Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2026

De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025;

 

gelet op artikel 229 van de Gemeentewet

 

besluit:

 

vast te stellen de

 

Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2026

 

 

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven voor het genot van door de gemeente verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats en daarmee verband houdende handelingen voor het uitoefenen van de markthandel alsmede het gebruik van verstrekte hulpmiddelen.

 

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig is degene aan wie standplaats is toegewezen, dan wel van degene die de standplaats inneemt.

 

Artikel 3 Vrijstelling

Geen marktgeld wordt geheven voor het toewijzen dan wel innemen van een standplaats indien daarvoor een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing

  • 1.

    Het marktgeld voor:

    • a.

      een standplaats, wordt geheven naar de frontbreedte van de standplaats in strekkende meter (m¹);

    • b.

      een kraam, wordt geheven naar de frontbreedte van de kraam in strekkende meter (m¹).

  • 2.

    De frontbreedte wordt naar boven afgerond op hele strekkende meters.

     

Artikel 5 Tarieven

Het marktgeld wordt geheven naar de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

 

Artikel 6 Belastingtijdvak

  • 1.

    Voor het marktgeld dat naar een dag wordt geheven is het heffingstijdvak gelijk aan een kalenderdag.

  • 2.

    Voor het marktgeld dat bij wijze van abonnement naar een kwartaal wordt geheven is het heffingstijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal.

  • 3.

    Voor het marktgeld dat bij wijze van abonnement naar een jaar wordt geheven is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten worden geheven per aanslag.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt het voor een dag verschuldigde marktgeld geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder wordt begrepen een bon, nota of andere schriftuur.

 

Artikel 8 Ontslaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    Marktgeld is verschuldigd bij aanvang van het heffingstijdvak of zo dit later is bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien in de loop van het belastingjaar wordt overgegaan tot heffing bij jaarabonnement is marktgeld verschuldigd voor de volle kalendermaanden die, na aanvang van heffing bij wijze van abonnement, in dat jaar overblijven.

  • 3.

    Indien in de loop van een kalenderkwartaal wordt overgegaan tot heffing bij kwartaalabonnement is marktgeld verschuldigd voor de volle kalendermaanden die, na aanvang van heffing bij wijze van abonnement, in dat kwartaal overblijven

  • 4.

    Indien de belastingplicht voor abonnementhouders in de loop van het heffingstijdvak eindigt, kan op verzoek ontheffing worden verleend van de nog niet aangebroken volle kalendermaanden van het heffingstijdvak.  

 

Artikel 9 Termijn van betaling

  • 1.

    Een aanslag moet worden betaald binnen 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten:

    • a.

      de rechten, ingeval de kennisgeving wordt uitgereikt, worden betaald op het moment van uitreiken kennisgeving;

    • b.

      de rechten, ingeval de kennisgeving wordt toegezonden, worden betaald binnen

      1 maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.  

       

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    De ‘Marktgeldverordening 2020’ van 21 november 2019 wordt ingetrokken.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de ‘Marktgeldverordening 2020’ van toepassing.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Markgeldverordening 2026.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025,

mr. drs. J.A. de Vries, voorzitter

G.W. Stegenga, griffier

Tarieventabel

behorende bij de “Marktgeldverordening 2026”.

 

Artikel 1 Marktgelden

1.

Het marktgeld voor een standplaats bedraagt per marktdag, per strekkende meter (m1), met een minimum van 4 strekkende meters (m1)

  • a.

    voor een standplaats op een weekmarkt:

€ 1,00

  • b.

    voor een standplaats met food op een jaarmarkt of overige markten:

€ 7,50

  • c.

    voor een standplaats met non food op een jaarmarkt of overige markten:

€ 5,00

  • d.

    voor een standplaats buiten een markt om:

€ 1,50

2.

Voor de berekening van het marktgeld wordt :

  • a.

    een gedeelte van een dag voor een hele dag gerekend;

  • b.

    een gedeelte van een strekkende meter voor een hele meter gerekend.

3.

Het recht bedraagt voor het gebruik van een kraam beschikbaar gesteld door de gemeente per dag en inclusief BTW:

€ 20,00

Artikel 2 Gebruik van gemeentelijke elektriciteitsvoorzieningen

Indien degene die de standplaats inneemt gebruik maakt van elektriciteitsvoorzieningen die van gemeentewege zijn getroffen, wordt het marktgeld per dag of gedeelte daarvan verhoogd:

1.

bij een gezamenlijk vermogen van de aangesloten apparaten van ten hoogste 0,4 kWh met:

€ 1,20 (incl.BTW)

2.

bij een gezamenlijk vermogen van de aangesloten apparaten van meer dan 0,4 kWh met:

€ 3,60 (incl.BTW)

Artikel 3 Betalingen bij wijze van abonnement

1.

Het marktgeld voor een weekmarkt, zoals bedoeld in artikel 1, lid 1a van deze tarieventabel bedraagt:

  • a.

    voor een kalenderkwartaal, 11 maal het dagtarief;

  • b.

    voor een kalenderjaar, 40 maal het dagtarief.

2.

Indien degene die de standplaats inneemt gebruik maakt van elektriciteitsvoorzieningen die van gemeentewege zijn getroffen, wordt het marktgeld bij wijze van abonnement, geldig voor een bepaalde wekelijkse marktdag,

  • a.

    per kalenderkwartaal verhoogd met 11 maal het ingevolge het tweede artikel verschuldigde bedrag

  • b.

    per kalenderjaar verhoogd met 40 maal het ingevolge het tweede artikel verschuldigde bedrag

Behoort bij raadsbesluit van 18 december 2025

de griffier,

Naar boven