Beleidsregels bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk Sliedrecht

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders,

 

Overwegende dat,

 

Het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen omtrent:

 

  • De gezamenlijke bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak van (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen binnen de gemeente Sliedrecht.

 

Omdat:

 

  • -

    De aanwezigheid van illegaal vuurwerk in panden of op erven en terreinen, zonder benodigde veiligheidsvoorzieningen en door ondeskundig gebruik, gevaarlijk is voor de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid van de directe leefomgeving van een locatie;

  • -

    Het integraal voorkomen van (verdere) vuurwerkoverlast en overtredingen wenselijk is.

 

Gelet op:

 

  • De artikelen 1: 3 vierde lid, 4:81 eerste lid en 4:83 vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • Het Vuurwerkbesluit

  • De Omgevingswet, in het bijzonder de artikelen 1.6, 4.3, 4.21 en 5.1;

  • Het besluit bouwwerken leefomgeving, in het bijzonder 6.1 t/m 6.4;

  • Het Besluit activiteiten leefomgeving, in het bijzonder artikel 3.31;

  • De Woningwet, in het bijzonder artikel 17;

  • Artikel 174a Gemeentewet;

  • Voorschriften van het omgevingsplan binnen de gemeente Sliedrecht.

 

1. Inleiding

De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Sliedrecht regelt lokale voorschriften voor consumentenvuurwerk en carbidschieten. De aanpak van illegaal of professioneel vuurwerk valt onder landelijke wetgeving, zoals het Vuurwerkbesluit en op de algemene bestuursrechtelijke bevoegdheden van de burgemeester en het college van B&W.

Deze beleidsregels beschrijven hoe de gemeente Sliedrecht bestuurlijke maatregelen inzet bij het aantreffen, opslaan of verhandelen van illegaal vuurwerk en hoe instrumenten zoals waarschuwingen, dwangsommen en sluitingen worden toegepast.

2. Wet- en regelgeving

In overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving hebben de burgemeester en het college van B&W afzonderlijk van elkaar bevoegdheden om bestuurlijke maatregelen te treffen om de aanwezigheid van en handel in grote hoeveelheden illegaal vuurwerk tegen te gaan.

 

2.1. Bevoegdheden burgemeester

Op grond van artikel 174a Gemeentewet beschikt de burgemeester de bevoegdheid om een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten indien sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde. De bevoegdheid van de burgemeester komt eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van artikel 174a eerste lid, onderdeel a, is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.

Gelet op de gevaarzetting van illegaal vuurwerk die ervan uitgaat behoeft geen betoog dat het opslaan en/of het handelen in grote hoeveelheden illegaal vuurwerk een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid en gezondheid van de bewoners en de directe omgeving. Daarnaast kan het leiden tot mogelijke sterk onveiligheidsgevoel en angst in de omgeving. Indien er voor het directe gevaar is geweken doordat de politie het aanwezige vuurwerk in beslag heeft genomen, kan de burgemeester indien er sprake is van ernstige vrees voor herhaling van verstoring van de openbare orde overgaan tot sluiting.

 

2.2. Bevoegdheden college van B&W

Het college van burgemeester en wethouders (B&W) ontleent de bevoegdheid tot tijdelijke sluiting van een bouwwerk, erf of terrein aan artikel 17 van de Woningwet. Deze bevoegdheid kan worden toegepast bij herhaalde overtredingen van bij of krachtens de Omgevingswet gestelde voorschriften, indien sprake is van een gevaar voor de leefbaarheid, gezondheid of veiligheid.

 

2.2.1. Toepassing bij illegaal vuurwerk

Het aanwezig hebben, opslaan of verhandelen van illegaal vuurwerk kan een aanzienlijke gevaarzetting vormen voor de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving, zoals bij brand- of explosierisico’s. Hierdoor is in de regel aannemelijk dat sprake is van een bedreiging voor de gezondheid, veiligheid of leefbaarheid. Het aantonen van een verstoring van de openbare orde is hierbij niet vereist.

 

2.2.2. Voorwaarden voor sluiting

Sluiting op grond van artikel 17 Woningwet wordt uitsluitend toegepast wanneer:

  • 1.

    Op dezelfde locatie eerder een waarschuwing is gegeven of een last onder dwangsom is opgelegd in verband met het aangetroffen illegaal vuurwerk;

  • 2.

    Deze eerdere last volledig is uitgewerkt;

  • 3.

    Ondanks de eerdere maatregel opnieuw een overtreding wordt geconstateerd;

  • 4.

    Sluiting noodzakelijk is om herhaling van gevaarzettend gedrag te voorkomen en de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen.

3. Tweesporenbeleid

De gemeente Sliedrecht acht een integrale aanpak van illegaal vuurwerk zowel wenselijk als noodzakelijk om nieuwe incidenten en gevaarlijke situaties op locaties waar eerder illegaal vuurwerk is aangetroffen te voorkomen. Met de inbeslagname van illegaal vuurwerk door de politie wordt de directe gevaarzetting namelijk weliswaar in veel gevallen reeds beëindigd, maar dat geldt niet voor de kans op herhaling van de overtreding. Een integrale aanpak biedt de mogelijkheid om naast strafrechtelijke ook bestuursrechtelijke maatregelen in te zetten. Om (verdere) aantasting van de openbare orde en veiligheid te voorkomen en de leefbaarheid van de inwoners van gemeente Sliedrecht te waarborgen. Vanwege het verschillende karakter van beide rechtsgebieden kunnen strafrechtelijke sancties en bestuursrechtelijke maatregelen die zijn gericht op herstel naast elkaar worden toegepast. Waar het strafrecht punitief van aard is en derhalve bestraffing tot doel heeft, wordt met een bestuursrechtelijke maatregel van de burgemeester of het college van B&W in beginsel beoogd om de openbare orde en veiligheid te herstellen, dan wel te voorkomen dat deze verder wordt verstoord.

4. Soorten vuurwerk en risico’s

4.1. Indeling vuurwerksoorten in lijsten

De richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelict onderscheidt vier lijsten van vuurwerk. De indeling van het vuurwerk is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van het betreffende soort vuurwerk uitgaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. Dat wil zeggen dat bij hogere lijsten de potentiële gevaarzetting voor de leefbaarheid, gezondheid en veiligheid van betrokkenen en de directe leefomgeving groter is.

 

Lijst 1: consumentenvuurwerk

Vuurwerk in deze lijst behoort tot het in Nederland toegestaan (lichter) consumentenvuurwerk, zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenwerk. Consumenten mogen dit vuurwerk op bepaalde tijdstippen kopen en afsteken. Zij mogen maximaal 25 kg consumentenvuurwerk in een besloten ruimte hebben opgeslagen. Categorie F1 staat aangeduid op dit soort vuurwerk.

 

Lijst 2: lichter professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk

In deze lijst wordt vuurwerk ingedeeld dat behoort tot categorie F2 en F3 van het Vuurwerkbesluit, voor zover het gaat om vuurwerk met minder dan 6 gram Netto Explosieve Massa en het vuurwerk per stuk niet langer is dan 55 millimeter. Daarnaast vallen ook rookbommen in de categorie T1/T2 en handfakkels tot deze lijst.

Lijst 2 is sinds 1 oktober 2020 opgedeeld in subcategorieën A en B. Dit heeft te maken met de categorie-indeling F2 en F3. Beide categorieën zijn verboden, maar verschillen iets in gevaarzetting. Aangezien beide categorieën illegaal zijn en het verschil in gevaarzetting gering is, wordt er in de handhavingsmatrixen geen onderscheid gemaakt tussen subcategorie A en B.

 

Lijst 3: Specifieke soorten professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk dat levensgevaarlijk is

Het overige professionele en niet gedefinieerde vuurwerk valt onder deze lijst. Het gaat dan om vuurwerk dat geen opschrift heeft, vuurwerk in de categorie P1/P2 met meer dan 6 gram Netto Massa Explosief en vuurwerk dat per stuk langer is dan 55 millimeter. Dergelijke vuurwerksoorten zijn in het vuurwerkbesluit ingedeeld in categorie F4 en kunnen bij gebruik door particulieren levensgevaarlijk zijn. Te denken valt aan Lawinepijlen, Bangers, Shells (mortierbommen), Flowerbeds en Romeinse kaarsen. Vuurwerk dat geen opschrift heeft of onder categorie F4 van het vuurwerkbesluit valt behoren ook tot deze lijst.

 

Lijst 4: Geïmproviseerd vuurwerk (zelf vervaardigd of aangepast)

Onder de zelfgemaakte en aangepaste (geïmproviseerde) vuurwerkartikelen vallen alle soorten explosiefgelijke voorwerpen waarvan de lading afkomstig is uit ander, veelal illegaal, vuurwerk.

 

4.2. Risico’s

Niet toegestaan vuurwerk bevat vaak 5 tot 50 gram aan flitspoeder. Flitspoeder heeft als eigenschap dat het massa-explosief kan zijn. Dit betekent wanneer één stuk ontbrandt de rest ook kan afgaan met een explosie tot gevolg. Deze zwaardere hoeveelheden en andere soorten springstof komen vooral voor bij vuurwerksoorten die vallen onder lijst 2 of hoger. Dit komt ook tot uiting in de handhavingsmatrixen, op basis waarvan een overtreding van Lijst 1 in beginsel leidt tot een lichtere sanctiemaatregel dan een overtreding van bijvoorbeeld Lijst 4. De uiteindelijk op te leggen sanctiemaatregel na een geconstateerde overtreding is dus steeds afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval.

5. Handhavingsmaatregelen

5.1. Handhavingsmatrix bevoegdheid burgemeester

Tabel 1: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 1 t/m 4 en daarnaast (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde (toepassing artikel 174a Gemeentewet)

Overtreding

Sluitingstermijn

Lijst 1 + openbare orde aspecten

Sluiting locatie voor 6 weken

Lijst 2 + openbare orde aspecten

Sluiting locatie voor 12 weken

Lijst 3 + openbare orde aspecten

Sluiting locatie voor 18 weken

Lijst 4 + openbare orde aspecten

Sluiting locatie voor 24 weken

 

Sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet wordt in het kader van deze beleidsregels uitsluitend toegepast indien blijkens de door de politie aangeleverde gegevens zich naast de vuurwerkovertreding tevens één van de volgende feiten of omstandigheden voordoet:

  • -

    Er is sprake van ernstige (dreiging van) vernielingen als gevolg van misbruik van vuurwerk, brandstichting of anderszins in de directe omgeving van het pand of erf;

  • -

    Ernstige (dreiging van) bedreigingen of feitelijk toegepast geweld door middel van inzet van vuurwerk of anderszins, door de betrokkene (eigenaar /bewoner /rechthebbende /huurder etc.) van het pand of erf.

  • -

    Er is grootschalige illegale handel in vuurwerk vanuit het pand of erf geconstateerd met vastgestelde verkeersbewegingen van en naar het pand door klanten;

  • -

    Aanwezigheid van verboden wapens of andere overtredingen van de Wet wapens en munitie;

  • -

    Aanwezigheid van verboden middelen en stoffen of verboden voorbereidingshandelingen, zoals bedoeld in artikel 13, lid 1 onder a en b Opiumwet;

  • -

    Er zijn grote hoeveelheden cashgeld aanwezig die kunnen duiden op criminele activiteiten;

  • -

    Andere ernstige feiten of omstandigheden, waaruit blijkt dat er gerechtvaardigde vrees is voor (herhaalde) ernstige verstoring van de openbare orde.

Indien één van bovenstaande feiten of omstandigheden zich voordoen, dan worden de maatregelen uit de handhavingsmatrix die is gebaseerd op de bevoegdheid van de burgemeester toegepast en niet voortvloeien uit de bevoegdheden van het college van B&W.

 

5.2. Handhavingsmatrixen bevoegdheden college van B&W

Tabel 2: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 1

Hoeveelheid

 

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

26-50 kg

Waarschuwing

Opleggen dwangsom van €1.500 per overtreding met een maximum van €3.000

Verbeuring 1e dwangsom van €1.500

Verbeuring 2e dwangsom van €1.500

51-100 kg

Opleggen dwangsom van €2.000 per overtreding met een maximum van €4.000.

Verbeuring 1e dwangsom van €2.000

Verbeuring 2e dwangsom van €2.000

Sluiting locatie voor 3 weken.

> 100 kg

Opleggen dwangsom van €2.500 per overtreding met een maximum van €5.000.

Verbeuring 1e dwangsom van €2.500

Verbeuring 2e dwangsom van €2.500

Sluiting locatie voor 6 weken.

 

Tabel 3: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 2

Hoeveelheid

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

10-100 kg of 20-100 stuks

Opleggen dwangsom van €3.000 per overtreding met een maximum van €6.000.

Verbeuring 1e dwangsom van €3.000

Verbeuring 2e dwangsom van €3.000

Sluiting locatie voor 9 weken.

> 100 kg of

> 100 stuks

Opleggen dwangsom van €3.500 per overtreding met een maximum van €7.000.

Verbeuring 1e dwangsom van €3.500

Verbeuring 2e dwangsom van €3.500

Sluiting locatie voor 12 weken.

 

Tabel 4: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 3

Hoeveelheid

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

10-100 kg of 20-100 stuks

Opleggen dwangsom van €4.000 per overtreding met een maximum van €8.000.

Verbeuring 1e dwangsom van €4.000.

Verbeuring 2e dwangsom van €4.000.

Sluiting locatie voor 15 weken.

> 100 kg of

> 100 stuks

Opleggen dwangsom van €5.000 per overtreding met een maximum van €10.000.

Verbeuring 1e dwangsom van €5.000.

Verbeuring 2e dwangsom van €5.000.

Sluiting locatie voor 18 weken.

 

Tabel 5: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 4

Hoeveelheid

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

0-5 kg of 1-10 stuks

Opleggen dwangsom van €7.500 per overtreding met een maximum van €15.000

Verbeuring 1e dwangsom van €7.500

Verbeuring 2e dwangsom van €7.500

Sluiting locatie voor 21 weken.

> 5 kg of

> 10 stuks

Opleggen dwangsom voor €9.000 per overtreding met een maximum van €18.000

Verbeuring 1e dwangsom van €9.000

Verbeuring 2e dwangsom van €9.000

Sluiting locatie voor 24 weken.

 

5.3. Verzwarende en verzachtende omstandigheden

De maatregelen die zijn opgenomen in de handhavingsmatrixen gelden als uitgangspunt na constatering van de aanwezigheid van illegaal vuurwerk. Per situatie kan de opgelegde dwangsomhoogte of sluitingstermijn echter worden aangepast naar de omstandigheden van het geval.

 

5.3.1. Verzwarende omstandigheden

Er kunnen zich situaties voordoen die ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is. Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat enkel een bestuurlijke waarschuwing niet afdoende is en dat om die reden direct overgegaan wordt tot het opleggen van een hogere dwangsom of (langere) sluiting. Dit kunnen de volgende situaties zijn:

  • -

    Het vuurwerk ligt in een ruimte opgeslagen binnen een veiligheidsafstand van een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object, zoals bepaald in van het Vuurwerkbesluit,

    • Van 0-750 kg binnen 400 meter van de ruimte;

    • Van 750-6000 kg binnen 800 meter vanaf de ruimte;

  • -

    Het vuurwerk wordt aangetroffen in een pand of woning waarin ook illegale wapen of munitie wordt aangetroffen;

  • -

    Er wordt gehandeld i illegaal vuurwerk waarbij het ernstige vermoeden bestaat van loop naar de locatie;

  • -

    De overtreder volgens de door de politie verstrekte gegevens, voorafgaand aan de eerste ontdekking op huidige locatie, eerdere strafrechtelijke vuurwerkovertredingen of vuurwerk gerelateerde overtredingen elders heeft begaan, waardoor de kans op herhaling op de huidige locatie groter is.

Indien sprake is van verzwarende omstandigheden, kan de hoogte van de dwangsom met maximaal 50% worden verhoogd. Sluitingstermijnen kunnen als gevolg van verzwarende omstandigheden met maximaal 4 weken worden verlengd.

 

5.3.2. Verzachtende omstandigheden

Andersom kan bij toepassing van de bevoegdheden van het college van B&W ook sprake zijn van verzachtende omstandigheden, in welk geval ten gunste van de overtreder kan worden afgeweken van de maatregelen die zijn opgenomen in de handhavingsmatrixen.

  • -

    Hiervan is in ieder geval sprake als de vuurwerkovertreding door een minderjarige is gepleegd, in welk geval tevens aan diens ouders/verzorgers bestuursrechtelijke maatregelen zullen worden opgelegd conform onderhavig handhavingsarrangement. De genoemde dwangsomhoogten worden bij de aanwezigheid van verzachtende omstandigheden met maximaal 50% verminderd. Sluitingstermijnen kunnen met maximaal 4 weken worden verminderd.

  • -

    Wanneer blijkt dat een verhuurder of eigenaar van een locatie voorzorgsmaatregelen trof ter preventie van illegale vuurwerkhandel dan wel de aanwezigheid van vuurwerk, maar dit toch is aangetroffen, dan kan de eigenaar of verhuurder worden ontzien van een bestuursrechtelijke maatregel.

5.4. Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten

De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de genoemde lijsten en soorten vuurwerk. In de praktijk worden vaak meerdere soorten vuurwerk aangetroffen; er kan dus sprake zijn van een samenloop van lijsten. In dat geval zullen in beginsel maatregelen worden toegepast die conform de handhavingsmatrixen passen bij de lijst met het zwaarste vuurwerk, tenzij sprake is van feiten en omstandigheden die toepassing van maatregelen behorende bij een lichtere lijst rechtvaardigen.

  • -

    Indien de aangetroffen hoeveelheden/aantallen van een lagere lijst hoger zijn dan de hoeveelheden/aantallen van de hogere lijst en de totale hoeveelheden aangetroffen illegaal vuurwerk zich niet verzet tegen toepassing van de lagere lijst.

  • -

    Indien er vuurwerk wordt aangetroffen dat is ingedeeld in lijst 4, worden gelet op de ernstige gevaarzetting van dit soort vuurwerk altijd de maatregelen uit tabel 4 toegepast, ongeacht de eventuele hoeveelheden/aantallen vuurwerk uit lagere lijsten.

     

5.5. Geen onderscheid tussen woningen en niet-woningen

Ten behoeve van de overzichtelijkheid en eenduidigheid wordt bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom of de lengte van een sluitingstermijn geen verschil gemaakt tussen woningen en lokalen of erven. Alle bedragen en termijnen zijn namelijk reeds afgestemd op de (doorgaans lagere respectievelijk kortere) bedragen en termijnen die van toepassing zijn op de woningen.

 

5.6. Geldigheidstermijn overtreding

Voor de handhavingsmatrixen geldt dat een volgende stap wordt gezet in de matrix wanneer binnen vijf jaar na een vorige overtreding opnieuw een overtreding plaatsvindt.

 

6. Inherente afwijkingsbevoegdheid en hardheidsclausule

De burgemeester en het college van B&W hebben bij de besluitvorming over een te treffen maatregel een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen bij de handhavingsmaatregelen gelden daarbij als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven dan kan de burgemeester of het college van B&W afwijken van deze uitgangspunten.

De bestuurlijke maatregelen die zijn opgenomen in de handhavingsmatrixen hebben mogelijk vergaande gevolgen voor de belanghebbende, temeer indien wordt overgegaan tot sluiting van een pand of erf. De aanwezigheid van illegaal vuurwerk en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid zijn echter dermate ernstig dat herstel daarvan als algemeen belang in beginsel zwaarder wordt geacht dan het individuele belang van een eigenaar, verhuurder of gebruiker van dat pand of erf. Indien er echter sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een andere afweging dienen te leiden omdat toepassing van de handhavingsmatrixen een of meerdere belanghebbenden onevenredig zou treffen in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen, kan de burgemeester of het college van B&W ook ten gunste van de overtreder afwijken van de handhavingsmaatregelen.

7. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB)

Indien wordt overgegaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf, wordt het besluit daartoe geregistreerd en gepubliceerd in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (het WKPB-register). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking betreffende de onroerende zaak bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit ook aangepast in het WKPB-register.

8. Tijdelijke schorsing en opheffing sluiting

Door een belanghebbende kan aan het college van B&W tussentijds schriftelijk worden verzocht de sluiting tijdelijk op te schorten of op te heffen, indien een pand of erf voor de eerste keer op grond van artikel 17 Woningwet is gesloten vanwege herhaling van overtredingen. Dit kan onder de volgende voorwaarden:

  • -

    Het gaat om feiten omstandigheden waar in de besluitvorming geen rekening mee is gehouden omdat deze ofwel niet eerder door de betrokkene zijn aangegeven, ofwel die onvoorzienbaar waren;

  • -

    Uit het verzoek blijkt doel en noodzaak van de tijdelijke opheffing (bijvoorbeeld het voorkomen of het herstel van verdere schade), de gewenste duur van de schorsing en de personen en partijen die gedurende de schorsing noodzakelijkerwijs aanwezig moeten zijn (bijvoorbeeld een schade- of verzekeringsexpert).

Indien een pand of erf door de burgemeester is gesloten op grond van artikel 174a Gemeentewet, kunnen betrokkenen de burgemeester onder dezelfde voorwaarden verzoeken om de sluiting tijdelijk te schorsen.

 

Na de feitelijke sluiting door het college van B&W of de burgemeester, dan kan een niet bij de betreffende of een eerdere overtreding betrokken verhuurder het bevoegde bestuursorgaan tevens schriftelijk verzoeken om de sluitingsperiode permanent op te heffen. De verhuurder dient bij zijn verzoek een plan van aanpak en motivering in, waaruit blijkt op welke wijze een nieuwe vuurwerkovertreding wordt voorkomen.

 

Indien de sluiting heeft plaatsgevonden op grond van artikel 174a Gemeentewet dient uit het plan van aanpak tevens te blijken op welke wijze een verdere verstoring van de openbare orde wordt voorkomen. Het gesloten pand of erf blijft bovendien minimaal 1/3 van de sluitingstermijn gesloten om bijvoorbeeld een duidelijk signaal naar de directe omgeving te blijven geven dat illegaal vuurwerk wordt aangepakt.

9. Inwerkingtreding en citeertitel

  • Dit beleid treedt in werking op 18 december 2025

  • Dit beleid wordt aangehaald als: “Beleidsregels aanpak illegaal vuurwerk Sliedrecht”.

 

Vastgesteld in de vergadering van burgemeester

en wethouders op 16 december 2025

De secretaris, De burgemeester,

N.H. Kuiper mca mcm, mr.drs. J.M. de Vries

Naar boven