Afvalstoffenverordening gemeente Bunnik

De raad van de gemeente Bunnik;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 4 november 2025;

gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer

en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling

huishoudelijke afvalstoffen;

rekening houdend met het Uitvoeringsplan Grondstoffen Gemeente Bunnik 2024-2027;

overwegende dat het beheer van afvalstoffen doelmatig moet worden ingeregeld en het milieu bescherming

behoeft;

gezien het verslag van de inspraakprocedure;

BESLUIT VAST TE STELLEN

Afvalstoffenverordening gemeente Bunnik

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Afgedankte elektrische en elektrische apparatuur: Afgedankte elektrische en elektrische apparatuur is apparatuur met een stekker of een accu/batterij die afkomstig is van particuliere huishoudens of van andere bronnen en die naar aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is.

  • b.

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik.

  • c.

    Fijn huishoudelijk restafval: huishoudelijk afvalstoffen die overblijven na scheiding in andere

  • deelstromen.

  • d.

    Gebruikers: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan

  • ingevolge artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;

  • e.

    Gezelschapsdier: alle dieren die de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, met als doel het

  • gezelschap houden van de mens. Tot deze categorie behoren onder meer: honden, katten,

  • knaagdieren, kooi- en volièredieren, duiven en vissen. Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels,

  • parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten behoren eveneens tot deze categorie, indien er geen

  • commerciële opbrengst aan verbonden is zoals de productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden. Onder de categorie gezelschapsdier worden niet bedoeld landbouwdieren (voor hobby of commercie) zoals runderen, paarden, schapen, (dwerg-) geiten, varkens, hangbuikzwijnen en herten.

  • f.

    GFE-T: Biologisch afbreekbaar groente-, fruit-, etensresten- en tuinafval.

  • g.

    Grof huishoudelijke afvalstoffen: huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere (bestandsdelen van) huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling aan te bieden.

  • h.

    Houder: eigenaar of houder van een dood gezelschapsdier.

  • i.

    Huis-aan-huisblad: een ongeadresseerd drukwerk dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis

  • wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, daarbij de indeling van de gemeente volgend en waarvan tenminste dertig procent van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame zoals vastgesteld conform de Code verspreiding

  • ongeadresseerd reclamedrukwerk (CODE VOR) van de Stichting Reclame Code.

  • j.

    Inzamelaar: de in artikel 3, tweede lid aangewezen persoon of instanties die belast is met het

  • afzonderlijk inzamelen van bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen.

  • k.

    Inzameldienst: de in artikel 3, eerste lid aangewezen inzameldienst die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • l.

    Inzamelmiddel: een hulp- of bewaarmiddel ten behoeve van een huishouden dat bestemd is voor de inzameling van bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen.

  • m.

    Inzamelplaats: de in artikel 7, vierde lid aangewezen inzamelplaats.

  • n.

    Inzamelvoorziening: een hulp- of bezwaarmiddel ten behoeve van meerdere huishoudens dat bestemd is voor de inzameling van bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen.

  • o.

    Klein Chemisch Afval: huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

  • p.

    Klein gevaarlijk afval: Klein gevaarlijk afval (kga) is een verzamelnaam voor allerlei soorten gevaarlijk afval afkomstig van huishoudens. Dit is bijvoorbeeld brandbaar, giftig en/of kan exploderen, of schadelijk kan zijn voor het milieu. Voorbeelden hiervan zijn drukhouders, (motor-)olie, medicijnen of batterijen.

  • q.

    Metaal: producten met als belangrijkste bestanddeel ferro (magnetisch) en non-ferro (niet-magnetisch).

  • r.

    Ongeadresseerd drukwerk: Reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde.

  • I.

    een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor gebruikers van een perceel of bedrijven van belang zijn om te weten;

  • II.

    drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties.

  • s.

    Perceel: een gebouw waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

  • t.

    PBD: Plastic verpakkingsafval, blik en drinkpakken.

  • u.

    Straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, confetti, serpentine niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel.

  • v.

    Ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzameldienst of een

  • inzamelaar, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege inzameldienst of inzamelaar geplaatste inzamelplaats, -middelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen

  • plaats.

  • w.

    Wet: de Wet Milieubeheer.

Artikel 2 Doelstelling

De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een

doelmatig beheer van afvalstoffen.

Hoofdstuk 2 Huishoudelijke afvalstoffen

Paragraaf 2.1 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3 Aanwijzing van de inzameldienst en andere inzamelaars

  • 1.

    Het college wijst een inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij die anderen

  • daartoe zijn aangewezen door het college;

  • bij nadere regels van het college van het verbod zijn vrijgesteld; of

  • verplicht zijn tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van

  • de Wet.

  • 3.

    Het college kan aan een aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, onder a, voorschriften verbinden en

  • beperkingen stellen.

  • 4.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid onder a.

Artikel 4 Gescheiden afvalinzameling

  • 1.

    Het college stelt regels over

  • a.

    de bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld;

  • b.

    de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt;

  • c.

    de frequentie van de inzameling;

  • d.

    de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

  • 2.

    In ieder geval worden de volgende bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk

  • ingezameld:

  • a.

    Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;

  • b.

    Groente-, fruit-, etensresten en tuinafval

  • c.

    Fijn huishoudelijk restafval;

  • d.

    Klein gevaarlijk afval;

  • e.

    Glas;

  • f.

    Grof huishoudelijk;

  • g.

    Metaal;

  • h.

    Papier en Karton;

  • i.

    PBD;

  • j.

    Textiel;

  • k.

    Overige door het college aangewezen bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen dan wel de bestandsdelen daarvan.

Paragraaf 2.2 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 5 Algemene verboden

  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:

  • a.

    ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar;

  • b.

    over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

  • c.

    of achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 7, vierde lid.

  • 2.

    Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling

  • aan te bieden.

Artikel 6 Wijze en plaats van aanbieding

  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in

  • overeenstemming met het door het college te stellen regels over het gebruik van:

  • a.

    een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;

  • b.

    een inzamelvoorziening nabij percelen voor de gebruikers van deze percelen;

  • c.

    een inzamelplaats als bedoeld in artikel 7, vierde lid.

  • 2.

    Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een

  • vrijstelling van het verbod inhouden.

Artikel 7 Aanwijzing en verstrekken van inzamelmiddelen, -voorzieningen en -plaats

  • 1.

    Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening bepaalde bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.

  • 2.

    Het college kan plaatsen aanwijzen voor inzamelvoorzieningen.

  • 3.

    In het belang van een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen kan het college besluiten dat inzameling nabij elk perceel plaatsvindt.

  • 4.

    Het college draagt zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.

Artikel 8 Gescheiden aanbieding

  • 1.

    Het is verboden bestandsdelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 4, tweede lid anders dan afzonderlijk ter inzameling te bieden op een wijze als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is het verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 4 anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de bestandsdelen huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 4, tweede lid.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9 Tijdstip van aanbieding

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op het door het college

daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden

vastgesteld.

Hoofdstuk 3 Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 10 Inzameling bedrijfsafvalstoffen

Het college kan bestandsdelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de

inzameldienst of de inzamelaar in gevallen waarin de voor deze inzameling het verschuldigde heffing is

voldaan.

Artikel 11 Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 10 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de

inzameldienst of inzamelaar aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel

7, vierde lid achter te laten.

Artikel 12 Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen

  • 1.

    Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 10 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van

  • bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst of inzamelaar. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod van het eerste lid inhouden.

Hoofdstuk 4 Afval in de openbare ruimte

Artikel 13 Dumpingsverbod

  • 1.

    Het is verboden om buiten een inrichting hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.

  • 2.

    Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op:

  • a.

    het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening en de door het college vastgestelde nadere regels;

  • b.

    het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;

  • c.

    het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

  • d.

    handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet, of het Besluit bodemkwaliteit.

  • 4.

    Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 14 Voorkomen van afval in de openbare ruimte

  • 1.

    Het is verboden om straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven afvalbakken.

  • 2.

    Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven afvalbakken, afvalmanden of soortgelijke voorwerpen.

  • 3.

    Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken of te verspreiden.

  • 4.

    Het is verboden afvalbakken, afvalmanden en soortgelijke voorwerpen dan wel inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen te doorzoeken en te verspreiden;

  • 5.

    Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen, die ter inzameling

  • gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of deze anderszins te behandelen

  • waardoor de afvalstoffen buiten deze middelen en voorzieningen terechtkomen.

  • 6.

    De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse

  • kunnen worden genuttigd, is verplicht

  • a.

    een afvalbak, afvalmand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten;

  • b.

    zorg te dragen dat deze afvalbak, afvalmand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, afvalmand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd;

  • c.

    zorg te dragen dat gedurende de openingstijden tot uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, en in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, circa 25 meter rondom de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.

Artikel 15 Reclame

  • 1.

    Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.

  • 2.

    Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het artikel

  • 15, eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd

  • door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.

  • 3.

    Een huis-aan-huisblad mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker

  • kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.

Artikel 16 Geen opslag van afval in de open lucht

  • 1.

    Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing het in overeenstemming met hoofdstuk 2 en 3 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van afvalstoffen.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.

Artikel 17 Afval en verontreiniging op de weg

  • 1.

    Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

  • 2.

    Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens

  • opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18 Ontdoen van autowrakken

Het is verboden zich te ontdoen van een auto-, brommer-, motor- of scooterwrak anders dan door afgifte

aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van

tweewielige motorvoertuigen.

Hoofdstuk 5 Dode gezelschapsdieren

Artikel 19 Kadavers van gezelschapsdieren

Het college wijst één of meer inzamelplaatsen aan waar dode gezelschapsdieren in ontvangst kunnen

worden genomen.

Artikel 20 Aangifte van dode gezelschapsdieren

  • 1.

    De houder is verplicht uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het dode

  • gezelschapsdier is aangetroffen, het dier te vervoeren naar een verzamelplaats zoals bedoeld in artikel 19 van deze verordening en het daar aan te geven en tegen de daaraan verbonden kosten af te staan.

  • 2.

    Tot het tijdstip van afgifte moet de houder het dode gezelschapsdier zodanig bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.

Artikel 21 Uitzonderingen

Het bepaalde in hoofdstuk 5 van deze verordening is niet van toepassing indien:

  • a.

    het dode gezelschapsdier wordt begraven op een dierenbegraafplaats of op een terrein dat ter

  • beschikking staat van de houder;

  • b.

    het dode gezelschapsdier wordt gecremeerd bij een dierencrematorium;

  • c.

    de houder het dode gezelschapsdier laat inslapen door tussenkomst van een dierenarts, die ervoor

  • zorgt dat het dier ter verwerking wordt aangeboden.

Hoofdstuk 6 Toezicht- en handhaving

Artikel 22 Strafbare feiten

Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 5, 6, 8, 9 en 11 tot en met 21 bepaalde en de daarbij

gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de

Wet op de economische delicten.

Artikel 23 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens

de artikel 18.6 van de Omgevingswet aangewezen ambtenaren alsmede de door het college aangewezen

ambtenaren.

Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 24 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de Afvalstoffenverordening gemeente Bunnik 2026.

Artikel 25 Slotbepalingen

  • 1.

    De Verordening dode gezelschapsdieren gemeente Bunnik wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Afvalstoffenverordening gemeente Bunnik 2010 wordt ingetrokken.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 2026.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 11 december 2025.

De griffier,

De voorzitter,

Naar boven