Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Subsidieregeling verduurzamen bestaande woningen Amstelveen 2026

Zaaknummer: Z25-141422

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen;

gelet op titel 4.2 van de Algemene wet en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amstelveen 2023, gezien het besluit van de gemeenteraad van Amstelveen om middelen ter beschikking te stellen voor de subsidieregeling "verduurzamen bestaande woningen Amstelveen";

besluiten vast te stellen de:

Subsidieregeling verduurzamen bestaande wo-ningen Amstelveen 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Definities

  • a.

    aardgasvrij: een gebouw waar de aardgasaansluiting op het door de netbeheerder beheerde aardgasnet verwijderd is;

  • b.

    aardgasvrij datum: de beoogde datum waarop vastgoed binnen een gebied aardgasvrij zal zijn.

  • c.

    afsluiting: het door de netbeheerder (laten) verwijderen van de aardgasaansluiting waardoor een verblijfsobject of gebouw geen gebruik meer kan maken van aardgas;

  • d.

    ASV 2023: de vigerende Algemene Subsidieverordening Amstelveen 2023;

  • e.

    balansventilatie: ventilatiesysteem met mechanische toevoer en mechanische afvoer van lucht met warmteterugwinning en sturing (CO2- en/of vochtsturing). Deze bestaan in centraal opgestelde varianten en decentrale systemen;

  • f.

    bestaand: een gebouw dat niet als nieuwbouw wordt aangemerkt;

  • g.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen;

  • h.

    complex: meerdere verblijfsobjecten binnen hetzelfde gebouw;

  • i.

    collectieve aardgasaansluiting: de door de netbeheerder beheerde aansluiting op het aardgasnet die de collectieve installatie van aardgas voorziet;

  • j.

    collectieve installatie: een installatie die meerdere verblijfsobjecten binnen één complex of meerdere aan elkaar verbonden complexen voorziet van ruimteverwarming of warm tapwater;

  • k.

    duurzaam geproduceerde zonnepanelen: zonnepanelen als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, die zijn vervaardigd met hergebruikte, recyclebare of milieuvriendelijke materialen en met een aantoonbaar lage CO₂-uitstoot tijdens productie;

  • l.

    fysieke gebouwgebonden voorziening: voorziening die op of aan een gebouw of op de bijbehorende gronden worden getroffen;

  • m.

    gebied: een door denkbeeldige lijnen begrensd deel van het grondgebied van de gemeente Amstelveen;

  • n.

    goedkeuringsverplichting: de huurrechtelijke verplichtingen van de huurder op grond van artikel 7:220, derde lid, BW;

  • o.

    individuele installatie: een installatie die een enkel verblijfsobject binnen één complex en/of meerdere aan elkaar verbonden complexen voorziet van ruimteverwarming of warm tapwater;

  • p.

    kookvoorziening: een toestel waarop een pan geplaatst kan worden om via verwarming van de pan de inhoud van de pan op te warmen, te koken of te bakken zoals een kookplaat, comfort of fornuis;

  • q.

    netbeheerder: een vennootschap die op grond van artikel 2 van de Gaswet door de Minister is aangewezen om een wettelijke taak omtrent de gasdistributie uit te voeren;

  • r.

    nieuwbouw: een bouwwerk waarvoor nog geen melding of kennisgeving van de gereedkoming van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.2, lid 2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (bbl), is gedaan;

  • s.

    particuliere verhuurder: de natuurlijke persoon die één of meer woningen (max 10 in Amstelveen) voor permanente bewoning verhuurt;

  • t.

    ruimteverwarmingsinstallatie: technisch bouwsysteem waarin warmte wordt opgewekt, gedistribueerd en/of afgegeven of een combinatie daarvan, zoals bedoeld in de omschrijving van een verwarmingssysteem in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (bbl);

  • u.

    rookkanaal: het kanaal of de schacht waarmee rookgassen van een haard, kachel of cv-installatie naar buiten worden afgevoerd;

  • v.

    verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;

  • w.

    VVE: vereniging waarvan een woning- of appartement eigenaar van rechtswege lid is. De Vereniging van Eigenaren is verantwoordelijk voor en heeft zeggenschap over (gemeenschappelijke delen van) het gebouw en de bijbehorende grond;

  • x.

    warmtenet: een collectief warmtesysteem dat woningen of wooncomplexen voorziet van warmte, waardoor de aangesloten woning of het wooncomplex aardgasvrij wordt;

  • y.

    woning: een gebouw dat voor bewoning is bestemd met de daarbij horende grond of een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd, dat als een zelfstandige woning zoals bedoeld in artikel 7:234 BW wordt aangemerkt, of een woonboot;

  • z.

    wooncomplex: meerdere voor bewoning bestemde verblijfsobjecten binnen hetzelfde gebouw.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amstelveen 2023

De Algemene Subsidieverordening Amstelveen 2023 is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Doel subsidieregeling

Deze subsidieregeling heeft tot doel het gebruik van fossiele brandstoffen (zoals aardgas, benzine en diesel) en andere niet-duurzame energiebronnen, zoals installaties op biomassa, in bestaande woningen en wooncomplexen terug te dringen. Daarmee stimuleert de gemeente de transitie naar een fossiel-onafhankelijk Amstelveen in 2040.

Hoofdstuk 2 Stadsbrede subsidie

Artikel 2.1 Gebieds- en fossiel-onafhankelijk datumbepaling

  • 1.

    Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.4, plaats dienen te vinden is gelijk aan het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Amstelveen.

  • 2.

    De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied fossiel-onafhankelijk zal zijn is 2040.

Artikel 2.2 Subsidieplafond en volgorde behandeling aanvragen

  • 1.

    Het subsidieplafond is vastgesteld op € 435.000

  • 2.

    Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledig ingediende aanvragen.

Artikel 2.3 De aanvrager

Subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 2.4 kan uitsluitend worden aangevraagd door de volgende personen:

  • a.

    Eigenaren van een woning;

  • b.

    Huurder van een woning die beschikt over een schriftelijke toestemming van de verhuurder om maatregelen waarvoor subsidie is aangevraagd uit te voeren;

  • c.

    Verenigingen van Eigenaren, een coöperatieve flatvereniging of een ander rechtspersoon met leden waarbij de leden binnen een gebouw van die rechtspersoon gebruik maken van een verblijfsobject;

  • d.

    Particuliere verhuurders van woonruimte, met een bezit van maximaal tien zelfstandige woningen, niet zijnde woningcorporaties of professionele vastgoedbeheerders.

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten en hoogte subsidie

Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in het in artikel 2.1, eerste lid, bepaalde gebied:

  • 1.

    In een wooncomplex, welke daardoor -ten dele- aardgasvrij wordt:

    • a.

      een collectieve gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije (subsidie bedraagt maximaal € 1.500 per woning);

    • b.

      een collectieve gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een hybride systeem (subsidie bedraagt maximaal € 750 per woning);

    • c.

      een collectieve gasgestookte tapwaterinstallatie omzetten naar een aardgasvrije (subsidie bedraagt maximaal € 500 per woning).

In een bestaande woning:

  • 2.

    Isoleren

    • a.

      HR++ glas met een Ug-waarde ≤ 1,2 (W/m2K) (de subsidie bedraagt € 25 per m2 met een maximum van € 1.000);

    • b.

      triple glas met een Ug-waarde ≤ 0,7 (W/m2K) inclusief kozijnen met Uf-waarde ≤ 1,5 (W/m2K) (de subsidie bedraagt € 110 per m2 met een maximum van € 2.000);

    • c.

      vacuümglas met een Ug-waarde ≤ 0,7 (W/m2K) (de subsidie bedraagt € 110 per m² met een maximum van € 2.000);

    • d.

      dakisolatie met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) (de subsidie bedraagt € 16 per m² met een maximum van € 1.500);

    • e.

      isolerende voorzetwanden met een Rd-waarde ≥ 2,5 (m2K/W) (de subsidie bedraagt € 20 per m² met een maximum van € 1.500);

    • f.

      bodemisolatie met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) (de subsidie bedraagt € 3 per m² met een maximum van € 300);

    • g.

      vloerisolatie met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) (de subsidie bedraagt € 6 per m² met een maximum van € 500).

Let op: Plaatst u Triple glas (b), maar laat u uw kozijnen niet vervangen? Dan komt u niet in aanmerking voor het subsidiebedrag van Triple glas.

Let op: Bodemisolatie (f) en vloerisolatie (g) kunnen niet beiden worden aangevraagd voor dezelfde woning. Er kan slechts voor één van deze opties subsidie worden verleend.

  • 3.

    Ventileren

vraaggestuurde balansventilatie met WTW (sturing op basis van luchtvochtigheid en/of CO2) (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 1.000).

  • 4.

    Duurzaam verwarmen en koelen

  • a.

    geïntegreerde douche-warmteterugwinning (WTW) (de subsidie bedraagt maximaal € 100);

  • b.

    zonneboilersysteem (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 900);

  • c.

    warmtepompboiler (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 300).

  • d.

    bodem-water warmtepompsysteem - waardoor de woning aardgasvrij wordt – met een GWP ≤ 3 (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 2.000);

  • e.

    hybride warmtepompsysteem met een GWP ≤ 675 (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 750);

  • f.

    lucht-water warmtepompsysteem - waardoor de woning aardgasvrij wordt – met een GWP ≤ 3 (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 1.500);

  • g.

    lage temperatuur watervoerende vloerverwarming (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 500);

  • h.

    lage temperatuur convectoren of radiatoren (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 500);

  • i.

    aansluiting van de woning of het appartement op een warmtenet, inclusief de kosten voor de afleverset en de noodzakelijke binnenhuisaanpassingen tot aan de aansluiting op de woninginstallatie, mits de aansluiting leidt tot het volledig afsluiten van de gasaansluiting van de woning of het appartement (de subsidie bedraagt 30% van de totale aansluitingskosten met een maximum van € 2.000 per woning). Voor deze maatregel kan de subsidie voorafgaand aan de uitvoering worden verleend, conform de voorwaarden genoemd in artikel 2.7

De onder d, e en f genoemde warmtepompsystemen moeten voldoen aan de geluidseisen en systeemeisen conform de op het moment van aanvraag van de subsidie geldende bouwtechnische regelgeving.

  • 5.

    Opslag en gebruik duurzame energie

    • a.

      opslag van zelfopgewekte elektriciteit in een zoutbatterij (volledig recyclebaar, vrij van zware metalen en giftige stoffen), mits deze niet teruglevert aan het elektriciteitsnetwerk buiten de woning (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuur kosten met een maximum van € 900);

    • b.

      opslag van zelf opgewekte elektriciteit in warm water, een thermische batterij, wateraccu of slimme boiler, in de vorm van een regelunit die een boilervat verbindt aan de meterkast of omvormer (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 500);

  • 6.

    Overige maatregelen

    • a.

      inbouw inductiekookplaat of keramische kookplaat ter vervanging van aardgas (de subsidie bedraagt € 100);

    • b.

      photovoltaïsche plus thermische zonnepanelen (PVT),voor elektra en warmte (de subsidie bedraagt € 150 per paneel met een maximum van € 1.000);

    • c.

      duurzaam geproduceerde zonnepanelen, met een aantoonbaar lage milieu-impact en vervaardigd zonder gebruik van PFAS of lood (de subsidie bedraagt € 50 per paneel met een maximum van € 500 per woning). De panelen moeten voldoen aan de kenmerken genoemd in artikel 2.5;

    • d.

      maatregelen met als doel de spouwmuur natuurvrij te maken, zoals het plaatsen van vogelschroten, nestkastjes, vleermuiskasten, afsluitstrips of andere voorzieningen die voorkomen dat dieren zich in de spouw kunnen nestelen voorafgaand aan isolatie (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 300 per woning);

    • e.

      het laten verwijderen of het permanent onbruikbaar laten maken van een rookkanaal waarop een werkende houtkachel, pelletkachel of open haard is aangesloten (de subsidie bedraagt 30% van de totale factuurkosten met een maximum van € 600 per woning).

  • 7.

    Zelfstandig isoleren

    • a.

      dakisolatie met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) (de subsidie bedraagt 30% van de materiaalkosten met een maximum van € 400);

    • b.

      isolerende voorzetwanden met een Rd-waarde ≥ 2,5 (m2K/W) (de subsidie bedraagt 30% van de materiaalkosten met een maximum van € 500);

    • c.

      vloerisolatie met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) (de subsidie bedraagt 30% van de materiaalkosten met een maximum van € 300).

  • 8.

    De hoogte van de totale subsidie bedraagt maximaal € 5.000 per jaar per woning.

  • 9.

    De subsidie wordt zodanig berekend dat de hoogte van de totale subsidie niet meer bedraagt dan 30% van de totale factuurkosten, exclusief eventuele aanvullende subsidies die op grond van deze regeling kunnen worden toegekend.

  • 10.

    Indien subsidie aangevraagd wordt voor het verduurzamen, conform artikel 2.2 lid 1, van een gemeentelijk monument, een rijksmonument of een woning in een beschermd dorps- of stadsgezicht, kan eenmalig een aanvullende subsidie van € 1.000 verleend worden.

  • 11.

    Indien subsidie voor dakisolatie aangevraagd wordt gelijktijdig met buren, kan het subsidiebedrag verhoogd worden met 10%.

  • 12.

    Indien subsidie voor isolatiemaatregelen aangevraagd wordt en er één van de onderstaande natuurlijke isolatiematerialen wordt gebruikt kan het subsidiebedrag verhoogd worden met 20%:

    • a.

      Grasvezelisolatie;

    • b.

      Vlasvezelisolatie;

    • c.

      Hennepisolatie;

    • d.

      Schapenwolisolatie;

    • e.

      Katoenisolatie;

    • f.

      Cellulose;

    • g.

      Houtwol;

    • h.

      Kurkisolatie;

    • i.

      Stro;

    • j.

      Jute;

    • k.

      Of een ander aantoonbaar natuurlijk isolatiemateriaal.

Artikel 2.5 Duurzaam geproduceerde zonnepanelen

  • 1.

    Onder duurzaam geproduceerde zonnepanelen worden zonnepanelen verstaan die:

    a. zijn vervaardigd met hergebruikte, recyclebare of emissiearme materialen;

    b. vrij zijn van PFAS en lood;

    c. bij de productie een CO₂-uitstoot hebben van maximaal 550 kg per kWp;

    d. een omzettingsefficiëntie van minimaal 20% hebben.

  • 2.

    Op dit moment worden de volgende typen zonnepanelen aangemerkt als circulair:

    a. Meyer Burger (alle series);

    b. Maxeon SunPower (SPRI3 / niet ‘Performance’);

    c. Solarge Solo Ultra-Low Carbon (EPD-gecertificeerd, loodvrij en volledig recyclebaar kunststof frame).

  • 3.

    Het college kan deze lijst actualiseren wanneer nieuwe typen of merken aantoonbaar aan dezelfde criteria voldoen.

  • 4.

    Indien een aanvrager een ander type zonnepaneel wil gebruiken, moet worden aangetoond dat dit paneel voldoet aan de kenmerken genoemd in lid 1.

Artikel 2.6 Aanvraag tot subsidieverlening

Algemene procedure

  • 1.

    Een subsidie wordt direct vastgesteld.

  • 2.

    Aanvragen moeten worden ingediend binnen dertien weken na uitvoering van de specifieke voorziening(en) waarvoor u subsidie aanvraagt, met een uiterste indieningsdatum van 31 december 2026.

  • 3.

    Als u meerdere voorzieningen uitvoert, moet voor elke voorziening afzonderlijk subsidie worden aangevraagd, indien deze niet binnen dezelfde termijn van dertien weken zijn uitgevoerd conform lid 2 van dit artikel.

  • 4.

    Indien de datum van uitvoering niet kan worden aangetoond, is de factuurdatum leidend. Wanneer de aanvrager zelf de fysieke voorzieningen uitvoert, geldt de datum van aanschaf van de noodzakelijke materialen als leidend.

  • 5.

    Het college beslist binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag; deze termijn kan eenmaal met vier weken worden verdaagd.

Aanvraagvereisten

  • 6.

    Een aanvraag voor een subsidie wordt bij het college ingediend met gebruikmaking van het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier.

  • 7.

    In aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de ASV 2023 worden bij de subsidieaanvraag, in het kader van deze regeling de volgende gegevens en stukken aangeleverd:

  • a.

    overzicht van de getroffen voorzieningen;

  • b.

    offertes en facturen voor de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn, inclusief betaalbewijzen;

  • c.

    foto’s van de aangebrachte voorzieningen;

  • d.

    indien van toepassing, een kopie van de geldende goedkeuringsverplichtingen van een VvE;

  • e.

    aanvullend bewijs bij isolatiemaatregelen:

    • i.

      isolatiewaarden inclusief de U/R-waarde);

    • ii.

      netto oppervlakte in m², zoals aangegeven in de offerte en/of factuur.

Bijzondere situaties

  • 8.

    Indien de aanvrager niet de eigenaar is van de woning waarop de aanvraag betrekking heeft, bevat het aanvraagformulier naast de genoemde eisen uit het zevende lid van dit artikel:

  • a.

    een ondertekende toestemmingsverklaring van de eigenaar of VvE dat de bedoelde aanvrager de binnen deze regeling als subsidiabel aangemerkte activiteiten in het betreffende gebouw mag gaan uitvoeren, waarbij de eigenaar indien van toepassing tevens verklaart dat hij:

    • i.

      de verwijdering van de gasaansluiting niet ongedaan zal maken;

    • ii.

      zal borgen dat het, zonder voorafgaande instemming van het college van burgemeester en wethouders, in de toekomst niet mogelijk is om het vastgoed alsnog van aardgas te voorzien.

  • b.

    het college kan een vonnis van de kantonrechter dat de verhuurder op grond van artikel 7:243BW of artikel 7:215BW medewerking met de voorgestelde voorzieningen oplegt accepteren als vervanging van een getekende toestemmingsverklaring van de eigenaar, zoals genoemd in het tweede lid, onder a.

  • 9.

    Bij de subsidieaanvraag voor activiteiten met betrekking tot collectieve installaties, zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, worden de volgende gegevens en stukken aangeleverd:

  • a.

    een overzicht van de aan de collectieve installatie verbonden verblijfsobjecten;

  • b.

    een overzicht van de aanwezigheid van gasaansluitingen in de verblijfsobjecten;

  • c.

    een overzicht waaruit blijkt welk van de eigenaren en huurders de intentie heeft om de individuele woning gebonden gasaansluiting, zoals bedoeld onder b, binnen 1 jaar af te sluiten;

  • d.

    bewijs dat de aanvrager gemachtigd is de aanvraag te doen.

Artikel 2.7 Voorafgaande verlening subsidie aansluiting op een warmtenet

  • 1.

    In afwijking van artikel 2.6, tweede lid, kan het college voor de maatregel genoemd in artikel 2.4, vierde lid, onderdeel i (aansluiting op een warmtenet) besluiten de subsidie te verlenen vóór de uitvoering van de activiteit.

  • 2.

    De aanvraag voor voorafgaande verlening wordt per e-mail ingediend bij de gemeente Amstelveen via energietransitie@amstelveen.nl.

  • 3.

    Bij de aanvraag worden de volgende stukken aangeleverd:

    a. een (ondertekende) offerte (aansluitovereenkomst) of kostenraming van de warmtenetexploitant of uitvoerende partij, waarin duidelijk is opgenomen welke werkzaamheden worden uitgevoerd en de kosten per woning;

    b. een korte toelichting van de aanvrager over de beoogde uitvoering en de verwachte datum waarop de aansluiting zal plaatsvinden;

    c. indien van toepassing, een korte verklaring van het bestuur van de VvE waaruit blijkt dat besluitvorming binnen de Vereniging wordt voorbereid of voorzien.

  • 4.

    De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de aansluiting binnen 48 maanden na verlening wordt gerealiseerd. Na uitvoering dient de aanvrager de facturen en betaalbewijzen via het reguliere aanvraagformulier op het digitale loket aan te leveren, waarmee de subsidie definitief wordt vastgesteld.

  • 5.

    Indien de aansluiting niet binnen 48 maanden na verlening is gerealiseerd, vervalt de subsidie van rechtswege.

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten en gebouwgebonden voorzieningen

In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor de uitvoering van de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.4, met uitzondering van:

  • a.

    de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen;

  • b.

    de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels;

  • c.

    de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen;

  • d.

    de kosten voor pannen en ander keukengerei;

  • e.

    de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen;

  • f.

    de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan de gangbare minimum kwaliteitseisen;

  • g.

    de kosten voor zonnepanelen die niet vallen onder de in artikel 2.4, zesde lid, onderdelen b en c genoemde typen;

  • h.

    de kosten voor PUR-isolatie;

  • i.

    de kosten voor elektrische verwarming.

Artikel 2.9 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op artikel 9, derde lid, van de ASV 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in deze regeling als:

  • a.

    de kosten voor de uitvoering van de voorzieningen waarvoor een subsidieaanvraag wordt gedaan naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staan tot het beoogde resultaat;

  • b.

    de subsidieaanvraag de maximale subsidiehoogte overschrijdt;

  • c.

    het subsidieplafond bereikt is;

  • d.

    de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van de regeling;

  • e.

    de subsidie hoger is dan de werkelijk gemaakte kosten na aftrek van andere aangevraagde of verleende subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten;

  • f.

    de maatregel waarvoor subsidie wordt aangevraagd een nieuw element aan de woning toevoegt en niet dient ter vervanging van een verouderde maatregel;

  • g.

    de maatregel zonder bijzondere inspanning terug te draaien is;

  • h.

    een al in de woning aanwezig aardgasvrije voorziening wordt vervangen;

  • i.

    er voor de activiteit waar subsidie voor is aangevraagd al eerder in de afgelopen twee jaar subsidie is verleend. Het is slechts eenmaal per twee jaar mogelijk om subsidie aan te vragen voor eenzelfde maatregel;

  • j.

    de maatregelen niet zijn uitgevoerd door een erkend installateur of aannemer die beschikt over de benodigde vakbekwaamheidscertificaten. Deze eis geldt niet voor maatregelen genoemd onder artikel 2.4, onderdeel 7 (Zelfstandig isoleren), alsmede voor maatregelen gericht op het natuurvrij maken van spouwmuren. Voor de vervanging van een kookplaat geldt deze eis uitsluitend indien aanpassingen aan de elektrische installatie worden uitgevoerd. Indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat de werkzaamheden op veilige en vakkundige wijze zijn uitgevoerd, kan hiervan worden afgeweken.

Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 1.7 van deze regeling en artikel 10 van de ASV 2023, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    de aanvrager zal indien van toepassing de afsluiting van de gasaansluiting niet ongedaan maken;

  • b.

    een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van de gemeente in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren;

  • c.

    voor zover vereist, het verkrijgen van de vergunningen voor de subsidiabele activiteiten;

  • d.

    in geval van verhuurd vastgoed, dient de verhuurder te borgen dat het voor huurders niet mogelijk is om indien van toepassing de woning in de toekomst van aardgas te voorzien;

  • e.

    de aanvrager stemt ermee in dat de gemeente Amstelveen geanonimiseerde, gebouwgebonden gegevens verwerkt ten behoeve van monitoring;

  • f.

    op verzoek van de gemeente Amstelveen wordt medewerking verleend aan publicitaire acties.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 3.1 Hardheidsclausule

Het college kan van de bepalingen in deze regeling afwijken, indien toepassing ervan zouden leiden tot kennelijk onredelijke situaties.

Artikel 3.2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en is geldig voor subsidie aanvragen tot en met 31 december 2026.

Artikel 3.3 Intrekking oude subsidieregeling

De Subsidieregeling verduurzamen bestaande woningen Amstelveen 2025 (kenmerk: Z24-108387) wordt per 1 januari 2026 ingetrokken.

Artikel 3.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling verduurzamen bestaande woningen Amstelveen 2026.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 december 2025.

De secretaris,

Bert Winthorst

De voorzitter,

Tjapko Poppens

De Nota van toelichting is ook als PDF-bijlage toegevoegd aan deze publicatie.

Nota van toelichting bij de Subsidieregeling verduurzamen bestaande woningen Amstelveen 2026

 

Algemeen

De gemeente Amstelveen wil de verduurzaming van de gebouwde omgeving versnellen. In PLECK (Plan voor de Energietransitie, Circulaire Economie en Klimaatadaptatie) is vastgelegd dat Amstelveen in 2040 fossielonafhankelijk wil zijn. Deze subsidieregeling ondersteunt bewoners, Verenigingen van Eigenaren en kleine verhuurders bij het nemen van fysieke maatregelen die het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen.

 

Dit is ook in lijn met het op 28 juni 2019 door het kabinet gepubliceerde Klimaatakkoord (1). Het Klimaatakkoord vraagt gemeentes om een Transitievisie Warmte op te stellen. In december 2020 is in Amstelveen de Transitievisie warmte vastgesteld. Hierin is uitgewerkt welke warmtetechnieken voor de verschillende wijken in Amstelveen kansrijk zijn.

 

De regeling wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van ervaringen uit de uitvoering en landelijke ontwikkelingen. Voor 2026 zijn enkele nieuwe maatregelen toegevoegd en bestaande bepalingen aangescherpt.

[1] Klimaatakkoord – Den Haag – 28 juni 2019 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord

De regeling

De opzet van deze regeling is dat alle algemeen geldende artikelen opgenomen zijn in hoofdstuk 1.

De omschrijving van de subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidies zijn opgenomen in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 4 zijn de vervaldatum en de overige slotbepalingen opgenomen.

 

(1) Klimaatakkoord – Den Haag – 28 juni 2019 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord

 

Artikelsgewijs

 

Hoofstuk 1 algemene bepalingen

De artikelen in dit hoofdstuk zijn algemeen van aard en zijn van algemene toepassing binnen deze regeling.

 

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel zijn definities opgenomen van begrippen die in de regeling gebruikt worden. Een aantal begrippen dient nader te worden toegelicht.

 

Afsluiting: het verwijderen van de aardgasaansluiting wordt gedaan door de netbeheerder. Hieraan zijn geen kosten verbonden en dit is dan ook geen subsidiabele activiteit.

 

Fysieke gebouwgebonden voorzieningen: Met het begrip fysiek wordt gedoeld op het materiële en tastbare aspect van voorzieningen. Immateriële zaken als bijvoorbeeld rechten, vergoedingen of afspraken vallen er dus niet onder. Met gebouwgebonden wordt gedoeld op het duurzaam schroef- of nagelvast met het gebouw of de bijbehorende gronden verbonden zijn. Een andere mogelijke indicator van het gebouwgebonden karakter van een voorziening is of deze bij beëindiging van verhuring in de woning aanwezig blijft en dus als onderdeel van het gehuurde aangemerkt wordt.

 

Verblijfseenheid en complex: Indien een verblijfseenheid (bijvoorbeeld een appartement) onderdeel is van een complex of een groter gebouw en aangesloten is op een collectieve, complex- of gebouwgebonden warmte- of warmwaterinstallatie (zoals blokverwarming), dan worden deze installaties ook aan de verblijfseenheid gebonden geacht.

 

Nieuwe of aangepaste begrippen (2026)

 

Duurzaam geproduceerde zonnepanelen: Hieronder worden zonnepanelen verstaan die aantoonbaar duurzaam zijn geproduceerd, met een lage milieu-impact en zonder gebruik van PFAS of lood. De panelen hebben een lage CO₂-uitstoot bij productie (maximaal 550 kg per kWp) en voldoen aan eisen rond arbeidsomstandigheden en herkomst van materialen. De opgenomen definitie sluit aan bij artikel 2.5 van deze regeling, waarin is uitgewerkt aan welke technische en milieueisen deze panelen moeten voldoen. De regeling beoogt hiermee zonnepanelen te subsidiëren die aantoonbaar duurzamer zijn geproduceerd dan conventionele panelen.

 

Rookkanaal: Hieronder wordt verstaan: het afvoerkanaal dat is bedoeld voor de afvoer van rookgassen uit een open haard, houtkachel of andere verbrandingstoestellen. Het rookkanaal loopt doorgaans van de woning naar het dak. In deze regeling wordt het begrip gebruikt bij de subsidiemaatregel voor het verwijderen van bestaande rookkanalen, met als doel energieverlies te beperken en de woning geschikt te maken voor aardgasvrije of all-electric verwarming.

 

Warmtenet: Met dit begrip wordt een collectieve warmtevoorziening bedoeld die gebruikmaakt van hernieuwbare warmtebronnen of restwarmte, waardoor aangesloten woningen of wooncomplexen aardgasvrij kunnen worden. Alleen aansluitingen die leiden tot het volledig afsluiten van de gasaansluiting van de woning of het wooncomplex komen in aanmerking voor subsidie.

 

Artikel 1.2 Algemene subsidieverordening

De Algemene subsidieverordening Amstelveen 2023 (ASV) is te vinden op www.amstelveen.nl

 

Artikel 1.3 Doel

Het doel van de regeling is om het gebruik van fossiele brandstoffen in bestaande woningen en wooncomplexen terug te dringen. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op het aardgasvrij maken van woningen, maar ook op het stimuleren van duurzame warmteopwekking, energieopslag en circulair materiaalgebruik.

 

De regeling richt zich op bewoners, VvE’s en kleine particuliere verhuurders en sluit aan bij de gemeentelijke ambitie om in 2040 een fossielonafhankelijk Amstelveen te realiseren.

 

Hoofdstuk 2- Stadsbrede verduurzaming

 

Artikel 2.1 Gebieds- en fossielonafhankelijk datumbepaling

De subsidiabele activiteiten in deze regeling gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente Amstelveen.

De beoogde datum waarop al het vastgoed in Amstelveen fossielonafhankelijk is, is vastgesteld op 2040. Dit sluit aan bij de Transitievisie Warmte en de wijkplannen die hieruit volgen.

 

Artikel 2.2 Subsidieplafond en volgorde behandeling aanvragen

Tweede lid

Conform artikel 3, tweede lid, onder de ASV 2023 regelt het college een afwijkende volgorde van behandeling van aanvragen. De volgorde van behandeling van aanvragen heeft uitsluitend consequenties voor de aanvraag als er meer subsidie is aangevraagd dan het subsidieplafond toelaat. Aanvragen die het eerst behandeld (en verleend) worden komen in aanmerking voor subsidie, terwijl de latere aanvragen het subsidieplafond overschrijden en worden geweigerd. Door aanvragen te behandelen in de volgorde dat ze compleet zijn wordt getracht zo eerlijk mogelijk te bepalen welke aanvragers nog wel subsidie ontvangen en welke niet. De gemeente heeft helaas vaak enige tijd nodig om te kunnen bepalen of een aanvraag compleet is.

 

Artikel 2.3 De aanvrager

De regeling is gericht op particulieren woningeigenaren, huurders, VvE’s en kleine particuliere verhuurders in Amstelveen

 

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten en hoogte subsidie

In dit artikel is bepaald welke activiteiten subsidiabel zijn. Een subsidieaanvraag kan in principe iedere mogelijke combinatie van de onder dit artikel genoemde activiteiten bevatten. Vloerisolatie en bodemisolatie kunnen echter niet met elkaar worden gekoppeld.

De in aanmerking komende kosten zijn de kosten die worden gemaakt voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten. Uitgekeerd wordt een totaalbedrag per voorziening.

Omdat met deze regeling het doel – fossielonafhankelijk en duurzaam wonen – centraal staat en niet de specifieke techniek, zijn de voorzieningen bewust ruim omschreven. De gemeente behoudt zich het recht voor om bij twijfel externe expertise in te schakelen om de kosten, uitvoerbaarheid en doelmatigheid te beoordelen.

 

Eerste lid

De activiteiten onder dit lid zien op wooncomplexen met collectieve installaties, waar het als gevolg van gefragmenteerd eigendom vaak lastig is om het gehele complex fossielonafhankelijk te maken. Deze wooncomplexen worden door de onder dit lid genoemde maatregelen ten dele aardgasvrij.

Met “ten dele” wordt bedoeld dat een deel van de verblijfsruimten binnen het complex niet volledig aardgasvrij wordt. In een gebouw met blokverwarming kan dit betekenen dat de collectieve installatie voor het gehele complex wordt vervangen door een aardgasvrije of hybride variant, terwijl niet alle afzonderlijke verblijfsobjecten hun individuele gasaansluiting laten verwijderen.

 

Vierde lid – Duurzaam verwarmen en koelen

De maatregelen in dit onderdeel zijn geactualiseerd. De eisen aan warmtepompen zijn aangescherpt in lijn met de nieuwe Europese F-gassenverordening (EU 2024/573).

Alle warmtepompen moeten een lage GWP-waarde hebben (≤ 3) wanneer ze aardgasvrij maken, of ≤ 675 voor hybride systemen. De eerdere bonus van 20 % voor natuurlijke koudemiddelen vervalt hiermee.

Daarnaast is een nieuwe maatregel toegevoegd voor de aansluiting op een warmtenet. Deze subsidie is bedoeld om bewoners en VvE’s te ondersteunen die willen overstappen op collectieve warmte. Omdat de aansluiting vaak gepaard gaat met hoge kosten en vooraf financiële zekerheid vraagt, kan de subsidie – in afwijking van de reguliere werkwijze – al vóór de uitvoering worden verleend. De specifieke voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in artikel 2.7.

 

Zesde lid – Overige maatregelen

Nieuw toegevoegd is:

Zonnepanelen die zijn vervaardigd met hergebruikte of volledig recyclebare materialen en aantoonbaar een lage milieu-impact hebben (zie artikel 2.5 voor de technische eisen). Hiermee stimuleert de gemeente bewoners om te kiezen voor duurzaam geproduceerde panelen met aandacht voor herkomst, grondstoffen en arbeidsomstandigheden.

Daarnaast is het verwijderen van een bestaand rookkanaal subsidiabel gemaakt. Dit is een maatregel die in de praktijk vaak nodig is bij het overstappen op een aardgasvrije of all-electric oplossing. Het verwijderen of blijvend afdichten van het kanaal voorkomt warmteverlies en draagt bij aan een beter geïsoleerde en veiligere woning. De subsidie dekt een deel van de sloop- en herstelkosten.

 

Tiende lid – Monumenten

Omdat het verduurzamen van een gemeentelijk monument, rijksmonument of een woning in een beschermd dorps- of stadsgezicht doorgaans meerkosten met zich meebrengt, kan een aanvullende subsidie van € 1.000 worden verleend. Dit bedrag kan bijvoorbeeld worden gebruikt om legeskosten of specialistische begeleiding te dekken.

 

Elfde lid – Gezamenlijk isoleren

Om samenwerking tussen buren te stimuleren wordt het subsidiebedrag voor dakisolatie verhoogd met 10 % wanneer de werkzaamheden gelijktijdig worden uitgevoerd.

 

Twaalfde lid – Natuurlijke isolatiematerialen

Bij het gebruik van natuurlijke isolatiematerialen zoals vlas, hennep of houtwol kan het subsidiebedrag worden verhoogd met 20 %. Deze materialen hebben een lagere milieu-impact en dragen bij aan circulair bouwen.

 

Artikel 2.5 Duurzaam geproduceerde zonnepanelen

Dit artikel beschrijft de criteria waaraan zonnepanelen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie als duurzaam geproduceerd. De eisen zijn gebaseerd op milieu-impact, materiaalgebruik en de herkomst van de productieketen. Het college kan de lijst van toegelaten panelen bij besluit actualiseren, zodat nieuwe duurzame innovaties kunnen worden toegevoegd.

De subsidie is bedoeld als stimulans voor bewoners die bewust kiezen voor zonnepanelen met een aantoonbaar lagere milieubelasting dan conventionele panelen.

 

Artikel 2.6 Aanvraag tot subsidieverlening

In dit artikel is vastgelegd op welke wijze en binnen welke termijn een subsidieaanvraag moet worden ingediend.

 

Tweede lid

Aanvragen moeten worden ingediend binnen dertien weken na uitvoering van de maatregel, met een uiterste indieningsdatum van 31 december 2026.

 

Derde lid

Wanneer meerdere maatregelen worden uitgevoerd die niet binnen dezelfde termijn van dertien weken zijn afgerond, moet per maatregel afzonderlijk een aanvraag worden ingediend.

Zo blijft het overzichtelijk wanneer de verschillende werkzaamheden zijn uitgevoerd en kan de beoordeling zorgvuldig plaatsvinden.

 

Vierde lid

De datum van uitvoering wordt aangetoond met facturen en betaalbewijzen.

Als de exacte uitvoeringsdatum niet kan worden vastgesteld, geldt de factuurdatum als leidend.

Wanneer de aanvrager zelf de werkzaamheden uitvoert, geldt de aankoopdatum van de benodigde materialen als uitvoeringsdatum.

Dit biedt de gemeente een objectieve basis om vast te stellen of de investering binnen de toegestane termijn is uitgevoerd.

 

Zesde en zevende lid – Aanvraagvereisten

De subsidie moet worden aangevraagd via het daarvoor vastgestelde digitale aanvraagformulier.

Bij de aanvraag moeten in elk geval de volgende gegevens en bewijsstukken worden meegestuurd:

een overzicht van de getroffen voorzieningen, met duidelijke verwijzing naar het betreffende adres of verblijfsobject;

facturen van voldoende kwaliteit (met o.a. volledige NAW-gegevens, btw-nummer, KvK-nummer, factuur- en leverdatum, specificatie van de geleverde goederen en diensten);

betaalbewijzen (zoals bankafschriften of een verklaring van de leverancier dat de facturen zijn voldaan);

foto’s van de aangebrachte voorzieningen;

indien van toepassing: de goedkeuringsbesluiten van de VvE;

bij isolatiemaatregelen: bewijs van de isolatiewaarde (U/R-waarde) en de netto oppervlakte in m².

 

Achtste lid – Aanvragers die niet de eigenaar zijn

Wanneer de aanvrager niet de eigenaar is van de woning waarop de aanvraag betrekking heeft, moet een toestemmingsverklaring van de eigenaar of VvE worden overgelegd.

Daarin geeft de eigenaar toestemming voor het uitvoeren van de maatregelen en verklaart hij:

de eventuele verwijdering van de gasaansluiting niet ongedaan te zullen maken, en

te borgen dat de woning zonder toestemming van het college niet opnieuw op aardgas wordt aangesloten.

Als de huurder via de kantonrechter medewerking van de eigenaar heeft afgedwongen (op grond van artikel 7:243 BW of 7:215 BW), kan het vonnis van de rechter worden gebruikt in plaats van een schriftelijke verklaring.

 

Negende lid – Collectieve installaties

Bij collectieve aanvragen (zoals bij VvE’s of flatcomplexen) moet aanvullend worden aangetoond:

welke woningen of verblijfsobjecten op de installatie zijn aangesloten;

welke daarvan nog een gasaansluiting hebben en welke deze laten verwijderen;

wie de aanvrager heeft gemachtigd om namens de groep de subsidie aan te vragen.

Voor VvE’s kan dit bijvoorbeeld blijken uit een bestuursbesluit of notulen van de ledenvergadering.

 

Artikel 2.7 Voorafgaande verlening subsidie aansluiting op een warmtenet

In afwijking van de standaardprocedure kan de subsidie voor aansluiting op een warmtenet voorafgaand aan de uitvoering worden verleend. Dit maakt het voor bewoners en VvE’s mogelijk om met meer zekerheid besluiten te nemen, bijvoorbeeld tijdens de planfase van een warmtenetproject.

De subsidie wordt definitief vastgesteld zodra de aansluiting is gerealiseerd en de facturen zijn ingediend onder de voorwaarde dat de aansluiting binnen 48 maanden na verlening wordt gerealiseerd.

 

Artikel 2.8 niet subsidiabele kosten en gebouwgeboden voorzieningen

Onderdeel a - kosten voor eigen arbeid worden in geen enkel geval gesubsidieerd.

Onderdeel b - vanwege de negatieve effecten op de luchtkwaliteit komen hout- en pelletkachels en biomassaverbrandingsketels niet in aanmerking voor subsidiering.

Onderdeel c – installaties met fossiele brandstof als olie, butaangas of kolen komen ook niet in aanmerking, omdat deze nog vervuilender zijn dan aardgas. Olie, butaangas of kolen vormen geen limitatieve opsomming, andere fossiele brandstoffen zijn ook uitgesloten.

Onderdeel d - de aanschaf van pannen en ander keukengerei is niet aan te merken als een fysieke gebouw gebonden voorziening en de kosten die daarmee gemoeid zijn dus niet subsidiabel. Deze uitsluiting is daardoor in principe overbodig. De ervaring leert echter dat met een expliciet vermelding in de regeling onduidelijkheid vermeden kan worden.

Onderdeel e en f - het is de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager om te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen of minimum kwaliteitseisen. De gemeente wil hiermee uitsluiten dat zij daaraan meebetaalt, terwijl het aan de aanvrager zelf is om dit gat te dichten alvorens subsidie wordt aangevraagd op grond van deze regeling. De voorzieningen moeten verder gaan dan het moeten voldoen aan wettelijke verplichtingen of gangbare minimum kwaliteitseisen. Het gaat erom dat de aanvrager die extra stap zet naar aardgasvrij, die zonder subsidie niet was gezet.

Onderdeel g - zonnepanelen worden in principe niet gesubsidieerd. Uitzonderingen hierop zijn de PVT-panelen en duurzaam geproduceerde zonnepanelen, die vanwege hun aanvullende milieuwinst en innovatieve karakter wél in aanmerking komen.

Onderdeel h - PUR-isolatie wordt uitgesloten van subsidie omdat het een aanzienlijke milieu-impact kan hebben, onder andere door het gebruik van niet-duurzame materialen en de uitstoot van broeikasgassen tijdens de productie. Daarnaast kunnen er gezondheidsrisico's zijn bij de installatie, omdat schadelijke dampen kunnen vrijkomen.

Onderdeel i - Kosten voor elektrische verwarming zijn uitgesloten van de subsidieregeling omdat deze niet bijdragen aan de doelstelling om energiezuinige en duurzame maatregelen te stimuleren. Elektrische verwarming leidt vaak tot een hogere energievraag en is minder duurzaam.

 

Artikel 2.9 Weigeringsgronden

In dit artikel zijn de gronden opgenomen die als basis dienen voor een weigering van de subsidie. De gemeente acht deze gronden van dermate belang dat zij in die gevallen geen subsidie verstrekt of de subsidie naar beneden bijstelt.

Eerste lid

Onderdeel d – de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van de regeling.

 

Er wordt geen subsidie toegekend voor maatregelen die geen duurzaam karakter hebben. Hierbij moet worden gedacht aan een Quooker; deze houdt het water permanent op 100° C, wat geen duurzame manier van verwarmen is. Hierin hanteren wij het advies van Milieu Centraal.

 

Onderdeel f – de maatregel waarvoor subsidie wordt aangevraagd vervangt geen bestaande voorziening, maar voegt een nieuw element toe aan de woning.

Er wordt geen subsidie toegekend voor uitbreidingen of nieuwe toevoegingen, zoals een serre, uitbouw of dakopbouw. Alleen maatregelen die een bestaande voorziening verduurzamen of vervangen komen in aanmerking. Zo wordt bijvoorbeeld enkel glas vervangen door triple glas, of een gasfornuis door een inductiekookplaat.

 

Onderdeel g – de maatregel zonder bijzondere inspanning terug te draaien is.

 

Het is niet de bedoeling dat een gesubsidieerde maatregel gemakkelijk terug te draaien is. Het doel van de regeling is dat de woning blijvend verduurzaamd wordt. Bijvoorbeeld een losstaande inductiekookplaat is niet subsidiabel vanwege het feit dat dit niet permanent in de woning is aangebracht.

Onderdeel h – een al in de woning aanwezig aardgasvrije voorziening wordt vervangen

Er wordt geen subsidie toegekend voor voorzieningen die al aardgasvrij zijn. Hierbij moet worden gedacht aan het vervangen van een (oude) warmtepomp met een nieuwe warmtepomp of een (oude) elektrische kookvoorziening met een nieuwe elektrische kookvoorziening.

Onderdeel i - voor de activiteit waar subsidie voor is aangevraagd is al eerder in de afgelopen twee jaar subsidie verleend. Het is slechts eenmaal per twee jaar mogelijk om subsidie aan te vragen voor een zelfde maatregel. Als in 2025 al subsidie is verleend voor triple glas mag er in 2026 niet nogmaals subsidie worden aangevraagd voor triple glas.

Onderdeel j - de maatregelen zijn niet uitgevoerd door een erkend installateur of aannemer met de benodigde vakbekwaamheidscertificaten.

Deze eis geldt niet voor de maatregelen genoemd onder artikel 2.4, onderdeel 7 (Zelfstandig isoleren), en voor maatregelen die gericht zijn op het natuurvrij maken van spouwmuren. Voor het vervangen van een kookplaat geldt deze eis uitsluitend wanneer er aanpassingen aan de elektrische installatie zijn uitgevoerd.

 

Deze bepaling is toegevoegd om de kwaliteit en veiligheid van uitgevoerde werkzaamheden te waarborgen. Door te eisen dat werkzaamheden worden uitgevoerd door erkende installateurs of aannemers met de juiste vakbekwaamheidscertificaten, wordt voorkomen dat slecht uitgevoerde installaties leiden tot veiligheidsrisico’s of verminderde energieprestaties.

Indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat de werkzaamheden op veilige en vakkundige wijze zijn uitgevoerd, kan van deze eis worden afgeweken.

 

Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen

Eerste lid

Conform de ASV 2023 worden voor de aanvrager verplichtingen gesteld. Op grond van artikel 4:48, lid, b Awb kan het college vóór de vaststelling van de subsidie overgaan tot intrekking als niet aan deze voorwaarden is voldaan. Op grond van artikel 4:49, lid c Awb kan het college na de vaststelling van de subsidie overgaan tot intrekking als niet aan deze voorwaarden is voldaan. Na intrekking vordert het college de eventuele uitbetaalde subsidie terug.

Onderdeel a - de belangrijkste verplichting, is dat de aanvrager na het aardgasvrij maken van de woning deze niet weer van aardgas mag voorzien. Voor verhuurders geldt dat zij dienen te verzekeren dat de huurder geen beschikking heeft tot aardgas.

Onderdeel c - bij het verkrijgen van vergunningen voor de subsidiabele activiteiten, kan bijvoorbeeld aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen gedacht worden. Of en welke vergunning vereist is, zal sterk afhangen van het gebouw waarin de voorzieningen worden uitgevoerd.

Naar boven