Besluit van burgemeester en wethouders van Raalte tot vaststelling van het Mandaatbesluit schuldhulpverlening gemeente Raalte

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs) en de Faillissementswet (Fw);

overwegende dat Stichting de Gemeentelijke Kredietbank (hierna te noemen: ‘de GKB’) de gemeentelijke schuldhulpverlening uitvoert op grond van een gesloten deelnemings- en uitvoeringsovereenkomst;

 

Besluiten het volgende mandaatbesluit vast te stellen:

Mandaatbesluit schuldhulpverlening gemeente Raalte

 

Artikel 1 Definities

In dit mandaatsbesluit wordt verstaan onder:

  • -

    beleidsregels: de door het college vastgestelde beleidsregels die de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening en de voorwaarden voor voortzetting van schuldhulpverlening regelen;

  • -

    beslissingsmandaat: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan een besluit te nemen en te ondertekenen;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;

  • -

    gemandateerde: de directeur-bestuurder van de GKB;

  • -

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van het bevoegde bestuursorgaan besluiten te nemen;

  • -

    ondermandaat: de bevoegdheid van de gemandateerde om mandaat te verlenen aan een ander binnen zijn organisatie;

  • -

    overeenkomst: de door de gemeente met de GKB afgesloten deelnemings- en uitvoeringsovereenkomst tot uitvoering van schuldhulpverlening (waaronder budgetbeheer);

 

Artikel 2 Mandaat

Het college verleent mandaat aan de directeur-bestuurder van de GKB als uitvoerder van schuldhulpverlening. Het mandaat betreft de hierna genoemde bevoegdheden, alsmede de ondertekening van de daaruit voortvloeiende stukken. Het betreft de bevoegdheden voortvloeiend uit de Awb, Wgs, het Bgs en Fw:

 

  • 1.

    om te beslissen op een verzoek van een inwoner van de gemeente tot toelating tot de schuldhulpverlening (artikel 3 Wgs);

  • 2.

    om te beslissen op een verzoek van een inwoner van een gemeente tot het aanvragen van een afkoelingsperiode (artikel 5 Wgs);

  • 3.

    om namens het college een verzoekschrift tot toepassing van een afkoelingsperiode te richten aan de daartoe bevoegde rechtbank. (artikel 5 lid 1 Wgs) en het college te vertegenwoordigen bij de zitting waarop de rechtbank zal beslissen op het verzoek;

  • 4.

    om namens het college een verzoekschrift tot tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode te richten aan de daartoe bevoegde rechtbank (artikel 8 Bgs) en het college te vertegenwoordigen bij de zitting waarin op het verzoek wordt beslist;

  • 5.

    om namens het college aan gerechtsdeurwaarders, verstrekkers van signalen, schuldeisers, bewindvoerders en kredietverstrekkers gegevens te verstrekken die voortvloeien uit de uitvoering van deze wet, die deze instanties nodig hebben in verband met de uitoefening van hun taak en dienstverlening (artikel 8 Wgs en artikel 17 Bgs).

  • 6.

    om door middel van het aanbod van één of meer diensten invulling te geven aan een verzoek om schuldhulpverlening van de betreffende inwoner;

  • 7.

    om aan de betreffende inwoner verplichtingen die samenhangen met de goede uitvoering van de aangeboden schuldhulpverlening op te leggen;

  • 8.

    om een verzoek van een inwoner voor een specifieke dienst te weigeren;

  • 9.

    om de schuldhulpverlening aan de inwoner te beëindigen indien deze niet voldoet aan de opgelegde voorwaarden en/of de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en/of gemeentelijke beleidsregels;

  • 10.

    om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor een juiste uitvoering van de schuld- hulpverlening van de betrokken inwoner;

  • 11.

    het afgeven van een verklaring ex Art. 285f Fw, ten behoeve van de aanvraag voor de Wet schuldsanering Natuurlijke Personen;

  • 12.

    het treffen van een buitengerechtelijke schuldregeling zoals vermeld in artikel 288 lid 2 onder b. Fw;om

  • 13.

    gebruik te maken van de bevoegdheden benoemd in de artikelen 2:3, 2:14, 2:15, 4:4, 4:5, 4:6, 4:7, 4:8, 4:11, 4:12, 4:14 en 4:15 van de Awb;

  • 14.

    om klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 Awb tegen gedragingen in het kader van de uitoefening van de in de voorgaande leden bedoelde taken en bevoegdheden af te handelen.

     

Artikel 3 Uitzonderingen

  • 1.

    De mandataris legt een namens het college te nemen besluit vooraf aan het college voor, indien:

    • a.

      De uitoefening van de toegekende bevoegdheid politieke consequenties heeft of vermoedelijk zal krijgen;

    • b.

      Van de uitoefening van de toegekende bevoegdheid precedentwerking is te verwachten;

    • c.

      De gemandateerde besluiten de nodige publiciteit kunnen genereren.

  • 2.

    Indien belangrijke financiële consequenties c.q. risico’s uit het te nemen besluit voortvloeien wordt die beslissing aan het college voorgelegd.

 

Artikel 4 Ondertekening

Ingeval van uitoefening van een beslissingsmandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

“Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte namens deze,” gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde dan wel ondergemandateerde, zijn handtekening en naam.

 

Artikel 5 Ondermandaat

Gemandateerde is bevoegd om aan functionarissen binnen zijn organisatie voor de genoemde bevoegdheden ondermandaat te verlenen.

 

Artikel 6 Afwezigheid

Bij afwezigheid van functionarissen aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger.

 

Artikel 7 Handelingen gemandateerde

Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 van dit besluit handelt de gemandateerde in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften, beleidsregels en de overeenkomst.

 

Artikel 8 Naam besluit

Dit besluit kan worden aangehaald als: Mandaatbesluit schuldhulpverlening gemeente Raalte.

 

Artikel 9 Intrekken oud mandaatbesluit

Het Mandaatbesluit van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Raalte  (vastgesteld op 13-11-2012) wordt ingetrokken.

 

Artikel 10 Overgangsbepalingen

Besluiten, genomen krachtens het mandaatbesluit bedoeld in artikel 9, die golden op het moment van de inwerkingtreding van dat mandaatbesluit en waarvoor dit mandaatbesluit overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens dit mandaatbesluit.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 16 december 2025.

de secretaris

Monique van Esterik

de burgemeester

Rob Zuidema

Naar boven