Gemeenteblad van Sliedrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sliedrecht | Gemeenteblad 2025, 572317 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sliedrecht | Gemeenteblad 2025, 572317 | beleidsregel |
Beleidsregels bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk Sliedrecht
De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Sliedrecht regelt lokale voorschriften voor consumentenvuurwerk en carbidschieten. De aanpak van illegaal of professioneel vuurwerk valt onder landelijke wetgeving, zoals het Vuurwerkbesluit en op de algemene bestuursrechtelijke bevoegdheden van de burgemeester en het college van B&W.
Deze beleidsregels beschrijven hoe de gemeente Sliedrecht bestuurlijke maatregelen inzet bij het aantreffen, opslaan of verhandelen van illegaal vuurwerk en hoe instrumenten zoals waarschuwingen, dwangsommen en sluitingen worden toegepast.
In overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving hebben de burgemeester en het college van B&W afzonderlijk van elkaar bevoegdheden om bestuurlijke maatregelen te treffen om de aanwezigheid van en handel in grote hoeveelheden illegaal vuurwerk tegen te gaan.
2.1. Bevoegdheden burgemeester
Op grond van artikel 174a Gemeentewet beschikt de burgemeester de bevoegdheid om een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten indien sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde. De bevoegdheid van de burgemeester komt eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van artikel 174a eerste lid, onderdeel a, is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.
Gelet op de gevaarzetting van illegaal vuurwerk die ervan uitgaat behoeft geen betoog dat het opslaan en/of het handelen in grote hoeveelheden illegaal vuurwerk een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid en gezondheid van de bewoners en de directe omgeving. Daarnaast kan het leiden tot mogelijke sterk onveiligheidsgevoel en angst in de omgeving. Indien er voor het directe gevaar is geweken doordat de politie het aanwezige vuurwerk in beslag heeft genomen, kan de burgemeester indien er sprake is van ernstige vrees voor herhaling van verstoring van de openbare orde overgaan tot sluiting.
2.2. Bevoegdheden college van B&W
Het college van burgemeester en wethouders (B&W) ontleent de bevoegdheid tot tijdelijke sluiting van een bouwwerk, erf of terrein aan artikel 17 van de Woningwet. Deze bevoegdheid kan worden toegepast bij herhaalde overtredingen van bij of krachtens de Omgevingswet gestelde voorschriften, indien sprake is van een gevaar voor de leefbaarheid, gezondheid of veiligheid.
2.2.1. Toepassing bij illegaal vuurwerk
Het aanwezig hebben, opslaan of verhandelen van illegaal vuurwerk kan een aanzienlijke gevaarzetting vormen voor de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving, zoals bij brand- of explosierisico’s. Hierdoor is in de regel aannemelijk dat sprake is van een bedreiging voor de gezondheid, veiligheid of leefbaarheid. Het aantonen van een verstoring van de openbare orde is hierbij niet vereist.
2.2.2. Voorwaarden voor sluiting
Sluiting op grond van artikel 17 Woningwet wordt uitsluitend toegepast wanneer:
De gemeente Sliedrecht acht een integrale aanpak van illegaal vuurwerk zowel wenselijk als noodzakelijk om nieuwe incidenten en gevaarlijke situaties op locaties waar eerder illegaal vuurwerk is aangetroffen te voorkomen. Met de inbeslagname van illegaal vuurwerk door de politie wordt de directe gevaarzetting namelijk weliswaar in veel gevallen reeds beëindigd, maar dat geldt niet voor de kans op herhaling van de overtreding. Een integrale aanpak biedt de mogelijkheid om naast strafrechtelijke ook bestuursrechtelijke maatregelen in te zetten. Om (verdere) aantasting van de openbare orde en veiligheid te voorkomen en de leefbaarheid van de inwoners van gemeente Sliedrecht te waarborgen. Vanwege het verschillende karakter van beide rechtsgebieden kunnen strafrechtelijke sancties en bestuursrechtelijke maatregelen die zijn gericht op herstel naast elkaar worden toegepast. Waar het strafrecht punitief van aard is en derhalve bestraffing tot doel heeft, wordt met een bestuursrechtelijke maatregel van de burgemeester of het college van B&W in beginsel beoogd om de openbare orde en veiligheid te herstellen, dan wel te voorkomen dat deze verder wordt verstoord.
4. Soorten vuurwerk en risico’s
4.1. Indeling vuurwerksoorten in lijsten
De richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelict onderscheidt vier lijsten van vuurwerk. De indeling van het vuurwerk is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van het betreffende soort vuurwerk uitgaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. Dat wil zeggen dat bij hogere lijsten de potentiële gevaarzetting voor de leefbaarheid, gezondheid en veiligheid van betrokkenen en de directe leefomgeving groter is.
Vuurwerk in deze lijst behoort tot het in Nederland toegestaan (lichter) consumentenvuurwerk, zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenwerk. Consumenten mogen dit vuurwerk op bepaalde tijdstippen kopen en afsteken. Zij mogen maximaal 25 kg consumentenvuurwerk in een besloten ruimte hebben opgeslagen. Categorie F1 staat aangeduid op dit soort vuurwerk.
Lijst 2: lichter professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk
In deze lijst wordt vuurwerk ingedeeld dat behoort tot categorie F2 en F3 van het Vuurwerkbesluit, voor zover het gaat om vuurwerk met minder dan 6 gram Netto Explosieve Massa en het vuurwerk per stuk niet langer is dan 55 millimeter. Daarnaast vallen ook rookbommen in de categorie T1/T2 en handfakkels tot deze lijst.
Lijst 2 is sinds 1 oktober 2020 opgedeeld in subcategorieën A en B. Dit heeft te maken met de categorie-indeling F2 en F3. Beide categorieën zijn verboden, maar verschillen iets in gevaarzetting. Aangezien beide categorieën illegaal zijn en het verschil in gevaarzetting gering is, wordt er in de handhavingsmatrixen geen onderscheid gemaakt tussen subcategorie A en B.
Lijst 3: Specifieke soorten professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk dat levensgevaarlijk is
Het overige professionele en niet gedefinieerde vuurwerk valt onder deze lijst. Het gaat dan om vuurwerk dat geen opschrift heeft, vuurwerk in de categorie P1/P2 met meer dan 6 gram Netto Massa Explosief en vuurwerk dat per stuk langer is dan 55 millimeter. Dergelijke vuurwerksoorten zijn in het vuurwerkbesluit ingedeeld in categorie F4 en kunnen bij gebruik door particulieren levensgevaarlijk zijn. Te denken valt aan Lawinepijlen, Bangers, Shells (mortierbommen), Flowerbeds en Romeinse kaarsen. Vuurwerk dat geen opschrift heeft of onder categorie F4 van het vuurwerkbesluit valt behoren ook tot deze lijst.
Lijst 4: Geïmproviseerd vuurwerk (zelf vervaardigd of aangepast)
Onder de zelfgemaakte en aangepaste (geïmproviseerde) vuurwerkartikelen vallen alle soorten explosiefgelijke voorwerpen waarvan de lading afkomstig is uit ander, veelal illegaal, vuurwerk.
Niet toegestaan vuurwerk bevat vaak 5 tot 50 gram aan flitspoeder. Flitspoeder heeft als eigenschap dat het massa-explosief kan zijn. Dit betekent wanneer één stuk ontbrandt de rest ook kan afgaan met een explosie tot gevolg. Deze zwaardere hoeveelheden en andere soorten springstof komen vooral voor bij vuurwerksoorten die vallen onder lijst 2 of hoger. Dit komt ook tot uiting in de handhavingsmatrixen, op basis waarvan een overtreding van Lijst 1 in beginsel leidt tot een lichtere sanctiemaatregel dan een overtreding van bijvoorbeeld Lijst 4. De uiteindelijk op te leggen sanctiemaatregel na een geconstateerde overtreding is dus steeds afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval.
5.1. Handhavingsmatrix bevoegdheid burgemeester
Tabel 1: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 1 t/m 4 en daarnaast (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde (toepassing artikel 174a Gemeentewet)
Sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet wordt in het kader van deze beleidsregels uitsluitend toegepast indien blijkens de door de politie aangeleverde gegevens zich naast de vuurwerkovertreding tevens één van de volgende feiten of omstandigheden voordoet:
Indien één van bovenstaande feiten of omstandigheden zich voordoen, dan worden de maatregelen uit de handhavingsmatrix die is gebaseerd op de bevoegdheid van de burgemeester toegepast en niet voortvloeien uit de bevoegdheden van het college van B&W.
5.2. Handhavingsmatrixen bevoegdheden college van B&W
Tabel 2: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 1
Tabel 3: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 2
|
Opleggen dwangsom van €3.000 per overtreding met een maximum van €6.000. |
||||
|
Opleggen dwangsom van €3.500 per overtreding met een maximum van €7.000. |
Tabel 4: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 3
|
Opleggen dwangsom van €4.000 per overtreding met een maximum van €8.000. |
||||
|
Opleggen dwangsom van €5.000 per overtreding met een maximum van €10.000. |
Tabel 5: overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst 4
|
Opleggen dwangsom van €7.500 per overtreding met een maximum van €15.000 |
||||
|
Opleggen dwangsom voor €9.000 per overtreding met een maximum van €18.000 |
5.3. Verzwarende en verzachtende omstandigheden
De maatregelen die zijn opgenomen in de handhavingsmatrixen gelden als uitgangspunt na constatering van de aanwezigheid van illegaal vuurwerk. Per situatie kan de opgelegde dwangsomhoogte of sluitingstermijn echter worden aangepast naar de omstandigheden van het geval.
5.3.1. Verzwarende omstandigheden
Er kunnen zich situaties voordoen die ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is. Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat enkel een bestuurlijke waarschuwing niet afdoende is en dat om die reden direct overgegaan wordt tot het opleggen van een hogere dwangsom of (langere) sluiting. Dit kunnen de volgende situaties zijn:
Indien sprake is van verzwarende omstandigheden, kan de hoogte van de dwangsom met maximaal 50% worden verhoogd. Sluitingstermijnen kunnen als gevolg van verzwarende omstandigheden met maximaal 4 weken worden verlengd.
5.3.2. Verzachtende omstandigheden
Andersom kan bij toepassing van de bevoegdheden van het college van B&W ook sprake zijn van verzachtende omstandigheden, in welk geval ten gunste van de overtreder kan worden afgeweken van de maatregelen die zijn opgenomen in de handhavingsmatrixen.
Hiervan is in ieder geval sprake als de vuurwerkovertreding door een minderjarige is gepleegd, in welk geval tevens aan diens ouders/verzorgers bestuursrechtelijke maatregelen zullen worden opgelegd conform onderhavig handhavingsarrangement. De genoemde dwangsomhoogten worden bij de aanwezigheid van verzachtende omstandigheden met maximaal 50% verminderd. Sluitingstermijnen kunnen met maximaal 4 weken worden verminderd.
5.4. Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten
De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de genoemde lijsten en soorten vuurwerk. In de praktijk worden vaak meerdere soorten vuurwerk aangetroffen; er kan dus sprake zijn van een samenloop van lijsten. In dat geval zullen in beginsel maatregelen worden toegepast die conform de handhavingsmatrixen passen bij de lijst met het zwaarste vuurwerk, tenzij sprake is van feiten en omstandigheden die toepassing van maatregelen behorende bij een lichtere lijst rechtvaardigen.
5.5. Geen onderscheid tussen woningen en niet-woningen
Ten behoeve van de overzichtelijkheid en eenduidigheid wordt bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom of de lengte van een sluitingstermijn geen verschil gemaakt tussen woningen en lokalen of erven. Alle bedragen en termijnen zijn namelijk reeds afgestemd op de (doorgaans lagere respectievelijk kortere) bedragen en termijnen die van toepassing zijn op de woningen.
5.6. Geldigheidstermijn overtreding
Voor de handhavingsmatrixen geldt dat een volgende stap wordt gezet in de matrix wanneer binnen vijf jaar na een vorige overtreding opnieuw een overtreding plaatsvindt.
6. Inherente afwijkingsbevoegdheid en hardheidsclausule
De burgemeester en het college van B&W hebben bij de besluitvorming over een te treffen maatregel een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen bij de handhavingsmaatregelen gelden daarbij als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven dan kan de burgemeester of het college van B&W afwijken van deze uitgangspunten.
De bestuurlijke maatregelen die zijn opgenomen in de handhavingsmatrixen hebben mogelijk vergaande gevolgen voor de belanghebbende, temeer indien wordt overgegaan tot sluiting van een pand of erf. De aanwezigheid van illegaal vuurwerk en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid zijn echter dermate ernstig dat herstel daarvan als algemeen belang in beginsel zwaarder wordt geacht dan het individuele belang van een eigenaar, verhuurder of gebruiker van dat pand of erf. Indien er echter sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een andere afweging dienen te leiden omdat toepassing van de handhavingsmatrixen een of meerdere belanghebbenden onevenredig zou treffen in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen, kan de burgemeester of het college van B&W ook ten gunste van de overtreder afwijken van de handhavingsmaatregelen.
7. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB)
Indien wordt overgegaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf, wordt het besluit daartoe geregistreerd en gepubliceerd in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (het WKPB-register). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking betreffende de onroerende zaak bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit ook aangepast in het WKPB-register.
8. Tijdelijke schorsing en opheffing sluiting
Door een belanghebbende kan aan het college van B&W tussentijds schriftelijk worden verzocht de sluiting tijdelijk op te schorten of op te heffen, indien een pand of erf voor de eerste keer op grond van artikel 17 Woningwet is gesloten vanwege herhaling van overtredingen. Dit kan onder de volgende voorwaarden:
Uit het verzoek blijkt doel en noodzaak van de tijdelijke opheffing (bijvoorbeeld het voorkomen of het herstel van verdere schade), de gewenste duur van de schorsing en de personen en partijen die gedurende de schorsing noodzakelijkerwijs aanwezig moeten zijn (bijvoorbeeld een schade- of verzekeringsexpert).
Indien een pand of erf door de burgemeester is gesloten op grond van artikel 174a Gemeentewet, kunnen betrokkenen de burgemeester onder dezelfde voorwaarden verzoeken om de sluiting tijdelijk te schorsen.
Na de feitelijke sluiting door het college van B&W of de burgemeester, dan kan een niet bij de betreffende of een eerdere overtreding betrokken verhuurder het bevoegde bestuursorgaan tevens schriftelijk verzoeken om de sluitingsperiode permanent op te heffen. De verhuurder dient bij zijn verzoek een plan van aanpak en motivering in, waaruit blijkt op welke wijze een nieuwe vuurwerkovertreding wordt voorkomen.
Indien de sluiting heeft plaatsgevonden op grond van artikel 174a Gemeentewet dient uit het plan van aanpak tevens te blijken op welke wijze een verdere verstoring van de openbare orde wordt voorkomen. Het gesloten pand of erf blijft bovendien minimaal 1/3 van de sluitingstermijn gesloten om bijvoorbeeld een duidelijk signaal naar de directe omgeving te blijven geven dat illegaal vuurwerk wordt aangepakt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-572317.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.