Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Maassluis 2026

De gemeenteraad van Maassluis;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;

 

overwegende dat het gewenst is om een tegemoetkoming in de kosten van

maatschappelijke, sociale, sportieve en culturele activiteiten van kinderen van ouders met een laag inkomen bij verordening te regelen;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de Participatiewet;

 

besluiten vast te stellen de volgende:

 

Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Maassluis 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder

    • a.

      activiteiten: activiteiten die de mogelijkheden van kinderen om mee te doen in de maatschappij bevorderen, en die kinderen, waar nodig, uit hun sociaal isolement halen;

    • b.

      bijstandsnorm: de norm, als bedoeld in artikel 5, onder c, van de Participatiewet;

    • c.

      college: het college van burgemeester en wethouders van Maassluis, Vlaardingen of Schiedam;

    • d.

      externe partij: een partij die op grond van een overeenkomst met Stroomopwaarts belast is met het uitvoeren van de regelingen voor de maatschappelijke participatie van kinderen, zoals de Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland;

    • e.

      inkomen: het inkomen, bedoeld in de artikelen 32 en 33 van de Participatiewet;

    • f.

      kind: het ten laste komende kind als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder e., van de wet;

    • g.

      minnelijke schuldregeling: een overeengekomen schuldenaflossingstraject tussen schuldenaar en schuldeiser(s);

    • h.

      tegemoetkoming: het bedrag dat ouders kunnen aanvragen om de kosten voor maatschappelijk participatie voor hun kinderen te bekostigen;

    • i.

      wet: Participatiewet;

    • j.

      WSNP-traject: een schuldsaneringstraject op basis van de Wet schuldsanering natuurlijke personen.

  • 2.

    Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Doel en reikwijdte

Deze verordening heeft als doel het bevorderen van de maatschappelijke participatie van kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen.

Artikel 3 Activiteiten

  • 1.

    De bevordering van maatschappelijke participatie van kinderen wordt vormgegeven door de deelname aan activiteiten op het gebied van onderwijs, sport en cultuur te stimuleren.

  • 2.

    Het college kan in nadere regels bepalen voor welke activiteiten op het gebied van onderwijs, sport en cultuur een tegemoetkoming kan worden verstrekt, hoe hoog deze tegemoetkoming is en de wijze waarop deze betaald wordt.

  • 3.

    Het college kan de activiteiten en de hoogte van de tegemoetkoming jaarlijks aanpassen.

Artikel 4 Voorwaarden

  • 1.

    Het college verstrekt een tegemoetkoming in de kosten als het inkomen van de ouder(s) ten hoogste 120% procent van de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid wordt de tegemoetkoming voor maatschappelijke participatie ook verstrekt als de ouder(s) deelneemt/deelnemen aan een minnelijke schuldregeling of aan een WSNP-traject en daardoor het feitelijk beschikbaar inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid verstrekt het college geen tegemoetkoming in de kosten

    • a.

      voor zover de ouder(s) voor de activiteiten een vergoeding op grond van een andere regeling of voorziening ontvangt/ontvangen,

    • b.

      als de kosten van de activiteiten zijn afgestemd op de hoogte van het inkomen.

Artikel 5 Aanvraag

  • 1.

    Een tegemoetkoming wordt verleend op aanvraag, gericht aan de externe partij.

  • 2.

    De externe partij bepaalt de locatie en manier van aanvragen.

  • 3.

    De aanvraag moet worden gedaan voordat de kosten zijn gemaakt.

Artikel 6 Hardheidsclausule

Het college kan ten gunste van de ouder(s) afwijken van de bepaling in artikel 4 van deze verordening, voor zover de toepassing hiervan leidt tot een onbillijkheid.

Artikel 7 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude verordening

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2018 ingetrokken.

Artikel 8 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Maassluis 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Maassluis, gehouden op 2 december 2025

de griffier

de voorzitter,

Toelichting bij de Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2026

Algemene toelichting

De colleges van burgemeester en wethouders van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam vinden maatschappelijke deelname van kinderen essentieel om armoede in gezinnen tegen te gaan. Zij moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Kinderen stimuleren actief te worden en te blijven en zich sociaal te blijven ontwikkelen, helpt hen deel te nemen aan de maatschappij en vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om later een betaalde baan te vinden. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst.

 

Deze verordening vervangt de Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2018. In de artikelsgewijze toelichting is aangegeven welke onderdelen gewijzigd zijn.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Begrippen die niet in de Participatiewet of Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn gedefinieerd zijn hier omschreven.

 

Artikel 2 Doel en reikwijdte

In dit artikel is de doelomschrijving vastgelegd. De gemeenteraad geeft in de verordening invulling aan het begrip maatschappelijke participatie.

 

Artikel 3 Activiteiten

Het college heeft de bevoegdheid om in nadere regels te bepalen voor welke activiteiten en op welke manier een tegemoetkoming wordt verstrekt.

 

Artikel 4 Voorwaarden

In dit artikel zijn de voorwaarden vastgelegd waaraan de aanvrager moet voldoen om in aanmerking te kunnenkomen voor een tegemoetkoming in de kosten van de activiteiten die in de nadere regels worden vastgesteld.

Het derde lid onder b wordt een weigeringsgrond genoemd, die te maken heeft met het feit dat deze verordening een vangnetkarakter heeft. Als er al een andere voorziening is, dan is er in beginsel geen plaats voor verstrekking van een tegemoetkoming (uitgezonderd de ouderbijdrage voor peuterspeelzalen).

Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de Rotterdampas. Daarmee kan tegen gereduceerd tarief worden deelgenomen aan diverse sociaal-culturele activiteiten en dergelijke. Voor de aanschaf van de pas betaalt men een bedrag dat afhankelijk is van het inkomen. De aanschaf van de pas wordt niet vergoed via het de regeling maatschappelijke participatie kinderen MVS.

 

Artikel 5 Activiteiten en hoogte van de tegemoetkoming

Het is mogelijk om voor meerdere activiteiten een tegemoetkoming te ontvangen. Daarbij gelden de regels die in de nadere regels worden vastgesteld. De ondersteuning heeft het karakter van het verstrekken van een voorziening in plaats van het geven van een financiële verstrekking.

De vorm van de tegemoetkoming wordt door het college vastgesteld. Dit kan zijn het verstrekken van een budget of een voorziening in natura.

Doordat besloten is om voorzieningen voor kinderen te laten uitvoeren door externe partijen kan de wijze van aanvragen verschillen.

Voorafgaand aan de aanvraag gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Artikel 6 Hardheidsclausule

Omdat het denkbaar is dat in individuele gevallen de toepassing van deze verordening, vanuit het perspectief van het doel ervan, leidt tot een onredelijke uitkomst, is een hardheidsclausule opgenomen, die de afwijkingsmogelijkheid beperkt tot ‘een onbillijkheid’. Daarvan is bij uitzondering sprake. De aanvrager die op deze afwijkingsmogelijkheid beroep doet, dient feiten en omstandigheden aan te dragen, waaruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een dergelijke hardheid. De bewijsplicht rust op de aanvrager.

 

Artikel 7 Nieuwe verordening en oude verordening

De Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2018 vervalt met de ingangsdatum van de Verordening Maatschappelijke participatie kinderen gemeente Maassluis 2026.

 

Artikel 8 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Naar boven