Gemeenteblad van Vlaardingen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2025, 570213 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2025, 570213 | beleidsregel |
Regeling briefadres gemeente Vlaardingen 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen,
gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), de artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire BRP en briefadres (2016- 0000656211) van de minister van BZK van 18 oktober 2016;
overwegende dat het gewenst is om een regeling vast te stellen met betrekking tot de registratie van briefadressen in de basisregistratie personen (BRP), om deze op een rechtmatige manier toe te kennen en te voorkomen dat personen niet zijn geregistreerd als ingezetene in de BRP;
Artikel 5 Briefadres op een adres van de gemeente
Het college van burgemeester en wethouders registreert van een persoon ambtshalve een briefadres in de BRP indien het woonadres ontbreekt, er geen aangifte van adreswijziging wordt gedaan waarbij een briefadres wordt gekozen en betrokkene voldoet aan de criteria voor inschrijving als ingezetene in de BRP.
Onverminderd hetgeen is bepaald in dit artikel, is degene op wie het briefadres betrekking heeft en die een ander adres krijgt, verplicht om in de periode van vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na de verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.
Artikel 7 Monitoring briefadres
In de situatie zoals bedoeld in artikel 2 wordt een briefadresinschrijving na een periode van maximaal zes maanden of althans na het verstrijken van de geldigheidstermijn van het briefadres opnieuw beoordeeld door het college. Het college kan hierbij handhavend optreden om onterecht gebruik van briefadres te voorkomen.
Artikel 8 Verplichtingen briefadresgever en briefadresnemer
De briefadresgever draagt er zorg voor dat geschriften de briefadresnemer daadwerkelijk bereiken. Daartoe overlegt de briefadresgever bij de aangifte een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat deze akkoord gaat met het in ontvangst nemen van de voor briefadresnemer bestemde geschriften en garandeert dat deze geschriften of inlichtingen de briefadresnemer bereiken.
Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling. Van onbillijkheid kan sprake zijn als in een specifieke situatie het strikt vasthouden aan de regeling als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.
Dit zijn de bewijsstukken die de gemeente kan opvragen
Toelichting op de regeling briefadres Vlaardingen 2025
De Wet BRP heeft als uitgangspunt dat een burger wordt ingeschreven op een woonadres. Pas wanneer een woonadres ontbreekt, wordt gekeken naar de mogelijkheid om een briefadres als inschrijfadres te gebruiken.
De regeling voor het briefadres in de gemeente Vlaardingen is bedoeld voor bijzondere situaties waarin een burger tijdelijk geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en daardoor niet direct bereikbaar is voor overheidsinstanties en derden. Het briefadres is bestemd voor tijdelijk gebruik, terwijl het vaak voorkomt dat mensen voor langere tijd ingeschreven staan met een briefadres. Dit kan leiden tot ongepast gebruik en, uit ervaring, ook tot fraude. Om de goede kwaliteit van de basisregistratie persoonsgegevens te waarborgen en misbruik te voorkomen, is een regeling nodig met betrekking tot briefadressen. De regeling voorziet in criteria waarmee de medewerker burgerzaken, medewerker van maatschappelijke ondersteuning tevens toezichthouder BRP, eenduidig kan vaststellen of er een reden is voor inschrijving op een briefadres, dan wel om dit te weigeren. Dit schept duidelijkheid voor de burger en vermindert de kans op willekeurige toepassing van de regeling. De regeling dient als een richtinggevend kader waaraan de gemeente zich wenst te houden. Immers, iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, moet in beginsel ingeschreven worden in de BRP als ingezetene.
Gemeenten zijn bevoegd om ambtshalve een briefadres in de BRP te registreren. Wanneer iemand geen woonadres heeft en er geen verwachting is dat die persoon zelf een briefadres zal aanvragen, om diverse redenen, kan de gemeente besluiten om voor die burger een briefadres te registreren. Zie verder artikel 2.23 van de Wet BRP.
Indien de gemeente inschrijving toch weigert, doet zij dat slechts op basis van de Wet BRP. Hieronder volgt de artikelsgewijze toelichting op de regeling briefadres:
In dit artikel worden de kernbegrippen gedefinieerd, zoals "briefadres", "briefadresgever" en "briefadresnemer". Het briefadres zelf is het adres waar post voor een betrokkene ontvangen wordt, en waar overheidsdocumenten daadwerkelijk moeten aankomen. Het is belangrijk dat het briefadres geen permanent adres is, maar een tijdelijke oplossing.
Onder een alleenstaande ouder wordt verstaan:
Het woonadres, zoals bedoeld in artikel 1.1 onder o van de Wet BRP, is het adres waar betrokkene woont. Dit kan ook het adres zijn van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, mits het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft. Indien betrokkene op meer dan één adres woont, wordt als woonadres het adres beschouwd waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten.
Bij het ontbreken van een woonadres zoals hierboven beschreven, wordt het adres vastgesteld waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.
Artikel 2 – Redenen briefadres
In dit artikel worden de omstandigheden opgesomd die recht kunnen geven op een briefadres, zoals het ontbreken van een woonadres, verblijf in het buitenland voor beperkte tijd, of het wonen in een voertuig. Ook wordt hier ruimte gegeven voor mensen die in bepaalde opvanginstellingen verblijven of die tijdelijk in onveilige situaties verkeren. Het is essentieel dat er altijd een onderliggende reden is voor de keuze van een briefadres, en dat dit kan worden aangetoond.
Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruikmaken van de maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang), kunnen met een briefadres worden ingeschreven bij één van de opvanginstellingen, mits deze opvang door het gemeentebestuur is aangewezen als briefadresgever. Personen die niet beschikken over een woonadres en geen gebruik maken van de maatschappelijke opvang (mensen met een zwervend bestaan), zijn verplicht elders een briefadres te kiezen.
Wanneer iemand een nieuwe woning heeft gekocht, maar de oude woning al is verkocht en de nieuwe woning nog niet is opgeleverd, kan de persoon tijdelijk zonder vast woonadres zitten. In deze overgangsperiode, waarin de oude woning al is overgedragen aan de nieuwe eigenaar, moet de aanvrager aantonen dat hij onder deze situatie valt. Dit kan bijvoorbeeld met een huurcontract of de leveringsakte van de nieuwe woning.
Personen die vallen onder de categorie ‘ambulant beroep’ zoals binnenvaartschippers die (met hun gezin) aan boord van een schip wonen en kermismedewerkers die (met hun gezin) met de kermisattractie meereizen. Personen die tot deze categorie behoren komen in aanmerking voor een briefadres, mits zij geen woonadres hebben.
Wanneer iemand naar het buitenland vertrekt, wordt gekeken voor welke periode dit het geval is. Indien iemand voor een kortere periode dan 8 maanden in een tijdsbestek van een jaar naar het buitenland gaat en niet meer beschikt over een woonadres, dient diegene een briefadres te kiezen. Op basis van artikel 2.43 van de Wet BRP is het niet toegestaan dat iemand die voor een periode van meer dan 8 maanden naar het buitenland vertrekt, als ingezetene ingeschreven blijft in de BRP. In dat geval is de burger verplicht aangifte te doen van zijn vertrek naar het buitenland. De bijhouding van zijn persoonslijst wordt op dat moment een verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de persoonslijst 'verhuist' naar de Registratie van Niet-ingezetenen (RNI) vanwege emigratie. Gedurende deze emigratieprocedure kan geen briefadres worden gekozen.
Als een inwoner beroepshalve gaat varen aan boord van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft en er bij vertrek de redelijke verwachting is dat hij niet langer dan twee jaar buiten Nederland zal verblijven, dan hoeft hij geen aangifte van vertrek te doen (artikel 29 Besluit BRP). Een voorwaarde is wel dat hij gedurende het verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in Nederland, veelal een briefadres. Het is de burger wel toegestaan om aangifte van vertrek naar het buitenland te doen in deze situatie, maar hiertoe bestaat geen verplichting.
Met een langdurig vermist persoon wordt bedoeld een persoon: 1. die tegen redelijke verwachting in afwezig is uit zijn of haar gebruikelijke en/of veilig geachte omgeving; 2. van wie de verblijfplaats onbekend is; en 3. in wiens belang de verblijfplaats wordt vastgesteld. Gemeenten kunnen te maken krijgen met de melding dat een persoon is vermist. In het protocol voor ondersteuning door Burgerzaken aan achterblijvers in geval van vermissing is vermeld dat in overleg de vermiste persoon kan worden geregistreerd met een briefadres op het adres van de melder.
De hoofdregel volgens de Wet BRP is dat het adres van een woonruimte in een voertuig, boot of vakantiehuis met een vaste stand- of ligplaats beschouwd wordt als het woonadres. Echter, als een boot bijvoorbeeld ergens staat of ligt zonder een aangewezen ligplaats, of wanneer het niet wenselijk is om een aangewezen sta/ligplaats op te nemen in de BRP, kan degene die er verblijft in aanmerking komen voor een briefadres.
Een persoon die recentelijk uit zijn woning is gezet vanwege ontruiming of opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder en geen ander woonadres heeft, kan in aanmerking komen voor een briefadres.
Bij een scheiding of beëindiging van een langdurige relatie, waarbij beide partners op hetzelfde adres woonden, kan de vertrekkende partner tijdelijk geen vast woonadres hebben. In dit geval kan die persoon in aanmerking komen voor een briefadres.
In de circulaire BRP en briefadres van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 oktober 2016 (kenmerk 2016-0000656211) is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis voor mannen en vrouwen met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de desbetreffende instelling. Op die manier wordt het feitelijke woonadres van betrokkenen adequaat beschermd tegen ongewenste kennisneming door onbevoegden. Degene die zijn woonadres heeft in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 4 wet BRP, kan in afwijking van artikel 2.38, lid 1 en artikel 2.39, lid 1 van de Wet BRP in plaats van inschrijving op zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, lid 3 Wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In de artikelen 17 t/m 19 van de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan worden. Het college van B&W is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, lid 4 Wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te wijzen.
Een briefadres kan alleen worden toegekend als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. De betrokkene moet aangifte doen bij de gemeente waar het briefadres wordt gekozen en de benodigde documenten overleggen, zoals een geldig identiteitsbewijs en een verklaring van de briefadresgever. Dit zorgt ervoor dat de registratie legitiem en gecontroleerd is.
Artikel 4 – Volledige aangifte en herstel van verzuim
Als er gegevens ontbreken bij de aangifte, krijgt de betrokkene een termijn van veertien dagen om deze aan te vullen. Indien dit niet gebeurt, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om deze termijn eenmalig te verlengen, zodat de burger voldoende tijd heeft om de ontbrekende documenten aan te leveren.
Artikel 5 – Briefadres op een adres van de gemeente
De gemeente moet voorzien in een briefadres wanneer alle andere opties voor de ingezetene, die geen woonadres heeft, niet mogelijk zijn. Daarmee wordt voorkomen dat personen die wel rechtmatig in Nederland verblijven, van inschrijving op een adres in de BRP worden uitgesloten.
Omdat de gemeente dan zelf briefadresgever is, zal de gemeente een van haar eigen adressen of die van een aangewezen instelling moeten inzetten als briefadres. Voor de inschrijving op een adres van een aangewezen instelling is toestemming vereist van die instelling. Als een verklaring van instemming niet kan worden verkregen vindt inschrijving plaats op een adres van de gemeente.
Artikel 6 - Termijn briefadres
Een briefadres wordt in principe voor een periode van zes maanden verstrekt. Dit termijn is bewust gekozen om ervoor te zorgen dat er na zes maanden een contactmoment is met de burger. Dit voorkomt dat iemand ingeschreven blijft op een briefadres terwijl hij inmiddels een woonadres heeft.
De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld op basis van de voorwaarden uit deze regeling. Verlenging is mogelijk zolang de situatie waarvoor het briefadres is toegekend voortduurt. De burger moet bij een verlengingsaanvraag opnieuw aantonen dat hij nog steeds voldoet aan de criteria.
In sommige gevallen kan een andere termijn gelden. Voor daklozen geldt dat zolang iemand een zwervend bestaan leidt en geen woonadres heeft, een briefadres kan worden toegekend. Het recht op een briefadres kan voor deze doelgroep periodiek worden getoetst, bijvoorbeeld om de drie maanden. Als bij de aanvraag al bekend is dat iemand voor een bepaalde periode in het buitenland zal verblijven zonder woonadres, kan een briefadres worden verstrekt voor maximaal die periode. Voor personen zonder feitelijke mogelijkheid tot een woonadres, zoals binnenvaartschippers en anderen die door hun beroep geen vaste woonlocatie hebben, kan een briefadres worden aangehouden zolang zij varen. Voor deze groep kan het recht op een briefadres bijvoorbeeld jaarlijks worden getoetst. Ook personen die verblijven in mobiele woningen, zoals campers of boten zonder vaste ligplaats, kunnen een briefadres krijgen zolang dit hun woonsituatie is. In dat geval kan het recht op het briefadres periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks, worden getoetst.
Wanneer een briefadresnemer na afloop van de termijn ingeschreven wil blijven, wordt beoordeeld of hij nog steeds aan de voorwaarden voldoet. Hierbij wordt gekeken of de oorspronkelijke noodzaak nog steeds aanwezig is en of de situatie is gewijzigd.
De wet BRP verplicht een ingezetene om aangifte te doen van zijn nieuwe adres. Zodra hij weer beschikt over een woonadres of over een ander briefadres, moet hij hiervan aangifte doen binnen de daarvoor in artikel 2.39 lid 2 van de wet BRP gestelde termijn van vier weken voorafgaand aan en vijf dagen ná de daadwerkelijke verhuizing. Hij mag hier niet mee wachten totdat de eerder bepaalde of afgesproken termijn van het briefadres is verstreken. Als aangifte wordt gedaan van een ander briefadres, dan wordt dit uiteraard weer getoetst aan de voorwaarden uit deze regeling en die de wet stelt.
Artikel 7 – Monitoring briefadres
Om te voorkomen dat een ingeschrevene ten onrechte ingeschreven blijft met een briefadres als deze een woonadres heeft, vindt regelmatig een herbeoordeling op het geregistreerde briefadres plaats. Hiertoe wordt in de gemeente een administratie bijgehouden en worden aan de hand hiervan controles uitgevoerd.
Artikel 8 – Verplichtingen van briefadresgever en briefadresnemer
De briefadresgever en briefadresnemer hebben verplichtingen, zoals het verstrekken van informatie aan de gemeente en het ophalen van de post op het gekozen briefadres. Als post niet wordt opgehaald, kan er een onderzoek starten naar de verblijfplaats van de betrokkene.
Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een woonadres werd gehouden. Echter is het wel van belang dat bij het aanvragen van een gemeentelijk briefadres de briefadresnemer een binding heeft met de gemeente Vlaardingen. Er zijn drie aspecten van belang bij de vaststelling of iemand binding heeft met de gemeente Vlaardingen. De briefadresnemer zal minstens aan één aspect moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een gemeentelijk briefadres.
Een tijdelijke periode te hebben verbleven bij een opvang wordt niet gezien als binding. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische inrichting verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die de briefadresnemer daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting. De aangifte wordt altijd gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
In uitzonderlijke gevallen waarin de strikte toepassing van de regeling tot onbillijkheid zou leiden, kan er van de regeling worden afgeweken. Dit biedt ruimte voor maatwerk, zodat er geen onredelijke of onevenredige schade ontstaat voor de betrokkenen.
Dit artikel biedt personen die voor de inwerkingtreding van de nieuwe regeling al op een briefadres stonden ingeschreven, de mogelijkheid om hun briefadres nog zes maanden aan te houden. Na deze periode wordt een verzoek om verlenging beoordeeld volgens de nieuwe regeling.
De regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad. Dit zorgt ervoor dat de regeling vanaf dat moment geldt en de voorwaarden voor briefadressen van toepassing zijn.
De regeling wordt officieel aangeduid als "Regeling briefadres gemeente Vlaardingen 2025", wat duidelijk maakt dat deze regeling specifiek is voor de gemeente Vlaardingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-570213.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.