Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 571403 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 571403 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Vaststelling Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Hoofdstuk 3 De begrotingscyclus
Artikel 3:2 De programmabegroting
Het college is bevoegd middelen te heralloceren, binnen deze door de gemeenteraad gestelde kaders, zolang er op programmaniveau en binnen het overzicht overhead geen sprake is van een vermeerdering of vermindering van de lasten, baten, toevoegingen aan of onttrekkingen uit bestemmingsreserves van de programmabegroting. Hierbij geldt dat geen verplichtingen kunnen worden aangegaan zonder financiële dekking.
Hoofdstuk 4 Het financieel middelenbeheer
Artikel 4:1 Organisatie van de financieringsfunctie
Krachtens artikel 212, tweede lid, onder c van de Gemeentewet en gelet op de bepalingen in de Wet Fido, stelt de gemeenteraad regels over de kaders van de treasuryfunctie.
Artikel 4:2 Risico-inventarisatie en -beheersing
Artikel 4:3 Verbonden partijen
Het college neemt pas een besluit tot de oprichting, ontbinding, deelneming, dan wel beëindiging van deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld om haar wensen en bedenkingen te uiten ten aanzien van het ontwerpbesluit.
De gemeenteraad stelt in de Kadernota Investeringen regels vast over het activeren, waarderen en afschrijven van investeringen en vaste activa.
Hoofdstuk 5 Uitgangspunten voor financieel beleid
Het college stuurt afzonderlijk op het realiseren van de begrote lasten en baten per begrotingsprogramma. Hierbij geldt voor de lasten dat de in de programmabegroting opgenomen hoogte geldt als het bestedingsmaximum, en voor de baten dat de in de programmabegroting opgenomen hoogte geldt als het minimaal te realiseren niveau.
Het college hevelt exploitatiebudgetten niet over naar volgende jaren bij de programmarekening. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt voor incidentele exploitatiebudgetten waarbij een aantoonbare verplichting is aangegaan, uitvoering in het volgende jaar plaatsvindt en de programmareserve niet toereikend is om aan de verplichting te voldoen.
Artikel 5:2 Resultaatbestemming
De gemeenteraad besluit bij de programmarekening over de bestemming van het jaarrekeningresultaat: de resultaatbestemming. De resultaatbestemming bestaat uit drie volgordelijke onderdelen:
In de programmabegroting en in de programmarekening licht het college in de verplichte financieringsparagraaf het financieringsbeleid en de renteresultaten van de gemeente toe.
De volgende categorieën reserves worden onderscheiden:
de centrale bedrijfsvoeringsreserve: dient voor het opvangen van jaarrekeningresultaten vanuit het overzicht overhead, het dekken van frictiekosten als gevolg van wijzigingen in de organisatie en of formatie en het kunnen uitvoeren van (kleinere) projecten ter innovatie van de gemeentelijke bedrijfsvoering van de overheadfunctie;
De minimale omvang van een projectreserve bedraagt € 2,5 miljoen. Als in de programmarekening blijkt dat het saldo van een projectreserve lager is, wordt de resterende verplichting in de eerstvolgende meerjarenbegroting in de exploitatie opgenomen in de begrotingsjaren waarin de lasten zich voordoen.
Na afloop van de looptijd valt een reserve vrij. Reserves, waarvan het doel is gerealiseerd en middelen resteren, vallen vrij, ook als de looptijd van de reserve nog niet is verstreken. Dit geldt ook voor reserves waarbij vaststaat dat het doel niet gerealiseerd kan worden. De vrijval hoeft niet begroot te zijn.
Een uitzondering op het voorgaande lid is programmareserve 1 (behorend bij programma Gemeenteraad). Wanneer na verrekening van het jaarrekeningresultaat blijkt dat dit programma negatief wordt, komt de gemeenteraad met een voorstel om de programmareserve binnen maximaal twee begrotingsjaren, vanaf het begrotingsjaar waarin het tekort is gerealiseerd, ten minste op nihil te krijgen.
Artikel 5:8 Centrale bedrijfsvoeringsreserve
Artikel 5:9 Reserve onderhoud vastgoed en reserve onderhoud sportaccommodaties
Voorstellen ten gunste en ten laste van de centrale reserves onderhoud vastgoed en onderhoud sportaccommodaties maken deel uit van de besluitvorming van het college over de programmabegroting en zijn gekoppeld aan inzichten over het onderhoud vastgoed en onderhoud sportaccommodaties op basis van een meerjarig onderhoudsplan met een doorlooptijd van maximaal tien jaar. Het onderhoudsplan wordt minimaal eenmaal per vier jaar herzien.
Artikel 5:10 Reserve cofinanciering
Voordat het college een beroep kan doen op het cofinancieringsfonds, wordt eerst naar de dekkingsmogelijkheden binnen de eigen programma's gekeken. Hierbij geldt het uitgangspunt dat maximaal 50% van de vereiste cofinanciering die de gemeentelijke organisatie moet financieren uit het cofinancieringsfonds gedekt wordt. De gemeenteraad kan in uitzonderlijke gevallen bij besluit van dit uitgangspunt afwijken.
Voor middelen afkomstig van derden met een specifiek bestedingsdoel wordt een voorziening gevormd. Uitzondering hierop vormen middelen met een specifiek bestedingsdoel van nationale en Europese overheden. Deze middelen worden conform het BBV via de exploitatie en de overlopende activa dan wel passiva verantwoord.
Artikel 5:13 Prijzen en tarieven
Artikel 5:14 Programma’s, taakvelden en activiteiten
Het college geeft de ramingen van de lasten en baten weer, inclusief toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, op de door de gemeenteraad vastgestelde begrotingsprogramma’s en neemt het overzicht van de lasten en baten, inclusief toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, per taakveld op in de programmabegroting en programmarekening.
Artikel 5:15 Rechtmatigheidsverantwoording
Voor de rechtmatigheidsverantwoording gelden drie criteria:
het voorwaardencriterium: het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen of voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur;
het begrotingscriterium: het criterium van rechtmatigheid dat inhoudt dat overschrijdingen van lasten op programmaniveau onrechtmatig zijn. Onderschrijdingen van lasten of afwijkingen van baten, die uiterlijk in de programmarekening zijn gemeld, zijn rechtmatig en worden niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
De loon- en prijsbijstelling van de Rijksoverheid en de extra eigen inkomsten die volgen uit de indexatie van de overige algemene dekkingsmiddelen worden vervolgens verder verdeeld naar de loon- en prijsgevoelige uitgaven van de programmabegroting. Dit geldt niet voor uitgaven waar geen eigen inkomsten tegenover staan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-571403.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.