Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2026

Grondslagen

Artikel 147, eerste lid, en ook artikel 149 en artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet.

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Toepassingsbeleid

Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkten.

Artikel 2. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning;

  • 2.

    dagplaatsvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt bedrijven van handel;

  • 3.

    marktvergunning: vaste standplaats-, dagplaats of standwerkvergunning;

  • 4.

    standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning;

  • 5.

    standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning;

  • 6.

    standwerkvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt om zich heen verzamelen van publiek, om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te kopen;

  • 7.

    vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning;

  • 8.

    vaste standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van 15 jaar voor het op de markt bedrijven van handel.

Artikel 3. Inrichtingsplan

  • 1.

    Het college stelt een inrichtingsplan voor elke markt vast, met daarin in ieder geval:

    • a.

      de dagen en uren waarop de markt wordt gehouden;

    • b.

      een kaart van de markt.

  • 2.

    Op de kaart van de markt zijn aangegeven:

    • a.

      de grenzen van de markt;

    • b.

      de vaste standplaatsen;

    • c.

      de standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meerdere branches of artikelgroepen;

    • d.

      de maximum aantallen vaste standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen daarvan kunnen worden afgegeven;

    • e.

      indien van toepassing de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een dagplaatsvergunning;

    • f.

      indien van toepassing de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een standwerkvergunning.

Artikel 4. Vergunningsplicht

  • 1.

    Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van het college.

  • 2.

    Het college verleent alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.

  • 3.

    Bij een aanvraag voor een marktvergunning worden in ieder geval de volgende stukken aangeleverd:

    • a.

      een bewijs van inschrijving in het Handelsregister, zijnde ambulante handel, niet ouder dan één maand;

    • b.

      een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie niet ouder dan één maand;

    • c.

      een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid ten gevolge van het uitoefenen van het marktbedrijf;

    • d.

      een recente pasfoto van de aanvrager;

    • e.

      een verklaring omtrent goed gedrag.

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning.

  • 2.

    De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

Artikel 6. Mandaatverboden

  • 1.

    De bevoegdheid tot het vaststellen of wijzigen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd.

  • 2.

    De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een vaste standplaatsvergunning wordt niet gemandateerd aan de marktmeester of een andere toezichthouder.

Hoofdstuk 2. Verdeelprocedures beschikbare marktvergunning

Artikel 7. Verdeling beschikbare vaste standplaatsvergunning

  • 1.

    Het college legt in het inrichtingsplan vast of zij de verdeelprocedures van artikel 9 toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning.

  • 2.

    Het college kan in het inrichtingsplan vastleggen of zij de verlengingsprocedure van artikel 8 toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning.

Artikel 8. Verlenging na afroep

  • 1.

    Bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kan het college de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn.

  • 2.

    Bij de verlenging na afroep maakt het college minimaal 6 maanden voor het einde van de duur van de vaste standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving op de website van de Centrale Vereniging Ambulante Handel (verder: CVAH) bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van 15 jaar.

  • 3.

    Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste standplaatsvergunning binnen acht weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de door het college aangegeven wijze. Dit kan door middel van een reactie op de publicatie op de website van de CVAH.

  • 4.

    Als binnen de gestelde termijn alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of op basis van deze verordening bepaalde, verlengt het college zijn vaste standplaatsvergunning met de in het tweede lid genoemde duur.

  • 5.

    Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval past het college de in het inrichtingsplan vastgestelde procedure van artikel 9 toe, met uitzondering van het tweede lid van deze artikelen.

  • 6.

    In het in het vijfde lid bedoelde geval stelt het college de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van artikel 9 wordt toegepast en dat zij voor de door het college genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

Artikel 9. Verdeling vaste standplaatsvergunning via selectie

  • 1.

    Bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning kan het college deze verdelen via selectie.

  • 2.

    Bij de verdeling via selectie maakt het college door een openbare kennisgeving op de website van de gemeente en de CVAH bekend dat de vaste standplaatsvergunning voor de duur van 15 jaar beschikbaar komt, voor welke branche(s) of artikelgroep(en) deze vergunning wordt verleend en dat geïnteresseerden vóór een genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

  • 3.

    Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meerdere onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvrager op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.

  • 4.

    Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vijfde lid in aanmerking.

  • 5.

    Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      het assortiment is een gewenste toevoeging aan het marktassortiment (max 10. punten);

    • b.

      de kwaliteit van de uitstraling van de gegadigde (max 10. punten);

    • c.

      de kennis en ervaring van de gegadigde met betrekking tot het marktassortiment (max. 10 punten);

    • d.

      consumentvriendelijkheid (max. 10 punten);

    • e.

      maatschappelijk verantwoord ondernemen (max. 10 punten);

    • f.

      referenties (max. 10 punten).

  • 6.

    Het college verleent de vaste standplaatsvergunning aan de gegadigde met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten.

  • 7.

    Als meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, vindt de verdeling van de vergunning tussen hen plaats via een loting door middel van een trekking.

Artikel 10. Verdeling beschikbare dagplaatsvergunning

Het college verdeelt de beschikbare dagplaatsvergunningen op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen, die per branche of artikelgroep kan gebeuren, waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd.

Artikel 11. Verdeling beschikbare standwerkvergunningen

Het college verdeelt de beschikbare standwerkvergunningen op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen, die per branche of artikelgroep kan gebeuren, waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd.

Hoofdstuk 3. Vaste standplaatsvergunning

Artikel 12. Algemene bepalingen vaste standplaatsvergunning

  • 1.

    Het college kan een vaste standplaatsvergunning verlenen voor de duur van 15 jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen.

  • 3.

    Een vaste standplaatsvergunning is niet overdraagbaar.

  • 4.

    De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

  • 5.

    De vergunninghouder dient een dag van tevoren tussen 06:00 uur en 20:00 uur de standplaats afmelden.

Artikel 13. Overschrijven vaste standplaatsvergunning

  • 1.

    In geval van blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, overlijden, (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging of onder curatelestelling, kan de vaste standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator worden overgeschreven op:

    • a.

      de echtgenoot/ echtgenote of geregistreerde partner;

    • b.

      de persoon met wie de vergunninghouder een samenlevingscontract heeft;

    • c.

      een eerste of tweedegraads bloedverwant;

    • d.

      een medewerker of mede-eigenaar van het bedrijf van de vergunninghouder. Deze dient minimaal één jaar in loondienst of mede-eigenaar van het bedrijf te zijn.

  • 2.

    Indien de vergunning is verleend door middel van een selectieprocedure (artikel 9), dient in dezelfde mate te worden voldaan aan de genoemde criteria.

  • 3.

    Een aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan binnen drie maanden na overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid, (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging of onder curatelestelling van vergunninghouder. Na drie maanden vervalt de mogelijkheid tot overschrijving.

  • 4.

    De overschrijving van de vaste standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur.

  • 5.

    Het college wijst de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan de regels in deze verordening.

  • 6.

    Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste standplaatsvergunning voor de betreffende markt beschikt, kan het college deze bestaande vergunning intrekken.

Artikel 14. Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunning

  • 1.

    Het college trekt de vaste standplaatsvergunning in:

    • a.

      op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; of

    • b.

      drie maanden na diens overlijden of onder curatelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 13 een aanvraag tot overschrijving is ingediend.

  • 2.

    Het college kan de vaste standplaatsvergunning intrekken:

    • a.

      indien de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

    • b.

      indien de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of de regels uit deze verordening heeft overtreden;

    • c.

      indien ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

    • d.

      indien de vergunninghouder het verschuldigde marktgeld (dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet) niet of niet tijdig voldoet;

    • e.

      indien de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nageleefd; of

    • f.

      indien de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat, zich niet houdt aan (andere) regelgeving die van toepassing is.

  • 3.

    Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de op de vaste standplaatsvergunning vermelde standplaats tijdelijk vervalt.

  • 4.

    Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vaste standplaatsvergunning voor de rest van de dag.

Artikel 15. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging

  • 1.

    De vergunninghouder neemt de op de vaste standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in.

  • 2.

    In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college erin toestemmen dat een vervanger tijdelijk de standplaats inneemt. Onder bijzondere gevallen wordt onder andere verstaan: een ongeval, ziekte of overlijden van de in de vergunning vermelde natuurlijke persoon. Afhankelijk van de bijzondere situatie stelt het college de vervangingstermijn vast. Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger.

  • 3.

    De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging in gevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstig van toepassing op de vervanger.

Artikel 16. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats

  • 1.

    Als een vaste standplaats beschikbaar komt voor het einde van de duur van de vaste standplaatsvergunning, kan het college deze standplaats voor de resterende vergunningsduur toewijzen aan een houder van een vaste standplaatsvergunning op de betrokken markt. De toewijzing gebeurt op aanvraag.

  • 2.

    Als meerdere aanvragen zijn ingediend voor plaatsverandering, wijst het college de vaste standplaats toe via loting, waarvoor de aanvragers worden uitgenodigd.

Hoofdstuk 4. Dagplaatsen en standwerkers

Artikel 17. Dagplaatsvergunning

  • 1.

    Het college kan een dagplaatsvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vaste standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger.

  • 2.

    Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de markt voor de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een dagplaatsvergunning hebben ingediend, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroep vereiste.

  • 3.

    Het college weigert een dagplaatsvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:

    • a.

      zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of bij het of op basis van deze verordening bepaalde heeft overtreden of;

    • b.

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

  • 4.

    Het college kan een dagplaatsvergunning weigeren wanneer de aanvrager eerder een vaste standplaatsvergunning had die niet langer dan een jaar geleden is ingetrokken.

  • 5.

    Een dagplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.

  • 6.

    Een vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 18. Standwerkvergunning

  • 1.

    Het college kan een standwerkvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde standwerkplaats en artikelen.

  • 2.

    Voor een standwerkvergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de markt voor de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een standwerkvergunning hebben ingediend, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroep vereiste.

  • 3.

    Het college weigert standwerkvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:

    • a.

      zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of het bij of op basis van deze verordening bepaalde heeft overtreden of;

    • b.

      niet of tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

  • 4.

    Een standwerkvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.

  • 5.

    De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders

Artikel 19. Kosten

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vaste standplaatsvergunning en voor het ter beschikking stellen van een dagplaats, standwerkplaats of vaste standplaats op de markt worden kosten in rekening gebracht.

Artikel 20. Toonplicht vergunning of toestemming

Degene die een standplaats of standwerkplaats wenst in te nemen of inneemt op een markt is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

Artikel 21. Markttijden in acht nemen

  • 1.

    Het is verboden meer dan 1 uur en 30 minuten voor de aanvang van de markt ruimte in te nemen op het marktterrein of goederen aan en af te voeren.

  • 2.

    Vergunninghouders dienen zich direct te verwijderen na afloop van de markt. Het is verboden om 1 uur en 30 minuten na afloop van de markt nog ruimte in te nemen op het marktterrein of goederen aan of af te voeren.

  • 3.

    De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, tenzij het college hiervoor een ontheffing verleend.

  • 4.

    Het college kan aan een ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. Houders van een ontheffing zijn verplicht om verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

Artikel 22. Markt schoonhouden

  • 1.

    De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden gebruikt.

  • 2.

    De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af of laat het afvoeren.

  • 3.

    De vergunninghouder is verplicht de standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon en vetvrij achter te laten.

  • 4.

    De vergunninghouder dient zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan bij vertrek van de markt schoon op te leveren. Afvalwater en vetten worden gezien als bedrijfsafval. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk af na afloop van de markt zelf af, of laat het afvoeren. Afvalwater en vetten mogen niet door de vergunninghouder op het straatwerk, in kolken of in de riolering worden geloosd.

Hoofdstuk 6. Handhaving

Artikel 23. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bij of op basis van deze verordening bepaalde zijn belast door het college aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders.

Artikel 24. Onmiddellijke verwijdering

  • 1.

    Het college kan een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt bevelen onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of op basis van deze verordening gestelde bepaling ernstig heeft overtreden.

  • 2.

    Wangedrag kan leiden tot intrekking van de vergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Artikel 25. Strafbepaling

  • 1.

    Overtreding van het bepaalde bij of op basis van deze verordening wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

  • 2.

    Het opleggen van strafrechtelijke sancties is voorbehouden aan het Openbaar Ministerie en de strafrechter. Voor wat betreft de bestuursrechtelijke sancties, die worden gehanteerd is onderstaand overzicht opgesteld.

Overtreding van voorschriften kan via een schriftelijke waarschuwing en een voorwaardelijke tijdelijk intrekking uiteindelijk leiden tot (tijdelijke) intrekking van de vergunning voor een of meerdere dagen. In geval van overtredingen als bedoeld in de Marktverordening, het inrichtingsplan en de nadere regels behorende bij de markten en vergunningsvoorschriften worden de volgende stappen gevolgd:

 

Sanctietabel vaste standplaatsen

Aantal overtredingen

Sanctie

Eerste overtreding

Mondelinge waarschuwing

Tweede overtreding

Schriftelijke waarschuwing

Derde overtreding

Intrekken van de vergunning voor de duur van 1 marktdag

Vierde overtreding

Intrekken van de vergunning voor de duur van 4 marktdagen

Vijfde overtreding

Definitief intrekken van de vergunning

 

Sanctietabel dagplaatsen en standwerkplaatsen

Aantal overtredingen

Sanctie

Eerste overtreding

Schriftelijke waarschuwing

Tweede overtreding

Uitsluiting voor toewijzing van een plaats voor 1 marktdag

Derde overtreding

Uitsluiting voor toewijzing van een plaats voor 4 marktdagen

Vierde overtreding

Definitieve uitsluiting van een plaats

 

  • 3.

    Het college kan een stap overslaan in geval meerdere overtredingen worden begaan.

  • 4.

    Bij iedere schriftelijke actie/ sanctie als genoemd in voorgaande matrix krijgt de vergunninghouder/ standplaatshouder de aanzegging dat indien hij binnen 12 maanden na dagtekening van de schriftelijke actie/ sanctie wederom een marktvoorschrift overtreedt de volgende sanctie wordt opgelegd.

  • 5.

    Vanaf het moment dat geconstateerd wordt dat tot intrekking of uitsluiting wordt overgegaan geldt dat vergunninghouder/ standplaatshouder binnen vijf werkdagen het voorgenomen besluit krijgt toegezonden. Vergunninghouder/ standplaatshouder krijgt twee weken de gelegenheid tot het indienen van zienswijze.

  • 6.

    Binnen twee weken na ontvangst van zijn zienswijze krijgt de vergunninghouder/ standplaatshouder het schriftelijke besluit met daarin opgenomen de duur (bepaalde of onbepaalde tijd) van de intrekking van zijn vergunning.

  • 7.

    Bij onvoorziene en/ of bijzondere omstandigheden kan het college een andere strafmaat bepalen en opleggen.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 26. Intrekking oude regeling

De Marktverordening Krimpenerwaard 2016 wordt ingetrokken met ingangsdatum van 1 januari 2026.

Artikel 27. Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten op grond van Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2016 blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat het college deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken.

  • 2.

    Bij de ambtshalve wijziging van een vaste standplaatsvergunning kan het college in afwijking van artikel 12, eerste lid, een kortere duur van de vergunning bepalen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

  • 3.

    De op grond van Marktverordening gemeente Krimpenerwaard vastgestelde wachtlijst- en anciënniteitslijsten komen te vervallen.

  • 4.

    Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2016, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2016 beslist.

Artikel 28. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 29. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2026.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Krimpenerwaard, gehouden op 16 december 2025.

de griffier,

S. van Dijk

de voorzitter,

ir. J. Beenakker

Toelichting op de Marktverordening

Algemeen

De bevoegdheid tot het instellen, veranderen of afschaffen van een markt is aan burgemeester en wethouders toegekend. Zie hiervoor artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet. Daarnaast is de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet bevoegd om een marktverordening vast te stellen. Het vaststellen van een marktverordening zal samengaan met een besluit van burgemeester en wethouders tot het instellen van een markt.

 

Het doel van deze verordening is driedelig. Ten eerste worden de kaders gecreëerd om markten zodanig te organiseren dat de gemeentelijke algemene belangen beschermd worden en dat de markten en aantrekkelijk zijn voor zowel consumenten als marktkooplieden. Ten tweede heeft deze verordening tot doel dit op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, zonder overbodige regels en met zo min mogelijk administratieve lasten. Tot slot is de verordening ook gericht op het voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG) en de Dienstenwet.

 

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder toegelicht.

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Toepassingsbeleid

Op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet kunnen burgemeester en wethouders jaarmarkten of gewone marktdagen instellen (en veranderen of afschaffen). Deze Marktverordening is van toepassing op dergelijke van gemeentewege ingestelde markten, voor zover het warenmarkten zijn en deze met enige regelmat (regulier) plaatsvinden.

 

De regulering van andere ambulante handel dan waarop deze verordening van toepassing is, is te vinden in de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV). Hierin zijn regels voor evenementen, waaronder ook braderieën vallen, opgenomen. Verder bevat de APV bepalingen over venten, snuffelmarkten en het innemen van standplaatsen, niet zijnde standplaatsen op markten. Uit de in de APV opgenomen bepalingen blijkt steeds dat deze niet van toepassing zijn op de markten die door burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet zijn ingesteld.

 

Het college heeft ten alle tijden de bevoegdheid om de markten om dringende redenen af te gelasten of te verplaatsen naar een andere dag, tijd of plaats. Denk hierbij bijvoorbeeld aan slechte weersomstandigheden of onderhoud aan het terrein waar een markt normaalgesproken georganiseerd wordt.

 

Artikel 2. Definities

Er zijn drie soorten marktvergunningen, dat wil zeggen vergunningen om op de markt handel te drijven. Dat zijn de vaste standplaatsvergunning, de dagplaatsvergunning en de standwerkvergunning. Deze vergunningen onderscheiden zich van elkaar door hun looptijd en door de vergunde activiteit. De marktvergunning vermeldt voor welke markt hij geldt, en in het inrichtingsplan is in ieder geval opgenomen welke standplaatsen beschikbaar zijn voor houders van een vaste standplaatsvergunning (artikel 3).

 

Artikel 3. Inrichtingsplan

Eerste en tweede lid

Dit artikel schrijft voor dat burgemeester en wethouders per markt een inrichtingsplan vaststellen en daarin opnemen wat voor de markt in ieder geval geregeld moet worden. Zo wordt in het inrichtingsplan aangegeven wat de markttijd is en blijkt uit de kaart van de markt, die onderdeel is van het inrichtingsplan, waar de grenzen van het marktterrein liggen. Ook wijzen de burgemeester en wethouders de vaste standplaatsen aan. Verder maken zij met het inrichtingsplan duidelijk welke verdeelprocedure zij zullen toepassen bij het verlenen van vaste standplaatsvergunningen. De mogelijke verdeelprocedures zijn selectie (zie artikel 9) of loting. Burgemeester en wethouders kiezen ervoor alle vaste standplaatsvergunningen voor alle reguliere warenmarkten in de gemeente Krimpenerwaard te verdelen via selectie.

 

Artikel 4. Vergunningplicht

Eerste lid

In het eerste lid wordt verboden om zonder marktvergunning een standplaats in te nemen en wordt de bevoegdheid om deze vergunning te verlenen toegekend aan burgemeester en wethouders.

 

Tweede lid

Een vergunning wordt alleen verleend aan een natuurlijke persoon die in Nederland arbeid mag verrichten en die ook handelingsbekwaam is in de zin van het burgerlijk recht.

 

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen

Aan een marktvergunning mogen alleen voorschriften en beperkingen worden verbonden die de belangen beschermen in verband waarmee de vergunning is vereist.

 

Paragraaf 2. Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen

 

Marktvergunningen zijn, gegeven de omstandigheid dat er een bepaald vergunningsplafond is, schaarse vergunningen zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Die kwalificatie brengt onder meer met zich mee dat deze vergunningen niet voor onbepaalde tijd kunnen worden verleend en dat de verdeling van de vergunningen moeten voldoen aan de eisen van kenbaarheid en transparantie.

Potentiële gegadigden moeten op gelijke voet kunnen meedingen naar de beschikbare vergunningen. Vooraf moet duidelijk zijn wat de looptijd van een vergunning is, op welke manier vergunningen worden verdeeld en welke (inhoudelijke) criteria daarbij worden gebruikt. Gegadigden kunnen dan hun vergunningaanvraag hierop afstemmen.

 

In paragraaf 2 zijn de verschillende verdeelprocedures voor de verschillende marktvergunningen neergelegd. Voor de dagplaatsvergunning en de standwerkvergunning, die beide worden verleend voor de duur van een dag, is voorzien van een eenvoudige verdeelprocedure. Voor de vaste standplaatsvergunning, die wordt verleend voor een langere termijn, zijn twee mogelijke verdeelprocedures uitgewerkt. Burgemeester en wethouders maken hun keuze uit die twee mogelijke procedures en leggen deze keuze vast in het inrichtingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen kiezen voor de verdeling via selectie (artikel 9) of voor de verdeling via loting. Het maken en vervolgens in het inrichtingsplan vastleggen van deze keuze is een verplichting (artikel 7). In aanvulling op de voorgeschreven keuze voor de verdeelprocedure kunnen burgemeester en wethouders er ook voor kiezen om in het inrichtingsplan vast te leggen dat zij de procedure van verlenging na afroep (artikel 8) toepassen. Het maken en vervolgens in het inrichtingsplan vastleggen van deze keuze is een bevoegdheid.

 

Artikel 7. Verdeling beschikbare vaste standplaatsvergunning

Eerste lid

In dit eerste artikel wordt geregeld dat uit het inrichtingsplan blijkt welke verdeelprocedure burgemeester en wethouders toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning. Burgemeester en wethouders hanteren de gekozen verdeelprocedure zowel in de situatie waarin slechts één vergunning beschikbaar is gekomen, als in de situatie waarin er meer vergunningen tegelijk beschikbaar zijn. Burgemeester en wethouders hebben de keuze uit de selectieprocedure (artikel 9) of de procedure van loting. Gemeente Krimpenerwaard kiest ervoor vaste standplaatsen op alle warenmarkten in de gemeente te verdelen via selectie. Dit om zoveel mogelijk te kunnen sturen op de kwaliteit van het aanbod en de ondernemers op de warenmarkten. Door deze keuze vast te leggen en uit te werken in het inrichtingsplan weten potentiële gegadigden voorafgaand aan de verdeling van een of meer beschikbare vergunningen hoe die verdeling zal plaatsvinden.

 

Tweede lid

Burgemeester en wethouders mogen in het inrichtingsplan vastleggen dat zij ook de procedure van verlening na afroep (artikel 8) toepassen. Deze procedure kan alleen worden gestart als een vaste standplaatsvergunning beschikbaar komt vanwege het einde van de looptijd van de vergunning en daarbij voldoende aannemelijk is dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor deze vergunning. Als dit na het doen van een openbare kennisgeving (de afroep) is bevestigd, doordat inderdaad geen andere belangstellenden naar voren zijn gekomen, dan kan de vergunning van de zittende vergunninghouder eenvoudig worden verlengd. Als zich wel andere belangstellenden hebben gemeld, moet alsnog de verdeelprocedure van artikel 9 worden gevolgd.

 

Artikel 8. Verlenging na afroep

Of de mogelijkheid van verlenging na afroep wordt gebruikt, is aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders zijn niet verplicht om de mogelijkheid van artikel 8 toe te passen, maar als zij daarvoor kiezen is het vanwege de kenbaarheid en transparantie belangrijk om dit in het inrichtingsplan op te nemen. Ook hier geldt immers dat het vastleggen van het inrichtingsplan de potentiële gegadigden vooraf duidelijkheid biedt.

 

Als de looptijd van een vaste standplaatsvergunning eindigt, moet de vergunning in principe opnieuw worden uitgegeven en aan de hand van een van de verdeelprocedures van artikel 9.

 

Echter, in de situatie waarin het waarschijnlijk is dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor de betreffende vaste standplaatsvergunning, kan het starten van een verdeelprocedure te belastend of omslachtig zijn. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders de in artikel 8 geregelde procedure van verlenging na afroep starten. Kort gezegd komt deze procedure erop neer nadat is vastgesteld dat er behalve de zittende vergunninghouder geen andere gegadigden voor de vergunning zijn, deze vergunning kan worden verlengd.

 

Eerste lid

De verlengingsprocedure kan alleen worden gehanteerd bij het beschikbaar komen van de vergunning doordat het einde van de looptijd van de vergunning wordt bereikt. Daarnaast moet het ook voldoende aannemelijk zijn dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor deze vergunning. Burgemeester en wethouders moeten dus aan de hand van objectieve feiten kunnen onderbouwen dat er waarschijnlijk geen andere gegadigden zullen zijn.

 

Tweede tot en met vierde lid

Het tweede lid bepaalt dat openbaar moet worden aangekondigd (afroep) dat de vaste standplaatsvergunning beschikbaar komt. Dat is om er zeker van te zijn dat er niet toch méér belangstelling voor de vergunning is. Als die afroep voldoende duidelijk is geweest en alleen de zittende vergunninghouder zich binnen de in het derde lid gestelde termijn meldt, dan kan zijn vergunning worden verlengd op grond van het vierde lid. De vergunning hoeft dan niet opnieuw, met een van de verdeelprocedures van artikel 9, te worden uitgegeven. Er is immers maar één gegadigde voor de vergunning. De verlenging van de vergunning is uiteraard voor de looptijd die in de openbare kennisgeving was gemeld.

 

Vijfde en zesde lid

Het vijfde en zesde lid regelen wat er moet gebeuren als na het doen van de afroep onverhoopt blijkt dat er ook andere gegadigden zijn. In dat geval is verlenging van de vergunning voor de zittende vergunninghouder niet mogelijk en moet alsnog een van de verdeelprocedures worden toegepast. De openbare kennisgeving die op grond van het tweede lid van artikel 9 is voorgeschreven, hoeft dan niet te worden gedaan omdat deze feitelijk al heeft plaatsgevonden, namelijk door het doen van de afroep. Wel moet aan de gegadigden die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt (inclusief de zittende vergunninghouder) worden gemeld dat de verdeelprocedure van selectie of loting wordt toegepast. Ook moeten de gegadigden een termijn krijgen waarbinnen zij hun aanvraag kunnen (en moeten) indienen. De zittende vergunninghouder die in aanmerking wil komen voor zijn vergunning, kan uiteraard op dezelfde voet als de andere gegadigden meedingen naar de vergunning.

 

Artikel 9. Verdeling vaste standplaatsvergunning via selectie

Eerste lid

Bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning, om welke reden dan ook, kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen aan de hand van een selectieprocedure. Of de verdeelprocedure van selectie wordt gehanteerd, blijkt uit het inrichtingsplan.

 

Tweede lid

Burgemeester en wethouders maken door een openbare kennisgeving bekend dat de vaste standplaatsvergunning beschikbaar komt en melden daarbij ook wat de looptijd is (artikel 12, eerste lid) van de vergunning is. Uit de openbare kennisgeving moet verder duidelijk worden vóór welke datum de gegadigden hun aanvraag moeten indienen.

 

Derde lid

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt degene die tijdig een onvolledige aanvraag indient een termijn gegund om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn wordt voor alle onvolledige aanvragen gelijkgetrokken, omdat het belangrijk is om zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren.

 

Vierde lid

Een aanvraag moet tijdig en volledig zijn en moet ook overigens voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald om in behandeling te worden genomen en inhoudelijk te worden beoordeeld. Een aanvraag die niet aan de eisen voldoet, wordt buiten behandeling gesteld of (op andere inhoudelijke gronden dan welke volgen uit artikel 9, vijfde lid) afgewezen.

 

Vijfde lid

De inhoudelijke beoordeling van de aanvragen gebeurt op grond van het vijfde lid door het toekennen van punten en het uitvoeren van een vergelijkende toets.

De inhoudelijke beoordeling van de aanvragen gebeurt op grond van het vijfde lid door het toekennen van punten en het uitvoeren van een vergelijkende toets. Bij de gestelde criteria geldt de volgende beoordelingssystematiek.

 

  • a.

    Het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment (10 punten)

    Doel: voorkomen van overaanbod, stimuleren van variatie.

    Score:

     

    Het aangeboden assortiment is al in ruime mate aanwezig op de markt.

    Het assortiment is deels overlappend, maar biedt enige aanvulling.

    Het assortiment is onderscheidend en een duidelijke aanvulling op het aanbod.

    0-3

    4-7

    8-10

  •  

  • b.

    De kwaliteit van de uitstraling van de gegadigde (10 punten)

    Doel: bijdragen aan de professionele, verzorgde uitstraling van de markt.

    Score:

     

    De kraam is rommelig, slecht onderhouden of ongeorganiseerd.

    De kraam is verzorgd, voldoet aan basisnormen maar zonder opvallende pluspunten.

    De kraam is zeer verzorgd, uitnodigend en professioneel gepresenteerd.

    0-3

    4-7

    8-10

  •  

  • c.

    De kennis en ervaring van de gegadigde met betrekking tot het marktassortiment (10 punten)

    Doel: waarborgen van kwaliteit en betrouwbaarheid.

    Score:

     

    Weinig of geen aantoonbare ervaring of vakkennis.

    Enige ervaring of relevante kennis aanwezig.

    Ruime ervaring, aantoonbare deskundigheid en kennis van producten/ klanten.

    0-3

    4-7

    8-10

 

  • d.

    Consumentvriendelijkheid (10 punten)

    Doel: klantgerichtheid en service als kernwaarde op de markt

    Score:

     

    Onvoldoende klantgericht; klachten of negatieve ervaringen bekend.

    Neutrale klantbenadering, voldoet aan basisnormen van service.

    Actief klantvriendelijk, benaderbaar, met goede reputatie of reviews.

    0-3

    4-7

    8-10

 

  • e.

    Maatschappelijk verantwoord ondernemen (10 punten)

    Doel: duurzaam ondernemen en aandacht voor productieproces

    Score:

     

    Onvoldoende aandacht voor productieproces van de waren.

    Enige mate van duurzaam ondernemen.

    Ruime mate van duurzaam ondernemen.

    0-3

    4-7

    8-10

 

  • f.

    Referenties (10 punten)

    Doel: aanvrager heeft geen problemen met andere gemeentes of marktorganisatoren.

    Score:

     

    Aanvrager heeft betalingsachterstanden of disciplinaire problemen

    Neutrale benadering, geen bijzonderheden.

    Aanvrager staat zeer positief bekend bij andere gemeentes.

    0-3

    4-7

    8-10

Zesde lid

De aanvraag met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten wordt toegekend, de aanvragen met een lager aantal punten afgewezen. Als er meer vergunningen tegelijk beschikbaar zijn gekomen, kunnen er ook meer aanvragen worden toegewezen, maar wel op volgorde van puntental. Als het totaal aan beschikbare vergunningen is verdeeld, worden de overgebleven aanvragen (met laagste punten) afgewezen.

 

Door de verdeelprocedure uit te werken in de verordening en in het inrichtingsplan vast te leggen dat deze wordt gehanteerd door burgemeester en wethouders, kunnen potentiële gegadigden weten welke selectiecriteria gelden en kunnen zij hun aanvraag daarop afstemmen. Op deze manier wordt een onpartijdige en transparante selectieprocedure toegepast.

 

Zevende lid

Het zevende lid tenslotte bevat een regeling voor de situatie waarin meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, terwijl er voor hen maar een vergunning beschikbaar is. In dat geval wordt deze vergunning onder hen verloot, waarbij de vergunning wordt verleend op basis van rangschikking die volgt uit de trekking.

 

Artikel 10. Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen

Dagplaatsvergunningen zijn beschikbaar voor op de kaart van de markt als zodanig aangegeven dagplaatsen en daarnaast ook voor vaste standplaatsen die op de betreffende dag niet (op tijd) zijn ingenomen door de houder van de bijbehorende vaste standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger (artikel 17, tweede lid). Dagplaatsvergunningen gelden voor één dag, zodat het voor de hand ligt om te voorzien in een eenvoudige verdeelprocedure van ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Uiteraard geldt hier ook dat een aanvraag of de aanvrager moet voldoen aan de eisen. Uit artikel 17 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Aangezien er maar één mogelijke verdeelprocedure is voor een dagplaatsvergunning en die in de verordening is neergelegd, hoeft hierover geen keuze te worden bekendgemaakt in het inrichtingsplan.

 

Artikel 11. Verdeling beschikbare standwerkvergunning

De verdeling van de beschikbare standwerkvergunningen is op dezelfde manier geregeld als de verdeling van de dagplaatsvergunningen. Ook de standwerkvergunningen zijn vergunningen voor de duur van één dag. Uiteraard geldt ook hier dat een aanvraag of de aanvrager moet voldoen aan de eisen. Uit artikel 18 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Zei verder de toelichting onder artikel 10.

 

Paragraaf 3. Vaste standplaatsvergunning

 

Artikel 12. Algemene bepalingen vaste standplaatsvergunning

Eerste lid

Dit artikel bevat de algemene bepalingen met betrekking tot de vaste standplaatsvergunning. Deze vergunning geldt, vanwege de beperkte beschikbaarheid van de openbare ruimte voor de markthandel, als een schaarse vergunning in de zin van de Dienstenrichtlijn. Of er daadwerkelijk meer aanvragers zijn dan vergunningen is voor de kwalificatie als schaarse vergunning niet van belang. Schaarse vergunningen worden voor bepaalde tijd verleend. De achterliggende gedachte daarbij is dat de vergunning na afloop van tijd weer beschikbaar moet komen voor (her)verdeling. Niet alleen de zittende ondernemers, maar ook potentiële andere gegadigden moeten immers de kans krijgen om toe te treden tot de markt.

 

Bij het bepalen van de duur van de vaste standplaatsvergunning is de zogenaamde terugverdientijd (en een redelijke vergoeding van geïnvesteerd kapitaal) van belang. De looptijd van de vergunning hoort niet korter te zijn dan deze terugverdientijd, omdat anders de vergunninghouders het risico lopen hun investeringen niet te kunnen terugverdienen. De looptijd van de vergunning hoort ook niet langer te zijn dan de terugverdientijd, omdat anders de potentiële gegadigden onnodig lang worden afgehouden van de toegang tot de markt.

 

Het is aan het gemeentebestuur om vast te stellen wat de looptijd van de vergunning moet zijn. Zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 21 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1588), waarin de Afdeling onder meer heeft overwogen dat bij het bepalen van de looptijd (“passende beperkte duur”) van een beleidsmatig schaarse vergunning de terugverdientijd van noodzakelijke investeringen als factor moet worden meegenomen. Uit deze uitspraak volgt verder dat de zogenaamde afschrijvingstermijn niet per afzonderlijke vergunning of vergunninghouder mag worden bepaald, omdat dit tot willekeur leidt en niet verenigbaar is met de vereiste rechtszekerheid voor de vergunninghouders en eventuele gegadigden voor de vergunningen. Uit de besluitvorming moet blijken dat het gemeentebestuur rekening heeft gehouden met de terugverdientijd.

 

Gelet op het voorgaande is gekozen voor een vergunningsduur van 15 jaar. De looptijd van de vaste standplaatsvergunning is gebaseerd op het onderzoek dat SEO Economisch Onderzoek (hierna: SEO) heeft gedaan op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In het rapport dat SEO heeft uitgebracht (‘Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel’, januari 2021) is een analyse gemaakt van de opbrengsten van de ambulante handel en de investeringen, inclusief een redelijke vergoeding op geïnvesteerd vermogen. Daarnaast is aansluiting en contact gezocht met het advies van de CVAH.

 

Tweede lid

Op de vergunning staat vermeld welke vaste standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden. Op grond van het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. Daarbij kan gedacht worden aan extreme weersomstandigheden, noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden of bepaalde evenementen.

 

Derde lid

De vaste standplaatsvergunning is niet overdraagbaar, alleen al niet omdat dit niet verenigbaar is met het vereiste om potentiële gegadigden gelijke kansen te bieden om toe te treden tot de markt.

 

Artikel 13. Overschrijven vaste standplaatsvergunning

Eerste en vierde lid

Als de vergunninghouder de vergunning niet meer zelf wil gebruiken, kan hij burgemeester en wethouders vragen om de vaste standplaatsvergunning in te trekken. Intrekking van de vergunning gebeurt ook na het overlijden of onder curatele stellen van de vergunninghouder. Een alternatief is dat de vergunning (op aanvraag) wordt overgeschreven op naam van een ander. Artikel 13 regelt dat dit onder omstandigheden kan en op wiens naam de vergunning dan mag worden overgeschreven. Als de vergunninghouder is overleden of onder curatele gesteld, moet de aanvraag om overschrijving worden gedaan binnen twee maanden na het overlijden of de ondercuratelestelling.

 

Tweede en derde lid

In dit artikel is verder voor de duidelijkheid vastgelegd dat als de vergunning is verworven via een selectieprocedure (artikel 9), de overschrijving ervan kan alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria op grond waarvan een vergunning eerder was verleend. Ook geldt dat alle aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen onverkort van toepassing blijven. De overschrijving geldt alleen voor de resterende looptijd van de betreffende vergunning en de overgeschreven vergunning kan niet worden verlengd. Na het einde van de looptijd moet de vergunning volgens de toepasselijke verdeelprocedure opnieuw worden uitgegeven.

 

Artikel 14. Intrekking en vervallen standplaatsvergunning

Eerste lid

Burgemeester en wethouders zijn gehouden de standplaatsvergunning in te trekken als de vergunninghouder daarom vraagt, of als hij is overleden of onder curatele is gesteld. Dit is anders wanneer tijdig een aanvraag tot overschrijving is gedaan (zie artikel 13).

 

Tweede en derde lid

Op grond van het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd, maar niet verplicht om de vergunning in te trekken als één van de daar genoemde situaties zich voordoet. Intrekking van de vergunning op grond van het tweede lid kan voor bepaalde of onbepaalde tijd zijn. Als de intrekking voor bepaalde tijd is, kan dat ook betekenen dat gedurende die tijd ook de op de vergunning vermelde vaste standplaats vervalt.

 

Vierde lid

De standplaatsvergunning vervalt tijdelijk als de vergunninghouder (of zijn rechtmatige vervanger, zie artikel 13) de standplaats niet (op tijd) heeft ingenomen. In dat geval vervalt de vergunning voor de rest van de dag en kan de betreffende standplaats worden uitgegeven als dagplaats (zie artikel 17, eerste lid). De houder van de standplaatsvergunning kan op die dag zijn standplaats niet alsnog innemen.

 

Artikel 15. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging

Eerste en tweede lid

De vergunninghouder is verplicht om de op de vaste standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in te nemen. Als hij dat vanwege vakantie of bijzondere omstandigheden niet kan, kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger tijdelijk de vaste standplaats inneemt. De vergunninghouder moet een aanvraag om toestemming indienen, met daarin de reden en de duur van zijn afwezigheid en de naam van de beoogde vervanger. Burgemeester en wethouders kunnen toestemming weigeren. Het spreekt voor zich dat de vervanger optreedt namens de vergunninghouder en evenzeer gebonden is aan alle verplichtingen die voor de vergunninghouder gelden.

 

Artikel 16. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats

Eerste lid

Als op een markt, om welke reden ook, een vaste standplaats vrijkomt, dan kan deze worden toegewezen aan een zittende houder van een andere vaste standplaatsvergunning op die markt. De toewijzing gebeurt door een wijziging van diens bestaande vergunning en op aanvraag, niet ambtshalve. De plaatsverandering is voor de resterende duur van de vaste standplaatsvergunning die was gekoppeld aan de beschikbaar gekomen standplaats. Zittende vergunninghouders kunnen een aanspraak maken op een verandering van hun standplaats, omdat zij hebben bijgedragen aan de markt en daarmee het voorzieningenniveau.

 

Tweede lid

Als er meer vergunninghouders zijn die een aanvraag doen om plaatsverandering, dan wordt tussen hen geloot. Loting vindt plaats door middel van een trekking.

 

Paragraaf 4. Dagplaats en standwerkers

 

Artikel 17. Dagplaatsvergunning

Eerste lid

Een dagplaatsvergunning kan langs twee wegen worden verleend, zo volgt uit het eerste lid. Als bepaalde standplaatsen zijn bedoeld als dagplaats en als zodanig zijn aangegeven op de kaart van de markt, kunnen burgemeester en wethouders voor die standplaatsen dagplaatsvergunningen afgeven. Ook kan een dagplaatsvergunning worden verleend voor een vaste standplaats die op de betreffende dag niet (op tijd) is ingenomen door de houder van de bijbehorende vaste standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger (zie artikel 13). Ook dagplaatsvergunningen kunnen niet onbeperkt worden uitgegeven en zijn in die zin schaars. de looptijd is beperkt tot een dag. Op de vergunning staat vermeld welke standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden. De wijze van verdeling van dagplaatsvergunningen is opgenomen in artikel 10.

 

Tweede tot en met vierde lid

Uit het tweede lid volgt wie in aanmerking kan komen voor een dagplaatsvergunning en wie dus een toewijsbare aanvraag kan indienen. Het vereiste dat in de aan de aanvraag voorafgaande periode niet vaker dan 10 keren een dagplaatsvergunning is verleend, is gesteld om ook andere gegadigden de kans te geven op deze vergunning. Burgemeester en wethouders moeten de vergunning weigeren in de gevallen die zijn genoemd in het derde lid. In alle gevallen die zijn genoemd in het vierde lid kunnen burgemeester en wethouders de vergunning weigeren.

 

Vijfde en zesde lid

Anders dan bij een vaste standplaatsvergunning kan de houder van een dagplaatsvergunning zich, logischerwijs niet laten vervangen. Hij kan zich wel laten bijstaan.

 

Artikel 18. Standwerkvergunning

Eerste lid

Als bepaalde standplaatsen zijn bedoeld als standwerkersplaats en als zodanig zijn aangegeven op de kaart van de markt, kunnen burgemeester en wethouders voor die standplaatsen standwerkvergunningen afgeven. De standwerkvergunning geldt, net als de dagplaatsvergunning, voor een dag. Op de vergunning staat vermeld welke standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden en eveneens welke artikelen de vergunning geldt. De wijze van verdeling van standwerkvergunningen is geregeld in artikel 11.

 

Tweede en derde lid

Uit het tweede lid volgt wie in aanmerking kan komen voor een standwerkvergunning en wie dus een toewijsbare aanvraag kan indienen. De weigeringsgronden zijn geregeld in het derde lid. Zie verdere toelichting bij artikel 18.

 

Vierde en vijfde lid

Anders dan bij een vaste standplaatsvergunning kan de houder van een standwerkvergunning zich, logischerwijs, niet laten vervangen. Hij kan zich wel laten bijstaan.

 

Paragraaf 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders

Paragraaf 5 bevat een aantal algemene bepalingen voor (markt)vergunninghouders. Daarbij gaat het voornamelijk om algemene verplichtingen, zoals de verplichting om de vergunning te laten zien op eerste verzoek van een toezichthouder, de verplichting om de markt schoon te houden. Deze verplichtingen gelden uiteraard ook voor eventuele vervangers van vergunninghouders.

 

Paragraaf 6. Handhaving

Artikel 24. Onmiddellijke verwijdering

In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat het gemeentebestuur onder andere ter uitvoering van gemeentelijke verordeningen de bevoegdheid heeft om een last onder bestuursdwang op te leggen. Dit artikel regelt de bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om een bijzondere vorm van bestuursdwang, namelijk verwijdering, toe te passen. Deze bevoegdheid kan worden gebruikt als een vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog op de markt, of bij andere (ernstige) overtredingen van de Marktverordening.

 

Bij deze vorm van bestuursdwang wordt spoedeisendheid verondersteld (zie artikel 5:31, eerste lid van de Awb). Dan kan bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Bij zéér spoedeisende gevallen, waarbij de haast zo groot is dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan bestuursdwang onmiddellijk worden toegepast (artikel 5:31, tweede lid, in samenhang met artikel 5:24, derde lid, van de Awb). Het hangt van de omstandigheden van het geval af of sprake is van een spoedeisend geval, of van een zéér spoedeisend geval.

 

Onder wangedrag wordt in ieder geval verstaan:

  • 1.

    fysiek geweld door vergunninghouder en/of diens medewerker(s) tegen medewerkers van of handelend namens de gemeente;

  • 2.

    belediging en/of bedreiging door vergunninghouder en/of diens medewerker(s) tegen medewerkers van of handelend namens de gemeente;

  • 3.

    fysiek geweld tussen kooplieden of diens medewerker(s) onderling.

In de gevallen van 1. t/m 3. zal de marktmeester of de met toezicht en handhaving belaste persoon van de gemeente de politie inschakelen om de persoon aan te houden en mee te nemen naar het politiebureau en/of aangifte doen van bedreiging/mishandeling van een ambtenaar in functie.

 

Paragraaf 7. Slotbepalingen

 

Artikel 26. Overgangsrecht

Eerste lid

Op grond van het eerste lid blijven de besluiten op grond van de Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2016 (vergunningen, ontheffingen, mandaten, inrichtingsplannen enz.) bestaan, totdat ze (ambtshalve) worden gewijzigd of ingetrokken. Zo hebben burgemeester en wethouders de gelegenheid om te doen wat er moet gebeuren. Dat is vooral van belang voor de vergunningen voor onbepaalde tijd: dit moet immers vergunningen voor bepaalde tijd zijn.

 

Tweede lid

Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om eenmaal, bij het omzetten van vaste standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd naar bepaalde tijd een kortere looptijd dan op grond van artikel 12, eerste lid, te bepalen. De gewijzigde vergunningen kunnen als overgangstermijn dienstdoen. Het bepalen van de duur van de overgangstermijn is lokaal maatwerk. Relevant is onder meer of de zittende ondernemers hun investeringen al grotendeels hebben kunnen terugverdienen en of zij voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie van vergunningen voor bepaalde tijd, die volgens de nieuwe verdeelprocedures worden uitgegeven. Uit rechtspraak (Rechtbank Amsterdam, 5 augustus, 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5002) blijkt dat het mogelijk is om een generieke overgangstermijn te bepalen, mits er ruimte is om daarvan af te wijken als in een individueel geval blijkt dat een ondernemer onevenredig wordt benadeeld. Uit dezelfde uitspraak volgt dat een overgangstermijn niet is bedoeld als volledige compensatie, maar om de vergunninghouders de gelegenheid te bieden om zich in te stellen op de nieuwe situatie.

 

Derde lid

De wacht- en anciënniteitslijsten komen te vervallen. Het laten voortbestaan van deze lijsten dient nauwelijks doel en is Europeesrechtelijk mogelijk problematisch.

 

Vierde lid

Op aanvragen die zijn ingediend ten tijde van de Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2016 en waarop nog niet is beslist bij de inwerkingtreding van deze Marktverordening, is deze Marktverordening van toepassing. Voor deze situatie is niet voorzien in overgangsrecht en geldt dus onmiddellijke inwerkingtreding. Dat is anders voor bezwaarschriften die zijn ingediend ten tijde van de Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2016. Daarvoor is wel voorzien in overgangsrecht, zodat deze bezwaarschriften nog worden afgehandeld conform de Marktverordening 2016.

 

<Einde toelichting>

Naar boven