Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018

 

de raad van de gemeente Den Haag,

 

gezien het voorstel van het college van 9 december 2025,

 

gelet op artikel 149, tweede lid, van de Gemeentewet,

 

besluit vast te stellen de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018:

 

Artikel I

De Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018 wordt gewijzigd als volgt.

 

A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd:

 

1 In alfabetische volgorde worden twee nieuwe begrippen ingevoegd die luiden als volgt:

 

- bijstandsnorm:

de norm als bedoeld in artikel 5, onder c van de Participatiewet;

- gezin:

gehuwden met de tot hun last komende kinderen, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, sub 2 van de Participatiewet, of de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, sub 3 van de Participatiewet;

 

2 De begrippen bijdrage, gebruikelijke ondersteuning en gesprek komen te vervallen.

 

3 De begripsomschrijving van eigen bijdrage komt te luiden:

 

- eigen bijdrage:

bijdrage zoals bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid en artikel 2.1.4a, eerste lid, van de wet;

 

B Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

1 Het eerste lid komt te luiden: Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.

 

2 Het derde lid komt te luiden: De maatwerkvoorziening is, voor zover daartoe aanleiding bestaat, afgestemd op:

  • a.

    de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt,

  • b.

    zorg en overige diensten als bedoeld bij of krachtens de Zorgverzekeringswet,

  • c.

    jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet die de cliënt ontvangt of kan ontvangen,

  • d.

    onderwijs dat de cliënt volgt dan wel zou kunnen volgen,

  • e.

    betaalde werkzaamheden,

  • f.

    scholing die de cliënt volgt of kan volgen,

  • g.

    ondersteuning ingevolge de Participatiewet,

  • h.

    de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt.

 

C Artikel 4.1 komt te luiden:

 

Artikel 4.1 De eigen bijdrage in de kosten van nachtopvang

Uitsluitend voor de algemene voorziening nachtopvang is de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd, met uitzondering van de periode dat:

  • a.

    de winterregeling voor de nachtopvang van kracht is;

  • b.

    de cliënt nog niet over een inkomen beschikt, omdat de aanvraag voor een bijstandsuitkering nog niet is afgehandeld en er nog geen voorschot is verstrekt.

 

D Na artikel 4.1 wordt een nieuwe artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:

 

Artikel 4.1A Compensatie gebruikskosten

  • 1.

    De aanbieder van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, kan aan de cliënt een bijdrage vragen ter gehele of gedeeltelijke compensatie van de algemeen gebruikelijke kosten die de cliënt uitspaart doordat deze onderdeel uitmaken van de algemene voorziening, dan wel ter vergroting van de betrokkenheid bij de voorziening, voor zover dat tussen college en aanbieder is afgesproken.

  • 2.

    De compensatie, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als bijdrage als bedoeld in de wet en is maximaal de hoogte van de kosten als bedoeld in het eerste lid.

 

E Artikel 4.2 komt te luiden:

 

Artikel 4.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen

  • 1.

    Een cliënt is een eigen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen:

    • a.

      de maatwerkvoorziening vervoersvoorziening;

    • b.

      de maatwerkvoorziening woningaanpassing;

    • c.

      de maatwerkvoorziening sporthulpmiddel;

    • d.

      de maatwerkvoorziening ondersteuning, voor de resultaatgebied: ‘het voeren van een huishouden’;

    • e.

      de maatwerkvoorziening ondersteuning, voor resultaatgebied: ‘wonen intensief’;

    • f.

      de maatwerkvoorziening opvang, met uitzondering van de opvang voor licht verstandelijk beperkten als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid.

  • 2.

    De eigen bijdrage is slechts verschuldigd zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verleend.

  • 3.

    Het eerste lid, onder a, b, c en d geldt niet voor cliënten die:

    • a.

      een inkomen hebben dat minder is dan 130% van het sociaal minimum;

    • b.

      een partner hebben en een van beiden nog niet de leeftijd bereikt heeft waarop aanspraak bestaat op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet;

    • c.

      een eigen bijdrage betalen voor opvang, beschermd wonen of zorg vanuit de Wet langdurige zorg.

 

F Artikel 4.2C komt te luiden:

 

Artikel 4.2C De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening sporthulpmiddel

De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening sporthulpmiddel, als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, bedraagt het bedrag overeenkomstig met artikel 2.1.4a van de wet. De eigen bijdrage is maximaal de kostprijs van de voorziening en wordt niet langer betaald dan de afschrijvingstermijn van drie jaar.

 

G Na artikel 4.2C wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:

 

Artikel 4.2D De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening ondersteuning, resultaatgebied: ‘het voeren van een huishouden’

De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening ondersteuning, resultaatgebied: ‘het voeren van een huishouden’, als bedoeld in artikel 3.9 bedraagt het bedrag overeenkomstig met artikel 2.4.1a van de wet.

 

H Na artikel 4.2D wordt een nieuwe artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:

 

Artikel 4.2E De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening gezinsopvang

  • 1.

    Voor gezinnen die een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet wordt voor de vaststelling van de eigen bijdrage aangesloten bij de norm zoals deze geldt voor een verblijf in de noodopvang. Deze eigen bijdrage is opgenomen in bijlage III.

  • 2.

    Voor gezinnen met inkomen anders dan een bijstandsuitkering geldt dat de eigen bijdrage:

    • a.

      wordt vastgesteld op basis van de op dat moment geldende norm voor verblijf in de noodopvang en het verschil tussen het netto gezinsinkomen en de toepasselijke bijstandsnorm;

    • b.

      wordt verlaagd met de aantoonbare kosten voor kinderopvang na aftrek van de ontvangen kinderopvang toeslag;

    • c.

      wordt verlaagd met het verschil tussen het bedrag aan zorgtoeslag en kindgebonden budget waarop recht bestaat bij een uitkering op grond van de Participatiewet en het ontvangen bedrag aan zorgtoeslag en kindgebonden budget;

    • d.

      nooit hoger is dan de kostprijs van de voorziening.

  • 3.

    Het college kan besluiten tot vrijstelling van de eigen bijdrage als er sprake is van dubbele woonlasten.

  • 4.

    Het college stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast en draagt zorg voor het innen.

 

I De bijlagen behorend bij deze verordening worden gewijzigd als volgt:

 

1 Bijlage I wordt vervangen door Bijlage I bij deze verordening.

 

2 Bijlage II wordt vervangen door Bijlage II bij deze verordening.

 

3 Na Bijlage II wordt een nieuwe bijlage, Bijlage III ingevoegd.

 

 

Artikel II

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Bijlage I

 

Vanaf 1 januari 2026 - de tarieven voor pgb maatwerkarrangementen bedragen per resultaatgebied, per maand in euro:

 

PGB FORMEEL MWA

23 jaar en ouder.

Resultaatgebieden

Start

Basis

Plus

Intensief

Voeren van een huishouden

-

361,20

477,60

757,57

Sociaal & persoonlijk functioneren

-

387,49

866.86

1.454,81

Zelfzorg & gezondheid

-

211,54

445,67

743,46

Dagbesteding

249,22

500,15

752,92

1.439,26

Financiën

-

278,04

555,50

926,01

Bereik- & beschikbaarheid

-

184,47

334,18

627,03

Wonen

-

-

532,90

2.727,14

Waakvlam

58,18

Per maand

Kindzorg

34,98

Per uur

Logeren

91,55

Per etmaal

PGB INFORMEEL MWA

23 jaar en ouder.

Resultaatgebieden

Basis

Plus

Intensief

Voeren van een huishouden

217,13

344,07

501,36

Sociaal & persoonlijk functioneren

252,89

644,97

992,06

Zelfzorg & gezondheid

140,11

345,65

518,84

Dagbesteding

-

-

-

Financiën

-

-

-

Bereik- & beschikbaarheid

77,58

160,78

294,78

Wonen

215,20

-

-

Kindzorg

18,70

Per uur

Logeren

51,44

Per etmaal

 

PGB FORMEEL MWA

16 tot 23 jaar.

Resultaatgebieden

Start

Basis

Plus

Intensief

Voeren van een huishouden 1)

-

-

-

-

Sociaal & persoonlijk functioneren

-

483,41

1.005,52

1.561,69

Zelfzorg & gezondheid

-

267,03

537,76

814,81

Dagbesteding

277,67

557,35

837,05

1.515,27

Financiën

-

343,19

638,90

982,51

Bereik- & beschikbaarheid

-

187,42

339,52

637,07

Wonen 16-17 jaar 2)

1.893,23

Wonen 16 tot 23 jaar

2.727,14

Wonen 18 tot 23 jaar

-

532,90

Logeren

- per etmaal

 

1: Het resultaatgebied Voeren van een huishouden geldt voor cliënten vanaf 18 jaar.

2: Voor 16 en 17 jarigen zijn in het Wonen plus tarief ook de hotelmatige en huisvestingskosten meegenomen.

 

PGB INFORMEEL MWA

16 tot 23 jaar.

Resultaatgebieden

Start

Basis

Plus

Intensief

Voeren van een huishouden 1)

-

-

-

Sociaal & persoonlijk functioneren

252,39

657,39

1.010,76

Zelfzorg & gezondheid

139,43

351,57

527,37

Dagbesteding

-

-

-

Financiën

-

-

-

Bereik en beschikbaarheid

-

-

-

Wonen

-

-

-

 

1: Het resultaatgebied Voeren van een huishouden geldt voor cliënten vanaf 18 jaar.

 

 

Bijlage II De maximale normbedragen vervoersvoorzieningen pgb als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid

De hoogte van de normbedragen voor een pgb vervoer aan de hand van de intensiteit basis, plus en intensief per 4 weken is:

 

Intensiteit

Kilometers

PGB-bedrag per 4 weken (naar boven afgerond op hele euro’s)

(per week)

(per 4 weken)

Per jaar (4 weken x 13 perioden)

Basis

tot 20

tot 80

1.040 (80x13)

17

Plus

20-40

80-160

2.080 (160x13)

33

Intensief

40-60

160-240

3.120 (240x13)

50

 

Bijlage III De eigen bijdrage als bedoeld in artikel 4.2E, eerste lid

 

Eigen bijdrage gezinsopvang € 472,95

 

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen

Naar boven