5e Wijziging Verordening Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Heerde

De raad van de gemeente Heerde;

 

gelezen het voorstel van het college van d.d. 4 november 2025;

 

gelet op artikel 1.1.1, artikel 2.1.2 lid 2 onder g en lid 3 onder b, artikel 2.1.3 lid 2 onder a, artikel 2.3.2 lid 4 en artikel 2.3.5 lid 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

 

besluit:

“Verordening tot 5e wijziging van de Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020” vast te stellen.

Artikel I  

De Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020 wordt gewijzigd als volgt.

 

A

Artikel 1, tweede lid, onder h wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Eigen kracht en gebruikelijke voorzieningen:

  • i.

    Eigen kracht: het vermogen van de inwoner om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen, alsook de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) en/of wettelijke gezagdragers zelf of met behulp van het sociale netwerk om te voorzien in of bij te dragen aan het oplossen van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

  • ii.

    Gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking of mensen met een behoefte aan jeugdhulp en die niet veel duurder is dan vergelijkbare producten.

B.

Artikel 1, tweede lid, onder p wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • a.

    mantelzorger: persoon die 18 jaar of ouder is en minimaal acht uur per week en langer dan drie maanden in het betreffende kalenderjaar mantelzorg verleend aan de zorgvrager;

C.

Artikel 3, vijfde lid wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • 5.

    Wanneer het vanwege technische afschrijving noodzakelijk is een door de gemeente toegekende voorziening te vervangen, wordt deze automatisch door de aanbieder verstrekt.

D.

Artikel 4. Integrale bouwstenen, lid 1 onder d wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • d.

    Beschermd Thuis

    • i.

      Herstelgericht verblijf: Dit is een intramuraal product dat overeenkomt met klassiek beschermd wonen. De zorg en ondersteuning worden geleverd binnen de intramurale setting van de aanbieder, waarbij 24-uurs zorg op de locatie beschikbaar is. Zowel de zorgkosten als de hotelmatige kosten worden gefinancierd; de inwoner betaalt een eigen bijdrage.

    • ii.

      Integraal hersteltraject: Dit is een extramuraal product dat bestaat uit twee varianten: integraal hersteltraject perspectief en integraal hersteltraject intensief. De inwoner woont zelfstandig, met een duidelijke scheiding tussen wonen en zorg. De benodigde zorg en ondersteuning worden ambulant aan huis geleverd, met 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorg op afroep.

E.

Artikel 4. Integrale bouwstenen, lid 2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

De tarieven behorende bij de bouwstenen zijn vastgesteld in een regionaal inkoopproces, en zijn terug te vinden in het Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde.

 

F.

Artikel 6. Afwijzingscriteria, hier worden lid h en lid i aan toegevoegd:

 

  • h.

    aanwezigheid gebruikelijke hulp (Wmo)

    • i.

      In aansluiting op de artikelen 1.2.1, onder a. en 2.3.5 lid 3 van de wet wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt voor zover de cliënt de problematiek waarvoor in het gegeven geval een maatwerkvoorziening wordt aangevraagd, kan verminderen of wegnemen:

      • a.

        door gebruik te maken van zijn eigen kracht;

      • b.

        met gebruikelijke hulp van huisgenoten;

      • c.

        met mantelzorg of hulp van anderen uit zijn sociale netwerk;

      • d.

        door gebruik te maken van algemene voorzieningen;

      • e.

        door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke zaken of diensten.

    • ii.
      • a.

        Bij het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4. onder b. van de wet beoordeelt het college of er gebruikelijke hulp van huisgenoten als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015 beschikbaar is.

      • b.

        Huisgenoten van de cliënt zijn verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onder a. genoemde onderzoek, alsmede bij heronderzoek als bedoeld in artikel 2.3.9 van de wet.

    • iii.

      Bij de beoordeling als bedoeld in het artikel 6 lid h onder ii, onder a. wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met:

      • a.

        de samenstelling van de leefeenheid van de cliënt en diens huisgenoot of huisgenoten;

      • b.

        de aard van de relatie tussen de cliënt en diens huisgenoten;

      • c.

        de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt;

      • d.

        de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de cliënt bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;

      • e.

        de mate waarin en de wijze waarop de cliënt voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;

      • f.

        overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de cliënt die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de cliënt hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving.

  • i.

    aanwezigheid van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (Jeugd)

    • i.

      Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt niet verstrekt als uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen voorzien in of bijdragen aan het oplossen van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

    • ii.

      Bij het beoordelen van de eigen kracht heeft het college als uitgangspunt dat de ouders en andere verzorgers en opvoeders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het verzorgen en opvoeden van de jeugdige en het houden van toezicht. Zij doen alles wat binnen hun mogelijkheden past om ervoor te zorgen dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Deze verantwoordelijkheid geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft.

    • iii.

      Om te bepalen wat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen oplossen, beoordeelt het college in ieder geval:

      • a.

        De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige;

      • b.

        De voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan;

      • c.

        De mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders;

      • d.

        De samenstelling van het gezin en de woonsituatie;

      • e.

        Het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan;

      • f.

        De mogelijkheden van het sociale netwerk om de jeugdige en de ouders te ondersteunen;

      • g.

        De mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen;

      • h.

        Overige relevante omstandigheden van de jeugdige en de ouders die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden.

G.

Artikel 8. Persoonsgebonden budget, Lid 3, sub e. onder v wordt hernummerd naar iv en komt als volgt te luiden:

 

  • iv.

    deeltijdverblijf, logeeropvang en respijtopvang een symbolische vergoeding van maximaal het tarief welke voor een zorg in natura maatwerkvoorziening vastgesteld is.

H.

Artikel 8. Persoonsgebonden budget lid 4 onder c wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • c.

    vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat wordt gehanteerd voor de maatwerkvoorziening vervoer, welke in het Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde wordt vastgesteld;

I.

Artikel 8. Persoonsgebonden budget lid 5 onder b wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • b.

    Voor hulp uit het sociaal netwerk in de vorm van deeltijdverblijf, logeeropvang en respijtzorg, bestaande uit onverplichte maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, kan vanuit het pgb een forfaitaire tegemoetkoming worden verstrekt voor maximaal het tarief welke voor een zorg in natura maatwerkvoorziening is vastgesteld. Uitgangspunt is dat deze wordt verstrekt per kalendermaand in die maanden dat ondersteuning wordt geleverd.

J.

Artikel 11. Bouwstenen Jeugd, lid 1 wordt de eerste introductiezin gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    De volgende individuele voorzieningen kunnen ingezet worden als voorziening voor Jeugdhulp (voor tarieven zie het Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde):

K.

Artikel 11. Bouwstenen Jeugd lid 1 onder b. hierbij wordt lid vii toegevoegd:

 

  • vii.

    Medicatiecontrole

L.

Artikel 11. Bouwstenen Jeugd, lid 2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • 2.

    De tarieven behorende bij de bouwstenen zijn vastgesteld in een regionaal inkoopproces, en zijn te vinden in Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde.

M.

Artikel 13. Bouwstenen Wmo wordt de eerste introductiezin gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    De volgende maatwerkvoorzieningen kunnen ingezet worden als Wmo voorziening (voor tarieven zie het Financieel besluit Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde)

N.

Artikel 13 Bouwstenen Wmo lid 1 onder a wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • a.

    Maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning (MVHO)

O.

Artikel 13. Bouwstenen Wmo, lid 2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • 2.

    De tarieven behorende bij de bouwstenen zijn vastgesteld in een regionaal inkoopproces, en zijn te vinden in het financieel besluit.

P.

Artikel 16b Bijdrage in de kosten lid 1 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Collectief vraagafhankelijk vervoer is uitgesloten van de bijdrage in de kosten zoals bedoeld in artikel 16a van deze verordening. In plaats daarvan is de cliënt een ritbijdrage verschuldigd voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer. De ritbijdragen zijn te vinden in het financieel besluit.

Q.

Bijlage 1 wijzigen op de volgende punten:

  • -

    Bijlage 1 zal enkel de artikelsgewijze toelichting Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning 2020 betreffen.

  • -

    Aangepast wordt in de toelichting bij hoofdstuk 1 onder artikel 1, tweede lid onder kopje voorzieningen bij de 5e bullet in de volgende tekst:

    • Eigen kracht en gebruikelijke voorziening (artikel 1 tweede lid onder h.):

      • i.

        Eigen kracht: het vermogen van de inwoner om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen, alsook de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) zelf of met behulp van het sociale netwerk om te voorzien in of bij te dragen aan het oplossen van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

      • ii.

        gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking of mensen met een behoefte aan jeugdhulp en die niet veel duurder is dan vergelijkbare producten

  • -

    Aanpassen van de toelichting bij hoofdstuk 1 onder artikel 3 lid 4 naar:

     

    • Lid 4

    • Maatwerkvoorzieningen worden in de regel verstrekt voor de periode die gelijk staat aan de technische levensduur. Bij de noodzakelijke vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening binnen die periode, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven met uitzondering van de omstandigheden zoals genoemd in lid 4. Is de voortijdige afschrijving geheel aan de cliënt te wijten, dan wordt rekening gehouden met de door hem geheel of gedeeltelijk te betalen tegemoetkoming in de veroorzaakte kosten.

  • -

    Bij de toelichting artikel 6 toevoegen:

     

    • Ad. h en i

    • Op 29 mei 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) 3 uitspraken in het kader van de Jeugdwet gedaan.Het gaat om de uitspraken CRvB, 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1095 (gemeente Vlissingen), ECLI:NL:CRVB:2024:1096 (gemeente Hollands Kroon) en ECLI:NL:CRVB:2024:1097 (gemeente Groningen). Deze uitspraken zijn dus gedaan in het kader van de Jeugdwet. Voor de uitvoering van de Wmo 2015 hebben deze uitspraken ook gevolgen. Het gaat bij de Wmo om verheldering inzake de aanwezigheid van gebruikelijke hulp en bij de jeugdwet verheldering wat de betekenis is van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen.

  • -

    Bij de toelichting op artikel 11. Bouwstenen Jeugd lid 1 onder b. toevoegen:

    • vii.

      Medicatiecontrole

  • -

    Toelichting op artikel 11 de laatste zin wordt aangepast in:

    • De tarieven behorende bij de verschillende vormen van jeugdhulp zijn te vinden in het financieel besluit.

  • -

    Toelichting op Artikel 13 Bouwstenen Wmo onder de eerste bullet wordt aangepast in:

    • Maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning (MVHO)

  • -

    De toelichting op artikel 16 b onder lid 1 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

     

    • Het collectief vraagafhankelijk vervoer kent een bijdrage in de kostensystematiek in de vorm van een ritbijdrage. Het collectief vraagafhankelijk vervoer wordt daarmee uitgesloten van de bijdrage in de kosten zoals bedoeld in artikel 16a van deze verordening. De gemeente compenseert personen voor ritten tot 20 kilometer die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen. Om die reden geldt voor ritten tot 20 kilometer een lagere ritbijdrage (tarieven PlusOV). Voor ritten van meer dan 20 kilometer tot 40 kilometer hanteren wij een hogere bijdrage (tarieven PlusOV). Valys, de organisatie die namens de rijksoverheid het bovenlokaal vervoer voor inwoners met een beperking organiseert, vervoert vanaf 25 kilometer. Wanneer personen met het vraagafhankelijke vervoer van PlusOV reizen, naar een bestemming die gelegen is tussen de 20 en de 25 kilometer, dan betalen zij voor maximaal 5 kilometer een hoger tarief. Indien dit in het individuele geval tot problemen leidt, zal maatwerk uitkomst moeten bieden.

Artikel II  

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 15 december 2025.

griffier,

voorzitter,

Naar boven