Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026 (Verordening afvalstoffenheffing 2026)

Nummer 615156/615159

De raad van de gemeente Renswoude;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025;

Gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

BESLUIT:

Vast te stellen de volgende verordening

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026 (Verordening afvalstoffenheffing 2026)

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    'qebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    GBLT: het openbaar lichaam GBLT.

 

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit  

1 . Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt, op grond van de daarbij behorende tarieventabel, naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 3. Belastingplicht  

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief  

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

 

Artikel 5. Belastingjaar  

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 6. Wijze van heffing  

 

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven, waarbij per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

  • 2.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge en dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7. Ontstaan van de belasting en heffing nar tijdsgelang  

1 . De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in gebruik neemt.

  • 5.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

  • 6.

    Als de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Artikel 8. Aanslaggrens  

 

  • 1.

    De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 1 bedraagt.

  • 2.

    Voor toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.

Artikel 9. Termijnen van betaling  

1. In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

2 In afwijking van lid 1 van dit artikel worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog diezelfde kalendermaand. In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen.

  • 3.

    Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 4.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel bedoeld in artikel 7, vijfde lid:

a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval toezending daarvan binnen veertien dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel genoemde termijnen.

Artikel 10. Kwijtschelding  

1 . Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding verleend voor het tarief genoemd in paragraaf 1 .1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2. Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt voor paragraaf 2.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel voor maximaal € 90,00, ongeacht het aantal ledigingen of type lediging, kwijtschelding verleend.

 

Artikel 11. Nadere regels  

Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing.

 

Artikel 12. Overgangsbepaling, inwerktreding en citeertitel  

  • 1.

    De 'Verordening afvalstoffenheffing 2025' van 10 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in lid 3 van dit artikel genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan véér de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing op grond van de verordening is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2026'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Renswoude van 9 december 2025

Namens deze,

Marcel Jansen

De griffier

Naar boven