Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ALPHEN-CHAAM;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;

 

gelet op artikel 15:33 van de Wet milieubeheer;

 

b e s l u i t:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026

(Verordening afvalstoffenheffing 2026)

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • 1.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • 2.

    container: een door of vanwege de gemeente beschikbaar gestelde minicontainer;

  • 3.

    verzamelcontainer: een door of vanwege de gemeente, ten behoeve van een groep percelen, beschikbaar gestelde combinatie van mini-containers.

  • 4.

    Brabant Water N.V.: naamloze vennootschap Brabant Water, gevestigd te ’s-Hertogenbosch;

  • 5.

    verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft;

  • 6.

    tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel met de vermelding van maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing;

  • 7.

    grof afval: afval dat op afroep aan huis wordt opgehaald, met uitzondering van klein gevaarlijk afval, puin, sloopafval, zand, grond, sloophout, autobanden en auto-onderdelen, elektrisch en elektronisch afval, metaal en papier en karton.

  • 8.

    Medische indicatie: Als één van de bewoners op een woonadres een chronische, medische indicatie heeft, waardoor er meer dan gemiddeld huishoudelijk afval wordt geproduceerd. Voorbeelden van dit afval zijn onder andere stoma- en dialysemateriaal. Nadrukkelijk valt luiermateriaal hier niet onder.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Wie betaalt de belasting? Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt maakt van een perceel.

Artikel 4 Waarover betaal je belasting en hoeveel betaal je? Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Over welke periode betaal je belasting? Belastingtijdvak

  • 1.

    Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van afrekeningen van Brabant Water N.V. plaatsvindt de verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende perceel geldt.

  • 2.

    In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Hoe brengen we de belasting in rekening? Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel per wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    Als kennisgeving wordt aangemerkt de afrekeningsnota van Brabant Water N.V. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de dagtekening van de afrekening. De door deze Waterleidingmaatschappij verzonden voorschotnota's worden aangemerkt als voorlopig gevorderde bedragen.

  • 3.

    De voorlopig gevorderde bedragen worden met het definitief gevorderde bedrag verrekend.

  • 4.

    Ingeval aan de belastingplichtige geen nota's van Brabant Water N.V. worden verzonden, wordt de belasting geheven bij wege van aanslag.

  • 5.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Wanneer begint de belastingplicht? Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting, als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

  • 5.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

Artikel 8 Wanneer moet je betalen? Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet het voorlopig gevorderde bedrag alsmede het definitief gevorderde bedrag worden betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de afrekening van Brabant Water N.V. moet worden betaald, indien het belastingtijdvak de verbruiksperiode is.

  • 2.

    In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid moet het voorlopig gevorderde bedrag alsmede het definitief gevorderde bedrag, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet, worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving of het aanslagbiljet, dan wel ingeval van toezending daarvan, uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving of het aanslagbiljet is vermeld.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is dan € 50,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen mogen worden betaald in zes gelijke termijnen of zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste 3 en ten hoogste 6 bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de zes termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt een betaaltermijn van 14 dagen na de laatste stornering.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Kwijtschelding wordt verleend tot het maximale jaarlijkse bedrag zoals vermeld in artikel 1.1 van de tarieventabel, vermeerderd met 6 maal het in artikel 1.2.2 van de tarieventabel genoemde bedrag.

Artikel 10 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘’Verordening afvalstoffenheffing 2025’’, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 19 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: ‘’Verordening afvalstoffenheffing 2026’’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

de voorzitter,

Tarieventabel  

Behorend bij de ‘’Verordening afvalstoffenheffing Alphen-Chaam 2026’’

 

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 

 

1.1

De belasting bedraagt per perceel per maand

18,73

1.1.1

Indien er sprake is van het in artikel 1.1 genoemde en waarvan minimaal 1 lid van het huishouden een chronische, medische indicatie heeft, per maand van het belastingtijdvak

14,73

1.2

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1 bedraagt de belasting per lediging van:

 

 

1.2.1

Een minicontainer bestemd voor restafval met een inhoud van 140 liter

7,66

1.2.2

Een minicontainer bestemd voor restafval met een inhoud van 240 liter

13,08

1.3

 

De belasting, als bedoeld onder 1.1 en 1.2 wordt vermeerderd voor de bij aanvang van het belastingtijdvak, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak bij de aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra restafvalcontainer van 140 liter boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt

106,58

1.3.1

De belasting, als bedoeld onder 1.1 en 1.2 wordt vermeerderd voor de bij aanvang van het belastingtijdvak, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak bij de aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra restafvalcontainer van 240 liter boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt

182,70

1.3.2

De belasting, als bedoeld onder 1.1 en 1.2 wordt vermeerderd voor de bij aanvang van het belastingtijdvak, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak bij de aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra GFT-container van 140 liter boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt

30,45

1.3.3

De belasting, als bedoeld onder 1.1 en 1.2 wordt vermeerderd voor de bij aanvang van het belastingtijdvak, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak bij de aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra GFT-container van 240 liter boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt

52,78

1.4

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1 bedraagt de belasting voor het gebruik van een verzamelcontainer voor restafval per perceel per maand van het belastingtijdvak

8,29

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

2.1

De belasting bedraagt voor het op aanvraag omwisselen van één mini-container

35,53

2.2

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1 is de eerste wisseling per fractie per jaar gratis.

 

 

2.3

Per adres wordt 1 milieupas verstrekt. De milieupas is aan het adres gebonden.

 

 

2.3.1

Bij verhuizing binnen of van buiten de gemeente wordt een nieuwe milieupas verstrekt op het nieuwe adres, met een waarde van

25,38

2.3.2

Bij vermissing van de milieupas, kan een nieuwe pas worden aangeschaft.

De kosten hiervan bedragen

 

 

10,15

2.4

De belasting bedraagt voor het aan huis laten ophalen van grof (tuin)afval

12,88 

vermeerderd met de tarieven in hoofdstuk 3.

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Tarieven aanbieden afvalstoffen op de milieustraat

 

3. 1.

De belasting bedraagt per kilogram voor het achterlaten op de milieustraat van:

 

 

Grof vuil

€ 0.190

Steenpuin en beton

€ 0,030

Kalk, gips, ytong

€ 0,280

Roofing (dakleer)

€ 0,500

Harde kunststoffen/PVC

€ 0,280

Asbest

€ 0,280

Tuinafval

€ 0,040

Grasmaaisel

€ 0,040

Snoeihout

€ 0,040

Boomstronken

€ 0,040

Bladeren en boomvruchten

€ 0,040

Herbruikbaar hout A (niet vervuild en onbewerkt hout)

€ 0,040

Herbruikbaar hout B (bewerkt hout)

€ 0,040

Niet herbruikbaar hout C (chemisch behandeld hout, geïmpregneerd hout)

€ 0,280

Vlak glas

€ 0,040

Matrassen

Gratis

Autobanden zonder of met velg (max. 4 banden per levering)

Gratis

Klein chemisch afval

Gratis

Textiel

Gratis

Flessenglas

Gratis

Oude metalen

Gratis

Oud papier- en karton

Gratis

Wit- en bruingoed

Gratis

Zuiver piepschuim (max. 200 liter per levering)

Gratis

PMD

Gratis

3.2

Het aanbieden van autobanden, wit- en bruingoed, klein chemisch afval, oude metalen, oud papier en karton, en zuiver piepschuim (max. 200 liter per levering) geschiedt kosteloos.

 

 

3.3.

Voor het aanbieden van mengvrachten is het hoogste tarief van de onderscheidenlijk achtergelaten afvalstoffen per kg van toepassing.

 

 

 

Behorende bij raadsbesluit van 18-12-2025.

 

de griffier,

Naar boven