Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser 2026

 

Algemene bepalingen

1.1 Grondslagen

De tarieven voor de inkoop van voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) en de Jeugdwet indexeren we jaarlijks. In de contracten is bepaald dat we de indexatie per 1 januari doorvoeren. De indexatie van tarieven is noodzakelijk, omdat gemeenten verplicht zijn om een reële kostprijs te betalen aan derden. Hierdoor blijft de continuïteit van ondersteuning gewaarborgd.

 

De gewijzigde besluiten treden in werking op 1 januari 2026.

 

1.2 Begripsbepalingen

In dit financieel besluit wordt verstaan onder:

  • a)

    College: het college van burgemeester en wethouders van Losser;

  • b)

    Peildatum: 16 december 2025, de datum waarop het Financieel Besluit 2026 door het college is vastgesteld.

  • c)

    Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser 2025;

  • d)

    Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015);

Alle begrippen die we in dit Financieel besluit gebruiken en we niet verder omschrijven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser en/of de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Losser.

 

In het financieel besluit verwijzen we voor de leesbaarheid in de mannelijke vorm naar personen. Overal waar hij staat, is ook zij bedoeld.

2. Bijdrage in de kosten

2.1 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening

  • 1.

    Een cliënt dient voor een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo een eigen bijdrage per maand te betalen (het abonnementstarief); ongeacht het inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning. De eigen bijdrage int het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Zie artikel 9.1 Verordening maatschappelijke ondersteuning Losser 2025.

  • 2.

    De eigen bijdrage voor de Wmo (abonnementstarief) is vanaf 1 januari 2026 maximaal € 21,80 per maand.

3. Ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie

3.1 Zorg in natura

De aanvrager kan bij de voorziening ondersteuning in natura een keuze maken tussen verschillende aanbieders. De gemeente heeft na een aanbesteding voor het leveren van ondersteuning deze aanbieders gecontracteerd.

 

3.2 Persoonsgebonden budget

  • 1.

    Het persoonsgebonden budget voor ondersteuning wordt vastgesteld op basis van het tarief voor ondersteuning in natura: Voor de goedkoopst passende maatwerkvoorziening hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht (hierna: het tarief) dan wel van andere bedragen.

  • 2.

    Voor begeleiding individueel geldt:

    • a.

      85% van het tarief voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of als Zzp'er werkzaam zijn;

    • b.

      het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (op peildatum 16 december 2025) te vermeerderen met vakantietoeslag voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a. kunnen worden aangemerkt. Het tarief is € 23,53 per uur.

  • 3.

    Voor dagbesteding geldt:

    • a.

      85% van het tarief per dagdeel voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of als Zzp'er werkzaam zijn;

    • b.

      het bedrag per dagdeel zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a. kunnen worden aangemerkt (op peildatum 16 december 2025). Het tarief is € 26,98 per dagdeel.

    • c.

      voor vervoer van en naar de locatie waar de dagbesteding wordt geboden geldt 85% van het tarief per kilometer.

  • 4.

    Voor huishoudelijke ondersteuning geldt:

    • a.

      85% van het tarief voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of als Zzp'er werkzaam zijn;

    • b.

      het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij huishoudelijke hulp van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (op peildatum 16 december 2025) te vermeerderen met vakantietoeslag voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a. kunnen worden aangemerkt.

3.3 Tarieven begeleiding en dagbesteding

De tarieven voor begeleiding en dagbesteding in de vorm van zorg in natura en een persoonsgebonden budget (pgb) zijn:

 

Voorziening

Productcode

Eenheid

Tarief zorg in natura

Tarief pgb prof

Tarief pgb sociaal

Begeleiding

 

 

 

 

 

Begeleiding Individueel Basis

WBGIB

uur

€ 81,79

€ 69,52

€ 23,53

Begeleiding Individueel Plus

WBGIP

uur

€ 99,65

€ 84,70

-

Dagbesteding

 

 

 

 

 

Dagbesteding Basis

WBGGB

dagdeel

€ 51,81

€ 44,04

€ 26,98

Dagbesteding Plus

WBGGP

dagdeel

€ 72,31

€ 61,46

-

 

3.4 Tarieven huishoudelijke ondersteuning

De tarieven voor huishoudelijke ondersteuning in zorg in natura en in de vorm van een pgb zijn:

 

Module huishoudelijke ondersteuning

Eenheid

Tarief zorg in natura

Tarief pgb professioneel

Tarief pgb sociaal netwerk

Basismodule

uur

€ 38,75

€ 32,94

€ 19,73

Module Wasverzorging

uur

€ 38,75

€ 32,94

€ 19,73

Module Maaltijden

uur

€ 38,75

€ 32,94

€ 19,73

Module Regie

uur

€ 38,75

€ 32,94

€ 19,73

Module Kindzorg

uur

€ 38,75

€ 32,94

€ 19,73

4. Rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen

4.1 Zorg in natura

De aanvrager kan bij de voorziening in natura een keuze maken tussen verschillende leveranciers. De gemeente heeft na een aanbesteding voor voorzieningen deze leveranciers gecontracteerd.

 

4.2 Persoonsgebonden budget

  • 1.

    De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen of woonvoorziening bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten.

  • 2.

    Het college kan de hoogte van het pgb vaststellen op basis van een offerte als de geïndiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders.

  • 3.

    Het pgb betalen we achteraf aan de budgethouder nadat de factuur en het betalingsbewijs zijn ontvangen. De voorziening is overeenkomstig de offerte en afspraken aangeschaft. Wanneer de aanschafwaarde van de voorziening lager ligt dan het maximale pgb bedrag, dan betalen we het pgb uit op basis van de werkelijke gemaakte kosten.

  • 4.

    De cliënt kan jaarlijks de instandhoudingskosten achteraf declareren bij de gemeente gedurende de technische levensduur van de voorziening. De hoogte van het pgb voor de instandhoudingskosten is beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten.

  • 5.

    De technische levensduur voor rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen is 7 jaar. Voor sanitaire woonvoorzieningen en kindervoorzieningen is de technische levensduur 5 jaar.

4.3 Tarieven hulpmiddelen

De tarieven voor de aanschaf en de instandhoudingskosten voor rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen in natura en in de vorm van een pgb zijn:

 

Soort voorziening

Aanschaf

(exclusief btw)

Btw%

Aanschaf

(inclusief btw)

Instand-houdings

kosten

per maand

(excl. btw)

Instand-houdings

kosten

per maand (incl. btw)

Handbewogen rolstoel voor incidenteel/kortdurend gebruik

€ 312,79

9%

€ 340,94

€ 7,96

€ 8,68

Handbewogen rolstoel actief

(semi-) permanent basis

€ 919,98

9%

€ 1.002,78

€ 16,56

€ 18,05

Handbewogen rolstoel actief (semi) permanent complex

€ 2.637,25

9%

€ 2.874,60

€ 33,73

€ 36,77

Handbewogen rolstoel passief (semi-) permanent gebruik

€ 2.545,26

9%

€ 2.774,33

€ 40,49

€ 44,13

Elektrische rolstoel (semi-) permanent gebruik, binnen/ buiten

€ 9.199,73

9%

€ 10.027,71

€ 141,07

€ 153,76

Handbike

€ 3.495,90

9%

€ 3.810,53

€ 24,53

€ 26,74

Handbike met ondersteuning

€ 5.826,50

9%

€ 6.350,89

€ 39,85

€ 43,44

Duw-en hoepelondersteuning voor rolstoelen (elektrische aandrijf units/ duwondersteuning)

€ 4.311,62

9%

€ 4.699,67

€ 67,48

€ 73,55

Scootmobiel

€ 2.275,41

9%

€ 2.480,20

€ 48,46

€ 52,82

Scootmobiel extra geveerd

€ 3.495,90

9%

€ 3.810,53

€ 67,48

€ 73,55

Verrijdbare tillift (passief en actief)

€ 2.238,60

21%

€ 2.708,71

€ 33,73

€ 40,81

Driewielfiets met en zonder ondersteuning

€ 3.189,23

9%

€ 3.476,26

€ 36,80

€ 40,11

Ouder-kindtandem laag btw*

€ 3.495,90

9%

€ 3.810,53

€ 39,85

€ 43,44

Ouder-kindtandem hoog btw*

€ 3.495,90

21%

€ 4.230,04

€ 39,85

€ 48,22

Kinderduwwandelwagen

€ 2.269,26

9%

€ 2.473,49

€ 18,40

€ 20,06

Douche- en/of toiletvoorziening verrijdbaar (op zwenkwielen)

€ 306,66

9%

€ 334,26

€ 3,07

€ 3,35

Douche- en/of toiletvoorziening complex (zelfrijder)

€ 2.759,92

9%

€ 3.008,31

€ 27,59

€ 30,07

Douchebrancard*

€ 3.066,58

21%

€ 3.710,57

€ 31,89

€ 38,59

Autostoel

€ 2.207,93

21%

€ 2.671,60

€ 15,33

€ 18,55

Sta op hulp

€ 478,38

21%

€ 578,84

€ 6,14

€ 7,43

* de btw percentage is afhankelijk van de uitvoering.

5. Wonen

5.1 Woningaanpassing

5.1.1 Zorg in natura

De kosten voor de (bouwkundige) woningaanpassing vergoeden we op basis van de door de gemeente goedgekeurde offerte. De woningaanpassing wordt in eigendom verstrekt.

5.1.2 Persoonsgebonden budget

  • 1.

    Het college stelt het pgb voor het realiseren van een woningaanpassing vast op basis van:

    • a.

      een door het college goedgekeurd programma van eisen;

    • b.

      richtprijzen en normen uit Casadata of meerdere offertes;

    • c.

      eventuele bijkomende noodzakelijke kosten die van een architect of legeskosten.

  • Het college kan Nadere regels stellen welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen.

  • 2.

    Het pgb betaalt de gemeente achteraf aan de budgethouder. Na ontvangst van factuur, een betalingsbewijs en controle dat van de gerealiseerde woningaanpassing. Wanneer het factuurbedrag lager ligt dan het maximale pgb bedrag. Dan betalen we het een pgb uit ter hoogte van de werkelijke kosten van de woningaanpassing.

 

5.2. Traplift

5.2.1 Zorg in natura

Een leverancier is gecontracteerd voor het leveren en onderhoud van trapliften. Een traplift wordt in bruikleen verstrekt.

5.2.2 Persoonsgebonden budget

  • 1.

    De hoogte van het pgb voor de aanschaf en het onderhoud is voor een periode van 10 jaar. Het pgb is maximaal de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst passende voorziening in natura conform de prijsafspraken met de gecontracteerde partij.

  • 2.

    Het pgb betalen we achteraf aan de budgethouder nadat de factuur en het betalingsbewijs zijn ontvangen. De voorziening is overeenkomstig de offerte en afspraken aangeschaft. Wanneer de kosten voor aanschaf en onderhoud voor een periode van 10 jaar lager liggen dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten uitbetaald.

5.2.3 Tarieven traplift

De tarieven voor aanschaf inclusief de instandhoudingskosten voor een periode van 10 jaar voor een traplift in natura en in de vorm van een pgb zijn:

Traplift type

Tarief exclusief btw

Tarief inclusief 21% btw

Rechte traplift

€ 3.444,21

€ 4.167,49

Traplift voor binnen- of buitenbocht met één bocht

€ 3.928,43

€ 4.753,40

Traplift voor binnen- of buitenbocht met twee of meer bochten

€ 4.140,55

€ 5.010,07

5.2.4 Tarieven inname traplift

Terugkoopregeling (trapliften geplaatst na 1 januari 2017):

  • De traplift valt in de categorie 0 en 12 maanden: 50% van de all-in prijs;

  • De traplift valt in de categorie 12 en 24 maanden: 25% van de all-in prijs;

  • De traplift valt in de categorie 24 en 36 maanden: 10% van de all-in prijs;

  • De traplift valt in de categorie > 36 maanden: inname om niet.

Terugkoopregeling (trapliften geplaatst voor 1 januari 2017):

  • De traplift valt in de categorie < 15 jaar: € 225,00;

  • De traplift valt in de categorie > 15 jaar: inname om niet.

6 Financiële tegemoetkomingen

6.1 Financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten

De verhuiskostenvergoeding bedraagt maximaal € 2.588,-.

 

6.2 Financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting voor tijdelijke dubbele woonlasten

De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gelijk aan de kale huur van de woonruimte.

  • met een maximum van het bedrag per maand genoemd in artikel 13 lid 1 onder a van de Wet op de huurtoeslag;

  • de financiële tegemoetkoming wordt voor maximaal 3 maanden verstrekt;

  • de eerste maand huur wordt niet vergoed.

6.3 Financiële tegemoetkoming voor huurderving aan de eigenaar van de woning

De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gelijk aan de kale huur van de woonruimte.

  • met een maximum van het bedrag per maand genoemd in artikel 13 lid 1 onder a van de Wet op de huurtoeslag;

  • de financiële tegemoetkoming verstrekken we voor maximaal 6 maanden;

  • de eerste maand huur vergoeden we niet.

6.4 Financiële tegemoetkoming voor woningsanering

De hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van Nibud prijzen (vloerbedekking vinyl en jaloezieën).

 

6.5 Primaat verhuizen

Wanneer de kosten van een woningaanpassing meer bedragen dan € 5.796,- wordt afgewogen of verhuizen naar een geschikte woning als goedkoopst passende voorziening kan aangemerkt.

 

6.6 Bezoekbaar maken van de woning

Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt € 4.514,-.

 

6.7 Aantal offertes

  • Voor een maatwerkvoorziening tussen € 0 en € 70.000 (exclusief btw) minimaal 1 en maximaal 3 offertes opvragen.

  • Voor een maatwerkvoorziening > € 70.000 (exclusief btw) minimaal 3 en maximaal 5 offertes opvragen.

  • Voor een geschatte inkoopwaarde > € 25.000 (exclusief btw) moet vooraf een inkoopmelding worden gedaan.

7. Sportvoorziening

De hoogte van het pgb voor de aanschaf van een sportvoorziening stellen we vast op maximaal het bedrag van de kosten. Dit is inclusief instandhoudingskosten volgens de door het college goedgekeurde offerte. Wanneer de aanschafwaarde lager ligt dan het maximale pgb bedrag, betalen we een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten van de sportvoorziening uit. De voorziening in de vorm van pgb wordt toegekend voor een periode welke gelijk is aan de technische levensduur conform de contractafspraken. Wanneer geen contractafspraken over de sportvoorziening zijn, kennen we deze toe voor een periode van vijf jaar.

8. Taxivervoer

8.1 Persoonsgebonden budget

Wanneer een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening in de vorm van regiotaxi of individueel (rolstoel) taxivervoer kan cliënt kiezen voor een gelijkwaardig pgb (als cliënt aan voorwaarden voor een pgb voldoet). De vervoersbehoefte stellen we op maat vast, met een maximum van 1500 kilometer per jaar.

  • De hoogte van het pgb voor de kosten van (rolstoel) taxivervoer is gelijk aan de netto kilometerprijs van de regiotaxi, verminderd met de ritbijdrage en vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers per jaar. Dit tenzij op basis van het door cliënt ingediende budgetplan passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. Uitbetaling geschiedt achteraf per jaar door middel van het indienen van de facturen van het taxibedrijf.

  • De hoogte van het pgb voor de kosten van individueel (rolstoel) taxivervoer is gelijk aan de netto kilometerprijs van individueel (rolstoel) taxivervoer en vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers per jaar. Dit tenzij op basis van het door cliënt ingediende budgetplan passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. Uitbetaling geschiedt achteraf per jaar door middel van het indienen van de facturen van het taxibedrijf.

Het pgb voor de kosten van (rolstoel) taxivervoer of voor individueel (rolstoel) taxivervoer kan cliënt inzetten voor aanpassing van de eigen auto. Als hiermee hetzelfde resultaat (cliënt kan in aanvaardbare mate participeren) wordt bereikt. Wanneer de werkelijke kosten van de autoaanpassing lager liggen dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten van de aanpassing uitbetaald. Het pgb kennen we toe voor een periode van vijf jaar.

 

8.2 Tegemoetkoming autokosten

Wanneer cliënt geen gebruik kan maken van de maatwerkvoorziening regiotaxi en cliënt is afhankelijk van derden voor vervoer. Dan kan een financiële tegemoetkoming voor autokosten worden toegekend. De hoogte van de tegemoetkoming in vervoerskosten is gebaseerd op het belastingvrije bedrag per kilometer of de kosten van het openbaar vervoer. Dit betreft € 0,23 per kilometer.

9. Slotbepalingen

9.1 Afwijking van de Verordening

In situaties waarin de Verordening maatschappelijke ondersteuning, het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning niet voorzien, kan het college met in acht name van de uitgangspunten en doelstellingen van de regels een aangepaste voorziening toekennen of de vorm van een voorziening nader vaststellen.

 

9.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Op die datum wordt het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning 2025 ingetrokken.

  • 3.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser 2026.

Vastgesteld te Losser op 16 december 2025,

de secretaris,

A. Oortgiesen

burgemeester,

J.B. Diepemaat

Naar boven