Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 569247 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 569247 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels evenementenkalender Amsterdam 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
Evenementenkalender: het jaarlijks door het college vastgestelde overzicht van evenementen die in een evenementenkalenderjaar mogen plaatsvinden zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene plaatselijke verordening 2008;
Geluidbeleid: de Beleidsregel geluid bij evenementen in Amsterdam;
Hoofdstuk 2 Indienen verzoeken en vaststellen schaarste
Artikel 2.1 De Evenementenkalender
Een verzoek tot plaatsing op de evenementenkalender kan jaarlijks worden ingediend binnen de door het college vastgestelde indieningstermijn, die uiterlijk start op 1 april van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. Voorafgaand aan deze periode publiceert het college een overzicht van de beschikbare plekken per locatie.
Een verzoek is in overeenstemming met hetgeen bepaald is in de locatieprofielen, het geluidsbeleid en het Omgevingsplan gemeente Amsterdam voor de gewenste locatie.
Een verzoek tot plaatsing op de evenementenkalender is in ieder geval voorzien van de volgende gegevens:
een document waaruit de structuur blijkt van de natuurlijke personen of rechtspersonen die in de verzoeker en latere vergunningsaanvrager feitelijke zeggenschap of een overwegend belang in het geplaatste kapitaal hebben en een document waaruit blijkt hoe deze natuurlijke personen of rechtspersonen onderling verbonden zijn;
Artikel 2.3 Dubbele verzoeken voor (vergelijkbare) concepten – antimisbruikbepaling
Indien naar het oordeel van het college sprake is van meerdere verzoeken voor hetzelfde concept op hoofdlijnen als doelgroep, (een vergelijkbare artiest-event binnen hetzelfde) muziekgenre, merknaam, thema, uitstraling of presentatie die worden ingediend door dezelfde organisator – of nauw aan elkaar verbonden partijen – kan het college besluiten een of meer van deze verzoeken niet in behandeling te nemen. Het college kan de adviescommissie vragen advies uit te brengen over de vraag of sprake is van vergelijkbare concepten.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder een nauw verbonden partij in ieder geval verstaan een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, een groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, een deelneming als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke vennoot is.
Als blijkt dat een organisator op de evenementenkalender geplaatste verzoeken niet heeft laten plaatsvinden, behoudens situaties van overmacht, kan het college besluiten deze organisator en nauw verbonden partijen als bedoeld in het derde lid een beperking op te leggen ten aanzien van het maximaal aantal verzoeken dat voor een of meerdere evenementenkalenders ingediend mag worden.
Artikel 2.4 Vaststellen schaarste
Het college beoordeelt of er locaties zijn die niet zijn opgegeven als alternatieve locatie en waar het aantal voorkeursverzoeken het aantal beschikbare plekken en het aantal geluidsdagen niet overstijgt. Op deze locaties worden verzoeken op de evenementenkalender geplaatst. Deze locaties worden niet betrokken bij de procedure van artikel 3.1.
Hoofdstuk 3 Systematiek voor verdeling in geval van schaarste
Artikel 3.1 Procedure in geval van schaarste
Schaarste wordt per categorie stadsbreed beoordeeld. In het geval van schaarste krijgen de verzoekers voor de categorieën waarin schaarste bestaat de gelegenheid hun verzoek binnen drie weken aan te vullen met een toelichting op het verzoek in relatie tot de beoordelingscriteria. Het aanvullen gebeurt met een door het college vastgesteld formulier.
Het college plaatst de verzoeken per categorie op volgorde van score en op volgorde van de opgegeven voorkeurslocaties op de concept evenementenkalender totdat alle beschikbare plekken waar verzoeken voor zijn ingediend in die categorie op de concept evenementenkalender zijn vergeven of alle verzoeken zijn geplaatst.
Indien twee of meer verzoeken voor eenzelfde categorie dezelfde score hebben, gaat het college over tot loting tussen deze verzoeken voor het bepalen wie als eerste voor plaatsing in aanmerking komt. De loting wordt verricht door een notaris aan de hand van een door de notaris vast te stellen lotingsreglement. De loting is voor verzoekers toegankelijk.
Een verzoek dat op grond van de ranglijst aan de beurt is voor plaatsing maar meer evenementdagen nodig heeft dan nog beschikbaar zijn op een van de gewenste locaties kan evenmin geplaatst worden. Van de verzoeken die niet op de concept evenementenkalender geplaatst worden stelt het college per categorie een reservelijst vast aan de hand van de vastgestelde ranglijst.
Artikel 3.2 Schaarste categorie 1.501 – 3.000 bezoekers
Het college stelt in geval van schaarste voor verzoeken in de categorie 1.501-3.000 bezoekers de verzoekers een lijst ter beschikking van locaties waar na de plaatsing bedoeld in artikel 2.4, derde lid, nog plekken vrij zijn en stelt hen een termijn van één week om aan te geven of ze naar een van de nog beschikbare locaties willen verplaatsen waarbij voldaan moet worden aan de locatieprofielen, het geluidsbeleid en het Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Verzoeken mogen niet aangepast worden, met uitzondering van de locatie.
Artikel 3.3 Beoordelingscriteria
De verzoeken worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:
Artikel 3.4 Publieksbereik en toegankelijkheid – maximaal 62 punten
Hierbij geldt dat evenementen worden beoordeeld op basis van de hoofdgroepen en doelgroepen zoals bedoelt in het culturele doelgroepenmodel. Evenementen die onderbediende doelgroepen bereiken kunnen een hogere score behalen. Op het onderdeel doelgroepen kunnen de volgende scores worden behaald:
Artikel 3.5 Kwaliteit van het plan – maximaal 60 punten
Met het criterium kwaliteit van het plan wordt bedoeld de mate waarin het evenement onderscheidend is ten opzichte van lokaal, nationaal en internationaal aanbod.
Artikel 3.6 Binding met de buurt – maximaal 60 punten
Op volgende onderdelen van dit criterium kunnen samen 30 punten worden behaald:
Op het laatste onderdeel van dit criterium kunnen 30 punten worden behaald:
Artikel 3.7 Meerdere verzoeken op dezelfde datum
Als blijkt dat meerdere verzoeken voor eenzelfde datum op de concept-evenementenkalender zouden worden geplaatst, krijgt het verzoek dat reeds bij een eerdere vaststelling van de evenementenkalender was geplaatst voorrang. In het geval beide verzoeken voor het eerst geplaatst worden, krijgt het verzoek dat het hoogste op de ranglijst staat voorrang op de gewenste datum. In geval van een gelijke score wordt de door de eerdere loting bepaalde volgorde aangehouden, zoals bedoeld in artikel 3.4, vierde lid. De overige verzoekers krijgen maximaal één week de gelegenheid om een alternatieve datum voor het evenement op te geven.
Als niet alle verzoeken een score hebben of sprake is van meerdere verzoeken in verschillende categorieën voor dezelfde datum plaatst het college het verzoek in de grootste categorie op de gewenste datum op de concept evenementenkalender. De overige verzoeken krijgen maximaal één week de tijd om een alternatieve datum opgeven, te beginnen bij het verzoek in grootste categorie.
Hoofdstuk 4 Reservelijst en wijzigen evenementenkalender
Artikel 4.1 Open plek vóór vaststelling van de evenementenkalender
Als vóór het vaststellen van de evenementenkalender een plek vrijkomt, dan wel sprake is van een of meer nog niet ingevulde plekken, worden de verzoekers op de reservelijst voor de betreffende categorie gevraagd of zij die plek willen innemen. Een verzoek mag in dat geval binnen twee weken worden aangepast naar de eisen uit het betreffende locatieprofiel of het geluidsbeleid.
Een verzoek mag niet worden gewijzigd ten aanzien van concept, categorie, innemen van een geluidsdag of het aantal evenementdagen. Indien het gewijzigde verzoek binnen het locatieprofiel, geluidsbeleid, omgevingsplan en aantal beschikbare evenement- en geluidsdagen past wordt het op de concept evenementenkalender geplaatst.
Als er na het doorlopen van de reservelijst nog open plekken op de kalender beschikbaar zijn voor het eerstvolgende kalenderjaar kunnen locatiebeheerders een verzoek indienen om een plek op de door hun beheerde locatie in te mogen nemen in de categorie 3.001 - 6.000 bezoekers, zonder dat – in afwijking van artikel 2.1, vijfde lid – aan de genoemde indieningsvereisten is voldaan. Dit verzoek kan uitsluitend gedaan worden voor eenjarige plek en uitsluitend voor evenementen met een risicoprofiel A, A+ of B.
Artikel 4.2 Open plek categorie 1.501 - 3.000 bezoekers vóór vaststelling van de evenementenkalender
In afwijking van artikel 4.1 worden, in geval van niet ingevulde plekken in de categorie 1.501 – 3.000 bezoekers vóór het vaststellen van de evenementenkalender, de verzoekers op de reservelijsten op volgorde van de behaalde score in de gelegenheid gesteld binnen één week het verzoek te wijzigen naar een andere locatie. Bij een gelijke score wordt geloot.
Een verzoek mag niet worden gewijzigd ten aanzien van concept, categorie, innemen van een geluidsdag of het aantal evenementdagen. Indien het gewijzigde verzoek binnen het locatieprofiel, geluidsbeleid, omgevingsplan en aantal beschikbare evenement- en geluidsdagen past wordt het op de concept evenementenkalender geplaatst.
Indien er na het doorlopen van de reservelijst nog open plekken op de kalender beschikbaar zijn voor het eerstvolgende kalenderjaar kunnen locatiebeheerders een verzoek indienen om een plek op de door hun beheerde locatie in te mogen nemen, zonder dat – in afwijking van artikel 2.1, vijfde lid, aan de genoemde indieningsvereisten is voldaan. Dit verzoek kan uitsluitend gedaan worden voor een eenjarige plek en uitsluitend voor evenementen met een risicoprofiel A, A+ of B.
Artikel 4.3 Vaststellen evenementenkalender en vervallen verzoeken
Het college legt de concept evenementenkalender voor advisering op uitvoerbaarheid voor aan de nood-, hulp, veiligheid- en vervoersdiensten. Als de advisering ten aanzien van een of meerdere verzoeken ernstige bezwaren oplevert, wordt de verzoeker twee weken in de gelegenheid gesteld zijn verzoek naar een andere datum op dezelfde locatie en in dezelfde categorie te verplaatsen.
Organisatoren zijn verplicht het college de informatie ten behoeve van de evaluatie aan te leveren binnen een daartoe door het college gestelde termijn, waaronder tenminste voor verzoeken van evenementen met meer dan 6.000 bezoekers de resultaten van het publieksonderzoek op basis van het Amsterdamse culturele doelgroepenmodel.
Als blijkt dat deze nadere regels leiden tot onvoorziene ernstige nadelige gevolgen voor een of meerdere verzoekers of in geval van een dwingende reden van algemeen belang kan het college besluiten de procedure omtrent de opstelling van de concept evenementenkalender te beëindigen en over te gaan tot loting onder de binnengekomen verzoeken per categorie of per locatie waar sprake is van schaarste. De loting wordt per locatie of per categorie verricht, waarbij eventuele alternatieve voorkeurslocaties niet worden meegenomen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2025.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris (wnd.)
Thea de Vries
In de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (hierna: APV) staat de bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om nadere regels te stellen over de evenementenkalender.
Met deze nadere regels wordt invulling gegeven aan het proces van de evenementenkalender en het verdeelsysteem als sprake blijkt te zijn van schaarste. Zowel voor organisatoren, bezoekers, als voor bewoners van de stad is het belangrijk dat het van te voren duidelijk en transparant is waar Amsterdam zich op richt met het nieuwe evenementenbeleid. Voor organisatoren is van belang dat zij weten waar een verzoek tot plaatsing op de evenementenkalender aan moet voldoen, op welke wijze een verzoek moet worden ingediend en in geval van schaarste op basis van welke criteria hun verzoek voor plaatsing op de evenementenkalender beoordeeld wordt, zodat zij hun verzoek kunnen afstemmen op de gestelde criteria. Alle evenementen zijn welkom in de stad. Organisatoren behouden zelf de artistieke vrijheid en ruimte om een evenement vorm te geven en te organiseren. Op het moment dat sprake blijkt te zijn van schaarste, vindt het college het van belang om in lijn met de visie die is vastgesteld door de gemeenteraad “Amsterdam bruisende stad, visie festivals en evenementen 2025-2035" en in het kader van het woon- en leefklimaat en het cultuurbeleid in de stad, te kunnen sturen op een divers aanbod aan evenementen die passen bij de stad. Voor de stad en de inwoners is het van belang dat er een divers aanbod aan evenementen is, waar voor ieder wat wils is. Met behulp van de in deze nadere regels uitgewerkte beoordelingscriteria is het van tevoren transparant en duidelijk welke criteria meespelen bij het behartigen van de belangen van de stad. Het is niet de bedoeling dat de gemeente Amsterdam optreedt als smaakpolitie en zich op detailniveau bemoeit met de programmering of de invulling van het evenement. Er volgt alleen een beoordeling als sprake is van schaarste en de beoordeling vindt plaats op overstijgend niveau van het concept van het evenement. Er zijn duidelijke beoordelingscriteria gesteld, om willekeur te voorkomen.
De verzoeken van organisatoren van evenementen worden daarom zorgvuldig en objectief gescoord aan de hand van de vastgestelde criteria. Daarbij wordt een onafhankelijke, externe commissie van experts betrokken. Volgens de nieuwe werkwijze komen in geval van schaarste evenementen die hoger scoren op de criteria eerder in aanmerking voor een plek op de evenementenkalender. Evenementen met 1.500 of minder bezoekers hoeven zich niet aan te melden voor de evenementenkalender: voor deze evenementen is naar verwachting voldoende ruimte in de stad en het beroep dat zij doen op nood- en hulpdiensten is gering.
In geval van schaarste voor evenementen vanaf 3.001 bezoekers worden zij verdeeld over de hele stad. Het verdeelsysteem treedt in werking wanneer meer aanvragen voor een bezoekerscategorie binnenkomen dan ruimte beschikbaar is op grond van de locatieprofielen of het algemeen geldend beleid. Dit betekent dat als schaarste ontstaat op één locatie in de bezoekerscategorieën vanaf 3.001, alle plekken binnen de betreffende categorie schaars worden. De enige uitzondering hierop is als met inachtneming van een tweede en derde voorkeurslocatie geen schaarste bestaat op een locatie. Bij schaarste zullen verzoeken voor evenementen inhoudelijk worden getoetst – ook op locaties waar geen sprake is van over-inschrijving, maar wel interesse voor bestaat als alternatieve locatie. Op deze manier worden de drukbezochte, stedelijke evenementen goed verdeeld over de stad. Een uitzondering wordt gemaakt voor verzoeken tussen de 1.501 en 3.000. Deze evenementen zijn vaker buurtgericht, daarom geldt voor deze verzoeken een locatiespecifieke verdeling.
Alle evenementen die een verzoek hebben ingediend voor de evenementenkalender worden geplaatst voor drie achtereenvolgende jaren op dezelfde locatie, in dezelfde periode en met eenzelfde concept van het evenement. Een organisator kan zelf aangeven het evenement maar voor één jaar te willen organiseren. In dat geval wordt het evenement voor één jaar geplaatst op de evenementenkalender.
De reikwijdte van deze nadere regels is beperkt tot evenementen vanaf 1.501 bezoekers. Voor deze evenementen is slechts beperkt ruimte in de stad. Daarom wordt gewerkt met een evenementenkalender, waarin het college vastlegt welke evenementen in een kalenderjaar mogen plaatsvinden.
In de definities is het begrip ‘Culturele doelgroepenmodel’ opgenomen. Het Culturele Doelgroepenmodel is een segmentatiemodel dat publieksgroepen in kaart brengt op basis van demografische kenmerken, culturele voorkeuren en gedrag. Het onderscheidt elf doelgroepen, verdeeld over drie hoofdgroepen: intensief, medium en licht cultureel betrokken publiek. De gemeente Amsterdam gebruikt dit model om inzicht te krijgen in wie evenementen bezoekt en welke groepen met het huidige evenementenaanbod ondervertegenwoordigd zijn. De resultaten van deze publieksonderzoeken dienen als input voor het verdelen van de schaarse plekken voor evenementen.
Dit artikel maakt duidelijk dat het college op grond van artikel 84 van de Gemeentewet een externe adviescommissie instelt waaraan verzoeken in het geval van schaarste ter beoordeling worden voorgelegd. De beoordeling door de adviescommissie vindt plaats aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn vastgelegd in artikelen 3.3 van deze nadere regels. In deze artikelen zijn de criteria nader uitgewerkt en is uitgesplist hoeveel punten per criterium behaald kunnen worden.
Hoofdstuk 2 Indienen verzoeken en vaststellen schaarste
Artikel 2.1 De Evenementenkalender
Evenementen die zijn aangemeld voor de evenementenkalender worden voor de duur van drie opeenvolgende jaren geplaatst op de evenementenkalender. Er zijn echter situaties waarin het college het verzoek voor een afwijkende periode van één jaar op de kalender plaatst. Een organisator kan er bijvoorbeeld bewust voor kiezen een plek voor één jaar te willen gebruiken, bijvoorbeeld bij een jubileum of indien een verzoeker het concept jaarlijks wil aanpassen. Verzoekers geven dan bij het indienen van hun verzoek aan dat zij slechts voor één jaar gebruik willen maken van de plek. Ook kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor een kortere periode beter aansluit, zoals bij grootschalige renovaties of herinrichting van een locatie, of wanneer een evenement om een andere reden niet kan plaatsvinden.
In het geval van een placeholder (zie artikel 4.1 lid 4) kan een locatiebeheerder een plek voor één jaar reserveren voor een later in te vullen evenement.
Een verzoek tot plaatsing op de evenementenkalender kan worden ingediend binnen de door het college vast te stellen indieningstermijn, die uiterlijk op 1 april start in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. Dit betekent dat een verzoek voor een evenement in evenementenjaar 2027 moet worden ingediend in het voorjaar van 2026. Het college maakt de exacte periode tijdig bekend.
Organisatoren dienen een verzoek in voor plaatsing op de evenementenkalender. Als een evenement voor drie achtereenvolgende jaren op de evenementenkalender wordt geplaatst, is dit steeds met hetzelfde evenement met hetzelfde concept. Dit betekent dat het evenement wordt georganiseerd door dezelfde hoofdorganisator, eenzelfde naam en uitstraling heeft, op dezelfde locatie plaatsvindt, valt binnen dezelfde bezoekerscategorie, eenzelfde risicoprofiel heeft en dezelfde doelgroep aanspreekt. Een meerjarige plek op de kalender biedt geen garantie op een evenementenvergunning. De organisator dient jaarlijks het gebruikelijke vergunningsproces te doorlopen.
Het verzoek dient in lijn te zijn met het omgevingsplan en met het locatieprofiel of geldende (geluids)beleid. Voor evenementen met 3.001 bezoekers of meer geldt dat de verzoeker naast de voorkeurslocatie ook twee alternatieve locaties opgeeft. Indien van toepassing moet voor deze alternatieve locaties een verklaring van toestemming van de beheerder worden overgelegd. Op deze manier kan door de gemeente worden vastgesteld of er naast schaarste binnen de bezoekerscategorie ook schaarste bestaan op de opgegeven locaties. Als vooraf al duidelijk is dat er geen schaarste bestaat hoeven organisatoren niet onnodig plannen uit te werken.
Hoewel een terugkerend evenement dat een plek voor drie jaar heeft toegekend gekregen geen nieuw verzoek indient, vraagt het college deze organisatoren jaarlijks voorafgaand aan de openstelling van de evenementenkalender om te bevestigen of zij gebruik zullen maken van hun plek op de kalender. Daarbij wordt ook uitgevraagd op welke datum of data het evenement plaatsvindt (inclusief op- en afbouwdagen en tijden) en wat de maximale bezoekersaantallen zullen zijn. De datum moet in dezelfde periode zijn als de voorgaande editie(s). Van dezelfde periode wordt uitgegaan van een week verschil, dan wel verschuiving van evenementen die verbonden zijn aan feestdagen. Deze informatie wordt ook gebruikt bij het openstellen van de kalender, zodat duidelijk is welke plekken in welke categorieën beschikbaar zijn om verzoeken voor in te dienen. Ook is dan duidelijk welke data al bezet zijn door eerder meerjarig geplaatste verzoeken. Jaarlijks wordt vooraf gecommuniceerd welke plekken er voor het daaropvolgende jaar vrijkomen.
Bij de invoering van de nieuwe wijze van vaststellen van de evenementenkalender wordt gewerkt met een staffel: niet alle plekken worden direct voor drie jaar uitgegeven. De plekken voor drie jaar worden gradueel ingevoerd: sommige direct voor drie jaar, anderen voor twee of een jaar. Het gestaffeld invoeren van de meerjarige plekken is nodig om te voorkomen dat de kalender volledig voor drie jaar wordt dichtgezet en nieuwe toetreders geen kans maken.
Artikel 2.2 Indieningswijze verzoek
Voor het indienen van een verzoek tot plaatsing op de evenementenkalender wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier op de website van de gemeente Amsterdam. Voor de uitzonderlijke situatie waarin geen digitaal verzoek kan worden gedaan of bij uitdrukkelijke voorkeur van een organisator wordt op verzoek een papieren formulier beschikbaar gesteld. Verzoekers wordt verzocht gebruik te maken van de module op de website van de gemeente Amsterdam.
Artikel 2.3 Dubbele verzoeken voor (vergelijkbare) concepten – antimisbruikbepaling
Dit artikel is bedoeld om misbruik van de aanvraagprocedure te voorkomen en om een transparante en eerlijke verdeling van schaarse plekken op de evenementenkalender te waarborgen. Per organisator mag slechts één verzoek per evenementenconcept worden ingediend. Dit geldt wanneer meerdere organisatoren juridisch of feitelijk aan elkaar gelinkt zijn. Zo wordt voorkomen dat eenzelfde of sterk vergelijkbaar concept – met bijvoorbeeld een combinatie van dezelfde doelgroep, (een vergelijkbare artiest-event binnen hetzelfde) muziekgenre, merknaam, thema, uitstraling of presentatie – meerdere aanvragen indient om zo meer kans te maken op een plek op de evenementenkalender. Ook verzoeken voor verschillende concepten op dezelfde locatie voor dezelfde datum kan als misbruik worden aangemerkt als de organisatoren juridisch of feitelijk aan elkaar gelinkt kunnen worden. Concepten waarbij expliciet duidelijk is dat het om verschillende edities gaat die naast elkaar bestaan, zoals een winter- en een zomereditie, zijn wel toegestaan. Misbruik kan ook vastgesteld worden op basis van opgedane ervaringen uit eerdere edities van de evenementenkalender. Bij twijfel over de vraag of er sprake is van vergelijkbare concepten, wordt advies gevraagd aan de adviescommissie.
Wanneer het college oordeelt dat sprake is van dubbele of vergelijkbare verzoeken afkomstig van dezelfde of nauw verbonden partijen, kan het college besluiten één of meer van deze verzoeken niet in behandeling te nemen.
Om deze bepaling uitvoerbaar te maken is in het derde lid verduidelijkt wanneer sprake is van een “nauw verbonden partij”. Daarbij wordt aangesloten bij definities uit het Burgerlijk Wetboek, waaronder dochtermaatschappijen, groepsmaatschappijen, deelnemingen en personenvennootschappen waarin een organisator volledig aansprakelijke vennoot is.
Het uitgangspunt is dat alle aangemelde evenementen die op de evenementenkalender worden geplaatst ook kunnen worden uitgevoerd. Er moet voorkomen worden dat 'geshopt’ wordt tussen geplaatste evenementen. Als blijkt dat een organisator meerdere evenementen op de evenementenkalender heeft gekregen, maar die niet allemaal uitvoert dan is dat een aanwijzing dat er verzoeken zijn ingediend die niet allemaal uitgevoerd konden worden en dat er misbruik is gemaakt van de regeling om de kans op geplaatste verzoeken te vergroten. In zo'n geval kan het college besluiten de organisator en aan hem gelieerde partijen een maximum op te leggen ten aanzien van het aantal verzoeken dat voor een volgende evenementenkalender ingediend mag worden. Dat aantal kan gerelateerd worden aan het aantal evenementen dat wel heeft plaatsgevonden.
Artikel 2.4 Vaststellen schaarste en aanvullen verzoek
Na sluiting van de termijn om verzoeken in te dienen, wordt als eerste beoordeeld of de ontvangen verzoeken ontvankelijk zijn. In dit kader is van belang dat een verzoek binnen de termijn is ontvangen, voldoet aan de vereisten van het locatieprofiel en de regels voor een specifieke locatie vanuit het omgevingsplan en/of het geldende (geluids)beleid van een specifieke plek. Vervolgens wordt bekeken of sprake is van evidente belemmeringen. Het kan zijn dat voor een organisator vanuit handhaving is bepaald dat van een bepaalde organisator het eerstvolgende evenement niet door kan gaan. Als evident is dat een evenement niet door kan gaan, wordt het verzoek afgewezen en krijgt deze ook geen plek op de evenementenkalender. Als laatste wordt gecheckt of een aanvraag compleet is. Indien de aanvraag niet compleet is, wordt conform artikel 4:5 Awb en artikel 2.1, zesde lid van deze nadere regels twee weken gegeven om dit gebrek te herstellen.
Aan de hand van de ontvankelijke aanvragen wordt beoordeeld of sprake is van schaarste binnen een specifieke bezoekerscategorie. Voor evenementen tussen de 1.501 en 3.000 bezoekers wordt de schaarste per categorie en per locatie bepaald. Indien in deze bezoekerscategorie bijvoorbeeld voor de Tuinen van West meer verzoeken zijn gedaan dan dat er plekken zijn, voor Sloterplas nog ruimte over blijkt te zijn en voor het Westerpark alle verzoeken passen, dan is enkel ten aanzien van de Tuinen van West sprake van schaarste. Op de overige locaties worden de evenementen die passen op de concept evenementenkalender geplaatst.
Voor evenementen met 3.001 en meer bezoekers wordt de schaarste stadsbreed beoordeeld. Dit betekent dat voor alle locaties in de stad binnen die bezoekerscategorie sprake is van schaarste, ook als de schaarste zich alleen daadwerkelijk voordoet bij één specifieke locatie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie waarin voor Tuinen van West binnen de bezoekerscategorie van 6.001 tot 10.000 meer verzoeken zijn gedaan dan dat er plekken zijn, terwijl op de Sloterplas in dezelfde bezoekerscategorie nog ruimte over blijkt te zijn en voor het Westerpark alle verzoeken passen.
Aan verzoekers wordt bij het indienen van het verzoek gevraagd of zij ook twee alternatieve locaties willen indienen. Voor het bepalen van de schaarste wordt vastgesteld of er locaties zijn waar de schaarste zich feitelijk niet voordoet, omdat alle verzoeken en alle verzoeken die de locatie als alternatieve locatie hebben opgegeven passen binnen de locatie. Als een locatie geen schaarste kent, ook niet met inachtneming van de opgegeven alternatieve locaties, dan blijft die locatie buiten de verdelingssytematiek en kunnen alle verzoeken op de betreffende locatie geplaatst worden. Dit voorkomt dat een verzoeker onnodig aanvullende plannen hoeft in te dienen als vooraf al kan worden vastgesteld dat de opgegeven locaties geen concurrentie kent.
Voorbeeld: Stel dat er een verzoeker in de categorie 3.001-6.000 een verzoek heeft gedaan voor de locatie Amstelveld. Op het Amstelveld zijn voor dit voorbeeld twee evenementen en twee evenementdagen toegestaan binnen deze categorie. Hoewel er in deze bezoekerscategorie sprake is van schaarste en de aanvragen stadsbreed verdeeld worden, zijn er voor het Amstelveld precies evenveel aanvragen als beschikbare plekken. Slechts één ander verzoek heeft Amstelveld als voorkeurslocatie aangegeven. Geen van de andere verzoeken hebben Amstelveld als voorkeurslocatie benoemd, ook niet als alternatieve voorkeurslocatie. Voor deze locatie bestaat dus geen schaarste. Het verzoek kan daarom direct geplaatst worden en deze twee organisatoren hoeven geen aanvullend plan in te dienen.
Als er in dit voorbeeld een ander verzoek was geweest die het Amstelveld had opgegeven als tweede voorkeurslocatie, waarbij er sprake is van overinschrijving op de eerst voorkeurslocatie, dan hadden alle drie de verzoeken die Amstelveld als voorkeurslocatie of als alternatieve locatie hadden opgegeven aanvullende plannen moeten aandienen. Afhankelijk van de score op basis van de inhoudelijke criteria worden de verzoeken gerangschikt, waarbij de hoogst scorende evenementen op het Amstelveld worden geplaatst.
Voor de evenementen die vallen binnen categorieën waar geen schaarste bestaat, worden alle verzoeken automatisch op de concept evenementenkalender geplaatst, zodat deze voorgelegd kunnen worden aan de veiligheids-, hulp- en vervoersdiensten ter advisering.
Voor de evenementen die vallen binnen categorieën waar wel schaarste voor bestaat en waar daadwerkelijk sprake is van schaarste, wordt verzocht om een aanvulling op het verzoek. Verzoekers krijgen de mogelijkheid om extra informatie aan te leveren ten aanzien van de beoordelingscriteria. Voor de aanvulling gebruikt de organisator een formulier dat de gemeente hiervoor beschikbaar stelt. De adviescommissie kan en mag enkel een beoordeling geven, en daarmee ook alleen punten toebedelen op basis van de beoordelingscriteria zoals omschreven in deze nadere regels. Op het moment dat er geen aanvullende plannen worden ingediend, de aanvullende plannen onvoldoende duidelijk zijn of de adviescommissie de plannen niet kan lezen of interpreteren, wordt op dat onderdeel nul punten toebedeeld. Indien andere evenementen hoger op de ranglijst staan vanwege een hoger puntentotaal en daardoor de voorkeurslocatie vol zit, kan een evenement alsnog kans maken op een plek op de evenementenkalender op een van de alternatieve locaties. Als de voorkeurslocatie en, indien opgegeven, de alternatieve locaties vol zitten met hogergeplaatste evenementen, dan wordt het verzochte evenement niet geplaatst op de evenementenkalender. Het verzochte evenement wordt opgenomen op de reservelijst. Het risico om niet op de evenementenkalender geplaatst te worden vanwege de populariteit van een locatie of vanwege het niet opgeven van alternatieve locaties komt voor rekening van de verzoeker.
Hoofdstuk 3 Systematiek voor verdeling in geval van schaarste
De verzoeken worden gerangschikt op basis van het totaal behaalde aantal punten. Per bezoekerscategorie wordt een ranglijst opgesteld. Voor evenementen in de bezoekerscategorie van 1.501 tot 3.000 bezoekers wordt per locatie een ranglijst opgesteld. Verzoeken met het hoogste aantal punten worden als eerste op de concept evenementenkalender geplaatst.
Omdat alle plekken in beginsel voor drie jaar worden uitgegeven, wordt er bij het verdelen van schaarse plekken geen onderscheid gemaakt tussen driejarige en eenjarige plekken. Een verzoeker kan bij de vooraankondiging aangeven een plek voor één jaar te willen.
Bij schaarste vindt een vergelijkende toets plaats. Dit betekent dat de verzoeken en de aangeleverde plannen worden vergeleken en beoordeeld op basis van de beoordelingscriteria die in artikel 3.4 tot en met 3.6 zijn toegelicht. De adviescommissie beoordeelt de verzoeken en kent per criterium punten toe. Uiteindelijk is de beoordeling op de criteria doorslaggevend voor wie als eerste op de ranglijst komt.
Voorbeeld 3.001 en meer bezoekers:
Er is op locatie X komen twee plekken beschikbaar, op locatie Y komen ook twee plekken beschikbaar, en op locatie Z komt één plek beschikbaar. De rest van de plekken zijn bij een vorige kalender voor drie jaar toegekend aan een verzoek en worden in de volgende jaren gegund aan een eerder geplaatst evenement. Alle plekken worden voor drie jaar uitgegeven, tenzij de organisator bij de aanvraag kiest voor één jaar.
Stap 1: Puntentoekenning op basis van beoordelingscriteria
Organisatoren dienen hun plannen in, geven hun voorkeurslocaties op (in volgorde van voorkeur), en geven aan of zij de plek voor driejaar of voor één jaar willen. Daarna beoordeelt de adviescommissie de plannen en kent per criterium punten toe. Zie hieronder een voorbeeld van de puntentoekenning.
Stap 2: Rangschikking op basis van score
Na de beoordeling worden de verzoeken gerangschikt op basis van het behaalde totaal aantal punten. Evenementen C en F hebben een gelijk aantal punten. Tussen deze evenementen wordt geloot. Evenement C komt als eerste uit de loting. Op basis van dit voorbeeld wordt de volgende ranglijst opgesteld:
Stap 3: Toebedeling van beschikbare plekken en plaatsing op de kalender
De verzoeken worden in volgorde van de ranglijst geplaatst op de beschikbare locaties. Daarbij wordt eerst gekeken naar de eerste voorkeurslocatie van de organisator. Is deze locatie vol, dan wordt gekeken naar de tweede en eventueel derde voorkeurslocatie. In dit voorbeeld krijgt verzoek D, dat het hoogst op de ranglijst staat, zijn voorkeurslocatie X toegewezen. Verzoek E, tweede op de ranglijst, krijgt ook de voorkeurslocatie X, hier is immers nog plaats. De twee beschikbare plekken op deze locatie zijn nu ingevuld. Verzoek C, derde op de ranglijst, had ook locatie X als voorkeursplek, maar omdat deze locatie vol is wordt C geplaatst op de tweede voorkeurslocatie, namelijk Z. Verzoek F, vierde op de ranglijst, heeft als eerste voorkeur eveneens locatie X, maar omdat deze plek vol is en op de tweede voorkeurslocatie Y nog ruimte is, wordt F hier geplaatst. Verzoek A, vijfde op ranglijst, wil locatie X welke al ingevuld is door D en E (1e en 2e op de ranglijst). De tweede voorkeur is locatie Z, die al bezet is door verzoek C (3e op de ranglijst). Verzoek A heeft geen derde voorkeurslocatie opgegeven. De twee locaties waar A wel interesse in had zijn al bezet, daarom wordt verzoek A op de reservelijst geplaatst. Verzoek B, zesde op de ranglijst, heeft locatie Y als eerste voorkeur. Op deze locatie is nog een plekje vrij. Verzoek B wordt dan ook geplaatst op de voorkeurslocatie. Er is geen verschil in toebedeling tussen driejarige- en éénjarige plekken in toebedeling.
Voorbeeld 1.501 tot 3.000 bezoekers
Op locatie M komen drie plekken beschikbaar waar geen nieuwe verzoeken voor zijn binnengekomen. Op locatie N komen twee plekken beschikbaar. Vijf organisatoren hebben een verzoek ingediend voor een evenement op locatie N, waardoor er sprake is van schaarste op deze plek.
Stap 1: Mogelijkheid tot verplaatsing en herschikking
De betrokken organisatoren worden geïnformeerd door de gemeente over de schaarste die hun opgegeven locatie betreft. De gemeente voorziet de organisatoren van een lijst met nog beschikbare locaties en geeft de organisatoren de mogelijkheid om te verplaatsen naar een andere locatie. De overige geïnteresseerden worden niet bij elkaar bekend gemaakt. Tegelijkertijd worden organisatoren geïnformeerd dat de termijn van drie weken voor het indienen van aanvullende plannen voor de beoordelingscriteria begint te lopen. Als een organisator besluit niet te verplaatsen of als de locatie waar het evenement naar wil verplaatsen inmiddels bezet is en er is nog steeds sprake van schaarste op de locatie waar het verzoek voor is ingediend, worden de verzoeken ter beoordeling voorgelegd aan de adviescommissie.
In dit voorbeeld heeft verzoek H besloten dat zij hun evenement vrijwillig verhuizen van locatie M naar locatie N omdat daar nog plek is. De overige organisatoren blijven bij hun oorspronkelijke locatiekeuze.
Stap 2: Puntentoekenning op basis van beoordelingscriteria
Na de kans om te verplaatsen dan is er nog steeds sprake van schaarste. Er is immers plek voor twee evenementen op locatie N en er zijn nog vier verzoeken die hun evenement hier willen organiseren. Organisatoren mogen hun plannen in de drie weken periode aanvullen. De commissie beoordeelt de plannen op basis van de beoordelingscriteria. Op basis van dit voorbeeld worden de volgende punten toegekend:
Stap 3: Rangschikking op basis van score
Na de beoordeling worden de verzoeken gerangschikt op basis van het behaalde totaal aantal punten. Aangezien verzoeker H een alternatieve locatie heeft gevonden, is dit verzoek op de evenementenkalender geplaatst en komt het verzoek niet op de ranglijst te staan. Op basis van dit voorbeeld wordt de volgende ranglijst opgesteld:
Stap 4: Toebedeling van beschikbare plekken en plaatsing op de kalender
De verzoeken worden in volgorde van de ranglijst geplaatst op de beschikbare plekken van locatie N. In de bezoekerscategorieen 1.500-3.000 die per locatie worden verdeeld, geven organisatoren geen tweede of derde voorkeurslocatie op, omdat verdeling locatiespecifiek is. In dit voorbeeld staat verzoek J bovenaan de ranglijst en krijgt als eerste een plek op locatie N toegewezen. Verzoek I staat als tweede op de ranglijst en krijgt de tweede en laatste plek op locatie N. Verzoek G en K staat als derde en vierde op de ranglijst en kunnen niet geplaatst worden en worden daarom op de reservelijst voor deze locatie gezet. Verzoek J, dat op de ranglijst is geplaatst, heeft aangegeven de plek voor één jaar te willen. Dit maakt dat in het volgende jaar deze plek weer opnieuw vrij komt, samen met andere plekken die drie jaar geleden voor drie jaar is uitgegeven. Hierdoor kunnen verzoeken zoals G en K, wanneer zij zich het volgende jaar opnieuw aanmelden voor dezelfde locatie, weer meedingen naar een plek. Indien er in dat jaar meerdere plekken beschikbaar komen, vergroot dit hun kans op toewijzing op deze locatie.
Stap 5: Opnieuw aanbieden beschikbare plekken
Na de beoordeling en plaatsing op de evenementenkalender worden verzoeken op de reservelijsten nogmaals gewezen op de nog beschikbare plekken. Verzoeken met het hoogste aantal punten worden als eerste geplaatst op de beschikbare locatie. Mocht voor het vaststellen van de evenementenkalender onverwachts alsnog een plek vrijvallen op een locatie waar sprake was van schaarste, dan wordt deze plek aangeboden aan het hoogstgeplaatste verzoek op de reservelijst voor die specifieke locatie. In dit voorbeeld zou bij een uitval op locatie N eerst verzoek G in aanmerking komen om aanspraak te maken deze plek op te vullen.
Mocht er een locatiebeheerder zijn voor locatie M, dan zou deze na het doorlopen van de reservelijst een placeholder kunnen aanvragen voor de twee beschikbare plekken op locatie M.
Artikel 3.1 Procedure in geval van schaarste
Indien sprake is van schaarste binnen een bepaalde bezoekerscategorie – bijvoorbeeld wanneer meer verzoeken worden ingediend dan op grond van de locatieprofielen of het vastgestelde (geluids)beleid mogelijk zijn – treedt de verdeelprocedure in werking. Om ervoor te zorgen dat verzoeken op gelijke en inhoudelijke gronden kunnen worden beoordeeld, krijgen verzoekers drie weken de gelegenheid om hun verzoek aan te vullen. Voor het aanvullen wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier. Verzoekers dienen hierbij een inhoudelijke toelichting te geven op hun verzoek in relatie tot de beoordelingscriteria zoals vastgelegd in deze nadere regels
Voor evenementen vanaf 3.001 bezoekers wordt de schaarste stadsbreed verdeeld. Deze evenementen hebben een grotere impact op de leefomgeving, het verkeer en het openbaar vervoer. Ze trekken publiek uit de hele stad en daarbuiten naar de locatie en zijn daardoor vaak minder gebonden aan een specifieke locatie. Door deze evenementen stadsbreed te verdelen, worden de evenementen die het hoogste scoren op de beoordelingscriteria als eerste geplaatst op de evenementenkalender. Op deze manier wordt gestuurd op de beste evenementen in de stad, die het beste aansluiten bij de stad. Dit draagt bij aan een goede balans tussen een bruisende stad enerzijds met leefbare buurten anderzijds.
Na de termijn voor het indienen van aanvullende informatie beoordeelt de adviescommissie de verzoeken aan de hand van de in artikel 3.3 genoemde beoordelingscriteria. Op basis van de scores stelt de commissie een ranglijst op per categorie. Deze ranglijst vormt de basis voor de plaatsing op de concept evenementenkalender.
Het college plaatst de verzoeken per categorie op volgorde van score en – indien van toepassing – op volgorde van de opgegeven voorkeurslocaties op de concept evenementenkalender. Dit gebeurt totdat alle ingediende verzoeken een plek hebben gekregen, dan wel totdat alle locaties waar verzoeken voor zijn ingediend binnen een categorie zijn opgevuld. Indien zowel de eerste, tweede als derde voorkeurslocatie van een organisator vol zijn, wordt een niet-geplaatst verzoek op de reservelijst geplaatst.
Op het moment dat twee of meer evenementen binnen een categorie op een gelijke totaalscore uitkomen, wordt tussen deze evenementen geloot om de volgorde voor plaatsing te bepalen. Aan de hand van de rangorde worden de verzoeken op de concept evenementenkalender geplaatst.
Wanneer een verzoek gebruik wil maken van een geluidsdag, kan dit alleen op de concept kalender worden geplaatst als op de gewenste locatie(s) nog een geluidsdag beschikbaar is. Is dit niet het geval dan kan het verzoek – ondanks een mogelijk hoge positie op de ranglijst – niet geplaatst worden. Ook in het geval van meerdaagse evenementen wordt gekeken of het locatieprofiel daar ruimte toe biedt, al dan niet na plaatsing van hogergeplaatste evenementen.
Verzoeken die op basis van hun positie op de ranglijst niet direct op de concept kalender geplaatst kunnen worden, worden op een reservelijst geplaatst. Per bezoekerscategorie is er een reservelijst.
Artikel 3.2 Schaarste categorie 1.501-3.000 bezoekers
In geval van schaarste bij evenementen in de categorie 1.501 – 3.000 wordt de schaarste, in tegenstelling tot de standaardprocedure uit artikel 3.1 waarbij verzoeken voor evenementen stadsbreed worden verdeeld, per locatie verdeeld. Evenementen in deze bezoekerscategorie trekken vaak bezoekers uit omliggende buurten en zijn daardoor vaak verbonden aan een specifieke locatie of stadsdeel. Hierdoor ligt het voor de hand om de schaarste voor evenementen uit deze categorie per locatie te verdelen in plaats van stadsbreed. Om deze reden wordt er bij deze categorie bij het indienen van een verzoek geen tweede of derde voorkeuslocatie opgegeven.
Als in de categorie 1.501 – 3.000 sprake is van schaarste, worden de betrokken verzoekers hierover geïnformeerd. Vanaf dit moment start een termijn van drie weken waarbij verzoekers gelegenheid krijgen om hun verzoek aan te vullen. In de eerste week van deze periode krijgen verzoekers op wie de schaarste van toepassing is de gelegenheid om hun verzoeken vrijwillig naar een andere beschikbare locatie binnen de bezoekerscategorie te verplaatsen. Het college stelt daarvoor een lijst beschikbaar van overige nog beschikbare locaties in de categorie waar na de eerste plaatsingsronde (zoals bedoeld in artikel 2.4 tweede lid) nog ruimte is. De keuze om het verzoek te plaatsen op een andere nog beschikbare ruimte wordt individueel gemaakt. Verzoekers weten daarbij niet wie de andere betrokken verzoekers zijn, zodat beïnvloeding wordt voorkomen. Bij de herschikking geldt dat verzoeken inhoudelijk niet mogen worden aangepast, met uitzondering van noodzakelijke aanpassingen die zijn gesteld in het locatieprofiel van de alternatieve locatie, geluidsbeleid en/of omgevingsplan.
Gelijktijdig met de start van de termijn van één week waarin verzoekers de locatie van het evenement kunnen wijzigen, start een periode van drie weken waarin verzoekers hun verzoek kunnen aanvullen met een toelichting in relatie tot de beoordelingscriteria. De adviescommissie beoordeelt vervolgens de aangevulde verzoeken aan de hand van de beoordelingscriteria en stelt per locatie een ranglijst op. Deze verzoeken worden op volgorde van hoogste naar laagste score op de gewenste locatie geplaatst, totdat alle plekken vergeven zijn.
Voor verzoeken die niet kunnen worden geplaatst, stelt het college per locatie een reservelijst vast, op basis van de ranglijst van de adviescommissie. Indien na het de plaatsing van de evenementen nog plekken op andere locaties in de categorie beschikbaar blijken te zijn worden deze plekken aangeboden aan de verzoeken op de reservelijst. Hierbij wordt gekeken naar het totaal aantal behaalde punten van de evenementen op de verschillende ranglijsten, waarbij het hoogst scorende verzoek als eerste wordt benaderd.
Artikel 3.3 Beoordelingscriteria
Om bij schaarste tot een goede, eerlijke en transparante verdeling van de beschikbare plekken voor evenementen te komen, wordt aan organisatoren gevraagd om extra informatie aan te leveren over het voorgenomen evenement. De extra informatie ziet specifiek op de beoordelingscriteria. Aan de hand van de aangeleverde informatie zal de adviescommissie punten toebedelen aan de ingediende verzoeken.
De beoordelingscriteria zijn gebaseerd op de pijlers uit de visie “Amsterdam Bruisende Stad”. De pijlers zijn vertaald in drie beoordelingscriteria: (1) publieksbereik en toegankelijkheid, (2) kwaliteit van het plan en (3) binding met de buurt of stad. Ieder criterium is verder onderverdeeld in nadere onderdelen. Per onderdeel is een maximumaantal punten te behalen. Alle onderdelen samen bepalen het aantal punten per beoordelingscriterium. De beoordelingscriteria zijn verder uitgewerkt in de artikelen 3.4 tot en met 3.6 van deze nadere regels.
Artikel 3.4 Publieksbereik en toegankelijkheid
In het kader van publieksbereik en toegankelijkheid wordt gekeken naar de concepten waarmee het Amsterdamse evenementenaanbod kan worden verrijkt. Het doel is om een aanbod aan evenementen te hebben in de stad die alle Amsterdammers bedient. Hierbij wordt in het bijzonder ingezet om bezoekers voor evenementen te bereiken die niet of weinig worden bediend met het huidige aanbod. Hierbij is ook aandacht voor het vergroten van de toegankelijkheid van evenementen.
In totaal kunnen 62 punten behaald worden voor dit criterium.
Voor de beoordeling van de doelgroep wordt gebruik gemaakt van het culturele doelgroepenmodel Amsterdam. Het culturele doelgroepenmodel is een segmentatiemodel dat het publiek opdeelt in groepen op basis van culturele voorkeuren en gedrag. Aan de hand van postcodegegevens maakt het model de frequentie en het gebruik van het kunst- en cultuuraanbod inzichtelijk. Met het model kan de aanwezigheid van de doelgroepen bij specifieke evenementen in de stad in kaart worden gebracht. De focus ligt op het bereiken van de verschillende doelgroepen, niet op de inhoud of genre van het evenement. Daarnaast kunnen organisatoren met gebruik van het culturele doelgroepenmodel ook zelf meer inzicht krijgen in hun huidige bereik en een gerichtere aanpak ontwikkelen voor het aantrekken van nieuwe doelgroepen. Voor meer informatie over het culturele doelgroepenmodel en de mogelijkheden om gebruik te maken van het publiekonderzoek kunt u terecht bij (de webpagina van) Amsterdam & Partners.
Doel van het evenementenbeleid is om het evenementenaanbod aantrekkelijk te maken voor een zo breed mogelijk publiek. De punten worden toegekend op basis van het publieksonderzoek. Het jaarlijks uitvoeren van een publieksonderzoek is verplicht voor alle evenementen vanaf 6.001 bezoekers. Als evenementen onder de 6.001 bezoekers geen publieksonderzoek hebben gedaan, dan kan de bereikte doelgroep onderbouwd worden op basis van informatie waaruit blijkt op welke doelgroep(en) een evenement zich richt, onder andere de programmering en line-up van het evenement, profilering, marketing- en distributiekanalen en (waar beschikbaar) eigen vergaarde ticketinformatie.
Bij de beoordeling scoren evenementen die zich richten op het bereiken en bedienen van onderbediende doelgroepen het hoogst, evenementen die meerdere doelgroepen aanspreken en daarmee een breed publiek kennen scoren ook hoog en evenementen die bestaande doelgroepen bedienen die al veel naar evenementen gaan maar die ook een groot deel van de vraag vertegenwoordigen scoren gemiddeld. Evenementen die zich niet inzetten om het aanbod te verbreden en evenementen die in zijn geheel niet aansluiten op Amsterdamse doelgroepen scoren het laagst. Een evenement is weinig gericht op een Amsterdamse doelgroep als minder dan 50% van de tickets wordt verkocht aan Amsterdammers. Een evenement is onaantrekkelijk voor een Amsterdamse doelgroep als minder dan 25% van de tickets wordt verkocht aan Amsterdammers.
Bij de puntentelling wordt uitgegaan van het huidige aanbod en wat daarin nog ontbreekt. Het ‘huidige aanbod’ wordt jaarlijks bepaald aan de hand van een analyse op (1) de bereikte doelgroepen op basis van de evaluatie van het laatst afgeronde evenementenjaar en (2) de evenementenkalender voor het voorlopende evenementenjaar. Op basis van de analyse kan een goede inschatting gemaakt worden van de doelgroepen die voor het komende evenementenjaar over- of juist ondervertegenwoordigd zijn. Voorafgaand aan het openstellen van de evenementenkalender wordt gecommuniceerd voor welke doelgroepen meer punten behaald kunnen worden.
30 punten: Als een evenement hoofdzakelijk gericht is op een Amsterdamse doelgroep die niet of nauwelijks wordt bereikt met het bestaande Amsterdamse aanbod.
25 punten: Als een evenement is gericht op een breed Amsterdams publiek, met bezoekers uit meerdere hoofdgroepen.
20 punten: Als een evenement hoofdzakelijk is gericht op een Amsterdamse doelgroep die (al) veel wordt bereikt en een groot deel van de vraag vertegenwoordigt, en daarnaast in mindere mate aantrekkelijk is voor een onderbediende Amsterdamse doelgroep.
15 punten: Als een evenement is gericht op een Amsterdamse doelgroep die (al) veel wordt bereikt en een groot deel van de vraag vertegenwoordigt.
5 punten: Als een evenement weinig is gericht op een Amsterdamse doelgroep
0 punten: Als een evenement onaantrekkelijk is voor een Amsterdamse doelgroep.
Niet iedereen heeft de (financiële) middelen om naar een evenement te kunnen in Amsterdam. De kosten voor het organiseren van een evenement zijn fors en het is daarom niet gek dat organisatoren keuzes maken om hun evenement financieel haalbaar te houden om een kwalitatief sterk evenement te kunnen neerzetten. Het is begrijpelijk dat evenementen tickets verkopen voor de toegang. Toch wil het college organisatoren stimuleren om de evenementen ook financieel toegankelijk te houden zonder daarbij een prijsregulerende rol in te nemen. Bij dit criterium wordt daarom sec gekeken of het evenement gratis toegankelijk is of voorziet in laagdrempelige ticketprijzen tot en met €20,- per dag. Het gaat om een gemiddelde ticketprijs per dag.
Er kunnen twee punten behaald worden als een verzoek voorziet in een regeling voor Amsterdammers met een stadspas of bezoekers buiten Amsterdam met een kleine portemonnee. De stadspasregeling hoeft niet uitsluitend te zien op een lagere ticketprijs, maar kan bij gratis toegankelijke evenementen ook gaan over kortingen op bijvoorbeeld munten, horeca of merchandise.
10 punten: Het evenement is gratis toegankelijk voor iedereen.
5 punten: De gemiddelde ticketprijs per dag ligt tussen €0,- en €20,-.
0 punten: De gemiddelde ticketprijs per dag is meer dan €20,-.
2 bonuspunten: Het evenement heeft een speciale regeling voor Amsterdammers met een stadspas of bezoekers van buiten Amsterdam met een kleine portemonnee.
Sociale, fysieke en digitale toegankelijkheid van evenementen:
Evenementen in Amsterdam moeten voor álle Amsterdammers toegankelijk zijn, ongeacht leeftijd, achtergrond of beperking. Toegankelijkheid gaat verder dan alleen fysieke voorzieningen: het betekent ook dat iedereen zich welkom, veilig en gelijkwaardig moet kunnen voelen op een evenement. De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat bezoekers met een beperking zelfstandig een evenement kunnen bezoeken en dat zij een gelijkwaardige ervaring hebben. Vanuit het VN-verdrag Handicap is er bovendien een wettelijke verplichting om actief te werken aan inclusie. De toegankelijkheid van evenementen speelt daarom ook een rol bij de verdeling van schaarse plekken. Bij toegankelijkheid gaat het niet alleen om brede paden, aangepaste toiletten of rolstoelplatforms, maar ook om begrijpelijke informatie, gastvrijheid en bijvoorbeeld rustruimtes of prikkelarme zones. Amsterdam gebruikt hiervoor het 7B-model (bereikbaar, betreedbaar, bruikbaar, begrijpelijk, beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar) als basis.
De checklist toegankelijkheid wordt gebruikt bij de beoordeling van evenementen op toegankelijkheid. Per onderdeel van de checklist kunnen één of twee punten worden toegekend. Bepaalde onderdelen (aangegeven met een X) zijn verplicht en leveren geen extra punten op.
Artikel 3.5 Kwaliteit van het plan
Met het criterium kwaliteit van het plan draait het om de artistieke en inhoudelijke meerwaarde van het evenement voor de stad. Evenementen worden beoordeeld op hun onderscheidend vermogen, kwaliteit van de programmering en hun bijdrage aan culturele diversiteit en inclusiviteit. Ook worden de mate van innovatie, originaliteit, duurzaamheid en verrassende elementen meegewogen. Daarnaast wordt de verbondenheid van het evenement met Amsterdam beoordeeld. Met deze wegingen stuurt de gemeente op een aantrekkelijk, onderscheidend en gevarieerd aanbod dat past bij een stad als Amsterdam.
In het kader van kwaliteit van het plan worden evenementen op de volgende onderdelen gescoord:
In totaal kunnen 6o punten worden behaald voor dit criterium. Op het onderdeel onderscheidend vermogen van de programmering en het concept kunnen 40 punten worden behaald en op het onderdeel verbondenheid met Amsterdam 20 punten. Per onderdeel wordt beoordeeld of het verzoek onvoldoende, matig, voldoende, goed of uitstekend inspeelt op de beoogde doelen. De beoordeling is een geleidende schaal, waarbij de Stedelijke adviescommissie evenementen per onderdeel motiveert welke score wordt gegeven.
Onderscheidend vermogen van de programmering en het concept
Amsterdamse festivals en evenementen zijn trendsettend, innovatief en verrassend. Veel evenementen zijn ontstaan uit de passie van creatieve ondernemers die iets willen creëren en mensen samen willen brengen. Deze creativiteit en innovatie vanuit de sector wordt gestimuleerd met dit onderdeel. Dit kan worden bereikt door te kijken naar het onderscheidend vermogen van de programmering en het concept van een evenement. Durft een organisator buiten de bekende paden te lopen en iets neer te zetten dat zich onderscheid van het bestaande aanbod en iets de stad nog niet kent? Bij dit onderdeel wordt gekeken naar het gehele aanbod in voorgaande jaren. Daarbij is er ruimte voor evenementen die onderscheidend zijn ten opzichte van het bestaande aanbod. Hiervoor is het niet noodzakelijk dat een evenement nieuw is, ook bestaande evenementen kunnen van zichzelf al onderscheidend zijn binnen het bestaande aanbod. Het gaat hierbij om onderscheidende ideeën of formats, maar ook om culturele of maatschappelijke evenementen die al langere tijd een eigen bijdrage leveren. De mogelijkheden zijn breed en onuitputtelijk.
Ook de samenstelling en inhoud van de programmering wordt meegewogen. Evenementen die zich onderscheiden door verschillende muzieksoorten of kunstvormen te combineren, of waarin traditie en vooruitstrevendheid naast elkaar staan verdienen punten. Voorbeelden zijn festivals waar gevestigde en opkomende artiesten samenwerken, waar muziek, theater en beeldende kunst elkaar versterken, of waar cross-overs worden gemaakt tussen bijvoorbeeld klassieke muziek en hiphop. Ook de bijdrage aan culturele diversiteit en inclusiviteit is belangrijk. Evenementen kunnen verbindingen creëren door artiesten uit verschillende continenten te boeken, of bijvoorbeeld door makers een podium te bieden die aandacht vragen voor actuele thema’s. Daarnaast kan een verzoek zich onderscheiden door lokaal talent – performers, kunstenaars, maar ook technici en ander personeel – actief te betrekken, stages aan te bieden of jongeren een rol te geven. Dit draagt niet alleen bij aan de ontwikkeling van jong talent, maar zet Amsterdam ook op de kaart als bruisende en inclusieve cultuurstad.
Vernieuwing en experiment zijn een belangrijk onderdeel van de festival- en evenementensector, maar worden in dit criterium beschouwd als één van de mogelijke manieren waarop een evenement zich kan onderscheiden. Het is geen voorwaarde op zichzelf. Evenementen kunnen punten behalen door bijvoorbeeld voorop te lopen op gebied van technologische ontwikkeling of techniek. Ook innovatie op gebied van duurzaamheid zoals de verduurzaming in opzet, productie en marketing, is voor Amsterdam een belangrijk uitgangspunt en wordt expliciet meegewogen in dit onderdeel. Voorstellen van organisatoren die hun evenement aantoonbaar duurzamer maken, bijvoorbeeld via emissiereductie (energie en logistiek) of circulaire materialen, afval- en hergebruikstrategieën,wegen mee in de beoordeling van de kwaliteit van het plan.
Uitmuntend: Het evenement is voorbeeldstellend en origineel en heeft een uitgesproken artistieke en/of maatschappelijke signatuur.
Goed: Het evenement is duidelijk onderscheidend en heeft een herkenbare artistieke en/of maatschappelijke meerwaarde;
Voldoende: Het evenement is merkbaar onderscheidend;
Matig: Het evenement is licht onderscheidend;
Onvoldoende: Het evenement is niet onderscheidend;
Amsterdam staat (internationaal) bekend als een toonaangevende evenementenstad. Amsterdam wil ruimte bieden aan evenementen die met hun programma, concept of boodschap iets losmaken in de maatschappij. Of dat nu op wijkniveau gebeurt of ver daarbuiten: evenementen die zichtbaar zijn en iets betekenen dragen bij aan het culturele profiel van Amsterdam als stad van ontmoeting, creativiteit, vrijheid en traditie. Evenementen die bijdragen aan saamhorigheid, bijvoorbeeld als een evenement aansluit op een nationale feestdag zoals Koningsdag, Pride, Bevrijdingsdag, kunnen hier ook punten voor verdienen.
Uitstekend: Het evenement draagt nadrukkelijk bij aan het culturele profiel van de stad Amsterdam als stad van ontmoeting, creativiteit, vrijheid en traditie en verbindt verschillende groepen met elkaar.
Goed: Het evenement versterkt de saamhorigheid of verbondenheid met Amsterdam, bijvoorbeeld door aansluiting bij een feestdag, traditie of maatschappelijk thema.
Voldoende: Het evenement sluit aan bij Amsterdam en draagt bij aan ontmoetingen tussen mensen uit de stad.
Matig: Het evenement heeft enige vverbinding met Amsterdam of een buurt.
Onvoldoende: Het evenement heeft geen duidelijke relatie met Amsterdam en draagt niet bij aan het imago van de stad of buurt.
Artikel 3.6 Binding met de buurt
Binding met de buurt wordt breed geïnterpreteerd en beloond. Het doel is het verminderen van de overlast en het laten aansluiten van een evenement op de behoeftes van de omwonenden en de buurt.
Evenementen kunnen punten scoren op de volgende onderdelen:
Samenwerking met lokale ondernemers, culturele instellingen en Amsterdamse opleidingen;
Proactieve communicatie en gesprek met bewoners over het evenement;
Contact met lokale buurtverenigingen en/of bewonersorganisaties;
De organisator zorgt op een andere manier voor binding met de buurt en de stad of draagvlak voor het evenement dan hierboven.
In totaal kunnen 60 punten worden behaald op dit criterium. Voor de onderdelen samenwerking met lokale ondernemer en (culturele) instellingen, communicatie en gesprek met bewoners over het evenement en contact met lokale buurtverenigingen en/of bewonersorganisaties zijn maximaal 30 punten te behalen. Voor het laatste onderdeel – waarin de organisator op een eigen manier bijdraagt aan de binding met de buurt of het draagvlak voor het evenement – zijn maximaal 30 punten te behalen.
Het is aan de verzoeker om duidelijk te omschrijven op welke wijze voldaan wordt aan een van de onderdelen. In algemene zin geldt dat een intensievere invulling van de bijdrage leidt tot een hoger aantal punten. De commissie onderbouwt per onderdeel het behaalde aantal punten. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de mate waarin samenwerking, communicatie en betrokkenheid structureel, duurzaam en wederkerig zijn vormgegeven.
In de plannen voor binding met de buurt wordt door een organisator specifiek omschreven wat de organisatie doet aan binding met de buurt op zijn/haar voorkeurslocatie. Het uitgangspunt is dat organisatoren die op hun eerste voorkeurslocatie veel tijd en energie steken in de binding met de buurt, dit ook zullen doen op hun tweede of derde voorkeurslocatie. Indien de voorkeurslocatie vol zit dan zal de puntentelling niet veranderen, ook al zijn de plannen toegeschreven op de eerste voorkeurslocatie. Bij de evaluatie wordt wel extra getoetst of de plannen voor binding met de buurt door een organisator zijn uitgevoerd conform of op een vergelijkbare wijze met de ingediende aanvraag, ook wanneer de plannen zijn toegeschreven op een andere locatie.
Samenwerking met lokale ondernemers, culturele instellingen en opleidingen uit Amsterdam
Evenementen die samenwerken met lokale ondernemers, culturele instellingen en opleidingsinstellingen en omwonenden versterken de lokale economie en de binding met de buurt. Organisatoren die bijvoorbeeld lokale kunstenaars, ondernemers of horecagelegenheden betrekken, bevorderen de circulatie van middelen binnen de buurt en vergroten het culturele aanbod. Hetzelfde geldt voor samenwerkingen met Amsterdamse opleidingen, waarbij studenten of stagiairs kansen krijgen om ervaring op te doen. Daarnaast kunnen organisatoren bewoners actief betrekken bij het evenementen, door hen bijvoorbeeld te vragen om te helpen bij de op- en afbouw, als (bar)personeel of als vrijwilliger tijdens de uitvoering. Ook initiatieven als een buurtmaaltijd, rondleidingen over het terrein of een kortingsregeling voor omwonenden dragen bij aan de sociale cohesie met de buurt en verbondenheid met omwonenden.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de mate waarin deze samenwerkingen structureel, gelijkwaardig en duurzaam zijn vormgegeven. Organisatoren die dit kunnen onderbouwen met concrete partnerschappen of afspraken met Amsterdamse instellingen en lokale partijen, scoren hoger op dit onderdeel.
Proactieve communicatie en gesprek met bewoners over het evenement
Een proactieve benadering in communicatie met bewoners is belangrijk om een goede relatie met de buurt op te bouwen. Organisatoren die vooraf, tijdens en na het evenement in gesprek gaan met buurtbewoners scoren punten op dit onderdeel. Ook door buurtbewoners actief te informeren over de werkzaamheden rondom bijvoorbeeld op- en afbouw, mobiliteit, geluidsproductie, etc. kunnen punten worden verdiend. Dit kan bijvoorbeeld via buurtbijeenkomsten of bewonersbrieven. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de gradatie van communicatie: van informeren tot het actief betrekken van bewoners bij de voorbereiding en uitvoering van het evenement. Hoe intensiever het contact, des te meer punten er op dit onderdeel te behalen zijn.
Contact met lokale buurtverenigingen en/of bewonersorganisaties
Het is belangrijk om in gesprek te blijven met buurtverenigingen of bewonersorganisaties om goed af te stemmen wat er speelt in de buurt. Buurt- of bewonersverenigingen kennen de plek goed en weten waar rekening mee te houden, zowel over het gebruik van het terrein zelf als de omgeving. Organisatoren kunnen punten verdienen door contact op te nemen met deze groepen, hen te betrekken bij het evenement of hen op de hoogte te houden van belangrijke informatie. Bij dit onderdeel wordt gekeken naar de intensiteit en duurzaamheid van de samenwerking met bestaande buurtstructuren, gericht op wederkerigheid en draagvlak. Hoe intensiever, duurzamer en beter afgestemd op de behoefte van de buurt het contact is, des te meer punten op dit onderdeel te behalen zijn.
De organisator zorgt op een andere manier voor binding met de buurt of draagvlak voor het evenement
Dit onderdeel geeft de organisator ruimte om zelf met ideeën te komen de relatie met de buurt te versterken. De bovenstaande suggesties laten al zien hoe de buurt betrokken kan worden bij het evenement of hoe overlast beperkt kan blijven. Toch weten organisatoren vaak zelf het beste wat werkt om de relatie met omwonenden en binding met de buurt te bereiken.
Bij innovatieve of aanvullende vormen van binding wordt rekening gehouden met andere aantoonbare manieren waarop het evenement bijdraagt aan buurtbinding, zoals vrijwilligersbetrokkenheid, educatieve projecten, nalatenschap of het versterken van sociale cohesie. Hoe concreter en beter onderbouwd, hoe hoger de score. Op dit onderdeel kunnen maximaal 30 punten worden verdiend.
Artikel 3.7 Meerdere verzoeken op dezelfde datum
Het kan voorkomen dat twee of meer verzoeken op dezelfde datum en locatie op de concept evenementenkalender worden geplaatst. In dit geval ontstaat alsnog schaarste op datum. Dit artikel regelt hoe in deze gevallen met deze schaarste wordt omgegaan. Als er schaarste ontstaat met een verzoek dat in een eerder jaar op de kalender is geplaatst voor meerdere achtereenvolgende jaren, dan heeft het verzoek dat al op de kalender is geplaatst voorrang boven het evenement dat zich nieuw aanmeldt voor de evenementenkalender. Als schaarste ontstaat op datum bij twee verzoeken die voor het eerst op de kalender worden geplaatst, krijgt het verzoek dat het hoogste op de ranglijst staat voorrang op de gewenste datum. Als beide verzoeken dezelfde score hebben, wordt aangesloten bij de uitkomst van de eerder verrichte loting. Indien concurrerende verzoeken niet beoordeeld zijn, omdat bijvoorbeeld geen schaarste bestaat op de locatie, maar beide verzoeken wel geplaatst willen worden op dezelfde datum, wordt geloot. Het andere verzoek krijgt maximaal één week de gelegenheid om het evenement naar een nog beschikbare datum verplaatsen en behoudt de plek op de kalender, maar niet op de oorspronkelijk aangegeven datum.
Als twee of meer verzoeken uit verschillende categorieën met elkaar concurreren en geen overeenstemming bereiken over alternatieve datum, is het niet mogelijk om op basis van score aan te wijzen wie voorrang heeft. In dit geval vindt de verdeling plaats op basis van aantal bezoekers, van groot naar klein.
De verzoeken die plaats moeten maken kunnen verplaatsen naar een nog beschikbare datum.
Hoofdstuk 4 Reservelijst en wijzigingen evenementenkalender
Artikel 4.1 Open plek vóór vaststelling van de evenementenkalender
Na het plaatsen van de verzoeken op de concept evenementenkalender en voor vaststelling van de evenementenkalender kunnen er nog plekken op de kalender beschikbaar zijn. Dat kunnen niet-ingevulde plekken zijn of plekken die vrijkomen doordat een verzoeker zijn verzoek intrekt. De open plekken worden aangeboden aan verzoeken op de reservelijst. Verzoekers die interesse hebben in een van de open plekken mogen hun verzoek alleen aanpassen om te voldoen aan de eisen van het locatieprofiel, het geldende (geluids)beleid of het omgevingsplan. Het concept van het evenement, de categorie, het geluidsniveau en het aantal evenementdagen mogen niet worden gewijzigd, omdat dit de inhoud van het evenement zou veranderen die bepalend is geweest voor de beoordeling en daarmee de plek op de ranglijst.
De plek wordt aangeboden aan het hoogst geplaatste verzoek op de reservelijst. De verzoeker dient binnen één week aan te geven of er interesse is en het concept kan worden aangepast om te voldoen aan de alternatieve locatie. Als het verzoek op deze manier op de concept evenementenkalender wordt geplaatst, wordt het verzoek van de reservelijst gehaald.
Voor het vaststellen van de kalender maar na het aanbieden van open plekken op de concept-evenementenkalender aan verzoeken op de reservelijst, kunnen locatiebeheerders een verzoek indienen voor nog beschikbare plekken op de locatie die zij in beheer hebben voor een placeholder. Een placeholder is een gereserveerde plek op de kalender voor een evenement waarvan de inhoud op het moment van de aanvraag nog niet vaststaat.
Het doel van de placeholder is om ruimte op de kalender te reserveren voor relevante evenementen met een laag risicoprofiel (A, A+ en B) en meer dan 1.500 bezoekers, waarvoor bij het aanmelden van de kalender nog geen concreet plan bestaat of nog geen initiatief is aangemeld. De gereserveerde placeholder wordt opgenomen in de concept-evenementenkalender die aan de driehoek wordt voorgelegd en kan later worden ingevuld met een passend evenement. De daadwerkelijke invulling van een placeholder vindt plaats via het reguliere vergunningsproces.
Een placeholder kan alleen worden aangevraagd door locatiebeheerders op de door hun beheerde locatie en voor evenementen vanaf 1.501 tot 6.000 bezoekers met een risicoprofiel van A, A+ of B. Deze risicoprofielen zullen een minimale inzet vragen van de veiligheidsdiensten. Evenementen met risicoprofiel B+ of hoger komen niet in aanmerking. Het verzoek van de locatiebeheerder moet minimaal het verwachte bezoekersaantal, het aantal dagen, een of meer mogelijke data en de locatie bevatten. Individuele organisatoren kunnen geen placeholder aanvragen, dit is enkel voorbehouden aan locatiebeheerders. Via het reguliere vergunningstraject worden de plannen getoetst, alsook het risicoprofiel. De placeholder kan een plek op de evenementenkalender krijgen voor één jaar. Zij kunnen geen aanspraak maken op een driejarige plek.
Artikel 4.2 Open plek categorie 1.501 – 3.000 bezoekers vóór vaststelling van de evenementenkalender
Voor de categorie 1.501-3.000 bezoekers geldt een andere procedure, omdat voor deze categorie de schaarste niet stadsbreed maar per locatie wordt verdeeld. Dat betekent dat per locatie een reservelijst is samengesteld. Wanneer na plaatsing van de verzoeken op de concept evenementenkalender nog plekken niet zijn ingevuld, worden de verzoekers op de reservelijsten op volgorde van de behaalde score benaderd. Zij kunnen binnen één week aangeven of zij interesse hebben in die plek. Als een verzoeker belangstelling heeft in een niet-ingevulde plek, mag het verzoek alleen worden aangepast om te voldoen aan de locatiespecifieke voorwaarden. Aanpassingen die de inhoud van het oorspronkelijke verzoek veranderen – zoals aanpassingen aan het concept, de categorie, het geluidsniveau of het aantal evenementdagen – zijn niet toegestaan, , omdat dit de inhoud van het evenement zou veranderen die bepalend is geweest voor de beoordeling en daarmee de plek op de ranglijst. Als het verzoek op deze manier op de concept evenementenkalender wordt geplaatst, wordt het verzoek van de reservelijst gehaald.
Als voor het vaststellen van de kalender de voorkeursplek vrijkomt doordat een hoger scorend evenement het verzoek intrekt, wordt het verzoek dat aanvankelijk die plek als voorkeurslocatie had opgegeven en nog geen alternatieve locatie heeft benaderd. De verzoeker kan binnen de gestelde termijn van één week aangegeven interesse te hebben. In dit geval wordt het geplaatste verzoek verwijderd van de reservelijst.
Ook in de categorie 1.501 - 3.000 bezoekers kan een locatiebeheerder een verzoek doen om een placeholder als bedoeld in artikel 4.1. De toelichting op de placeholder, zoals vermeld in de toelichting bij artikel 4.1, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.3 Vaststellen evenementenkalender en vervallen verzoeken
De concept evenementenkalender wordt voorgelegd aan de betrokken veiligheidspartners zoals hulpdiensten en gemeentelijke afdelingen met een rol in de openbare orde, veiligheid en mobiliteit. Deze partijen geven vanuit hun expertise advies over de uitvoerbaarheid van de kalender. Als zij knelpunten zien in de capaciteit van de diensten of in de verkeersdoorstroom kunnen de ketenpartners hier negatief op adviseren. Dit betekent niet dat de plek op de kalender wegvalt, maar het kan een reden zijn in het vergunningverleningstraject om geen vergunning te verlenen. Als er negatief wordt geadviseerd ten aanzien van een evenement, dan wordt de mogelijkheid geboden om het evenement te verplaatsen naar een nog beschikbare datum op de betreffende locatie. Eventuele aanpassingen worden overgenomen op de conceptkalender.
Het college stelt de evenementenkalender vast. Na vaststelling van de evenementenkalender kunnen plekken beschikbaar komen, bijvoorbeeld als een verzoeker besluit het evenement toch niet door te laten gaat. De verzoeker is verplicht om dit onverwijld te melden bij het college door het verzoek formeel in te trekken. In het geval van een meerjarige plek, vervallen naast de editie in het eerstvolgende kalenderjaar ook de toekomstig geplaatste edities in opvolgende jaren.
Met de invoering van driejarige plekken is het van belang dat wordt nagegaan of evenementen die zijn beoordeeld wegens schaarste daadwerkelijk worden uitgevoerd conform de plannen op basis waarvan de schaarse plek is toegekend. Evaluatie voorkomt misbruik, waarbij verzoekers mooiere plannen indienen dan dat zij waar kunnen of willen maken, om zo meer punten te verdienen en hoger op de ranglijst te eindigen. Soms kan een verschil in plaatsing slechts één of een paar punten schelen. Om de verdeling eerlijk te houden, is het van belang dat verzoekers de plannen ook uitvoeren zoals ze zijn ingediend. Als er geen schaarste is geweest, zijn alle verzoeken in beginsel geplaatst op de kalender en zijn er geen aanvullende plannen ingediend. Hiermee kan er ook geen evaluatie plaatsvinden.
De evaluatie sluit aan bij de drie beoordelingscriteria die bij schaarste zijn gehanteerd, namelijk publieksbereik en toegankelijkheid, kwaliteit van het plan en binding met de buurt. Organisatoren leveren hiervoor na afloop van het evenement informatie aan, waaronder publieksgegevens, ticketprijzen, programmering en het onderzoek met het culturele doelgroepenmodel (verplicht bij ≥ 6.001 bezoekers en door de gemeente gesubsidieerde evenementen, anders optioneel). Ook op het evenement zelf, of bij de schouw kunnen gegevens worden verzameld, bijvoorbeeld over de toegankelijkheid van het evenement. Informatie uit de evaluatie van het evenement wordt gebruikt voor onder andere inzicht in de verkoopcijfers en ticketprijzen. De gemeente voert daarnaast steekproefsgewijs controles uit op evenementen. Voor grote evenementen wordt aanvullend onafhankelijk onderzoek onder omwonenden gedaan.
De uitkomst van de evaluatie kan gevolgen hebben voor de meerjarige plek. Het college kan, afhankelijk van de mate van afwijking, besluiten een waarschuwing te geven, extra controle in te bouwen, of de meerjarige plek in te trekken. De evaluaties van eerdere edities van verzoeken worden met de adviescommissie gedeeld. De commissie kan de evaluaties gebruiken om te beoordelen of de ingediende plannen reëel en realiseerbaar zijn.
Ook op het evenement zelf, of bij de schouw kunnen gegevens worden verzameld, bijvoorbeeld over de toegankelijkheid van het evenement.
Artikel 4.5 Wijzigingsbevoegdheid college
Er kunnen zich situaties voordoen waarin het college moet besluiten verzoeken van de kalender te verwijderen. Dit gebeurt alleen bij zwaarwegende redenen. Wanneer een evenement door omstandigheden niet veilig of verantwoord kan plaatsvinden onder de op de kalender geplaatste voorwaarden kan het college een verzoek van de evenementenkalender verwijderen of wijzigen. Gedacht kan worden aan acute problemen die de inzet van nood- en hulpdiensten beïnvloeden of grote risico’s voor de volksgezondheid. Ook wanneer grote onvoorziene problemen ontstaan op de openbare weg waardoor het veilig vervoer van mensen niet mogelijk is, of als een evenement organisatorisch niet haalbaar blijkt te zijn kan een verzoek van de kalender worden verwijderd. Tevens kunnen er gevolgen worden verbonden als het evenement ernstig afwijkt van de plannen op basis waarvan de verzoeker een plek toegewezen heeft gekregen.
In uitzonderlijke gevallen is het college bevoegd om wijzigingen op de kalender aan te brengen. Hierbij kan gedacht worden aan een verlaging of verhoging van de bezoekersaantallen vanwege de openbare orde en veiligheid.
Met deze nadere regels wordt beoogd om te voorzien in een eerlijke en transparante verdeelprocedure voor evenementen. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat zich tijdens de procedure van de vaststelling van de evenementenkalender omstandigheden voordoen die rechtvaardigen dat de verdeelprocedure tussentijds gestopt wordt. Daarom is voorzien in een noodremprocedure.
Als blijkt dat deze nadere regels leiden tot onvoorziene gevolgen voor een of meerdere verzoeken tot plaatsing op de evenementenkalender en/of sprake is van een dwingende reden van algemeen belang dan kan besloten worden om de procedure tot vaststelling van de evenementenkalender geheel of ten aanzien van een of meerdere locaties te beëindigen. In dat geval worden alle ingediende verzoeken respectievelijk de ingediende verzoeken ten aanzien van dezelfde locatie niet gehonoreerd. Voor zover nodig en mogelijk zal worden overgegaan tot herstart van de procedure of tot verdeling middels loting. Voor zover mogelijk zal zo dicht mogelijk bij deze nadere regels aangesloten blijven. Indien de onvoorziene gevolgen enkel zien op het verdeelvraagstuk bij schaarste, zal de herstart enkel zien om dit onderdeel, om onevenredige benadeling van de overige verzoekers te voorkomen. Er wordt ook geloot als dit op grond van een rechterlijke uitspraak noodzakelijk wordt.
Als blijkt dat de duur van drie jaar voor plaatsing van verzoeken op de evenementenkalender leidt to onvoorziene ernstig en nadelige gevolgen, of als op basis van een dwingende reden van algemeen belang blijkt dat de duur van drie jaar onrechtmatig is, dan kan het college besluiten de duur voor de reeds op de evenementenkalender geplaatste verzoeken aan te passen naar één jaar, dan wel een andere rechtmatig geachte termijn.
In dit artikel staat wanneer deze nadere regels ingaan. De regels gelden vanaf 1 januari 2026. Vanaf dat moment moeten verzoeken voor de evenementenkalender voldoen aan de bepalingen die in deze nadere regels zijn opgenomen.
Dit artikel geeft aan hoe deze nadere regels formeel genoemd worden. De officiële titel is nadere regels evenementenkalender Amsterdam 2025. Deze citeertitel wordt bijvoorbeeld gebruikt bij juridische verwijzingen of in communicatie van de gemeente over deze regels.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-569247.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.