Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Wageningen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen,

 

gelet op de artikelen 7, eerste lid, onderdeel b, en 35 Participatiewet,

 

besluit vast te stellen, de

 

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Wageningen 2026

 

1 Algemeen

1.1 Uitgangspunten

Deze beleidsregels gaan over wat de gemeente kan doen als inwoners bepaalde noodzakelijke kosten niet kunnen betalen. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf aan zet als er financiële problemen zijn. Als het inwoners niet lukt om zelf hun kosten te betalen, kan de gemeente hulp bieden. Die hulp heet bijzondere bijstand, en is bedoeld om inwoners te helpen onverwachte noodzakelijke kosten te betalen als ze dat zelf niet kunnen. Hoe en wanneer die hulp gegeven kan worden, leggen we in deze beleidsregels uit. Het zijn regels op hoofdlijnen. Per situatie onderzoekt de gemeente wat de beste oplossing is voor het probleem van de inwoner. Dat noemen we maatwerk.

 

1.2 Begrippen

In deze beleidsregels maken we zo weinig mogelijk gebruik van vaktaal, maar soms kan dat niet anders. Sommige begrippen uit de wet zijn namelijk lastig te vertalen. De eerste keer dat we zo’n begrip gebruiken, geven we aan uit welke wet dat begrip komt. Dat begrip heeft in deze beleidsregels dezelfde betekenis als in die wet. Andere begrippen die we in deze beleidsregels gebruiken zijn:

  • bijstandsnorm: de maximale uitkeringsbedragen uit de Participatiewet, zonder rekening te houden met een verlaging vanwege medebewoners/kostendelers of lage woonlasten. De toepasselijke bijstandsnorm is het uitkeringsbedrag dat afhangt van leeftijd en gezinssituatie;

  • draagkracht: wat de inwoner zelf kan bijdragen aan de kosten;

  • gemeente: het college van burgemeester en wethouders van Wageningen;

  • inwoner: de persoon die een rechtstreeks belang heeft bij een besluit van de gemeente (de belanghebbende (uit art. 1:2 Algemene wet bestuursrecht) en zijn gezin;

  • Maatschappelijk Meedoen Budget: een tegemoetkoming op grond van de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Wageningen, de premie arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 5.2 van de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Wageningen en een tegemoetkoming op grond van de Verordening Maatschappelijk Meedoen Regeling gemeente Wageningen;

  • wet: Participatiewet.

1.3 Voorwaarden

Een inwoner moet voldoen aan een aantal voorwaarden om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand. Die voorwaarden staan in de wet, vooral in de artikelen 15 en 35. De belangrijkste voorwaarden benoemen we hier in het kort.

1.3.1 Geen beroep op een andere voorziening

De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, als géén beroep kan worden gedaan op een andere (voorliggende) voorziening tenzij anders omschreven in deze beleidsregels. Het gaat om een voorziening die toereikend (voldoende) en passend in de kosten van de inwoner voorziet en daarom voorgaat op bijzondere bijstand (art. 15 van de wet). Die voorziening moet de inwoner dan eerst aanvragen.

1.3.2 Aanvraag vooraf indienen

De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend voordat de kosten zijn gemaakt, of in ieder geval 3 maanden na het opkomen van de kosten. De aanvraag kan na de termijn van 3 maanden worden ingediend tot uiterlijk 12 maanden na het opkomen van de kosten, mits de inwoner aannemelijk kan maken waarom rekening moet worden gehouden met bijzondere individuele omstandigheden.

1.3.3 Noodzakelijke kosten en bijzondere omstandigheden

De kosten moeten noodzakelijk zijn en het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden (art. 35 lid 1 van de wet). Of dit zo is bepaalt de gemeente per geval, maar voor sommige kosten nemen we dat altijd aan. Die kosten noemen we hieronder in hoofdstuk 4. We geven dan ook aan welke bijzondere regels daarvoor gelden.

1.3.4 Te weinig draagkracht

De inwoner kan pas in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als hij de kosten niet zelf kan betalen. In hoofdstuk 2 wordt uitgelegd wanneer de inwoner de kosten zelf moet betalen.

1.3.5 Kosten door eigen schuld

Als de inwoner de kosten zelf heeft veroorzaakt, dan kan de gemeente besluiten om de bijzondere bijstand te weigeren, verlagen of als lening te verstrekken. Dat wordt per situatie bepaald. We houden rekening met wat de inwoner redelijkerwijs kan worden aangerekend. In artikel 1.6 van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Wageningen is dat geregeld.

 

1.4 Hoogte van de bijstand

De hoogte van de bijzondere bijstand wordt (individueel) bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten. Soms zijn er meerdere mogelijkheden om in de kosten te voorzien. Uitgangspunt is dan dat de gemeente bijstand verleent voor de goedkoopste mogelijkheid. Noemt de meest actuele prijzengids van het Nibud normbedragen voor die kosten, dan sluit de gemeente daarbij aan voor het bepalen van de hoogte van de bijstand. Er wordt geen drempelbedrag gehanteerd (artikel 35 lid 2 van de wet).

 

1.5 Vorm van de bijstand

Bijzondere bijstand betaalt de gemeente in principe ‘om niet’ (als gift). Soms kan bijzondere bijstand als lening worden verstrekt. Dit is bijvoorbeeld bij bepaalde kostensoorten zoals in artikel 4.7.

 

Bijzondere bijstand kan ook als lening worden verstrekt als de inwoner op korte termijn voldoende geld ontvangt om de kosten zelf te betalen of als de inwoner schuld heeft aan het ontstaan van de kosten of de kosten had kunnen voorkomen (artikel 48 lid 2 van de wet). Per situatie bepaalt de gemeente of de bijstand dan als lening wordt verstrekt.

 

De lening moet worden terugbetaald in 36 aaneengesloten maanden. Het bedrag dat de inwoner per maand moet terugbetalen is minimaal gelijk aan 5% van de toepasselijke bijstandsnorm.

 

Als de inwoner gedurende 36 maanden volgens de afspraak met de gemeente heeft afgelost, wordt de na die periode nog resterende lening omgezet in een gift.

2 Draagkracht

De gemeente onderzoekt of de kosten kunnen worden betaald uit het inkomen en het vermogen van de inwoner. Daarvoor gelden de hieronder beschreven regels.

 

2.1 Twee manier van het berekenen van de draagkracht

De gemeente Wageningen gebruikt twee manieren om te berekenen wat iemand zelf moet bijdragen in de kosten. De voor de inwoner meest voordelige manier wordt gebruikt:

 

  • 1.

    Als de inwoner een inkomen heeft dat lager is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, is er sprake van geen draagkracht. De manier waarop dit wordt berekend, staat in artikel 2.2 van de beleidsregels.

  • 2.

    Als de redelijke uitgaven voor het desbetreffende huishouden inclusief de individuele woonlasten en de maandelijkse kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, hoger zijn dan het totaal inkomen, dan is er sprake van geen draagkracht. De manier waarop dit wordt berekend en de uitzonderingsgronden staan in artikel 2.3 e.v. van de beleidsregels.

2.2 Welk inkomen telt mee voor het berekenen van de eerste manier: 110% van bijstandsnorm?

Bij het bepalen van de eerste manier (op basis van 110% van de bijstandsnorm) houdt de gemeente geen rekening met kostendelers.

 

Als het inkomen hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, dan moet de inwoner met 50% van zijn meerinkomen (het inkomen dat boven de 110% van de bijstandsnorm is) bijdragen in de kosten. Dat is de eigen bijdrage van de inwoner en wordt ook wel draagkracht genoemd.

 

Voor het bepalen van de draagkracht sluit de gemeente aan bij de wet. Inkomsten tellen mee als de inwoner daarover beschikt of kan beschikken. Een inwoner kan niet beschikken over inkomsten waarop executoriaal beslag is gelegd of die gereserveerd worden voor schuldeisers, omdat een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken. Inkomsten tellen niet mee, als er een schuldregeling met de inwoner is afgesproken.

 

Inkomsten die de wet vrijlaat bij algemene bijstand, laten we ook vrij bij de bijzondere bijstand. Dat staat in artikel 31, tweede lid van de wet. Dat betekent dat die inkomsten niet meetellen bij het bepalen van de draagkracht. Dat geldt ook voor de individuele inkomstentoeslag en de studietoeslag zolang dat lager is dan de bedragen uit artikel 34, derde lid van de wet, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald. Inkomsten die niet worden vrijgelaten zijn:

  • a.

    vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, en voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;

  • b.

    giften, voor zover de gemeente dat uit het oogpunt van algemene bijstandverlening niet verantwoord vindt.

2.3 Draagkracht vaststellen volgens de tweede manier: de Maatschappelijk Meedoen Grens

2.3.1. Wat is het Maatschappelijk Meedoen Budget en de Maatschappelijk Meedoen Grens

De Maatschappelijk Meedoen Grens (MMG) is het bedrag dat nodig is om van rond te komen en mee te doen in de samenleving. De Maatschappelijk Meedoen Grens bestaat uit de redelijke uitgaven per huishoudtype, vermeerderd met de individuele woonlasten.

Als het totaal inkomen lager is dan de redelijke uitgaven plus de woonlasten, dan zit iemand onder de MMG. Het Maatschappelijk Meedoen Budget (MMB) is een tegemoetkoming tot de MMG. De tegemoetkoming wordt verstrekt op grond van de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Wageningen, de premie arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 5.2 van de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Wageningen en een tegemoetkoming op grond van de Verordening Maatschappelijk Meedoen Regeling gemeente Wageningen.

2.3.2 Welk inkomen telt mee?

Bij het vaststellen van het inkomen worden een aantal middelen wel als inkomen gezien, die in de wet niet als inkomen worden gerekend zoals bijvoorbeeld de toeslagen. Dit, omdat deze middelen wel gebruikt kunnen worden om de redelijke kosten (zoals de zorgverzekering) voor een desbetreffend huishouden te dekken. Daarom wordt bij deze manier van berekenen gesproken van het totaal inkomen. Met uitzondering van bijstand, wordt het inkomen vastgesteld inclusief 6% vakantietoeslag van het netto-inkomen. Voor het bepalen van het totaal inkomen voor de Maatschappelijk Meedoen Grens wordt als inkomen in aanmerking genomen:

  • a.

    Het inkomen zoals benoemd bij manier 1 (art. 2.2) van de beleidsregels; en

  • b.

    middelen zoals genoemd in artikel 31 lid 2 onder b, c, d, en p van de wet.

Voor het vaststellen van de hoogte van de toeslagen zoals bepaald in artikel 31, lid 2, onder d, van de wet wordt de proefberekening van de belastingdienst toegepast.

 

Als er een Maatschappelijk Meedoen Budget is toegekend in de 12 maanden voorafgaand de aanvraag voor de bijzondere bijstand wordt ervan uitgegaan dat de inwoner geen draagkracht heeft. Als de inwoner in de 12 maanden voorafgaand de aanvraag voor bijzondere bijstand het Maatschappelijk Meedoen Budget niet heeft toegekend gekregen, wordt het inkomen berekend zoals omschreven in de verordeningen waarin het Maatschappelijk Meedoen Budget is geregeld.

 

2.4 Welke redelijke uitgaven en individuele woonlasten tellen mee voor het berekenen va de Maatschappelijk Meedoen Grens voor een desbetreffend huishouden?

De gemeente heeft de totale redelijke uitgaven van verschillende huishoudtypen vastgesteld. Deze zijn deels gebaseerd op de normen van het Nibud en deels op lokale uitgaven voor bijvoorbeeld sport en cultuur. In bijlage 1 van deze beleidsregels staat een tabel met daarbij de redelijke uitgaven voor het kalenderjaar voor de verschillende huishoudtypen.

 

De redelijke uitgaven worden verlaagd met:

  • -

    De bijdrage die de inwoner maandelijks ontvangt zoals bedoeld in artikel 35 lid 3 van de Wet voor de deelname aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van de gemeente;

  • -

    De hoogte van het bedrag kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting. Indien de inwoner redelijkerwijs aanspraak kan maken op de kwijtschelding, zal dit bedrag in mindering worden gebracht op de redelijke uitgaven.

 

Voor het bepalen van de individuele woonlasten worden de rekenhuur en de servicekosten in aanmerking genomen. Als de servicekosten ook bestaan uit kosten voor gas, water en/of elektra dan worden deze kosten niet in aanmerking genomen. Als het een koopwoning betreft worden de bruto woonlasten in aanmerking genomen.

 

2.5 Hoe wordt de draagkracht van de inwoner berekend volgens de tweede manier?

De draagkracht op grond van het inkomen hangt af van de situatie van de inwoner en de soort kosten waarvoor de inwoner bijzondere bijstand aanvraagt. Verschillende situaties zijn denkbaar:

 

  • -

    Als de inwoner een inkomen heeft boven de Maatschappelijk Meedoen Grens (MMG) vermeerderd met de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, wordt er geen bijzondere bijstand verstrekt.

  • -

    Als de inwoner een inkomen heeft onder de MMG plus de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, wordt bijzondere bijstand verstrekt. De hoogte is dan maximaal het verschil tussen het inkomen en de MMG plus de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd.

  • -

    Voor de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten die betrekking hebben op vervoer, duurzame gebruiksgoederen, inboedel en inrichting, wordt geen bijzondere bijstand verleend wanneer het inkomen hoger is dan de MMG. Als het inkomen lager is dan de MMG wordt het verschil tussen het inkomen en de MMG vergoed.

2.6 Welk vermogen telt mee?

De gemeente stelt het vermogen vast op dezelfde manier als voor de algemene bijstandsuitkering. De regels uit de wet voor het vaststellen van het vermogen gelden ook voor bijzondere bijstand. Als de inwoner een vermogen heeft dat niet hoger is dan de bedragen uit artikel 34 lid 3 van de wet, hoeft de inwoner uit zijn vermogen niets bij te dragen aan de kosten, tenzij er in deze beleidsregels iets anders is geregeld. Is het vermogen hoger dan die bedragen uit de wet, dan telt het vermogen boven die grens volledig mee als draagkracht.

2.6.1 Bijzondere situaties bij vermogen

Soms gelden er andere regels voor het vermogen:

  • 1.

    De waarde van een eigen woning telt niet mee, als de inwoner die woning zelf bewoont.

  • 2.

    De waarde van een motorvoertuig telt ook niet mee, als het motorvoertuig ouder is dan 8 jaar (tenzij het om een zogenoemde klassieker gaat) of het een motorvoertuig met een waarde van minder dan €4.000,- betreft.

  • 3.

    Bij een aanvraag voor bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen, kosten voor vervoer, wonen, inboedel en inrichting telt het vermogen boven tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm mee.

2.7 Hoe lang geldt de draagkracht voor het vaststellen van het inkomen en vermogen?

Bij elke aanvraag voor bijzondere bijstand wordt het vermogen opnieuw vastgesteld.

 

Voor het inkomen geldt:

Als de draagkracht wordt vastgesteld aan de hand de 110% van de bijstandsnorm, dan stelt de gemeente de draagkracht vast voor een periode van 12 maanden. De gemeente berekent dan wat de inwoner in die periode zelf kan bijdragen aan de kosten. Die periode begint op de 1e dag van de maand waarin de inwoner de aanvraag voor bijzondere bijstand indient en eindigt 12 maanden later.

 

Als de draagkracht wordt vastgesteld aan de hand van de Maatschappelijk Meedoen Grens dan wordt de draagkracht vastgesteld voor de periode waarop de individuele inkomenstoeslag, de premie arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 5.2 van de Re-integratieverordening Participatiewet of de tegemoetkoming vanuit de Maatschappelijk Meedoen Regeling betrekking heeft.

 

Voor het vaststellen van het vermogen zijn er twee draagkrachtberekeningen, namelijk:

  • a.

    tweemaal de bijstandsnorm bij kostensoort van 2.6.1 onder 3 (gebruiksgoederen etc.) of;

  • b.

    de vermogensgrens van de Participatiewet bij andere kostensoorten (art. 2.6)

De draagkracht voor één van de twee manieren wordt vastgesteld tot er een aanvraag komt voor een kostensoort waar de andere draagkrachtberekening van toepassing is. Als dat niet het geval binnen een jaar wordt de draagkracht vastgesteld voor maximaal een jaar.

 

Als de inwoner de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt wordt de draagkracht voor 3 jaar vastgesteld.

2.7.1 Bijzondere situaties

Soms gelden er bijzondere regels:

  • 1.

    Bij wijziging van het inkomen kan de gemeente op verzoek van de inwoner de draagkracht opnieuw berekenen en vaststellen.

  • 2.

    Gaat het om kosten die maandelijks terugkeren? Dan wordt de berekende draagkracht gelijk verdeeld over deze maanden.

  • 3.

    Gaat het om kosten die zich maandelijks, maar over een kortere periode voordoen? Dan berekent de gemeente de draagkracht over die kortere periode.

3 Hardheidsclausule

Als de inwoner aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand voldoet, dan kan hij in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Voldoet de inwoner niet aan de voorwaarden, dan kan hij toch in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als er sprake is van ‘zeer dringende redenen’ (artikel 16 van de wet). Per geval beoordeelt de gemeente of bijzondere bijstand wordt verleend.

4 Veelvoorkomende kosten

Voor een aantal veelvoorkomende kostensoorten gelden bijzondere regels:

  • 1.

    medische kosten (4.1)

  • 2.

    kosten met een medisch kant (4.2)

  • 3.

    woonkosten (4.3)

  • 4.

    doorbetaling vaste lasten bij verblijf in inrichting (4.4)

  • 5.

    uitvaartkosten (4.5)

  • 6.

    duurzame gebruiksgoederen (huishoudelijke apparaten) (4.6)

  • 7.

    baby-uitzet (4.7)

  • 8.

    verhuizing en woninginrichting (4.8)

  • 9.

    rechtsbijstand (4.9)

  • 10.

    legeskosten voor verblijfsvergunningen en naturalisatie (4.10)

  • 11.

    griffierechten (4.11)

  • 12.

    bewindvoering, curatele en mentorschap (4.12)

Let op: de voorwaarden voor bijzondere bijstand gelden voor al deze kostensoorten. Dat betekent dat de inwoner in aanmerking komt voor bijzondere bijstand als aan de voorwaarden uit hoofdstuk 1 en 2 is voldaan. Soms gelden er bijzondere regels voor de noodzaak van de kosten of de invulling van bijzondere omstandigheden of de draagkracht. Dit wordt per kostensoort aangegeven.

 

4.1 Medische kosten

Voor vergoeding van noodzakelijke medische en paramedische kosten kan de inwoner een beroep doen op de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Het is de verantwoordelijkheid van de inwoner om een passende (aanvullende) zorgverzekering af te sluiten.

Binnen de Maatschappelijk Meedoen Grens wordt rekening gehouden met de kosten voor de gemeentepolis van Menzis Garant Verzorgd 2 pakket en Menzis Garant Tand Verzorgd 250 plus de kosten voor het eventueel betalen van het eigen risico. Hiermee zouden inwoners over voldoende middelen moeten beschikken om dit verzekeringspakket af te sluiten. Medische kosten die niet vergoed worden door dit pakket worden als gift verstrekt wanneer hier een medische noodzaak voor is. De vergoedingen van het Garant Verzorgd 2 pakket en Menzis Garant Tand Verzorgd 250 zijn te vinden op de website van de Menzis.

 

Inwoners kunnen besluiten om geen aanvullende zorgverzekering aan te schaffen of een verzekering met een lagere dekking. In dat geval kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten die onder het Menzis Garant Verzorgd 2 of Menzis Garant Tand Verzorgd 250 pakket wel vergoed zouden worden.

 

In een dergelijke situatie is het raadzaam voor de inwoner om het volgende jaar een aanvullende zorgverzekering aan te schaffen. Als de inwoner het kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag al bijzondere bijstand heeft gekregen voor kosten die vergoed hadden kunnen worden door het Menzis Garant Verzorgd 2 of Menzis Garant Tand 250 pakket, wordt er in principe geen bijzondere bijstand meer verstrekt.

 

Een verklaring van de (tand)arts, medisch specialist volstaat in principe als bewijs voor medische noodzaak. De gemeente kan een medisch advies van een onafhankelijk medische dienstverlener als voorwaarde opvragen.

 

4.2 Kosten met een medische kant

4.2.1 Tandheelkunde

Inwoners kunnen bijzondere bijstand aanvragen voor kosten van tandarts- of mondhygiënist, mits sprake is van een aantoonbare medische noodzaak of het een belemmering vormt voor het meedoen in de maatschappij. De medische noodzaak dient door de inwoner aangetoond te worden. Dit kan aan de hand van een begrijpelijk zorgplan en motivering van de tandarts. Hierbij wordt in ieder geval in overweging genomen tot hoeverre de kosten toekomstige problemen voorkomen, in welke mate de tandheelkundige problemen een belemmering vormen voor het meedoen in de maatschappij en of er goedkopere alternatieve mogelijk zijn. De gemeente kan advies inwinnen bij een derde partij.

4.2.2 Aangepaste kleding, kledingslijtage en bewassing

Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor extra kosten voor het wassen of aanschaffen van kleding wanneer deze kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking. De medische noodzaak van deze kosten dient door de inwoner te worden aangetoond. Indien nodig kan de gemeente een medisch advies opvragen om de noodzaak van de kosten te beoordelen.

 

De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als aan de voorwaarden is voldaan. Voor het vaststellen van de extra kosten sluit de gemeente aan bij de normbedragen voor bewassing uit de Nibud-prijzengids. Extra kosten gemaakt voor kinderen tot 4 jaar komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

4.2.3 Dieetkosten

Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor dieetkosten wanneer deze kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking en niet worden vergoed door de zorgverzekering. De medische noodzaak van deze kosten dient door de inwoner te worden aangetoond. Indien nodig kan de gemeente een medisch advies opvragen om de noodzaak van de kosten te beoordelen. Voor het vaststellen van de extra kosten sluit de gemeente aan bij de normbedragen voor voeding uit de Nibud-prijzengids.

4.2.4 Extra stookkosten

Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor extra stookkosten, wanneer zij een energielabel G of lager hebben of de extra kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking en niet worden vergoed door de zorgverzekering.

 

Alleen het deel van het gasverbruik dat uitkomt boven het door het Nibud vastgestelde gemiddelde komt in aanmerking voor vergoeding. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de jaarafrekening van de energieleverancier. De aanvraag voor bijzondere bijstand voor stookkosten dient binnen drie maanden na ontvangst van de jaarafrekening te worden ingediend.

4.2.5 Maaltijdvoorziening en bezorgkosten voor boodschappen

Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor een maaltijdvoorziening of bezorgkosten voor boodschappen wanneer deze kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking en niet worden vergoed door de zorgverzekering.

 

De hoogte van de bijzondere bijstand per maaltijd wordt bepaald op basis van het normbedrag uit de Nibud prijzengids, verminderd met de gebruikelijke maaltijdkosten zoals eveneens vastgesteld door het Nibud.

4.2.6 Reiskosten medische behandeling

Voor reis- en parkeerkosten buiten gemeente Wageningen of voor het bezoeken van een familielid tot en met de 2e graad in verband met een zwaarwegende medische reden kan bijzondere bijstand verstrekt worden. Hierbij wordt gerekend met de daadwerkelijke reisafstand. Daarnaast kan ook bijzondere bijstand verstrekt worden voor het bezoeken van uithuisgeplaatste kinderen.

 

De hoogte van de bijzondere bijstand zijn de werkelijke kosten voor de goedkoopste mogelijkheid van openbaar vervoer. Bij eigen vervoer wordt gerekend met het belastingvrije reiskostenvergoeding per kilometer en de parkeerkosten.

4.2.7 Sport- en cultuur bij lichamelijke of mentale beperking

De meerkosten voor het deelnemen aan sport- en cultuur activiteiten die worden gemaakt vanwege een lichamelijke of mentale beperking kunnen worden verstrekt via de bijzondere bijstand. Dit kan gaan om bijvoorbeeld een sportrolstoel of aangepaste sportattributen.

 

4.3 Woonkosten

Woonkosten moet de inwoner uit het maandelijkse inkomen betalen. Soms is dat lastig, omdat de kosten hoog zijn en/of er geen huurtoeslag mogelijk is. Onder bepaalde voorwaarden kan de inwoner dan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.

4.3.1 Woonkostentoeslag bij huur

Voor de huur van een woning kan de inwoner in principe huurtoeslag krijgen. Bijzondere bijstand is daarom meestal niet mogelijk. Hierop zijn twee uitzonderingen. De gemeente kan bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken voor:

  • a.

    eerste maand huur als de inwoner geen huurtoeslag ontvangt; of

  • b.

    omdat de huur te hoog is.

4.3.1.1 Eerste maand huur

Huurtoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, mits de inwoner op die eerste dag al op dat adres was ingeschreven. Anders gaat de huurtoeslag een maand later in. Als dat het geval is, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken ter hoogte van de niet ontvangen huurtoeslag over de gebroken eerste maand, vanaf de dag van inschrijving.

 

4.3.1.2 Te hoge huur

Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand voor een hoge huur geldt alleen de tweede manier (op basis van de Maatschappelijk Meedoen Grens) van draagkracht berekenen.

De gemeente berekent de woonkostentoeslag als het verschil tussen de Maatschappelijk Meedoen Grens en het inkomen vermeerderd met het Maatschappelijk Meedoen Budget. In dit geval wordt bij de berekening van de woonlasten voor de Maatschappelijk Meedoen Grens geen maximum van de huurtoeslaggrens gehanteerd. Als de servicekosten ook bestaan uit kosten voor gas, water en/of elektra dan worden deze kosten niet in aanmerking genomen. Enkel de subsidiabele servicekosten worden meegenomen in de berekening van de woonlasten.

 

De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De gemeente kan als voorwaarde stellen dat de inwoner in die periode verplicht is om:

  • a.

    te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en

  • b.

    als woningzoekende ingeschreven te staan bij de Huiswaarts en actief te reageren op beschikbaar aanbod;

  • c.

    wanneer je voldoet aan de voorwaarden van urgentie, een urgentieverklaring voor verhuizing bij de gemeente aan te vragen;

  • d.

    te laten toetsen of de huur te hoog is op basis van het Woningwaarderingsstelsel op grond van de Wet betaalbare huur.

De woonkostentoeslag kan telkens met 6 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is.

 

Voor de huur van een kamer of voor kostgeld wordt geen bijstand verleend. Voor de huur van een woonwagen is soms wel bijstand mogelijk.

4.3.2 Woonkostentoeslag bij eigen woning

Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch woonkostentoeslag verstrekken als de maandelijkse hypotheekkosten hoger zijn dan de maximale huurtoeslaggrens die voor de woning van de inwoner geldt op grond van de Wet op huurtoeslag. Zijn de woonkosten lager, dan kan geen woonkostentoeslag worden verstrekt.

 

De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, zie artikel 4.4.3.2 De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld:

  • a.

    de kosten van de hypotheekrente, na aftrek van de teruggaaf Inkomstenbelasting voor die kosten), en

  • b.

    de zakelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering en onroerende zaakbelasting.

De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De inwoner is in die periode verplicht om:

  • a.

    te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en

  • b.

    als woningzoekende ingeschreven te staan bij de Woningstichting en te reageren op woningen; en

  • c.

    een urgentieverklaring voor verhuizing bij de gemeente aan te vragen.

De woonkostentoeslag kan telkens met 6 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is. De woonkostentoeslag is een maandelijks bedrag als gift.

 

4.4 Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in inrichting of detentie

De inwoner die opgenomen wordt in een inrichting, kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand in de vaste lasten van de woning die hij achterlaat, als:

  • a.

    het noodzakelijk is om die woning aan te houden; en

  • b.

    het plan is om binnen 6 maanden terug te keren naar de woning.

De inwoner moet ook aan de andere voorwaarden voor bijzondere bijstand voldoen.

 

De gemeente verstrekt bijzondere bijstand in de noodzakelijke woonlasten, zoals de huur en voorschotnota’s voor gas, licht en water. De bijstand duurt maximaal 6 maanden. Deze periode kan worden verlengd met maximaal 6 maanden, als het volgens de gemeente nodig is om het verblijf in de inrichting te verlengen.

 

Verblijft de inwoner in een penitentiaire inrichting, dan gelden de bovenstaande regels ook, maar duurt de bijstand maximaal 6 maanden.

 

4.5 Uitvaartkosten

De kosten van een begrafenis of crematie moet de inwoner uit de eventuele nalatenschap en een uitvaartverzekering van de overleden persoon betalen. Als de inwoner de resterende kosten niet kan betalen, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken als de inwoner erfgenaam is en meebetaalt aan de uitvaart. Uitgangspunt is dat bijstand wordt verleend tot maximaal het erfrechtelijk deel van de overblijvende kosten. Voor de hoogte van de te vergoeden bedragen sluit de gemeente aan bij de bedragen zoals die in de actuele prijzengids van het Nibud staan en op de site van www.uitvaart.nl.

 

4.6 Duurzame gebruiksgoederen (o.a. huishoudelijke apparaten en woninginrichting)

Duurzame gebruiksgoederen zoals een koelkast of wasmachine, moet de inwoner in principe uit het maandelijkse inkomen betalen. Onder duurzame gebruiksgoederen wordt ook een mobiele telefoon, laptop of tablet verstaan. De gemeente kan wel bijzondere bijstand verstrekken voor duurzame gebruiksgoederen als de inwoner onvoldoende in staat is geweest om voor de kosten te sparen.

 

Als een persoon een Maatschappelijk Meedoen Budget heeft toegekend gekregen zijn er twee mogelijke vormen voor de verstrekking van de bijzondere bijstand. Als de persoon langer dan een jaar voorafgaand de aanvraag voor bijzondere bijstand het Maatschappelijk Meedoen Budget heeft ontvangen wordt de bijzondere bijstand verstrekt als een lening. Als de persoon niet langer dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag voor de bijzondere bijstand een Maatschappelijk Meedoen Budget heeft ontvangen wordt de bijzondere bijstand verstrekt als gift.

 

De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen uit de actuele prijzengids van het Nibud (inclusief verwijderingsbijdrage).

 

4.7 Babyuitzet

De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor babyuitzet. Daarvoor geldt het volgende:

  • a.

    Er is alleen bijzondere bijstand mogelijk voor kosten die de zorgverzekeraar niet vergoedt;

  • b.

    De gemeente stelt de hoogte van de bijzondere bijstand vast op basis van de goedkoopste passende voorziening, zoals genoemd in de actuele prijzengids van het Nibud;

  • c.

    De babyuitzet wordt alleen vergoed wanneer de babyuitzet van vorige kinderen in het gezin niet gebruikt kunnen worden;

  • d.

    Er wordt maximaal €750,- als gift verstrekt per kind. Boven de €750,- kan er in bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand verstrekt worden in de vorm van leenbijstand.

4.8 Verhuizing en woninginrichting

De kosten van een verhuizing moet de inwoner in principe zelf betalen. Dat geldt ook voor de kosten van het inrichten van de woning na de verhuizing. De gemeente kan toch bijzondere bijstand verstrekken als de verhuizing om medische of andere redenen noodzakelijk is. In de volgende gevallen kan in ieder geval bijzondere bijstand worden verstrekt:

  • a.

    Bij een verhuizing: als de gemeente Wageningen een urgentieverklaring heeft afgegeven. Er kan sprake zijn van medische, sociale, economische en financiële urgentie, of urgentie in verband met gedwongen ontruiming (buiten de schuld van de belanghebbende) of echtscheiding/verbreking van samenwoningsrelatie;

  • b.

    Bij een eerste huisvesting van statushouders na het verlaten van een asielzoekerscentrum. Gelet op het eerder genomen inkomen, was er geen ruimte om te kunnen reserveren voor de kosten van een complete woninginrichting;

  • c.

    Wanneer de inwoner een woning betrekt na een periode van crisisopvang, verblijf in een inrichting of detentie, of vanwege een zwaarwegende medische reden.

De bijzondere bijstand voor de kosten van verhuizing is in principe een gift.

 

Bij een verhuizing zoals omschreven in a, b en c verstrekt de gemeente een bedrag per huishoudtype zoals omschreven in bijlage 2 van deze beleidsregels. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met het Consumentenprijsindex. Daarnaast verstrekt de gemeente een koelkast, een inductie kookplaat, een stofzuiger, een koffieapparaat/waterkoker en een magnetron in natura als gift.

 

4.9 Rechtsbijstand

De inwoner die een advocaat toegewezen krijgt op grond van de Wet op de rechtsbijstand, betaalt doorgaans een eigen bijdrage. Voor die eigen bijdrage is bijzondere bijstand mogelijk. De inwoner kan voor andere vormen van rechtsbijstand in principe geen bijzondere bijstand krijgen. De gemeente verstrekt ook geen bijzondere bijstand voor:

  • a.

    de proceskosten van de tegenpartij, als de inwoner deze kosten moet betalen;

  • b.

    vertaalkosten;

  • c.

    reiskosten voor het bijwonen van rechtszittingen van bestuursrechters; of voor

  • d.

    de kosten die de inwoner maakt vanwege een ingediend bezwaarschrift, zoals reiskosten voor het bijwonen van een hoorzitting of kosten van ondersteuning door een adviseur.

4.9.1 Hoogte van de bijzondere bijstand voor rechtsbijstand

Als de inwoner eerst (gratis) rechtshulp vraagt aan het Juridisch loket voordat hij naar een advocaat gaat, is de eigen bijdrage lager. Als de inwoner niet eerst naar het Juridisch Loket gaat, maar direct naar een advocaat stapt, dan verlaagt de gemeente de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage met de misgelopen verlaging van die eigen bijdrage. Gaat het om een Lichte Advies Toevoeging (LAT), dan wordt de bijzondere bijstand niet verlaagd.

 

4.10 Legeskosten voor verblijfsvergunningen en naturalisatie

Vreemdelingen als bedoeld in artikel 11 lid 2 en 3 van de Participatiewet kunnen een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de legeskosten voor de verlenging of wijziging van een verblijfsvergunning of voor naturalisatie indienen. De kosten moeten worden aangevraagd voordat ze zijn gemaakt. Als de vreemdeling kan aantonen waarom de aanvraag voor bijzondere bijstand niet is ingediend voordat de kosten zijn gemaakt, dan kan de aanvraag maximaal 3 maanden na het maken van de kosten ingediend worden. De volledige legeskosten worden om niet vergoed.

 

4.11 Griffierechten

De inwoner met een toegevoegde advocaat kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de griffierechten die de inwoner moet betalen om een procedure te voeren. Heeft de inwoner geen toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand, dan beoordeelt de gemeente per situatie of de procedure noodzakelijk is. Is dat zo, dan is bijzondere bijstand mogelijk voor de griffierechten als ook aan de andere voorwaarden voor bijzondere bijstand is voldaan.

 

Let op: als de rechter de tegenpartij veroordeelt in de kosten van de procedure, dan vordert de gemeente de bijzondere bijstand van de inwoner terug.

 

4.12 Bewindvoering, curatele en mentorschap

4.12.1 Bewindvoering

Zodra de kantonrechter de inwoner onder beschermingsbewind stelt, kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de bewindvoerder maakt. De bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. De kosten voor de beheerrekening en de leefgeldrekening komen allebei in aanmerking voor bijzondere bijstand. Gaat het om bewindvoering wegens schulden, dan duurt de bijstand net zo lang als het schuldenbewind duurt. In andere gevallen wordt de bijstand voor onbepaalde tijd toegekend en jaarlijks opnieuw beoordeeld. De aanvraag wordt door de bewindvoerder gedaan binnen 3 maanden na de eerste factuur.

4.12.2 Curatele

Nadat de kantonrechter de inwoner onder curatele heeft gesteld, kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de curator maakt. De bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. De bijstand wordt voor onbepaalde tijd verstrekt, maar wel jaarlijks opnieuw beoordeeld. De aanvraag wordt door de curator gedaan binnen 3 maanden na de eerste factuur.

4.12.3 Mentorschap

Zodra de kantonrechter een mentor voor de inwoner heeft aangesteld kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de mentor maakt. De bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. De bijstand wordt voor onbepaalde tijd verstrekt, maar wel regelmatig opnieuw beoordeeld.

5 Slotbepalingen

5.1 Intrekking en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026

  • 2.

    De beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Wageningen 2025, eerste wijziging worden per 1 januari 2026 ingetrokken.

5.2 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Wageningen 2026.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 9 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen,

de secretaris,

T. de Bruijn

de burgemeester,

F. Vermeulen

Bijlage 1:  

 

Huishoud-nummer

Aantal personen

Aantal AOW'ers

Aantal volwassenen

Aantal kinderen

Kinderen 12 tot en met 17

Kinderen 0 tot en met 11

Totale uitgaven met flexbudget zonder huur op jaarbasis

Opmerkingen

1

1

0

1

0

0

0

€ 17.469,10

2

2

0

1

1

0

1

€ 22.604,10

3

2

0

1

1

1

0

€ 25.843,85

4

2

0

2

0

0

0

€ 28.751,50

5

3

0

1

2

0

2

€ 26.080,21

6

3

0

1

2

1

1

€ 29.145,38

7

3

0

1

2

2

0

€ 32.170,27

8

3

0

2

1

0

1

€ 32.554,32

9

3

0

2

1

1

0

€ 35.646,35

10

3

0

3

0

0

0

€ 38.867,29

11

4

0

1

3

0

3

€ 29.391,07

12

4

0

1

3

1

2

€ 32.268,24

13

4

0

1

3

2

1

€ 35.172,26

14

4

0

1

3

3

0

€ 38.049,43

15

4

0

2

2

0

2

€ 35.811,47

16

4

0

2

2

1

1

€ 38.755,78

17

4

0

2

2

2

0

€ 41.673,23

18

4

0

3

1

0

1

€ 42.111,01

19

4

0

3

1

1

0

€ 45.068,75

20

4

0

4

0

0

0

€ 48.276,25

21

5

0

1

4

0

4

€ 32.863,81

22

5

0

1

4

1

3

€ 35.700,69

23

5

0

1

4

2

2

€ 38.524,15

24

5

0

1

4

3

1

€ 41.361,03

25

5

0

1

4

4

0

€ 44.197,91

26

5

0

2

3

0

3

€ 39.082,78

27

5

0

2

3

1

2

€ 41.933,09

28

5

0

2

3

2

1

€ 44.743,11

29

5

0

2

3

3

0

€ 47.593,42

30

5

0

3

2

0

2

€ 45.409,17

31

5

0

3

2

1

1

€ 48.286,34

32

5

0

3

2

2

0

€ 51.176,94

33

5

0

4

1

0

1

€ 51.628,14

34

5

0

4

1

1

0

€ 54.559,02

35

5

0

5

0

0

0

€ 57.753,10

36

1

0

1

0

0

0

€ 10.791,29

Inwonend meerderjarig persoon

37

1

1

1

0

0

0

€ 17.361,67

AOW'er

38

2

2

2

0

0

0

€ 28.362,06

AOW'er

 

Supplement-nummer

Aantal volwassenen

Kinderen 12 tot en met 17

Kinderen 0 tot en met 11

Supplement-bedrag inclusief flexbudget per jaar

1

1

0

0

€ 8.661,68

2

0

1

0

€ 5.895,31

3

0

0

1

€ 3.504,96

Bijlage 2:  

 

4. Kosten inrichting woonruimte, richtprijs 2e hands

Bedragen 2026 2,3 % indexatie

Bedragen exclusief stoffering / verf / behang / witgoed in euro’s

Bedragen inclusief stoffering / verf / behang en exclusief witgoed in euro’s

Alleenstaande kamerbewoner

1120

1318

Alleenstaande zelfstandig gehuisvest

2808

2898

Gezin 2 pers.

3030

3952

Gezin 3 pers. *

3426

4479

Gezin 4 pers.

3820

5007

Gezin 5 pers.

4219

5533

 

*Dit kunnen twee ouders met 1 kind zijn of 1 ouder met 2 kinderen.

Naar boven