Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020 en de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

De raad van de gemeente Leiden:

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel RV 25.0069 van 16 september 2025), mede gezien het advies van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid.

 

BESLUIT

  • 1.

    vast te stellen de verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020 en de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 (beide met betrekking tot dieren), luidende aldus:

Artikel I Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020, met betrekking tot dieren

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    Artikel 2:58 komt te vervallen.

  • B.

    Artikel 2:61 komt te vervallen.

  • C.

    Artikel 2:62 komt te vervallen.

  • D.

    Artikel 4:9a komt te vervallen.

  • E.

    Hoofdstuk 5, afdeling 11 komt te vervallen.

Artikel II Wijziging van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, met betrekking tot dieren

De Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    Na artikel 3.4.6.4 wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat komt te luiden:

    Artikel 3.4.6.5 Verbod feestversiering in de open lucht

    • 1.

      Het is verboden om ballonnen op te laten in de open lucht.

    • 2.

      Het is verboden om confetti, serpentine of andere feestversiering te gebruiken en/of te verspreiden in de open lucht.

    • 3.

      Het college kan voor de Taptoe en de Grote Optocht tijdens de viering van het Leidens Ontzet aan de organisatoren ervan, op aanvraag ontheffing verlenen van het in het tweede lid opgenomen verbod mits er gebruik wordt gemaakt van biologisch afbreekbaar confetti of biologisch afbreekbaar serpentine.

    • 4.

      Het college kan voor de ceremonie rondom de voltrekking van een huwelijk of het aangaan van een geregistreerd partnerschap, op aanvraag ontheffing verlenen van het in het tweede lid opgenomen verbod mits er gebruik wordt gemaakt van biologisch afbreekbaar confetti of biologisch afbreekbaar serpentine.

  • B.

    In artikel 3.6.2.1 derde lid wordt het woord ‘lat’ vervangen door het woord ‘laat’.

  • C.

    Artikel 3.6.2.2 wordt vernummerd naar artikel 3.6.2.3.

  • D.

    Er wordt een nieuw artikel 3.6.2.2 ingevoegd, dat komt te luiden:

    Artikel 3.6.2.2 Verontreiniging door honden (APV)

    • 1.

      Degene die zich met een hond in de openbare ruimte begeeft (de hondenuitlater) is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

    • 2.

      Voor het onmiddellijk verwijderen zoals bedoeld in het eerste lid, moet de hondenuitlater opruimmiddelen voor vaste uitwerpselen bij zich te hebben, waaronder worden begrepen plastic of papieren zakjes, een schepje, of andere geschikte opruimmiddelen. De hondenuitlater is verplicht deze opruimmiddelen op verzoek te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar.

    • 3.

      Het eerste lid is niet van toepassing op degene die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of van wie het opruimen vanwege zijn lichamelijke handicap redelijkerwijs niet gevergd kan worden.

    • 4.

      Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  • E.

    Er wordt een nieuw artikel 3.6.2.4 ingevoegd, dat komt te luiden:

    Artikel 3.6.2.4 Storend geluid (APV)

    Degene die de zorg voor een dier heeft, is verplicht al het mogelijke te doen om te voorkomen dat dit dier voor de omgeving in ernstige mate storend geluid maakt of veroorzaakt.

  • F.

    Er wordt een nieuw artikel 3.6.2.5 ingevoegd, dat komt te luiden:

    Artikel 3.6.2.5 Verbod voeren van dieren

    • 1.

      Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water dieren te voeren.

    • 2.

      Het verbod geldt niet voor:

      • a.

        door het college nader aan te wijzen locaties die geschikt worden bevonden voor het recreatiefvoeren van dieren;

      • b.

        door het college aan te wijzen andere categorieën van gevallen.

  • G.

    Er wordt een nieuw artikel 3.6.2.6 ingevoegd, dat komt te luiden:

    Artikel 3.6.2.6 Loslopend vee (APV)

    De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat dit vee de weg niet kan betreden.

Artikel III Wijziging van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, met betrekking tot mobiliteit

De Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

Na artikel 3.4.7.11 wordt een nieuw artikel 3.4.7.12 ingevoegd dat komt te luiden:

 Artikel 3.4.7.12 Deelmobiliteit en het aanbieden van mobiliteit ten behoeve van toeristen Het college kan gebieden aanwijzen waar het niet is toegestaan om voertuigen ten behoeve van deelmobiliteit en/of ten behoeve van personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen (toeristen) aan te bieden. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het proces en de voorwaarden van vergunningverlening.

 

Artikel IV Vaststelling van de Destructieverordening 2025, onder gelijktijdige intrekking van de Destructieverordening 1996

De Destructieverordening 2025 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Destructieverordening 1996, als volgt:

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

  • a.

    wet: de Wet dieren;

  • b.

    aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen;

  • c.

    destructiemateriaal: dode honden, dode katten en het krachtens artikel 3.3, eerste lid, van de wet aangewezen dierlijk afval.

Artikel 2 Verzamelplaats

Het college van Burgermeester en Wethouders wijzen een verzamelplaats aan, waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.

 

Artikel 3 Verplichting aangifteplichtige

De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan.

 

Artikel 4 Bewaren destructiemateriaal

Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.

 

Artikel 5 Slotbepaling

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Destructieverordening 2025.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 3.

    Op dat tijdstip vervalt de Destructieverordening 1996, met inbegrip van latere besluiten tot wijziging van die verordening.

Artikel V Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 4 december 2025,

de Griffier,

dhr. G.F.C. van Leiden

de voorzitter,

dhr. P.J. Heijkoop

Naar boven