Subsidieregeling wijkbussen Den Haag 2025

Toelichting

 

De Haagse wijkbusorganisaties zijn organisaties die volledig worden gerund door vrijwilligers. Zij voeren met een wijkbus ritten uit voor Haagse bewoners binnen het verzorgingsgebied waarin zij actief zijn. Hierbij staat begeleiding en persoonlijk contact tussen de wijkbewoners en de vrijwilligers centraal. Met deze subsidieregeling wordt een bijdrage geleverd aan bestaande wijkbusorganisaties voor het uitvoeren van de vervoers- en begeleidingsactiviteiten. Het gebruik van elektrische wijkbussen wordt hierbij gestimuleerd.

 

Deze subsidieregeling is gericht op het in stand houden van wijkbusorganisaties die al geruime tijd wijkbusactiviteiten uitvoeren in Den Haag. De reden hiervoor is dat wijkbusorganisaties diep zijn geworteld in een verzorgingsgebied. Persoonlijke begeleiding door de vrijwilligers staat bij het vervoeren centraal. De vrijwilligers en veelal kwetsbare oudere gebruikers zijn daarbij vaak geruime tijd verbonden aan deze wijkbusorganisaties. Dit maakt dat wijkbusorganisaties niet makkelijk uitwisselbaar zijn. Het college wil het risico dat bestaande wijkbusorganisaties de activiteiten zullen moeten staken door het niet ontvangen van subsidie dan ook zo veel mogelijk minimaliseren.

 

Mocht in een verzorgingsgebied nog geen wijkbusorganisatie actief zijn, of mocht een wijkbusorganisatie stoppen met de activiteiten, dan is het voor bestaande wijkbusorganisaties die actief zijn in andere verzorgingsgebieden of nieuwe wijkbusorganisaties mogelijk om subsidie aan te vragen. Voor verzorgingsgebieden waar dit niet het geval is kunnen potentiële gegadigden zich melden via de website van de gemeente Den Haag waar de subsidieregeling geplaatst is. Deze interesse zal worden betrokken bij het heroverwegen van het beleid rondom wijkbussen voor de periode vanaf 2028 en verder.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling wijkbussen Den Haag 2025:

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

- algemeen toegankelijk

vervoer:

vervoer door middel van een wijkbus die toegankelijk is voor alle bewoners uit het verzorgingsgebied die niet of moeilijk kunnen reizen met het openbaar vervoer, zonder dat deze bewoner hoeft te beschikken over een indicatie vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning of Wet langdurige zorg;

- ASV:

Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;

- Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

- college:

college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

- elektrische wijkbus:

wijkbus die alleen wordt aangedreven door een elektromotor en wordt geleased, of in eigendom is van de aanvrager;

- exploitatiekosten:

alle kosten die samenhangen met de bedrijfsvoering en uitvoering van het vervoer en de persoonlijke begeleiding door de wijkbusorganisatie;

- maatschappelijke

participatie:

kunnen meedoen aan sociaal maatschappelijke activiteiten in het verzorgingsgebied waar de activiteiten genoemd in artikel 1:4 worden uitgevoerd;

- persoonlijke begeleiding:

het persoonlijke begeleiden van de bewoner door een vrijwilliger, waarbij de ondersteuningsbehoefte van de bewoner centraal staat;

- sociaal maatschappelijke

activiteiten:

sociale buurt- en wijkactiviteiten in het verzorgingsgebied, zoals een bezoek aan een buurthuis of bezoek aan huisarts of ziekenhuis;

- verzorgingsgebied:

verzorgingsgebied als genoemd in artikel 1:7, eerste lid, waarin de aanvrager de activiteiten uitvoert zoals genoemd in artikel 1:4;

- vrijwilliger:

persoon die in het maatschappelijk belang een bijdrage levert aan het inzetten van de wijkbus of de exploitatie van de wijkbusorganisatie zonder dat deze voor de werkzaamheden salaris wordt betaald;

- wijkbus op diesel:

wijkbus die wordt aangedreven door een dieselmotor en wordt geleased, of in eigendom is van de aanvrager;

- wijkbusorganisatie:

rechtspersoon zonder winstoogmerk, volledig georganiseerd door vrijwilligers, die algemeen toegankelijk vervoer en persoonlijke begeleiding naar sociaal maatschappelijke activiteiten aanbiedt en verzorgt voor bewoners uit het verzorgingsgebied waarbij de ondersteuningsbehoefte van de bewoner centraal staat.

 

 

Artikel 1:2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.

 

Artikel 1:3 Doel van de subsidie

  • 1.

    Het doel van de subsidieregeling is het stimuleren van wijkbusorganisaties in Den Haag.

  • 2.

    Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is het bevorderen van de maatschappelijke participatie van bewoners van Den Haag.

 

Artikel 1:4 Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als bijdrage in de exploitatiekosten van een wijkbusorganisatie voor het verzorgen van algemeen toegankelijk vervoer en persoonlijke begeleiding naar sociaal maatschappelijke activiteiten binnen het verzorgingsgebied waar subsidie voor is aangevraagd.

 

Artikel 1:5 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan wijkbusorganisaties die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd, subsidie hebben ontvangen voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 1:4 voor het verzorgingsgebied waarvoor de subsidie is aangevraagd en de beschikking hebben over minimaal één wijkbus;

  • 2.

    In de verzorgingsgebieden waarvoor geen subsidie is aangevraagd door, en verleend aan, een wijkbusorganisatie als bedoeld in het eerste lid, wordt subsidie uitsluitend verstrekt aan wijkbusorganisaties die voor de duur van de subsidieperiode de beschikking hebben over één of meerdere elektrische wijkbussen.

 

Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 1:4.

 

Artikel 1:7 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 een subsidieplafond van € 880.000,- verdeeld over de volgende deelplafonds:

    a. € 110.000,- voor verzorgingsgebied 1 bestaande uit alle wijken in stadsdeel Loosduinen;

    b. € 55.000,- voor verzorgingsgebied 2 bestaande uit de wijken Bomen- en Bloemenbuurt, Vogelwijk, Vruchtenbuurt, Leyenburg en Morgenstond;

    c. € 165.000,- voor verzorgingsgebied 3 bestaande uit de wijken Morgenstond, Moerwijk, Wateringseveld, Bouwlust en Vrederust;

    d. € 55.000,- voor verzorgingsgebied 4 bestaande uit de wijken Laakkwartier, Spoorwijk en Bickhorst;

    e. € 165.000,- voor verzorgingsgebied 5 bestaande uit de Schilderswijk, Transvaal en Rustenburg-Oostbroek;

    f. € 55.000,- voor verzorgingsgebied 6 bestaande uit de wijken Archipelbuurt, Willemspark, Zeeheldenkwartier en Duinoord;

    g. € 55.000,- voor verzorgingsgebied 7 bestaande uit alle wijken in stadsdeel Haagse Hout;

    h. € 55.000,- voor verzorgingsgebied 8 bestaande uit de wijken Regentesse-Valkenboskwartier; en

    i. € 165.000,- voor verzorgingsgebied 9 bestaande uit alle wijken in stadsdeel Scheveningen.

  • 2.

    Het college kan het subsidieplafond en de deelplafonds verlagen conform artikel 7 van de ASV.

  • 3.

    Een verlaging van het plafond geldt ook voor reeds ingediende aanvragen.

 

Artikel 1:8 Hoogte van de subsidie

Een subsidie wordt per aanvrager verleend voor maximaal drie wijkbussen per verzorgingsgebied en bedraagt maximaal:

  • a. € 25.000,- per kalenderjaar voor de exploitatie van een wijkbus op diesel; en

    b. € 27.500,- per kalenderjaar voor de exploitatie van een elektrische wijkbus.

 

Artikel 1:9 Wijze van verdeling

  • 1.

    Het college verleent de subsidie in volgorde van ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst van de aanvraag het tijdstip waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

 

Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen

 

Artikel 2:1 Subsidietijdvak

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2027.

 

Artikel 2:2 Aanvraag subsidie

  • 1.

    Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager de volgende gegevens over:

    a. de leaseovereenkomst per wijkbus, indien de in te zetten wijkbus of wijkbussen voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4 worden geleased;

    b. een factuur en een kopie van een kentekenbewijs, indien de in te zetten wijkbus of wijkbussen voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4 in eigendom zijn;

    c. een korte beschrijving van hoe de organisatie vrijwilligers behoudt en wanneer noodzakelijk voor de activiteiten nieuwe vrijwilligers gaat werven voor het uitvoeren van de activiteiten;

    d. een beschrijving op welke wijze en welke inkomsten van derden worden gegenereerd met het uitvoeren van de activiteiten, met daarbij in ieder geval een beschrijving van:

    1° het aantal geschatte abonnementhouders en daaraan verbonden inkomsten;

    2° het aantal geschatte losse ritten en daaraan verbonden inkomsten;

    3° reclame-inkomsten; en

    4° donaties, fondsen en andere subsidies;

    e. Een uitsplitsing en onderbouwing van de te maken kosten voor vrijwilligers, betreffende:

    1° vrijwilligerswaardering;

    2° vrijwilligersvergoeding;

    3° onkostenvergoeding; en

    4° training en opleiding.

  • 2.

    De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier.

 

Artikel 2:3 Aanvraagtermijn

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV, wordt een aanvraag om subsidie ingediend uiterlijk op 31 maart 2026.

 

Artikel 2:4 Beslistermijn

In afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, beslist het college binnen 12 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.

 

Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden

 

Artikel 3:1 Weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste tot en met het vierde lid, van de ASV kan het college een subsidie weigeren als de aanvrager in 2025 niet de activiteiten genoemd in artikel 1:4 heeft uitgevoerd in het verzorgingsgebied waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

 

Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling

 

Artikel 4:1 Verplichtingen

Onverminderd de artikelen 12 van de ASV geldt voor de subsidieontvanger de verplichting dat bij het aangaan van een of meer nieuwe leaseovereenkomsten voor wijkbussen of de aanschaf van een of meer nieuwe wijkbussen gedurende het subsidietijdvak wordt gekozen voor elektrische wijkbussen.

 

Artikel 4:2 Kostensoorten

Subsidie die bij de beschikking tot verlening verdeeld is over verschillende kostensoorten, mag van de ene kostensoort naar de andere kostensoort worden overgeheveld.

 

Artikel 4:3 Bevoorschotting

Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze:

  • a. 50% van de verleende subsidie binnen 30 dagen na dagtekening van het besluit op de subsidieaanvraag; en

    b. 50% van de verleende subsidie in januari 2027.

 

Hoofdstuk 5 Tussentijdse verantwoording

 

Artikel 5:1 Indieningstermijn tussentijdse verantwoording

De subsidieontvanger dient uiterlijk op 30 april 2027 een tussentijdse verantwoording in over het kalenderjaar 2026.

 

Artikel 5:2 Wijze van tussentijdse verantwoording

  • 1.

    Bij de tussentijdse jaarlijkse verantwoording worden de volgende stukken ingediend:

    a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV en conform de Richtlijnen verantwoording subsidies;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV en conform de Richtlijnen verantwoording subsidies; en

    c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door het college vastgestelde model.

  • 2.

    Het inhoudelijk verslag bevat:

    a. een beknopte beschrijving van de mate waarin de resultaten zoals opgenomen in de verleningsbeschikking zijn gehaald;

    b. een beknopte beschrijving van de mate waarin de in de verleningsbeschikking opgenomen doelstellingen zijn behaald;

    c. een overzicht van het aantal deelnemers met daarin onderscheid tussen incidentele deelnemers en abonnementhouders; en

    d. het aantal betrokken vrijwilligers.

  • 3.

    Het financieel verslag bevat:

    a. het aantal abonnementhouders en daaraan verbonden inkomsten;

    b. het aantal losse ritten en daaraan verbonden inkomsten;

    c. reclame-inkomsten; en

    d. donaties, fondsen en andere subsidies.

  • 4.

    De aanvrager maakt voor de tussentijdse verantwoording gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale formulier.

 

Hoofdstuk 6 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf

 

Artikel 6:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling

Overeenkomstig artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in uiterlijk 30 april 2028.

 

Artikel 6:2 Wijze van verantwoorden

  • 1.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk eindverslag over het gehele subsidietijdvak conform artikel 17, vierde lid, van de ASV. Als het op grond van artikel 5:2 ingediende inhoudelijke verslag over het kalenderjaar 2026 juist en volledig is, kan worden volstaan met een inhoudelijk eindverslag over het kalenderjaar 2027;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel eindverslag over het gehele subsidietijdvak conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV. Als het op grond van artikel 5:2 ingediende financiële verslag over het kalenderjaar 2026 juist en volledig is, kan worden volstaan met een financieel eindverslag over het kalenderjaar 2027;

    c. een toelichting op eventuele discrepanties tussen de tussentijdse verantwoordingsstukken en de eindverslagen en eindverantwoording; en

    d. een verklaring dat de eindverantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door het college vastgestelde model.

  • 2.

    Het inhoudelijk eindverslag:

    a. een beknopte beschrijving van de mate waarin de resultaten zoals opgenomen in de verleningsbeschikking zijn gehaald;

    b. een beknopte beschrijving van de mate waarin de in de verleningsbeschikking opgenomen doelstellingen zijn behaald;

    c. een overzicht van het aantal deelnemers met daarin onderscheid tussen incidentele deelnemers en abonnementhouders; en

    d. het aantal betrokken vrijwilligers.

  • 3.

    Het financieel eindverslag bevat:

    a. het aantal abonnementhouders en daaraan verbonden inkomsten;

    b. het aantal losse ritten en daaraan verbonden inkomsten;

    c. reclame-inkomsten; en

    d. donaties, fondsen en andere subsidies.

  • 4.

    De aanvrager maakt voor de aanvraag van vaststelling gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale formulier.

 

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen

 

Artikel 7:1 Evaluatie

Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk in 2027.

 

Artikel 7:2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt 31 december 2028.

 

Artikel 7:3 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling wijkbussen Den Haag 2025.

 

Den Haag, 16 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

Naar boven