Gemeenteblad van Geertruidenberg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geertruidenberg | Gemeenteblad 2025, 568901 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geertruidenberg | Gemeenteblad 2025, 568901 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025
Besluit van de raad van de gemeente Geertruidenberg tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025 (artikel 212 Gemeentewet)
De raad van de gemeente Geertruidenberg;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (hierna te noemen: het college) van 10 november 2025;
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna te noemen: het BBV);
gelezen het advies van de auditcommissie van 4 december 2025;
besluit vast te stellen de volgende verordening;
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025 (artikel 212 Gemeentewet)
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
taakveld : heeft betrekking op de taken en daaraan gerelateerde activiteiten waar baten en lasten mee gemoeid zijn, welke conform het BBV zijn onderverdeeld; zij clusteren niet alleen producten (goederen en diensten), maar ook taken en activiteiten die niet direct te vertalen zijn in kosten per hoeveelheid; en
De onderstaande en alle hierna volgende schuingedrukte teksten in deze financiële verordening bevatten een toelichting op het betreffende artikel erboven.
Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de Gemeentewet, de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), het BBV en het Besluit accountantscontrole Provincie en Gemeenten. Overige begrippen uit de verordening zijn in dit artikel gedefinieerd.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen
De indeling van de programma’s wordt bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat de taakvelden aan de programma’s worden toegewezen. Daarnaast kan de raad aanvullende onderwerpen aandragen waarover zij kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een paragraaf subsidies of een paragraaf duurzaamheid. Dat geldt ook voor aanvullende indicatoren. De raad heeft de mogelijkheid om hieraan onderwerpen toe te voegen gedurende de raadsperiode.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
Het verloop van de investeringsbudgetten wordt in de jaarrekening toegelicht. De uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale uitgaven worden weergegeven. Wanneer sprake is van overschrijding groter of gelijk aan € 25.000 op het investeringsbudget, dan wordt deze binnen de bestaande criteria toegelicht. Voor de geautoriseerde investeringsbudgetten wordt in de jaarrekening een voorstel tot afsluiten gemaakt.
Aanvullend op het BBV zijn bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. Naast de W-vragen ‘Wat willen we bereiken?’ en ‘Wat gaan we er voor doen?’ is hier de derde W-vraag ‘Wat mag het kosten?’ bedoeld voor de uitwerking van de begroting en de jaarstukken.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
In de kadernota staan uitgangspunten die het college bij het opstellen van de begroting en meerjarenraming in acht moet nemen.
Artikel 5a. Autorisatie begroting
Het college informeert de raad, volgens het voorgestelde rapportagemoment in artikel 6 lid 1, als zij verwacht dat de lasten en/of baten of een prioriteit afwijken van de door de raad vastgestelde baten en lasten per programma. Het college doet daarbij voorstellen voor bijstelling van het budget en/of voor bijstelling van het beleid ten opzichte van de begroting. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringsbudget, of voor het bijstellen van het beleid.
Het budgetrecht ligt bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt voor de eerste jaarschijf. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad besluiten nemen voor het wijzigen van de begroting. De raad kan kiezen op welk niveau zij budgetten beschikbaar stelt. Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma’s.
Artikel 5b. Autorisatie investeringsbudgetten
Bij meerjarige investeringsbudgetten wordt een overschrijding van een jaarschijf niet als onrechtmatig benoemd, zolang aannemelijk is dat het totaal van de uitgaven binnen het investeringsbudget meerjarig blijven. Over deze overschrijding zal uiterlijk in het jaarverslag worden gerapporteerd. Deze budgetten worden overgeheveld naar het volgende jaar. Instemming van de Raad vindt bij het vaststellen van de jaarrekening plaats.
Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Voor de autorisatie van investeringsbudgetten is gekozen deze bij de begrotingsbehandeling mee te nemen (artikel 5a lid 3). Het college is niet bevoegd verplichtingen voor een investering aan te gaan, welke niet in de begrotingsbehandeling zijn meegenomen.
Investeringsbudgetten die in de begroting jaar t worden gevoteerd, worden uiterlijk per ultimo jaar t+1 afgesloten. Voor investeringen die een langere doorlooptijd hebben kan van deze bepaling worden afgeweken nadat in het initiële voorstel de verwachte langere doorlooptijd wordt vermeld of wanneer in de planning- en controlcyclus hierover wordt gerapporteerd. Investeringsbudgetten in jaar t worden gevoteerd, investeringsbudgetten voor latere jaren zijn indicatief.
Indien er sprake is van SPUK SPORT verrekening dan wordt de nabetaling (definitieve SPUK betaling) na afsluiting van het investeringsbudget verrekend met dit investeringsbudget.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
In de tussenrapportages wordt op programmaniveau gerapporteerd over financiële afwijkingen van de begroting groter dan € 25.000. Over de financiële afwijkingen op lasten en/of baten van de investeringsbudgetten van ten hoogste 10%, tot een maximum van € 25.000, wordt eveneens gerapporteerd. Afwijkingen van politiek bestuurlijke importantie dienen in elk geval te worden toegelicht.
Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad is de tussentijdse rapportage. Door middel van tussentijds rapporteren wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringsbudgetten. Hier wordt ook bepaald welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het college in de tussentijdse rapportage moet toelichten. Afwijkingen met een politieke relevantie worden ook toegelicht.
Overhevelingen kunnen worden onderverdeeld in 2 groepen:
1. Beleidsmatige overhevelingen: dit betreft budgetten die in jaar t niet zijn besteed en waarvan aan de raad wordt voorgesteld deze budgetten naar jaar t+1 over te hevelen om activiteiten af te kunnen ronden. Het gaat hier om specifieke middelen voor de uitvoering van concrete activiteiten of projecten waar geen structureel budget voor aanwezig is, waarvan de uitvoering vertraagd is en die in het volgend jaar kunnen worden afgerond.
2. Technische overhevelingen: dit betreft enerzijds budgetten waarvoor in jaar t al wel verplichtingen met derde partijen zijn aangegaan maar waarvan de prestatie nog niet is geleverd. Om deze verplichtingen te kunnen nakomen moet in jaar t+1 het budget beschikbaar blijven. Anderzijds gaat het om nog niet gerealiseerde exploitatiebijdragen aan projecten die nodig zijn om projecten te kunnen uitvoeren of afronden.
Een overhevelingsbedrag dient goed gemotiveerd te worden, van materiele omvang te zijn en aan te sluiten bij onze bestendige gedragslijn, te weten:
a. Groter dan € 25.000, of van politiek bestuurlijke importantie.
b. De overheveling moet een incidenteel karakter hebben.
c. Overhevelingen die hun herkomst hebben uit t-2 gaan niet over naar in de jaarrekening van t, tenzij argumentatie dit vereist.
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
Het artikel schept duidelijkheid tussen het college en de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken. Van belang hierbij is de afspraken zodanig te formuleren dat college én raad beide hun rol kunnen vervullen.
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het Economische Monetaire Unie (EMU)-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze een aandeel hebben in het plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt door vertaald. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 11. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Financiële beheershandelingen zijn alle handelingen die betrekking hebben op het beheer van financiële middelen, zoals het innen van belastingen, het doen van inkopen en aanbestedingen, en het verstrekken van subsidies. Deze handelingen moeten rechtmatig worden uitgevoerd, wat betekent dat ze in overeenstemming moeten zijn met wet- en regelgeving.
Artikel 12. Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, en daarmee acceptabel zijn, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering, tenzij deze groter zijn dan € 100.000.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa
Het college stelt eens per vier jaar een Nota Investeringen vast en biedt deze ter informatie aan de raad aan.
Op hoofdlijnen omvat de genoemde Nota de volgende punten:
In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 14 en in de meest recente versie van de Nota Investeringen invulling gegeven.
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van ouderdom van de vordering. Bij vorderingen die langer dan 1 jaar openstaan wordt een verliesvoorziening gevormd van 25% van de vordering, bij vorderingen die langer dan 2 jaar open staan en dwangsommen wordt een verliesvoorziening gevormd van 50% en bij vorderingen die langer dan 3 jaar open staan en dwangsommen wordt een verliesvoorziening gevormd van 100%.
In de meest recente versie van de Nota Voorziening voor dubieuze debiteuren en de meest recente versie van het Invorderingsbeleid is verdere invulling gegeven aan artikel 15.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
In de meest recente versie van de Nota Reserves en Voorzieningen is het kader voor reserves en voorzieningen opgenomen. Dit kader geeft inzicht in wettelijke voorschriften, begrippen en bevoegdheidsverdeling. Daarnaast worden kaders over de periodieke actualisatie weergegeven en wordt ingegaan op resultaatbestemmingen.
Artikel 17. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende en kortlopende geldleningen.
Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. Op grond van het BBV moeten kostprijzen extracomptabel worden berekend en vastgelegd. De kostprijzen zijn opgenomen onder de paragraaf lokale heffingen.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten
Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreffen. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met andere ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in, dat ten minste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.
Van deze verplichting uit de Wet Markt en Overheid kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan voor bezwaar en beroep.
Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Naar deze uitzonderingen wordt in het vijfde lid verwezen.
Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 Gemeentewet). De raad stelt de tarieven voor de belastingen, rioolheffingen, afvalstoffenheffing, rechten en leges jaarlijks in de verordeningen vast.
Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
In de paragrafen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college ten minste de hierna volgende verplichte onderdelen uit het BBV op (paragraaf 21 tot en met 27).
Het college neemt in de paragraaf lokale heffingen (paragraaf A) van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV, in ieder geval op:
Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het college neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (paragraaf B) van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV, in ieder geval op:
• een grafische weergave van de samenhang van en het sturen met financiële kengetallen.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
Het college biedt de raad tenminste een keer per vijf jaar een actualisatie van het onderhoudsplan voor gebouwen, wegen, rioleringen, water (baggeren en infrastructurele werken) en openbaar groen aan. Het onderhoudsplan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het onderhoudsplan vast.
Het college neemt in de paragraaf financiering (paragraaf D) van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het BBV in ieder geval op:
Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering (paragraaf E) van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het BBV op. Dit betreffen:
Artikel 26. Verbonden partijen
Het college neemt in de paragraaf verbonden partijen (paragraaf F) van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV op.
Het college neemt in de paragraaf grondbeleid (paragraaf G) van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het BBV op.
Indien er een specifiek belang aanwezig is om een afzonderlijke paragraaf over een belangrijk onderwerp op te nemen kan het college aanvullende paragrafen opnemen, bijvoorbeeld over het onderwerp Powerport of Donge oevers.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Onder artikel 28 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging er van moeten voldoen.
Artikel 29. Financiële organisatie
Opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan draagt het college zorg voor:
Artikel 30. (Verbijzonderde) Interne controle
Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven onder hoofdstuk 3 van deze financiële verordening. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier jaar worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die daaraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Het college treft maatregelen zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen en of de bezittingen van de gemeente correct zijn geregistreerd.
Artikel 31. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
De ‘’Financiële verordening gemeente Geertruidenberg 2022’’ wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-568901.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.