Gemeenteblad van Súdwest-Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Súdwest-Fryslân | Gemeenteblad 2025, 571759 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Súdwest-Fryslân | Gemeenteblad 2025, 571759 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Gelet op artikel 3.1 van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad van de gemeente Súdwest-Fryslân de omgevingsvisie vastgesteld, met als toevoeging de Ruimtelijke Strategie Sneek (hoofdstuk 8).
Dit besluit betreft de wijziging van de “Omgevingsvisie gemeente Súdwest-Fryslân”, opgenomen in 'bijlage A'.
De omgevingsvisie is digitaal raadpleegbaar op de Landelijke Voorziening via de volgende link: Regels op de Kaart
De onderbouwing van deze wijziging is opgenomen in de motivering.
Met het ‘Rondje Súdwest’ legden de inwoners van Súdwest-Fryslân in het voorjaar van 2019 de basis voor de Omgevingsvisie 1.0. Deze omgevingsvisie schetst de ontwikkelingsrichting voor de woon-, werk- en leefomgeving voor een lange periode binnen de Gemeente SWF.

De Omgevingsvisie 1.0 nodigt uit tot ontwikkelingen: het is dé rode draad voor gemeentelijke activiteiten in de fysieke leefomgeving. Deze visie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan vormen een duidelijk handvat. Daarmee kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. Zo helpt een Omgevingsvisie bij het soepel doorlopen van de procedures.
Naast de resultaten van het Rondje Súdwest is bestaand actueel beleid gebruikt bij het opstellen van de Omgevingsvisie 1.0. Klik hier voor een overzicht van de gebruikte bronnen (Bijlage 3). Hier staat ook van de vaak voorkomende begrippen ‘omgevingskwaliteit’ en ‘kernwaarden’ een omschrijving.
Een integrale Omgevingsvisie 1.0
De Omgevingsvisie 1.0 gaat over belangrijke onderwerpen als gezondheid, veiligheid, omgevingskwaliteit, bereikbaarheid en economie. Denk ook aan meer sociale thema’s als inclusiviteit, leefbaarheid en arbeidsmarktbeleid. De inwoners keken tijdens het Rondje Súdwest ook zo breed naar de toekomst. Iedereen was welkom om mee te denken over deze onderwerpen.
Er waren vijf avondbijeenkomsten in diverse plaatsen. Er waren gastlessen voor kinderen op school. De ‘Omgevingsbus’ heeft een ronde gemaakt. Daarnaast is vanuit de bedrijven gesproken met een klankbordgroep. In totaal hebben ruim 450 mensen tussen 10 en 90 jaar oud meegedacht.

Met (keten)partners
Bij het maken van de Omgevingsvisie 1.0 zijn diverse (keten)partners betrokken. Dat zijn de buurgemeenten, GGD, Veiligheidsregio Fryslân, Staatsbosbeheer, LTO, Fumo, Wetterskip Fryslân en Accolade woningbouw. Ook bij de verdere doorontwikkeling van de Omgevingsvisie en de uitwerking richting (gebieds)agenda’s, de Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan, blijven we samenwerken. Samen staan we sterk!
De opbrengst van het Rondje Súdwest bood veel input voor de Omgevingsvisie 1.0. Die bestaat uit vijf thema’s:
Súdwest-Fryslân: de gezondste gemeente van (Noord-)Nederland
De gezondheid van de inwoners van Súdwest-Fryslân is vrij goed. Daarnaast is de sociale samenhang sterk. Dat is een teken dat het hier fijn wonen is. Súdwest-Fryslân wil de gezondste gemeente van (Noord-)Nederland worden.
Súdwest-Fryslân werkt aan: het voorkomen van (vermijdbare) bedreigingen voor de gezondheid;het bevorderen van de veerkracht en regie van haar inwoners over hun eigen gezondheid en gezondheidsbeleving.
Dat doet Súdwest-Fryslân door een gezonde leefstijl te ondersteunen. Daarnaast stimuleert Súdwest-Fryslân sport en beweging en moedigt sociale ontmoeting aan. Ook zijn er preventie- programma’s in samenwerking met de eerstelijnszorg. Door de vergrijzing is er veel aandacht voor ouderen. Tegelijkertijd vergeet Súdwest-Fryslân haar jongeren niet.
Geluk én brede welvaart op 1
De provincie Fryslân zet geluk voor de huidige en volgende generaties Friezen op 1! Súdwest-Fryslân onderstreept dit en voegt daar ‘brede welvaart’ aan toe. Geluk komt voort uit de directe leefomgeving en het dagelijks leven. Denk aan een baan hebben, veiligheid voelen en fijne contacten met anderen hebben.
In 2019 scoorde Súdwest-Fryslân samen met de Fryske Marren op het gebied van brede welvaart de tweede plaats in Nederland > De ambitie van Súdwest-Fryslân is de eerste plaats! Súdwest-Fryslân wil een gemeente zijn waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is.
Volop genieten in Súdwest-Fryslân
In Súdwest-Fryslân is het écht genieten. Om er te wonen en te recreëren. En er is voor alle leeftijden van alles te zien en te beleven. In de directe woonomgeving kun je genieten van de rust en de ruimte. Er zijn paden genoeg om erop uit te gaan, te ontspannen en de frisse lucht op te snuiven. En in Súdwest-Fryslân kun je genieten van het schone water in de meren.
In Súdwest-Fryslân beleef je de geschiedenis met het erfgoed. Dat vertelt de verhalen van het verleden. Súdwest-Fryslân koestert dit allemaal. Je hoort in Súdwest-Fryslân het Frysk. Je proeft van traditionele sporten als Skûtsjesilen, kaatsen of fierljeppen. En je voelt de historie.
Súdwest-Fryslân bruist letterlijk met maar liefst zes unieke fonteinen. Internationaal bekende kunstenaars hebben deze bijzondere waterkunstwerken ontworpen. Ook bruisend zijn de diverse evenementen. Bijvoorbeeld de Heamiel in Bolsward, de Fiets Elfstedentocht, de Strontweek of de Veekeuringsdag in Workum.
Elk jaar is in Workum 'de Dutch Youth Regatta'. Dit is een internationale zeilwedstrijd voor de jeugd op het IJsselmeer. Het is fantastisch om het kleurrijke vertrek en aankomst aan het begin en eind van de dag te aanschouwen. Elk jaar starten de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen (IFKS) en Hylper Hurdsilerij voor de kust van Hindeloopen. Tijdens de bekende Sneekweek zijn er zeilwedstrijden op de Snitser Mar en jong en oud geniet in het centrum van (muziek)activiteiten en festiviteiten.
Sterke kernwaarden
Cultureel erfgoed, natuur, water en het open, veelal agrarisch, landschap zijn de belangrijkste kernwaarden van Súdwest-Fryslân. Die bepalen de identiteit. Bij ontwikkelingen wil Súdwest-Fryslân deze kernwaarden in een goede staat doorgeven aan toekomstige generaties. Ze vormen het natuurlijk kapitaal en ook in de toekomst de basis voor een krachtig en uniek Súdwest-Fryslân.
Súdwest-Fryslân is de grootste gemeente van Nederland. Er wonen 89.987 mensen (Bron: gemeentelijke administratie op 1 januari 2020). De oppervlakte telt 908 vierkante kilometer, waarvan 578 vierkante kilometer land en 330 vierkante kilometer water. Súdwest-Fryslân telt 89 officiële plaatsen (kernen) en 83 dorpen. Zes van de Friese elf steden liggen in Súdwest-Fryslân. Wy binne grutsk op ús gemeente!
Súdwest-Fryslân is onlosmakelijk verbonden aan de regio (Noord-)Nederland. Kijk alleen maar naar het landschap, de ontstaansgeschiedenis, de netwerken van vrienden en familie en het functioneren van de woning- en arbeidsmarkt. Súdwest-Fryslân vormt een sterk samenhangend geheel met de gemeenten in de regio. Alleen samen kunnen we belangrijke maatschappelijke doelen bereiken.
Súdwest-Fryslân4GlobalGoals
Samen staan we voor de wereldwijde agenda tot 2030. Het gaat daarbij op om de 17 SDG’s (duurzame ontwikkeldoelen). Deze doelen lijken abstract. Maar schijn bedriegt. Want ze hebben allemaal een sterke relatie met het dagelijks werk van de gemeente. En met het dagelijks leven van de inwoners.
De kracht van de SDG’s is dat die uitgaan van een integrale aanpak. Daarbij zijn de fysieke, sociale en economische aspecten met elkaar in balans. Alleen deze samenhang bereikt een duurzame ontwikkeling. Dit staat ook centraal in de Omgevingswet.

Daarom heeft Súdwest-Fryslân de 17 SDG’s gekoppeld aan de opgaven uit de nationale Omgevingsvisie. Dat gebeurde in een praktijkproef met de VNG. Dit leidde tot 12 onderwerpen. Het hieruit voortgevloeide ‘Kompas voor de omgeving’ is voor Súdwest-Fryslân op maat gemaakt. Hierin staan de vijf thema’s uit het Rondje Súdwest centraal. Het themakompas geeft na afloop van ieder hoofdstuk in grijze vakken de subdoelen van de SDG’s (als afgeleide van de internationale doelen) als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente.
Belangrijke vraagstukken
Er komen veel grote en belangrijke vraagstukken op Súdwest-Fryslân af. Denk aan de energietransitie, de klimaatadaptatie en de verduurzaming van de landbouw waarbij we met elkaar inzetten op meer gezonde voeding, een gezonde leefomgeving, circulariteit, omgevingskwaliteit en een energiek ondernemersklimaat. Súdwest-Fryslân bekijkt alles in samenhang. Dit is een kans. Zo biedt de energietransitie bijvoorbeeld economische perspectieven voor het Friese bedrijfsleven.
Súdwest-Fryslân vindt het belangrijk om te werken aan een aantrekkelijke omgeving. Mét de mienskip. Een omgeving waar het fijn wonen, leven en vestigen is. De gemeente stelt daarvoor middelen beschikbaar. Ook denkt Súdwest-Fryslân mee over mogelijkheden. De gemeente staat open voor (gebiedsgericht) maatwerk. De gemeenschap pakt het op. Súdwest-Fryslân maakt daarbij gebruik van de ruimte die het beleid biedt. De denk- en werkwijze is:

1.4.1. Samen plannen maken
Dit vraagt om overleg en om een goed, zorgvuldig proces. Dat zorgt voor een situatie met kwaliteit. Súdwest-Fryslân ontwikkelt hiervoor nieuwe instrumenten. Het doel? Goede, soepele processen. Denk aan het vroegtijdig met elkaar in gesprek en aan de slag gaan. En aan het werk maken van een goede waardering van de kernwaarden. Zodat Súdwest-Fryslân die op een goede manier kan meenemen bij nieuwe ontwikkelingen. Cultureel erfgoed, natuur, water en het open landschap zijn de kernwaarden van Súdwest-Fryslân. Die vragen ook in de toekomst om koestering. De kernwaarden dienen als inspiratie bij nieuwe plannen en bij het omgaan met de maatschappelijke opgaven, zoals de energiestrategie en klimaatadaptatie. Samen kijken we naar kansen (bijvoorbeeld vanuit het Rijk). We trekken samen op en bundelen krachten. Ook binnen de kernen moeten we elkaar weten te vinden.
Súdwest-Fryslân:
Zet in op energie uit de gemeenschap.
Gaat uit van mogelijk maken.
Laat niemand achter.
Heeft oog voor rechtvaardigheid en een eerlijke verdeling.
Versterkt de zelfbeschikking van de Mienskip.
Helpt om het samen te doen; van zelfbeschikking naar ‘samenbeschikking’.
Werkt vanuit synergie.
Richt zich op taken waar wij invloed op hebben.
Werkt aan een energiek ondernemersklimaat.
Doet wat we aan kunnen.
Gaat uit van onze eigen kracht.
Wil ons geluk behouden.
Is toekomstgericht
Gezond en veilig
Súdwest-Fryslân zet in op een gezonde en veilige leefomgeving. Die is van iedereen. Iedereen mag meepraten over zaken die de leefomgeving aangaan. Door goed te luisteren kan Súdwest- Fryslân veel voor inwoners en bedrijven mogelijk maken. En daarmee positief bijdragen aan gevoelens van gezondheid, veiligheid én genieten!
In beweging
Súdwest-Fryslân nodigt uit tot bewegen! Voorkomen van (gezondheid)problemen is beter dan genezen. Daarom zet Súdwest-Fryslân in op een gezonde stijl van leven. Dat betekent: veel beweging;voldoende (financiële) mogelijkheden;voldoende vaardigheden;waardevolle relaties.
Dat hoort allemaal thuis bij de aanpak ‘Positieve gezondheid’ die Súdwest-Fryslân volgt.
Duurzaam en circulair
Ontwikkelingen moeten de bodem, het water, het klimaat en de luchtkwaliteit minder belasten. Ook mogen natuurlijke grondstoffen niet opraken. (Niet) afbreekbaar afval is niet gewenst. Hoe kun je dat voorkomen als de ontwikkeling aan het einde van zijn gebruiksperiode/verouderd is? Deze vraag speelt bij de start van een ontwerp en bij de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Is verwijdering of (makkelijk) opnieuw gebruiken mogelijk?
Súdwest-Fryslân vindt duurzame rechtvaardigheid belangrijk. Ontwikkelingen vragen om een eerlijke verdeling van de lusten, lasten en zeggenschap. Bijvoorbeeld bij het inpassen van de maatschappelijke opgaven. Súdwest-Fryslân past in het algemeen bij alle ontwikkelingen de milieubeginselen toe uit artikel 3.3 van de Omgevingswet.
Dit zijn:
Súdwest-Fryslân verwacht dit ook van ontwikkelaars.
Súdwest-Fryslân denkt bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in oplossingen. Er is veel mogelijk. Belangrijke voorwaarde is dat inwoners in de omgeving de initiatieven dragen. Inzet op energie vanuit de gemeenschap en een frisse ondernemersgeest. Een andere belangrijke voorwaarde is dat in een vroeg stadium oog is voor de kansen en kenmerken van het gebied. Denk daarbij aan de kernwaarden van het landschap en aan de bodem. Ook dit is onderwerp van gesprek bij het ‘Samen plannen maken’.
Er komen veel grote en belangrijke vraagstukken op Súdwest-Fryslân af. Denk aan de energie-transitie, de klimaatadaptatie en de verduurzaming van de landbouw. En: circulariteit, een gezonde leefomgeving en de omgevingskwaliteit. Súdwest-Fryslân bekijkt alles in samenhang. Hoe kan je bijdragen aan andere ambities en wensen in een gebied? Súdwest-Fryslân stimuleert dat al aan het begin van een project of ontwikkeling. Dat vraagt om samenhangend werken en denken in win-win kansen. Er is ruimte om te experimenteren en ontwerpend onderzoek. Súdwest-Fryslân hecht hierbij waarde aan slimme, creatieve combinaties, lokale betrokkenheid en zorgvuldig ruimtegebruik.
Súdwest-Fryslân werkt gebiedsgericht. Dit betekent dat ontwikkelingen gebeuren op de meest geschikte plek. Aandachtspunten zijn de waterhuishouding, verkeersontsluiting, ecologie, ondergrond en kernwaarden van het landschap. De uitdaging is om de waarden, opgaven en wensen in een gebied goed met elkaar te verbinden. Kennis van lokale partijen, inwoners en kennisinstellingen vormen de basis.
De één droomt van het bouwen van een eigen huis. De ander wil iemand die luistert naar een veelvoorkomende ergernis. Súdwest-Fryslân gaat in gesprek met inwoners. Het doel: dat wat inwoners en bedrijven willen op een verantwoordelijke manier mogelijk maken. Er is volop ruimte voor initiatief. De gemeente heeft vertrouwen in de initiatiefnemers. Súdwest-Fryslân blijft zo leren en innoveren. Als het nodig is, past Súdwest-Fryslân processen en regels aan en schrapt overbodige regels. De dienstverlening verbetert continu. Data science en digitale informatiesystemen dragen daaraan steeds vaker bij.
De samenleving vraagt om een flexibele overheid. Ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Wat vandaag is bedacht, kan morgen alweer achterhaald zijn. Dat vraagt om een flexibele en dynamische Omgevingsvisie. Súdwest-Fryslân regelt het als er aanpassingen in de Omgevingsvisie 1.0 nodig zijn. Periodiek vindt er evaluatie plaats, waarbij de inwoners betrokken worden.
Súdwest-Fryslân speelt met haar Omgevingsvisie 1.0 in op de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt. Volgens deze Omgevingswet moet iedere gemeente een Omgevingsvisie maken. De Omgevingswet is gericht op “het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilig, gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” (Artikel1.3 van de Omgevingswet).
Mensen wonen met veel plezier in Súdwest-Fryslân. De inwoners gaven dat tijdens het Rondje Súdwest aan. Maar: het is niet alleen ‘rozengeur en maneschijn’. Er zijn zeker aandachtspunten voor de toekomst. Niet alle ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven passen ‘zomaar’ in het mooie landschap. Het is daarom belangrijk om samen alert te blijven en keuzes te maken.
De inwoners riepen tijdens het Rondje Súdwest op: “Durf als gemeente koers te bepalen. Wees transparant, betrek ons en blijf er samen met ons de schouders onder zetten." Neem verantwoordelijkheid, blijf communiceren en de gemeenschap betrekken óók bij uitvoeringsplannen.
Deze handschoen pakt Súdwest-Fryslân graag samen met inwoners en (keten)partners op!
Leeswijzer
Deze Omgevingsvisie 1.0 bestaat uit een inleiding, thematisch deel, gebiedsgericht deel en afsluitend deel over het vervolg. Het thematisch deel gaat in op de vijf thema's:
gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving;
sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap;
veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden;
vitaal en aantrekkelijk landschap;
duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief.
Elk thema start met de ambities, waarbij Súdwest-Fryslân aangeeft hoe ze hieraan werkt. Het ‘Kompas voor de omgeving’ is voor de gemeente op maat gemaakt. Daarin staan onder meer de SDG’s (duurzame ontwikkeldoelen) (zie paragraaf 1.3). Deze kompas vormt de spil van deze onderdelen.
Het gebiedsgerichte deel (zie H7) beschrijft de thematische opgaven en aandachtspunten voor de zes deelgebieden.
De omgeving waarin wij wonen, werken en leven beïnvloedt onze gezondheid. De uitbraak van het coronavirus in 2020 maakt dat pijnlijk duidelijk. Wat is een gezonde leefomgeving? Er is niet 1 antwoord op deze vraag. Veel factoren spelen een rol. Zoals het voorkomen van situaties die het milieu bedreigen. Denk ook aan voldoende ruimte om te bewegen. En aan een fraaie, groene omgeving waar jij je fijn voelt. Súdwest-Fryslân wil de gezondheidsverschillen verkleinen. De inzet is een brede welvaart. Het is daarvoor belangrijk om bruggen te slaan tussen de generaties.
Súdwest-Fryslân werkt vanuit de aanpak van ‘Positieve gezondheid’. Hierbij staan het beschermen en het bevorderen van de gezondheid centraal. Súdwest-Fryslân werkt daarom aan een omgeving die stimuleert tot bewegen. Een omgeving die voldoende groen is. Die plek biedt voor ontmoeten. En veilig, schoon, opgeruimd en toegankelijk is. Hierdoor is het makkelijker voor iedereen om gezonder te leven én gezondere keuzes te maken. Bijna zónder erbij na te denken.

Súdwest-Fryslân gebruikt twee leidraden voor de Omgevingsvisie 1.0. Dat zijn de SDG’s en de opbrengst van het Rondje Súdwest. Het koepelthema ‘Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving’ telt twee centrale onderwerpen. Die komen uit het SDG-Kompas. Dat zijn:
Deze onderwerpen bepalen de opbouw van de tekst over dit koepelthema. Het paarse ‘themakompas’ laat de SDG's (sub)doelen zien die voor deze twee onderwerpen belangrijk zijn. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen met per (sub)doel de aandachtspunten. Súdwest-Fryslân neemt die mee in haar beleid en dagelijkse werk.

Súdwest-Fryslân wil met de inrichting van de leefomgeving de gezondheid van haar inwoners beschermen en bevorderen. Denk aan het groen in de wijken en autoluwe gebieden. Maar het gaat ook over een veilige en goed onderhouden openbare ruimte. En met het zorgen voor voldoende afstand tussen gevoelige functies en functies die overlast geven. Zoals wonen ten opzichte van bepaalde bedrijven. Plus: het bieden van voldoende sport-, beweeg- en ontmoetingsmogelijkheden. Súdwest-Fryslân streeft naar een schone openbare ruimte met een gezond en veilig leefklimaat voor inwoners van alle leeftijden.
Voldoende groen in en om wijken, dorpen en steden
Groen levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving, de biodiversiteit en de gezondheid van mensen. Het is een oplossing voor allerlei maatschappelijke opgaven. Zoals droge voeten, schone lucht, CO2 en wateropvang en koelte bij hete dagen. Mensen voelen zich gelukkiger en gezonder met groen om zich heen en slapen beter. Dat maakt dat ze gemakkelijker gaan bewegen en sporten.
Súdwest-Fryslân heeft een weids, groen landschap. Ook in de steden, dorpen, wijken en buurten moet het groen zijn. Súdwest-Fryslân werkt hier op de volgende manieren aan:
duurzaam onderhouden en beheren van openbaar groen;
gaan voor een gezonde balans in biodiversiteit;
een zo groot mogelijke betrokkenheid van inwoners bij het groenbeheer;
verlagen van de beheerkosten door effectieve en efficiënte beheermethoden;
bij het groenonderhoud zo veel mogelijk gaan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt inzetten;
zorgen voor een goede balans tussen verharding en groen;
zorgen voor meer bewustwording* bij inwoners en bedrijven over klimaat en biodiversiteit;
zorgen voor sociale veiligheid;
zorgen voor een veilig, verschillend en gezond bomenbestand om onder meer ziekten en plagen te voorkomen;
voorkomen van uitbereiding van invasieve exoten.
*Dat kan onder meer via de actie Steenbreek.
Ruimte voor ontmoeten
Als mensen goed contact hebben met anderen in hun omgeving en een inkomen hebben, verbetert hun gezondheid. Ze voelen zich daardoor fijner. Daardoor verhuizen ze minder. Dat draagt bij aan de betrokkenheid met de buren.
Súdwest-Fryslân wil dorpen 'jong' houden. Dat vraagt om voldoende plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. De gemeente telt 64 dorpshuizen, multifunctionele centra en wijkgebouwen. Deze ontmoetingsplekken moeten nu en later goed aansluiten op de bevolkingssamenstelling. Dat geldt ook voor de sport- en speelvoorzieningen. Door de vergrijzing zijn er naar verwachting minder vrijwilligers om deze voorzieningen op termijn te behouden. Er is ‘nieuwe aanwas’ vanuit de jeugd nodig.
Van zorg naar preventie: Positieve gezondheid
De ambitie van Súdwest-Fryslân is om de gezondste gemeente van Noord-Nederland te zijn. Om gezond en gelukkig te zijn, moeten een aantal basisvoorwaarden op orde zijn. Hoe sterker de basisvoorwaarden, hoe beter mensen kunnen omgaan met veranderingen of tegenslagen in hun leven. Dit is de kern van het preventiebeleid van Súdwest-Fryslân. Súdwest-Fryslân trekt hierin samen op met de GGD, NHL Stenden en De Friesland Zorgverzekeraar. Dit zijn de ambassadeurs van “Samen doen, samen gezond Súdwest-Fryslân”. Súdwest-Fryslân verwacht dat een preventieve aanpak bijdraagt aan levensgeluk en de gezondheid. ‘Positieve gezondheid’ staat centraal bij de aanpak. Die richt zich op de lichamelijke en de geestelijke gezondheid. Hierbij is speciale aandacht voor inwoners die risico’s lopen. Zo hoopt Súdwest-Fryslân de stijgende behoefte aan zorg en ondersteuning af te remmen.
Uitnodigen tot bewegen
Súdwest-Fryslân wil een gemeente zijn waar mensen in beweging komen die uitnodigt om te lopen en fietsen. Waar dichtbij huis mogelijkheden zijn om te wandelen, spelen en sporten. Dat houdt de omgeving voor de jeugd/jongeren aantrekkelijk. Wanneer kinderen al vroeg in beweging komen, dan blijven ze later ook bewegen. Súdwest-Fryslân maakt preventieprogramma’s, onder andere met de GGD.
Buitenspelen en buiten zijn is gezond en goed voor de ontwikkeling van jong én oud. Een goede inrichting van de speelvoorzieningen stimuleert buitenspelen. Het onderhoud gebeurt samen met de inwoners. Samen met sport- en beweegaanbieders en andere partners heeft Súdwest-Fryslân een lokaal sportakkoord gesloten. Het doel daarvan is om een beweging op gang te krijgen waardoor iedereen plezier krijgt in sport.
Zorgvoorzieningen dichtbij
De leeftijdsopbouw van de bevolking verandert sterk. In 2018 was de meerderheid van de Friese bevolking vijftig jaar of ouder. Het aantal 65-plussers neemt toe en het aantal van 20 tot 65 jaar daalt tot 2040. Dit betekent dat er in 2040 voor elke oudere vier werkenden zijn. In 2007 waren dat nog acht werkenden voor elke 65-plusser. Dit heeft gevolgen voor de omgeving.
Op een gegeven moment worden mensen minder mobiel. Ze zijn dan meer aangewezen op hun directe omgeving. Senioren blijven steeds vaker en langer zelfstandig wonen. Het is daarom belangrijk dat zorg- en welzijnsvoorzieningen goed (digitaal) bereikbaar zijn. Vooral in krimpregio’s staat dat onder druk. Niet alle dagelijkse voorzieningen kunnen in elke kern aanwezig zijn. Dat is al lang niet meer het geval. Súdwest-Fryslân zet in op het duurzaam in stand houden van het voorzieningenniveau.
Een inclusieve gemeente: kwetsbare mensen aanmoedigen om mee te doen
Er moeten genoeg mogelijkheden zijn om te kunnen ontwikkelen en mee te doen. Dat geldt voor jong en oud, met en zonder beperkingen. Súdwest-Fryslân gebruikt de sociale infrastructuur optimaal. De gemeente zorgt voor een betere samenwerking tussen de betrokken partijen en afstemming van het aanbod. Daarnaast spoort de Sociale Index actief kwetsbare mensen op. Doel is om hen bij de maatschappij te blijven betrekken. De eigen verantwoordelijkheid en de eigen kracht zijn daarbij belangrijk.
Verschillen in gezondheid
De verschillen in gezondheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Súdwest-Fryslân zijn groot. Inwoners met een lage opleiding en laag inkomen hebben in het algemeen minder gezonde levensjaren. De cijfers zijn ernstig. Deze groep overlijdt gemiddeld zeven jaar eerder en voelt zich achttien jaar langer ongezond. Zij roken gemiddeld meer. Ook is er vaker sprake van overgewicht. Daarnaast bewegen ze minder en eten ongezonder.
De gezondheidsproblemen staan vaak niet op zichzelf. Vaak hangen ze samen met onderliggende oorzaken. Denk aan schulden, armoede en werkloosheid. Het oplossen van de gezondheidsvraagstukken ligt niet alleen bij de zorgsector. Het vraagt om inzet van allerlei (maatschappelijke) organisaties en bedrijven. En bovenal van de mensen zelf. Belangrijke speerpunten zijn het tegengaan van roken, alcoholgebruik en overgewicht.
Via de Sociale Index zijn de kwetsbare inwoners in beeld. Súdwest-Fryslân zorgt voor mensen met een beperking. Dat gebeurt vanuit het beleid en de regelgeving rondom de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Er zijn vier gebiedsteams die zorg bieden als dat nodig is. Dat zijn Sneek Noord, Sneek Zuid, Bolsward e.o. en Buitengebied.
Welzijnswerk
De ‘kracht van de samenleving’ doet er toe. Dat laten initiatieven van inwoners, organisaties en netwerken in dorpen en steden zien. Vrijwilligers spelen daarbij trouwens een grote rol. De Stichting Sociaal Collectief is voor Súdwest-Fryslân de spil in het welzijnswerk.
Stichting Sociaal Collectief Súdwest-Fryslân helpt buurten, wijken en dorpen daarmee. De stichting legt contact met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Daarnaast stimuleert de stichting het met elkaar delen van talenten en kennis. Inwoners kunnen hierdoor zelfstandiger functioneren terwijl ook de onderlinge relaties versterken. Dit zorgt voor een krachtigere samenleving.
Aanpak van armoede
Samen krachtig aan de slag tegen armoede. Zodat iedereen kan meedoen in de gemeente. Dat is het idee van de armoede-aanpak van Súdwest-Fryslân. Daarbij zet de gemeente de mens centraal. Dat vraagt om maatwerk. Súdwest-Fryslân wil armoede voorkomen en terugdringen en de gevolgen ervan verzachten. Het is daarvoor belangrijk om zo goed mogelijk gebruik te maken van de informele hulp. Dat kan door het leggen van een goede relatie met de formele hulp. En door regels en stelsels waar mogelijk te vereenvoudigen.
Gezonde bodem voor mensen, planten en dieren
De bodem is veelzijdig. De druk op het gebruik van de ruimte neemt alsmaar toe. Dat geldt ook voor het gebruik van de bodem. Súdwest-Fryslân gaat zorgvuldig met de bodem om. Een gezonde bodem is namelijk belangrijk, want dat vermindert bijvoorbeeld de effecten van klimaatverandering.
De bodem slaat koolstof op en bodemenergie is bruikbaar. Daarnaast vormt een gezonde bodem een belangrijke voorwaarde voor biodiversiteit en voor gezonde grondstoffen en voedings- stoffen voor mensen, planten en dieren. Verder houdt de bodem het grond- en drinkwater vast en zorgt voor de zuivering ervan. Plus: de bodem draagt de sporen van bewoning in het verleden. Tot slot vormt de bodem de stabiele basis om te bouwen.
Súdwest-Fryslân gaat aan de slag met een integrale Atlas voor de leefomgeving, bodem is daar een onderdeel van. Ook de Grondwateratlas wordt hierin opgenomen. Het is van belang om de bodem gezond te kunnen houden en om de goede keuzes te kunnen maken. De integrale Atlas voor de Leefomgeving geeft inzicht in het gebruik van, de kansen voor en de beperkingen van de ondergrond. Er is voor grondverzetwerkzaamheden een bodemkwaliteits- en bodemfunctiekaart opgesteld. Zo ook voor PFAS.
Wettelijke milieunormen
Wettelijke milieunormen regelen de bodem- en luchtkwaliteit en het voorkomen van geluid- en lichthinder. Bij besluiten hierover houdt Súdwest-Fryslân zich aan deze richtlijnen. Dat geldt ook voor het eigen handelen. Denk aan de Wet milieubeheer en na 2021 aan het Besluit activiteiten leefomgeving. Er gelden maatregelen bij overschrijding van de aanvaardbare niveaus. Dat gebeurt in beginsel door de ontwikkelende partij. Is die er niet, dan stelt Súdwest-Fryslân een programma met maatregelen op. Doel is het aanvaardbare niveau voor een veilige en gezonde leefomgeving.
Schone Lucht
Gezonde lucht is een belangrijke basisvoorwaarde voor wonen, werken en de gezondheid. Súdwest-Fryslân sluit zich dan ook aan bij het Schone Lucht Akkoord om met de provincie en de buurgemeenten op te trekken om de luchtkwaliteit te verbeteren.
Overlast van geluid beperken
Súdwest-Fryslân wil daar waar dat mogelijk is de overlast van geluid beperken. Mensen kunnen gezondheidsproblemen krijgen als ze te lang in ruimtes of gebieden zijn waar veel geluid is. Minder hinder van geluid leidt tot een gezondere leefomgeving. Súdwest-Fryslân gaat hiermee aan de slag met de 'soundscape’ benadering. Het gaat daarbij om hoe mensen het geluidsniveau beleven. Niet om de feitelijke overlast.
Een goede inrichting van de omgeving kan de overlast van geluid die mensen ervaren, verminderen. Denk aan een logische ligging van drukke/lawaaiige en stille functies ten opzichte van elkaar. Een ander voorbeeld is het uit het zicht houden van geluidsbronnen. Súdwest-Fryslân houdt hiermee rekening bij nieuwe ontwikkelingen. Het streven is een goed woon- en leefklimaat. Geluid speelt daarbij een rol.
De uitdaging voor ontwikkelende partijen is om te zorgen voor (innovatieve) maatregelen. Vooral bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in de buurt van (spoor)wegen en bedrijvigheid. Deze maatregelen moeten zorgen voor geen of slechts minimale geluidsbelasting die effect heeft op de gezondheid. Ook moet er sprake zijn van een goed binnenmilieu en een prettige woon- en verblijfskwaliteit.
Integraal aan de slag met veiligheid
Súdwest-Fryslân zet in op sociaal veilig, verkeersveilig en op het voorkomen van wateroverlast en rampen. Dat laatste bijvoorbeeld door het gebruik van giftige/ontvlambare stoffen. De gemeente doet dat samen met de veiligheidsregio en de omgevingsdienst. Het doel is om risico’s zoveel mogelijk te beperken.
In de Omgevingsvisie 1.0 komt vooral de ‘fysieke veiligheid’ aan de orde en de gemeente houdt rekening met een brede benadering van veiligheid; denk bijvoorbeeld aan de invloed van de mate van verlichting (onverlichte steegjes of fietspaden) op het veiligheidsgevoel van inwoners of de mogelijkheid tot het ontplooien van criminele activiteiten. Súdwest-Fryslân zet in op een integrale aanpak zodat de verschillende veiligheidsvelden effectief en efficiënt gebeurt.
Absolute veiligheid is nooit haalbaar. Toch vindt Súdwest-Fryslân een heldere keuze tussen veiligheid en andere maatschappelijke belangen belangrijk. Bij het wel of niet toestaan van ontwikkelingen is het volgende belangrijk:
een gebied of bouwwerk moet de hele levensduur (sociaal) veilig blijven;
een scheiding tussen risicobronnen en -ontvangers zoveel als mogelijk;
continue aandacht voor het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico's;
continue aandacht voor het tegengaan van branden, rampen en crisis*;
continue aandacht voor de zelfredzaamheid van mensen als ze zijn blootgesteld aan de hierboven genoemde veiligheidsrisico’s.
*In de zin van de Wet veiligheidsregio’s (artikel 1, 14 en 15).
Meer ruimte waar mogelijk
Als het nodig en juridisch mogelijk is, stelt Súdwest-Fryslân afwijkende normen vast voor milieu- aspecten. Voorwaarde is dat die een gezonde en veilige leefomgeving niet aantasten. Zo bestaat er voor grondgebonden veehouderijbedrijven een geurverordening. Die geeft deze bedrijven meer mogelijkheden voor het houden van vee.
Vooralsnog geen omgevingswaarden
De nieuwe Omgevingswet biedt de mogelijkheid om 'omgevingswaarden' vast te stellen. Die gelden naast en/of bovenop wettelijke normen. Súdwest-Fryslân vindt over het algemeen dat de wettelijke normen voldoende bijdragen aan het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen. Er is op dit moment geen noodzaak om aanvullend daarop omgevingswaarden vast te stellen. Een mogelijke uitzondering hierop vormen de loodnormen in de bodem. Súdwest-Fryslân onderzoekt de wenselijkheid en mogelijkheid hiervan. Het blijkt namelijk dat beneden de wettelijke saneringsnorm voor lood er sprake is van mogelijke risico's, met name voor kinderen.
Súdwest-Fryslân gaat aan de slag met het programma Gezond Wonen, met daarin onder meer:
een onderzoek wat vergrijzing vraagt van onder meer wonen, voorzieningen, inrichting openbare ruimte en vervoer;
het uitgangspunt van 'Positieve gezondheid' (beschermen en bevorderen);
inrichten van een gezonde, veilige, duurzame en klimaatadaptieve omgeving;
het preventieakkoord.
Súdwest-Fryslân werkt aan de SDG’s die centraal staan bij het koepelthema. Zie het thema-kompas voor het thema ‘Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving’. Dat gebeurt met het beleid en de activiteiten die in dit hoofdstuk staan. Het themakompas geeft in de grijze vakken de subdoelen van de SDG’s als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente, rondom het thema ‘Gezonde, vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving’. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen. Súdwest-Fryslân werkt tegelijkertijd en in samenhang aan de vijf thema’s. Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit.

Súdwest-Fryslân is 'grutsk' op haar landschap. Súdwest-Fryslân gaat er zorgzaam en zuinig mee om. Het streven is een goede balans tussen wonen, werken, recreëren en genieten in een mooi landschap. Kernwaarden als natuur, water, cultuurhistorie en weidsheid zijn onze schatkist. Zorgen zijn er ook, zoals de teruggang van de biodiversiteit, klimaatontwikkelingen, effecten van natuurontwikkeling en bijvoorbeeld oprukkende (stedelijke) bebouwing.
Daarnaast liggen er opgaven. Denk aan klimaatverandering, de energietransitie en verduurzaming. En aan de omslag naar een circulaire economie. Verder spelen er verschillende vraagstukken voor het veenweidegebied. Dit gebeurt allemaal binnen ons landschap. Er is extra aandacht nodig om het buitengebied vitaal te houden.
Het landschap verandert en de stevige transities die op Súdwest-Fryslân afkomen vragen om keuzes. Súdwest-Fryslân maakt deze keuzes! Hierbij werkt Súdwest-Fryslân altijd vanuit de eigen kracht van een gebied. De gemeente staat positief tegenover initiatieven uit de samenleving (ja, mits…). De kernwaarden verliest Súdwest-Fryslân hierbij niet uit het oog.

Súdwest-Fryslân gebruikt twee leidraden voor de Omgevingsvisie 1.0. Dat zijn de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) en de opbrengst van het Rondje Súdwest. Het koepelthema 'Sterke kernwaarden; cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap’ telt drie centrale onderwerpen. Die komen uit de SDG-Kompas. Dat zijn:
leefomgeving die waardevol is;
gezond systeem van verschillende soorten planten en dieren (biodiversiteit);
schoon water.
Deze onderwerpen bepalen de opbouw van de tekst over dit koepelthema.
Het gele ‘themakompas’ laat de SDG's (sub)doelen zien die voor deze drie onderwerpen belangrijk zijn. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen, met per (sub)doel de aandachtspunten. Súdwest-Fryslân neemt die mee in haar beleid en dagelijkse werk.

Een sterke omgevingskwaliteit
Wat is omgevingskwaliteit volgens Súdwest-Fryslân? Dat is de samenhangende identiteit die ontstaat vanuit de verbinding tussen de ‘kernwaarden, robuuste systemen en opgaven in een gebied’. Cultureel erfgoed en landschap zijn onze belangrijkste kernwaarden. Daarmee onderscheidt Súdwest-Fryslân zich van andere gebieden.
Cultuurhistorie en identiteit als kernwaarden
Cultureel erfgoed (zoals archeologie en monumenten) is waardevol. Bijvoorbeeld voor de leef- baarheid en vitaliteit van kernen en voor geluk, genieten en welvaart:
erfgoed ervaren als dragers van het verleden, waarvan je kan genieten, Súdwest-Fryslân koestert dit;
identiteit en de band met elkaar, het unieke verhaal hoe Súdwest-Fryslân is ontstaan en ontwikkeld;
het maakt Súdwest-Fryslân aantrekkelijk voor toeristen en nieuwe inwoners en bedrijven.
Súdwest-Fryslân draagt daaraan bij door waardevol erfgoed te waarderen, te beschermen en te zorgen voor bewustzijn erover.
Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen moeten de cultuurhistorische waarden van het begin af aan betrokken worden. Ontwikkelingen die de identiteit van een gebied versterken, hebben de voorkeur. Maatwerk is hierbij het sleutelwoord. Op de ene plek is er namelijk meer mogelijk dan op de andere plek.
De landschappelijke kernwaarden van Súdwest-Fryslân
Het zuidwesten van Fryslân heeft een bijzonder landschap. Eeuwenlang hebben onder meer de ijstijd, erosie, vervening en menselijke activiteiten hun vormende werk gedaan. En nog dagelijks ontwikkelt het landschap van de ‘Súdwesthoeke’ zich. Elk landschap heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis en eigen kernwaarden.
Vrijwel heel Súdwest-Fryslân maakt deel uit van het beschermde Nationaal Landschap Zuidwest Friesland. Water en land zijn hier belangrijke kernwaarden. Het programma Omgevingskwaliteit werkt deze en andere kernwaarden verder uit. Ook wordt samen de ontwikkelingsrichting van het landschap en de kernen in beeld gebracht. Dit programma sluit daarbij aan op de provinciale nota Grutsk op ‘e Romte.
Elke kern zijn eigen identiteit
Elk dorp en stad in Súdwest-Fryslân heeft een eigen identiteit. Het erfgoed, de ontstaansgeschiedenis, het landschap en de mienskip bepaalt die identiteit. Het is de diversiteit die Súdwest-Fryslân zo geliefd maakt bij haar inwoners en bezoekers. De rust van het kleine dorp, de dynamiek van de stad, of van beide een beetje in het grotere dorp of de kleinere stad. Súdwest-Fryslân onderzoekt wat belangrijk is voor de identiteit van de kernen. Dit wordt onder andere meegenomen in de toekomstige ontwikkelingsrichting voor de kernen.
Kerken en boerderijen: behoud en herbestemmen
Kernen, kerken en boerderijen zijn herkenbare, historische punten in onze open, weidse gemeente. Súdwest-Fryslân respecteert die. Veel kerken in Súdwest-Fryslân stammen uit de middeleeuwen en hebben de status van een monument. Kerken zijn van oudsher belangrijk voor de mienskip. Ze dragen bij aan de leefbaarheid van een kern. Mensen komen er samen. Ze trouwen, rouwen, feesten en recreëren er. Als zulke belangrijke gebouwen hun functie verliezen en leeg komen te staan, denkt Súdwest-Fryslân mee over herbestemming.
Behoud van de Friese cultuur
Niet bebouwd erfgoed is even belangrijk als gebouwd erfgoed. De taal is daar een goed voorbeeld van. Súdwest-Fryslân steunt het behoud van het Frysk. Daarbij gaat het ook om de traditie van streekverhalen, podiumkunsten en muziek en om gewoonten en gebruiken.
Omgevingskwaliteit: behoud door ontwikkeling
Súdwest-Fryslân houdt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen rekening met de kernwaarden van het landschap en de kernen. Dat draagt bij aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Die omgevingskwaliteit vraagt om:
het gebruik maken van de kernwaarden;
goede aansluiting bij de identiteit, maat en de schaal van het landschap en de kernen;
behoud van de openheid en van de meren;vergroten van de verschillen tussen de landschapstypen;
sleutelgebieden en sleutelprojecten met een hoge architectonische, stedenbouwkundige en/of landschappelijke kwaliteit.
Súdwest-Fryslân wil duurzame kernen met een goede verdeling tussen bebouwde grond, groen en water. Súdwest-Fryslân biedt vooral ruimte voor dynamiek en experiment. Het beheer en onderhoud van vandaag de dag zijn belangrijk. Maar dat moet ook op orde en goed geregeld zijn bij nieuwe ontwikkelingen.
Ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen hand in hand
Súdwest-Fryslân wil graag samen met de samenleving optrekken. Samen ontwikkelingen rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en de verandering van het platteland een goede plek geven. Zodat de kernwaarden behouden blijven.
Als bepaalde ontwikkelingen kernwaarden bedreigen, dan moet er een grote plus tegenover staan. Deze meerwaarde is nodig voor het realiseren van omgevingskwaliteit. Zo kan er weer ‘omgevingstrots’ ontstaan. Bijvoorbeeld via vernieuwende energielandschappen en/of voedsellandschappen, of via integrale oplossingen in stads- en dorpsranden.
Het is niet eenvoudig om de ontwikkelingen rondom de energietransitie en klimaatadaptatie een goede plek te geven. Vaak spelen tegelijk meerdere ruimtevragen op eenzelfde vierkante meter. Dat vraagt om een integrale gebiedsgerichte manier van werken. Er zijn daarvoor bestaande kernwaarden om rekening mee te houden. En er is de zorg voor een gezond, vitaal en veilig woon- en leefklimaat. Meervoudig ruimtegebruik en samenhang op gebiedsniveau zijn bij deze ontwikkelingen leidende uitgangspunten.
Súdwest-Fryslân wil daarom via experimenteren en maatwerk ruimte bieden voor innovaties. Dat is ook een leerproces met onder meer de ontwikkeling van nieuwe instrumenten. Denk aan processen als Nije Pleats en Sinnetafels. Súdwest-Fryslân stimuleert (ontwerpend) onderzoek naar en investeringen in slimme combinaties van functies en activiteiten met omgevingskwaliteit. Dat gebeurt samen met de inwoners.
Het vergroten van de biodiversiteit
Biodiversiteit van de natuur betekent verscheidenheid van levende planten en dieren. Daarin zet Súdwest-Fryslân de aanpak uiteen om de biodiversiteit in de gemeente te verhogen. Dat gebeurt onder meer door het openbaar groen duurzaam te onderhouden en beheren. Belangrijk aandachtspunt is bijvoorbeeld voldoende bio-diversiteit in de bermen.
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is in Súdwest-Fryslân grotendeels begrensd en gereali- seerd. De EHS bestaat vooral uit meren en een aantal boezemlanden. Die grenzen aan de meren en aan de buitendijkse platen en polders. Veel meren en de IJsselmeerkust zijn Natura2000-gebieden. Grootschalige uitbreiding van natuurgebieden is niet direct aan de orde. Wel wordt meer aandacht gegeven aan de stedelijke ecologische hoofdstructuren en de versterking ervan.
Water kenmerkend voor Súdwest-Fryslân
Súdwest-Fryslân is (met De Fryske Marren) hét water(sport)gebied van de provincie. De vele meren, kanalen/vaarten en het natuurschoon maken het een sterk en aantrekkelijk gebied. Het water is een belangrijke drager. Van de historie, van de Friese cultuur en van het kenmerkende landschap met zijn landbouw, natuur en recreatie. De beleving van het water (IJsselmeer, vaarten, poelen, meren) en het bewegen langs oevers en kades zijn van hoge waarde. Daarom blijven de oevers openbaar.
Een landschap ontstaat (grotendeels) onder invloed van de mens als bewoner en bewerker. Meer en meer is de mens in staat om op grote schaal veranderingen in het landschap aan te brengen. Een voorbeeld hiervan zijn de ruilverkavelingen uit de tweede helft van de vorige eeuw. Die hebben het landschapsbeeld ingrijpend veranderd. Het water is daarbij bepalend voor de gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van het landschap. De toekomstige omgang met het water draagt bij aan droge voeten, aan een gezond en waardevol landschap en is een ordenend principe (casco).
Súdwest-Fryslân streeft ernaar dat water nog verder versterkt en gebruikt wordt, als identiteitsdrager en als inspiratie voor ontwikkeling. Zowel de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het water in Friesland moet versterkt worden. Dit is één van de kernwaarden.
Agenda Waddengebied 2050
Het Waddenzeegebied heeft een grote natuurwaarde en staat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Sinds 2017 wordt er gewerkt aan een gezamenlijke Agenda voor het Waddengebied 2050. De hoofddoelstelling voor de gebiedsagenda is (conform de structuurvisie Waddenzee) een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het open landschap. Het rijk stelt deze Agenda op met de regio.
Agenda Afsluitdijk en IJsselmeergebied
De Afsluitdijk beschermt ons al bijna 90 jaar tegen de kracht van het water. De scheepvaart van en naar het IJsselmeer geschiedt via de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand. De komende jaren maken Rijkswaterstaat en De Nieuwe Afsluitdijk de waterkering weer klaar voor de toekomst. De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) is een samenwerking tussen de provincies Noord-Holland en Fryslân en de gemeenten Hollands Kroon en Súdwest-Fryslân. De ambities staan in de Agenda IJsselmeergebied 2050.
Klimaatverandering
Door klimaatverandering ontstaat er een extra druk op het landschap. Het speelt een grote rol in de verandering van landschappen. Landschapszones schuiven erdoor op naar hogere breedte. Planten en diersoorten kunnen zich niet gemakkelijk aanpassen aan deze klimaatverandering. Dat verandert het landschap wezenlijk. En er zijn nog meer gevolgen van de opwarming van de aarde. In Súdwest-Fryslân hangt deze opgave onder andere samen met verdrogingsthema’s of verdere verzilting aan de Noord Westelijke kuststrook van de gemeente.
Goed beheer van de waterkwantiteit en -kwaliteit is daarom van levensbelang voor het gebied. Dat geldt voor de veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Water is daarmee een belangrijke factor op sociaal, economisch en ecologisch vlak. De wisselwerking met het IJsselmeergebied met z’n belangrijk zoetwaterfunctie is daarnaast belangrijk. Dat in stand houden is een belangrijke, nationale opgave.
De kwaliteit van het water
Er mogen zo weinig mogelijk verontreinigingen in het water terechtkomen. En de ecologie in het water moet op orde zijn. Een evenwichtige plantengroei die past bij de functie en een gezonde en gevarieerde visstand versterken de landschappelijke kwaliteit. Dus ook de belevingswaarde van het water.
Door klimaatverandering ontstaat er meer behoefte aan verkoeling op en aan het water. Ecologisch gezonde wateren zijn beter in staat weersextremen zoals hittestress op te vangen. Daardoor treden er minder snel problemen op zoals blauwalgengroei en botulisme in warme perioden.
Súdwest-Fryslân kijkt bij de klimaatopgaven voor het stedelijk gebied goed hoe om te gaan met het regenwater. Doel is dat dit zoveel mogelijk schoon in de grond of in het oppervlaktewater terechtkomt. Er geldt zoveel mogelijk een beperking voor gemengde riool overstorten. Wat betreft het vuilwater van de recreatievaart werkt Súdwest-Fryslân actief aan het verhogen van het bewustzijn van het omgaan met afvalwater. Bijvoorbeeld door het stimuleren van een betere inzamelstructuur voor afvalwater van de recreatievaart.
De waterkwaliteit staat onder druk. Dat komt onder meer door verontreinigingen met medicijnresten, microverontreinigingen en zwerfafval (plastic soep). Súdwest-Fryslân wil samen met derden onze wateren schoonhouden. Via onze afvalinzamelingstaak leveren we een grote bijdrage. Dat vraagt ook iets van de inwoner. Met onze verantwoordelijkheid voor de bodem beschermt Súdwest-Fryslân de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Bijvoorbeeld door toe te zien op de naleving van regels voor opslag. Dat voorkomt lekkage naar het grond- en oppervlaktewater.
De kwantiteit van het water
Súdwest-Fryslân heeft in 2050 een robuust watersysteem. Dat is een systeem dat weinig hulp nodig heeft om te kunnen draaien. Het water is schoon, veilig en er is voldoende van. Verstedelijking en klimaatverandering vormen integrale taken voor waterbeheer. Súdwest-Fryslân pakt die samen met andere opgaven (leefbaarheid, bodemdaling en gezondheid) op. Dit integraal oppakken is een uitdaging die kansen biedt. Daar hebben we elkaar voor nodig.
Een heftige bui die theoretisch gemiddeld een keer in de vijf jaar voorkomt? Daarvan wil Súdwest-Fryslân op de (middel)lange termijn geen wateroverlast hebben. Bij zo'n bui mag er dan alleen sprake zijn van water op straat. In Súdwest-Fryslân scheiden we stromen afvalwater van stomen hemelwater. Dat gebeurt bij nieuwbouw en in gebieden waar ze hemelwater afkoppelen. Dat water gaat vaak via regenwaterriolen naar het oppervlaktewater.
Wateroverlast voorkómen
Daarnaast houdt Súdwest-Fryslân de inrichting van de openbare ruimte tegen het licht. Er zijn kansen voor berging op straat (‘binnen de banden’). Dat kan door herprofilering en is in verhouding goedkoop. Dit zorgt dan voor een flinke afname van het risico op wateroverlast. De gemeente liet als eerste stap hiertoe al analyses uitvoeren met oppervlakkige afstroming. Die maken op basis van hoogteligging inzichtelijk wat de gevoelige plekken binnen de kernen zijn. Súdwest-Fryslân wil wateroverlast voorkómen. Die garantie daarop bestaat echter niet in alle (extreme) gevallen.
Hoe versterk je de waterstructuur nog meer? Door de bergingscapaciteit uit te breiden met extra waterverbindingen en nieuw open water. Dit kan eventueel in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe, natte graslanden. Bijvoorbeeld als onderdeel van de transitieopgave voor land- bouw en natuur, rekening houdend met landschappelijke waarden. Hierbij is ook ruimtelijk beleid belangrijk. Hoe versterkt je water, natuurwaarden en economisch dragers zoals landbouw en recreatie? Door functies te combineren. Of juist door voldoende ruimte te geven voor verschillende functies.
Súdwest-Fryslân geeft dus inhoud aan zowel de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde van het water. Bijvoorbeeld door meer aandacht voor schoon en veilig water, door in te spelen op de klimaatopgaven, het versterken van de biodiversiteit, maar bijvoorbeeld ook door oevers openbaar te houden en te maken.
Súdwest-Fryslân gaat aan de slag met het programma Omgevingskwaliteit. Daarin staat onder meer de integrale atlas voor de leefomgeving centraal, en onderzoek naar wat belangrijk is voor de identiteit van het landschap en de kernen. Dit wordt meegenomen in de samen op te stellen ontwikkelingsrichting voor het landschap en de kernen.
Súdwest-Fryslân werkt aan de SDG’s die centraal staan bij het koepelthema. Zie het themakompas voor het thema ‘Sterke kernwaarden; cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap’. Dat gebeurt met het beleid en de activiteiten die in dit hoofdstuk staan. Het themakompas hieronder geeft in de grijze vakken de subdoelen vande SDG’s als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente, rondom het thema ‘Cultureel erfgoed, natuur, weids en natuurrijk landschap’. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen. Súdwest-Fryslân werkt tegelijkertijd en in goede samenhang aan de vijf thema’s. Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit.

Súdwest-Fryslân wil de aantrekkelijkste duurzame woon-, leef- en vestigingsklimaat van (Noord-) Nederland zijn. Daarom zorgt de gemeente voor een toekomstbestendig woonmilieu en voorzieningenniveau. Ook werkt de gemeente samen met partners aan een sterk en innovatief vestigingsklimaat. De vele activiteiten en evenementen dragen hieraan zeker bij. Súdwest-Fryslân sluit aan bij de eigen ontwikkelkracht van mensen: iedereen doet mee!

Súdwest-Fryslân gebruikt twee leidraden voor de Omgevingsvisie 1.0. Dat zijn de SDG’s en de opbrengst van het Rondje Súdwest. Het koepelthema 'Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden’ telt drie centrale onderwerpen. Die komen uit de SDG-Kompas. Dat zijn:
inclusieve en bereikbare woonomgeving;
duurzame werkgelegenheid;
duurzame en veilige systemen voor het vervoer.
Deze onderwerpen bepalen de opbouw van de tekst over dit koepelthema.
Het oranje ‘themakompas’ laat de SDG's (sub)doelen zien die voor deze drie onderwerpen belangrijk zijn. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen met per (sub)doel de aandachtspunten. Súdwest-Fryslân neemt die mee in haar beleid en dagelijks werk.

Goede balans tussen vraag en aanbod in alle kernen
Samen met de mienskip zorgt Súdwest-Fryslân voor een schone en mooie leefomgeving waarin iedereen zich thuis voelt. Mensen wonen graag in Súdwest-Fryslân! Er is hier voor ieder wel iets. Dat komt door de grote diversiteit aan dorpen en steden en door een grote variatie aan aantrekkelijk woonmilieus. Wonen in de stad, aan het water, op het platteland: het kan in Súdwest!
(Toekomstige) inwoners moeten een woning kunnen hebben die past bij hun situatie en behoefte. De gemeente heeft een regisserende rol in de woningmarkt. Met diverse partners (zoals de corporaties) werken we samen aan een goede balans tussen vraag een aanbod.
Voor een gezonde, groene en fraaie omgeving is het belangrijk om zorgvuldige keuzes te maken voor extra woningbouw. Súdwest-Fryslân legt daarom in haar woonbeleid de nadruk op:
herbestemmen van gebouwen;‘
inbreiding’ (bouwen binnen de bestaande bebouwing) voor ‘uitbreiding’ van een kern of stad.
Tegelijkertijd zet Súdwest-Fryslân in op vernieuwing van de woningvoorraad. Voor alle kernen blijft woningbouw mogelijk.
Minder inwoners maar een blijvende vraag naar woningen tot 2030
Het aantal kinderen in Súdwest-Fryslân neemt af. Het is positief dat een instroom van 25 tot 40-jarigen het vertrekoverschot van 15 tot 25-jarigen compenseert. Daarnaast heeft Súdwest-Fryslân een zeer hoog percentage interne verhuizingen. Omdat het aantal personen per huishouden vermindert, is er nog wel behoefte aan nieuwe woningen. In Nederland is er in het algemeen een grote woningbouwopgave. Súdwest-Fryslân is op nationaal niveau niet aangewezen als een zoekgebied voor extra woningbouw. Maar trends als gevolg van de corona-pandemie en het toenemende thuiswerken zorgen er wel voor dat het aantrekkelijker wordt om in Súdwest-Fryslân te wonen en in de Randstad te werken. Naar verwachting zal de vraag naar woningen door mensen uit de Randstad toenemen.
Na 2030 verwacht Súdwest-Fryslân een woningoverschot. Er zijn dan in Súdwest-Fryslân meer woningen dan huishoudens. Daar is nu al aandacht voor. Dat heeft deze ontwikkelingen en de effecten ervan op de woningmarkt in kaart gebracht.
Woningen voor diverse doelgroepen
Súdwest-Fryslân wil dat er voldoende woningen zijn voor starters, jonge huishoudens, ouderen en kwetsbare mensen. Er moeten vooral voldoende mogelijkheden zijn voor starters die graag in Súdwest-Fryslân wonen. Voor ouderen zijn locaties in of nabij stads- en dorpscentra in trek om hun voorzieningenniveau. Over het aanbod van sociale huurwoningen maken we afspraken met de woningbouwcorporaties.
Zo lang mogelijk in de eigen woning en woonomgeving
Súdwest-Fryslân wil dat zoveel mogelijk mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, goed zelfstandig kunnen blijven wonen. De woning en woonomgeving moeten daar goed bij passen. De gemeente biedt daarvoor ruimte. En helpt bij initiatieven die bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het woonzorg-aanbod. Van belang is ook de toegankelijkheid van de omgeving en voorzieningen voor minder validen en ouderen. Denk aan brede stoepen zonder drempels en obstakels en harde ondergrond van wandelpaden. We werken blijvend aan het verbeteren van de toegankelijkheid, onder andere door het betrekken van mensen die minder mobiel zijn bij het beleid en de uitvoering daarvan, door samenwerking met winkeliers en horecaondernemers gericht op het toegankelijker maken van winkels en horeca. Daarnaast nemen we bij het verleden van subsidies op dat de geleverde dienst of activiteit voor iedereen toegankelijk moet zijn.
Aandacht voor kwaliteit van de woningvoorraad
Súdwest-Fryslân wil een woningvoorraad die bijdraagt aan duurzaam, gezond en aantrekkelijk wonen. Het gaat hierbij om meer dan enkel woningen bouwen. Het opknappen en aantrekkelijk houden van de woningvoorraad en woon- en leefomgeving is een belangrijke toekomstige opgave, waaraan door veel partijen gezamenlijk gewerkt moet worden. De kwaliteit van de bestaande woningen moet blijven aansluiten op de veranderende woonbehoeften. Denk hierbij ook aan isolatie en energiegebruik. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van wijken, dorpen en gebieden als geheel. Ook aspecten als klimaatadaptatie, toegankelijkheid, biodiversiteit en het tegengaan van (winkel)leegstand spelen hierbij een rol.
Súdwest-Fryslân wil in 2050 ruim 50.000 woningen van het aardgas af hebben. Er moet dus de komende dertig jaar flink wat gebeuren. Dat gaat wijk voor wijk en in een steeds hoger tempo. Súdwest-Fryslân weet eind 2021 welke wijk wanneer aan de beurt is. Daarvoor stelt de gemeente de Transitievisie Warmte (TVW) vast. De woningcorporaties zorgen dat de sociale woningvoorraad in 2050 is verduurzaamd.
Onderwijs, sport en cultuur voor iedereen
Súdwest-Fryslân staat voor goed onderwijs met kwaliteit voorop. Samen met de betrokken organisaties zorgen we ervoor dat de scholen en bibliotheken voldoen aan de wettelijke eisen. Iedereen moet de kans krijgen om zich creatief te ontwikkelen, talent te ontdekken en cultuur te beleven. Actief of als toeschouwer. Enthousiaste en deskundige docenten leggen daarvoor op school de basis. Ook een gezonde leefstijl is belangrijk. Sport en bewegen horen daarbij. Lees daarvoor het thema 'Gezond en vitale mensen in een gezonde en veilige leefomgeving'.
Gebiedsgerichte aanpak
Súdwest-Fryslân heeft aandacht voor al haar steden en dorpen. Het is de diversiteit die Súdwest-Fryslân zo geliefd maakt. Ontwikkelingen moeten aansluiten bij de identiteit van een kern of gebied. Lees daarvoor het thema 'Sterke kernwaarden'. Via een gebiedsgerichte aanpak geeft Súdwest-Fryslân aandacht aan plattelandskernen en stadswijken waar de leefbaarheid onder druk staat.
Sterke sectoren
In Súdwest-Fryslân zijn landbouw en industrie de belangrijkste takken van sport in de economie. Deze sectoren kunnen nog verder versterken door vernieuwingen voor bijvoorbeeld verduurzaming en verbreding. Daarnaast is extra aandacht voor de sectoren waarin Súdwest-Fryslân het verschil kan maken. Maritiem (Maritiem cluster Sneek, Yachtbuilders Academy), toerisme, energie en water (duurzaamheid) en zorg.
Sterk en vernieuwend klimaat om te vestigen
Een gemeente en regio met een sterk, vernieuwend en duurzaam klimaat om te vestigen. Daar staat Súdwest-Fryslân voor. Met als motto 'Van meer naar beter!' Súdwest-Fryslân werkt hieraan met partners uit het onderwijs, bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere overheden.
Bedrijven in Súdwest-Fryslân moeten zich voldoende kunnen ontwikkelen. Súdwest-Fryslân verbetert het startersklimaat. Daarnaast moedigt de gemeente bedrijven aan om zich hier te vestigen. Nieuwe bedrijventerreinen brengen extra banen met zich mee. Súdwest-Fryslân richt zich in haar werving op bedrijven en sectoren die de economie kunnen versterken. Stuwend zijn dus voor de werkgelegenheid. Samen werken de vier grote gemeenten in Fryslân aan de verdere ontwikkeling van kennisclusters. Denk aan de Dairy, Watercampus en het Innovatiecluster Drachten.
Súdwest-Fryslân wil dat er voldoende en goede terreinen en panden voor bedrijven zijn. De kwaliteit van de bestaande terreinen gaat nog onder de loep. Onderwerpen als duurzaamheid, efficiënt gebruik, klimaatadaptatie, een goede bereikbaarheid en snelle internetverbindingen zijn hierbij belangrijke onderwerpen.
Het economisch zwaartepunt van Súdwest-Fryslân ligt in Sneek en Bolsward. Deze steden hebben ook dé winkel- en horecagebieden van de regio voor inwoners en toeristen. Ook grootschalige bedrijfslocaties horen hier thuis. In de grotere kernen in de landelijke clusters zijn er kansen voor ontwikkelingen die passen bij de kernen. Voor de landelijke clusters zet Súdwest-Fryslân in op diversiteit en menging van verschillende functies. Neem als voorbeeld kantoor, recreatie, zorg, wellness en/of mogelijkheden wonen en werken.
Toekomstbestendig toerisme
Súdwest-Fryslân heeft een zeer gevarieerd en levendig aanbod voor recreanten en toeristen. Het bruisende karakter, 's zomers en 's winters, vergroot de aantrekkingskracht voor toeristen en eigen inwoners. Súdwest-Fryslân wil het toerisme toekomstbestendig maken met een verdubbeling van bestedingen van toeristen in 2030.
De verwachting is dat toerisme in Nederland toeneemt. In Súdwest-Fryslân zal dat ook merkbaar worden. In 2030 heeft elke inwoner profijt van de gastvrijheidseconomie, wanneer Súdwest-Fryslân kiest voor toeristen die bij het landschap, de mienskip en de omgeving passen.
Súdwest-Fryslân zet in op een slimme groet kwaliteit. Die past bij de culturele identiteit, bij het MKB en bij de ecologische footprint. Te veel toerisme en recreatie mag natuurlijk niet het woon- en leefklimaat en de landschappelijke kernwaarden aantasten.
Slimme groei draagt bij aan:
een prettige en gezonde leefomgeving, omdat voorzieningen op peil blijven en inwoners maken er ook gebruik van in hun vrije tijd;
behoud van natuur- en cultuurerfgoed, omdat nieuwe inkomsten gebruikt kunnen worden voor instandhouding erfgoed;
toekomstbestendige banen, zodanig dat er ruimte is voor het midden- en kleinbedrijf om te investeren in betere arbeidsvoorwaarden, een hogere arbeidsproductiviteit en het bieden van een interessant vestigingsklimaat voor jonge ondernemers en gezinnen;
een circulaire economie.
Het is belangrijk om meer (afwisseling in) belevenissen te creëren. Daarom nodigt Súdwest-Fryslân de toeristische sector en ondernemers uit om:
het bestaande aanbod te verdiepen;
onderling tot meer samenwerking te komen in de vaargebieden (watertoerisme);
het beter vermarkten van het toeristisch aanbod door digitale informatieverstrekking.
Accenten van de inzet van Súdwest-Fryslân op het gebied van toerisme en recreatie liggen bij vitale logiesaccommodaties en aantrekkelijke dagrecreatieve netwerken. De kwaliteit van de fietsinfrastructuur wordt hoog gewaardeerd: Friesland is nummer één fietsprovincie in 2019. Dit moet zo blijven! De mienskip speelt ook een belangrijke rol bij het behoud en het gebruik van dagrecreatieve netwerken en gebieden, omdat het aanbod voor een groot deel drijft op vrijwilligers.
De gemeente faciliteert goede ideeën en initiatieven van ondernemers en inwoners. Zo geeft Súdwest-Fryslân invulling aan de gastheerrol. Dat gebeurt via de drie onderhoudsopgaven voor:
Versterken van het cultuurtoerisme
Erfgoed speelt, naast water en het weidse landschap, een belangrijke rol in de recreatieve aantrekkingskracht. Súdwest-Fryslân werkt aan een visie voor cultuurtoerisme. De inzet is:
De gemeente wil mensen aantrekken die actie en vertier zoeken. En óók mensen die rust en ruimte willen.
Stimuleren samenwerking 3 O’s
Súdwest-Fryslân stimuleert samenwerking tussen de 3 O’s. Dat zijn het Onderwijs, de Ondernemers en de Overheid. Doel van deze samenwerking? Dat het in aantal afnemende beroepsbevolking goed blijft aansluiten bij de vraag vanuit de bedrijven.
'Iedereen doet mee'. Dat motto geldt in Súdwest-Fryslân. De gemeente zorgt voor maximale uitstroom en minimale instroom als het gaat om de uitkeringssituatie. De gemeente betrekt lokale bedrijven zoveel mogelijk bij haar gemeentelijke taken en opdrachten. Daarnaast zijn er investeringen in concrete projecten, zoals Techlab en Yachtbuilders Academy. Verder weten starters zich gesteund. Accountmanagers verbinden deze ondernemers aan partijen die hen verder kunnen helpen. Súdwest-Fryslân investeert ook in (kennis)organisaties, zoals het Innovatie Platform Fryslân. Dit soort organisaties kunnen ondernemers verder kunnen.
Circulaire economie
Net als het Rijk en de provincie werkt Súdwest-Fryslân aan een circulaire economie in 2050. Dat betekent een economie waarbij afval een grondstof is die we hergebruiken. Súdwest-Fryslân gaat voor veel minder reststromen (afval). En mindert flink in het gebruik van nieuwe grondstoffen.

Een verkeersveilige en leefbare gemeente
Súdwest-Fryslân wil een verkeersveilige, leefbare en optimaal bereikbare gemeente zijn. Daartoe werkt de gemeente aan een herkenbare en logische inrichting van de wegen. Met meer ruimte voor de voetganger er meer stimulans om de fiets te gebruiken. Súdwest-Fryslân reguleert het landbouwverkeer en het goederenvervoer voor meer verkeersveiligheid. Daarnaast moeten er voldoende, klantvriendelijke parkeergelegenheid zijn.
De vergrijzing van de inwoners betekent een afname van de individuele mobiliteit. Dat vraagt om een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van de basisvoorzieningen. Denk aan huisartsen, ziekenhuis, supermarkten en bushaltes. Maar ook de openbare ruimte moet goed toegankelijk zijn, denk aan blindegeleidestroken, brede stoepen zonder drempels en obstakels en harde ondergrond van wandelpaden.
Súdwest-Fryslân werkt met de provincie aan het bereikbaar houden van kleine kernen:
met het openbaar vervoer;
door tijdig in te spelen op nieuwe vormen van vervoerstechnieken, onder meer zelfrijdende auto’s.
Duurzaamheid rode draad
Súdwest-Fryslân waardeert de laadinfrastructuur op. Dat draagt bij aan de verduurzaming van de mobiliteit. Er zijn in 2022 minimaal 500 autolaadpunten. Doel is ook dat in 2022 alle groepsvervoer op 100% hernieuwbare energie rijdt. Daarnaast stimuleert Súdwest-Fryslân andere vormen van duurzamer vervoer. Denk aan het gebruik van deelauto’s en het bevorderen van het fietsverkeer. De gemeente wil in de top 50 e-mobiliteit van alle gemeenten staan.
Online verbindingen
Ook een hoogwaardige, digitale infrastructuur is belangrijk voor de leefbaarheid en de economische ontwikkeling. De glasvezelinfrastructuur voor snel internet is daarbij onmisbaar. De toekomst belooft veel nieuws, zoals zorg op afstand. Ook neemt het gebruik van data thuis en door bedrijven rap toe. De digitale infrastructuur moet dit ondersteunen.
Warm contact blijft onmisbaar
Súdwest-Fryslân wil eenzaamheid onder ouderen op tijd signaleren en doorbreken. Er is oog voor een goede balans tussen de digitale verbindingen en de échte verbinding. Mensen blijven elkaar altijd persoonlijk nodig hebben. Ook blijft er een groep mensen die niet digitaal of online is. Het online contact mag geen vervanger zijn van echte ontmoetingen. Wel kunnen digitale ontwikkelingen ontmoeting stimuleren.
Súdwest-Fryslân gaat aan de slag met:
- het programma 'Gezond Wonen', met daarin onder andere:
onderzoek wat de vergrijzing vraagt van onder meer wonen, voorzieningen, inrichting openbare ruimte en vervoer
inrichten van een gezonde, veilige, duurzame en klimaatadaptieve omgeving
extra aandacht voor het aantrekkelijk maken van de gemeente voor jonge gezinnen;
- het programma 'Vitaal Landschap' met onder andere:
uitvoeringsaanpak Circulaire Economie (met name de agro-food economie)
hulp om te komen tot biodiversiteit en klimaatmaatregelen
visie op gezond voedsel produceren en consumeren
Súdwest-Fryslân werkt aan de SDG’s die centraal staan bij het koepelthema. Zie het themakompas voor het thema ‘Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden’. Dat gebeurt met het beleid en de activiteiten die in dit hoofdstuk staan. Het themakompas hieronder geeft in de grijze vakken de subdoelen van de SDG’s als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente, rondom het thema ‘Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden’. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen. Súdwest-Fryslân werkt tegelijkertijd en in goede samenhang aan de vijf thema’s. Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit.

Súdwest-Fryslân kiest voor een vitaal en aantrekkelijk landschap gericht op een toekomstbestendig landelijk gebied. Er is ruimte voor verandering waarbij een goede balans tussen economische en ecologische functies steeds belangrijker wordt. Met vormen van voedselproductie die circulair en met meer oog voor de natuur vorm krijgen.
Voor nieuwe ontwikkeling binnen landbouw, toerisme en natuur is een vitaal landelijk gebied van belang, ook in samenhang met andere functies zoals wonen en zorg/gezondheid. De instandhouding en doorontwikkeling van belangrijke kernwaarden -cultureel erfgoed, water, natuur en open agrarisch landschap- is daarbij nodig.
Binnen het thema “Vitaal en aantrekkelijk landschap” geldt de landbouwtransitie als grote opgave. Súdwest-Fryslân streeft met haar partners naar een circulaire en natuurinclusieve vorm van landbouw waarbij diversiteit voor de uitvoer van die opgave groot kan zijn. Dat gebeurt, veelal op gebiedsniveau, ook in samenhang met de opgaven rondom energie, klimaat, waterbeheer en biodiversiteit/natuur. Hierdoor ontstaan kansen, zoals ook nieuwe vormen van werkgelegenheid. Een innovatieve ontwikkeling waar Súdwest-Fryslân zich wil ontwikkelen tot experimenteergemeente voor deze vernieuwingsopgave voor het landschap. Veelal gericht op een natuurinclusief en circulair landschapsgebruik met daarop afgestemde vormen van maatschappelijke diensten (zoals natuur- of waterbeheer).
Deze landbouw- en landschapstransitie is van Europese betekenis en valt samen met de ambities van Noord Nederland en de provincie Fryslân op het gebied van circulaire en natuurinclusieve landbouw. Hierbij speelt ook de samenhang en wisselwerking met aangrenzende dorpen en steden en met de natuurlijke zones zoals de Natura 2000-gebieden en de doorontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland. Het Nationaal Landschap Zuidwest-Friesland kan hiermee aanvullend inhoud worden gegeven.
Ook zien we meer ruimte voor initiatieven die zich richten op korte voedsel ketens. Die krijgen veelal vorm in de meer lokale context. Naast deze voedselproductie initiatieven krijgen andere aspecten van de voedseltransitie meer aandacht. Denk daarbij aan het tegengaan van voedselverspilling of het doorbreken van ongezonde voedselpatronen.

Súdwest-Fryslân gebruikt twee leidraden voor de Omgevingsvisie 1.0. Dat zijn de SDG’s en de opbrengst van het Rondje Súdwest. Het koepelthema 'Vitaal en aantrekkelijk landschap’ telt twee centrale onderwerpen. Die komen uit de SDG-Kompas. Dat zijn:
Deze onderwerpen bepalen de opbouw van de tekst over dit koepelthema.
Het groene ‘themakompas’ laat de SDG's (sub)doelen zien die voor deze twee onderwerpen belangrijk zijn. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen.

In de agro-food keten, van boer tot consument, liggen diverse verduurzamingsopgaves die gericht zijn op gezonde voedselproductie uit een gezonde leefomgeving. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de transitie naar een natuurinclusief en circulaire landbouw. Dit vormt een belangrijke pijler onder de kwaliteit van het buitengebied. De agrarische sector biedt daarbij kansen voor diverse innovaties en die uiten zich bijvoorbeeld via korte keten initiatieven (bijvoorbeeld lokale voedselcoöperaties) en grotere internationale voedselketens (bijvoorbeeld de agro-food-industrie in Workum of Bolsward).
De te realiseren maatschappelijke doelen zijn:
een natuurinclusieve circulaire landbouw;
vernieuwen van het verdienvermogen van een diverse agro-food sector;
herstel van biodiversiteit;
CO2-reductie;
reductie van stikstofemissie en –depositie;
verbeteren van de waterkwaliteit;
duurzame energie doelstellingen;
gezondere voedsel productie en consumptie.
De transitie naar een betere balans tussen ecologische en economische factoren is al volop aan de gang door veel initiatieven in de gemeenschap. Súdwest-Fryslân moedigt die ontwikkeling aan en probeert de ‘bottom-up beweging’ top down te combineren met bijvoorbeeld de Europese, nationale en regionale landbouwagenda’s. De provincie werkt begin 2021 aan een nieuwe landbouwagenda en er komt een nieuw Friese Veenweideprogramma 2021-2030.
Onderdelen van deze zoektocht zijn:
- De agrariër als duurzame energieproducent:
- De agrariër als duurzame voedselproducent:
- De agrariër als beheerder van landschappelijke diensten:
- Multifunctionele landbouw:
Agrofoodsector op wereldniveau
De agrofoodsector in Fryslân functioneert op wereldniveau. Dat moet zo blijven. De verandering naar een natuurinclusieve en circulaire landbouw in 2030 raakt de hele keten van consument tot producent. Dat is kansrijk in Súdwest-Fryslân. Dit leidt tot een hernieuwde positie van met name de zuivelsector binnen de agrofoodketen. Een veranderend verdienvermogen voor de primaire agrarische bedrijven in het bijzonder, maar ook van de sector/keten als geheel, is daarbij een belangrijke opgave.
Gezonde agrarische bedrijfstak in een vitaal landschap
Een duurzame, klimaatbestendige en natuurinclusieve transitie voor de agrofoodketen is een complexe opgave. Dit leidt tot en voorbij 2030 tot een omschakeling (of doorontwikkeling) van de landbouwbedrijven. Alle actoren die betrokken zijn bij deze transitie werken steeds meer samen. We zetten in op het verduurzamen van de agrofoodketen van producent (boer), verwerker (agro-food industrie) tot distributie (retail) en consument (gezond voedsel). Dat gaat over verduurzaming van de productieketen binnen planetaire grenzen, het voorkomen van verspilling in die keten, de gezondheid van de eindproducten en samenhangende problematiek als bijvoorbeeld obesitas.
Herstel biodiversiteit/natuur
Het herstel van biodiversiteit is bijvoorbeeld gericht op betere inpassing van natuur binnen de agrarische bedrijfsvoering en de betere aansluiting bij bestaande natuurgebieden. Die biodiversiteit in het agrarisch landschap richt zich met name op:
Functionele biodiversiteit gericht op ondersteuning van primaire voedselproductie. Bijvoorbeeld een levende bodem of toepassing van natuurlijke bestrijdingsmiddelen.
Gebied specifieke biodiversiteitsmaatregelen zoals landschapselementen of natuurlijke verbindingszones.
Specifieke soorten zoals de bijzondere verantwoordelijkheid voor de weidevogels die ondersteunende aandacht vragen binnen Europese habitatrichtlijnen.
Landschappelijk maatwerk
Aangepaste vormen van voedsel produceren zorgen ook voor een ander type landschap. Daarvoor is landschappelijk maatwerk nodig. De mogelijkheden hangen af van het landschapstype en type productie. Daarnaast zijn er andere mogelijkheden zoals het verhogen van de recreatieve waarde van het landschap met bijvoorbeeld een boerderijwinkel of aan combinaties met zorg, behoud en ontwikkeling van cultuurhistorisch erfgoed. Binnen de aanpak Nationaal Landschap Zuidwest-Friesland kan hier inhoud aan worden gegeven.
Veenweide/kleiweide
In Súdwest-Fryslân is vooral sprake van kleiweide- en veenweidegebieden met voornamelijk melkveehouderijbedrijven. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om juist binnen deze sector, en afgestemd op de veen- en kleigronden, tot innovaties te komen. Voor de veenweide gebieden speelt hier de opgave rond de te hanteren waterpeilen om hiermee bodemdaling tegen te gaan, CO2-uitstoot te beperken en schade aan funderingen en wegen te voorkomen..
Ontwikkelmogelijkheden agrarische bedrijven
Aan het gebied verbonden landbouw is voor Súdwest-Fryslân het uitgangspunt. Binnen de huidige gemeentelijke planologische kaders is er ruimte voor verruiming van mogelijkheden voor agrarische bedrijven. Die verruiming kent verschillende vormen onder andere voor meer multifunctionele bedrijfsvoering zoals recreatie of zorg maar ook voor bijvoorbeeld marktinitiatieven die duurzame voedsel productie centraal zetten. Een positieve bijdrage aan de biodiversiteit, duurzaamheid en landschap is hierbij van belang. De gemeente volgt de uitgangspunten van de provincie rond nieuwvestiging of verbreding van een bedrijf. Er is geen ruimte voor nieuwe bouwpercelen voor intensieve veehouderij. Súdwest-Fryslân stuurt hierop via het bestemmingsplan (straks het omgevingsplan).
Goede balans tussen functies, voorkomen van (milieu)hinder
Naast (ruimtelijke) kwaliteit is ook het voorkomen van hinder voor gevoelige functies als ‘wonen’ van belang. Andersom kan een woning een agrarisch bedrijf belemmeren. Súdwest-Fryslân stuurt hierop via het bestemmingsplan (straks omgevingsplan). Met de Geurverordening is er meer ontwikkelingsruimte voor veehouderijen.
Voedsel: diversiteit van korte lokale voedselketens tot internationale bulkketens
Súdwest-Fryslân heeft melkveehouderijen die produceren voor de wereldmarkt. Daarnaast zijn er steeds vaker boeren die produceren voor niche markten (bijvoorbeeld biologisch) of kleinschalige groentetelers en dorpstuinen. Die telen voor lokale consumptie en dragen bij aan een korte voedselketen. Zo is in de mienskip van (Súdwest-)Fryslân de Friese Voedselbeweging opgericht. Deze Voedselbeweging heeft een Voedselvisie opgesteld die gericht is op een circulair, vitaal, transparant en eerlijk voedselsysteem. Waarbij de productie klimaatneutraal is. Doel is een korte, regionale voedselketen die bijdraagt aan:
een hogere voedselprijs;
vermindering van de voedselkilometers;
betrokkenheid van inwoners bij voedselproductie;
onderzoek naar nieuwe verdienmodellen.
De voedseltransitie gaat over veel meer dan alleen een andere manier van productie. Denk onder meer aan:
de gezondheid;
een ander voedingspatroon (zoals minder dierlijke eiwitten en meer plantaardige eiwitten);
minder bewerkt voedsel eten;
minder voedselverspilling;
sociale aspecten;
beleving, smaak, seizoenproducten en bewustwording.
Súdwest-Fryslân draagt hieraan op verschillende manieren bij. Met het verstrekken van informatie, door te stimuleren/ondersteunen en met het mogelijk maken van initiatieven.
SWF als experimenteergebied Vitaal Landschap
Súdwest-Fryslân wil een experimenteergebied zijn voor deze circulaire natuurinclusieve landschapstransitie. Initiatieven binnen de gemeentegrenzen worden gestimuleerd. Súdwest-Fryslân beoogt daarin een laboratorium te zijn waar deze vernieuwing zichtbaar is. De gemeente ondersteunt bij die verandering als er implicaties zijn (bijvoorbeeld wetgeving) waar de overheid een katalyserende rol kan spelen. Deze transitieopgave ligt grotendeels bij andere overheden (provincie, landelijk, Europa) dus de rol die we als gemeente hierin kunnen spelen vindt plaats binnen die kaders. Hierbij is van belang dat de kernwaarden -cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap- behouden blijven.
Gemeente geeft het goede voorbeeld
Het kan gaan om:
Binnen het landelijk gebied zal vooral de landbouw zich doorontwikkelen naar een circulaire bedrijfsvoering.
Circulaire economie binnen het landelijk gebied
Binnen thema “Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden” is het belang van het toewerken naar een circulaire economie binnen de context van duurzame werkgelegenheid benoemd. Voor circulaire landbouw is hiervoor bij paragraaf 5.4.1. de te kiezen aanpak binnen de context van duurzame landbouw meegenomen.
Duurzame wegen- en padenstructuur
Draagkracht en veiligheid van wegen en paden in het landelijk gebied moet worden afgestemd op het gebruik. De spanning die kan ontstaan tussen zwaar landbouwverkeer en toeristische en lokale routes vraagt waar nodig om veilige oplossingen.
Vergroening/bermbeheer
Een meer duurzame infrastructuur zal samengaan met vergroening. Denk daarbij aan bermbeheer of het vergroenen van bedrijventerreinen etc. Maar ook de manier waarop gemeentelijke gronden worden verpacht en beheerd.
Hoogwaardige, digitale infrastructuur
In aanvulling op het thema “Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden” is het belang van een hoogwaardige digitale infrastructuur ook voor de ontwikkeling van het landelijk gebied noodzakelijk.
Súdwest-Fryslân gaat aan de slag met het programma Vitaal Landschap.
Het programma Vitaal Landschap is samen met betrokken partijen/stakeholders opgezet. Er wordt op drie niveaus gewerkt aan landbouwvernieuwing en aan natuurherstel:
- op strategisch niveau:
lijnen uitzetten richting 2030, met een streefbeeld per gebied
het volgen, ontwikkelen en verbreden van innovaties
- op tactisch niveau:
projecten uitvoeren die een bijdrage leveren aan het halen van dat streefbeeld. Denk daarbij aan de opzet van gebiedsgerichte ontwikkelingen binnen de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland, het Veenweideprogramma, de aanpak Stikstof en aanpak knellende wetgeving.
- op operationeel niveau:
bouwplannen bij ondernemers
opstartondersteuning van nieuwe vormen van voedselvoorziening
eneventuele begeleiding van innovaties (waarbij de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer blijft).
Súdwest-Fryslân werkt aan de SDG’s die centraal staan bij het koepelthema. Zie het themakompas voor het thema ‘Vitaal en aantrekkelijk landschap'. Dat gebeurt met het beleid en de activiteiten die in dit hoofdstuk staan. Het themakompas hieronder geeft in de grijze vakken de subdoelen van de SDG’s als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente, rondom het thema ‘Vitaal en aantrekkelijk landschap’. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen.
Súdwest-Fryslân werkt tegelijkertijd en in goede samenhang aan de vijf thema’s. Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit.

Súdwest-Fryslân wil in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig, energieneutraal en circulair zijn. Dat sluit aan bij de nationale klimaatdoelstellingen. Het is wenselijk om de verschillende opgaven met elkaar te verbinden. Dat leidt tot een gezonde, veilige en goede kwaliteit van de leefomgeving. Het heeft de voorkeur dat Súdwest-Fryslân initiatieven vanuit de mienskip aanmoedigt en mogelijk maakt. Maatschappelijke acceptatie en draagvlak zijn daarbij van groot belang.
Uitleg over de begrippen energie-, klimaatneutraal, weerbaarheid en circulaire economie
. Energieneutraal: de energie die mensen gebruiken, komt alleen uit hernieuwbare energiebronnen. Dus zonlicht, windkracht en aardwarmte. Dit zijn energiebronnen die geen CO2 uitstoten.
. Klimaatneutraal: deze aanpak richt zich op de afname van broeikasgassen, zoals CO2, in de volle breedte. Het gaat hierbij ook om maatregelen in het veengebied die zorgen voor een CO2- afname.
. Weerbaarheid: dit omvat alle maatregelen die goed voorbereiden op de effecten van klimaatverandering. Denk aan hittestress, verdroging en stijging van de zeewaterspiegel.
. Circulaire economie: dit is een breed begrip. Het anders omgaan met grondstoffen staat hierbij centraal. De gebruikte grondstoffen moeten zoveel mogelijk in de kringloop blijven. Producten zijn het einde van hun leven geen afval maar een grondstof voor andere processen of producten.

Súdwest-Fryslân gebruikt twee leidraden voor de Omgevingsvisie 1.0. Dat zijn de SDG’s en de opbrengst van het Rondje Súdwest. Het koepelthema ‘Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief’ telt twee centrale onderwerpen. Die komen uit de SDG-Kompas. Dat zijn:
Deze onderwerpen bepalen de opbouw van de tekst over dit koepelthema.
Het blauwe ‘themakompas’ laat de SDG's (sub)doelen zien die voor deze twee onderwerpen belangrijk zijn. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen met per (sub)doel de aandachtspunten. Súdwest-Fryslân neemt die mee in haar beleid en dagelijks werk.

Gebruikssystemen zijn robuust, veerkrachtig en dienstbaar
Wat is er nodig om te komen tot de klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie?
Het vraagt om vernieuwing en aanpassingen die flink ingrijpen. Denk aan:
de uitbreiding van de energie-infrastructuur;
de aanleg van warmtenetten;
het klimaatbestendig en veilig maken van het systeem van het water.
Súdwest-Fryslân zet in op robuuste en veerkrachtige systemen als dragers van wat er verandert. Dat eerste betekent dat de systemen gezond, veilig, functioneel en duurzaam zijn. Het tweede betekent dat de systemen kunnen meebewegen met de tijd. Lees: met wat er verandert aan wensen en opgaven. Dit vraagt om samenwerken. En om het in goede samenhang combineren van kennis, proces, inwoners, landschap, financiën en technologie. Bij elke opgave. Súdwest-Fryslân zet hierop maximaal in.
Maatschappelijke en ruimtelijke inpassing
De nagestreefde ontwikkelingen rondom energie en klimaat kan de gemeente niet alleen realiseren. Súdwest-Fryslân faciliteert en werkt samen waar het kan en initieert waar het moet. Op dit moment zijn al veel boeren, energiecoöperaties, ondernemers en individuele inwoners goed op weg.
Súdwest-Fryslân wil zoveel mogelijk overbodige hindernissen wegnemen. Kernen en wijken doorlopen elk hun eigen proces, elk in een verschillende fase. Súdwest-Fryslân speelt in op de stand van zaken. Middelen die voortkomen uit de energiemaatregelen moeten zoveel mogelijk terugvloeien naar de lokale mienskip. Kernwaarden van het landschap en van de kernen zijn leidend voor een goede inpassing.
Burgerraadpleging Regionale Energiestrategie
Om de Energietransitie vorm te geven is voor de Regionale Energiestrategie in Súdwest-Fryslân in 2020 een Burgerraadpleging gehouden. De resultaten zijn in zes hoofdconclusies:
Deelnemers zien een grote rol voor de gemeente en de inwoners zelf.
Deelnemers zijn terughoudend over een te grote rol voor de markt.
De overgrote meerderheid van de deelnemers wil niet dat Súdwest-Fryslân energieleverancier van Nederland wordt, jongeren zijn relatief positief over deze optie.
Het landschap is een belangrijke waarde en de aantasting daarvan een reden tot zorg (staat onder geluk)
Kosteneffectiviteit is een belangrijk onderwerp voor deelnemers.
Deelnemers hebben zorgen over de eerlijkheid van de verdeling van lusten en lasten.
Het streven is dat elk dorp en wijk zijn eigen energiecoöperatie heeft. Ieder dorp wordt gestimuleerd een brede dorpsvisie te ontwikkelen. Súdwest-Fryslân stimuleert het ontstaan van netwerken in en tussen de dorpen en maatschappelijke partijen.
Trias energetica: besparen, duurzaam opwekken en hergebruik van energie
De klimaatmitigatie bestaat uit een pakket van maatregelen. Doel daarvan is om in 2030 49% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Twee pijlers dragen elke op hun eigen manier bij aan CO2 reductie:
Circulaire Economie loopt als rode draad door deze twee pijlers.
Elke pijler is onmisbaar om de klimaatdoelen (49% CO2 reductie in 2030) te halen. Het denken hierover gebeurt vanuit de ‘trias energetica’:
stap 1: beperk de vraag naar energie;
stap 2a: gebruik energie uit reststromen;
stap 2b: gebruik energie uit hernieuwbare bronnen
stap 3: als gebruik van eindige (fossiele) energiebronnen onvermijdelijk is, gebruik ze dan zeer efficiënt. Compenseer dit op jaarbasis met 100% hernieuwbare energie.
Besparen
Energie besparen is goed voor het klimaat én ook voor de portemonnee. Gedrag is hierbij een belangrijke factor. Het draait niet alleen om grote investeringen, zoals het isoleren van woningen. Súdwest-Fryslân zet in op het stimuleren van bespaargedrag en bespaarmaatregelen.
Hernieuwbare energie: mixen!
Het opwekken van duurzame energie ligt in Súdwest-Fryslân landelijk gezien boven het gemiddelde. Súdwest-Fryslân wil de hernieuwbare energie laten bestaan uit een mix van verschillende vormen van duurzame energie. Voorbeelden zijn zonnepanelen, oppervlaktewarmte, warmte uit de aardbodem en bodemwater en het gebruik van waterstof. De technieken ontwikkelen zich namelijk snel. De visie en ambities gaan ze uitwerken in:
Accent op zon en water
Súdwest-Fryslân legt het accent via de zonneladder op zonne-energie. En op de kansen die er zijn in relatie tot ons blauwe, waterrijke profiel. De zonneladder houdt in dat de voorkeur uitgaat naar zonnepanelen op daken in bebouwde omgeving.
Uit indicatief onderzoek blijkt dat potentiële opwek op panden met (zeer) geschikte daken neerkomt op ~0,323 TWh. Daarbij is er niet op gelet of een dakconstructie geschikt is. Of dat het plaatsen van zonnepanelen volgens de regelgeving mag. In theorie kan Súdwest-Fryslân dus meer energie opwekken dan dat bewoners en bedrijven bij elkaar verbruiken. Daarnaast zijn er door het vele water kansen voor watergerelateerde technieken. Súdwest-Fryslân wil hiervoor een proeftuin zijn. Denk bijvoorbeeld aan aquathermie.
Duurzame energieopgave voor 50% uit lokale initiatieven
Ook de inpassing en de verbetering van de energie-infrastructuur zijn belangrijk aandachtspunten. Dat geldt voor elektriciteit en voor warmte (warmtenetten). Súdwest-Fryslân brengt samen met de regio de ruimte voor opwekking van hernieuwbare energie in kaart. Dat gebeurt via de Regionale Energie Strategie. Hierbij is aanwezigheid van lokale inzet en/of acceptatie noodzakelijk. Het Rijk formuleerde een belangrijk uitgangspunt. Namelijk dat het streven is dat 50% van de energieopwek in eigendom komt van burgers en bedrijven.
Voor de verwarming van alle gebouwen gaat Súdwest-Fryslân op zoek naar alternatieven voor het aardgas. Er komt inzicht in welke alternatieve oplossingen (on)mogelijk zijn voor het aardgas. Dat gebeurt voor wijken of buurten die voor 2030 op de planning staan in de TVW. In het algemeen werkt Súdwest-Fryslân aan bewustwording. Dat gebeurt door voorlichting te geven en laagdrempelige maatregelingen aan te bieden. De gemeente werkt de TVW samen met de samenleving uit in wijkuitvoeringsplannen.
Energietransitie versterkt de identiteit
Verandering van het landschap door veranderend energiegebruik is van alle tijden. De energietransitie voegt een nieuw hoofdstuk toe aan deze geschiedenis. Delen van het landschap zijn in het verleden gebruikt voor turfwinning. Windmolens zijn al vijf eeuwen lang aanwezig in ons landschap. Ook vroeger dachten ze na over zuinig omgaan met energie.
De overgang naar een duurzame energievoorziening heeft (weer) een groot invloed op de omgeving. Súdwest-Fryslân wil niet te veel van de ruimte vragen. Daarom gebruikt de gemeente de ‘zichtbaarheidsladder’. Daarbij gaat de voorkeur uit naar vormen van energieopwekking met geen of een minimale zichtbaarheid.
Het vraagt om zorgvuldige omgang met de kernwaarden als er sprake is van een grote zichtbaarheid. Dan is het tijd voor een (nieuwe) omgevingskwaliteit. Denk aan nieuwe energielandschappen, energieparken en energieboeren. Súdwest-Fryslân gaat er dan van uit dat een proces op gang komt. Een proces waarbij betrokken partijen elkaar opzoeken om het samen eens te worden over de inpassing.
De effecten van klimaatverandering zijn heel uiteenlopend en sterk afhankelijk van de plek op aarde. In Nederland leidt klimaatverandering tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag, drogere zomers en een stijgende zeespiegel. Het gaat daarbij niet alleen om geleidelijke veranderingen. Extreem weer, zoals hittegolven en forse regen- en hagelbuien, komt steeds vaker voor. Dat leidt tot meer schade en slachtoffers dan voorheen het geval was.
Klimaatverandering heeft effect op de kernen, het landelijke gebied en de mensen die er wonen. Als we niets doen, neemt de schade toe. Súdwest-Fryslân gaat met betrokken partijen (zoals het Wetterskip Fryslân) aan de slag met een klimaatbestendige en water robuuste inrichting. Samen werken we aan een strategie. Die richt zich op het voorkomen van overlast van water en het voorkomen van hittestress en droogte. Uiteraard heeft de gemeente lang niet op alle factoren invloed.
Voorkomen overlast van water
Eén van de klimaateffecten is ‘wateroverlast in stedelijke gebied’. Over het algemeen gaat het bij wateroverlast om gebeurtenissen van beperkte omvang, zoals extreme regenbuien. Die kunnen wel plaatselijk grote hinder veroorzaken. Door de zeespiegelstijging komen de huidige zeekust-, IJsselmeer- en Waddenzeenatuur onder druk te staan. Dat betekent dat leefgebieden voor dieren en planten aantasten of verdwijnen. Daarnaast is er sprake van verzilting van landbouwgrond in combinatie met bodemdaling. Dat vraagt om het beperken en zo mogelijk voorkomen van overstroming en de gevolgen daarvan.
Rijkswaterstaat en het Wetterskip Fryslân zijn verantwoordelijk voor het onderhouden en functioneren van de dijken en waterkeringen. Zij zorgen er ook voor dat er voldoende water is in het gebied. Súdwest-Fryslân zorgt voor de juiste afvoer van het vuilwater en het overtollige regenwater. Zo zetten we met elkaar in op een robuust en veerkrachtig watersysteem voor 2050.
Voorkomen van hittestress en droogte
Binnen de grotere kernen en steden is het gemiddeld één graad warmer dan in een landelijke omgeving. Inwoners van steden hebben hierdoor meer last van hitte. De verwachting is dat de zomers alleen maar warmer worden. Door hitte kan de luchtverontreiniging toenemen. Mensen ervaren overlast van hitte doordat ze ‘s avonds niet goed kunnen slapen. Kwetsbare groepen, vaak ouderen, hebben hier vaak extra last van.
Ook uitval van arbeidskrachten, toename van ziektes en vervroegde sterfte zijn gevolgen van de warmte en slaaptekort. En wat denk je van de invasie van de eikenprocessierups? Over overlast gesproken. Die gedijt goed in het warmere klimaat.
Súdwest-Fryslân heeft voor Sneek en Bolsward het effect van hitte in kaart gebracht. Hierbij valt op dat Bolsward gevoeliger is voor hittestress dan Sneek. De oorzaak hiervan is dat Bolsward op sommige plekken dichtere bebouwing kent dan Sneek.
Andere problemen als gevolg van toenemende hitte zijn de verdroging van natuurgebieden en een verminderde landbouwproductie. Extreme droogte kan zorgen voor een tekort aan zoet water. En ook aan verzilting aan de kust en tot ver in het land. Ook dit probleem is een belangrijk onderdeel van de strategie waaraan Súdwest-Fryslân samenwerkt met het Wetterskip.
Súdwest-Fryslân gaat aan de slag met:
elektriciteit, waar de Regionale Energiestrategie (RES) onder valt;
Gebouwde Omgeving**, uit te werken in wijkuitvoeringsplannen, met daarin onder meer:
keuzes voor duurzame energiesystemen
het isoleren van woningen;
Circulaire Economie;
het programma Klimaatadaptatie;
het programma Vitaal landschap met:
de uitvoeringsaanpak Circulaire Economie
biodiversiteit en klimaatadaptatie aanmoedigen
visie op gezond en duurzaam voedsel (onder meer productie, innovatie en consumptie).
*Dit is een pakket maatregelen. Doel daarvan is om in 2030 49% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990.
**Daaronder valt de integrale aanpak Transitievisie Warmte (TVW).
Súdwest-Fryslân werkt aan de SDG’s die centraal staan bij het koepelthema. Zie het themakompas voor het thema ‘Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief'. Dat gebeurt met het beleid en de activiteiten die in dit hoofdstuk staan. Het themakompas hieronder geeft in de grijze vakken de subdoelen SDG’s als handvat naar het dagelijks beleid en de activiteiten van de gemeente, rondom het thema ‘Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief’. Deze subdoelen zijn een afgeleide van de internationale doelen.
Súdwest-Fryslân werkt tegelijkertijd en in goede samenhang aan de vijf thema’s. Alleen zo kan Súdwest-Fryslân de gemeente blijven die zij wil zijn. Waar het goed en duurzaam wonen, werken en genieten is met een aantrekkelijke omgevingskwaliteit.

Voor ieder deelgebied is een IDeekaart gemaakt (bijlage 4). De IDeekaarten benoemen de aandachtspunten voor de gebieden. Hierbij is weer dezelfde indeling van de vijf thema's gebruikt.
De IDeekaarten bestaan uit een kaart met legenda met gebied specifieke punten en daarnaast punten die voor het deelgebied als geheel gelden. De kaart is (in de website van de Omgevingsvisie 1.0) een pdf waarop ingezoomd kan worden. Súdwest-Fryslân gebruikt de IDeekaarten als opstap voor het gesprek met de mienskip in de gebieden. Dit wordt als vervolg op de Omgevingsvisie 1.0 uitgewerkt in (Gebieds)Agenda's. Voor het IJsselmeergebied is het Ambitiedocument al klaar.
Met de gebiedsindeling volgt Súdwest-Fryslân de indeling die gebruikt is tijdens het Rondje Súdwest. Ook sluit deze goed aan op de Ontwikkelagenda. De grenzen van de gebieden zijn afgestemd op de grenzen die het Centraal Bureau voor Statistiek in haar onderzoeken gebruikt. Dit maakt het gebruiken en vergelijken van onderzoeksgegevens eenvoudiger.
Uiteraard kunnen de gebieden niet los van elkaar gezien worden. Ze vullen elkaar aan en hebben elkaar nodig. Samen zijn ze Súdwest-Fryslân. Net als er een sterke relatie is tussen Súdwest-Fryslân en de provincie en (Noord-)Nederland. De grenzen tussen de gebieden zijn niet hard, maar vloeien in elkaar over.
Nadere uitwerking IDeekaart Sneek
Voor Sneek, hebben we de aandachtspunten en opgaven zoals die op hoofdlijnen in de IDeekaart staan nader uitgewerkt in een ‘Ruimtelijke Strategie Sneek’. Deze staat in hoofdstuk 8. Voor dit deelgebied vormt de IDeekaart dus het voorwerk, en de Ruimtelijke Strategie Sneek een uitwerking daarvan. Om te zorgen dat een gebruiker de juiste informatie te zien krijgt, heeft hoofdstuk 8 een werkingsgebied met een harde begrenzing. Dit werkingsgebied is gebaseerd op de CBS-wijk Sneek. Op enkele plekken, waar de ruimtelijke strategie concrete ontwikkelingen of zoekgebieden bevat die daarbuiten vallen, is het werkingsgebied uitgebreid. De begrenzing volgt dan zoveel mogelijk logische en geografische lijnen. Omliggende kernen blijven in beginsel buiten het werkingsgebied, omdat de ruimtelijke strategie daar niet integraal over gaat. Om deze redenen wijkt het werkingsgebied van hoofdstuk 8 ook enigszins af van de IDeekaart voor Sneek.






Raadpleeg in bijlage 4 de uitgewerkte IDEEkaarten.
Aanleiding: positionering Sneek binnen het Fries Stedelijk Netwerk
In Fryslân gaan de vier Friese steden – Heerenveen, Leeuwarden, Drachten en Sneek – binnen een Fries Stedelijk Netwerk zich met meer nadruk positioneren als samenhangende stedelijke regio. Dit hangt samen met nieuwe ruimtelijke kaders waar het Rijk (Nota Ruimte) en de provincie Fryslân (provinciale omgevingsvisie) aan werken. De verstedelijkingspropositie Fries Stedelijk Netwerk (april 2025) geldt hiervoor als wenkend perspectief. Met een ‘Ruimtelijke Strategie’ willen we in dit licht Sneek specifieker positioneren. De samenhang met het omliggende gebied en de wisselwerking tussen stad en platteland is hierbij van groot belang. Gelet op grote (boven-)regionale opgaven rond onder meer wonen, (circulaire) economie, voorzieningen, mobiliteit, klimaatverandering en de energietransitie zoekt deze strategie nadrukkelijk naar een stevige positionering van Sneek. Dit is van belang voor Sneek én voor de regio. Op die manier kunnen het omliggende gebied en de gemeente Súdwest-Fryslân als geheel hiervan meeprofiteren en kunnen ontwikkelingen worden aangejaagd.
Omgevingsvisie 1.0 en een ruimtelijke strategie voor Sneek
In 2021 stelden we onze Omgevingsvisie 1.0 vast voor het gehele gemeentelijke grondgebied. In hoofdstuk 7 van deze omgevingsvisie hebben we een eerste uitwerking voor de verschillende deelgebieden van Súdwest-Fryslân opgenomen, waaronder Sneek. De ‘IDeekaarten’ bevatten beknopt de belangrijkste aandachtspunten en ruimtelijke uitwerking daarvan voor het deelgebied. Omdat deze uitwerking nog op hoofdlijnen is, en gelet op alle ontwikkelingen die in Sneek samenkomen, is er een urgente behoefte aan een integrale gebiedsgerichte visie op de toekomst van Sneek op de lange termijn (2050). Deze ‘Ruimtelijke Strategie Sneek’ hebben we daarom nader uitgewerkt als apart hoofdstuk van de omgevingsvisie.
Hoofddoel van deze ruimtelijke strategie voor Sneek is om, voortbouwend op onze ambities voor Súdwest-Fryslân, bij te dragen aan de brede welvaart in Sneek en daarmee de hele gemeente en regio. De ruimtelijke strategie zet allereerst een verleidelijke ‘stip op de horizon’; ons toekomstbeeld voor Sneek in 2050. De bestaande kwaliteiten van Sneek en de ontwikkelingen en opgaven die op de stad afkomen vormen daarvoor de basis. Vervolgens beschrijven we de keuzes die we vandaag moeten maken om daar te komen. Op die manier geeft de strategie richting aan ruimtelijke ontwikkelingen in Sneek. Daarmee gaan we samen aan de slag. Enerzijds benoemen we maatregelen die we als gemeente zelf kunnen of moeten nemen. Anderzijds dient de ruimtelijke strategie als inspiratie- en afwegingskader voor initiatieven van andere partijen die aan onze doelen kunnen bijdragen. Ruimtelijke keuzes worden verbeeld op een integrale omgevingsvisiekaart.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk van de omgevingsvisie bevat een ruimtelijke strategie voor Sneek, als nadere uitwerking van de vorige hoofdstukken. Die begint in de volgende paragraaf met een analyse: hoe moeten we Sneek zien in historisch en regionaal perspectief, wat zijn de identiteit en kernkwaliteiten van Sneek en welke opgaven zien we richting de toekomst? Onze visie op de toekomst van Sneek zetten we uiteen in paragraaf 8.3: we beschrijven de basis van onze visie en werken die nader uit in (drie) kernambities en (zes) speerpunten. Onze ambities komen in paragraaf 8.4 samen in een integrale omgevingsvisiekaart voor Sneek. De laatste paragraaf gaat in op de uitvoering van de ruimtelijke strategie. De bijlagen bevatten nadere achtergrondinformatie bij dit hoofdstuk, waaronder een kaartenatlas (inventarisatie en analyse, bijlage 5), op basis daarvan aanbevelingen die hebben gediend als input voor deze visie voor Sneek (bijlage 6), en een Woordenlijst.
Als eerste stap, om te komen tot een visie op de toekomst, hebben we geanalyseerd hoe Sneek er op dit moment voor staat. Dat is ons vertrekpunt. Met behulp van een lagenbenadering (mede met het oog op ‘water en bodem sturend’) en daaraan gekoppelde systeemanalyse hebben we allereerst de bestaande situatie van Sneek in kaart gebracht. Dat houdt in dat we uitgaan van drie lagen: ondergrond, netwerken en occupatie (landgebruik) (zie afbeelding 8.1). De eerste laag bestaat uit de ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem. De volgende laag bevat netwerken van bedrijven, voorzieningen, winkels, weg-, spoor- en energie-infrastructuur. De derde laag bevat menselijke activiteiten zoals wonen, recreëren en sociale samenhang. Op die manier hebben we in beeld en tekst de ruimtelijke kenmerken en systemen inzichtelijk gemaakt, nader uitgewerkt voor verschillende thema’s. De resultaten hiervan staan in een aparte ‘kaartenatlas’ (zie bijlage 5).

Op basis van deze informatie plaatsen we in deze paragraaf eerst Sneek in historisch (8.2.2) en geografisch (regionaal) (8.2.3) perspectief. Vervolgens identificeren we de identiteit en kernkwaliteiten van Sneek, die de stad onderscheiden en die we in ieder geval willen behouden (8.2.4). Tot slot volgen uit onze analyses per laag een aantal aandachtspunten waar we richting de toekomst rekening mee moeten houden (8.2.5). Dit zijn belangrijke bouwstenen voor onze visie op de toekomst. Op basis daarvan hebben we, vooruitlopend op deze visie zelf, aanbevelingen voor de visie geformuleerd. Die hebben we uitgewerkt in drie ‘perspectieven’, die overeenkomen met de drie lagen (zie bijlage 6). Deze aanbevelingen vormen belangrijke input voor de visie. Dat betekent dat veel elementen hieruit in de visie terugkomen; tegelijk hebben we sindsdien op bepaalde onderdelen ook zaken aangescherpt of nadere keuzes gemaakt.
Water en bodem sturend
De geschiedenis van Sneek begint aan het eind van de 9e eeuw, toen op de hoger gelegen gronden langs de veenrivier de Geeuw (voorheen de Ges) een nederzetting ontstond. In de 10e eeuw begon men vanuit het ten noordoosten van Sneek gelegen Goënga met de ontginning van het uitgestrekte laagveengebied richting de huidige Snitser Mar. Dit gebeurde met het doel de landbouw uit te breiden, turf te winnen als brandstof en — in later eeuwen — zout (via moernering) uit verzilt veen te extraheren. Deze ontginningen leidden tot een maaivelddaling van wel drie meter. In combinatie met herhaalde stormvloeden vanaf de 12e eeuw werd het veen steeds kwetsbaarder en ontstonden wateren zoals de Snitser Mar, de Goëngarijpsterpoelen en de Zoutepoel. De landschappelijke transformatie had ook sociaaleconomische betekenis: turf en zout vonden aftrek in Sneek en omliggende kloosters, wat leidde tot een periode van economische bloei.
Rond het jaar 1000 werd er op een verhoogd terrein een houten kerk gebouwd — de voorloper van de huidige Martinikerk. In de 13e eeuw werden diverse watergangen met elkaar verbonden, waardoor Sneek (toen nog ‘Ter Snake’) op een doorgaande vaarroute tussen Stavoren, Bolsward, IJlst, Leeuwarden en Dokkum kwam te liggen. Als gevolg van de voortschrijdende ontginning en het toegenomen overstromingsgevaar werden vanaf circa 1200 hemdijken aangelegd; één daarvan, die bebouwd en bewoond raakte, zou uitgroeien tot een kern van de latere stad. Deze dijk volgde het tracé van de huidige Oosterdijk, Wijde Burgstraat, Nauwe Burgstraat, Peperstraat, Marktstraat, Nauwe Noorderhorne en Wijde Noorderhorne.
Bestuurs- en waterkwartier Sneek
Dankzij de gunstige ligging op de overgang van veen naar klei en de handelsgeest ontwikkelde de nederzetting zich vanaf de 15e eeuw tot een stenen handelsstad op een kruispunt van waterwegen, beroemd om zijn zuivel- en vooral boterhandel. De stad was verdeeld in een hoger gelegen bestuurs- en cultuurkwartier, waar ook de zorg was gepositioneerd, en een lager gelegen handels- en waterkwartier (afbeelding 8.2). De stad werd omringd door een grachtengordel en stelsel van aarden wallen en was medio 16e eeuw geheel ommuurd. De waterpoorten vormden de entrees vanuit de verschillende richtingen, waarvan de huidige Waterpoort als enige nog resteert. De stadsmuren en het grootste deel van de bolwerken werden in de 18e eeuw weer afgebroken. De grachten bleven gespaard en werden verdiept. Er werden groene stadswallen met Iepen aangelegd die de overgang naar het landschap gingen vormen (zie afbeelding 8.3).


Stap over de grachten en bouw station buiten de stad
Omstreeks 1850 bestond de bebouwing buiten de grachtengordel voor een groot deel uit bedrijfsbebouwing langs de vaarten, waaronder diverse industriemolens. Ook was bebouwing aanwezig langs de Lemmer(straat)weg en langs de buitenzijde van de grachtengordel aan de west- en oostzijde van de stad. Tussen 1870 en 1920 ontstond met de oprichting van woningbouwverenigingen geleidelijk een gordel van arbeidersbuurtjes rond de oude stad. Deze woningen vervingen de krotten aan de vele stegen en sloppen in de binnenstad. De aanleg van het spoor en de bouw van het station aan het begin van de jaren 1880 leidde tot verdere uitbreidingen aan de noordzijde van de stad. In de omgeving van het station verrezen vooral woningen voor meer welgestelden. Pas in de jaren 30 van de 20e eeuw werden de laatste open terreinen ingevuld.
Eerste structuurplan voor Tuinstad Sneek in 1925
Het door de gemeentearchitect J. de Kok opgestelde idealistische uitbreidingsplan van 1925[1] bepaalde in grote lijnen de aard van de verdere uitbreidingen. Het plan was sterk beïnvloed door het gedachtengoed van de ‘garden city’ (‘tuinstad’). Na de Tweede Wereldoorlog werd het geheel herzien door meer rationele structuurplannen, ingegeven door de grote woningbehoefte in die periode. De stad werd verder uitgebreid met verschillende grote nieuwbouwwijken, vooral ten noorden en zuid(oost)en van de stad aansluitend op de bestaande bebouwing. Deze wederopbouwwijken zijn nu veelal gebieden die aandacht vragen, omdat de woningvoorraad en openbare ruimte verouderd zijn. Waar lange tijd voor de groei van de stad in structuurplannen het model van de compacte stad is gevolgd, is dit in recente jaren verschoven richting een lobbenstad met groene wiggen. Met de laatste uitbreidingen is de stad uitgegroeid tot ruim 34.000 inwoners.
Uitgangspunten voor de toekomst vanuit het verleden
Het verhaal van de ontwikkeling van Sneek is af te lezen aan de ruimtelijke patronen en architectuur van de stad. Zo zijn water en bodem door de eeuwen heen sturend geweest in de ontwikkeling van de stad – de ligging aan het water en op de grens van stevige kleigronden en slappe veengronden. De ontwikkeling tot regionale handelsstad vond plaats op een kruispunt van waterwegen, en dat is nog altijd goed terug te zien in het watersysteem, het cultureel erfgoed en de architectuur in de stad. Ook de elementen van de groene stad zoals lanen, parken en tuinwijken (en recenter de groene wiggen) zijn nog steeds herkenbaar. Tegelijk heeft de verstedelijking door de jaren heen geleid tot een geleidelijke verstening en afname van groen en water in de stad, waarbij het water- en bodemsysteem meer op de achtergrond is geraakt. Ook de invloed van de auto speelt hierbij een rol, die grofweg vanaf de jaren zestig steeds groter is geworden waardoor Sneek geleidelijk is veranderd in een autocentrische woon- en werkstad.
Ligging en verbanden in de regio
Als één van de grootste plaatsen van Friesland, als onderdeel van het Fries Stedelijk Netwerk en als centrumstad van de Zuidwesthoek is Sneek een belangrijke schakel binnen Fryslân en de regio. Naast de drie andere Friese stedelijke kernen binnen het Fries Stedelijk Netwerk heeft Sneek een eigen profiel en functie binnen de Friese regio. Daarnaast is Sneek de belangrijkste kern in de stedelijke zone van Súdwest-Fryslân (Sneek-Bolsward-IJlst), met een verzorgingsgebied van ruim 150.000 inwoners. Afbeelding 8.4 en 8.5 tonen de ligging van Sneek ten opzichte van het Fries Stedelijk Netwerk, de regio en omliggende kernen.


F ries Stedelijk Netwerk (FSN) en verstedelijkingspropositie
Sneek vormt samen met de stedelijke kernen Drachten, Heerenveen en Leeuwarden het Fries Stedelijk Netwerk (FSN). Gezamenlijk wonen er in deze steden in 2025 ruim 210.000 inwoners. Dit stedelijk netwerk vervult een belangrijke functie binnen de regio en noordelijk Nederland, op het gebied van onder meer wonen, economie, onderwijs en recreatie. Sterke innovatieve economische sectoren, een sterk mkb, concentratie van onderwijs- en zorgvoorzieningen, een hoge woonkwaliteit gekoppeld aan de omgevingskwaliteit van het landschap en de sociale cohesie maken de regio tot een aantrekkelijke vestigingsplaats voor organisaties en mensen. Dit maakt ook dat inwoners er bovengemiddeld gelukkig zijn (zoals blijkt uit de regionale monitor van het Planbureau Fryslân).
Tegelijk kent de regio de nodige uitdagingen. Zo is ontwikkeling van de steden en kernen noodzakelijk om het huidige voorzieningenniveau te kunnen behouden. Bij ongewijzigd beleid bevindt de regio zich in een complex spanningsveld met een vergrijzende bevolking, krimpende beroepsbevolking, een dalend aantal jongeren en een groeiend aantal arbeidsmigranten en expats. Daarnaast spelen er majeure problemen, zoals vervoersarmoede, bodemdaling en netcongestie. Een antwoord bieden op deze uitdagingen vraagt om een passende, aantrekkelijke leefomgeving met een stedelijke dynamiek. Belangrijke voorwaarde daarvoor is behoud en versterking van de huidige kwaliteiten van de regio: een gezonde leefomgeving, uniek cultureel erfgoed en waterrijke open landschappen.
Gelet op deze uitdagingen hebben we in ‘FSN-verband’ een verstedelijkingspropositie opgesteld voor het Fries Stedelijk Netwerk richting 2050. Het biedt een samenhangend toekomstperspectief voor deze vier steden en de omliggende regio. Daarin zetten de vier steden in op groei, om bij te dragen aan de opgaven en ambities van de regio, provincie Fryslân én (noord-)Nederland als geheel.
Om een duurzame en welvarende toekomst voor de regio te garanderen zet de verstedelijkingspropositie in op het versterken van de kwalitatieve kracht door vijf gerichte interventies:
Ruimte bieden aan verdergaande specialisatie en clustering van drie economische topsectoren vanuit stedelijk perspectief;
Blijven bouwen aan een onderling gedifferentieerd woningaanbod (+25-40% t/m 2050) en zorgen voor voorzieningen in de nabijheid;
Ontwikkelen van talent door kwalitatief en gericht onderwijs en talent vasthouden door vergroten keuzevrijheid binnen het Noordelijk Stedelijk Netwerk;
Versterken interne en externe multimodale verbindingen (weg, water, spoor);
Verweving stad en land door groene en blauwe routes, anders bouwen en energie(transitie).
Belangrijk uitgangspunt daarbij is het principe van ‘borrowed size’ en een regionale rolverdeling van de steden. Op die manier profiteren de steden maximaal van agglomeratievoordelen en worden dubbelingen of verspilling voorkomen. Met het oog op de toekomst fungeert Leeuwarden als grootste stad en primaire schakel in het stedelijk netwerk, waarbij Drachten, Heerenveen en Sneek zich ontwikkelen als complementaire centrumsteden. Sneek profileert zich hierbinnen als de waterstad van Fryslân. Daarbij is het ‘daily urban system’ van belang. Dit netwerk van dagelijkse bewegingen naar werk en voorzieningen vraagt aandacht, omdat de ambitie er is om de FSN-voorzieningen voor de hele regio binnen dertig minuten bereikbaar te maken. Dit vraagt om snellere en aantrekkelijkere verbindingen, intern en extern, voor verschillende vervoersvormen (weg, water en spoor).
Van de woningbouwopgave (toevoegen van 26.500 à 42.400 woningen tot 2050) landt het grootste deel in centrumstad Leeuwarden; voor de stedelijke zone Sneek hebben we een ambitie van circa 5.000 woningen gesteld. Daarbij zetten we binnen het FSN in op een slimme spreiding van economische functies en voorzieningen, naar schaalniveau en met versterking van de eigen identiteit van de steden. Waterstad Sneek fungeert als maritiem centrum met innovatieve watertechnologiebedrijven en hoogwaardige jachtbouw, heeft een belangrijke positie in watertoerisme en -recreatie en vormt het voorzieningencentrum voor Súdwest-Fryslân. De Friese steden en provincie stellen ambitieuze doelen en vragen van Sneek naast de woningbouwopgave onder meer ruimte voor multifunctionele energie- en mobiliteitshubs, met ruimte voor circulaire economie, klimaatmaatregelen, CO2-reductie, natuur én verbetering van de omgevingskwaliteit. Daarnaast gaat het om het bijdragen aan het ’rondje Fryslân’; een robuuste ov-verbinding tussen de vier Friese steden en aansluitingen daarop vanuit de omliggende regio’s. Na 2040 zal de Lelylijn (of een gelijkwaardige oplossing) zowel de interne verbinding van het stedelijk netwerk als de verbindingen met het noordelijk en nationaal stedelijk netwerk versterken. Dit kan tot extra vraag naar woningen en werklocaties leiden. We streven naar een 30-minutengemeenschap waarin basisvoorzieningen vanuit alle delen van Fryslân binnen 30 minuten bereikbaar zijn (met een combinatie van vervoersvormen). Ook gaat het om samenwerken aan de transformatie van het veenweidegebied en de multifunctionaliteit van de stadsrandzone Sneek, inclusief groen en water. Dit vraagt op stadsniveau om een heldere (ruimtelijke) strategie om hier verdere invulling aan te geven.
Stedelijke zone Sneek (Sneek-Bolsward-IJlst)
Sneek (waterstad) vormt samen met Bolsward (energiestad) en IJlst (houtstad) de stedelijke zone van de gemeente Súdwest-Fryslân. Deze steden hebben elk hun eigen identiteit en hebben samen de omvang van een middelgrote stad van circa 50.000 inwoners die de omgeving bedient. Ook in deze stedelijke zone zetten we in op ‘borrowed size’.
Zuidwest-Friesland
In Zuidwesthoekverband vormt de stedelijke zone Sneek een netwerk langs de A7 en A6 samen met Joure en Lemmer. De stedelijke zone met Sneek, Bolsward, Joure en Lemmer vormt de ruggengraat van een grote regio, waarvan de inwoners gebruikmaken van de regionale voorzieningen. Hier komen hoogwaardige (specialistische) zorg, (voortgezet) onderwijs, MBO, winkels, cultuur en tal van andere voorzieningen samen.
Op basis van de historische ontwikkeling, regionale context en bestaande situatie komen een aantal kernkwaliteiten van Sneek naar voren. Het zijn eigenschappen die onze kracht en identiteit bepalen: ze maken wat Sneek is en onderscheidt van andere steden. Dit zijn dan ook de kwaliteiten die we in de toekomst in ieder geval willen behouden en waar mogelijk versterken.
Sneek is de waterstad van Fryslân. Sneek staat landelijk bekend om zijn waterrijke omgeving, waar veelvuldig gebruik van wordt gemaakt voor verschillende watersporten en om te recreëren. In de historische ontwikkeling van de stad speelde het water en de ligging aan verschillende waterwegen een belangrijke rol, zoals in 8.2.2 beschreven. Het vele water in de binnenstad en de karakteristieke Sneker Waterpoort zijn hiervan het levende bewijs. Hoewel het water in de stad nog meer aanwezig en beleefd kan worden, staat Sneek alom bekend als ‘waterstad’.
Sneek fungeert als een belangrijke regiokern. Al eeuwenlang is Sneek een handelsstad met een belangrijke regionale functie. Ook nu is Sneek, zoals in 8.2.3 al beschreven, een belangrijke kern in de regio. De stedelijke zone Sneek (Sneek-Bolsward-IJlst) bedient met zijn ruim 50.000 inwoners en gevarieerde voorzieningen een gebied van meer dan 150.000 mensen. Dit gebied strekt zich uit van Harlingen tot aan de Noordoostpolder. Sneek vormt hierin het regiocentrum. Tegelijk is Sneek een schakel in het Fries Stedelijk Netwerk, dat een belangrijke functie vervult en aanvullende kansen geeft in de provincie en in noordelijk Nederland. Om deze functie als regiokern te behouden, moet Sneek wel inzetten op groei op alle fronten.
Sneek is een unieke stad met een hoge kwaliteit van leven en van de ruimte. Inwoners ervaren in Súdwest-Fryslân een hoger geluksniveau dan in veel andere regio’s, terwijl ze gemiddeld minder te besteden hebben (het Planbureau Fryslân noemt dit de ‘Friese paradox’). Volgens het planbureau zijn de leefbaarheid en omgevingskwaliteit hierin de twee belangrijkste pijlers. Er is een sterke sociale cohesie en mienskipszin; de stad kent vele ontmoetingsplekken. Sneek ligt in een landschappelijk aantrekkelijke omgeving. Ze heeft een historische binnenstad van grote waarde, met cultureel erfgoed en architectuur die de tijdgeest weerspiegelen en het verhaal van Sneek vertellen. Bovendien is de stad compact en daardoor goed bewandelbaar en in potentie goed bevaarbaar. Al deze kenmerken dragen samen bij aan de omgevingskwaliteit en leefbaarheid en maken Sneek een aantrekkelijke stad om te wonen en verblijven. Uit recent onderzoek blijkt echter wel dat de brede welvaart ook in (zuidwest-)Friesland inmiddels wat terugloopt en onder druk komt te staan, met name de pijler leefbaarheid[2]. Dit onderstreept het belang om deze kwaliteit te behouden en versterken.
Uit de vorige paragrafen blijkt dat we al veel kwaliteiten bezitten, die waardevol zijn om te behouden. Dit is echter niet vanzelfsprekend. Uit de analyses[3] volgen namelijk meerdere ontwikkelingen die onze aandacht vragen en mogelijk een bedreiging vormen. Daardoor ontstaan er uitdagende opgaven waar we mee aan de slag moeten. Het gaat om trends en ontwikkelingen die kwaliteiten onder druk zetten, problemen veroorzaken of ons voor nieuwe opgaven stellen. Het gaat ook om kansen om kwaliteiten te versterken of toe te voegen. Ook kan het gaan om vastgesteld beleid dat nog onvoldoende wordt toegepast of nog ontoereikend is. Waar verschillende ontwikkelingen samenkomen, kunnen ook dilemma’s of juist koppelkansen ontstaan. Kortom: op deze ontwikkelingen en opgaven willen en moeten we met onze visie een antwoord formuleren. Hieronder volgt – per laag – een beknopte samenvatting van de belangrijkste opgaven en uitdagingen voor Sneek.
Omdat het bodem- en watersysteem in heel Nederland steeds meer onder druk komt te staan, heeft het Rijk water en bodem sturend gemaakt voor de inrichting van de ruimte. Gelet op de ligging van Sneek op de overgang tussen klei en veen hebben we dit principe lange tijd gehanteerd, maar het is van belang dat weer te gaan doen om problemen op te lossen en te voorkomen. Gezien deze ligging is Sneek kwetsbaar voor wateroverlast, bodemdaling en klimaatverandering. Dit vraagt om toekomstgerichte keuzes: meer ruimte voor water, water vasthouden, sponswerking versterken en bouwen op de juiste plekken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het daarom van belang om rekening te houden met de draagkracht en stabiliteit van de bodem en meerlaagsveiligheid. Voor het doel van brede welvaart is een belangrijk principe ook het niet afwentelen van de gevolgen van keuzes in het hier en nu op andere gebieden, partijen of de toekomst[4].
Klimaatverandering is een belangrijke ontwikkeling en opgave. Winters worden warmer en natter, zomers heter en de kans op extreme neerslag neemt toe. Dit kan onder meer leiden tot wateroverlast, droogte en hitte. Dit kan grote invloed hebben op alle lagen en vraagt om aanpassingen in de inrichting van de ruimte (klimaatadaptatie).
Klimaatverandering zorgt voor toenemende hittestress in de stad. Vooral ouderen, jonge kinderen en mensen met gezondheidsproblemen zijn kwetsbaar hiervoor. Hittestress speelt met name in de versteende gebieden. Sociale en particuliere huurwoningen, waar deze risicogroepen relatief veel wonen, staan vaak in versteende wijken. Het relatief versteende stadscentrum, vroege uitbreidings- en de wederopbouwwijken van Sneek zijn in het bijzonder aandachtsgebieden. Met het oog op de toekomst is het van belang om hier bij locatiekeuze en in het ontwerp van gebouwen en buitenruimte rekening mee te houden.
Gelet op de gevolgen van klimaatverandering is onderzoek naar de werking van het watersysteem essentieel, om na te gaan of herinrichting nodig is en om ontwikkelingen hierop aan te laten sluiten. Om verdroging tegen te gaan is het nodig om water minder snel af te voeren en langer vast te houden. Tegelijk kan extreme neerslag in toenemende mate leiden tot wateroverlast, met name in gebieden met veel verharding. Het is daarom van groot belang om onze ruimte klimaatbestendig in te richten, waarvoor ruimte gereserveerd moet worden.
In het Friese veenweidegebied is sprake van bodemdaling (zie afbeelding 8.6). Hoofdoorzaak is ontwatering van het veen, waardoor er zuurstof bij komt en het veen langzaam afbreekt (oxideert). Daarbij komen broeikasgassen vrij. Klimaatverandering versnelt dit proces. Door bodemdaling komt het grondwater dichter bij het oppervlak te staan, waardoor de bodem slapper wordt en de geschiktheid van de grond voor landbouw afneemt. Vaak wordt ervoor gekozen de waterstand mee te verlagen, waardoor bodemdaling en oxidatie doorzet. Door maaivelddaling kunnen gebouwen, infrastructuur en leidingen verzakken, wat zorgt voor extra kosten. Doordat natuurgebieden en boezems steeds hoger komen te liggen ten opzichte van omliggend agrarisch gebied, kan uit natuurgebieden water wegsijpelen (verdroging). Ook zijn hierdoor langs de boezem steeds sterkere waterkeringen nodig. Vernatten van veengebieden kan de bodemdaling en oxidatie remmen, maar vraagt ook om ander beheer, vergroot het risico op wateroverlast doordat de waterbergingscapaciteit afneemt en kan een negatief effect hebben op de waterkwaliteit. In en rondom Oppenhuizen-Uitwellingerga verhogen gaswinningsactiviteiten het risico op bodemdaling (naar verwachting tot maximaal 5 cm).
Er is sprake van toenemende drukte in de ondergrond, onder meer door ondergrondse infrastructuur, kabels en leidingen, bodemenergiesystemen en funderingen, maar ook (klimaat-)opgaven zoals groen, waterberging en -infiltratie. Nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw maar ook duurzame energievoorzieningen vragen extra ruimte, wat tot belemmeringen kan leiden. Een verkeerde inrichting van de ondergrondse ruimte kan ook de bodem- en grondwaterkwaliteit negatief beïnvloeden.
De waterkwaliteit staat onder druk en voldoet niet aan de nationale doelstellingen van de KRW (zie afbeelding 8.7). Ondiepe wateren in Sneek zijn bijzonder kwetsbaar voor opwarming, vervuiling en blauwalg. In de stad is een goede waterkwaliteit van groot belang voor zowel de watersporteconomie als de algehele gezondheid en woonkwaliteit. Hiervoor zijn meer ruimte voor water, doorstroming, het tegengaan van eutrofiering en groene oevers nodig. Dit vraagt innovatieve en bij voorkeur natuurlijke, duurzame oplossingen.
De vraag naar drinkwater zal de komende jaren blijven stijgen. Het aanbod kan door klimaatverandering en verontreiniging onder druk komen te staan. Om ook in de toekomst voldoende drinkwater te kunnen leveren zijn drinkwaterbesparing, het beschermen van grondwaterbronnen en reserveren van strategische grondwatervoorraden van belang.
Er zijn delen van Sneek die bij een overstroming diep kunnen overstromen (kans > 1:1.000), wat schade en slachtoffers tot gevolg kan hebben. Het is van belang om dit risico bij locatie-afwegingen voor ontwikkelingen mee te nemen en water meer ruimte te bieden en, als dat niet voldoende is, dijken en keringen te versterken.
Er zijn veel beoogde ontwikkelingen die de komende tijd ruimte vragen in en om Sneek. Met het oog op de omgevingskwaliteit, klimaatadaptatie, gezondheid en ontmoeting is daarbij ook meer ruimte nodig voor groen en water. Dit vraagt om duidelijke keuzes op gebiedsniveau en ruimtelijke kaders bij iedere ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met het natuurlijke water- en bodemsysteem.
De identiteit van Sneek als waterstad van Fryslân wordt in de praktijk niet altijd zo ervaren. Inwoners en bezoekers missen de omgevingskwaliteit en directe waterbeleving die het sterke imago belooft. Water is naar de achtergrond geraakt. Zo parkeren we auto’s langs het water (bijvoorbeeld op diverse kades en het Martiniplein), terwijl we het water juist toegankelijk en beleefbaar willen maken. Ook is de uitblinkende maritieme sector en watergebonden maakindustrie momenteel nog weinig zichtbaar. Daarnaast wordt afstand ervaren tussen Sneek en de Snitser Mar deze kan worden verkleind door de onderlinge verbinding te versterken. Bovendien is er de internationale vaaras Geeuw – Houkesloot, die meer dan nu kan functioneren als (vaar-)boulevard van de stad, bijvoorbeeld door meer openbare oevers en voorkanten naar het water.
De strategische ligging van Sneek aan het Friese merenstelsel biedt kansen voor het versterken van de waterbeleving, maritieme bedrijvigheid, recreatieve vaarroutes en ecologische verbindingen. Op die manier kan Sneek haar positie in het vaarnetwerk versterken en kan de fysieke inrichting ook het imago van waterstad beter waarmaken.
Het model van groene wiggen en lobben is ruimtelijk aanwezig in Sneek, maar raakt versnipperd. Ambities voor verdichting en vergroening dreigen zonder een duidelijke structuur te botsen. De groene wiggen vormen de stedelijke ecologische hoofdstructuur en spelen een hoofdrol bij stedelijke opgaven zoals klimaatadaptatie (waterbuffering en verkoeling), versterken van de biodiversiteit en CO2-reductie. Ook hebben ze een belangrijke functie als plekken in de stad waar ruimte is voor natuurlijke recreatie, die zorgen voor afwisseling tussen rust en reuring en bijdragen aan (mentale en fysieke) gezondheid en leefbaarheid.
Er lopen nu beperkt (groene en blauwe) verbindingen door en tussen de groene wiggen. Daarbij zijn er nog veel ontbrekende schakels in het langzaam verkeersnetwerk. De toegankelijkheid, beleefbaarheid en herkenbaarheid van de groene wiggen zijn voor verbetering vatbaar. De groene wiggen zijn belangrijk voor de stedelijke ecologische hoofdstructuur en voor de toegang tot groen en natuur voor mens en dier. Groenstructuren spelen niet alleen in de groene wiggen, maar ook in de lobben een sleutelrol in de gezondheid, leefbaarheid en identiteit van de stad.


Mobiliteit is dienend aan andere functies en ontwikkelingen die de komende tijd extra ruimte vragen, zoals wonen en werken. In dat licht, en om de agglomeratiekracht van Sneek als regio stad te vergroten, is het van belang om het netwerk van dagelijkse bewegingen (‘daily urban system’) te versterken. Sneek moet goed bereikbaar zijn voor huidige en toekomstige inwoners en bezoekers. Als gemeente hanteren we hierbij de 30-minutenstrategie[5].
Daarvoor zijn goede openbaar vervoer (ov)-verbindingen essentieel, tussen Sneek en de omliggende kernen en de hele regio (voor het bestaande ov-netwerk, zie afbeelding 8.8). Rondom ov-knooppunten liggen kansen om meerdere modaliteiten te verbinden, maar ook voor ontwikkelingen met verschillende functies en in hogere dichtheden, om optimaal te profiteren van de ov-bereikbaarheid. Dit bied draagvlak voor en onderstreept de urgentie van betere en frequentere ov-verbindingen.
Vanuit het oogpunt van een gezonde stad zijn actieve en schone vormen van mobiliteit belangrijk. Dat vraagt om aanpassingen aan het mobiliteitsnetwerk, zoals het prioriteren van langzaam verkeer, zorgen voor groene, aantrekkelijke en veilige routes voor fietsers en voetgangers, transferpunten met parkeren op afstand en laadinfrastructuur.
Momenteel nemen auto’s veel ruimte in onze binnenstad in en dat doet afbreuk aan de gewenste omgevingskwaliteit. In de centrumzone is behoefte aan meer kwaliteit, groen en water en een hogere voetgangers- en fietsvriendelijkheid.
Tegelijk zal er een behoefte aan parkeren blijven, ook gelet op de trend van stijgend autogebruik en -bezit. Met name in de centrumzone zal daarom gezocht moeten worden naar oplossingen om minder auto’s op maaiveld en meer auto’s in gebouwde voorzieningen te parkeren.
We zien een ruimtelijke opgave in het realiseren van de energie- en warmtetransitie, en tegelijkertijd het borgen van voldoende energiebeschikbaarheid gelet op beoogde ontwikkelingen op het gebied van economie en wonen. Er is daarom ruimte nodig voor opwekking, opslag en distributie van elektriciteit en warmte. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft als doel om in 2050 haar eigen energie op te wekken. Met name op en nabij bedrijventerreinen is geschikte ruimte te maken voor het opwekken, omzetten, opslaan en distribueren van duurzame stroom en warmte, en eventueel gassen en brandstoffen. Daarbij moet ook worden gekeken naar combinaties en samenhang met andere kernen op dit gebied. De precieze ruimtevraag en ruimtelijke impact voor onze toekomstige duurzame energievoorziening is nog onzeker; het gaat in ieder geval om tientallen hectares. Hierbij is het belangrijk flexibel te plannen, gelet op technologische ontwikkelingen en nieuwe inzichten over ruimtebehoefte en -relaties.
Grote opgaven, zoals de energietransitie en de waterhuishouding (schoon en vuil water) vragen ruimte bovengronds, maar ook ondergronds. Het gaat dan bijvoorbeeld om infrastructuur zoals warmtenetten en kabels in de ondergrond. Daardoor neemt de drukte in de ondergrond toe, terwijl er ook andere ruimtevragen liggen (zie ‘ondergrondlaag’). Dit vraagt om een integrale visie op de ondergrond van Sneek.
Het huidige elektriciteitsnetwerk staat onder druk; in Sneek is momenteel al sprake van netcongestie. Dat betekent niet alleen dat nieuwe ontwikkelingen met een energievraag mogelijk niet kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, maar belemmert ook (de verdere versnelling van) de energietransitie. Ruimtelijke opgaven zijn onder meer het realiseren van een nieuw verdeelstation en aanleg of versterking van energienetwerken.
De vraag naar ruimte is groot voor het faciliteren van groei en verduurzaming van bestaande bedrijven en het kunnen aantrekken van nieuwe bedrijven en banen.
De economische vitaliteit van de binnenstad staat onder druk door functieverlies, leegstand van winkels en beperkte verblijfskwaliteit. Er is een toenemende behoefte aan stedelijke voorzieningen en maatregelen die bijdragen aan de vitaliteit[6]. De regionale verstedelijkingspropositie onderstreept deze opgave.
Het toenemende arbeidstekort zorgt voor aanvullende uitdagingen voor de vitale stad en binnenstad. De bereikbaarheid van Sneek vanuit een grote regio spelen hierbij ook een cruciale rol.
De transitie naar een circulaire economie vraagt volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) tot 40% extra ruimte (van het bestaande areaal), waarbij rekening gehouden moet worden met een overgangsfase die vraagt om schuifruimte. Voor deze circulaire schuifpuzzel is een heldere strategie nodig.
De verschillende opgaven op het gebied van de circulaire economie en energietransitie noodzaken om tientallen hectares ruimte vrij te houden voor ‘schuivende’ en nieuwe bedrijven en energiefuncties. Daarbij liggen er nog veel economische kansen in het slimmer benutten van bestaande ruimte voor bedrijvigheid, duidelijkere clustering en het beter laten aansluiten van bedrijvigheid op de omgeving. Zo ligt er onder meer een opgave in het herstructureren of transformeren van alle bestaande bedrijventerreinen, om ze toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te houden.
In en om Sneek liggen duurzame en circulaire kansen voor het benutten van restwarmte, terugwinning van grondstoffen (denk aan de AWZI), en upcycling. Daarnaast liggen er kansen voor duurzame ketens in relatie tot het veengebied.
Het realiseren van werklandschappen van de toekomst vormt ook een kwalitatieve opgave, onder meer door ruimte voor werken te combineren met vergroening, klimaatadaptatie, verduurzaming, energietransitie en circulariteit. Dit gaat verder dan een groene aankleding of inpassing, maar vraagt om een integrale parkuitwerking tot werklandschap. Ook zijn goede en aantrekkelijke verbindingen voor langzaam verkeer, vervoer via het water en openbaar vervoer hiervoor van belang.
Sneek staat voor een aantal grote en complexe transities, onder meer op het gebied van energie, landbouw en circulariteit. Om daarvoor passende oplossingen te vinden is ruimte voor experiment en innovatie van belang. Te denken valt aan innovatieve concepten zoals materialenhubs, multimodale hubs (combinaties van vervoersstromen), multifunctionele hubs (combinaties van mobiliteit met voorzieningen, energievoorzieningen et cetera) of klimaatparken (integraal als parkomgeving uitgewerkte werklandschappen).

De samenstelling van de bevolking van Sneek verandert: er is sprake van vergrijzing, ontgroening, huishoudensverdunning en migratiestromen. Dit heeft gevolgen voor de woningvraag.
De vergrijzing, huishoudensverdunning en veranderende zorgvraag zorgen voor een groeiende druk op het sociaal-ruimtelijk systeem. Er ligt een duidelijke opgave om zorg, gezondheid en inrichting van de ruimte integraal te benaderen. Een gezonde levensloop (van preventie tot revalidatie) is niet alleen een zorgvraagstuk, maar ook een ruimtelijke opgave die vraagt om zorgvuldige afstemming tussen de gebouwde omgeving, openbare ruimte en sociale netwerken. Delen van Sneek zijn hier nog onvoldoende op ingericht, bijvoorbeeld door het ontbreken van toegankelijke en uitnodigende groene omgevingen en mogelijkheden voor beweging, rust en ontmoeting. Dit is van invloed op de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, zeker in gebieden waar sociale of fysieke kwetsbaarheid samenvalt met hittestress, verkeersdrukte of beperkte toegang tot voorzieningen. In Sneek als waterstad liggen er in het bijzonder kansen om hieraan bij te dragen met de beleving van en verblijfskwaliteit aan het water.
In aansluiting op de verstedelijkingspropositie hebben we voor de stedelijke zone Sneek een woningbouwambitie bepaald van 5.000 nieuwe woningen tot 2050. Voor de groei van de stad hanteren we het lobbenmodel met groene wiggen. Om de wiggenstructuur en ons groen te behouden betekent dit in de eerste plaats een verdichtingsopgave in de bebouwingslobben. De centrumzone en bebouwingslobben zijn de belangrijkste locaties waar de woningbouw plaats moet vinden. Tegelijk zijn dit ook de gebieden waar klimaatadaptatie en tegengaan van wateroverlast en hittestress belangrijke uitdagingen zijn. Daarom zal de verdichting hier samen moeten gaan met vergroening.
De ontwikkelingswensen die er zijn in Sneek en in de omliggende kernen, zorgen voor toenemende druk op de bufferruimte tussen de stadsgrenzen en deze kernen. Het afstemmen van deze ontwikkelwensen en onze ambitie om de kernen vrijliggend te houden vormt een opgave.
Naast de nieuwbouwopgave ligt er een herstructureringsopgave. Dit geldt met name in de wederopbouwwijken, maar bijvoorbeeld ook op de voormalige AZC-locatie. Hier is sprake van een verouderde woningvoorraad en openbare ruimte, vaak in combinatie met aandachtspunten zoals een groot aandeel particuliere en/of sociale huurwoningen, warmtetransitie, hittestress, funderingsproblematiek, een lagere gezondheid en clustering van kwetsbare groepen.
In het bijzonder zijn ouderen en kleine huishoudens (één of twee personen) belangrijke doelgroepen, die naar verwachting in omvang zullen toenemen. Ook het vasthouden van meer jongeren kan een opgave betekenen. Daar zal de woningvoorraad op moeten worden afgestemd. Dat geldt ook voor nieuwe inwoners, zoals vluchtelingen en andere nieuwkomers. Tegelijk moet voorzichtig worden omgegaan met het toevoegen van gezinswoningen, om te voorkomen dat er wordt gebouwd voor de (toekomstige) leegstand van dit woningtype.
De groei van de stad en demografische veranderingen zijn van invloed op de bijbehorende vraag naar voorzieningen. Aandachtspunt is dan ook het zorgen voor een passend voorzieningenaanbod in bestaande en nieuwe wijken.
De binnenstad staat onder druk door functieverlies, leegstand van winkels en beperkte verblijfskwaliteit. Er is een behoefte aan stedelijke voorzieningen in een divers aanbod, om leegstand te voorkomen en het aantal bezoekersstromen en dubbelbezoek te verhogen. Dit vraagt om een hogere omgevingskwaliteit. Ook zijn er kansen om in de binnenstad meer ruimte te bieden voor ontmoeting, compact wonen, voorzieningen en activiteiten op het gebied van cultuur en zorg, maar ook kleinschalige bedrijvigheid die past in een binnenstad. De regionale verstedelijkingspropositie onderstreept deze opgave.
Er liggen kansen om de historische grachtengordel, vaarwegen en watergebonden bedrijvigheid als DNA van Sneek beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Dat kan bijvoorbeeld door het herstellen van verloren waterstructuren (zoals de Singel en de Kleine Palen), het bevaarbaar maken van water en ruimte te maken voor een aantrekkelijk maritiem profiel. Dergelijke kansen bieden mogelijkheden om het verleden met de toekomst te verbinden, met name in de centrumzone en de binnenstad en langs de ‘vaarboulevard’ van Sneek. Daarnaast liggen er kansen voor het verbinden van water tot vaarrondjes rondom de stad.
Rond het Antonius Ziekenhuis concentreert zich een gebied met medisch-specialistische zorg, eerstelijnsvoorzieningen, ouderenzorg en welzijn. Dit zorgcluster ontwikkelt zich tot een stedelijk zorgknooppunt met regionale betekenis. Er is een opgave om de omgevingskwaliteit van dit gebied te verhogen en het gebied sterker te verbinden met de stad – zowel fysiek als functioneel. Dat betekent ook aansluiting met het mbo-onderwijs, waar de vraag naar hybride leerplekken en praktijklocaties groeit. Het zorgcluster kan mogelijk fungeren als proeftuin voor innovatieve concepten, zoals tijdelijke zorgruimtes, gezondheidshubs of gecombineerde leer-werkvoorzieningen. Een gebiedsuitwerking is gewenst voor het zorgcluster, in de context van de groene wiggen.
De vraag naar tussenvormen tussen thuis en verpleeghuis neemt toe. Er is een groeiende behoefte aan woon-zorgvormen met passende ondersteuningszorg. Zulke voorzieningen vragen om zorgvuldige ruimtelijke inpassing in en nabij wijken, met onder meer nabijheid van zorgnetwerken, groen en veilige en toegankelijke routes.
Op het gebied van gezondheid spelen gezondheidsbescherming en -bevordering een rol. Voor beide geldt dat de huidige situatie en daarmee de aanpak qua gezondheid kan verschillen tussen verschillende gebieden binnen de gemeente en stad (zie afbeelding 8.9).
Gezondheidsbescherming gaat onder meer om de milieukwaliteit en effecten van milieufactoren zoals geluid, lucht- en bodemkwaliteit. Dit is een aandachtspunt bij in- en uitbreiding van de stad, met name als woningen dicht(er)bij infrastructuur of bedrijvigheid komen.
Voor gezondheidsbevordering speelt de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke rol. Zo kan de openbare ruimte beweging en ontmoeting stimuleren. Daarvoor zijn bijvoorbeeld goede en aantrekkelijke fiets- en wandelpaden nodig, in aanvulling op het huidige netwerk. Ook is meer aandacht nodig voor toegankelijkheid voor iedereen en zijn speel- en verblijfsplekken nodig. Om te zorgen dat de openbare ruimte bijdraagt aan de gezondheid en levenskwaliteit van de hele samenleving is het van belang dat deze toegankelijk is voor iedereen, in het bijzonder ouderen en mensen met een beperking.

Sneek heeft al veel om trots op te zijn. De kwaliteiten die de stad al heeft (paragraaf 8.2.4) willen we behouden, of beter nog verhogen. Tegelijk staan we voor grote opgaven, zoals geschetst in paragraaf 8.2.5. Met deze visie voor Sneek – als uitwerking van de omgevingsvisie voor heel Súdwest-Fryslân – geven we richting aan de ontwikkeling van Sneek richting het jaar 2050. Het verbeteren van de brede welvaart is en blijft daarbij ons kompas en is ons hoofddoel voor ‘de gezonde waterstad Sneek’. Daarvoor zien we leefbaarheid en omgevingskwaliteit als overkoepelende randvoorwaarden. Deze overkoepelende principes werken integraal door in onze drie kernambities (zie 8.3.2).
Brede welvaart: we kiezen voor groei en verbinding in de gezonde waterstad Sneek
Met de omgevingsvisie 1.0 hebben we ingezet op gezondheid en brede welvaart als leidende principes. Die koers zetten we met de ruimtelijke strategie voor Sneek voort. Met deze visie richten we ons op het verbeteren van de brede welvaart in Sneek, om daarmee bij te dragen aan de brede welvaart in de hele regio. Ons hoofddoel richting 2050 is een brede welvaart voor alle inwoners, van Sneek en de regio. We hanteren daarbij de definities van het CBS en PBL[7].
Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier en nu, en de mate waarin deze ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld. In essentie gaat brede welvaart over het welzijn van mensen en omvat het alles wat mensen van waarde vinden voor het leiden van een goed leven. Dat kan breed worden opgevat en omvat zowel objectieve als subjectieve aspecten (bijvoorbeeld de grootte van een woning en het ervaren woongenot). Daarbij gaat het ook om de verdeling tussen groepen (‘hier en nu’), in tijd (‘nu versus later’) en in ruimte (‘hier versus elders’). Hier past ook een nuancering: niet alles kan overal. Daarom zijn keuzes noodzakelijk.
Met het oog op die brede welvaart willen we dat Sneek ook in 2050 voor iedereen een fijne stad is om te wonen, werken en verblijven. Daarom willen we in ieder geval de kwaliteiten die we al hebben (zie paragraaf 8.2.4) behouden en versterken. Zo ervaren onze inwoners nu al een hoger geluksniveau (grotere brede welvaart) dan op veel andere plekken. Tegelijk zien we ook kwaliteiten die we nog kunnen toevoegen en opgaven waarop we moeten inspelen (zie paragraaf 8.2.5). Groei van de stad biedt daarvoor kansen, maar zorgt ook voor uitdagingen. Om een bijdrage te leveren aan de opgaven die er voor Sneek en de hele regio liggen, kiezen we voor verdere verstedelijking en groei van de stad. Sneek moet meer stad worden om regiostad te kunnen blijven, en om zijn waardevolle en benodigde stedelijke functie voor Súdwest-Fryslân te kunnen blijven vervullen, met ook ontwikkelpotentieel in het omliggende gebied.
We bouwen nieuwe woningen om te voorzien in de grote woningbehoefte en verstevigen de positie van Sneek als complementaire regiokern, met bijbehorende sociale, maatschappelijke en economische voorzieningen. Die groei benutten we om tegelijk het welzijn van inwoners te verbeteren — door de stad gezonder, veiliger, aantrekkelijker, duurzamer, groener en waterrijker te maken. Bij alle ontwikkelingen stellen we de brede welvaart centraal. Voor de brede welvaart in Súdwest-Fryslân zijn leefbaarheid en de omgevingskwaliteit de twee belangrijkste pijlers. Groei is hierbij geen doel op zich: ontwikkelingen moeten bijdragen aan het welzijn van inwoners en de omgevingskwaliteit.
Leefbaarheid en omgevingskwaliteit zijn daarom overkoepelende basisvoorwaarden voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Alleen door te zorgen voor een hoge omgevingskwaliteit en leefbaarheid dragen we effectief bij aan de brede welvaart van inwoners. Zo willen we verschillen verkleinen en verbindingen versterken — tussen mensen, tussen mensen en hun omgeving, en tussen stad en regio; zowel op ruimtelijk, sociaal als ecologisch vlak.
Leefbaarheid
Leefbaarheid is een kernvoorwaarde voor brede welvaart. Het gaat om de mate waarin inwoners hun woonomgeving als prettig, veilig, gezond en verbonden ervaren. Leefbaarheid wordt bepaald door de beschikbaarheid van voorzieningen, de kwaliteit van woningen en buitenruimte, de mogelijkheid tot ontmoeting en participatie, en het gevoel van geborgenheid en invloed. De leefbaarheid in wijken kan onder druk (komen te) staan door bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen, een eenzijdige woningvoorraad en beperkte ontmoetingsruimten. Met deze visie zetten we daarom de gezondheid, veiligheid, sociale cohesie, toegankelijkheid en ontmoeten voorop – voor álle inwoners. Dat doen we door plekken te ontwikkelen waar mensen zich thuis voelen, kunnen ontmoeten, bewegen, spelen en meedoen – in álle wijken.
Omgevingskwaliteit
De tweede kernvoorwaarde voor brede welvaart is de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, ofwel omgevingskwaliteit. Een hoge omgevingskwaliteit draagt bij aan een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving. Dit is geen vaststaand begrip, maar vraagt in ieder geval om oog voor aspecten zoals cultureel erfgoed, stedenbouw, landschap, ecologie, architectuur en identiteit. Kwaliteit is daarbij een publieke waarde die per situatie en kan verschillen. Dit vraagt om duidelijke kwaliteitssturing.
Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk binnen de kwaliteitsvoorwaarden die we in ieder proces stellen. Daarbij maken we in samenhang drie belangrijke overwegingen:
Wat is de kwaliteitsscope: gaat het om architectonische kwaliteit (objectkwaliteit), ruimtelijke kwaliteit (samenhangende gebiedskwaliteit) of omgevingskwaliteit (de kwaliteit van de integrale leefomgeving, inclusief de rol van milieufactoren).
Om wiens kwaliteit gaat het: in lijn met het PBL hanteren we een evenwichtige benadering van de fysieke, gedachte en geleefde ruimte — de tastbare ruimte, de beleids- en ontwerpruimte, en de ruimte zoals deze wordt ervaren en gebruikt.
Wat is de synergie tussen de vier criteria van omgevingskwaliteit: erfgoedwaarde, gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Door deze waarden expliciet te benoemen en met elkaar te verbinden, krijgt de omgeving meer kwaliteit — voor mensen, flora en fauna. Zo zorgt groei van de stad niet voor verlies aan kwaliteit, maar juist voor een impuls.
Voor de ontwikkeling van onze stad en de brede welvaart van onze inwoners, nemen we de bestaande identiteit en kwaliteiten van Sneek als basis. In paragraaf 8.2.4 hebben we drie kernkwaliteiten van Sneek onderscheiden. Met deze ruimtelijke strategie bouwen we daarop voort, en zetten we in op behoud en versterking van deze kwaliteiten. Met onze blik op de toekomst, resulteert dit in de volgende drie kernambities.
In 2050 is Sneek de:
Samen vormen deze drie kernambities onze koers voor Sneek richting 2050. Dit vatten we samen onder de noemer: ‘Sneek, de gezonde waterstad’. Uitgangspunt is dat al onze doelen bijdragen aan deze kernambities en op die manier aan de brede welvaart van onze samenleving. Leefbaarheid en omgevingskwaliteit zijn daarvoor overkoepelende randvoorwaarden. In het vervolg van deze paragraaf beschrijven we wat de kernambities voor Sneek in 2050 betekenen. Eerst schetsen we op hoofdlijnen hoe deze ambities ruimtelijk vorm krijgen. Vervolgens hebben we onze kernambities uitgewerkt in zes speerpunten. Afbeelding 8.10 geeft dit schematisch weer. Bij elk speerpunt horen ook strategische uitgangspunten, die zijn samengevat in een kader. Ook bevat elk speerpunt een kaart, uitdrukkelijk niet als een precies eindbeeld maar als een indicatieve illustratie bij het speerpunt.
Deze kernambities sluiten aan bij de benadering in lagen, zoals we die in onze analyses hebben toegepast (zie paragraaf 8.2). Die benadering gaat uit van drie lagen: de ondergrond, netwerken en occupatie. Elke kernambitie past in hoofdzaak bij één van deze lagen. Deze algemene benadering hebben we hier specifiek toegespitst op Sneek. Eenzelfde benadering en indeling kan mogelijk ook worden toegepast bij andere gebiedsuitwerkingen.

Onze ambities voor Sneek richting 2050 hebben we verbeeld in onderstaande schets, die het ruimtelijk raamwerk van de stad vormt. Dit is de toekomst ‘door de oogharen heen’ gezien. Daarin zijn de ambities nog niet heel specifiek gemaakt; de schets geeft op hoofdlijnen ons toekomstbeeld van de stad weer. Een concretere uitwerking is te lezen in de drie kernambities hierna, en te zien op de integrale omgevingsvisiekaart (paragraaf 8.4).

In 2050 is Sneek niet alleen bekend om zijn Waterpoort, maar vormt het zelf ook de 'waterpoort' van Fryslân. We hebben voortgebouwd op het ‘blauwe’ DNA van Sneek, als waterstad en centrum van het Friese waterland. Sneek dankt zijn identiteit, economie én leefkwaliteit aan het water. Door water leidend te maken bij ontwikkelingen, hebben we het profiel versterkt én structurele knelpunten opgelost.
Speerpunt 1: De waterstad van Fryslân presteert op alle fronten beter

Sneek is de waterhoofdstad van Fryslân, ook in de toekomst. In 2050 wordt deze identiteit van de stad in de praktijk ook zo ervaren. Een aantrekkelijke waterstad vraagt om zichtbaarheid, toegankelijkheid en openbaarheid van het water. De stad ligt nog meer aan het water en presenteert zich hier op zijn voordeligst. Zo hebben we de waterassen naar de voorgrond gehaald door te investeren in betere vaarroutes, openbare en toegankelijke oevers met wandelmogelijkheden en verblijfsgebied langs het water, voorkanten naar het water, een hogere beeldkwaliteit, een doorvaarbare binnenstad en vaarrondjes. Levendige en toegankelijke openbare waterkanten bieden onder andere ruimte voor stadsstranden, insteekhavens en aantrekkelijke kades zonder parkeerruimte. De staande mastenroute (Geeuw tot en met Houkesloot) vormt als internationale vaarroute de hoofdader van het waterfront van Sneek. Ze is bepalend voor het imago en de gastvrijheid, en is aan weerszijden voorzien van openbare en toegankelijke oevers en kades en voorkanten. Nieuwe bebouwing heeft een hoge beeldkwaliteit en vertelt het verhaal van waterstad Sneek. Bestaande havens rond de binnenstad zijn nog meer zichtbaar en herkenbaar voor passanten. Door het verplaatsen van particuliere havens naar buiten is ruimte ontstaan voor stedelijke verdichting en de publieke waarde en beleving van het water. Tegelijk mogen de beroepsvaart,onze uitblinkende maritieme sector en watergebonden maakindustrie gezien worden, en wordt de verbinding met het Prinses Margrietkanaal nog beter benut voor regionale economische ontwikkelingen en de circulaire economie.
Daarnaast is de afstand tussen de stad en de Snitser Mar kleiner geworden. Enerzijds door het verruimen van het open water richting de stad, anderzijds door het realiseren van openbare boulevards en paden langs het water waar ruimte is voor de maritieme en gastvrijheidssector (primair) en wonen (secundair, op de verdiepingen). In het veengebied aan de zuid- en oostkant van Sneek zorgen het verruimen en verbinden van water voor betere doorstroming en waterbeleving. De bevaarbaarheid en recreatieve kwaliteit van de Snitser Mar hebben we vergroot in samenhang met het vernatten en ecologisch versterken van omliggende veengebieden. Ontwikkelingen rondom de Snitser Mar dragen bij aan de positionering van Sneek als gezonde waterstad en een aantrekkelijk en toegankelijk waterfront. Sneek, en in het bijzonder het Starteiland (befaamd vanwege de Sneekweek en het Skûtsjesilen), heeft zijn kwaliteit als paradijs voor watersportliefhebbers en waterbeleving weten te behouden en versterken. Dat komt onder meer door kwaliteitsversterkingen van natuur en recreatiemogelijkheden en een betere bereikbaarheid, voor fietsers en voetgangers maar ook door vervoer via het water.
Sneek, en in het bijzonder het Starteiland (befaamd vanwege de Sneekweek en het Skûtsjesilen), heeft zijn kwaliteit als paradijs voor watersportliefhebbers en waterbeleving weten te behouden en versterken. Dat komt onder meer door kwaliteitsversterkingen van natuur en recreatiemogelijkheden en een betere bereikbaarheid, voor fietsers en voetgangers maar ook vervoer via het water. Daarbij kijken we ook over onze grenzen heen, door aansluiting bij het provinciale recreatieve vaarnetwerk en samenwerking met omliggende watersportdorpen.
Naast de kwaliteit rond het water hebben we de kwaliteit van het water zelf verbeterd, onder meer door een betere doorstroming, groene en natuurvriendelijke oevers, maar ook door inzet op Sneek als elektrische vaarregio van Europa. Hierdoor voelt ook de ijsvogel, icoonsoort voor een gezonde waternatuur, zich thuis langs de oevers van Sneek en wordt deze steeds vaker gesignaleerd in de stad en omliggende waterlandschappen. Een betere waterkwaliteit draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde waterstad, voor mens en dier. Dat sluit ook aan bij onze ambitie voor Sneek als een ‘blue zone’.
Net als in de loop van onze geschiedenis zijn water en bodem sturend voor de ontwikkeling van Sneek. Grootschalige ontwikkelingen krijgen plaats op de stabielere kleigronden aan de noord- en westkant van de stad (voorbeelden zijn de ontwikkelingen van Harinxmaland, Pasveer en De Hemmen). In de veengebieden kiezen we voor verruiming van het open water en vernatting in combinatie met natuur en recreatie. Nieuwe bouwontwikkelingen worden hier zorgvuldig op aangepast. We hebben in samenwerking met de regio een strategie uitgewerkt voor het omgaan met bodemdaling en andere ontwikkelingen op slappe veengronden, zoals vernatting middels natuur, natte teelten en recreatie.
In 2050 is Sneek klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Dit zien we als een overkoepelende opgave en komt dan ook in alle onderdelen van fysieke leefomgeving (en daarom speerpunten van deze visie) terug. Om klimaatadaptatie vorm te geven hebben we maatregelen en acties opgenomen in een omgevingsprogramma, dat we periodiek evalueren en herijken.
Speerpunt 2: Lobbenstad met groene wiggen

Naast een waterstad is Sneek ook een groene stad. Voor de groei van de stad was én is de structuur van groene wiggen en bebouwingslobben daartussen leidend. Dit lobbenmodel zorgt voor een duidelijke ruimtelijke hoofdstructuur en contrast tussen stad en landschap. In 2050 hebben we de groene wiggen verder vergroend, onder meer door in de kerngebieden stedelijke ontwikkelingen uit te faseren en water en groen terug te brengen, in de flanken het parkachtige karakter te versterken en de grenzen planologisch vast te leggen en te beschermen. Ook zijn de groene wiggen beter verbonden met elkaar en met de lobben, tot één herkenbaar groen netwerk. Deze stedelijke ecologische hoofdstructuur is belangrijk voor de biodiversiteit in de stad. De wiggen fungeren als dragers van het groen en water in de stad en vormen een klimaatadaptieve contramal van de bebouwingslobben. Voor al onze inwoners bieden ze ruimte voor ontmoeten, spelen, bewegen en verkoelen en dragen ze bij aan een gezonde leefomgeving.
De bebouwingslobben tussen de groene wiggen zijn de plaats voor stedelijke ontwikkelingen en verdichting. Hier hebben we onder meer onze woningbouwambitie tot 2050 gerealiseerd (met name in de centrumzone en ‘verandergebieden’). Dit hebben we gecombineerd met vergroening, onder meer door meer de hoogte in te bouwen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen zorgen we voor meer ruimte voor water en groen (netto toename van 20%, volgen van de 3‑30‑300-vuistregel en de vijf V’s). Op deze manier, ondersteund door ons mobiliteitsbeleid, hebben we de stad kunnen verdichten én vergroenen.
Naar buiten toe zorgen we voor een goede aansluiting van de wiggen en lobben op het omliggende landschap. We zorgen er met groene bufferzones voor dat de kernen om Sneek heen vrijliggend blijven. Landbouwgrond kan ook deel uitmaken van deze bufferzones, waar ruimte is voor toekomstbestendige landbouw met voldoende verdienvermogen. De kernen kunnen zelf ontwikkelingen ontplooien als die passen qua maat en schaal en met behoud van voldoende groene bufferruimte tussen deze kernen en Sneek. Sterke groene verbindingen tussen de omliggende landschappen zorgen tegelijk voor afscherming van de dorpen en vereisen een goede landschappelijke inpassing van ontwikkelingen van de stad naar buiten toe. Deze verbindingen vervullen zowel een ecologische als recreatieve functie (onder meer als langzaam verkeersroute). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen vormen landschapsparken als groene buffers de overgang tussen ontwikkelingen in de stad en het landschap. Deze bieden ruimte aan natuur, biodiversiteit, klimaatadaptatie en beweging, en worden dooraderd door vrijliggende fiets- en wandelpaden.
In 2050 is Sneek een goed verbonden regiostad, als sociaal-economische motor die voorzieningen en banen genereert voor zuidwest-Friesland. Dit sluit aan bij de verstedelijkingspropositie zoals we die met de FSN-steden hebben opgesteld. Samen met de andere steden hebben we gezorgd voor een sterk stedelijk netwerk in Fryslân, waarin de steden elkaar versterken en maximaal profiteren van agglomeratievoordelen.
Speerpunt 3: Ruimte voor economische groei en transities

Ook in 2050 is Sneek een regionaal knooppunt van economie, zorg, onderwijs en energie. Door voldoende ruimte te bieden aan bestaande en nieuwe (circulaire) bedrijvigheid en de circulaire keten hebben we economische groei van Sneek en de regio gefaciliteerd en gestimuleerd. Daarbij hebben we gekozen voor een functionele zonering en slimme clustering, met een geleidelijke overgang van lichte bedrijvigheid in de centrumzone naar zware bedrijvigheid aan de randen. Door hier actief op te sturen gaan we ‘functievervuiling’ tegen. De 'schuifpuzzel' die hiervoor nodig is hebben we mede mogelijk gemaakt door ruimte te bieden op nieuwe bedrijventerreinen op vooral de kleigronden. Ook hebben we bestaande ruimte op bedrijventerreinen beter benut, onder andere door meer hoogte toe te staan, transformatie van leegstaande panden, invullen van lege ruimte en het efficiënter oplossen van parkeren. Met een stimuleringsaanpak om bedrijven te laten ‘schuiven’ zorgen we ervoor dat de juiste functie op de juiste plek terechtkomt. Verder maken we maximaal gebruik van onze verbinding met het Prinses Margrietkanaal, met een clustering van maritieme en andere watergebonden maakindustrie aan de categorie V-vaarweg. Onze topsectoren zijn zo ook beter zichtbaar geworden. Daarnaast hebben we in 2050 in Sneek nog altijd een sterk cluster op het gebied van zorg.
Met het oog op de energietransitie hebben we voldoende ruimte gereserveerd voor opwekking, distributie en opslag van duurzame warmte en stroom. We realiseren warmtenetten (collectieve warmtelevering) waar dat kan, op basis van lokale warmtebronnen. We houden rekening met de distributie van energie door voldoende ruimte te reserveren, zowel bovengronds als ondergronds. Benodigde ingrepen worden waar mogelijk gecombineerd met ruimtelijke ontwikkelingen, herinrichting van de openbare ruimte en onderhoudswerkzaamheden. Bij nieuwe ontwikkelingen en bij onderhoud en beheermaatregelen in de openbare ruimte worden de behoefte aan en randvoorwaarden voor (toekomstige) energie-infrastructuur expliciet betrokken.
Waar nodig en mogelijk geven we energievoorzieningen de ruimte op strategische locaties, waar opwekking, opslag en gebruik zoveel mogelijk lokaal gebundeld worden. We bieden daarom ruimte aan energie en bedrijven in multifunctionele klimaatparken. In deze parken ontstaat maatschappelijke meerwaarde en door de combinatie met andere klimaatmaatregelen versterkt dit de leefbaarheid en omgevingskwaliteit van de gezonde waterstad. Deze energiehubs vormen parkachtige en met groen en water omzoomde en dooraderde gebieden, waar bedrijven in de circulaire keten, duurzame energievoorziening en waar mogelijk andere functies geclusterd zijn. In deze parken is ook bos toegevoegd, wat bijdraagt aan CO2-reductie, verkoeling van de stad, het vasthouden van water en vergroten van de biodiversiteit. In deze gebieden zoeken we samen met andere partijen zo veel mogelijk naar multifunctioneel ruimtegebruik en koppelkansen.
Ruimte voor de energietransitie is er vooral in deze klimaatparken en op of nabij bedrijventerreinen. Waar ingrepen visueel of geluidstechnisch hinder kunnen veroorzaken worden ze zorgvuldig geïntegreerd in een parkomgeving en in de architectuur. In het centrum is hier weinig ruimte voor. Door het centrum aan te sluiten op een warmtenet gekoppeld aan de opwekking van duurzame energie en warmte in de klimaatparken blijft het centrum leefbaar. Energievoorzieningen met grote ruimtelijke impact krijgen alleen eventueel een plek na zorgvuldig ruimtelijk onderzoek, en altijd gekoppeld aan bedrijventerreinen en op afstand van woonfuncties.
Speerpunt 4: Sterk 'daily urban system' en mobiliteit volgens het STOMP-principe

In 2050 kent Sneek en sterk netwerk voor dagelijkse bewegingen (‘daily urban system’), waardoor het goed bereikbaar is voor inwoners en bezoekers. Om de groeiende stad bereikbaar en leefbaar te houden, hebben we onze mobiliteit ingericht volgens de STOMP-strategie. Daarin krijgen actieve, aantrekkelijke en schone mobiliteitsvormen als lopen en fietsen prioriteit, vervolgens openbaar vervoer, dan deelmobiliteit en tot slot de (privé-)auto. De stad hebben we hier stapsgewijs op aangepast, waardoor lopen, fietsen en ov vanzelfsprekend geworden zijn. Zo hebben we een uitgebreid groen langzaam verkeersnetwerk met, aanvullend op routes langs autowegen, vrijliggende fiets- en wandelroutes door de groene wiggen (de stad in en uit) en tussen de groene wiggen (verbindingen met de wijken). Er zijn goede doorfietsroutes die ook aansluiten op multimodale hubs. Fietsers en wandelaars kunnen daardoor kiezen tussen snelle functionele routes en groene recreatieve routes. De fiets wordt hierdoor veelvuldig gebruikt als gezond alternatief voor de auto, maar ook recreatief. Afbeelding 8.16 toont het beoogde groene fietsnetwerk.

In de centrumzone is autoverkeer beperkt en ligt de nadruk op andere verplaatsingsvormen (STOMP). Het gebied is autoluwer ingericht: doorgaand verkeer rijdt niet meer door het centrum en parkeervoorzieningen liggen waar mogelijk buiten het directe zicht. Door een voetgangers- en fietsvriendelijke openbare ruimte, met meer groen en water en waarin de auto minder dominant aanwezig is, staan verblijven en ontmoeten hier centraal. Zo is de omgevingskwaliteit toegenomen en is de binnenstad vitaler, aantrekkelijker en gezonder geworden. Het verkeerssysteem is zo aangepast dat doorgaand verkeer door de binnenstad, en tegelijk oneigenlijk gebruik van de N7, wordt voorkomen. Autoverkeer wordt bijvoorbeeld omgeleid via een systeem van een rondweg met inprikkers, waardoor de binnenstad niet meer fungeert als draaischijf voor autoverkeer tussen noord en zuid. Ook voor landbouwverkeer zijn er efficiënte routes om de binnenstad heen (zie afbeelding 8.15).
Rond multifunctionele (gebouwde) parkeerhubs langs de randen van het centrum wordt mobiliteit slim gecombineerd met wonen, werken, voorzieningen, toeristische overstappunten, parkeren en energie. Deze knooppunten verbinden stad, regio en water, en hebben verdichting mogelijk gemaakt zonder overbelasting van de openbare ruimte.
Mede door deze hubs is Sneek in 2050 een belangrijk knooppunt waarin alle openbaar vervoerslijnen en andere mobiliteitsvormen samenkomen – over land en water. Door een efficiëntere aansluiting op het ov-hoofdnetwerk is de ov-bereikbaarheid van Sneek en van de regio sterk verbeterd. Dat realiseren we door een strategie van het intensiveren van haltes op de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren door herstel van voormalige haltes en het toevoegen van strategische nieuwe haltes (zoals Oudega, Boazum en Scharnegoutum/Harinxmaland), die waar mogelijk ook aansluiten op andere vervoersmogelijkheden. Daarnaast is Sneek een mobiliteitsknooppunt geworden in aansluiting op Heerenveen en mogelijk op de Lelylijn. In combinatie met verdichting in de stedelijke zone Sneek en rondom ov-knooppunten is er hierdoor ook meer draagkracht voor intensievere (frequentere) ov-verbindingen. Ook zijn Sneek Noord en Harinxmaland beter aangesloten op het ov-netwerk.
Daarnaast is watervervoer een volwaardig onderdeel van onze mobiliteitsmix. Waterstations en verbeterde doorvaarbaarheid maken vervoer over water aantrekkelijk en functioneel, en vaarroutes een alternatief voor wegverkeer. Zo is er aansluitend op de Geeuw en vaarroutes door de stad een opvaart naar station Sneek, als een overstappunt voor verschillende modaliteiten. Het aangewezen zoekgebied voor een ov-knooppunt aan de zuidzijde van Sneek biedt mogelijkheden voor een centraal waterstation in het Friese Merengebied. Het ligt centraal in het merengebied, sluit aan op het wandel- en fietsnetwerk en kan een spil vormen in noord-zuid en oost-west ov-verbindingen (inclusief mogelijke aansluiting op de Lelylijn). Als multifunctionele hub kan het onder meer dienen als een toeristisch overstappunt.
In 2050 kent Sneek een hoge omgevingskwaliteit en leefbaarheid. De stad biedt kwalitatief goede woningen en voorzieningen, een aantrekkelijke openbare ruimte met veel water en groen en voldoende ruimte voor ontmoeten, spelen en bewegen, alle toegankelijk voor iedereen. Groei of ontwikkeling alleen vinden we niet genoeg. Door ontwikkelingen altijd te toetsen aan kwaliteit en leefbaarheid hebben we bijgedragen aan de brede welvaart van onze samenleving – onze mienskip. We zien Sneek in 2050 als ‘blue zone’. Dit betekent aandacht voor een gezonde levensloop (van preventie tot revalidatie) en is niet alleen een zorgvraagstuk, maar ook een ruimtelijke opgave die vraagt om zorgvuldige afstemming tussen de gebouwde omgeving, openbare ruimte en sociale netwerken.
Speerpunt 5: Stedelijkere woonmilieus met dichtere en hogere bebouwing

De afgelopen periode hebben we ingespeeld op demografische ontwikkelingen door invulling te geven aan onze woningbouwambitie, in aansluiting op de verstedelijkingspropositie van het FSN. Nieuwe woningen hebben vooral plaats gekregen in stedelijkere woonmilieus binnen de bestaande stadsstructuur, door verdichting in de bebouwingslobben (inbreiding vóór uitbreiding). Dat zijn met name de centrumzone, ‘verandergebieden’ en bestaande stationszones. Uitbreidingen komen pas aan de orde als inbreiden aantoonbaar niet lukt, en worden ingepast in het verlengde van de bebouwingslobben. Bij elke ontwikkeling ‘naar buiten’ is onderzoek naar mogelijke inpassing in landschappelijke en natuurwaarden noodzakelijk, en is netto verbetering van natuur, waterkwaliteit en kwaliteit van de ruimte hier het uitgangspunt. In de historische binnenstad is de verdichting beperkt tot bijzondere publieke functies, waar uitzonderlijke kwaliteit wordt bereikt. Door te kiezen voor gerichte verdichting met oog voor het water- en bodemsysteem, landschap en omgevingskwaliteit zijn de groene wiggen en het groen rondom de stad behouden, verruimd, verrijkt en verbonden. Bij het verdichten (maar ook in bestaande andere wijken) hebben we altijd aandacht voor het water- en bodemsysteem, klimaatadaptatie en het tegengaan van wateroverlast en hittestress.
Door verdichten te combineren met hoger bouwen (bijvoorbeeld door te slopen en hoger terug te bouwen of optoppen) en gebouwd parkeren blijft er op maaiveld meer ruimte over voor groen en water. Woonmilieus zijn hoogstedelijk waar het past, kleinschalig waar nodig. Zo hebben we hogere dichtheden en bebouwing toegevoegd op gezonde en aantrekkelijke plekken, altijd met oog voor menselijke maat en schaal, cultureel erfgoed en netto vergroening. We vinden dit om gezondheidsredenen niet passend langs drukke wegen, noch waar omgevingskwaliteit het niet toelaat. Zo komt ‘hoger bouwen’ selectief voor rondom stations, in de centrumzone (rondom de binnenstad) en op markante plekken langs de groene wiggen en waterfronten. We hanteren verschillende hoogbouwcategorieën (zie uitwerking in kader op de volgende bladzijde). De grootste hoogte zien we in de Spoorzone; in de historische binnenstad en naoorlogse tuinwijken is hogere bebouwing het meest beperkt. Voor alle zones geldt dat hoger bouwen goed moet worden ingepast en een hoge kwaliteit kent. In de binnenstad en centrumzone geldt voor alle nieuwbouw een hoge kwaliteitseis. Dat betekent in ieder geval dat er sprake is van hoge omgevingskwaliteit en er geen belemmeringen zijn voor de leefbaarheid. Hogere dichtheden en bouwhoogte nabij ov-knooppunten past ook binnen onze STOMP-strategie, waardoor er in 2050 meer gebruik gemaakt wordt van ov en er tegelijk een basis ligt voor intensievere ov-verbindingen.
Met de nieuwe woonmilieus hebben we gezorgd voor passende en betaalbare woonvormen voor alle doelgroepen, in het bijzonder de gegroeide groepen jongeren, ouderen en kleine huishoudens. We hebben in heel Sneek gezorgd voor aantrekkelijke en gezonde woonomgevingen, met onder meer aandacht voor een passend voorzieningenaanbod, goede bereikbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte. In alle wijken zijn voldoende maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijs, zorg en dagelijkse boodschappen, maar is ook ruimte voor ontmoeten, spelen en bewegen (voor stedelijke en regionale voorzieningen ligt de focus op de centrumzone, zie speerpunt 6). Deze openbare ruimte en voorzieningen zijn voor iedereen goed toegankelijk. Sportaccommodaties liggen veelal in de groene wiggen en zijn verbonden met en onderdeel van omliggende wijken. De sportvoorzieningen zijn van belang voor de omgevingskwaliteit en leefbaarheid in wijken, hebben een belangrijke functie voor de stad en regio en dragen bij aan de sociale cohesie en vitaliteit van inwoners. Aandacht voor gezondheid komt ook tot uiting in goede zorgvoorzieningen, een gezonde (groene) leefomgeving en maatregelen om (binnen onze mogelijkheden) de milieukwaliteit te verbeteren of milieuhinder te beperken. Dit geldt voor zowel nieuwe als bestaande woonmilieus.
Ontwerpverkenning: inbreiding en uitbreiding Inbreiding gaat vóór uitbreiding. We kiezen voor gerichte verdichting, deels gecombineerd met hoger bouwen, altijd met oog voor de omgevingskwaliteit en leefbaarheid. Hierdoor kunnen we de groene wiggen en het groen rondom de stad behouden. Uitbreiding komt pas aan de orde als inbreiding aantoonbaar niet of onvoldoende mogelijk is; eerst in de focusgebieden, daarna pas de zoekgebieden. Bij uitbreiding is een zorgvuldige inpassing in de overgang tussen stad en landschap van groot belang. Daarbij moet rekening worden gehouden met landschappelijke en natuurwaarden, kansen voor multifunctionaliteit en netto verbetering van natuur, water en ruimtelijke kwaliteit. Dat vraagt om ontwerpend onderzoek. Onderstaande schetsbeelden geven een impressie van mogelijke inpassing van inbreiding en uitbreiding in de stad. Het zijn geen concrete ontwerptekeningen, maar kan mogelijk ter inspiratie dienen voor toekomstige ontwerpopgaven. ![]() |
Speerpunt 6: Vitalere centrumzone, binnenstad en voorzieningenclusters

In 2050 fungeert de binnenstad met het gebied eromheen als centrumzone van een volwaardig regiocentrum binnen het Fries Stedelijk Netwerk: een compacte dynamische stadskern met regionale voorzieningen zoals winkelen, zorg, welzijn, onderwijs, sport en cultuur. Deze stedelijke en regionale voorzieningen in de centrumzone zijn vanuit de hele stad binnen tien minuten met de fiets bereikbaar, en vanuit de regio binnen dertig minuten met het ov of de fiets. De centrumzone biedt ruimte aan functies en voorzieningen die zorgen voor ontmoeting, reuring en bezoekersstromen naar de binnenstad. Het kernwinkelgebied is compact, aansluitend op de afgenomen behoefte aan fysieke winkels. Hierdoor is er, met name in uiteinden en aanloopstraten, ruimte vrijgekomen voor aanvullende functies zoals lichte bedrijvigheid (denk aan ambachtelijke en creatieve werkplaatsen, ateliers, kleinschalige kantoren, brûsplakken), maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, zorg, cultuur) horeca die bijdraagt aan een vitale binnenstad. Er is ruimte voor wonen in stedelijke woonmilieus, met name rondom de binnenstad, passend bij de levendigheid van de centrumzone. De centrumzone is een hoogwaardige stedelijke ruimte door een hoge omgevingskwaliteit in de binnenstad, gericht op ontmoeting en beleving. In de zone daaromheen sluiten ontwikkelingen aan op deze kwaliteit. Dit geldt voor zowel de bebouwing als de openbare ruimte. In functioneel opzicht, zijn de openbare ruimte en voorzieningen van de centrumzone voor iedereen goed toegankelijk.
Twee belangrijke gebieden in de binnenstad zijn het bestuurs- en cultuurkwartier en het waterkwartier. Het bestuurs- en cultuurkwartier biedt in de aanloopstraten ruimte voor aanvullende functies zoals creatieve werkplaatsen, (maak-)ateliers en brûsplakken, cultuur en horeca. Voorwaarde is dat deze functies bijdragen aan de historisch gegroeide identiteit van dit gebied en aan de kwaliteit en vitaliteit van de binnenstad. In het waterkwartier zijn de historische bebouwing, het waternetwerk en de openbare ruimte langs het water dragende structuren. Hier zien we herstelde en bevaarbare waterlopen, en is de interactie tussen land en water versterkt door het water beter beleefbaar, bereikbaar en oversteekbaar te maken. Het waterkwartier is langs de Geeuw uitgebreid richting de Spoorzone, door de Geeuw te verbreden en te voorzien van toegankelijke, groene oevers met paden en openbare voorzieningen. Ook is hier een opvaart naar station Sneek met overstappunt voor verschillende modaliteiten.
Een belangrijke structuur in de hele centrumzone is het waternetwerk. Zo zien we herstelde waterlopen in de binnenstad, zoals de Singel en de Kleine Palen, een opvaart naar het station met een multimodaal overstappunt en een waterkwartier in de binnenstad en Spoorzone. Het water is doorvaarbaar, beleefbaar en openbaar toegankelijk, met verschillende uit- en opstapplekken. De binnenstad wordt omringd door een groene gracht. Dit grachtpark fungeert als belangrijke schakel tussen de groene wiggen. Een minder dominante positie van de auto in de binnenstad draagt ook bij aan een aantrekkelijk verblijfsgebied. Zo hebben we gezorgd voor een fiets- en voetgangersvriendelijke centrumzone met aantrekkelijke loop- en fietsroutes. Ook hebben we, gelet op de schaarse ruimte in het gebied, parkeren op maaiveld stapsgewijs uitgefaseerd. Parkeren vindt daarom plaats in multifunctionele gebouwde parkeerhubs aan de rand van de centrumzone. Daardoor is ruimte vrijgemaakt voor gerichte verdichting, vergroening en extra water. Een goed openbaar vervoersnetwerk zorgt ervoor dat het centrum voor iedereen goed bereikbaar is.
Sneek kent in 2050 een zorgcluster (rondom het ziekenhuis) en meerdere scholencampussen. We werken aan het versterken van het bestaande zorgcluster in een parkachtige omgeving. Rond het Antonius Ziekenhuis concentreert zich een gebied met medisch-specialistische zorg, eerstelijnsvoorzieningen, ouderenzorg en welzijn. Dit zorgcluster in een parkachtige omgeving (groene wig) ontwikkelt zich tot een zorgknooppunt met regionale betekenis en veel werkgelegenheid. Er is een opgave om de omgevingskwaliteit van dit gebied te verhogen en het gebied sterker te verbinden met de stad – zowel fysiek als functioneel. Dat betekent ook meer aansluiting met het mbo-onderwijs, waar de vraag naar hybride leerplekken en praktijklocaties groeit. Het zorgcluster kan tevens fungeren als proeftuin voor innovatieve concepten, zoals tijdelijke zorgruimtes, gezondheidshubs of gecombineerde leer-werkvoorzieningen. Een gebiedsuitwerking is gewenst voor het zorgcluster, in de context van de groene wiggen.
Daarnaast hebben we onze belangrijke regiofunctie op het gebied van onderwijs (vo, mbo en speciaal onderwijs) behouden en versterkt. We hebben gezorgd voor passende onderwijshuisvesting, rekening houdend met de behoefte van de scholen. Waar dat meerwaarde biedt en mogelijk blijkt clusteren we onderwijs-, sport-, cultuur- en andere maatschappelijke voorzieningen. Het voortgezet onderwijs heeft toekomstbestendige huisvesting gekregen, na verschillende varianten te hebben onderzocht. De mbo-campus ligt nabij het zorgcluster, wat veel kansen biedt voor samenwerking. Daarnaast is er een maritieme campus, gelegen aan de Houkesloot. Zo werken we samen met ondernemers en onderwijsinstellingen aan clustervorming en een sterk, relevant onderwijsaanbod voor de sectoren, zoals de maritieme sector, de gastvrijheidseconomie, agrofood, zorg en (circulaire) bouw.
In de paragrafen hiervoor zijn de ambities en gewenste ontwikkelingen voor Sneek toegelicht in tekst, beeld en kaarten. De belangrijkste ambities en ontwikkelingen staan verzameld op de omgevingsvisiekaart die hier te zien is. Deze kaart moet worden gezien als omgevingsvisiekaart en niet als omgevingsplankaart. De omgevingsvisie is namelijk niet juridisch bindend voor de burger. Wel laat de kaart, in combinatie met de tekst, goed zien wat onze ambities zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Sneek.

Sneek is niet overal gelijk; om overal hetzelfde brede welvaartsniveau te bereiken moeten we daarom in verschillende gebieden verschillende ingrepen en investeringen doen. Niet elke wijk of elk gebied heeft hetzelfde nodig. Bovendien kan niet alles overal en tegelijk, dus zullen er keuzes gemaakt moeten worden.
We onderscheiden in dat licht een aantal sleutelgebieden en herstructureringsgebieden. Daarnaast wordt ingegaan op de diverse uit te werken thema's, die in de vorige paragraaf bij de strategische uitgangspunten zijn benoemd.
Sleutelgebieden zijn gebieden met een hoge dynamiek, waar veel ontwikkelingen en belangen samenkomen, die een belangrijke bijdrage leveren aan de regiokracht van Sneek. Hiervoor zien we meervoudige transformatie-opgaven (functieverandering), vaak in combinatie met herstructureringsopgaven (vernieuwing, geen functieverandering). In onderstaande tabel staan kort mogelijke ontwikkelingsrichtingen benoemd per sleutelgebied. Bij de uitwerking van deze sleutelgebieden houden we rekening met de ambities en strategische uitgangspunten uit de vorige hoofdstukken. De hieronder genoemde sleutelgebieden en thema’s werken we verder uit in een gebiedsgericht omgevingsprogramma. Aan een aantal programma’s wordt momenteel al gewerkt.
Herstructureringsgebieden zijn gebieden, wijken of buurten met vernieuwingsvraagstukken. Hier is sprake van een integrale veranderopgave in de bebouwing en openbare ruimte, maar de functie verandert niet. Het gaat bijvoorbeeld om de wijken Sperkhem, Tinga, Noorderhoek, It Eilân en de voormalige AZC-locatie, maar bijvoorbeeld ook de Hemmen I. Deze herstructureringsgebieden staan deels op onderstaande kaart, en deels maken ze deel uit van een sleutelgebied. Sperkhem maakt bijvoorbeeld deel uit van sleutelgebied Wâldfeart.
De aanpak binnen zowel de sleutelgebieden als de herstructureringsgebieden heeft in de voorbereidings-, plan- en realisatiefase vaak een doorlooptijd die afhankelijk is van diverse factoren. Dit is in veel gevallen een samenspel met diverse partners. De planning kan soms vertragen en versnellen. Het is daarom zaak om ontwikkelingen goed te monitoren, in samenhang met beschikbare middelen en personele inzet.
Nr. | Gebied | Suggesties voor transformatie-opgaven en mogelijke kaders voor uitwerking gebiedsprogramma |
1 | Binnenstad | Dynamisch stedelijk milieu. met focus op cultuur, voorzieningen, lichte bedrijvigheid, winkels, dienstverlening en brûsplakken, ontmoeten, verblijfskwaliteit, groen, herstel water, waterbeleving en doorvaarbaarheid, voetgangers- en fietsvriendelijke openbare ruimte. Onderzoeken hoe het Martiniplein meer als ontmoetings- en verblijfplek aan het water kan fungeren. Mogelijkheden onderzoeken voor parkeerhubs, die op diverse plekken het maaiveldparkeren kunnen vervangen. Aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder meer hittestress, wateroverlast, bodemverontreiniging, drukte in de ondergrond (waterberging, warmtenetten, et cetera) en hoge omgevingskwaliteit, in aansluiting op het beschermd stadsgezicht. |
2 | Spoorzone / Veemarktterrein | Ruimte voor woningen en centrumstedelijke functies. Tussen station en Geeuw: kansen voor hoogte-accenten met een mix van wonen, werken, zorg en onderwijs en een multifunctionele en multimodale stationshub. Waterfront met openbare oevers en allure. Beperkt autoverkeer. Onderzoeken mogelijkheden brugverbindingen zoals met IJlsterkade en Lemmerwegwijken en tussen Veemarktplein en Martiniplein, met minimale belemmering van vaarroutes . Op het Veemarktterrein mogelijkheden onderzoeken om ruimte te creëren voor groen verblijfs- en evenementengebied en wellicht een functionele trekker, door bijvoorbeeld gebouwde alternatieven voor maaiveldparkeren. Onderzoek naar de wegen-, parkeer-, ov- en langzaam verkeersstructuur (onder andere oude rondweg, Veemarktgebied), met mogelijkheden voor herinrichting, vergroening, het versterken van het ‘daily urban system’ en de 30 minuten bereikbaarheid vanuit de regio. Aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder meer geluid door weg en spoor, bodemverontreiniging. |
3 | Bolswarderbaan | De groene wig Bolswarderbaan inclusief zorgcluster uitwerken als gezonde en verbindende omgeving en ‘healing environment’ (van preventie tot genezing) met nadruk op positieve gezondheid, park, zorg, onderwijs, sport en klimaatadaptatie met respect voor de groene wig. Netto afname verhard oppervlak, hoger bouwen en stimuleren innovatieve concepten. Zoveel mogelijk behoud van waardevol vastgoed, zoals bijvoorbeeld de Bogerman-locatie. |
4 | Waterfront Somerrak / Oppenhuizerweg / Houkesloot | Waterfront met hoogwaardige kades en functiemenging, met havenfunctie ten behoeve van de binnenstad. Openbare en toegankelijke oevers met fiets- en wandelpaden langs het water. Waterrecreatie, lichte maritieme bedrijvigheid, (water)wonen en richting Prinses Margrietkanaal watergebonden maakindustrie (categorie V-vaarweg). |
5 | Harinxmaland | Doorontwikkelen tot multifunctioneel woon- en werkgebied met ov-station/knooppunt. Ruimte voor een multifunctioneel klimaatpark met energietoepassingen (zoals aquathermie), bewegen en landschapsgebonden bedrijven (zoals sociale werkplaatsen voor landschapsdiensten, hoveniersbedrijven, loonbedrijven). Waterverbinding onderzoeken ten behoeve van meer (recreatieve) vaarrondjes. Zoekgebied voor natuurbegraafplaats rond crematorium als onderdeel van de groene wig, combineren van maatschappelijke behoefte met bosopgave. |
6 | Uitbreiden rond de Hemmen III | Ruimte voor circulaire en innovatieve maakbedrijven, duurzame energievoorzieningen en logistieke functies. Uitwerking als klimaatpark met groene uitstraling naar het landschap. Clustering en ruimte-efficiëntie. Kansen benutten voor fiets-, wandel- en vaarroutes. Korte verbinding met ov-knooppunt, dat zowel noord-zuid en oost-west verbinding van het ov bundelt. |
7 | Wâldfeart | Innovatieve waterrijke stedelijke woon- en werkvormen, ruimte voor ambacht-, natuur en experimentele typologieën, die elkaar aanvullen. Uitplaatsen functies die niet meer aansluiten bij stedelijke structuur en verstedelijkingsopgave, zoals particuliere havens en grootschalige maakindustrie. In dit gebied valt ook de wijk Sperkhem en de locatie Graaf Adolfstraat; hier is onder meer vergroening een opgave binnen een integrale versterking van de wijk als geheel. Eveneens een belangrijke opgave in dit gebied is de uitwerking en versterking van de sportfunctie in het Zuiderpark, met plek voor de ambities van ONS Sneek in samenhang met andere sporten. |
8 | A7/N7 zone / OV Knooppunt | Verblijfs- en kwaliteitsimpuls en gezonde inrichting van A7/N7-zone met aandacht voor beleving, multimodaliteit en klimaatadaptatie. Zoekgebied ov-knooppunt ten behoeve van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren in verbinding met Heerenveen en mogelijke Lelylijn. |
9 | Noorderhoek II / Voormalige AZC locatie. | Ruimte voor verdere woningbouw in hogere dichtheid inclusief landschappelijke inpassing, aansluitend op bestaande woonwijken, (ov-) voorzieningen, het groene fietsnetwerk en de groene wiggen; ruimte voor waterverbindingen, vergroening en de ontwikkeling van een groene corridor. |
10 | Lemmerweg | Herstructurering en functiemenging met aansluiting op centrumzone. Aansluiting op bestaande woonwijken, voorzieningen, het groene fietsnetwerk en de groene wiggen. Kansen voor brugverbinding met centrumzone en stationsomgeving. |
Aanvullend op deze gebiedsuitwerkingen zijn de diverse thema's van belang, zoals die in de vorige paragraaf bij de strategische uitgangspunten zijn benoemd. Deze thema's vragen om een nadere uitwerking. Onderstaande tabel geeft een overzicht van mogelijke thema's. Ook hiervoor geldt dat moet worden beoordeeld welke van deze thema's opgepakt zullen worden en hoe deze volgtijdelijk en gefaseerd kunnen worden uitgevoerd.
Nr. | Mogelijke thema's | Speerpunt | Kern van de opgave |
1 | Waterfront Sneek | 1 | Uitwerking van opgaven in het waterfront, o.a. de stad aan het water leggen, met openbare oevers en voorkanten, maritieme sectoren, watergebonden bedrijven, met verbinding met PM kanaal, zichtbaar aan het water. Daarnaast zichtbaarheid, beleving, bruikbaarheid en kwaliteit van het water verbeteren. |
2 | Groenstructuur Sneek | 2 | Verruimen, verrijken en verbinden van de groene wiggen; inzet van 3‑30‑300-aanpak en de 5 V’s (zie woordenlijst). |
3 | Klimaatadaptatie Sneek | 2 | Versterken van de fysieke basis van Sneek door bodem en water als leidende principes te hanteren in alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dit thema richt zich op het herstellen en voorkomen van schade door bodemdaling en vervuilde gronden, het slim omgaan met verzakkingsgevoelige veengronden, het benutten van hoger gelegen gronden voor verstedelijking, en het robuust inrichten van waterstructuren. |
4 | Circulaire schuifpuzzel (incl. borrowed size) | 3 en 6 | Ruimte scheppen voor de circulaire en energietransitie via herstructurering, clustering en nieuwe bedrijven- en energieterreinen op kleigrond; inclusief ruimte voor experiment, materialenhubs en het inbedden van energie en economie in klimaatparken en robuuste groene buffers naar de omgeving. Ontwerpend onderzoek naar de kansen. |
5 | Ruimtelijke mobiliteitsstrategie | 4 | Uitwerking van de mobiliteitsopgaven op basis van het STOMP-principe en ‘daily urban system’ en het gemeentelijke mobiliteitsprogramma. Nadere uitwerking van onder meer de autoluwe centrumzone, gebiedsspecifiek parkeerbeleid, verbindingen met omliggende kernen, kansen voor het versterken en verdichten van het ov-netwerk en andere mobiliteitsopgaven. |
6 | Gezonde en verbindende leefomgeving Sneek | 3 | Beleid en instrumenten gericht op de sturing op en instrumentatie ten behoeve van de gezonde en verbindende leefomgeving van Sneek (fysiek en sociaal), op alle schaalniveaus. Waar mogelijk verbinding zoeken met de uitwerking van het thema ‘omgevingskwaliteit’ voor de consequente integratie van deze beleidsdoelen in de inrichting en besluitvorming van programma’s, processen en projecten. |
7 | Verdichten en hoger bouwen Sneek | 5 en 6 | Verdichtings- en hoogbouwstrategie gericht op kwaliteit, leefbaarheid en ruimtelijke inpassing. |
8 | Multifunctionele stadsrandzone Sneek | 5 | Ontwerpuitwerking van de stadsrand, gericht op multifunctionaliteit, ruimtelijke kwaliteit en klimaatrobuuste keuzes. |
9 | Grondstrategie / strategische aankoop | alle | Versterken van de regie op ruimtelijke ontwikkeling door strategische grondaankoop- en strategisch grondbeleid. De gemeente streeft naar proactieve inzet van haar grondpositie om: het waterfront te versterken, de circulaire schuifpuzzel te leggen, sleutelgebieden tijdig te kunnen transformeren of ontwikkelen, ruimte te maken voor maatschappelijke opgaven zoals wonen, klimaatadaptatie en mobiliteit en marktpartijen te faciliteren én te sturen op publieke meerwaarde. |
10 | Omgevingskwaliteit Sneek | alle | Omgevingskwaliteit krijgt een uitwerking voor Sneek. Hierin wordt de inzet op kwaliteitssturing, ontwerp- en kwaliteitsexpertise vroegtijdig geborgd in planvorming en uitvoering en als randvoorwaarde gesteld voor een gebiedsgericht omgevingsprogramma. Met procesleidraad voor kwaliteitsgerichte procesinrichting en besluitvorming en de inzet van instrumenten. |
In dit hoofdstuk benoemt de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 de sleutelgebieden en thema's die het college verder uitwerkt en waarmee zij uitvoering kan geven aan de doelen en ambities van deze omgevingsvisie. Zoals de memorie van toelichting bij de Omgevingswet stelt: “Bestuursorganen kennen een grote mate van vrijheid om beleidsdocumenten naar eigen inzicht in te richten en op elkaar af te stemmen. […] Het getuigt echter van goed bestuur als de inzet van instrumenten volgt uit een samenhangende omgevingsvisie. Het is dan ook van belang dat omgevingsvisies en programma’s actueel en op elkaar afgestemd blijven”[8]. De omgevingsvisie is het richtinggevende kader. De omgevingsprogramma’s bieden het zelfbindende kader om als gemeente te sturen op prioritering, planning, capaciteit en middelen. Beide zijn in lijn met de wens van de raad om robuust te sturen en nu door te pakken.
Sneek zal zich de komende decennia verder ontwikkelen als FSN-stad en regiostad en onze kernambities, speerpunten en sleutelgebieden sluiten hierbij aan. De Ruimtelijke Strategie zal hiermee als basis dienen voor deze ontwikkeling. Het is daarom van cruciaal belang dat we deze uitgangspunten met het oog op de uitvoering voldoende borgen en bewaken.
Uitvoering
Naast deze borging (bijvoorbeeld in het omgevingsplan of andere instrumenten) vragen de verdere ontwikkelingsvraagstukken die op Sneek afkomen behoorlijke inspanningen van de gemeente. Een op de problematiek toegesneden aanpak en organisatorische lenigheid zijn daarbij belangrijke succesfactoren. Het is essentieel om het integraal gebiedsgericht werken verder in de organisatie te implementeren
Daarbij gaan we aan de slag met:
Een integrale uitvoeringsstrategie voor Sneek.
De gebiedsmonitor en de gebieds- en beleidscyclus.
Passende capaciteit voor integrale gebiedsontwikkelingen.
Periodieke evaluatie.
Kwaliteitssturing en kwaliteitsinstrumentatie in het gebiedsgericht werken.
Instrumenten die gebiedsontwikkeling juridisch, financieel, innovatief en procesmatig stimuleren (te denken valt hierbij aan placemaking en het opzetten en werven van fondsen).
We benoemen de programma’s op hoofdlijnen in deze strategie. Hiermee geven we richting aan hoe het college en de gebiedsregie de ambities verder kunnen brengen en voorkomen we dat we in de uitvoering losraken van de gezamenlijke strategische koers. De precieze status van uit te werken thema’s en gebieden en de plaats hiervan in een omgevingsprogramma zal nog nader worden onderzocht. We maken concrete keuzes over prioriteiten, planning en middelen en leggen hiermee de basis voor samenhang en integraliteit. We blijven hierbij openstaan voor maatwerk en een robuuste sturing met ruimte voor actualiteit.
Met het ‘Rondje Súdwest’ legden de inwoners van Súdwest-Fryslân in het voorjaar van 2019 de basis voor de Omgevingsvisie 1.0. Deze gemeentelijke visie schetst de ontwikkelingsrichting voor de woon-, werk- en leefomgeving voor een lange periode. De resultaten zijn verwerkt in de vijf thema's.
In oktober 2020 is Súdwest-Fryslân met het concept van de Omgevingsvisie 1.0 teruggegaan naar de mienskip. Door de beperkingen als gevolg van de Corona-pandemie zijn de gesprekken per gebied digitaal gevoerd. In dat gesprek stond de vraag centraal of de wensen zoals die benoemd zijn tijdens het ‘Rondje Súdwest’ goed verwerkt zijn. De gesprekken hebben geleid tot een aantal wijzigingen van de Omgevingsvisie. Vervolgens heeft vanaf 30 oktober 2020 tot en met 11 december de formele inspraakperiode plaatsgevonden. Iedereen is uitgenodigd om de Omgevingsvisie te bekijken en eventueel een inspraakreactie in te dienen. In deze periode hebben we 13 inspraakreacties ontvangen. Hierin zijn de ontvangen reacties samengevat en van een antwoord voorzien. Ook is aangegeven welke aanpassingen voorgesteld worden naar aanleiding van de reacties. In de vastgestelde Omgevingsvisie zijn deze wijzigingen verwerkt.
Súdwest-Fryslân nodigt de mensen uit om met ideeën en initiatieven te komen. Zo wordt samen gewerkt aan een Súdwest-Fryslân waar het goed wonen, werken, recreëren en genieten is! Daarna vindt de formele inspraak plaats.
Raad stelt de Omgevingsvisie 1.0 vast, het college de omgevingsprogramma’s
De Raad stelt de Omgevingsvisie 1.0 vast. Hiermee geeft de Raad de kaders op hoofdlijnen voor toekomstige ontwikkelingen. Súdwest-Fryslân (met ketenpartners) beschrijft maatregelen in omgevingsprogramma’s. Dit om de ambities uit de Omgevingsvisie 1.0 dichterbij te brengen. Het College van B&W stelt de omgevingsprogramma’s vast. Dit heeft de wetgever expliciet zo benoemd. Reden is het ontlasten van de gemeenteraden. En daarnaast om ze te helpen om op hoofdlijnen te sturen.
Zoals in de thema-onderdelen van deze Omgevingsvisie benoemd, worden de volgende omgevingsprogramma’s opgesteld:
De juridische vertaling van de Omgevingsvisie (en de omgevingsprogramma’s) vindt plaats in het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen en veel verordeningen zoals de kap- en reclameverordening. De Raad stelt het Omgevingsplan vast. Het College van B&W gaat over de afweging en besluitvorming rondom de aanvraag van omgevingsvergunningen. De wetgever ziet dit als de ‘dagelijkse uitvoering’ van het beleid. Dat heeft de Raad zo vastgelegd in de Omgevingsvisie en in het Omgevingsplan.
Wat als een initiatief niet past in het Omgevingsplan? Dan vindt afweging plaats met behulp van de Omgevingsvisie 1.0 en de omgevingsprogramma’s. Het voor Súdwest-Fryslân op maat gemaakte SDG-Kompas voor de Omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast vormt het SDG-Kompas de basis voor gesprekken om samen te zorgen voor een zo duurzaam mogelijke ontwikkeling.
College B&W - gemeenteraad
De nieuwe Omgevingswet kan aanleiding zijn om de relatie tussen de gemeenteraad en het College van B&W op een andere manier in te vullen. Het is niet noodzakelijk dat die relatie verandert. Wel kan het helpen om tot een goede taakverdeling te komen. De Omgevingswet vormt de aanleiding om hierover met elkaar het gesprek aan te gaan.
Alleen het College stelt beleidsuitwerkingen voor thema’s en gebieden (omgevingsprogramma’s) formeel vast. Niet de Raad. Het College betrekt de Raad en de samenleving wel bij het opstellingsproces. Het College laat de Raad vooraf weten dat het met nieuwe beleidsopgave aan de slag gaat. De Raad geeft in een reactie aan hoe die de betrokkenheid bij het vraagstuk/de beleidsopgave wil. De raadsleden krijgen in elk geval altijd het concept-omgevingsprogramma opgestuurd.
Hoe ziet de Raad zijn betrokkenheid bij de afweging rondom een Omgevingsvergunning die niet past in het Omgevingsplan? Daar denkt de Raad nog over na. Volgens de Omgevingswet ligt dit bij het College. Zonder raadsbetrokkenheid. Want de Raad heeft de inhoudelijke kaders voor de afweging al vastgelegd in de Omgevingsvisie 1.0. Het is echt denkbaar dat er bij een project een onderscheid komt naar:
omvang (aantal woningen/vierkante meter bedrijvigheid);
type (ontwikkeling in buitengebied);
en/of ingrijpendheid (effect op de omgeving, sloop/nieuwbouw).
De afweging over de aanvraag moet er binnen 8 weken zijn.
Súdwest-Fryslân schetst met deze Omgevingsvisie 1.0 de hoofdlijnen van de toekomstige ontwikkeling van de gemeente. Het is het kader waarbinnen ontwikkelingen kunnen gebeuren. De gemeente is wettelijk verplicht om bij bepaalde ontwikkelingen (bouwplannen) kosten in rekening te brengen. Dat geldt in elk geval voor de kosten die de gemeente voor die bouwontwikkeling maakt. Daarnaast kan de gemeente ook nog andere bijdragen vragen. Dit staat vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Dat blijft zo onder de Omgevingswet. Het leek er op dat dit ‘kostenverhaal’ in de Omgevingswet sterk zou veranderen in vergelijking met de Wro. Maar de Aanvullingswet Grondeigendom 2019 maakt duidelijk dat de huidige werkwijze voor een belangrijk deel blijft zoals die was.
Wat betekent dat als Súdwest-Fryslân hiervan gebruik wil maken? Dan moet de gemeente dit aangeven in de Omgevingsvisie en/of in een omgevingsprogramma. Het Rijk werkt de regels onder de Omgevingswet over kostenverhaal verder uit in een Algemene Maatregel van Bestuur. Zo lang die nog niet klaar is, blijft de werkwijze uit de huidige Wro gelden.
De Raad stelt de Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân vast voordat de Omgevingswet ingaat. De Wro is de geldende wet op het gebied van ruimtelijke ordening. In de Wro heet een strategische langetermijnvisie als de Omgevingsvisie een Structuurvisie. Daarom stelt Súdwest-Fryslân deze Omgevingsvisie 1.0 ook formeel vast als een Structuurvisie. De Omgevingswet zou ingaan op 1 april 2020. Dat is uitgesteld tot een nader te bepalen datum. Tot dat moment geldt de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dat geldt dus ook voor de mogelijkheden op het gebied van het kostenverhaal.
Vormen van het kostenverhaal op basis van de Wro-Grexwetgeving
Gemeenten zijn verplicht om alle te maken kosten en investeringen om planontwikkeling mogelijk te maken te verhalen. Dat doen ze bij de partijen die door de planontwikkeling nieuwe bouwrechten krijgen. Dat stellen de regels over grondexploitatie en het kostenverhaal.
De gemeente moet een exploitatieplan vaststellen als het gaat om een bepaald bouwplan. Namelijk de bouwplannen in de zin van 6.12 lid 1 Wro in samenhang met artikel 6.17 Wro.
En waarbij een bouwplan moet vallen onder de definitie van artikel 6.2.1 Bro. (Of het moet zo zijn dat het kostenverhaal op een andere manier is verzekerd. Bijvoorbeeld in een grondexploitatieovereenkomst). De gemeente is dan verplicht om de kosten te verhalen op de eigenaar van gronden waarvoor dat bouwplan geldt. De gemeente maakt daarbij onderscheid in:
Gebiedseigen kosten. Dat zijn de kosten die nodig zijn om het gebied bouwrijp te maken. Dat is inclusief de inrichting en de plan- en procedurekosten. De gemeente is verplicht om deze kosten te verhalen. En om ze bindend op te leggen in een exploitatieplan en exploitatieovereenkomst.
Bovenwijkse voorzieningen. Dat zijn ook de kosten die nodig zijn om het gebied bouwrijp te maken. En ook inclusief de inrichting-, plan- en procedurekosten. Maar hier gaat het om kosten die de gemeente over meerdere plannen kan verdelen. De gemeente is verplicht om deze kosten te verhalen. En om ze bindend op te leggen in een exploitatieovereenkomst.
Bovenplanse kosten/bovenplanse verevening. Bovenplanse kosten moeten samenhangende ontwikkelingen op verschillende locaties mogelijk maken zonder dat die in één grondexploitatie staan opgenomen. Dit is een vorm van verevening. Je verevent een plan met een negatief planexploitatieresultaat met een bijdrage uit een plan dat een positief planexploitatieresultaat heeft. Voorbeelden van samenhangende ontwikkeling:
Het staat de gemeente hierbij vrij om voor dit te kiezen. Zo ja, dan kan zij hiervoor de fondsbijdrage bindend opleggen. Dat kan in een exploitatieplan én in een exploitatieovereenkomst.
Daarnaast kan de gemeente bij anterieure overeenkomsten ‘bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen’ vragen. Dat is geld voor ruimtelijke ontwikkelingen ergens anders in de gemeente. Die ontwikkelingen hebben een kwalitatieve meerwaarde voor het plan. Het gaat vaak om ‘extra’ projecten buiten de investeringen die normaal nodig zijn. Zoals projecten die de kwaliteit versterken. Of leuke extra's zoals de aankleding van de openbare ruimte. Ook voor deze kosten geldt dat de gemeente vrij is om te kiezen voor dit instrument.
De Wro en het Bro* bepalen welke typen kosten de gemeente moet maken als gebiedseigen kosten of als bovenwijkse verhalen.
*Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening.
Keuze gemeente Súdwest-Fryslân over de in te zetten kostenverhaalinstrumenten
Natuurlijk past de gemeente vorm 1 toe: zij verhaalt de gebiedseigen kosten. Dat is verplicht. Súdwest-Fryslân is een ontwikkelgemeente. Het aantal woningen, bedrijfsgebouwen en andere gebouwen neemt de komende jaren toe. Er zijn soms nieuwe ‘bovenwijkse voorzieningen’ nodig of aanpassingen in bestaande voorzieningen. Dit om de gemeente leefbaar te houden. Denk daarbij aan:
wegen;
voorzieningen voor duurzaamheid en energie;
groen;
waterberging;
en andere openbare voorzieningen waarvan meerdere woon-, werk of recreatielocaties profiteren.
Op dit moment betaalt de gemeente deze openbare voorzieningen. Daarmee komen deze kosten voor rekening van de belastingbetaler. Grondexploitanten (marktpartijen die bouwlocaties ontwikkelen) betalen niet mee. Het is wenselijk dat marktpartijen ook hun verantwoordelijkheid nemen. De Raad kan marktpartijen naar rato mee laten betalen aan bovenwijkse voorzieningen. Dit kan door het koppelen van bovenwijkse investeringen aan nieuwe bouwlocaties. Feitelijk is dit ook een richtlijn vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro): kostenverhaal vorm 2.
Voor de analoge versie: zie de bijlage voor meer uitleg over het bovenwijks kostenverhaal.
Het voornemen om de kosten van bovenwijkse voorzieningen te verhalen, komt nu in beeld. Want de gemeente heeft het programma voor woningbouw voor de komende jaren scherper gedefinieerd. Súdwest-Fryslân besloot tot uitwerking en vaststelling van de benodigde documenten voor het toepassen van het bovenwijks kostenverhaal. Dat gebeurde op 22 oktober 2019.
Het College overweegt aanvullend om aan derden een ‘bijdrage ruimtelijke ontwikkeling’ te vragen. Dat is kostenverhaal vorm 4. Hiervoor moet er een fonds komen, bijvoorbeeld een Fonds Omgevingskwaliteit. Daarin komen de te vragen bijdragen ruimtelijke ontwikkeling aan bouwprojecten. De gemeente kan en mag die alleen vragen als dat project daardoor geen verlies gaat lijden. Ze komen in op te stellen anterieure overeenkomsten, niet in een exploitatieplan.
De gemeente kan zo'n fonds gebruiken voor investeringen in projecten die goed zijn voor:
de groen- en waterstructuur in de kernen en het buitengebied;
recreatieve routes in de kernen en het buitengebied;
het verhogen van de leefbaarheid in de kernen, dorpen en wijken*.
Deze investeringen doen heel Súdwest-Fryslân en de bewoners goed.
*Denk aan voorzieningen voor ontmoeting en inrichting van de openbare ruimte.
De gemeente kan besluiten om al vóór de Omgevingsvisie een milieueffectrapportage (m.e.r.) op te stellen. Bijvoorbeeld als:
een plan (Omgevingsvisie) de concrete kaders geeft voor een activiteit;
een project ingrijpende effecten heeft voor het milieu;
op projectniveau als de planuitwerking voor een project gaat gebeuren.
Wanneer moet de gemeente al voor de Omgevingsvisie een plan-m.e.r.-procedure doorlopen?
Als:
die kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)-plichtige besluiten;
of als er een passende beoordeling moet komen op grond van de Wet natuurbescherming.
Dat geldt nu én straks onder de Omgevingswet.
Voor de analoge versie: zie bijlage D van het Besluit m.e.r voor een lijst met de activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn.
Súdwest-Fryslân koos ervoor om geen plan-m.e.r.-procedure te doorlopen. Dit omdat bestaand beleid de basis is van de Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân. Er zijn bijna geen nieuwe ontwikkelingen die niet eerst ook al als onderdeel bij ander beleid speelden. Wanneer koppelt de gemeente de plan-m.e.r.-procedure aan de planvorming voor een concreet project of ontwikkeling? Dat gebeurt als de inhoud daarvan erom vraagt. Dat ligt ook in het verlengde van het gedachtengoed van de Omgevingswet: zoveel mogelijk onnodige onderzoekslasten voorkomen.
Bij het uitwerken van deze Omgevingsvisie 1.0 heeft Súdwest-Fryslân meteen al veel oog voor het milieu. Dat blijkt onder meer uit het toepassen van de milieubeginselen uit Omgevingswet (art. 3.3.). Dat zijn:
Natuurlijk maakt de gemeente hierbij telkens keuzes in relatie tot andere factoren. Zoals de maatschappelijke urgentie van sommige ontwikkelingen.
/join/id/regdata/gm1900/2025/AanbevelingenRSS/nld@2025‑12‑24;1
/join/id/regdata/gm1900/2025/KaartenatlasRSS/nld@2025‑12‑24;1
/join/id/regdata/gm1900/2025/locatiegroep_b499bf9442e948e1815cdba4e28baa65/nld@2025‑12‑23;1
Wens: behoud van een gezonde en veilige leefomgeving
Aandachtspunten:
rol overheid bij aanpak van veiligheidsproblematiek, zoals hangjongeren en drugsoverlast;
behoud sociale controle in dorpen, wat de veiligheid positief beïnvloedt;
iedereen doet mee: voorzieningen, werk, zingeving en toegankelijkheid;
bescherming en bevordering van de gezondheidde gemeente heeft de ambitie om de gezondste gemeente van Nederland te worden;
veiligheid op het gebied van verkeer, sociaal, criminaliteit en water.
Wens: beter gebruik maken van de krachten, parels op de kaart!
Aandachtspunten:
meer bekendheid geven aan het erfgoed richting inwoners en toeristen;
breed toeristisch aanbod bieden, meer dan alleen in relatie tot water;
aandacht hebben voor de culturele, fietsende/wandelende en rustzoekende toerist;
compleet en aantrekkelijk wandel- en fietspadennetwerk bieden met goede informatie.
Wens: één gemeente, waarin elke dorp/kern een eigen ‘identiteit’ heeft.
Aandachtspunten:
energie steken in dorpen en kleine kernen, niet alleen in steden;
onderzoeken wat belangrijk is voor het behoud van de identiteit en pak dat samen op;de toeristische sector sterker maken (vitaliteit) -> voorkomen aantasten leefbaarheid door overmaat;
werken aan de balans tussen cultuurhistorie en leefbaarheid van de dorpen, zoals bij:
Wens: behoud en versterken van het landschap (groen, blauw en cultuurhistorie).
Aandachtspunten:
Wens: behoud van evenwichtigere bevolkingssamenstelling en van jeugd en gezinnen
Aandachtspunten:
voldoende betaalbare (sociale huur)woningen (starterswoningen en tiny houses);
scholen, dorpshuizen en andere voorzieningen blijven:
er is voldoende te doen voor ouderen en voor de jeugd in de regio en dorpen;
speciale aandacht voor voorzieningen voor kinderen boven tien jaar, zoals een hal om te skaten, klimmen en gamen;
‘nieuwe aanwas’ vrijwilligers door de vergrijzing voor de leefbaarheid;
gemengde samenleving stimuleren: jong en oud wonen door elkaar.
Wens: zo lang mogelijk thuis wonen in de eigen, vertrouwde omgeving
Aandachtspunten:
toegesneden voorzieningen, mantelzorg/vrijwilligers, openbare ruimte die makkelijk bereikbaar is;
in kleine kernen voldoende voorzieningen, zoals een plek om elkaar te ontmoeten;
woonvormen die passen en hulp om in de eigen omgeving te kunnen wonen;
kansen voor kangoeroewoningen en hofjes met eventueel gezamenlijke voorzieningen;
soepelere regels rondom het aanpassen van woningen (levensloopbestendig);
werk aan menselijke netwerken om eenzaamheid tegen te gaan, organiseer ‘mienskip’;
voorkom splitsing van partners door verschillende zorgbehoeften.
Wens: behoud en versterken van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving
Aandachtspunten:
het wonen in Súdwest-Fryslân onderscheidt zich met groen en betaalbaar en rust;
versterk het groene karakter: natuurlijke tuinen, groen op daken en voldoende parkjes;
meer groen is nodig voor de gezondheid, klimaatadaptatie, CO2-reductie en identiteit.
Wens: goede fysieke én digitale verbindingen tussen dorpen en daarbuiten
Aandachtspunten:
verbeteren van de verkeersveiligheid;
goede bereikbaarheid van voorzieningen en werk elders met de auto, fiets en het openbaar vervoer;
goede internetverbinding is een voorwaarde voor een vitale kern;
aantrekkelijke en toereikende fietsverbindingen;
zorg dat bij digitalisering (en individualisering) de sociale verbindingen blijven.
Wens: economisch vitale kernen
Aandachtspunten:
Wens: landbouw in balans met het landschap
Aandachtspunten:
ontwikkelingen in balans met draagkracht en behoud kwaliteiten van het landschap;
tijdig met de landbouwsector inspelen op kansen door stoppende agrarische bedrijven;
goede samenwerking tussen boer als ondernemer, gemeente en samenleving;
bevorderen toekomstbestendige landbouw;de boer is essentieel voor het behoud van het landschap;
meer zorg vanuit de landbouw voor natuurbehoud en biodiversiteit;
mogelijkheden stadslandbouw, volkstuinen, verticale landbouw en voedseltuinen;
balans vinden tussen actief sturen op behoud landschap en ‘loslaten & vrij ondernemen’.
Wens: omslag duurzame landbouw: duurzame en biologische boeren, teelt dichtbij
Aandachtspunten:
omslag in de landbouw is noodzakelijk, maar zorg hierbij goed voor de boer;
kringloop en biologische landbouw aanmoedigen (overheid maakt onderwijs mogelijk);
duurzame energievoorziening: zonnepanelen op daken van boerderijen en agrarische bijgebouwen;
werken aan gezonde, kwalitatieve voeding, gedragsverandering consument aanmoedigen.
Wens: aanpakken opgave duurzaamheid en een duurzame leefomgeving
Aandachtspunten:
energie besparen én zorgen dat wat we opwekken, duurzaam is;
bewustzijn groter maken over onder meer klimaatverandering, duurzaamheid en energietransitie;
bij duurzaamheidsmaatregelen gebiedsgericht maatwerk én inwoners laten meedoen;
zorgen voor betaalbaarheid van de duurzaamheidsmaatregelen, dorpen kunnen elkaar helpen;
voldoen aan de wens voor een afwegingskader voor duurzaamheidsinitiatieven.
Wens: bij alle handelingen geen onevenredig beslag leggen op toekomst
Aandachtspunten:
aansluiten bij Sustainable Development Goals (SDG-doelen);
bewoners en ondernemers hebben veel innovatieve ideeën, betrek ze erbij;
tegengaan van (zwerf)afval: stimuleren recycling en minder gebruik plastic;consuminderen.
Wens: erfgoed en duurzaamheid verbinden
Aandachtspunten:
verduurzamen van monumentale en historische panden zonder aantasting van het karakter;
andere duurzaamheidsmaatregelen ontwikkelen die het landschap niet aantasten.
Wens: gemeente moet regierol pakken voor stimuleren van duurzame ontwikkeling
Aandachtspunten:
ervoor zorgen dat inwoners leren wat klimaatadaptatie en duurzaamheidsopgaven zijn;
de urgentie duidelijk maken met kaders vanuit de overheid;
aandacht voor verdroging, hittestress en wateroverlast;voldoen aan de wens naar goede voorbeelden;
verschillende aanpakken tegelijk laten gelden: handhaven ‘vervuiler betaalt’ en zelf klein beginnen;
jongeren in actie laten komen, onder meer via het Jongerenpanel Duurzaam Fryslân.
Definities van enkele vaak voorkomende begrippen
Omgevingskwaliteit:
Omgevingskwaliteit omvat volgens de Memorie van Toelichting van de Omgevingswet ‘aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten’
Kernwaarden:
Kernwaarden (of kernkwaliteiten) zijn de herkenbare en afleesbare fysieke kwaliteiten van een gebied, plus de immateriële waarden zoals stilte, duisternis, dynamiek, sociale kwaliteit (andere benamingen komen ook voor, zoals, identiteitsdragers of DNA).
Bronnen (op alfabetische volgorde)
De cursieve bronnen zijn gelinkt in de Omgevingsvisie 1.0 website www.omgevingsvisiesudwestfryslan.nl
Achtergronddocument bouwsteen Veiligheid in Omgevingsvisies, provincie Friesland, december 2019
Afwegingskader Woningbouw, gemeente Súdwest-Fryslân, 26 maart 2019
Agenda Duurzame Ontwikkeling 2018-2022, gemeente Súdwest-Fryslân
Agenda Global Goals in het gemeentelijk beleid, VNG, 2018
Agenda IJsselmeergebied 2050, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ambitiedocument wonen SWF 219, gemeente Súdwest-Fryslân, 2019
Bedrijventerreinenplan regio Zuidwest Fryslân, Regionale opgave en afspraken, Provincie Fryslân, 19 januari 2011
Beleidsnota speelvoorzieningen 2013-2018, gemeente Súdwest-Fryslân
Beleidsnotitie intensieve veehouderij, Provinciale Staten van Fryslân, 25 juni 2014
Beleidsplan Openbaar groen Fase 4 Beleid Kapitaalgoederen, gemeente Súdwest-Fryslân, 27 augustus 2013
Beleidsplan Veerkracht in het Sociaal Domein, Veranderingen in werk, zorg, jeugd, en passend onderwijs, oktober 2014
Bomenbeleidsplan gemeente Súdwest-Fryslân
Bouwsteen Fries Platteland, Omgevingslab Fryslân
Bouwsteen Friese Energiestrategie, Omgevingslab Fryslân, oktober 2017
Bouwsteen Gezondheid in Omgevingsvisie, werkgroep Gezondheid van de Friese Aanpak, april 2019
Bouwsteen Omgevingsveiligheid in de Omgevingsvisie, gemeente Súdwest-Fryslân, 29 mei 2018
Dashboard monitor arbeidsmarkt Súdwest-Fryslân 2019 Q1
Detailhandelsstructuurvisie Súdwest-Fryslân, herijking 2019
Economische analyse en advies gemeente Súdwest-Fryslân, E&E Advies, juli 2018
Erfgoednota Súdwest-Fryslân 2013-2016, De basis op orde, oktober 2012
Erfgoedverordening gemeente Súdwest-Fryslân, februari 2013
Erfgoedvisie Súdwest-Fryslân, Silhouet, april 2012
Factsheet Bovenwijkse kosten verhalen, Principe en een voorbeeld, gemeente Súdwest- Fryslân
Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan, gemeente Súdwest-Fryslân, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken, maart 2013
Horecabeleid Súdwest-Fryslân, 1 november 2014
Integraal Veiligheidsplan 2019-2022, ‘de kreft fan de Mienskip’, gemeente Súdwest-Fryslân, december 2018
Jaaruitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2019, Team Juridische Veiligheidszaken, cluster Openbare Orde en VeiligheidKadernota 2020, gemeente Súdwest Fryslân
Karakterisering en positionering gemeente Súdwest-Fryslân aan de hand van regionale en gemeentelijke buurtkenmerken, Invisor, 8 april 2019
Kenniscentrum sport, De waarde van sport en bewegen in Súdwest-Fryslân, maart 2019
Klimaatstresstest gemeente Súdwest-Fryslân, 3 oktober 2018
Koersdocument Omgevingsvisie Provincie Fryslân, juni 2018
Landbouwagenda Zuidwest Fryslân 2012-2022, september 2012
Mei soarch foar ús lânskip, Visie Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Súdwest-Fryslân, april 2013
Nota Grondbeleid 2015-2019, gemeente Súdwest-Fryslân, d.d. 26 augustus 2015
Notitie Clusteragenda 2015-2016, Proces, uitkomsten en vervolg
Omgevingsvisie ‘De romte diele’, provincie Fryslân, mei 2020.
Ontwerp-Agenda voor het Waddengebied 2050, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020
Ontwikkelagenda 2019-2023, gemeente Súdwest-Fryslân, oktober 2019
Ontwikkelvisie Gemeente Súdwest-Fryslân 2011-2021, gemeente Súdwest-Fryslân, maart 2012
Op-stap nei duorsumens, Duurzaamheidsvisie van de gemeente Súdwest-Fryslân, augustus 2012
Parkeervisie, gemeente Súdwest-Fryslân, afdeling Ruimtelijke ordening, april 2013
Praktijkproef Afwegingskader Omgevingsvisie, VNG, 11 februari 2019
Regioprojecten Bodem en Ondergrond in de Omgevingsvisie Friese Gemeenten, 2018
Ruimte voor de Zon, gemeente Súdwest-Fryslân, 2016
Samen doen, samen gezond Súdwest-Fryslân. Preventie akkoord. Gemeente Súdwest- Fryslân.
Samen werken aan cultuur, Cultuurbeleid Súdwest-Fryslân 2017-2021
Sport in beweging, Sport- en Beweegbeleid 2017-2020
Startnotitie Agenda Klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân, gemeente Súdwest-Fryslân
SWF ontwikkelt en verduurzaamt, Hoofdlijnenakkoord Bestuursperiode 2018-2022, 29 december 2017
Steenbreek: Tegel eruit, plant erin, gemeente Súdwest-Fryslân, 2019
Transitie-agenda Biomassa & voedsel 2018
Uitgangspuntennotitie Buitengebied Súdwest-Fryslân, gemeente Súdwest-Fryslân, vastgesteld 21 juni 2012
Van leegstand naar herbestemmen, Evaluatie en beleid herbestemmen, gemeente Súdwest-Fryslân, 2019
Verordening Wet Geurhinder en Veehouderij gemeente Súdwest-Fryslân, november 2015
Verslag Rondje Súdwest: Samen verbindend werken aan een gezonde leefomgeving in 2040
Visie Toerisme & Recreatie, gemeente Súdwest-Fryslân (2012-2022), mei 2013
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân, november 2018
Werk en ondernemen 2018-2021, gemeente Súdwest-Fryslân
Woononderzoek 2018 Gemeente Súdwest-Fryslân, Companen, januari 2019
Woonvisie Súdwest-Fryslân 2017-2022, gemeenteraad d.d. 20 juli 2017
Aanvullend gebruikt voor de IDeekaarten
Ambitiedocument Het Friese IJsselmeerkustgebied, Rust, Ruimte & Reuring in een veranderende wereld, 2019
Structuurvisies voormalige gemeenten
Structuurvisie Sneek + Wymbrits
Structuurvisie Wunseradiel
Structuurvisie Boarnsterhim
Structuurvisie Littenseradiel
Structuurvisie Nijefurd
Visie Het Waddenpark Afsluitdijk, gemeente Súdwest-Fryslân, december 2013.
Woordenlijst bij hoofdstuk 8 (Ruimtelijke Strategie Sneek):
3‑30‑300 vuistregel: deze vuistregel voor een groene en gezonde leefomgeving meet drie dingen. Vanuit elke woning moeten minimaal drie bomen te zien zijn; 30% van een wijk moet in de schaduw van een boom vallen; vanuit elke woning moet op maximaal 300 meter afstand een park of andere grote groene ruimte zijn.
5 V’s: vijf v’s ten behoeve van biodiversiteit: voortplanting, veiligheid, voedsel, verbinding en variatie.
Borrowed size: dit concept beschrijft de situatie waarin kleinere steden of stedelijke gebieden profiteren van stedelijke functies en/of prestatieniveaus die normaal gesproken geassocieerd worden met grotere steden. Dit wordt mogelijk gemaakt door interacties binnen netwerken van steden op meerdere ruimtelijke schalen, waardoor deze kleinere steden toegang krijgen tot de agglomeratievoordelen van nabijgelegen grotere steden (Alonso, 1973, Meijers en Burger, 2017, Alteweel, 2019).
Circulaire keten: Circulaire ketens werken op meerdere niveaus (product-, netwerk-, gebiedsniveau) en brengen materiaal- en energiekringlopen tot stand via hergebruik, recycling en terugwinning, met nadruk op lokale en regionale synergie (bron: Lectoraat Building Future Cities van de Hogeschool Utrecht, 2020). Door de ruimtelijke koppeling van reststromen tussen functies binnen een gebied ontstaat lokale synergie en minder milieudruk.
Daily urban system (DUS): dit concept verwijst naar het gebied rond een stad of stedelijk netwerk waarbinnen dagelijkse pendelstromen plaatsvinden. Het is een manier om een stedelijke regio te definiëren door de gebieden te omvatten van waaruit individuen dagelijks pendelen voor werk, onderwijs of andere diensten. Dit concept benadrukt de functionele relaties tussen een stad en haar omliggende gebieden, gebaseerd op dagelijkse verplaatsingen. (Berry, 1964, Halás, & Zuskáčová, 2019).
Healing environment: een omgeving die herstel, welzijn en beleving zodanig ondersteunt dat zij bevorderend werkt op genezing.
Herstructureringsgebied: gebied dat wordt vernieuwd met behoud van bestaande functie.
Lobbenstad met groene wiggen: de groene wiggen zijn langwerpige groene gebieden die vanuit het centrum naar buiten toe uitlopen, vaak in samenhang met aanliggende vaarten. De lobben worden gevormd door de bebouwde gebieden die liggen en zich uitbreiden tussen deze wiggen in.
Radialen en ringen: de spinnenweb-achtige structuur van Sneek, met lijnen die de binnenstad verbinden met het buitengebied, en ringvormige verbindingen tussen die lijnen.
STOMP: afkorting die volgorde aangeeft in verschillende verplaatsingsvormen: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, Mobiliteit op afroep (deelvervoer), Privéauto.
Verandergebied: woongebied waar veranderingen gaan plaatsvinden in de woningvoorraad, andere functies (zoals zorg en voorzieningen) en mogelijk ook de openbare ruimte.
Verdichting: het verhogen van de bebouwingsdichtheid (hoeveelheid gebouwen in een gebied).
De Ruimtelijke Strategie is een integrale, gebiedsgerichte visie op de toekomst van Sneek, gericht op de lange termijn: het jaar 2050. Doel is het verbeteren en versterken van de brede welvaart in Sneek en daarmee bijdragen aan de brede welvaart in de hele regio. Voor de zomer van 2024 is de raad in een informerende bijeenkomst geïnformeerd over de inhoud en het proces rondom de Ruimtelijke Strategie. Op 1 juli jl. heeft er een opiniërende bijeenkomst voor de raadscommissie plaatsgevonden. Hier is de Ruimtelijke Strategie gepresenteerd en de aanwezigen konden daarna in kleinere groepen vragen stellen en hun inbreng geven.
De Ruimtelijke Strategie is formeel een aanpassing van de omgevingsvisie uit 2021 en bouwt hier inhoudelijk op voort. In de omgevingsvisie wordt Sneek geschetst als een aantrekkelijke, gezonde en vitale hoofdkern van de stedelijke zone met blauwe aders en groene wiggen. In deze Ruimtelijke Strategie worden de principes uit de omgevingsvisie verbonden met de huidige grote opgaven die op Sneek afkomen, onder meer op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en klimaat. De Ruimtelijke Strategie is een kader op hoofdlijnen. Een kader voor het uitwerken van een omgevingsprogramma voor de stad of omgevingsprogramma’s voor de verschillende sleutelgebieden (zoals Binnenstad en Spoorzone-Veemarktterrein) en voor projecten en initiatieven.
Bron: https://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten/kaart/104/. Terug naar link van noot.
Bronnen: Planbureau Fryslân, 2024/2025; Rabobank en Universiteit Utrecht, onderzoek 2024-2025. Terug naar link van noot.
Zie ook bijlage: ‘Kaartenatlas ruimtelijke systemen en vertrekpunten ruimtelijke strategie Sneek 2050’ (Defacto, november 2023). Terug naar link van noot.
Het principe dat beleid zijn lasten niet afwentelt naar andere groepen of generaties is ook een belangrijk uitgangspunt dat het CPB, PBL en SCP hanteren voor het verankeren van brede welvaart in de begrotingssystematiek. Bron: CPB/PBL/SCP (2022) Verankering van brede welvaart in de begrotingssystematiek. Terug naar link van noot.
Dit concept gaat ervan uit dat de diverse noodzakelijke voorzieningen voor bewoners bereikbaar zijn binnen een tijdsperiode van 30 minuten. Overigens zullen bepaalde voorzieningen aanvullend op een kortere afstand bereikbaar moeten zijn. Terug naar link van noot.
Vitaliteit (van steden, waaronder de binnenstad) wordt opgevat als ‘het vermogen van een stad om welvaart en werkgelegenheid te creëren, door de aanwezigheid van een diverse, concurrerende en veerkrachtige economische basis en (ruimtelijke) structuur; een mix van functies die onderlinge synergie kennen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers’. Gebaseerd op: Van der Krabben, E., & Louter, P. (2011). Economie en stedelijke ontwikkeling. Delft: Uitgeverij Eburon. OECD (2012). Compact City Policies: A Comparative Assessment. Paris: OECD Publishing. Terug naar link van noot.
CBS (2023), Monitor Brede Welvaart; PBL (2023), Brede Welvaart en de SDG’S: Overeenkomsten, verschillen, en rollen voor beleid. Terug naar link van noot.
Kamerstuk 33 962, nr. 3, p. 120. Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-571759.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.