te laten plaatsvinden in de nacht. Hierdoor is de keuze gemaakt om Iduna de mogelijkheid te geven om 12x per jaar een ontheffing aan te vragen voor een sluitingstijd tot 03:00 uur.
Als een ontheffing voor de sluitingstijd wordt verleend, dan geldt de eindtijd van de ontheffing mede als uiterlijk tijdstip waarop alcoholhoudende drank mag worden verstrekt.
Op grond van artikel 4 van de Alcoholwet moet in een gemeentelijke verordening ook regels worden vastgesteld met betrekking tot het schenken van alcoholhoudende drank in paracommerciële instellingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
In artikel 2:34c van de Apv is vastgelegd dat paracommerciële instellingen bovenstaande bijeenkomsten niet mogen organiseren. Hierop zijn twee uitzonderingen, namelijk:
Een paracommerciële instelling, die zich richt op het organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale interactie een voorname rol speelt (zoals dorpshuizen, multifunctionele centra), mag alcohol verstrekken tijdens bovengenoemde bijeenkomsten, mits binnen de bebouwde kom van een plaats waarbinnen deze paracommerciële instelling is gevestigd, geen commercieel horecabedrijf is gevestigd.
Een paracommerciële instelling, die zich richt op het organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale interactie een voorname rol speelt (zoals dorpshuizen, multifunctionele centra), mag alcohol verstrekken tijdens 12 bovengenoemde bijeenkomsten, indien binnen de bebouwde kom van een plaats waarbinnen deze paracommerciële instelling is gevestigd, een commercieel horecabedrijf is gevestigd.
Deze bijeenkomsten moeten binnen de reguliere sluitings- en schenktijden worden gehouden. Daarbij moet de burgemeester een week voor aanvang van de bijeenkomst in kennis worden gesteld.
Voor de volledigheid: het gaat hierbij om bijeenkomsten waarbij alcoholhoudende drank wordt geschonken. Deze bijeenkomsten mogen wel worden georganiseerd als er alcoholvrije drank wordt geschonken (mits dit is toegestaan o.g.v. het bestemmingsplan en er geen evenementenvergunning benodigd is). De Alcoholwet stelt namelijk alleen regels aangaande alcoholverstrekking en stelt geen regels over het organiseren van feestjes.
Bijeenkomsten van persoonlijke aard
Bijeenkomsten van persoonlijke aard hebben geen direct verband met de doelstelling van de instelling. Hierbij kan men onder andere denken aan bruiloften, recepties, jubilea, verjaardagsfeesten, feestavond, condoleances, carnaval en dergelijke.
Voor zover deze bijeenkomsten een direct verband hebben met de activiteiten van de instelling, dan valt dit niet onder een bijeenkomst van persoonlijke aard. Een voorbeeld hiervan is het afscheid van de voorzitter van een (sport)vereniging.
Bijeenkomsten van derden zijn bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn. Het kan zijn dat een paracommerciële instelling de ruimte van de kantine ook wil exploiteren voor andere doeleinden dan de doelstelling verwoord in de statuten. Met deze bijeenkomsten treedt de paracommerciële instelling in directe concurrentie met commerciële horecabedrijven.
Bij de vraag of er sprake is van een focus op eigen leden of op derden, geldt dat bijeenkomsten waarbij het is toegestaan maximaal één introducé per lid mee te nemen, worden aangemerkt als bijeenkomsten gericht op eigen leden. Zodra er meer introducés per lid zijn toegestaan of niet-leden zelfstandig deel kunnen nemen aan een bijeenkomst, is sprake van een bijeenkomst gericht op derden.
Op grond van artikel 2:34d van de Apv wordt het verstrekken van sterke drank in verschillende inrichtingen verboden. In het kader van gezondheid en alcoholpreventie wordt niet toegestaan om sterke drank te verstrekken in inrichtingen die primair voor andere doeleinden dan voor alcoholgebruik worden bezocht. Daarom is een verbod opgenomen om sterke drank te verstekken in snackbars en cafetaria's, gebouwen die in gebruik zijn bij onderwijs-, jongeren of sportinstellingen of -organisaties.
In het verleden zijn voor verschillende bovengenoemde instellingen ontheffingen verleend voor onbepaalde tijd. Na vaststelling van het horecabeleid krijgen deze instellingen de mogelijkheid om nog één jaar gebruik te maken van deze ontheffing. Vervolgens wordt deze ontheffing ingetrokken.
Het blijft voor bovengenoemde instellingen mogelijk om een ontheffing aan te vragen. Deze ontheffing wordt vervolgens verleend voor bepaalde tijd, bijvoorbeeld voor een specifieke activiteit.
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het gemeentelijke toezicht op de horeca is georganiseerd. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk beschreven hoe de burgemeester uitvoering geeft aan de handhaving van de horeca.
5.1 Toezichtsmodel 'high trust – high penalty'
De gemeente hanteert het toezichtsmodel 'high trust – high penalty' voor de gemeentelijke toezicht op de horeca. Uitgangspunt van dit model is: ruimte en vertrouwen geven waar het kan en toezichthouden waar het nodig is.
Het gemeentelijke toezicht is daarom ingedeeld in drie niveaus: basis, middel en aandacht. In de basis worden exploitanten sporadisch gecontroleerd. Bij overtredingen van wet- en regelgeving en/of vergunningsvoorwaarden, (overlast)meldingen of signalen van criminaliteit of ondermijnende activiteiten wordt toezicht geïntensiveerd en wordt streng(er) opgetreden.
Hieronder volgt een nadere toelichting op de indeling. Aan de indeling kunnen geen rechten worden ontleend. Als omstandigheden aanleiding geven tot verhoogd toezicht, dan moet dat mogelijk blijven. Bijvoorbeeld bij een evenement of collectieve of incidentele festiviteiten. De indeling is daarom een uitgangspunt. Een veelklager (iemand die veelvuldig soortgelijke klachten over hetzelfde horecabedrijf indient) kan gerekend worden als één klacht, zodat de indeling niet wordt gemanipuleerd.
Dit niveau kenmerkt zich door weinig tot geen (overlast)meldingen, geen incidenten en/of overtredingen van wet- en regelgeving en vergunningsvoorwaarden. Grote mate van vertrouwen in de exploitant, waarbij het uitgangspunt is dat de horecagelegenheid ten hoogste twee keer per jaar wordt gecontroleerd.
Bij dit niveau is sprake van enkele (overlast)meldingen van partners, omwonenden, bedrijven en/of andere belanghebbenden. Ook kan het gaan om een enkel incident of overtreding van wet- en regelgeving en vergunningsvoorwaarden. Vanuit het oogpunt van beheersbaarheid van het woon- en leefklimaat en bescherming van de openbare orde en veiligheid vindt vaker toezicht plaats, waarbij ten hoogste vier controles per jaar het uitgangspunt is.
Bij dit niveau is sprake van meerdere (overlast)meldingen of overtreding van wet- en regelgeving en vergunningsvoorwaarden, waardoor er frequent toezicht plaatsvindt. Er wordt ingezet op meer dan vier controles per jaar, waarbij informatie kan worden uitgewisseld tussen (handhavings)partners.
In de jaren 2023 en 2024 geldt een overgangsperiode, waarna in 2025 definitief van start wordt gegaan met het toezichtsmodel. In de periode 2023-2024 worden alle horecabedrijven in Smallingerland gecontroleerd, zodat het vergunningsbestand op orde wordt gebracht. Afgelopen periode heeft namelijk de focus gelegen op de controle op de Covid-19-maatregelen binnen de horeca. Als in deze periode (2023-2024) daartoe aanleiding bestaat, dan kan een horecabedrijf meerdere malen worden gecontroleerd.
De burgemeester heeft een aantal toezichthouders van team Vergunningen, Toezicht en Handhaving aangewezen als gemeentelijk toezichthouder op de horeca. Zij zien toe op de juiste naleving van de verstrekte vergunningen (exploitatie-, terras-, Alcohol- en aanwezigheidsvergunning) en naleving van wet- en regelgeving (Apv, Alcoholwet en de Wok).
5.3 Handhavingsarrangement Bijzondere Wetten
In het 'Handhavingsarrangement Bijzondere Wetten: Horeca, coffeeshops, drugs en kansspelen' is beschreven hoe gemeente, politie en het Openbaar Ministerie optreden bij overtredingen in de horeca, coffeeshops en bij kansspelen. Doel van het arrangement is helder maken welke sanctie(s) bij welke geconstateerde overtreding(en) worden toegepast. Als er overtredingen worden geconstateerd, wordt er gehandeld volgens het in dit arrangement beschreven stappenplan. Het volledige handhavingsarrangement is terug te vinden via de website www.wetten.overheid.nl
Dit beleid treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking. De bekendmaking vindt gelijktijdig plaats met de bekendmaking van de beleidsregels beoordeling term 'slecht levensgedrag' gemeente Smallingerland 2023, de Apv wijziging en het intrekken van de Drank- en Horecaverordening Smallingerland. Met de inwerkingtreding van dit nieuwe beleid vervalt het Integraal Horecabeleid Gemeente Smallingerland 2007.
Bijlage II - Standaard vergunningsvoorschriften exploitatievergunning
In een exploitatievergunning worden in ieder geval onderstaande voorschriften opgenomen. Als daartoe aanleiding is, dan kunnen er aanvullende voorschriften worden gesteld.
Bijlage III - Standaard vergunningsvoorschriften terrasvergunning
In een terrasvergunning worden in ieder geval onderstaande voorschriften opgenomen. Als daartoe aanleiding is, dan kunnen er aanvullende voorschriften worden gesteld.
Het terras wordt vergund onder de voorwaarde dat exploitatie van dit terras is toegestaan zolang er zich geen wijziging van pandeigenaar is en/of een nieuwe ondernemer zich vestigt op [adres]. Als op dit adres wel sprake is van een wijziging van pandeigenaar en/of nieuwe ondernemer, dan is er sprake van gewijzigde omstandigheden. De terrasvergunning voor dit gedeelte kan dan worden ingetrokken zodat een nieuwe verdeling van de openbare ruimte kan plaatsvinden.
Bijlage IV - Standaard vergunningsvoorschriften aanwezigheidsvergunning
In een aanwezigheidsvergunning worden in ieder geval onderstaande voorschriften opgenomen. Als daartoe aanleiding is, dan kunnen er aanvullende voorschriften worden gesteld.
In de inrichting mogen alleen speelautomaten worden opgesteld, die in eigendom toebehoren aan een exploitant die in het bezit is van een vergunning tot het exploiteren van speelautomaten, als bedoeld in artikel 30h, eerste lid van de Wet op de Kansspelen en die zijn voorzien van een merkteken, als bedoeld in artikel 30r van de Wet op de Kansspelen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-572948.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.