Gemeenteblad van Oude IJsselstreek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oude IJsselstreek | Gemeenteblad 2025, 570211 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oude IJsselstreek | Gemeenteblad 2025, 570211 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
Raadsvergadering d.d. 3 november 2025
De raad van de gemeente Oude IJsselstreek,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 oktober 2025,
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit
1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen
geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3. Voorwerp van de belasting
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
2. Als perceel wordt aangemerkt:
De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief
5.1. Het tarief bedraagt per perceel per belastingjaar € 199,80
5.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 5.1 bedraagt de belasting
5.2.1 een 140 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen € 8,50
5.2.2 een 240 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen € 14,75
5.3 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 5.1 bedraagt de belasting per
aanbieding van overig huishoudelijk afval in een onder- of bovengrondse
5.4 Indien er sprake is van “maatwerk van medisch afval”:
5.4.1 ontvangen de belastingplichtigen op verzoek een extra minicontainer voor restafval van 240 liter die zij gratis kunnen aanbieden tijdens de reguliere ophaalrondes van het restafval.
5.4.2 De eerste 52 aanbiedingen, zoals bedoeld in artikel 5.3, zijn vrijgesteld van het tarief.
Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdeel 4.1 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoelt in onderdeel 4.1 voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
Artikel 9. Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in 2 gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn twee maanden later.
2. Indien de dagtekening van de aanslag op of na 1 oktober van het kalenderjaar valt, wordt de tweede betalingstermijn verkort tot 1 maand;
3. Indien de dagtekening van de aanslag op of na 1 december van het kalenderjaar valt, dient de aanslag in 1 termijn te worden voldaan die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
4. In afwijking in zoverre van het eerste, tweede en derde lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 8 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
5. in het geval het totaalbedrag van de op 1 aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar 1 aanslag bevat het bedrag daarvan, minder of gelijk is aan € 50,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 1 termijn. Deze termijn vervalt 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen
10.1 Bij de invordering van de belasting, als bedoeld in artikel 5.1, is volledige kwijtschelding mogelijk.
10.2 Bij de invordering van de belasting, als bedoeld in artikel 5.2 en 5.3, wordt totaal maximaal
De Verordening afvalstoffenheffing 2025 van 7 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-570211.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.