Regeling briefadres gemeente Vlaardingen 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen,

 

gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), de artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire BRP en briefadres (2016- 0000656211) van de minister van BZK van 18 oktober 2016;

 

 

overwegende dat het gewenst is om een regeling vast te stellen met betrekking tot de registratie van briefadressen in de basisregistratie personen (BRP), om deze op een rechtmatige manier toe te kennen en te voorkomen dat personen niet zijn geregistreerd als ingezetene in de BRP;

 

besluit vast te stellen:

 

Regeling briefadres gemeente Vlaardingen 2025

Artikel 1 Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aangever: de betrokkene die aangifte doet van een briefadres;

  • b.

    betrokkene: briefadresnemer;

  • c.

    briefadres: adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen en waar zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken;

  • d.

    briefadresgever: de ingezetene in de Basisregistratie Personen of een door het college aangewezen rechtspersoon die een briefadres ter beschikking stelt;

  • e.

    briefadresnemer: de ingezetene in de BRP die een briefadres kiezen bij een briefadresgever;

  • f.

    BRP: de basisregistratie personen van de gemeente Vlaardingen;

  • g.

    gezinshuishouden:

    • I.

      twee personen die volgens de Basisregistratie Personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren);

    • II.

      twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren);

    • III.

      een alleenstaande ouder met kind(eren).

  • h.

    woonadres: het adres als bedoeld in artikel 1.1 onder o, Wet BRP;

  • i.

    college: burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen;

  • j.

    wet BRP: wet basisregistratie personen.

Artikel 2 Redenen briefadres Redenen voor een briefadres zijn:

  • 1.

    Het ontbreken van een woonadres vanwege:

    • a.

      dak- of thuisloosheid;

    • b.

      korte overbrugging tussen twee woonadressen;

    • c.

      de uitoefening van een ambulant beroep;

    • d.

      kort verblijf in het buitenland voor minder dan acht maanden gedurende een jaar;

    • e.

      korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland én beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;

    • f.

      de langdurige vermissing van een persoon;

    • g.

      verblijf in een tijdelijk onderkomen zonder vaste stand- of ligplaats;

    • h.

      een recente ontruiming van de woning op het adres waarop betrokkene in de BRP is ingeschreven;

    • i.

      recente echtscheiding of breuk in langdurige relatie.

  • 2.

    Verblijf in een instelling:

    • a.

      voor opvang van mannen of vrouwen (waaronder mede bedoeld blijf-van-mijn-lijfhuizen);

    • b.

      als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 van de Wet BRP;

  • 3.

    Verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 van de Wet BRP);

  • 4.

    Het voorkomen van schrijnende situaties, waarbij inzet of voortzetting van hulpverlening noodzakelijk is, onder voorwaarden dat:

    • a.

      er sprake is van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen;

    • b.

      de maatwerkoplossing erop gericht is de persoon de kans te geven zijn leven weer op de rit te krijgen, en

    • c.

      de persoon instemt met of al voldoet aan de voorwaarden van het hulpverleningstraject.

  • 5.

    Het is niet mogelijk om in de BRP met een briefadres geregistreerd te worden als een van de redenen genoemd in de leden 1 t/m 4 ontbreekt.

  • 6.

    Het briefadres is niet toegestaan als vestigingsadres van een onderneming of voor inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 3 Voorwaarden

  • 1.

    De aangifte van adreswijziging wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres wordt gekozen.

  • 2.

    De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen.

  • 3.

    Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      een geldig identiteitsbewijs van degene die aangifte doet van adreswijziging en daarbij kiest voor een briefadres;

    • b.

      een schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de keuze van een briefadres en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;

    • c.

      een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever;

    • d.

      een ingevuld en ondertekend vragenlijst briefadres, als het briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste, tweede en vierde lid.

    • e.

      een bewijs dat de aanvrager op zoek is naar een nieuwe woning, zoals inschrijving en reacties op woningsites, reacties (loting)woningen, bezichtigingen, afwijzingen op woningen tenzij er al een nieuwe woning in het vooruitzicht is (dan volstaat een kopie huur- of koopcontract).

  • 4.

    Het college kan om nadere stukken verzoeken, als op basis van de stukken als bedoeld in het derde lid niet kan worden beoordeeld of de aangever op een briefadres kan worden ingeschreven.

  • 5.

    Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2 derde lid is een verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.

  • 6.

    Een briefadresgever kan aan maximaal twee gezinshuishoudens, twee alleenstaanden, of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven om een briefadres te houden op hetzelfde woonadres.

  • 7.

    Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders is of een door dit college aangewezen rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

  • 8.

    Er loopt geen onderzoek naar de verblijfplaats van de briefadresgever, indien de briefadresgever een natuurlijk persoon betreft.

  • 9.

    Het briefadres moet een woonadres zijn of een door de gemeente aangewezen organisatie.

Artikel 4 Volledige aangifte en herstel van verzuim

  • 1.

    De aangifte van een briefadres is volledig als alle benodigde gegevens en documenten, als bedoeld in artikel 3 zijn ingeleverd.

  • 2.

    Als één of meerdere gegevens ontbreken, wordt de aangever in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.

  • 3.

    Als de aangifte niet binnen de in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, kan, op verzoek van de aangever, de termijn eenmalig met veertien dagen worden verlengd.

  • 4.

    Als de aangifte niet wordt aangevuld, kan het college besluiten de aangifte niet te behandelen als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5 Briefadres op een adres van de gemeente

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders registreert van een persoon ambtshalve een briefadres in de BRP indien het woonadres ontbreekt, er geen aangifte van adreswijziging wordt gedaan waarbij een briefadres wordt gekozen en betrokkene voldoet aan de criteria voor inschrijving als ingezetene in de BRP.

  • 2.

    Als er geen schriftelijke verklaring van instemming van een briefadresgever kan worden verkregen, kent het college een briefadres toe op een adres van de gemeente.

  • 3.

    De briefadresnemer mag geen postpakketten, medicijnen en/of medische hulpmiddelen laten bezorgen op het gemeentelijk briefadres aan de Oosthavenkade 8, 3134 NV Vlaardingen.

  • 4.

    Tevens mag het gemeentelijk briefadres niet gebruikt worden voor een inschrijving bij de Kamer van Koophandel of voor andere commerciële doeleinden.

  • 5.

    De briefadresnemer is verplicht minimaal één keer per 14 dagen zijn post in persoon op te halen op het gemeentelijk briefadres.

  • 6.

    Indien post, bezorgd op het gemeentelijk briefadres, twee keer achtereenvolgend niet wordt opgehaald, zal er een adresonderzoek worden gestart.

  • 7.

    Het college kan aan het gebruik van het gemeentelijk briefadres nadere voorwaarden stellen.

Artikel 6 Termijn briefadres

  • 1.

    Het briefadres wordt voor een termijn van 6 maanden verstrekt, tenzij in bijlage 2 behorende bij deze regeling een andere termijn is opgenomen.

  • 2.

    De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van deze regeling.

  • 3.

    Onverminderd hetgeen is bepaald in dit artikel, is degene op wie het briefadres betrekking heeft en die een ander adres krijgt, verplicht om in de periode van vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na de verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.

Artikel 7 Monitoring briefadres

In de situatie zoals bedoeld in artikel 2 wordt een briefadresinschrijving na een periode van maximaal zes maanden of althans na het verstrijken van de geldigheidstermijn van het briefadres opnieuw beoordeeld door het college. Het college kan hierbij handhavend optreden om onterecht gebruik van briefadres te voorkomen.

Artikel 8 Verplichtingen briefadresgever en briefadresnemer

  • 1.

    Zowel de briefadresgever als de briefadresnemer zijn verplicht om op verzoek van het college inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie van het briefadres.

  • 2.

    Briefadresnemer en/of briefadresgever verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.

  • 3.

    De identiteit van de briefadresgever en/of briefadresnemer die op verzoek in persoon verschijnt, wordt vastgesteld aan de hand van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht.

  • 4.

    De briefadresgever draagt er zorg voor dat geschriften de briefadresnemer daadwerkelijk bereiken. Daartoe overlegt de briefadresgever bij de aangifte een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat deze akkoord gaat met het in ontvangst nemen van de voor briefadresnemer bestemde geschriften en garandeert dat deze geschriften of inlichtingen de briefadresnemer bereiken.

  • 5.

    Als een briefadresnemer niet reageert op verzoeken als bedoeld in het eerste lid, wordt er een adresonderzoek gestart.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling. Van onbillijkheid kan sprake zijn als in een specifieke situatie het strikt vasthouden aan de regeling als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.

Artikel 10 Overgangsrecht

Degenen die voor het inwerkingtreden van deze regeling al op een briefadres staan ingeschreven, worden in de gelegenheid gesteld dat briefadres nog zes maanden na inwerkingtreding van deze regeling aan te houden. Daarna wordt een eventueel verzoek om verlenging getoetst aan deze regeling.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.

Artikel 12 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling briefadres gemeente Vlaardingen 2025.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 25-11-2025.

de secretaris,

de burgemeester,

Bijlage 1 Bewijsstukken

 

Dit zijn de bewijsstukken die de gemeente kan opvragen

 

Reden briefadres

Bewijsstukken

Dak- en thuisloos

  • Eigen verklaring met verschillende slaapadressen, gespecificeerd met aantal dagen per week;

  • Verblijfplaatsenlijst van een maand;

  • Bewijsstukken, waaruit blijkt dat er actief wordt gezocht naar een woonruimte;

  • Bankafschriften van de afgelopen drie maanden;

  • Kopie legitimatiebewijs;

  • Loonstroken van de afgelopen drie maanden of een arbeidscontract;

  • Drie maanden betaalspecificaties van uitkeringsinstanties;

  • Einde detentieverklaring of einde KVK verklaring;

  • Ingevulde aanvraagformulier.

Ambulant beroep (bv binnenvaartschippers en kermismedewerkers- met gezin)

  • Arbeidsovereenkomst;

  • Recente loonstroken;

  • Bewijs betalingen sluizen;

  • Werkgeversverklaring.

Bij beroepsvaartuig

  • Bewijs van opdracht/vaartovereenkomst;

  • Registratieteken (RDW);

  • Bewijs schipperslogboek.

Bij recreatievaart

  • Foto van het vaartuig;

  • Naam van het vaartuig;

  • Aanmeerplaatsen;

  • De duur per aanmeerlocatie;

  • Kopie contract vaste ligtplaats.

Verblijf in het buitenland voor minder dan 8 maanden

  • Tickets met datum heen- en terugreis;

  • Visa;

  • Hotelbetalingen in het buitenland;

  • Contracten werkgever met periode van uitzending;

  • Studieverklaring van de onderwijsinstelling in het buitenland met looptijd van de stage of studie;

  • Huurovereenkomst woonruimte buitenland

  • Bankafschriften of andere bewijsstukken waaruit blijkt dat men in het buitenland verbleef.

Vaart beroepsmatig op schip, korter dan 2 jaar in internationale wateren onder

Nederlandse vlag en heeft geen woonadres

  • Arbeidsovereenkomst;

  • Verklaring werkgever;

  • Monsterboekje.

Korte overbrugging tussen oude en nieuwe woning

  • Verhuur- of koopovereenkomst van de nieuwe woning;

  • Beëindigingsovereenkomst huur van de oude woning (of bewijs van verkoop).

Beëindiging van samenwoning of huwelijk zonder vast woonadres

 

Een recente echtscheiding of breuk in een langdurige relatie

Documenten waaruit blijkt dat u bezig bent met het aanvragen van een echtscheiding of inmiddels gescheiden bent, zoals:

 

  • Echtscheidingsbeschikking of beschikking van beëindiging van geregistreerd partnerschap of

    Andere processtukken, of

  • Beëindiging samenlevingscontract

  • Bewijsstukken waaruit blijkt dat er actief gezocht wordt naar woonruimte

Verblijf in een tijdelijk onderkomen zonder vaste stand- of ligplaats (bv campers, mobiele woning, vaartuig zonder vaste ligplaats)

  • Bewijs van eigendom van de camper;

  • Bewijs van verblijf op een erkende camping of seizoensplaats;

  • Bewijs van eigendom vaartuig;

  • Bewijs van verblijf in een haven of op een seioensligplaats.

Ontruiming van woning, waar de aanvrager was ingeschreven

  • Bevel van ontruiming;

  • Opzegging huurovereenkomst;

  • Ontbinding huurovereenkomst en bewijsstukken, waaruit blijkt dat er actief wordt gezocht naar een woonruimte.

Verblijf in instelling voor personenopvang

(blijf-van-mijn-lijfhuizen

  • Toestemming van de instelling.

Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 Wet BRP

  • Verklaring van hoofdinstelling.

Verblijf op een adres, waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen

niet wenselijk is (artikel 2.41 Wet BRP

  • Verklaring van de burgemeester.

Hardheidsclausule

  • Bewijzen, nader te bepalen door de beoordelende instantie, afhankelijk van de situatie.

Het behoren tot een kwetsbare groep, zoals personen met verward gedrag

  • Contact met hulpverlening, (geestelijke) gezondheidszorg.

Problematische schulden

  • Overzicht van de schulden;

  • Kopie(en) van de betalingsregeling(en) die zijn afgesproken;

  • Kopie bewijs van aanmelding bij schuldhulpverlening.

 

Toelichting op de regeling briefadres Vlaardingen 2025

De Wet BRP heeft als uitgangspunt dat een burger wordt ingeschreven op een woonadres. Pas wanneer een woonadres ontbreekt, wordt gekeken naar de mogelijkheid om een briefadres als inschrijfadres te gebruiken.

 

De regeling voor het briefadres in de gemeente Vlaardingen is bedoeld voor bijzondere situaties waarin een burger tijdelijk geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en daardoor niet direct bereikbaar is voor overheidsinstanties en derden. Het briefadres is bestemd voor tijdelijk gebruik, terwijl het vaak voorkomt dat mensen voor langere tijd ingeschreven staan met een briefadres. Dit kan leiden tot ongepast gebruik en, uit ervaring, ook tot fraude. Om de goede kwaliteit van de basisregistratie persoonsgegevens te waarborgen en misbruik te voorkomen, is een regeling nodig met betrekking tot briefadressen. De regeling voorziet in criteria waarmee de medewerker burgerzaken, medewerker van maatschappelijke ondersteuning tevens toezichthouder BRP, eenduidig kan vaststellen of er een reden is voor inschrijving op een briefadres, dan wel om dit te weigeren. Dit schept duidelijkheid voor de burger en vermindert de kans op willekeurige toepassing van de regeling. De regeling dient als een richtinggevend kader waaraan de gemeente zich wenst te houden. Immers, iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, moet in beginsel ingeschreven worden in de BRP als ingezetene.

 

Gemeenten zijn bevoegd om ambtshalve een briefadres in de BRP te registreren. Wanneer iemand geen woonadres heeft en er geen verwachting is dat die persoon zelf een briefadres zal aanvragen, om diverse redenen, kan de gemeente besluiten om voor die burger een briefadres te registreren. Zie verder artikel 2.23 van de Wet BRP.

 

Indien de gemeente inschrijving toch weigert, doet zij dat slechts op basis van de Wet BRP. Hieronder volgt de artikelsgewijze toelichting op de regeling briefadres:

 

Artikel 1 – Begrippen

In dit artikel worden de kernbegrippen gedefinieerd, zoals "briefadres", "briefadresgever" en "briefadresnemer". Het briefadres zelf is het adres waar post voor een betrokkene ontvangen wordt, en waar overheidsdocumenten daadwerkelijk moeten aankomen. Het is belangrijk dat het briefadres geen permanent adres is, maar een tijdelijke oplossing.

 

artikel 1, sub g onder III:

Onder een alleenstaande ouder wordt verstaan:

  • -

    een ongehuwd ouder, zonder geregistreerd partnerschap,

  • -

    een ouder wiens huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontbonden of beëindigd,

  • -

    een gehuwd ouder, die niet samenwoont met de echtgenoot (of echtgenote), of

  • -

    een ouder met een geregistreerd partnerschap, die niet samenwoont met deze partner.

artikel 1, sub h:

Het woonadres, zoals bedoeld in artikel 1.1 onder o van de Wet BRP, is het adres waar betrokkene woont. Dit kan ook het adres zijn van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, mits het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft. Indien betrokkene op meer dan één adres woont, wordt als woonadres het adres beschouwd waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten.

 

Bij het ontbreken van een woonadres zoals hierboven beschreven, wordt het adres vastgesteld waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.

 

Artikel 2 – Redenen briefadres

In dit artikel worden de omstandigheden opgesomd die recht kunnen geven op een briefadres, zoals het ontbreken van een woonadres, verblijf in het buitenland voor beperkte tijd, of het wonen in een voertuig. Ook wordt hier ruimte gegeven voor mensen die in bepaalde opvanginstellingen verblijven of die tijdelijk in onveilige situaties verkeren. Het is essentieel dat er altijd een onderliggende reden is voor de keuze van een briefadres, en dat dit kan worden aangetoond.

 

artikel 2, lid 1 sub a:

Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruikmaken van de maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang), kunnen met een briefadres worden ingeschreven bij één van de opvanginstellingen, mits deze opvang door het gemeentebestuur is aangewezen als briefadresgever. Personen die niet beschikken over een woonadres en geen gebruik maken van de maatschappelijke opvang (mensen met een zwervend bestaan), zijn verplicht elders een briefadres te kiezen.

 

artikel 2, lid 1 sub b:

Wanneer iemand een nieuwe woning heeft gekocht, maar de oude woning al is verkocht en de nieuwe woning nog niet is opgeleverd, kan de persoon tijdelijk zonder vast woonadres zitten. In deze overgangsperiode, waarin de oude woning al is overgedragen aan de nieuwe eigenaar, moet de aanvrager aantonen dat hij onder deze situatie valt. Dit kan bijvoorbeeld met een huurcontract of de leveringsakte van de nieuwe woning.

 

artikel 2, lid 1 sub c:

Personen die vallen onder de categorie ‘ambulant beroep’ zoals binnenvaartschippers die (met hun gezin) aan boord van een schip wonen en kermismedewerkers die (met hun gezin) met de kermisattractie meereizen. Personen die tot deze categorie behoren komen in aanmerking voor een briefadres, mits zij geen woonadres hebben.

 

artikel 2, lid 1 sub d:

Wanneer iemand naar het buitenland vertrekt, wordt gekeken voor welke periode dit het geval is. Indien iemand voor een kortere periode dan 8 maanden in een tijdsbestek van een jaar naar het buitenland gaat en niet meer beschikt over een woonadres, dient diegene een briefadres te kiezen. Op basis van artikel 2.43 van de Wet BRP is het niet toegestaan dat iemand die voor een periode van meer dan 8 maanden naar het buitenland vertrekt, als ingezetene ingeschreven blijft in de BRP. In dat geval is de burger verplicht aangifte te doen van zijn vertrek naar het buitenland. De bijhouding van zijn persoonslijst wordt op dat moment een verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de persoonslijst 'verhuist' naar de Registratie van Niet-ingezetenen (RNI) vanwege emigratie. Gedurende deze emigratieprocedure kan geen briefadres worden gekozen.

 

artikel 2, lid 1 sub e:

Als een inwoner beroepshalve gaat varen aan boord van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft en er bij vertrek de redelijke verwachting is dat hij niet langer dan twee jaar buiten Nederland zal verblijven, dan hoeft hij geen aangifte van vertrek te doen (artikel 29 Besluit BRP). Een voorwaarde is wel dat hij gedurende het verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in Nederland, veelal een briefadres. Het is de burger wel toegestaan om aangifte van vertrek naar het buitenland te doen in deze situatie, maar hiertoe bestaat geen verplichting.

 

artikel 2, lid 1 sub f:

Met een langdurig vermist persoon wordt bedoeld een persoon: 1. die tegen redelijke verwachting in afwezig is uit zijn of haar gebruikelijke en/of veilig geachte omgeving; 2. van wie de verblijfplaats onbekend is; en 3. in wiens belang de verblijfplaats wordt vastgesteld. Gemeenten kunnen te maken krijgen met de melding dat een persoon is vermist. In het protocol voor ondersteuning door Burgerzaken aan achterblijvers in geval van vermissing is vermeld dat in overleg de vermiste persoon kan worden geregistreerd met een briefadres op het adres van de melder.

 

artikel 2, lid 1 sub g:

De hoofdregel volgens de Wet BRP is dat het adres van een woonruimte in een voertuig, boot of vakantiehuis met een vaste stand- of ligplaats beschouwd wordt als het woonadres. Echter, als een boot bijvoorbeeld ergens staat of ligt zonder een aangewezen ligplaats, of wanneer het niet wenselijk is om een aangewezen sta/ligplaats op te nemen in de BRP, kan degene die er verblijft in aanmerking komen voor een briefadres.

 

artikel 2, lid 1 sub h:

Een persoon die recentelijk uit zijn woning is gezet vanwege ontruiming of opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder en geen ander woonadres heeft, kan in aanmerking komen voor een briefadres.

 

artikel 2 lid 1 sub i:

Bij een scheiding of beëindiging van een langdurige relatie, waarbij beide partners op hetzelfde adres woonden, kan de vertrekkende partner tijdelijk geen vast woonadres hebben. In dit geval kan die persoon in aanmerking komen voor een briefadres.

 

artikel 2, lid 2:

In de circulaire BRP en briefadres van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 oktober 2016 (kenmerk 2016-0000656211) is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis voor mannen en vrouwen met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de desbetreffende instelling. Op die manier wordt het feitelijke woonadres van betrokkenen adequaat beschermd tegen ongewenste kennisneming door onbevoegden. Degene die zijn woonadres heeft in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 4 wet BRP, kan in afwijking van artikel 2.38, lid 1 en artikel 2.39, lid 1 van de Wet BRP in plaats van inschrijving op zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, lid 3 Wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In de artikelen 17 t/m 19 van de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan worden. Het college van B&W is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, lid 4 Wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te wijzen.

 

Artikel 3 - Voorwaarden

Een briefadres kan alleen worden toegekend als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. De betrokkene moet aangifte doen bij de gemeente waar het briefadres wordt gekozen en de benodigde documenten overleggen, zoals een geldig identiteitsbewijs en een verklaring van de briefadresgever. Dit zorgt ervoor dat de registratie legitiem en gecontroleerd is.

 

Artikel 4 – Volledige aangifte en herstel van verzuim

Als er gegevens ontbreken bij de aangifte, krijgt de betrokkene een termijn van veertien dagen om deze aan te vullen. Indien dit niet gebeurt, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om deze termijn eenmalig te verlengen, zodat de burger voldoende tijd heeft om de ontbrekende documenten aan te leveren.

 

Artikel 5 – Briefadres op een adres van de gemeente

De gemeente moet voorzien in een briefadres wanneer alle andere opties voor de ingezetene, die geen woonadres heeft, niet mogelijk zijn. Daarmee wordt voorkomen dat personen die wel rechtmatig in Nederland verblijven, van inschrijving op een adres in de BRP worden uitgesloten.

 

Omdat de gemeente dan zelf briefadresgever is, zal de gemeente een van haar eigen adressen of die van een aangewezen instelling moeten inzetten als briefadres. Voor de inschrijving op een adres van een aangewezen instelling is toestemming vereist van die instelling. Als een verklaring van instemming niet kan worden verkregen vindt inschrijving plaats op een adres van de gemeente.

 

Artikel 6 - Termijn briefadres

Een briefadres wordt in principe voor een periode van zes maanden verstrekt. Dit termijn is bewust gekozen om ervoor te zorgen dat er na zes maanden een contactmoment is met de burger. Dit voorkomt dat iemand ingeschreven blijft op een briefadres terwijl hij inmiddels een woonadres heeft.

 

De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld op basis van de voorwaarden uit deze regeling. Verlenging is mogelijk zolang de situatie waarvoor het briefadres is toegekend voortduurt. De burger moet bij een verlengingsaanvraag opnieuw aantonen dat hij nog steeds voldoet aan de criteria.

 

In sommige gevallen kan een andere termijn gelden. Voor daklozen geldt dat zolang iemand een zwervend bestaan leidt en geen woonadres heeft, een briefadres kan worden toegekend. Het recht op een briefadres kan voor deze doelgroep periodiek worden getoetst, bijvoorbeeld om de drie maanden. Als bij de aanvraag al bekend is dat iemand voor een bepaalde periode in het buitenland zal verblijven zonder woonadres, kan een briefadres worden verstrekt voor maximaal die periode. Voor personen zonder feitelijke mogelijkheid tot een woonadres, zoals binnenvaartschippers en anderen die door hun beroep geen vaste woonlocatie hebben, kan een briefadres worden aangehouden zolang zij varen. Voor deze groep kan het recht op een briefadres bijvoorbeeld jaarlijks worden getoetst. Ook personen die verblijven in mobiele woningen, zoals campers of boten zonder vaste ligplaats, kunnen een briefadres krijgen zolang dit hun woonsituatie is. In dat geval kan het recht op het briefadres periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks, worden getoetst.

 

Wanneer een briefadresnemer na afloop van de termijn ingeschreven wil blijven, wordt beoordeeld of hij nog steeds aan de voorwaarden voldoet. Hierbij wordt gekeken of de oorspronkelijke noodzaak nog steeds aanwezig is en of de situatie is gewijzigd.

 

Artikel 6 lid 3

De wet BRP verplicht een ingezetene om aangifte te doen van zijn nieuwe adres. Zodra hij weer beschikt over een woonadres of over een ander briefadres, moet hij hiervan aangifte doen binnen de daarvoor in artikel 2.39 lid 2 van de wet BRP gestelde termijn van vier weken voorafgaand aan en vijf dagen ná de daadwerkelijke verhuizing. Hij mag hier niet mee wachten totdat de eerder bepaalde of afgesproken termijn van het briefadres is verstreken. Als aangifte wordt gedaan van een ander briefadres, dan wordt dit uiteraard weer getoetst aan de voorwaarden uit deze regeling en die de wet stelt.

 

Artikel 7 – Monitoring briefadres

Om te voorkomen dat een ingeschrevene ten onrechte ingeschreven blijft met een briefadres als deze een woonadres heeft, vindt regelmatig een herbeoordeling op het geregistreerde briefadres plaats. Hiertoe wordt in de gemeente een administratie bijgehouden en worden aan de hand hiervan controles uitgevoerd.

 

Artikel 8 – Verplichtingen van briefadresgever en briefadresnemer

De briefadresgever en briefadresnemer hebben verplichtingen, zoals het verstrekken van informatie aan de gemeente en het ophalen van de post op het gekozen briefadres. Als post niet wordt opgehaald, kan er een onderzoek starten naar de verblijfplaats van de betrokkene.

 

Artikel 8 lid 6

Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een woonadres werd gehouden. Echter is het wel van belang dat bij het aanvragen van een gemeentelijk briefadres de briefadresnemer een binding heeft met de gemeente Vlaardingen. Er zijn drie aspecten van belang bij de vaststelling of iemand binding heeft met de gemeente Vlaardingen. De briefadresnemer zal minstens aan één aspect moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een gemeentelijk briefadres.

  • 1.

    Regiobinding, door bijvoorbeeld een langere periode van drie jaar en meer in de gemeente Vlaardingen te hebben gewoond of zijn werk hier te hebben.

  • 2.

    Zorgkader, door bijvoorbeeld geholpen te worden door hulpverlening of in behandeling te zijn, zoals een GGZ-instelling of zorgstelling.

  • 3.

    Het sociale netwerk, door bijvoorbeeld het gezin, of familieleden heeft wonen in de gemeente Vlaardingen.

Een tijdelijke periode te hebben verbleven bij een opvang wordt niet gezien als binding. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische inrichting verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die de briefadresnemer daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting. De aangifte wordt altijd gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.

 

Artikel 9 – Hardheidsclausule

In uitzonderlijke gevallen waarin de strikte toepassing van de regeling tot onbillijkheid zou leiden, kan er van de regeling worden afgeweken. Dit biedt ruimte voor maatwerk, zodat er geen onredelijke of onevenredige schade ontstaat voor de betrokkenen.

 

Artikel 10 – Overgangsrecht

Dit artikel biedt personen die voor de inwerkingtreding van de nieuwe regeling al op een briefadres stonden ingeschreven, de mogelijkheid om hun briefadres nog zes maanden aan te houden. Na deze periode wordt een verzoek om verlenging beoordeeld volgens de nieuwe regeling.

 

Artikel 11 – Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad. Dit zorgt ervoor dat de regeling vanaf dat moment geldt en de voorwaarden voor briefadressen van toepassing zijn.

 

Artikel 12 – Citeertitel

De regeling wordt officieel aangeduid als "Regeling briefadres gemeente Vlaardingen 2025", wat duidelijk maakt dat deze regeling specifiek is voor de gemeente Vlaardingen.

Naar boven