Centrumregeling Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken Meierij-Bommelerwaard 2026-2030

Deze centrumregeling heeft betrekking op de taken die de gemeenten uit de regio Meierij en Bommelerwaard uitvoeren betreffende beschermd wonen, maatschappelijk opvang, verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte GGZ en de Wet zorg en dwang.

 

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, Vught en Zaltbommel, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

 

Overwegende dat:

  • zij met ingang van 1 januari 2022 regionaal hebben samengewerkt op basis van de ‘Centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2022 e.v.’;

  • zij belang hechten aan voortzetting van de samenwerking in de regio Meierij en Bommelerwaard omtrent de uitvoering van taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijk opvang, verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang;

  • de samenwerking rondom de inkoop en de beleidstaken van de specialistische functies die onder Wmo vallen (met uitzondering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken) voor de regio Meierij (niet voor de regio Bommelerwaard) vastgelegd zijn in de centrumregeling regio Meierij Wmo 2020;

  • de gemeente ’s-Hertogenbosch als centrumgemeente fungeert voor maatschappelijk opvang en verslavingszorg;

  • de gemeente ’s-Hertogenbosch tot 2026 als centrumgemeente voor beschermd wonen fungeert en er met ingang van 2026 of later, wanneer de wet Woonplaatsbeginsel Beschermd wonen van kracht wordt, een geleidelijke doordecentralisatie naar alle gemeenten plaatsvindt;

  • de gemeenten ook de samenwerking op het gebied van de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang wensen voort te zetten;

  • de gemeente ’s-Hertogenbosch op basis van bovenstaande ook vanaf 2026 als centrumgemeente wil fungeren voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang, verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang;

  • voor de uitvoering van publiekrechtelijke taken een publiekrechtelijke regeling als een gemeenschappelijke regeling de voorkeur verdient boven een privaatrechtelijke regeling;

  • de vorm van een lichte gemeenschappelijke regeling in de vorm van een enkelvoudige centrumregeling (zonder openbaar lichaam en gemeenschappelijke orgaan) na een zorgvuldige afweging de meest geschikte vorm is voor de regio Meierij en Bommelerwaard voor het uitvoeren van de taken op beschermd wonen, maatschappelijk opvang, verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang;

  • zij daarom ingaande 1 januari 2026 de centrumregeling wensen te vernieuwen voor tenminste 4 jaar (2026-2030) waarin aan de gemeente ’s-Hertogenbosch het mandaat wordt verleend om als centrumgemeente beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz, en de Wet zorg en dwang, in te kopen, contract- en accountmanagement uit te voeren, de financiën te beheren en regionale beleidstaken uit te voeren;

  • de centrumregeling aansluit bij de organisatiestructuur zoals deze is vastgelegd in de centrumregeling Meierij Wmo 2020;

  • de gemeenten onverkort lokale verantwoordelijkheden houden zoals beoogd wordt met de doordecentralisatie beschermd wonen;

  • de centrumregeling de gemeenten niet ontslaat van haar taken om te komen tot transformatie op het gebied van beschermd wonen.

 

Gelet op:

  • Artikel 1.2.1 en 2.6.1 van de Wmo 2015, afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 1 en 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr);

  • de door de raden van voornoemde gemeenten aan hun colleges van burgemeester en wethouders verleende toestemming tot het aangaan van deze samenwerking en het vaststellen van deze regeling ex artikel 1, vierde lid Wgr.

 

B E S L U I T E N:

 

  • 1.

    vast te stellen de Centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2026-2030 voor het uitvoeren van de taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang.

  • 2.

    In te trekken de Centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2022 e.v. per 1 januari 2026.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze Centrumregeling verstaat onder:

  • a.

    Aanverwante taken: de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang;

  • b.

    Accountmanagement: het bewaken van afspraken uit de overeenkomsten met de aanbieders via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), het bewaken van financiële informatie en het bespreken van innovatie en ontwikkelmogelijkheden met de aanbieders;

  • c.

    Beschermd wonen: alle mogelijke uitwerkingen van beschermd wonen zoals beschreven in de Wmo 2015, de Regiovisie 2020 e.v., Regioplan 2026 e.v., beleidsregels, verordening en het uitvoeringsprogramma;

  • d.

    Centrumgemeente: gemeente zoals bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: gemeente ’s-Hertogenbosch;

  • e.

    Centrumregeling: Centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2026 e.v.;

  • f.

    Cliëntervaringsonderzoek : het tweejaarlijks onderzoek naar cliëntervaringen;

  • g.

    Contractbeheer: het beheer van de overeenkomsten met de aanbieders en het monitoren van het naleven van afspraken uit deze overeenkomsten;

  • h.

    Gemeenten: alle gemeenten die aan deze regeling deelnemen, inclusief de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch;

  • i.

    Inkoopopdracht: jaarlijkse opdracht van het Regionaal Regieteam aan het Regionaal Inkoopteam waarin wordt aangegeven wat dit team voor het daaropvolgende jaar moet inkopen;

  • j.

    Lokaal uitgekeerde budget: de geoormerkte middelen die de lokale gemeenten ontvangen vanuit het Rijk voor de nieuwe cliënten beschermd wonen;

  • k.

    Lokaal uitvoeringsbudget: de middelen die de lokale gemeenten ontvangen uit het regionaal budget voor het ontwikkelen van de lokale set aan basisvoorzieningen;

  • l.

    Netwerk Opvang en Wonen: regionale samenwerking tussen toegangsteams, aanbieders en corporaties (urgentieplus).

  • m.

    Maatschappelijke opvang: alle mogelijke uitwerkingen van maatschappelijke opvang zoals beschreven in de Wmo 2015, de Regiovisie 2020 e.v., beleidsregels, verordening en het uitvoeringsprogramma;

  • n.

    Poho MZ: het overleg tussen de portefeuillehouders Wmo van elke gemeente;

  • o.

    Portefeuillehouder Wmo : het collegelid van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor de Wmo;

  • p.

    Regiogemeenten: gemeente Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, Vught en Zaltbommel.

  • q.

    Regionaal beleidsteam: het overleg tussen ambtelijke beleidsmedewerkers (met beschermd wonen en/of maatschappelijke opvang en/of verslavingszorg en/of aanverwante taken in hun portefeuille) van elke gemeente;

  • r.

    Regionaal budget: het lokaal uitgekeerde budget van beschermd wonen opgeteld bij het rijksbudget beschermd wonen;

  • s.

    Regionaal uitvoeringsbudget: de middelen die de centrumgemeente ontvangt vanuit het regionaal budget voor de uitvoering van het regionaal uitvoeringsprogramma;

  • t.

    Regionaal Regieteam: het overleg tussen de ambtelijke vertegenwoordigers op managementniveau van elke gemeente;

  • u.

    Regionaal Inkoopteam: organisatieonderdeel van de centrumgemeente dat belast is met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven;

  • v.

    Rijksbudget beschermd wonen: het budget dat de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch ontvangt voor de huidige cliënten beschermd wonen;

  • w.

    Toezicht & handhaving: controle op nakoming van verbintenissen, naleving van subsidievoorwaarden en naleving van rechtmatige uitvoering van de wet (waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet) door aanbieders en derden waar cliënten met een persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning betrekken en het bij normschending verrichten van privaatrechtelljke rechtshandelingen gericht op herstel of sanctioneren en het opleggen van herstelsancties,

  • x.

    Verdeelsleutel: het percentage CBS-inwoneraantal per gemeente op het totaal aantal inwoners in de regio op 1 januari van het voorgaande jaar plus het gemiddelde percentage van het aantal unieke cliënten beschermd wonen GGK per gemeente (stand zoals vermeld in het dashboard RIOZ) op het totaal aantal cliënten beschermd wonen in de regio op 1 april en 1 juli van het voorgaande jaar; het percentage inwonertal en het percentage cliëntenaantal wordt gedeeld door twee;

  • y.

    Verslavingszorg: alle mogelijke uitwerkingen van verslavingszorg zoals beschreven in de Wmo 2015, de Regiovisie 2020 e.v., beleidsregels, verordening en het uitvoeringsprogramma;

  • z.

    Vertrouwenspersoon: een onafhankelijk persoon die de inwoner ondersteunt bij het opkomen voor de eigen belangen;

  • aa.

    Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 2 Doel van de centrumregeling

In deze centrumregeling zijn de afspraken vastgelegd tussen de gemeenten uit de regio Meierij en Bommelerwaard over de uitvoering van de taken rondom beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang (aanverwante taken). De gemeenten blijven daartoe de komende jaren samenwerken, gericht op het zorgdragen voor een kwalitatief goede ondersteuningsstructuur voor de doelgroep van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken. Hierdoor wordt het behalen van schaalvoordelen, het stimuleren van de samenwerking tussen de gemeenten, de beheersing van de middelen en eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s geregeld

Artikel 3 Uitgangspunten voor de samenwerking

  • 1.

    De gemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, gericht op een goede dienstverlening aan de eigen inwoners en ruimte voor het behoud van eigen identiteit in de uitvoering van de beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken.

  • 2.

    De gemeenten sluiten bij het uitvoeren van de taken binnen de samenwerking aan bij de Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2020 e.v., het Regioplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2026 e.v. en andere aanverwante beleids- en visiedocumenten of beleid wat hiervoor in de plaats komt.

  • 3.

    Bij medewerkers van het Regionaal Inkoopteam mag geen sprake zijn van taakvermenging met lokale en beleidstaken op het terrein van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken.

  • 4.

    Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor het afgeven van een beschikking voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en opdrachtverstrekking voor aanverwante taken.

  • 5.

    De toegang wordt lokaal georganiseerd voor Beschermd Wonen en ondersteund door een regionale toegangstafel BW: het Netwerk Opvang en Wonen.

  • 6.

    De toegang tot Maatschappelijke opvang wordt lokaal en regionaal georganiseerd door de lokale toegangsteams en Centrale Toegang MO en ondersteund door de regionale toegangstafel MO: het Netwerk Opvang en Wonen.

 

Hoofdstuk 2 Centrumgemeente en regiogemeenten

Artikel 4 Centrumgemeente

De gemeente ’s-Hertogenbosch wordt aangewezen als centrumgemeente in deze regeling.

Artikel 5 Taken en bevoegdheden centrumgemeente

  • 1.

    De colleges en burgemeesters van de regiogemeenten dragen aan het college en burgemeester van de centrumgemeente taken op ter verwezenlijking van het doel, genoemd in artikel 2.

  • 2.

    De colleges geven het college van de centrumgemeente mandaat en machtiging om de in het derde lid genoemde taken uit te voeren, uiteraard begrensd door wetgeving, jurisprudentie en vastgestelde kaders volgens artikel 14.

  • 1.

    2a. De burgemeesters verlenen volmacht aan de burgemeester van de centrumgemeente voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voorvloeiende uit de taken genoemd in het derde lid.

  • 2.

    De taken van de centrumgemeente zullen zich in ieder geval richten op inkoop, contract- en accountmanagement, beheren van regionale financiën, en het uitoefenen van de taak van toezichthouder op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet (artikel 6,1 Wmo 2015, de gemeentelijke verordeningen, titel 5.2 Awb), het opleggen van herstelsancties (artikel 125 Gemeentewet jo. titel 5.3 Awb), het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 160 Gemeentewet), het vertegenwoordigen van de gemeenten als publiekrechtelijke rechtspersonen in en buiten rechte (artikel 171, tweede lid, Gemeentewet).

  • 3.

    De taken en bevoegdheden uit lid 3 betreffen de volgende deelgebieden en voorzieningen van het sociaal domein:

    • a.

      beschermd wonen;

    • b.

      maatschappelijke opvang;

    • c.

      verslavingszorg;

    • d.

      aanverwante taken (te weten de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang).

  • 4.

    De gemeente ’s-Hertogenbosch zal haar rol als centrumgemeente in de zin van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 invullen.

  • 5.

    Het college van de centrumgemeente verleent ondermandaat en ondermachtiging aan de manager RIOZ voor het uitvoeren van de bevoegdheden en taken genoemd in het tweede lid, uiteraard begrensd door wetgeving en jurisprudentie en de kaders vastgesteld op basis van artikel 14. Het is de manager RIOZ toegestaan ondermandaat en/of ondermachtiging te verlenen aan ambtenaren waarvoor hij verantwoordelijk is of externe opdrachtnemers die hij aanstuurt.

  • 6.

    De burgemeester van de centrumgemeente verleent ondervolmacht aan de manager RIOZ voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiende uit de taken genoemd in artikel 5. Het verlenen van ondervolmacht is toegestaan, behalve voor het voeren van rechtsgedingen.

  • 7.

    De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefregeling van de centrumgemeente.

Artikel 6 Taken en bevoegdheden gemeenten

  • 1.

    De taken van de gemeenten richten zich in ieder geval op het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen, zoals beschreven in het Regioplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2026 e.v., gedurende de looptijd van deze centrumregeling.

  • 2.

    De gemeenten zullen hun rol in de zin van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 invullen.

Hoofdstuk 3 Financiering

Artikel 7 Financiering beschermd wonen

  • 1.

    De financiering van beschermd wonen gaat in 2022 via de rijksbudgetten welke de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch ontvangt. Vanaf 1 januari 2026 (uitstel of afstel vanuit het Rijk daargelaten) ontvangen de gemeenten – naast het rijksbudget welke de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch ontvangt voor bestaande cliënten – geoormerkte middelen voor nieuwe cliënten beschermd wonen. Deze twee budgetten gezamenlijk noemen wij het ‘regionale budget’.

  • 2.

    Alle gemeenten oormerken de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor beschermd wonen in hun lokale begroting.

  • 3.

    De gemeenten hevelen het lokaal uitgekeerde budget over naar de centrumgemeente.

  • 4.

    De kosten voor het verlenen van zorg, de personele en overheadkosten voor het uitvoeren van regionale taken op het gebied van beschermd wonen worden betaald vanuit het regionale budget. Zorgkosten worden in het geval van een PxQ bekostiging via het berichtenverkeer betaald door de gemeenten en na afloop van ieder kwartaal gedeclareerd bij de centrumgemeente.

  • 5.

    Om de lokale set aan basisvoorzieningen te realiseren krijgt elke gemeente een ‘lokaal uitvoeringsbudget’.

  • 6.

    Tussentijdse uitkeringen vanuit de Reserve BW MO Regionaal worden bij voorkeur ingezet in het sociaal domein, in het bijzonder voor de doelgroep van beschermd wonen (Ggz, verslaving) en maatschappelijke opvang (dakloosheid), en voor aanverwante taken zoals preventie, participatie, wonen & zorg, en zorg & veiligheid (‘gentlemens agreement’).

  • 7.

    De basisafspraak van het totale lokale uitvoeringsbudget is vastgesteld op minimaal 2% van het totale regionale budget en wordt verdeeld conform de verdeelsleutel.

  • 8.

    Elk jaar wordt door de gemeenten geëvalueerd of het totale lokale uitvoeringsbudget haalbaar is binnen de regionale (meerjaren)begroting en/of voldoende is voor het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen. Op basis van de evaluatie kan er een bijstelling van het totale lokale uitvoeringsbudget plaatsvinden indien dit binnen de financiële kaders past en na instemming van alle gemeenten.

  • 9.

    De gemeenten zijn financieel solidair aan elkaar. In geval een gemeente bij de uitvoering van het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen of voorzieningen voor de regio in het kader van de transformatie voor zijn kosten aanspraak wenst te maken op het regionale budget, dient de gemeente daarvoor een gemotiveerd verzoek bij het regieteam in. Indien in het Poho MZ alle gemeenten met deze aanspraak instemmen en dit past binnen de financiële kaders, worden deze kosten gedekt uit het regionaal budget.

Artikel 8 Financiering maatschappelijke opvang en verslavingszorg

  • 1.

    De financiering van maatschappelijke opvang en verslavingszorg gaat via de rijksbudgetten welke de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch ontvangt.

  • 2.

    De kosten voor het verlenen van zorg, de personele en overhead kosten voor het uitvoeren van regionale taken op het gebied van maatschappelijke opvang en verslavingszorg worden betaald vanuit het regionale budget.

Artikel 9 Vaststellen begroting beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verslavingszorg

  • 1.

    Alle financiële afspraken zoals gemaakt conform artikel 7 en 8 worden vastgelegd in een transparante en regionale (meerjaren)begroting.

  • 2.

    De centrumgemeente voert de regie op de totstandkoming van een deugdelijke en transparante (meerjaren)begroting.

  • 3.

    In het proces rondom de totstandkoming van een deugdelijke en transparantie (meerjaren)begroting wordt rekening gehouden met lokale consultatie in elke gemeente.

  • 4.

    Alle regiogemeenten geven de centrumgemeente het mandaat om de (meerjaren)begroting te laten vaststellen.

  • 5.

    De vaststelling van de (meerjaren)begroting gaat ter informatie naar alle regiogemeenten.

  • 6.

    In de (meerjaren)begroting staat ook het totaalbedrag dat aan de gemeenten wordt uitgekeerd als ‘lokaal uitvoeringsbudget’ en gemeenten nemen de lokale middelen ook zelf op in de begroting.

Artikel 10 Verantwoording begroting

De centrumgemeente houdt de gemeenten minimaal twee keer per jaar op de hoogte van de stand van zaken van de (meerjaren)begroting, op 1 juli en 1 november. Standaard wordt de (meerjaren)begroting bijgevoegd ter informatie bij het vaststellen van het regionaal uitvoeringsprogramma in de colleges van de regiogemeenten.

Artikel 11 Tekorten en overschotten beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verslavingszorg

  • 1.

    Mogelijke overschotten uit het regionale budget voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verslavingszorg stort de centrumgemeente in de Reserve BW MO Regionaal van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dit deel van de reserve is uitsluitend bedoeld voor het opvangen van de lasten en baten met betrekking tot beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verslavingszorg conform de regionale afspraken.

  • 2.

    Na volledige uitputting van de reserve verrekenen de gemeenten mogelijke tekorten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verslavingszorg op basis van de verdeelsleutel.

  • 3.

    Bij een overschot op de reserve, kan dit tussentijds worden uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten op basis van de verdeelsleutel. Dit wordt jaarlijks vastgesteld bij de (meerjaren)begroting. De gewenste reserve is 15% van de rijksuitkering voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, tenzij een risicoanalyse een hogere reserve noodzakelijk maakt. De risicoanalyse wordt tweejaarlijks uitgevoerd door de centrumgemeente en vastgelegd bij de meerjarenbegroting.

  • 4.

    Indien de regeling wordt opgeheven wordt een mogelijk positieve stand van de reserve uitgekeerd aan de gemeenten op basis van de verdeelsleutel.

Artikel 12 Financiering aanverwante taken

De financiering van de zorgkosten van aanverwante taken valt niet onder deze centrumregeling, maar onder de lokale verantwoordelijkheid van de gemeenten.

De personele en overhead kosten voor het uitvoeren van regionale taken op het gebied van de aanverwante taken worden betaald vanuit het regionale budget.

 

Hoofdstuk 4 Samenwerking en overleg

Artikel 13 Regionale organisatiestructuur

De samenwerking en aansturing van de organisatie is als volgt georganiseerd:

  • 1.

    Regionaal Bestuurlijk Overleg Wmo (Poho MZ), bestaande uit de portefeuillehouders Wmo van de gemeenten. Het Poho MZ wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris.

  • 2.

    Regionaal Regieteam, bestaande uit één ambtelijke vertegenwoordiger per partij op managementniveau. Het Regionaal Regieteam wijst uit zijn midden de voorzitter aan en wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris. De manager van het Regionaal Inkoopteam en de voorzitter van het Regionaal Beleidsteam zijn vaste adviseurs van het Regionaal Regieteam. Het Regionaal Regieteam kan naar behoefte andere adviseurs betrekken.

  • 3.

    Regionaal Beleidsteam, bestaande uit ambtelijke beleidsmedewerkers (met beschermd wonen en/of maatschappelijke opvang en/of verslavingszorg en/of aanverwante taken in hun portefeuille) van de gemeenten. Het Regionaal Beleidsteam wijst uit zijn midden een voorzitter aan. De voorzitter is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam.

  • 4.

    Regionaal Inkoopteam, bestaande uit ambtenaren van de centrumgemeente die belast zijn met de inkoop van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken voor de gemeenten zoals in deze centrumregeling omschreven. De manager van het Regionaal Inkoopteam is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam.

  • 5.

    Regionaal Netwerk Opvang en Wonen bestaande uit medewerkers van de gemeentelijke toegangsteams, twee regionale voorzitters en waar nodig gedragsdeskundige en regionaal beleidsmedewerkers.

Artikel 14 Taken Poho MZ

Taken van het Poho MZ zijn:

  • adviseren van colleges van gemeenten over de beleidskaders waarbinnen de uitvoering, financiën en inkoop van de Regiovisie 2020 e.v., het Regioplan 2026 e.v. en het Uitvoeringsprogramma van beschermd wonen, maatschappelijke opvang een aanverwante taken plaatsvindt. Deze beleidskaders omvatten de gezamenlijke beleidsdoelen en de lokale ruimte;

  • kaders geven aan het Regionale Regieteam voor te verstrekken opdrachten aan het Regionaal Inkoopteam;

  • informeren en adviseren van het college over de beleidsthema’s, doelstellingen en de uitkomsten van de verstrekte inkoopopdracht.

Artikel 15 Taken Regionaal Regieteam

Taken van het Regionaal Regieteam zijn:

  • adviseren aan het Poho MZ over beleidskaders waarbinnen de uitvoering en inkoop van de Regiovisie 2020 e.v., het Regioplan 2026 e.v. en het Uitvoeringsprogramma van beschermd wonen, maatschappelijke opvang een aanverwante taken van plaatsvindt. Deze beleidskaders omvatten de gezamenlijke beleidsdoelen en de lokale ruimte. De adviezen worden gebaseerd op input van de het Regionaal Beleidsteam, het Regionaal Inkoopteam en landelijke ontwikkelingen;

  • binnen de aangegeven kaders van het Poho MZ opdrachten verstrekken aan het Regionaal Inkoopteam en het Regionaal Beleidsteam;

  • organiseren van de benodigde middelen voor de Inkoopopdracht;

  • afstemmen Inkoopopdracht, lokaal beleid en lokale dynamiek;

  • bepalen op basis van welke KPI’s en met welke frequentie het Regionaal Regieteam periodieke rapportages wenst te ontvangen van het Regionaal Inkoopteam;

  • periodiek informeren van en verantwoording afleggen aan het Poho MZ over de realisatie van de Inkoopopdracht.

Artikel 16 Taken Regionaal Beleidsteam

Taken van het Regionaal Beleidsteam (onderdeel BW/MO) zijn:

  • gevraagd en ongevraagd adviseren van het Regionaal Regieteam;

  • uitvoering geven aan en het voeren van een uniform, gezamenlijk opgesteld beleid voor de regionale afspraken vanuit de Regiovisie 2020 e.v., het Regioplan 2026 e.v. en het Uitvoeringsprogramma voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken en het bepalen van de gezamenlijke uitgangspunten voor de inkoop van de beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg, de aanpak van personen met verward gedrag, de Wet verplichte Ggz en de Wet zorg en dwang taken;

  • waar nodig het, in samenwerking en afstemming met het regionaal inkoopteam, laten organiseren van een gezamenlijk overleg met gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken over beleidsmatige ontwikkelingen en transformatie.

Artikel 17 Taken Regionaal Inkoopteam

Taken van het Regionaal Inkoopteam zijn:

  • de regionale inkoop van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aan- verwante taken, inclusief accountmanagement, contractbeheer en het houden van toezicht; een gemeente kan bij een gesprek tussen een accountmanager en een aanbieder aanwezig zijn, indien dat nodig is voor oplossing van een (lokaal) knelpunt;

  • in voorkomende gevallen het aangaan van een subsidierelatie;

  • in voorkomende gevallen het doen van een aanbesteding waarbij de start van het gegunde contract valt binnen de periode als genoemd in artikel 33.

  • de door het Regionaal Regieteam verstrekte Inkoopopdracht uitvoeren;

  • gevraagd en ongevraagd adviseren aan het Regionaal Regieteam;

  • het evalueren van accountmanagement en contractbeheer;

  • het organiseren van het overleg met gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken over inkoop gerelateerde onderwerpen;

  • het organiseren van data-analyse ten behoeve van de Inkoopopdracht en het jaarlijks of zoveel eerder als nodig rapporteren op basis van gebruik van beschermd wonen, maatschappelijke op- vang, verslavingszorg en aanverwante taken;

  • verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam op basis van het door dit team bepaalde KPI’s en rapportagefrequentie;

  • verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam over de realisatie van de Inkoopopdracht;

  • het uitoefenen van de taak van toezichthouder op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet (artikel 6,1 Wmo 2015, de gemeentelijke verordeningen, titel 5.2 Awb);

  • het opleggen van herstelsancties (artikel 125 Gemeentewet jo. titel 5.3 Awb);

  • het controleren op de nakoming van verbintenissen en het naleven van subsidievoorwaarden door aanbieders en derden waar cliënten met een persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning betrekken, het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 160 Gemeentewet);

  • het vertegenwoordigen van de gemeenten als publiekrechtelijke rechtspersonen in en buiten rechte (artikel 171, tweede lid, Gemeentewet).

Artikel 18 Taken regionaal Netwerk Opvang en Wonen

De taken van het regionaal Netwerk Opvang en Wonen zijn:

  • Adviseren over indicatiestelling en plaatsing met toegangsmedewerkers;

  • Adviseren over plaatsing en stagnerende trajecten met aanbieders;

  • Adviseren over uitstroom naar zelfstandig wonen (urgentieplus);

  • Signaleren, afstemmen en adviseren aan/met uitvoering, beleid, inkoop en ketenpartners;

  • Deskundigheidsbevordering.

Artikel 19 Bestuurlijk en ambtelijk overleg

  • 1.

    Het Poho MZ overlegt ten minste driemaal per jaar;

  • 2.

    Het Poho MZ komt voorts bijeen wanneer minimaal twee gemeenten dit onder opgaaf van redenen noodzakelijk achten of op verzoek van het Regionaal Regieteam;

  • 3.

    Het extra bestuurlijk overleg bedoeld in het tweede lid wordt uiterlijk binnen twee weken na het verzoek belegd;

  • 4.

    Het Regionaal Regieteam voert periodiek overleg over de uitvoering van de in artikel 15 van deze regeling genoemde taken;

  • 5.

    Het Regionaal Beleidsteam voert periodiek overleg over de uitvoering van de in artikel 16 van deze regeling genoemde taken;

  • 6.

    Besluitvorming vindt plaats op basis van een meerderheid op basis van CBS-inwoneraantallen per 1 januari van het betreffende kalenderjaar én instemming van minimaal drie gemeenten. Waar het besluitvorming over de taken van de Centrumgemeente betreft, dient ook instemming van de Centrumgemeente te worden verkregen.

Hoofdstuk 5 Transformatie

Artikel 20 Regionaal uitvoeringsprogramma en regionaal uitvoeringsbudget

  • 1.

    Het Regionaal Beleidsteam (onderdeel BW/MO) stelt elk jaar gezamenlijk een regionaal uitvoeringsprogramma en regionaal uitvoeringsbudget op voor de beleidsterreinen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken (in samenhang met aanpalende beleidsterreinen o.a. wonen).

  • 2.

    In het regionaal uitvoeringsprogramma staat tevens de inzet van de regionale functies die uitgevoerd worden door de centrumgemeente.

  • 3.

    Bij de invulling van de inzet van het regionale functies wordt rekening gehouden met de financiële gevolgen van het verminderen van de inzet van regionale functies door de centrumgemeente.

  • 4.

    Het regionaal uitvoeringsprogramma is uiterlijk twee maanden voor de ingangsdatum (op 1 november) gereed.

  • 5.

    In juni van elk jaar wordt er door de gemeenten een evaluatie uitgevoerd op het regionaal uitvoeringsprogramma en het regionaal uitvoeringsbudget. Deze evaluatie wordt gepresenteerd aan het Regionaal Beleidsteam, het Regionaal Regieteam en het Poho MZ.

  • 6.

    Het regionaal uitvoeringsprogramma en het regionale uitvoeringsbudget worden uiterlijk 31 december van elk jaar vastgesteld in alle colleges van de gemeenten. Hierbij geldt dat het uitvoeringsprogramma en het uitvoeringsbudget zijn vastgesteld door de hele regio als een meerderheid op basis van inwoneraantal, plus minimaal drie gemeenten positief besluiten.

Artikel 21 Lokaal uitvoeringsprogramma en lokaal uitvoeringsbudget

  • 1.

    Elke gemeente krijgt elk jaar een lokaal uitvoeringsbudget voor het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen voor beschermd wonen op basis van de verdeelsleutel.

  • 2.

    Elke gemeente stelt een lokaal uitvoeringsprogramma op waarin is opgenomen hoe er wordt gewerkt aan de opgave voor het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen.

  • 3.

    De invulling van de lokale set aan basisvoorzieningen gebeurt binnen de kaders van het Regioplan beschermd wonen 2026 e.v. Elke gemeente conformeert zich aan de inspanning op deze opgave.

  • 4.

    Het is aan elke gemeente zelf te bepalen in welke vorm het uitvoeringsprogramma wordt geschreven, voor hoe lang het uitvoeringsprogramma geldt en de inhoudelijke invulling van het uitvoeringsprogramma.

  • 5.

    Met het vaststellen van het lokale uitvoeringsprogramma wordt er in elke gemeente ook een besluit genomen over de inzet van de beschikbare financiële middelen uit het lokaal uitvoeringsbudget en/of de tussentijdse uitkering uit de Reserve BW MO Regionaal.

Artikel 22 Monitoring transformatie

  • 1.

    De resultaten op de strategische doelstellingen van het regioplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden tweejaarlijks gemonitord en vastgelegd in een regionaal monitorrapport.

  • 2.

    Er wordt tweejaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd onder cliënten beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

  • 3.

    De regionale monitoring wordt uitgevoerd door de afdeling Onderzoek en Statistiek van de centrumgemeente in samenwerking met de regiogemeenten.

Hoofdstuk 6 Informatie, verantwoording en bedrijfsvoering

Artikel 23 Informatie en verantwoording

  • 1.

    De centrumgemeente verstrekt de regiogemeenten alle informatie over de uitvoering van deze centrumregeling ten behoeve van de invulling van de verantwoordingsplicht van de gemeenten overeenkomstig de artikelen 212 en 213 Gemeentewet.

  • 2.

    De regiogemeenten verstrekken de centrumgemeente en uitvoerende organisaties tijdig alle benodigde informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taken.

  • 3.

    De gemeenten verstrekken het Regionaal Inkoopteam de gegevens over de lokale toegang. Deze gegevens worden ook verstrekt ten behoeve van het overleg met gecontracteerde aanbieders.

  • 4.

    De regiogemeenten kunnen de centrumgemeente en uitvoerende organisaties om aanvullende inlichtingen verzoeken, voor zover het haar taak betreft.

Artikel 24 Facturering en verrekening

  • 1.

    Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke geautomatiseerde verwerking van declaraties van aanbieders via het GGK.

  • 2.

    Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke en actuele geautomatiseerde verwerking van toewijzingen via het GGK.

  • 3.

    Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke en actuele verwerking van het berichtenverkeer CAK voor eigen bijdragen Wmo.

  • 4.

    Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor tijdige betaling van haar facturen.

  • 5.

    Gemeenten declareren één keer per kwartaal de uitgaven zorg bij de centrumgemeente.

Artikel 25 Communicatie

  • 1.

    Het Regionaal Inkoopteam is het aanspreekpunt voor de gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken voor alle contractuele afspraken en vraagstukken over de uitgevoerde inkoop en aanbesteding.

  • 2.

    Gemeenten zijn aanspreekpunt voor gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen en aanverwante taken wat betreft het berichtenverkeer in het GGK en de lokale factuurafhandeling.

Hoofdstuk 7 Tussentijds wijzigen, toetreden, uittreden en opheffen

Artikel 26 Tussentijdse wijziging

  • 1.

    De colleges van de gemeenten kunnen tussentijds aan de centrumgemeente voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

  • 2.

    Na een positief advies van het Poho MZ over het wijzigingsvoorstel doen de gemeenten een daartoe strekkend voorstel toekomen aan hun colleges.

  • 3.

    Wijzigingen worden voor een zienswijze door de colleges voorgelegd aan hun raden.

  • 4.

    Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden.

  • 5.

    Op de tussentijdse wijziging van deze regeling is artikel 31 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27 Tussentijdse toetreding

  • 1.

    Andere gemeenten kunnen tussentijds tot deze regeling toetreden, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden.

  • 2.

    De gemeenten regelen in overleg de rechten en verplichtingen die voor de toe te treden gemeente uit de regeling voortvloeien.

  • 3.

    Indien een gemeente tot de regeling wenst toe te treden, draagt deze gemeente de financiële gevolgen van deze toetreding.

  • 4.

    Op de tussentijdse toetreding tot deze regeling is artikel 31 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 28 Tussentijdse uittreding

  • 1.

    Een regiogemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling (op het gebied van beschermd wonen en aanverwante taken) door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad.

  • 2.

    Een regiogemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden.

  • 3.

    Een regiogemeente maakt het voornemen tot uittreding minimaal een jaar van tevoren per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente.

  • 4.

    Als een regiogemeente uittreedt, zal die gemeente tot 1-1-2030 de jaarlijkse uitvoeringskosten van de centrumgemeente en de contractuele verplichtingen met aanbieders aan de centrumgemeente blijven voldoen. Daarnaast betaalt die regiogemeente de werkelijke kosten ten gevolge van de uittreding. De centrumgemeente stelt de hoogte van de in dit lid genoemde kosten vast in overleg met de gemeenten.

  • 5.

    De uitgetreden regiogemeente is verantwoordelijk voor het regelen van beschermd wonen of aanverwante taken voor de betreffende gemeente.

  • 6.

    Op de tussentijdse uittreding uit deze regeling is artikel 31 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29 Tussentijdse opheffing of beëindiging

  • 1.

    De regeling wordt tussentijds opgeheven voor beschermd wonen en/of aanverwante taken, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden.

  • 2.

    De regeling kan niet tussentijds worden opgeheven voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg, aangezien de gemeente ’s-Hertogenbosch is aangewezen als centrumgemeente door het Rijk.

  • 3.

    Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2030, regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan.

  • 4.

    De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten.

  • 5.

    Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten.

  • 6.

    Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel.

  • 7.

    Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 31 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 8 Overige bepalingen

Artikel 30 Geschillen

Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wgr, verplichten de gemeenten zich om in geval van geschillen over de inhoud en uitvoering van deze Centrumregeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten.

Artikel 31 Aanwijzing artikel 26 Wgr gemeente

Het college van de centrumgemeente is aangewezen om uitvoering te geven aan artikel 26 van de Wgr.

Artikel 32 Privacy

De gemeenten waarborgen, als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, dat bij de onderlinge gegevensuitwisseling de vigerende privacywetgeving wordt nageleefd.

Artikel 33 Inwerkingtreding, duur van de regeling en opheffing

  • 1.

    Deze centrumregeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze centrumregeling wordt aangegaan voor de duur van vier jaar en eindigt derhalve van rechtswege op 31 december 2029.

  • 3.

    Deze centrumregeling kan na 31 december 2029 maximaal tweemaal met 1 jaar verlengd worden, na instemming van alle colleges tenminste 1 jaar voor de startdatum van de beoogde verlenging.

Artikel 34 Bekendmaking

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking van de regeling in het gemeenteblad van de centrumgemeente.

  • 2.

    Gemeenten nemen deze regeling op in het door hen bij te houden register als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wgr.

Artikel 35 Slotbepaling

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de gemeenten met elkaar in overleg.

Artikel 36 Citeertitel

Deze centrumregeling wordt aangehaald als Centrumregeling Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2026-2030.

 

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Boxtel d.d. 21 oktober 2025

Namens de gemeente Boxtel

Dhr. W. van der Zanden, wethouder

 

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente ’s-Hertogenbosch d.d. 24 juni 2025

Namens de gemeente ’s-Hertogenbosch

Dhr. P.P. Slikker, wethouder

 

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Maasdriel d.d. 4 november 2025

Namens de gemeente Maasdriel

Mw. J.H.A. Sørensen, wethouder

 

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Meierijstad d.d. 16 september 2025

Namens de gemeente Meierijstad

Dhr. H.J. Compagne, wethouder

 

Aldus vastgesteld door het college de gemeente Sint-Michielsgestel d.d. 21 oktober 2025

Namens de gemeente Sint-Michielsgestel

Dhr. P.J.H. Raaijmakers, wethouder

 

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Vught d.d. 1 juli 2025

Namens de gemeente Vught

Dhr. N. de Lange, wethouder

 

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Zaltbommel d.d. 2 september 2025

Namens de gemeente Zaltbommel

Dhr. W. de Graaff, wethouder

 

 

Naar boven