Gemeenteblad van Berg en Dal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 570717 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 570717 | beleidsregel |
Rectificatie: Toetsingskader kleinschalige woningbouwinitiatieven 2.0
[Deze publicatie betreft een rectificatie omdat de onjuiste versie is bekendgemaakt. De oorspronkelijke publicatie is op 3 november 2025 bekendgemaakt, beschikbaar via Gemeenteblad 2025, 474136.]
De raad van de gemeente Berg en Dal,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2025,
September 2020 stelde de gemeenteraad het Actieplan wonen vast. In dit document staat hoe we de woningmarktopgaven in de gemeente aanpakken. In het actieplan staat ook informatie over ‘initiatieven in tuinen’: “Voor woningbouwinitiatieven in tuinen geldt dat de gemeente alleen meewerkt in de kernen. Ook moet er dan sprake zijn van een stedenbouwkundige verbetering” (p. 11).
In dit toetsingskader voor kleinschalige woningbouwinitiatieven werken we ‘initiatieven in tuinen’ verder uit. We geven kaders voor het toetsen van initiatieven. En we gaan kort in op het proces om dit type initiatieven te beoordelen.
Wat is een kleinschalig woningbouwinitiatief?
Kleinschalige woningbouwinitiatieven zijn kleine woningbouwontwikkelingen die niet binnen het Omgevingsplan (en de daarin opgenomen afwijkingsmogelijkheden/wijzigingsbevoegdheden) passen. Het toetsingskader geldt bij ontwikkelingen waarbij maximaal 4 woningen worden gerealiseerd. Dit kunnen nieuwbouwwoningen zijn of een splitsing van een bestaand pand in zelfstandige of onzelfstandige wooneenheden. In deze beleidsregel nemen we ook regels op over het (tijdelijk) bewonen van vrijstaande bijgebouwen.
Bij ontwikkelingen vanaf 5 woningen spreekt het Actieplan wonen van een groter plan. Bij grotere plannen geldt het ambitiekader uit het actieplan. Dit toetsingskader kan wel helpen bij het toetsen van deze grotere plannen.
Wat zijn actuele ontwikkelingen?
De woningmarkt in de gemeente Berg en Dal is de laatste jaren veranderd. Er zijn weinig beschikbare (betaalbare) woningen, de vergrijzing (meer ouderen) zorgt voor een kwalitatieve opgave, veranderingen in de zorg vragen om andere woonvormen en om de woningmarkt te verduurzamen moeten er stappen gezet worden.
Door deze veranderingen hebben we de woonagenda uit 2017 vernieuwd in het Actieplan wonen 2020. De behoefte aan nieuwe woningen is ook een reden om te kijken naar kleinschalige woningbouwinitiatieven.
Wat is de reikwijdte van deze beleidsregel?
Deze beleidsregel geldt alleen voor woningbouwinitiatieven binnen de ‘Kern’, met uitzondering van de regels over wonen in een vrijstaand bijgebouw. Die regels gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente. De gebiedsgrenzen van de ‘Kern’ hebben wij opgenomen in bijlage 1. Voor woningbouwinitiatieven in het buitengebied geldt het functieveranderingsbeleid of de splitsingsmogelijkheden zoals opgenomen in het Omgevingsplan.
Bepaalde gebieden die niet tot het buitengebied horen hebben wij toch niet benoemd als ‘Kern’. Dit zijn gebieden met een hoge natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteit. Het gaat dan om de stuwwal tussen de kernen Ubbergen, Beek en Berg en Dal, de Rijksstraatweg tussen Ubbergen en Beek en het beschermd dorpsgezicht van Ubbergen.
Met het toetsingskader beoordelen we de ontwikkeling op basis van gemeentelijk beleid. Eventuele belangen van andere overheden, zoals het waterschap en de provincie, zijn in dit toetsingskader niet opgenomen. Ook een beoordeling op haalbaarheid, bijvoorbeeld vanwege milieueisen, is geen onderdeel van het toetsingskader, maar kan wel worden meegenomen in de beoordeling van een initiatief.
Dit toetsingskader is een verdere uitwerking van het Actieplan wonen.
Het actieplan geeft twee voorwaarden mee voor kleinschalige woningbouwinitiatieven:
Waarop beoordelen we initiatieven?
Bij het toetsen van een initiatief staan 3 vragen centraal. Door antwoord te geven op deze vragen krijgt een initiatief een bepaalde score. Deze score bepaalt of we wel of niet mee willen werken aan een initiatief. De vragen die centraal staan zijn:
In bijlage 1 staat de gebiedsindeling voor dit toetsingskader. Op de kaarten hebben we gebieden aangewezen die wij aanmerken als ‘Kern’. Dit toetsingskader is alleen van toepassing op de gebieden die op de kaart staan.
De gebiedsindelingen hebben wij als volgt bepaald:
Woningbouwinitiatieven moeten de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. Het realiseren van een woning/wooneenheid alleen omdat sprake is van een groot pand of groot kavel zien we niet als een ruimtelijke verbetering. Er zijn drie opties voor de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit: het initiatief verbetert de kwaliteit, het initiatief is acceptabel of het initiatief is onacceptabel. Dit aspect is met name relevant bij nieuwbouw. Bij de andere type initiatieven is de bebouwing al aanwezig. In de tabel bij nieuwbouw staat wat we onder de kwaliteiten verstaan.
De gemeente heeft veel ambities op verschillende onderwerpen. Kleinschalige woningbouwinitiatieven moeten een bijdrage leveren aan deze ambities. In dit beleid staan de ambities en wordt daarbij aangegeven wanneer we een initiatief positief op dit onderdeel beoordelen. De ambities bij nieuwbouw liggen hoger dan bij bestaande bouw. Bij bestaande bouw willen we vooral inzetten op ambities op het gebied van energiegebruik.
We onderscheiden de volgende type woningbouwinitiatieven:
Hieronder zetten we voor elk type initiatief uiteen welke criteria er gelden.
Voor het toetsen van een initiatief voor nieuwbouw hebben wij onderstaand toetsingsformulier opgesteld. Een initiatief dient een score te behalen van 5 punten. Een rood kruis in het beoordelingsformulier geeft aan dat dit antwoord direct tot een afwijzing van het verzoek leidt.
1*Het is mogelijk een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren door te koppelen met een locatie in het buitengebied. Daarbij wordt er een bouwrecht verkregen door sloop van bebouwing elders. Uitgangspunt is dat op beide locaties sprake moet zijn van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Dit kan niet in combinatie met toepassing van het functieveranderingsbeleid op de ‘slooplocatie’ gebruikt worden.
Een nieuwbouwplan hoeft niet per definitie de bouw van een vrijstaande woning in te houden. Het kan stedenbouwkundig ook acceptabel zijn om aan een bestaande woning vast te bouwen en dit deel af te splitsen. Bijvoorbeeld in een hoeksituatie. Per casus maken wij een stedenbouwkundige afweging, waarbij we ons laten adviseren door de stedenbouwkundige van het Gelders Genootschap.
Woningsplitsing naar onzelfstandige wooneenheden
Een onzelfstandige wooneenheid is een woning waarbij de bewoner één of meerdere essentiële woonvoorzieningen deelt met andere bewoners. Bijvoorbeeld de keuken, badkamer, wc of woonkamer. Bij kamerverhuur is meestal sprake van de verhuur van een onzelfstandige wooneenheid.
Momenteel hanteren wij het uitgangspunt dat hospitaverhuur van 2 kamers passend is binnen het Omgevingsplan. Hiervan is sprake als de eigenaar van de woning ook zelf in de woning blijft wonen. Onderstaande criteria zijn van toepassing op woningsplitsing naar onzelfstandige wooneenheden.
|
Maximaal 3 wooneenheden binnen hoofdgebouw en aangebouwde bijgebouwen |
|
|
40 m2 inclusief toe te rekenen deel gezamenlijke voorzieningen |
|
|
keuken, woonkamer, buitenruimte indien niet in wooneenheid zelf |
|
|
alleen parkeren in openbare ruimte als dit niet leidt tot onevenredige parkeerdruk |
|
|
|
|
wonen in een vrijstaand bijgebouw is mogelijk indien passend binnen regels ‘Wonen in vrijstaande bijgebouwen’ |
|
|
alleen bijbouwen binnen regels Omgevingsplan of vergunningsvrij |
|
|
|
|
Woningsplitsing naar zelfstandige wooneenheden
Onderstaande criteria zijn van toepassing op woningsplitsing naar zelfstandige wooneenheden.
Transformatie van niet-woongebouwen naar woningen
We krijgen soms ook verzoeken van inwoners of ondernemers die hun (bedrijfs)pand willen ombouwen naar woningen. Bijvoorbeeld een verdieping boven een horecagelegenheid, die nu nog in gebruik is als kantoor. Voor deze initiatieven biedt het toetsingskader niet altijd houvast. Onderstaande criteria zijn van toepassing op een transformatie van niet-woongebouwen naar woningen.
Wonen in vrijstaande bijgebouwen
Onderstaande regels zijn van toepassing op het gehele grondgebied van de gemeente. Deze regels zijn ook van toepassing bij tijdelijke bewoning van een ruimte in de hoofdwoning of een aangebouwd bijgebouw in de gebieden die buiten de Kern liggen.
Binnen de gemeente kennen wij het pré-mantelzorgbeleid. Binnen dit beleid is het tijdelijk bewonen van een (vrijstaand) bijgebouw mogelijk indien iemand ouder is dan 67 en er een relatie is tussen de bewoner van het bijgebouw en de bewoner van de woning. Dat is meestal een familierelatie, maar kan ook een vriendschappelijke relatie zijn.
Vanwege de krapte op de woningmarkt, waarbij bepaalde groepen moeilijk een woning kunnen vinden (jongeren, mensen die gaan scheiden), versoepelen wij de regels voor wonen in een vrijstaand bijgebouw. Uitgangspunt is dat er geen zelfstandige woning ontstaat met eigen bouwmogelijkheden (kavelsplitsing). Daarom vinden wij dat er sprake moet zijn van een relatie tussen de bewoner van het bijgebouw en het hoofdgebouw (woning). Dat mag ook een huurrelatie zijn. Dan spreken wij van hospitaverhuur. Ook gaan wij uit van een tijdelijke situatie. Daarom verlenen we alleen een tijdelijke vergunning voor bewoning van een vrijstaand bijgebouw met een looptijd van maximaal 15 jaar.
We verlenen een persoonsgebonden vergunning aan de eigenaar van het perceel. Als de eigenaar niet meer ter plaatse woont, komt de vergunning te vervallen. Dat is ook het geval als de eigenaar zijn eigen woning verhuurt. Dan is er geen sprake meer van hospitaverhuur. De eigenaar kan er ook voor kiezen om de hoofdwoning te verhuren en zelf in het bijgebouw te gaan wonen. Als het perceel een nieuwe eigenaar krijgt en die wil bewoning van het bijgebouw voortzetten, dan dient degene een nieuwe vergunning aan te vragen.
Met het toetsingskader beoordelen we of het wenselijk is mee te werken aan een initiatief. Naast deze beoordeling is er een aantal randvoorwaarden waar elk initiatief aan moet voldoen. Dit hoeft niet bij het eerste verzoek aangetoond te worden, maar is een voorwaarde bij de verdere uitwerking. We stellen de volgende voorwaarden bij een ontwikkeling:
Het doel van het toetsingskader is om duidelijke en algemene regels te stellen voor het realiseren van een klein woningbouwinitiatief. Het zijn algemene regels, terwijl elke situatie anders is. Een strikte uitvoering van deze algemene regels kan soms een verder goed initiatief in de weg staan. Bijvoorbeeld als het initiatief een monument betreft. Om een monument te behouden kan het soms wenselijk zijn om het te splitsen in meer dan twee wooneenheden.
Het college kan ook afwijken van voorwaarden, indien een strikte toepassing daarvan leidt tot disproportionele investeringskosten. Bijvoorbeeld om te voldoen aan de eisen op het gebied van duurzaamheid. De initiatiefnemer moet dan wel aantonen dat er sprake is van disproportionele investeringskosten. Ook verwachten wij van de initiatiefnemer een voorstel op welke wijze het bouwplan een bijdrage levert aan onze doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, zoals een substantiële verbetering van het energielabel.
Burgemeesters en wethouders kunnen dus maatwerk toepassen, indien een strikte uitvoering van het beleid een goed initiatief in de weg staat. Uiteraard dient bij toepassing van maatwerk onderbouwd te worden, waarom er toch sprake is van een goed initiatief. Daarnaast is maatwerk alleen mogelijk als er een positief advies is afgegeven op de aspecten stedenbouw, cultuurhistorie en natuur en landschap.
Hoe kan een kleinschalig woningbouwinitiatief voorgelegd worden?
Indien een initiatiefnemer van mening is dat het initiatief aan het gemeentelijk beleid voldoet? Dan kan de initiatiefnemer een vooroverleg indienen via het Omgevingsloket. Dit vooroverleg dient de volgende onderdelen te bevatten:
Bij kleinere initiatieven, bijvoorbeeld wonen in een bijgebouw, kan de initiatiefnemer ook meteen een omgevingsvergunning aanvragen via het Omgevingsloket. Hierbij dient de initiatiefnemer stukken aan te leveren die relevant zijn voor een goede beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning. Bijvoorbeeld tekeningen van de bestaande en nieuwe situatie en bouwtekeningen.
Wat kost het indienen van een verzoek?
Wil een initiatiefnemer een vooroverleg of aanvraag omgevingsvergunning indienen? Dan brengen we leges in rekening. De hoogte van deze kosten staan in de legesverordening van de gemeente.
Hoe beoordelen wij een verzoek?
Een ingediend vooroverleg of aanvraag omgevingsvergunning komt binnen bij de ODRN. De ODRN beoordeelt of het ingediende verzoek compleet is. Daarna leggen zij het verzoek voor een standpunt voor aan de gemeente. De ODRN koppelt het gemeentelijke standpunt op een vooroverleg weer terug aan de initiatiefnemer. Dit komt dan in het zaaksysteem te staan van de ODRN. Bij een positief standpunt kan de initiatiefnemer het bouwplan uitwerken en een aanvraag omgevingsvergunning indienen. Het in behandeling nemen van een vooroverleg is afhankelijk van de werkvoorraad van de ODRN. De ODRN geeft prioriteit aan het afhandelen van aanvragen omgevingsvergunning.
Een aanvraag omgevingsvergunning neemt de ODRN direct in behandeling. Voor een aanvraag omgevingsvergunning geldt een wettelijke termijn van 8 weken, die verlengd kan worden met 6 weken. In uitzonderlijke gevallen is een wijziging van het Omgevingsplan nodig. Dit pakt de gemeente op.
De initiatieven toetsen we aan deze beleidsregel. Daarbij kunnen we extern advies vragen. Bijvoorbeeld bij een stedenbouwkundige of de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). De resultaten van deze toetsing (vanuit de beoordelingslijst) zijn onderdeel van ieder initiatief in het advies aan het college.
Welk proces volgt er na het principestandpunt?
Afhankelijk van het standpunt en het initiatief bepalen we het vervolg van het proces. Dit proces en afspraken over kostenverhaal en de bijdrage aan ambities leggen wij vast in een anterieure overeenkomst over de grondexploitatie. Dan geven we ook aan welke ruimtelijke procedure van toepassing is. In de meeste gevallen is dat een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijken Omgevingsplan). In uitzonderlijke gevallen is een wijziging Omgevingsplan nodig.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 18 september 2025.
De raadsgriffier,
E.W.A.T. Pastoors
De voorzitter,
mr. M. Slinkman
Bijlage 2: scoretabel Toetsingskader kleinschalige woningbouwinitiatieven 2.0
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-570717.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.