Nadere regel subsidie kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Neder-Betuwe 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe;

 

overwegende dat het gewenst is subsidie te verlenen voor tijdelijke financiële ondersteuning bij de kosten van kinderopvang voor een gezin wanneer zij door medische of sociale omstandigheden niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag

gelet op artikel 3, eerste lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2025,

 

besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Nadere regel subsidie kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Neder-Betuwe 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze nadere regel wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2025.

  • b.

    Deze nadere regel: onderhavige Nadere regel subsidie kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Neder-Betuwe 2026 in de zin van artikel 3, eerste lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2025.

  • c.

    Kind: kind(eren) in de leeftijd van 0 jaar tot en met het laatste jaar van de basisschool.

  • d.

    Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.

  • e.

    Kinderopvang SMI: kinderopvang op basis van sociaal medische factoren.

  • f.

    Voorliggende voorziening: een voorliggende voorziening is een voorziening op grond van een andere wet of subsidieregeling dan de SMI-regeling. Deze voorzieningen noemen we ‘voorliggend’ omdat ze voorrang hebben op een subsidie kinderopvang volgens deze nadere regel. Een voorliggende voorziening is in elk geval een VVE-indicatie.

Voor zover niet anders is bepaald worden overige begrippen in deze nadere regel gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang.

Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Subsidie op grond van deze nadere regel kan worden verstrekt aan een in Neder-Betuwe woonachtige ouder die op grond van een sociaal medische indicatie aanspraak maakt op subsidie voor kinderopvang SMI voor (het) thuiswonende kind(eren) indien vastgesteld is dat:

    • a.

      de ouder geen recht heeft op kinderopvangtoeslag en,

    • b.

      één of meer lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperkingen van de ouder opvang van het kind of de kinderen noodzakelijk maken, of

    • c.

      kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind en het risico op onderwijsachterstanden verlagen noodzakelijk is en,

    • d.

      voor zover andere, voorliggende voorzieningen geen passende oplossing kunnen bieden.

Artikel 3 Weigeringsgronden

Naast hetgeen benoemd in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    de ouder niet tot de doelgroep behoort

  • b.

    de ouder niet bereid is in te stemmen met het opstellen van een gezinsplan, waarmee de gezinsomstandigheden dusdanig kunnen verbeteren dat de aanspraak op subsidie beperkt kan blijven.

Artikel 4 Procedurebepalingen

  • 1.

    In afwijking van artikel 7, eerste lid van de Algemene subsidieverordening kan elk moment gedurende een kalenderjaar een subsidieaanvraag ingediend worden door de ouder via een daartoe vastgesteld formulier.

  • 2.

    De aanvraag wordt ingediend uiterlijk vier weken vóór de gewenste startdatum van de kinderopvang. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 3.

    Het college stelt aan de hand van de bij de aanvraag overlegde informatie vast of er een noodzaak voor kinderopvang aanwezig is en wat de omvang daarvan is.

  • 4.

    Het college kan voor het vaststellen van de noodzaak en de omvang van de kinderopvang een onafhankelijke instantie om advies vragen.

  • 5.

    Vastgesteld dient te worden dat er geen andere, voorliggende voorzieningen mogelijk zijn.

  • 6.

    De subsidie wordt verleend met ingang van de datum zoals opgenomen in de toekenningsbrief van de gemeente.

  • 7.

    De vaststellingsbeschikking bevat in ieder geval:

    • a.

      Naam en adres van de ouder(s);

    • b.

      Naam en geboortedatum van het kind of de kinderen voor wie de opvang is geïndiceerd;

    • c.

      De reden(en) voor de noodzaak van kinderopvang;

    • d.

      Of er sprake is van een voorliggende voorziening;

    • e.

      Of er sprake is van een VVE-indicatie voor het kind of de kinderen voor wie de opvang is geïndiceerd;

    • f.

      De soort opvang;

    • g.

      Noodzakelijke omvang en duur van de kinderopvang;

    • h.

      Een omschrijving van de afspraak die moet leiden tot verbetering van de gezinsomstandigheden;

    • i.

      De naam en het adres van de kinderopvangorganisatie en de locatie waar de opvang plaatsvindt;

    • j.

      De hoogte van de subsidie;

    • k.

      De wijze waarop en wanneer de subsidie wordt uitbetaald;

    • l.

      Eventuele aanvullende afspraken die met de ouder zijn gemaakt.

  • 8.

    Overeenkomstig met artikel 13 van de Algemene subsidieverordening hoeft er geen aanvraag tot vaststelling en een verantwoording over de ontvangen subsidie ingediend te worden.

  • 9.

    De subsidie wordt direct vastgesteld zonder een separate subsidieverleningsbeschikking.

  • 10.

    In geval van een (gedeeltelijke) afwijzing wordt de reden van (gedeeltelijke) afwijzing gemotiveerd.

Artikel 5 Duur en de omvang subsidie

  • 1.

    De subsidie kinderopvang SMI wordt verleend voor de duur van maximaal 6 maanden. De omvang van de opvang per week is maximaal:

    • -

      2 dagen dagopvang (max. 12 uur per dag) of

    • -

      4 dagdelen dagopvang (max. 6 uur per dagdeel) of

    • -

      2 dagen buitenschoolse opvang.

  • 2.

    In bijzondere situaties kan deze periode nog een keer met zes maanden worden verlengd, indien blijkt dat dit noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het kind of om extra ondersteuning in het gezin te organiseren. De ouder dient uiterlijk acht weken voor de te verlengen periode een nieuwe subsidieaanvraag in.

Artikel 6 Berekening en betaling van de subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie wordt berekend door het benodigde aantal opvanguren te vermenigvuldigen met het uurtarief kinderopvangtoeslag, zoals vastgesteld door de Belastingdienst. Opvangkosten die boven het maximum uurtarief komen, worden niet vergoed.

  • 2.

    De ouder betaalt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, conform de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst voor het betreffende kalenderjaar.

  • 3.

    Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de eigen bijdrage voor kinderopvang die is vastgesteld op basis van een sociaal of medische indicatie.

  • 4.

    De subsidie wordt rechtstreeks betaald aan de kinderopvangorganisatie waar de ouder een contract mee heeft.

  • 5.

    De subsidie wordt per kalenderjaar in één keer betaald.

Artikel 7 Het subsidieplafond

  • 1.

    De gemeenteraad stelt jaarlijks in november de gemeentelijke begroting vast. In de gemeentelijke begroting is het budget dat beschikbaar is voor subsidie kinderopvang SMI opgenomen in het budget Toezicht en handhaving kinderopvang.

  • 2.

    Het college kan een subsidieplafond vaststellen voor deze regeling. Zij regelt daarbij de verdeling.

  • 3.

    Subsidie wordt toegekend op volgorde van aanvraagdatum.

Artikel 8 Verplichtingen

  • 1.

    De ouder doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging mededeling van inlichtingen en gegevens die voor de aanspraak op en de hoogte van de subsidie van belang zijn.

  • 2.

    Het niet of onjuist informeren van het college kan gevolgen hebben voor de hoogte van de subsidie.

  • 3.

    Het college kan besluiten tot terugvordering van de subsidie.

Artikel 9 Verantwoording en controle

  • 1.

    Om te kunnen controleren of de subsidie correct wordt besteed, kan de gemeente controles uitvoeren. De controle kan betrekking hebben op de afname van kinderopvang en dus de aanwezigheid van het kind op de locatie.

  • 2.

    Als uit de controle blijkt dat de subsidie verkeerd is gebruikt, kan de gemeente het subsidiebedrag terugvorderen.

Artikel 10 Gegevensverwerking toevoegen

Het college verwerkt persoonsgegevens uitsluitend voor de uitvoering van deze regeling en conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Gegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk en alleen gedeeld met partijen die betrokken zijn bij de uitvoering.

Artikel 11 Afwijking van de ASV

Voor zover deze regeling afwijkt van bepalingen in de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2025, is dit toegestaan op grond van artikel 3 van die verordening. Deze afwijkingen zijn noodzakelijk voor een snelle en doelmatige uitvoering van de regeling.

Artikel 12 Hardheidsclausule toevoegen

Het college kan afwijken van deze regeling indien toepassing ervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 13 Slotbepalingen

  • 1.

    De nadere regel subsidie kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Neder-Betuwe 2019 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 3.

    De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kinderopvang SMI Neder-Betuwe 2026.

Naar boven