Beleidsregels vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Haarlemmermeer 2026

Het college van burgemeester en wethouders gemeente Haarlemmermeer;

 

Gelet op artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17, 31, tweede lid, onderdeel l en m, van de Participatiewet;

 

gelezen het voorstel d.d. 16 december 2025;

 

besluit

vast te stellen de Beleidsregels vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Haarlemmermeer 2026

Artikel 1. Begrippen

  • 1.

    Deze beleidsregels verstaan onder een gift:

    • a.

      een betaling van geld of schenking in natura uit vrijgevigheid van derden (personen of instellingen), waarbij geen sprake is van een tegenprestatie, wederdienst of verplichtend karakter.

    • b.

      een lening van derden waarvoor geen concrete aflossingsregeling aanwezig is en waarop niet wordt afgelost.

  • 2.

    Onder kostenbesparende bijdragen vallen naast boodschappen van levensmiddelen onder meer de betaling door een derde van de kosten van bijvoorbeeld:

    • a.

      gas, elektriciteit, water;

    • b.

      de zorgpremie van de bijstandsgerechtigde aan de leverancier;

    • c.

      de sportcontributie van diens kind(eren)

    • d.

      vakanties of reiskosten;

    • e.

      aanschaf van duurzame gebruiksgoederen;

    • f.

      ontvangen geldbedragen met betrekking tot verjaarjaardagen en feestdagen van betrokkene en diens kind(eren).

  • 3.

    Alle in deze beleidsregels gebruikte begrippen hebben, zonder nadere omschrijving, dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Vrijlating van giften

  • 1.

    Het college rekent giften niet tot de middelen tot een bedrag conform artikel 31, lid 2 onder m Pw per kalenderjaar per huishouden (alleenstaande of gezin).

  • 2.

    Het college bepaalt de waarde van giften in natura op basis van de waarde in het economisch verkeer of de NIBUD-prijzengids.

  • 3.

    Voor giften tot de maximum vrijlating bestaat geen meldingsplicht.

  • 4.

    Voor giften boven de maximum vrijlating bestaat de meldingsplicht wel. Dit geldt voor zowel voor eenmalige en incidentele giften als voor het totaal van periodieke giften.

  • 5.

    Het bedrag van de maximale vrijlating uit lid 1 geldt per kalenderjaar. Het is niet mogelijk om een “ongebruikt” deel van de vrijlating mee te nemen naar een volgend kalenderjaar.

  • 6.

    Indien er geen recht op uitkering bestaat gedurende het gehele kalenderjaar wordt de maximale vrijlating als genoemd in lid 1 berekend naar rato van het aantal maanden dat in het kalenderjaar een uitkering wordt verstrekt. Dit geldt uitsluitend voor de ingangsdatum van de uitkering. Indien de beëindigingsdatum van de uitkering eerder plaatsvindt dan het einde van het kalenderjaar, dan wordt het vrijlatingsbedrag niet met terugwerkende kracht naar rato berekend en wordt er niet teruggevorderd.

  • 7.

    Indien de gift hoger is dan de maximale vrijlating als genoemd in lid 1, wordt het meerdere niet als een verantwoorde gift beschouwd als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder m, van de Participatiewet. In dit geval wordt het meerdere van het ontvangen geldbedrag of de waarde van de goederen in natura gezien als inkomsten.

Artikel 3. Giften voor bijzondere kosten en/of schulden

  • 1.

    De volgende giften tellen niet mee voor het maximale bedrag als genoemd in artikel 2 van deze beleidsregels:

    • a.

      Giften voor kosten waarvoor het college anders bijzondere bijstand had kunnen verstrekken;

    • b.

      Giften voor noodzakelijke kosten dan wel uit medisch oogpunt wenselijke kosten. Voor zover dit geen invloed heeft op de levensstandaard van de belanghebbende;

    • c.

      Giften van werkgevers ten behoeve van werknemers, voor zover deze onbelast zijn;

    • d.

      Giften die worden bekostigd uit specifieke uitkeringen (SPUK) ten behoeve van de energietransitie, zoals de SPUK Energiearmoede en de SPUK Lokale Aanpak isolatie;

    • e.

      Giften die versterkt zijn ter delging van een problematische schuld, ontstaan in een periode voor aanvang van de bijstandsverlening;

    • f.

      Giften in de vorm van verstrekkingen van de Voedselbank, Energiebank, Kledingbank, Goederenbank, Speelgoedbank, Stichting Leergeld, Stichting Urgente Noden en soortgelijke charitatieve instellingen.

  • 2.

    Voor giften genoemd onder lid 1 bestaat geen meldingsplicht.

Artikel 4. Hardheidsclausule

Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregels naar zijn oordeel tot een bijzondere en onvoorziene hardheid leidt, ten gunste van de belanghebbende af te wijken van deze beleidsregels.

Artikel 5. Slotbepalingen

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026 en vervangen de beleidsregels vrijlating giften gemeente Haarlemmermeer 2025.

  • 3.

    Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Haarlemmermeer 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025,

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

de secretaris,

Hermineke van Bockxmeer

de burgemeester,

Marianne Schuurmans-Wijdeven

Toelichting bij beleidsregels vrijlating giften gemeente Haarlemmermeer 2026

De Participatiewet vormt het sluitstuk van de sociale zekerheid. Dat betekent dat de Participatiewet het laatste vangnet is voor mensen die het op eigen kracht niet redden. Het betekent ook dat bij de vaststelling van het recht op bijstand rekening dient te worden gehouden met de eigen mogelijkheden en eigen middelen om het beroep op bijstand zo gering mogelijk te doen zijn.

 

Dat uitgangspunt laat echter onverlet dat de Participatiewet de mogelijkheid biedt om giften ten dele buiten beschouwing te laten. In artikel 31 lid 1 onderdeel m van de Participatiewet is daarom bepaald dat “giften (…) voor zover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn” niet tot de middelen worden gerekend in de zin van de Participatiewet. Door giften ten dele niet als middelen in de zin van de wet aan te merken wordt voorkomen dat de Participatiewet een ontmoediging vormt voor de vrijgevigheid van instellingen of personen.

 

Voor het bepalen welke betaling in geld of schenking in natura als een gift wordt aangemerkt (en welke niet), is het uitgangspunt van het college dat hartelijk met deze beoordeling dient te worden omgegaan. Het college vindt het belangrijk dat bijstandsgerechtigden de vrijheid ervaren hen geboden hulp te accepteren zonder dat zij bang hoeven te zijn voor de negatieve gevolgen voor het recht op uitkering. Onderlinge hulpvaardigheid wordt zo niet bestraft en belanghebbenden worden op deze manier in staat gesteld om naar eigen inzicht tijdelijke financiële tekorten het hoofd te bieden.

 

Wel/geen gift of bijdrage

Er is sprake van een gift of bijdrage als er geen verplichting tot betalen is en er dus geen vorm van tegenprestatie of overeenkomst tegenover staat. Het moet gaan om een betaling vanuit vrijgevigheid, zoals:

  • het ontvangen van een tas met boodschappen

  • een geldbedrag om een rekening te betalen, zoals gas, water en licht, de zorgpremie of de sportcontributie van diens kind(eren)

  • geld om te helpen bij het betalen van een rekening, zoals gas, water en licht, de zorgpremie of de sportcontributie van diens kind(eren)

  • geld als extraatje om de maand door te komen

  • Het betalen van reiskosten of een vakantie

  • Het aanschaf van nieuwe duurzame gebruiksgoederen

  • het ontvangen geldbedragen met betrekking tot verjaarjaardagen en feestdagen van betrokkene en diens kind(eren).

 

Het winnen van een prijs in een loterij, waarbij een lot is aangeschaft, is geen gift. De betaling van de prijs volgt uit de aanschaf van het lot. Ook een bonus betaald door een werkgever is geen gift (maar kan soms wel vrijgelaten worden). Bijschrijvingen van ex-partners bedoeld voor partner- en/of kinderalimentatie vallen ook niet onder giften, maar zijn inkomen en worden dus niet vrijgelaten. Ook andere inkomsten, een erfenis, een vrijwilligersvergoeding of schadevergoedingen zijn geen giften.

 

Herkomst ‘gift’ onduidelijk

Wanneer de herkomst van een betaling niet verifieerbaar is (bijvoorbeeld bij kasstortingen), wordt deze niet als gift aangemerkt en vindt er ook geen vrijlating plaats. Middelen waarvan de herkomst niet duidelijk is worden altijd als inkomsten beschouwd en mogelijk kan het recht op bijstand in dat geval helemaal niet worden vastgesteld.

 

Meldingsplicht

Omdat door de belanghebbende ontvangen giften en/of bijdragen lager dan de wettelijk norm niet van invloed zijn op het recht op uitkering, vallen deze buiten de inlichtingenplicht. Pas wanneer de hoogte van de giften dit bedrag in het kalenderjaar overschrijdt, moet de belanghebbende het college hierover informeren. Het is voor de beoordeling of er sprake is van een gift niet van belang of deze afkomstig is uit het persoonlijke netwerk van belanghebbende of van een charitatieve instelling. Giften in natura, zoals boodschappen, die in het verleden gezien zijn als besparingskosten vallen onder dit giftenbeleid.

 

Bovengenoemde meldingsplicht geldt niet voor giften in de vorm van verstrekkingen zoals beschreven in artikel 3, lid 1. Deze hoeven niet gemeld te worden bij het college, worden in elk geval vrijgelaten en vallen buiten het maximum vrijlatingsbedrag van de wettelijke norm.

 

Naar boven