Financieel besluit sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer;

 

gelet op de geldende Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer

 

gelezen het voorstel van 16 december 2025;

 

besluit vast te stellen:

 

Inleiding

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Jeugdwet, de Participatiewet, de geldende Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer en de diverse geldende beleidsregels sociaal domein gemeente Haarlemmermeer.

  • 2.

    In dit besluit wordt verstaan onder:

    • a.

      Dienst: een voorziening als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet en artikel 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die geleverd wordt door een persoon.

    • b.

      Product: een voorziening als bedoeld in artikel 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die geleverd wordt in de vorm van een product.

Eigen bijdrage

Artikel 2. Eigen bijdrage voor algemene en individuele voorzieningen maatschappelijke opvang

  • 1.

    De bijdrage in de kosten voor algemene en individuele maatschappelijke opvang voor personen ouder dan 22 jaar bedraagt:

    • a.

      € 5,75- per etmaal per persoon voor dag- en nachtopvang of € 166,- per maand per persoon voor dag- en nachtopvang.

    • b.

      €12,50- per etmaal per persoon voor 24-uursopvang of €360,- per maand per persoon voor 24-uursopvang;

    • c.

      €16,50 per etmaal voor gezinnen die gebruikmaken van 24-uurs gezinsopvang of €476,- per maand per gezin dat gebruik maakt van 24-uursopvang gezinsopvang;

    • d.

      € 0,- voor personen zonder inkomen.

  • 2.

    Als een cliënt een beschikking voor een maatwerkvoorziening maatschappelijk opvang heeft dan betaalt de cliënt voor alle nachten die vallen in de periode waarvoor de maatwerkvoorziening is verstrekt, tenzij de cliënt voor het aflopen van de beschikkingstermijn aangeeft dat de maatwerkvoorziening niet meer nodig is.

Persoonsgebonden budget

Artikel 3. Persoonsgebonden budget voor “diensten”

  • 1.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget (pgb) wordt vastgesteld door:

    • a.

      Aantal uren;

    • b.

      De zorgzwaarte; licht, midden of zwaar;1

    • c.

      Tarief:

      • i.

        De hoogte van het uurtarief voor schoonmaakhulp is € 17,50, tenzij het tarief voor formele zorg zoals is vastgesteld in iv lager is;

      • ii.

        Vanaf het in werking treden van de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026 is de hoogte van het uurtarief voor informele zorg voor jeugdzorg en voor begeleiding van volwassenen € 20,00 per uur, tenzij het tarief voor formele zorg zoals is vastgesteld in iv lager is. Tot het inwerking treden van de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026 geldt het tarief van € 25,65 per uur;

      • iii.

        Voor beschikkingen voor informele zorg met een tarief van € 25,65 per uur met een startdatum voor 1 januari 2026 en een einddatum voor 31 december 2026, geldt uitsluitend voor de eerste verlenging binnen deze periode een afbouwregeling. Voor de periode van de eerste verlenging bedraagt het uurtarief voor informele zorg voor jeugdzorg en voor begeleiding van volwassenen € 23,80 per uur. Bij een daaropvolgende verlenging wordt het reguliere uurtarief van € 20,00 per uur toegepast.

      • iv.

        de hoogte van het minuut-, uur en/of dagdeeltarief voor formele zorg wordt vastgesteld op 80% van de gemiddelde kostprijs van aanbieders die door de gemeente gecontracteerd zijn, tenzij daarmee geen passende ondersteuning kan worden ingekocht. De kostprijs mag nooit hoger zijn dan de kosten van zorg in natura;

      • v.

        Deze tarieven worden op de website van de gemeente bekend gemaakt.

  • 2.

    Het (uur)tarief als gesteld in lid 1 is inclusief reiskosten.

    Het budget kan niet besteed worden aan bemiddelingskosten.

  • 3.

    In uitzondering op lid 1, sub c onder iv, is de hoogte van het tarief voor beschermd thuis en beschermd wonen maximaal 95% van het toepasselijk Zorg in Natura tarief.

  • 4.

    Na beëindiging van het pgb buiten de schuld van de budgethouder om, kan, bij voldoende budget, maximaal één volledig maandsalaris uitbetaald worden ter compensatie van het verlies van inkomsten van de particuliere zorgverlener.

  • 5.

    De betaling van het budget vindt plaats via de Sociale Verzekeringsbank middels het Trekkingsrecht.

Artikel 4. Persoonsgebonden budget voor “producten”

  • 1.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget voor voorzieningen, wordt bepaald als tegenwaarde van de voorziening, die belanghebbende ontvangen zou hebben, als de voorziening in natura zou zijn verstrekt, rekening houdend met een door de gemeente te ontvangen korting die tevens door belanghebbende ontvangen kan worden bij de leverancier.

  • 2.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget voor voorzieningen die de gemeente niet in natura heeft ingekocht (onder andere bouwkundige woningaanpassingen en autoaanpassingen), wordt op basis van minimaal twee offertes bepaald op 100% van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. Hierbij gaan wij uit van de goedkoopst compenserende voorziening.

  • 3.

    De voor vergoeding in aanmerking komende kosten van een bouwkundige woningaanpassing betreffen:

    • a.

      de aanneemsom voor het treffen van de voorziening;

    • b.

      het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in De Nieuwe Regeling 2005 (DNR 2005) van de Brancheverenging Nederlandse Architectenbureaus (BNA);

    • c.

      de kosten van toezicht op de uitvoering, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;

    • d.

      de leges;

    • e.

      de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting;

    • f.

      renteverlies, in verband met betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;

    • g.

      de kosten in verband met technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;

    • h.

      de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;

    • i.

      de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;

    • j.

      administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de ondersteuningsvrager;

    • k.

      Voor zover de kosten onder a t/m i meer dan € 1.000 bedragen, 10% van die kosten, met een maximum van € 350, indien en voor zover deze kosten noodzakelijkerwijs optreden.

  • 4.

    Het persoonsgebonden budget wordt betaalbaar gesteld aan de leverancier direct nadat de beschikking is verzonden.

Artikel 5. Bedragen onderhoud, keuring, reparaties en verzekering

  • 1.

    De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor onderhoud, reparaties en verzekering van een voorziening, worden bepaald als tegenwaarde van dezelfde kosten die de gemeente gemaakt zou hebben indien de voorziening in natura verstrekt zou zijn, rekening houdend met een door de gemeente te ontvangen korting die tevens door belanghebbende ontvangen kan worden bij de leverancier.

  • 2.

    Het persoonsgebonden budget wordt, op basis van de factuur, betaalbaar gesteld aan de leverancier na inlevering van de factuur en een kopie van het onderhoudscontract en/of verzekeringsbewijs. De gebruiker dient:

    • a.

      een contract af te sluiten voor onderhoud en reparatie, behalve bij woningaanpassingen. Voor trapliften moet wel een onderhoudscontract worden afgesloten;

    • b.

      de elektrische voorzieningen WA-casco te verzekeren;

    • c.

      roerende woonvoorzieningen te verzekeren binnen de eigen inboedelverzekering, hier wordt geen persoonsgebonden budget voor verstrekt;

    • d.

      vaste woonvoorzieningen te verzekeren binnen de eigen opstalverzekering, hier wordt geen persoonsgebonden budget voor verstrekt.

Tegemoetkoming

Artikel 6. Tegemoetkomingen

  • 1.

    De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en stoffering bedraagt:

    • a.

      naar een woning met drie of minder dan drie kamers € 1.875;

    • b.

      naar een woning met meer dan drie kamers € 2.500.

  • 2.

    De tegemoetkoming als bedoeld in lid 1 wordt beschikbaar gesteld zodra belanghebbende is verhuisd naar een geschikte woning of wanneer de woonruimte op verzoek van het college vrijgemaakt is.

  • 3.

    De Wmo-tegemoetkoming voor een sportvoorziening of andere voorziening om deel te kunnen nemen aan culturele of andere maatschappelijke activiteiten bedraagt maximaal € 3.000 per drie jaar inclusief de kosten voor het onderhoud.

  • 4.

    De Wmo-tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning is maximaal € 3.000.

  • 5.

    De hoogte van de tegemoetkoming voor individueel sociaal vervoer is opgebouwd uit:

    • a.

      Het tarief per kilometer:

      • i.

        Bij gebruik van een bruikleenauto € 0,163 2

      • ii.

        Bij gebruik van eigen auto of vervoer door derden € 0,23 3 .

      • iii.

        Bij gebruik van taxi € 2,85 4 .

      • iv.

        Bij gebruik van een rolstoeltaxi € 3,634[4].

    • b.

      Het maximale aantal kilometers per jaar, indien er geen gebruik gemaakt kan worden van:

      • i.

        het collectief vervoer voor binnen de regio, ad 1.500 kilometer;

      • ii.

        Valys voor buiten de regio, ad 2.350 kilometer;

      • iii.

        het collectief vervoer voor binnen de regio en Valys voor buiten de regio, ad 3.850 kilometer.

  • 6.

    De tegemoetkoming voor individueel sociaal vervoer wordt achteraf per kwartaal uitbetaald.

  • 7.

    De tegemoetkoming voor schoonmaakhulp bedraagt € 17,50 per uur. Dit bedrag is inclusief eventuele bemiddelingskosten. De tegemoetkoming wordt achteraf per maand uitbetaald.

Inkomensondersteuning

Artikel 7. Hoogte inkomensondersteuning

De hoogte van inkomensondersteuning wordt, tenzij anders is vastgelegd in dit financieel besluit, vastgesteld op basis van:

  • a.

    Nibud-normen;

  • b.

    De vastgestelde maximale vergoedingen van de door het college aangewezen zorgverzekeraars;

  • c.

    De GMD-lijst inkomensondersteunende voorzieningen.

Artikel 8. Individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is opgenomen in de geldende Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer.

  • 2.

    De individuele inkomenstoeslag voor 2026 bedraagt:

    • a.

      een alleenstaande € 380 per jaar;

    • b.

      een alleenstaande ouder € 540 per jaar;

    • c.

      gehuwden/samenwonenden € 600 per jaar.

Re-integratie

Artikel 9. Tijdelijke Loonkostensubsidie

De hoogte van financiële middelen die worden ingezet bij de verstrekking van een tijdelijke loonkostensubsidie ten behoeve van de doelgroep als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a, van de Participatiewet bedraagt maximaal € 5.000. Dit bedrag is inclusief BTW en reiskosten.

 

Tabel subsidiehoogte per leeftijd

Fulltime arbeidsovereenkomst maand 1 t/m 6

Fulltime arbeidsovereenkomst maand 7 t/m 12

21 of ouder

€ 3.000

€ 2.000

20

€ 2.400

€ 1.600

19

€ 1.800

€ 1.200

18

€ 1.500

€ 1.000

Artikel 10. Reiskosten reintegratie

  • 1.

    De reiskosten die worden gemaakt voor een re-integratietraject wordt vergoed op basis van de tarieven van OV9292 en de NS-reisplanner (tweede klas).

  • 2.

    De vergoeding voor reiskosten met de eigen auto bedraagt € 0,23[2] per kilometer.

Artikel 11. Jobcoaching

Betaling van de begeleidingsuren vindt plaats in overeenstemming met het tarief Besluit UWV Normbedragen Voorzieningen. Het tarief voor Jobcoaching staat hierin onder de code Q1 vermeld. Dit tarief kan periodiek wijzigen. UWV hanteert na wijziging – tenzij anders is bepaald – het dan geldende tarief onder de dan geldende voorwaarden. Het betreft een all-in tarief exclusief BTW waarin o.a. de reiskosten en reistijd zijn opgenomen.

Bijzondere bijstand

Artikel 12. Kindpakket

  • 1.

    Jong Haarlemmermeer doet mee: De hoogte van de vergoeding bedraagt € 500 per kind per jaar. De kosten worden betaald aan de (sport)vereniging en/of aanbieder van sociale- en/of culturele activiteiten. Indien de bijdrage wordt aangewend voor zwemlessen bedraagt de vergoeding maximaal € 610 per kind per jaar. Voor muzieklessen geldt een vergoeding van maximaal € 850 per kind per jaar.

  • 2.

    Tegemoetkoming schoolkosten: De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt voor kinderen tussen 4 en 10 jaar € 170 en voor kinderen tussen 11 en 17 jaar € 340 per kind per schooljaar. De tegemoetkoming wordt betaald aan de aanvrager.

  • 3.

    Laptopregeling: De laptop wordt per kind één keer per 4 jaar in natura verstrekt door een gecontracteerde aanbieder. De laptop heeft een waarde van € 550. Per gezin worden maximaal 2 laptops verstrekt.

  • 4.

    Bijles: De hoogte van de vergoeding is maximaal € 2.000 per jaar. De kosten worden voldaan aan de docent/onderwijsinstelling.

Artikel 13. Haarlemmermeer doet mee voor volwassenen

De hoogte van de vergoeding voor volwassenen voor het kalenderjaar 2026 bedraagt € 150 per persoon per jaar. Het bedrag wordt betaald aan de aanvrager.

Overige tegemoetkomingen op grond van bijzondere bijstand

Artikel 14. Gemeentelijk bijdrage voor de premie van de aanvullende zorgverzekering

De gemeentelijke bijdrage voor de premie van de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering wordt jaarlijks, door het college vastgesteld. De gemeentelijke bijdrage per 1 januari 2026 bedraagt:

  • a.

    € 477 per persoon op jaarbasis voor de polis “AV gemeente Top” van Zorg en Zekerheid (inclusief meeverzekeren eigen risico) en “Compleet” van Univé (inclusief meeverzekeren eigen risico);

  • b.

    € 144,60 per persoon op jaarbasis voor de “AV Gemeente standaard” van Zorg en Zekerheid en “Compact” van Univé.

Artikel 15. Begrafenis- of crematiekosten

De maximaal te verlenen bijstand en het maximaal vrij te stellen bedrag voor begrafenis- of crematiekosten is € 5.000.

Artikel 16. Woninginrichting

  • 1.

    De maximaal te verlenen bijstand voor woninginrichting is 60% van de Nibud-normen.

  • 2.

    De maximale te verlenen bijstand voor het inrichten van een kamer bedraagt €2.349.

Artikel 17. Brilmontuur met glazen en lenzen

  • 1.

    De maximaal te verlenen bijzondere bijstand voor een brilmontuur bedraagt € 75 per twee kalenderjaren.

  • 2.

    De maximaal te verlenen bijzondere bijstand voor brilglazen bedraagt € 150 voor enkelvoudige glazen of lenzen en € 300 voor multifocale glazen of lenzen.

  • 3.

    Indien er sprake is van een (gedeeltelijke) vergoeding vanuit de zorgverzekering, wordt deze vergoeding eerst in mindering gebracht op de maximale vergoeding vanuit de bijzondere bijstand.

  • 4.

    Indien de vergoeding van de zorgverzekeraar hoger is dan de maximale vergoeding vanuit de bijzondere bijstand, wordt er geen aanvullende vergoeding vanuit de bijzondere bijstand verstrekt.

Artikel 18. Kosten kinderopvang

  • 1.

    Bij de berekening van de hoogte van de te verlenen bijstand voor kinderopvang houden wij rekening met de werkelijke kosten, wanneer deze lager zijn dan de maximale vergoeding die de Belastingdienst gebruikt.

  • 2.

    Indien de kosten hoger zijn, gaan wij uit van de geldende maximale vergoedingen van de Belastingdienst:

    • € 9,98 per uur voor buitenschoolse opvang.

    • € 11,23 per uur voor dagopvang;

    • € 8,49 per uur voor gastouderopvang.

  • 3.

    In afwijking van artikel 18, tweede lid, kan het college in bijzondere situaties besluiten de kosten van kinderopvang te vergoeden die hoger zijn dan de geldende maximale vergoedingen van de Belastingdienst.

Artikel 19. Indexering

Bedragen gelden per 1 januari 2026 en worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijs index van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het moment van indexering is afhankelijk van de kostensoort. De indexering voor de bepaling van de loonkostensubsidie vindt twee keer per jaar plaats. Deze indexering is van toepassing met uitzondering van de tegemoetkomingen genoemd in artikel 6.

Slotbepalingen

Artikel 20. Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Bij de inwerkingtreding van dit besluit wordt het Financieel besluit sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2025 ingetrokken.

  • 3.

    Dit besluit is van toepassing op aanvragen waar op of na 1 januari 2026 een besluit op wordt genomen met dien verstande dat van toepassing zijnde regelingen blijven gelden in situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor de belanghebbende van de inwerkingtreding van deze beleidsregels.

  • 4.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025,

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

de secretaris,

Hermineke van Bockxmeer

de burgemeester,

Marianne Schuurmans-Wijdeven

Naar boven