Verordening lijkbezorgingsrechten Renkum 2026

De raad van de gemeente Renkum;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet ;

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten Renkum 2026

(Verordening lijkbezorgingsrechten Renkum 2026)

Artikel 1 Definities

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaat onder:

    • a.

      begraafplaats(en): de begraafplaats(en):

      “Onder de Bomen” ,Onder de Bomen (ongenummerd) te Renkum;

      “Harten”, Hartenseweg (ongenummerd) te Renkum;

      “Fangmanweg”, Fangmanweg (ongenummerd) te Oosterbeek;

      “Zuid”, Van Limburg Stirumweg (ongenummerd) te Oosterbeek;

      “Noord”, Van Limburg Stirumweg (ongenummerd) te Oosterbeek

      “Boschveld”, Van Limburg Stirumweg (ongenummerd) te Oosterbeek.

    • b.

      overledene: een lijk in de zin van de Wet op de lijkbezorging;

    • c.

      algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen;

    • d.

      particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

      • i.

        het doen begraven en begraven houden van overledenen;

      • ii.

        het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn(en);

      • iii.

        het doen verstrooien van as;

    • e.

      particulier kindergraf: een eigen graf bestemd vruchten en levenloos geborenen, alsmede van overleden kinderen beneden twaalf jaar;

    • f.

      particulier urnengraf: plaatsen in de urnentoren, urnennis, urnenkelder of urnenbos van begraafplaats Boschveld of de natuurafdelingen op begraafplaats Harten waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten of begraven van as;

    • g.

      graf: een zandgraf of een keldergraf;

    • h.

      grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere overledenen worden begraven of asbussen kunnen worden bijgezet;

    • i.

      urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen welke niet voor plaatsing zijn in de urnentoren van de algemene begraafplaatsen “Harten”;

    • j.

      asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

    • k.

      verstrooiingsplaats: een aangewezen plaats waar het toegestaan is as te verstrooien op de Algemene begraafplaatsen “Harten”en “Noord”.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    De rechten worden niet geheven voor:

    • a.

      het lichten van een overledene of asbus op rechterlijk gezag;

    • b.

      het begraven van levenloos geboren kinderen die met de overleden moeder in een kist worden begraven;

    • c.

      een lijkschouwing op last van justitie of de politie.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingjaar

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 3 artikel 3.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 3 artikel 3.2 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 3 artikel 3.3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1.

    De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 3 artikel 3.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 3 artikel 3.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 3 artikel 3.2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.

  • 4.

    Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere schulden als die bedoeld in hoofdstuk 3 artikel 3.2. van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3 artikel 3.2. van de tarieventabel, worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de overige rechten, als bedoeld in de tarieventabel, worden betaald binnen 8 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Artikel 13 Overgangsrecht

  • 1.

    De 'Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 14 Inwerkingtreding & citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening lijkbezorgingsrechten Renkum 2026

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025.

De raad van de gemeente Renkum

De voorzitter, A.M. (Marcel) Fränzel MSc

De raadsgriffier, Dr. J. (Juul) Cornips

Tarieventabel behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten

1.1 Voor het verlenen van het uitsluitende recht tot nieuw particulier volwassen graf (vanaf 12 jaar) wordt geheven:

1.1.1. voor een periode van 10 jaar € 956,00

1.1.2. voor een periode van 20 jaar € 1.912,00

1.1.3 voor een periode van 30 jaar € 2.868,00

1.1.4 voor een periode van 40 jaar € 3.824,00

1.1.5 voor een periode van 50 jaar € 4.780,00

1.1.6 voor een periode van 100 jaar € 6.598,00

 

1.2 Voor het verlenen van het uitsluitende recht tot nieuw particulier kindergraf (tot 12 jaar) wordt geheven:

1.2.1. voor een periode van 10 jaar € 478,00

1.2.2. voor een periode van 20 jaar € 956,00

1.2.3 voor een periode van 30 jaar € 1.434,00

1.2.4 voor een periode van 40 jaar € 1.912,00

1.2.5 voor een periode van 50 jaar € 2.390,00

1.2.6 voor een periode van 100 jaar € 3.299,00

 

1.3 Voor het verlenen van het uitsluitende recht tot nieuw particulier urnengraf wordt geheven:

1.3.1 voor een periode van 10 jaar € 595,00

1.3.2. voor een periode van 20 jaar € 1.190,00

1.3.3 voor onbepaalde tijd € 1.623,00

 

1.4 Voor het verlengen van het uitsluitende recht tot particulier volwassen graf (vanaf 12 jaar) wordt geheven:

1.4.1. voor een periode van 5 jaar € 478,00

1.4.2. voor een periode van 10 jaar € 956,00

1.4.3 voor een periode van 15 jaar € 1.434,00

1.4.4 voor een periode van 20 jaar € 1.912,00

 

1.5 Voor het verlengen van het uitsluitende recht tot particulier kindergraf (tot 12 jaar) wordt geheven:

1.5.1. voor een periode van 5 jaar € 239,00

1.5.2. voor een periode van 10 jaar € 478,00

1.5.3 voor een periode van 15 jaar € 717,00

1,5.4 voor een periode van 20 jaar € 956,00

 

1.6 Voor het verlengen van het uitsluitende recht tot particulier urnengraf wordt geheven:

1.6.1. voor een periode van 5 jaar € 296,00

1.6.2. voor een periode van 10 jaar € 592,00

1.6.3 voor een periode van 15 jaar € 888,00

1.6.4 voor een periode van 20 jaar € 1.184,00

1.7 Indien een bijzetting plaats vindt in een particulier graf dient het recht worden verlengd tot de duur van het oorspronkelijk recht, met een maximum van 20 jaar. Hiervoor wordt voor elk jaar verlenging geheven € 96,00

1.8 Reserveren

1.8.1 Voor het reserveren van een nieuw particulier volwassen graf (vanaf 12 jaar) wordt geheven: € 349,00

1.8.2 Op moment van bijzetting zijn de tarieven onder artikel 1.1van toepassing en zal het bedrag bij 1.8.1 in mindering worden gebracht.

1.8.3 Voor het reserveren van een nieuw particulier urnengraf wordt geheven: € 209,00

1.8.4 Op moment van bijzetting zijn de tarieven onder artikel 1.3 van toepassing en zal het bedrag bij 1.8.3 in mindering worden gebracht.

1.8.5 Het moment van reserveren is gelijk aan het moment van het verlenen van rechten.

Hoofdstuk 2 Begraven

2.1 Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven:

2.1.1 in een particulier graf € 1.066,00

2.1.2 1e inlage in een particulier drie persoonsgraf € 1.421,00

2.1.3 in een algemeen graf € 1.318,00

2.2 Voor het begraven van een stoffelijk overschot in een kindergraf wordt geheven:

2.2.1 in een particulier kindergraf € 533,00

2.2.2 in een particulier graf € 533,00

2.3. Voor het bijzetten van een urn of het verstrooien van as in een particulier urnengraf of verstrooiingsplaats wordt geheven: € 315,00

2.4 Indien op verzoek van nabestaanden de begraaflaag van een bestaand graf worden samengevoegd en een nieuwe inlage, wordt geheven € 2.022,00

2.5 Extra opties bij begraven

2.5.1 Voor het op verzoek verwijderen van zand naast het graf gedurende de uitvaart wordt geheven € 138,00

2.6 Voor het begraven op buitengewone uren wordt het recht bedoeld in 2.1, 2.2, 2.3. verhoogd:

2.6.1. op maandag tot en met vrijdag na 15.00 uur, zijnde geen feestdag, met 50 %

2.6.2. op zaterdag, zijnde geen feestdag, met 75 %

2.6.3 op zon- en feestdagen met 100%

Hoofdstuk 3 Vergunningen en onderhoud graf

3.1 Voor het afgeven van een vergunning wordt geheven voor het plaatsen van een graf- of gedenkteken op alle graven € 176,00

3.2. Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van particuliere graven wordt geheven: per graf per jaar: € 125,00

3.3. De rechten als bedoeld in onderdeel 3.2. kunnen voor de nog niet verstreken tijd waarvoor het graf is uitgegeven worden afgekocht tegen betaling van een som ineens van 75 % van het resterend aantal jaren maal het tarief, genoemd in onderdeel 3.2.

Hoofdstuk 4 Inschrijven en overboeken van particuliere graven

4.1. Voor het inschrijven en overboeken van eigen graven in een daartoe bestemd register wordt geheven: € 33,00

Hoofdstuk 5 Lichten en ruimen van graven

5.1. Voor het ruimen van een graf of lichten van een stoffelijk overschot op verzoek van de belanghebbende wordt geheven: € 1.825,00

5.2. Indien het lichten gepaard gaat met het overbrengen van het stoffelijk overschot naar en het wederbegraven in een ander particulier, wordt boven het recht van het lichten, een recht geheven, als bedoeld in de onderdelen 2.1 en 2.2 van deze tarieventabel.

Hoofdstuk 6 Beschikbaar stellen van urnen en gedenkpinnen

6.1 Het tarief voor het ter beschikking stellen van urnenpaal, zijnde geen nissen of kelders, bedraagt 100% van de aan de aanvrager vooraf gemaakte kosten bij de gemeente Renkum in rekening gebracht ter verkrijging van deze urnenvoorzieningen. Dit bedrag wordt verhoogd met de bedragen welke zijn gemoeid met de kosten van rechten voor urnengraven en bijzetkosten zoals genoemd onder artikelen 1.3 en 2.3. Voor het verkrijgen van urnen in de verschillende urnenvoorzieningen wordt geheven:

6.1.1 Bij urnentoren begraafplaats Harten Renkum:

Urnenzuil met herdenkingsplaat € 734,00

Hoofdstuk 7 Gebruik aula

7.1 Voor rouw- en herdenkingsdiensten in de aula op de begraafplaatsen “Noord” en “Harten” voor maximaal 1 uur wordt geheven. € 176,00

 

Naar boven