Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Coevorden 2026 met tarieventabel 2026

De raad van de gemeente Coevorden;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlagenr. 2066;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de

 

Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Coevorden 2026 met tarieventabel 2026 (Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden 2026)

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • 1.

    begraafplaats: de algemene begraafplaatsen te Coevorden, Dalen, Dalerpeel, Geesbrug, Oosterhesselen, Schoonoord, Sleen en Zweeloo;

  • 2.

    particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • 3.

    particulier urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • 4.

    asbus: een bus voor de berging van de as van een overledene;

  • 5.

    urn: een voorwerp voor de berging van één of meerdere asbussen;

  • 6.

    verstrooiingsplaats: een plaats, waarop as wordt verstrooid.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel voor wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor:

  • 1.

    het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag;

  • 2.

    het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld

De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 1 maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de lijkbezorgingrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt, na bekendmaking, in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    De ‘Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 12 november 2024 wordt gelijktijdig ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Besluiten van het college tot het vaststellen van nadere regels en beleidsregels, die genomen zijn ter uitvoering van bepalingen van de ingetrokken verordening, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 5.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden 2026’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van 16 december 2025.

De raad voornoemd,

Voorzitter,

R. Bergsma.

Griffier,

M. Lucassen.

Tarieventabel 2026

behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten Coevorden 2026.

 

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten

1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven:

 

 

1.1.1

voor het tijdvak van 30 jaar

2.952,00;

1.1.2

voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn

 

 

 

dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het

 

 

 

college van Burgemeester en Wethouders

 983,00;

1.1.3

voor een stoffelijk overschot van een kind van 1 tot 12 jaar

€ 

1.002,00;

1.1.4

voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn

 

 

 

dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het

 

 

 

college van Burgemeester en Wethouders

  333,00;

1.1.5

voor het stoffelijk overschot van een kind tot 1 jaar dat wordt begraven

 

 

 

op een speciaal daartoe aangewezen gedeelte van de begraafplaats

333,00;

1.1.6

voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn

 

 

 

dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het

 

 

 

college van Burgemeester en Wethouders

  110,00;

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen op het urnenveld wordt geheven:

 

 

1.2.1

op of in een urnen graf voor het tijdvak van 30 jaar

2.338,00;

1.2.2

voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn

 

 

 

dan het tijdstip van geslotenverklaring van de begraafplaats door het

 

 

 

het college van Burgemeester en Wethouders

779,00;

1.3

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen plaatsen en geplaatst houden van urnen in de urnenmuur wordt geheven:

 

 

1.3.1

in een urnennis voor het tijdvak van 30 jaar

2.338,00;

1.3.2

voor het daaropvolgende tijdvak van 10 jaar, dit kan nooit langer zijn

 

 

 

dan het tijdstip van geslotenverklaring van de befraafplaats door het

 

 

 

college van Burgemeester en Wethouders

779,00;

1.4

Bij het begraven in een graf geldt vanaf de dag van begraven een wettelijke grafrust van 10 jaar. Als het recht op het graf niet toereikend is om deze termijn in acht te nemen, dienen er extra jaren grafrecht bijgekocht te worden tot de grafrusttermijn van 10 jaar is bereikt.

Per extra jaar is een bedrag verschuldigd van 1/10 deel van het bedrag genoemd onder 1.1.2, 1.1.4 en 1.1.6.

 

 

Hoofdstuk 2 Begraven/bijzetten

2.1

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven

1.174,00;

2.2

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind wordt geheven

251,00;

2.3

Voor het bijzetten van een asbus in of op een graf wordt geheven

244,00;

2.4

De kosten onder 2.1 t/m 2.3 worden op de zaterdag verhoogd met

280,00;

Hoofdstuk 3 Grafbedekking

3.1

Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of vernieuwen van de voorwerpen, bedoeld in artikel 18 van de Beheersverordening, wordt geheven:

186,00;

Hoofdstuk 4 Grafkelders

4.1

voor de vergunning voor het plaatsen en geplaatst houden van een grafkelder, per graf wordt geheven

186,00;

4.2

Voor de aankoop van een grafkelder voor het plaatsen van asbussen in een urnengraf wordt geheven

186,00;

 

Hoofdstuk 5 Inschrijven en overboeken van eigen graven, urnennissen en urnengraven

5.1

Voor het inschrijven en overboeken van eigen graven, eigen urnennissen en urnengraven in een daartoe bestemd register wordt geheven

€ 

14,00;

Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en herbegraven

6.1

Voor het opgraven van een stoffelijk overschot wordt geheven

1.068,00;

6.2

Voor het na het opgraven weer begraven in hetzelfde graf wordt geheven

1.068,00;

6.3

Voor het na het opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven

€ 

5.092,00;

6.4

Voor het na ruiming van een graf afzonderen van een stoffelijk overschot voor crematie of herbegraven

494,00.

6.5

Geen rechten zijn verschuldigd voor het op wettelijk gezag lichten en weer in dezelfde grafruimte begraven van een stoffelijk overschot.

 

 

 

Behoort bij het raadsbesluit van 16 december 2025,

M. Lucassen,

 

Griffier.

 

Naar boven