Verordening afvalstoffenheffing en invordering 2026

De raad van de gemeente Weststellingwerf;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

Besluit

Vast te stellen de volgende verordening:

Verordening afvalstoffenheffing en invordering 2026

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:

  • a.

    grof huishoudelijk restafval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, mest, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, die te groot en/of te zwaar zijn om in van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen aan te bieden, behoudens en voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;

  • b.

    grof tuinafval: tuinafvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouding op een perceel vrij komen, die echter te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als het groente-, fruit- en tuinafval aan de inzameldienst aan te kunnen worden geboden;

  • c.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3. Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4. Compensatie

Inwoners die medisch- en incontinentiemateriaal aanbieden kunnen aanspraak maken op een compensatieregeling als bedoeld in artikel 2.2 van de tarieventabel. Hiervoor dient een bewijsstuk overgelegd te worden.

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Het gewicht in kilogram van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel als bedoeld in artikel 2.1.1 van de tarieventabel wordt als volgt bepaald:

    • a.

      Uitgangspunt is het gewicht van de container met het daarin aangeboden restafval, verminderd met het gewicht van die container na lediging ervan.

    • b.

      Bij elke lediging wordt het aantal kilogram neerwaarts afgerond op hele of halve kilogrammen.

    • c.

      Indien is afgerond op een halve kilogram, is voor deze halve kilogram verschuldigd de helft van het tarief per kilogram als bepaald in artikel 2.1.1 van de tarieventabel.

    • d.

      Geen gewicht wordt bepaald voor het in de daartoe bestemde container aangeboden groente-, fruit- en tuinafval en etensresten.

    • e.

      Voor de berekening van het gewicht is bepalend de registratie door de weegapparatuur op de inzamelauto. Deze apparatuur wordt conform voorschrift periodiek geijkt.

Artikel 6. Heffingstijdvak

Het heffingstijdvak van de belasting bedoeld in de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de tarieventabel is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7. Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in de hoofdstukken 4 en 5 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

 

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het heffingstijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het heffingstijdvak.

  • 3.

    De belasting bedoeld in de hoofdstukken 4 en 5 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

  • 4.

    Indien de belastingplicht voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel in de loop van het heffingstijdvak aanvangt, is de belasting bedoeld in de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    Indien de belastingplicht voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel in de loop van het heffingstijdvak eindigt, bestaat ten aanzien van de belasting bedoeld in de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 6.

    Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel feitelijk gebruik maakt.

  • 7.

    Indien in de loop van het heffingstijdvak de omvang van het huishouden wijzigt doordat het perceel niet meer wordt gebruikt door twee of meer personen maar door één persoon, wordt vermindering verleend van zoveel maal een twaalfde gedeelte van het verschil tussen de tarieven genoemd in hoofdstuk 1, onder 1.1.1 en onder 1.1.2 van de tarieventabel, als na wijziging van die omvang nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 8.

    Indien in de loop van het heffingstijdvak de omvang van het huishouden wijzigt doordat het perceel niet meer wordt gebruikt door één persoon maar door twee of meer personen, is een aanvullende belasting verschuldigd van zoveel maal een twaalfde gedeelte van het bedrag van het verschil tussen de tarieven genoemd in hoofdstuk 1, onder 1.1.1 en onder 1.1.2 van de tarieventabel, als na dat tijdstip van wijziging nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet een aanslag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden betaald in één termijn, vervallende op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening is vermeld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat, in geval het totaalbedrag van afvalstoffenheffing of van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing en andere heffingen meer dan € 75,00 bedraagt, de aanslag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, moet worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn op de laatste dag van de maand drie maanden na de dagtekening.

  • 3.

    Indien voor de betaling van de verschuldigde belasting een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, dienen voor de in het tweede lid genoemde twee termijnen tien maandelijkse termijnen te worden gelezen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld en de volgende termijnen steeds één maand later.

  • 4.

    De machtiging voor automatische incasso zoals genoemd in het derde lid, wordt geacht niet te zijn verleend indien gedurende de looptijd van de automatische incasso twee termijnen worden gestorneerd dan wel de incassomachtiging door de belastingschuldige of de rekeninghouder tussentijds wordt ingetrokken. In dat geval treedt het tweede lid met onmiddellijke ingang in werking.

  • 5.

    Ingeval van kennisgevingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, moet de afvalstoffenheffing worden betaald op het moment van het doen of uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10.  

Gereserveerd.

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering kan alleen kwijtschelding worden verleend voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel.

Artikel 12. Overgangsrecht

Met ingang van de in artikel 13 genoemde datum van ingang van de heffing, wordt de in de raadsvergadering van 2 december 2024 vastgestelde Verordening afvalstoffenheffing 2025 en de daarbij behorende tarieventabel ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing en invordering 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2025,

de griffier, de voorzitter,

Tarieventabel, behorende bij Verordening afvalstoffenheffing en invordering 2026

Algemeen

Alle in deze verordening opgenomen tarieven zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

H 1

Maatstaf en jaarlijks tarief afvalstoffenheffing (vast gedeelte)

1.1

De belasting per perceel per kalenderjaar is afhankelijk van de omvang van het huishouden in kwestie. Hierbij wordt gekeken naar de bewoning van het perceel op 1 januari van het kalenderjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedraagt per perceel, indien dit perceel wordt gebruikt door:

 

1.1.1

één persoon

€ 227,97

1.1.2

twee of meer personen

€ 335,76

1.2

De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 of 1.1.2 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het kalenderjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een:

 

1.2.1

extra restafval container (alleen toegestaan bij gezinsgrootte van 6 of meer bewoners en maximaal één extra exemplaar per perceel), met

€ 85,00 per container

1.2.2

extra restafval container bij compensatie op medische gronden, maximaal één extra exemplaar per perceel,:

Gratis

1.2.3

extra GFT+e container en maximaal één extra exemplaar per perceel, met:

€ 75,00 per container

 

 

 

H 2

Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing voor de lediging van containers (variabel gedeelte containers)

 

2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per lediging van de restafval container:

 

2.1.1

voor een container, bestemd voor de inzameling van restafval:

€ 1,00

 

verhoogd met een bedrag voor elke aangeboden kilogram restafval

€ 0,13

2.1.2

voor een container, bestemd voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval en etensresten:

Gratis

2.2

Voor bewoners met een medische indicatie geldt een compensatieregeling. Dit betreft een periodieke teruggave op de Afvalstoffenheffing die jaarlijks bepaald wordt. In 2026 geldt hiervoor een bedrag van:

€ 75,00

 

 

 

H 3

Maatstaf en jaarlijks tarief afvalstoffenheffing bij het gebruik van verzamelcontainers (variabel gedeelte verzamelcontainers)

 

3.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van huishoudelijk afval in daartoe bestemde en ingerichte verzamelcontainers per aanbieding van een huisvuilzak restafval

€ 0,75

3.2

Aanbieden van groente-, fruitafval en etensresten aan de GF+e zuil

 

 

Gratis

 

 

 

 

H 4

Tarieven Afvalbrengstation

 

4.1

Voor het aanbieden van afval op het Afvalbrengstation geldt een tarief per kilogram van:

 

Afvalstroom

Tarief (€ /kilogram)

 

Grof huishoudelijk restafval

€ 0,13

 

Puin

€ 0,05

 

Schone grond en/of zand

€ 0,05

 

Schoon hout, B-, en C-hout

€ 0,05

 

Graszoden

€ 0,05

 

Matrassen

€ 0,05

 

Dakleer, bitumen

€ 0,05

 

Kunststof tuinmeubelen

€ 0,05

 

Piepschuim

Gratis

 

Asbest (max. 35 m2, met melding van de gemeente)

Gratis

 

(Grof) tuinafval

Gratis

 

Vetten (frituurvetten)

Gratis

 

Ferro en non-Ferro (metalen)

Gratis

 

(Vlak)glas

Gratis

 

Textiel

Gratis

 

Bruin- en witgoed

Gratis

 

Oud papier en karton

Gratis

 

Autobanden zonder velg, max. 5 stuks

Gratis

 

Klein chemisch afval

Gratis

4.2

Indien op het afvalbrengstation zowel gratis als betaalde afvalstromen ongesorteerd in één vracht worden aangeboden, geldt een tarief per kilogram van:

€ 0,13

4.3

Om te voorkomen dat pinbetalingen plaatsvinden waarbij de kosten van de transactie hoger zijn dan het storttarief, geldt een minimumtarief per bezoek voor alle afvalstromen waarvoor een storttarief verschuldigd is van:

€ 2,00 /bezoek

4.4

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een milieupas voor gebruik van de onder- en bovengrondse verzamelcontainers binnen de gemeente, als gevolg van vermissing of diefstal, per keer:

€ 12,50

4.5

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een afvalpas voor toegang tot het afvalbrengstation binnen de gemeente, als gevolg van vermissing of diefstal, per keer:

€ 12,50

 

 

 

H 5

Ophalen grof afval

 

5.1.1

Voor het op verzoek verwijderen van maximaal 2 m³ restafval dat niet in de grijze container past, bijvoorbeeld huisraad of vloerbedekking, bedraagt het tarief per m³, exclusief voorrijdtarief:

€ 32,50

5.1.2

Voor het op verzoek verwijderen van maximaal 2 m³ groenafval dat niet in de groene container past bedraagt het tarief per m³, exclusief voorrijdtarief:

€ 16,50

5.1.3

De op grond van de artikelen 5.1.1 en 5.1.2 verschuldigde bedragen worden verhoogd met een voorrijdtarief van:

€ 22,50

 

Naar boven