Gemeenteblad van Rijswijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2025, 569137 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2025, 569137 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Leegstandverordening Rijswijk 2026
In deze verordening wordt verstaan onder:
woning: een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, die een zelfstandige woongelegenheid vormt. Onder zelfstandige woongelegenheid wordt verstaan een woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
Artikel 6. Overleg met eigenaren
Burgemeester en wethouders voeren binnen drie maanden na ontvangst van de leegmelding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel een ambtshalve melding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, overleg met de eigenaar over het gebruik van de woning.
In Rijswijk wordt een enorme woningbouwopgave gerealiseerd. Niet alleen in het buitengebied, maar ook binnenstedelijk. Naast het belang van de woningzoekenden is hiermee ook het belang van de inwoners van Rijswijk gemoeid. De ruimte en onze voorzieningen voor groen, verkeer, en recreatie komen sterk onder druk te staan door de groei van het aantal inwoners. Daarom is het gemeentebestuur verplicht om te bevorderen dat naast het realiseren van nieuwbouw, ook bestaande gebouwen optimaal worden benut voor de woningnood.
Daartoe geeft de Leegstandwet het gemeentebestuur een aantal bevoegdheden. Deze treden echter pas in werking na vaststelling van een Leegstandsverordening. Deze verordening dient daartoe In grote lijnen kent de Leegstandwet een meldingsplicht voor eigenaren als een woning een half jaar leegstaat. Als na de melding de woning na weer een half jaar nog steeds leegstaat mag het gemeentebestuur een woningzoekende voordragen. Daarmee dient de eigenaar tot een huurovereenkomst te komen.
Zowel deze meldingsplicht als de plicht tot verhuur ontstaat pas als in de gemeente een Leegstandsverordening van kracht is. De termijn beginnen pas te lopen na inwerkingtreding van deze verordening. Daarom is het goed deze voor Rijswijk vast te stellen en daarmee niet langer te wachten dan nodig is.
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld.
In de Leegstandverordening is de strikt juridische definitie van ‘eigenaar’, namelijk degene die als zakelijk gerechtigde in de kadastrale legger en aan de hypothecaire schuldeisers bekend staat, verbreed tot degene die bevoegd is over de woning te beschikken. Onder ‘eigenaar’ valt derhalve niet alleen de privaatrechtelijke eigenaar maar ook degene die een woning in gebruik mag geven. Dit kan een (leegstand)beheerder of makelaar zijn.
Van leegstand is sprake als een woning niet door een huurder of andere gebruiker feitelijk wordt gebruikt. Dat is ook het geval als geen sprake is van gebruik krachtens zakelijk of persoonlijk recht. Tot slot is sprake van leegstand als het gebruik de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van de Leegstandwet of deze verordening.
Het begrip ‘gebouw’ in de Leegstandwet omvat ook woonruimte. Het begrip ‘woning’ is in de Leegstandverordening afzonderlijk gedefinieerd. Daarmee wordt duidelijk dat de Leegstandverordening betrekking kan hebben op zowel gebouwen als op woningen. De Leegstandwet bepaalt dat alleen zelfstandige woningen kunnen vallen onder de Leegstandverordening.
Artikel 2. Aanwijzing werkingsgebied
De Leegstandsverordening is van toepassing op alle categorieën van woningen binnen de gemeente.
Woningen van woningcorporaties worden uitgesloten van de leegstandsverordening, omdat zij een wettelijke volkshuisvestelijke taak hebben en hun leegstand doorgaans tijdelijk en functioneel van aard is. Bovendien staan zij al onder toezicht en maken zij afspraken met de gemeente over hun voorraadbeheer. Hierdoor levert opname in de leegstandsverordening geen meerwaarde op en vergroot het slechts de administratieve lasten.
Artikel 3. Plicht tot leegmelding
Het eerste lid regelt dat de eigenaar een woning die leeg staat op grond van de Leegstandverordening moet melden bij het burgemeester en wethouders van burgemeester en wethouders (hierna: het burgemeester en wethouders). De plicht tot melden geldt ook voor een (leegstand)beheerder, als zij de woning in gebruik mogen geven.
In de Leegstandverordening is bij de wettelijk minimale termijn van zes maanden aangesloten.
Ook woningen die door een leegstandbeheerbedrijf (anti-kraakbedrijf) worden beheerd, moeten worden gemeld in het kader van de leegmeldingsplicht. Om kraken en verloedering van leegstaande panden te voorkomen, maken eigenaren ook vaak gebruik van een leegstandbeheerorganisatie (ook wel «anti-kraakbeheer» genoemd), die het pand in beheer geeft aan een «anti-kraakwacht» op grond van een beheerovereenkomst. Anti-kraakbeheer is geen tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet.
De eigenaar doet de leegmelding op een door het burgemeester en wethouders vastgesteld papieren of digitaal aanvraagformulier.
Het vierde lid geeft aan welke gegevens en bescheiden de eigenaar in ieder geval moet aanleveren bij een leegmelding.
De eigenaar wordt onder meer gevraagd de reden van de leegstand aan te geven. Hiermee krijgt de gemeente inzicht in de redenen van leegstand. Renovatie kan een reden van leegstand zijn.
Op grond van het vijfde lid kan het burgemeester en wethouders aanvullende informatie vragen als zij deze nodig hebben om de leegmelding te kunnen beoordelen.
Er bestaat ook een meldingsplicht voor eigenaren als een woning die in gebruik genomen is met een voordracht van de gemeente of een andere gebruiker, wederom leegkomt (zie artikel 8). Dan moet de eigenaar de leegmelding binnen vier weken doen. Deze termijn geldt niet als de woning na de voordracht langer dan één jaar in gebruik is geweest. In die gevallen moet weer na zes maanden leegstand worden gemeld (eerste lid).
Ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Leegstandswet dient het burgemeester en wethouders een lijst bij te houden van woningen. Voorts wordt hierin geregeld op welke wijze de eigenaar van wijzingen van inschrijvingen op de hoogte wordt gehouden, respectievelijk hoe de eigenaar daar zelf aan kan bijdragen. Bijvoorbeeld als er onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Of als er een wijziging is in de gebruikersstatus van de woning waarvoor leegstandmelding is ontvangen dan wel waar leegstand ambtelijk is geconstateerd.
Artikel 5. Actueel houden leegstandlijst en beëindiging inschrijving
Dit lid regelt de bevoegdheid van het burgemeester en wethouders om de leegstandlijst actueel te houden. Ook is geregeld dat de eigenaar van doorhaling in kennis wordt gesteld.
Het derde lid regelt dat een inschrijving geacht wordt te zijn doorgehaald, indien de woning meer dan één jaar in gebruik is sinds de leegmelding.
Artikel 6. Overleg met eigenaren
Wanneer een eigenaar voldoet aan de meldingsplicht dan wel sprake is van een ambtshalve leegmelding, wordt binnen drie maanden na de melding van de leegstand een overleg gehouden met de eigenaar (of een beheerder namens hem) van de woning. Een dergelijk overleg vindt eveneens plaats wanneer de eigenaar een leegstaande woning niet meldt terwijl hij daartoe wel verplicht is. Het overleg kan meerdere gesprekken omvatten. Tijdens het overleg worden alle omstandigheden van de leegstand besproken. In ieder geval zal aan de orde komen hoe de woning weer in gebruik kan worden genomen. Van belang hierbij is onder meer de weging van het publieke belang van de leegstandbestrijding en de last die het opheffen van leegstand voor de eigenaar met zich meebrengt. Hierbij kan gedacht worden aan de investeringen die redelijkerwijs van de eigenaar kunnen worden gevraagd om de woning overeenkomstig de bestemming opnieuw te gebruiken.
Artikel 7. Leegstandbeschikking
Na het overleg kan het burgemeester en wethouders in een leegstandbeschikking vaststellen of een leegstaande woning geschikt is voor gebruik. Een leegstandbeschikking kan ook worden vastgesteld als de eigenaar geen medewerking verleent aan het overleg. In een leegstandbeschikking wordt vastgesteld of een woning overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt. Als dat niet het geval blijkt, kan de vraag aan de orde komen of het wellicht wenselijk is om de bestemming te wijzigen. Tegen de leegstandbeschikking staat bezwaar en beroep open.
Het kan zijn dat er investeringen nodig zijn om weer tot gebruik te komen overeenkomstig de bestemming. Van de eigenaar mogen investeringen worden gevraagd die binnen het redelijke noodzakelijk zijn om het leegstaande woning overeenkomstig de bestemming te kunnen gebruiken.
Bij woningen gaat het om de mogelijkheid weer te komen tot gebruik als woning. Daarvoor dienen de voor wonen wezenlijke voorzieningen aanwezig te zijn en te functioneren of functionerend te kunnen worden gemaakt. Als woningen die ernstig verwaarloosd of beschadigd zijn, kan het zijn dat bevorderen van herstel buiten de Leegstandverordening valt. Het ligt dan voor de hand om in het kader van de Woningwet op te treden.
Artikel 8. Voordracht gebruiker
Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een leegstaande woning, een gebruiker voordragen zodra die leegstand langer duurt dan twaalf maanden en in de leegstandbeschikking is vastgesteld dat de woning geschikt is voor gebruik overeenkomstig de bestemming. Bovendien geldt dat de voordracht pas wordt gedaan als de eigenaar geen medewerking verleent aan het overleg dan wel hetgeen is overeengekomen tijdens een dergelijk overleg niet nakomt.
Een gebruiker kan één of meer natuurlijke personen of een rechtspersoon zijn. Als voor gebruik van de woning voorzieningen nodig zijn om weer op redelijkerwijze tot gebruik te kunnen dienen, kan het burgemeester en wethouders bij de voordracht een termijn aangeven waarbinnen de eigenaar de aan te geven voorzieningen moet treffen. De gemeente kan geen extra eisen stellen aan de gebruikers, bijvoorbeeld de eis van inschrijving als woningzoekende op grond van de Huisvestingswet.
De verplichtende voordracht vervalt indien de eigenaar binnen drie maanden een overeenkomst is aangegaan met een andere gebruiker, die de woning binnen een redelijke termijn, dat wil zeggen twee maanden nadat die overeenkomst tot stand is gekomen, in gebruik neemt. De eigenaar bepaalt binnen de wettelijke grenzen zelf de vorm en inhoud van de overeenkomst met de nieuwe gebruiker.
De Leegstandverordening geeft het burgemeester en wethouders de mogelijkheid om bij overtredingen van artikel 3, eerste en zesde lid (niet tijdige leegmeldingen op grond van de artikelen 3, eerste lid, en 7, derde lid, van de Leegstandwet), een bestuurlijke boete op te leggen. De boetes kunnen worden opgelegd voor het niet melden van een woning die meer dan zes maanden leegstaat, evenals voor het niet melden van de beëindiging van het gebruik van een woning na een verplichtende voordracht. Ook indien de eigenaar onjuiste gegevens heeft verstrekt bij de aanvraag (als bedoeld in artikel 15m, tweede lid, van de Leegstandwet) kan een bestuurlijke boete volgen.
De bestuurlijke boete kan met ingang van 1 januari 2024 ten hoogste € 10.300 bedragen, overeenkomstig artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, een boete van derde categorie.
In bijlage 1 bij de Leegstandverordening is de boetetabel opgenomen. In de boetetabel is verwezen naar de artikelen van de Leegstandwet.
In de boetetabel is een onderscheid gemaakt tussen een professionele en niet-professionele verhuurder of eigenaar van een woning.
Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Leegstandverordening zijn de door het burgemeester en wethouders aangewezen personen belast. Bij het opleggen van een bestuurlijke boete is op grond van titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), ter zake van deze overtredingen de zogenoemde zware procedure van toepassing. Dat betekent dat de overtreder in de gelegenheid moet worden gesteld, zijn zienswijze te geven en dat altijd een rapport moet worden opgemaakt.
Voor het vaststellen van overtredingen zijn waarnemingen en andere handelingen door het burgemeester en wethouders nodig. De door het burgemeester en wethouders aangewezen toezichthouder heeft daartoe de beschikking over de bestuursrechtelijke toezichtbevoegdheden van titel 5.2 van de Awb.
De verplichting om een rapport op te stellen ten aanzien van het niet melden van leegstand (nadat de woning meer dan zes maanden heeft leeggestaan), volgt uit artikel 5:48 juncto 5:53 van de Awb. Artikel 5:53 van de Awb stelt het opmaken van een rapport verplicht indien de bestuurlijke boete meer dan
Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel
In artikel 3, derde lid, van de Leegstandwet is bepaald dat de termijnen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 8, eerste lid, aanvangen op de dag na de datum van inwerkingtreding van de Leegstandverordening.
De meldingsplicht voor eigenaren gaat derhalve pas in, nadat de termijn genoemd in artikel 3, eerste lid, is verstreken, ook al stond een woning op het moment van inwerkingtreding van de Leegstandverordening leeg. Hiermee wordt voorkomen dat de meldingsplicht feitelijk met terugwerkende kracht wordt ingevoerd. Een voordracht kan niet eerder worden gedaan nadat de leegstand van een woning die als geschikt voor gebruik is aangewezen langer duurt dan twaalf maanden, na de inwerkingtreding van de Leegstandverordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-569137.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.