Cultuurregeling gemeente Barneveld

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

 

besluit:

 

vast te stellen: de Cultuurregeling gemeente Barneveld.

Artikel 1 Algemeen

  • 1.

    Deze regeling betreft jaarlijks twee subsidietender(rondes) in de zin van artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene Wet Bestuursrecht, met als doel de culturele infrastructuur te versterken, cultuurparticipatie te bevorderen en de maatschappelijke waarde van cultuur te vergroten.

  • 2.

    De regeling sluit aan op de Integrale Cultuurvisie 2025–2035, waarin cultuur wordt gezien als drager van artistieke, sociale, educatieve, economische en ruimtelijke waarde. De subsidie stimuleert culturele activiteiten die bijdragen aan:

    • toegang tot en deelname aan cultuur voor alle inwoners;

    • sociale cohesie, ontmoeting en leefbaarheid in dorpen;

    • talentontwikkeling, cultuureducatie en creatieve ontwikkeling;

    • behoud, zichtbaarheid en participatie rond erfgoed;

    • brede cultuurparticipatie, met speciale aandacht voor jeugd en kwetsbare groepen.

  • 3.

    De regeling (subsidietender) wordt ieder kalenderjaar opengesteld.

  • 4.

    De regeling is bedoeld voor georganiseerde juridische entiteiten zonder winstoogmerk en niet voor privépersonen.

Artikel 2 Plafonds

  • 1.

    Het totale jaarlijkse subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 110.000 en is op de volgende wijze verdeeld over vier onderdelen:

    • a.

      Cultuurparticipatie; maximaal subsidieplafond bedraagt € 60.000

    • b.

      Cultuurspreiding in de dorpen; maximaal subsidieplafond bedraagt € 15.000

    • c.

      Ondersteuning amateurkunsten; maximaal subsidieplafond bedraagt € 10.000

    • d.

      Erfgoededucatie, participatie en zichtbaarheid; maximaal subsidieplafond bedraagt € 25.000.

  • 2.

    De in artikel 3 opgenomen doelen gelden voor alle vier de onderdelen van deze regeling.

Artikel 3 Doelen en subdoelen

  • 1.a.

    Het doel van de regeling is het stimuleren en vernieuwen van cultuurdeelname van inwoners door middel van innovatieve, projectmatige activiteiten die aansluiten bij de participatiegerichte doelen van deze regeling van onderdeel a, b en d De te subsidiëren activiteiten dragen aantoonbaar bij aan het vergroten van toegankelijkheid, inclusie en actieve betrokkenheid van inwoners bij kunst, cultuur en erfgoed. Het gaat daarbij om activiteiten die zich bij voorkeur richten op doelgroepen voor wie cultuurdeelname minder vanzelfsprekend is.

  • 1.b.

    Het doel van de ondersteuning van amateurkunsten, onderdeel c, is om een vitale toekomstbestendig culturele amateurkunstorganisaties te ondersteunen.

    • 1.

      Subdoelen van de regeling zijn:

      • a.

        Cultuureducatie en talentontwikkeling: Activiteiten die cultuureducatie voor alle leeftijden bevorderen, creatieve en cognitieve ontwikkeling versterken, talentontwikkeling bij jeugd en jongvolwassenen stimuleren en innovatieve educatieve projecten realiseren in samenwerking met scholen of culturele organisaties.

      • b.

        Cultuurparticipatie en inclusie: Activiteiten die deelname aan kunst en cultuur voor alle inwoners bevorderen, financiële, fysieke en sociale drempels verlagen en bijdragen aan kansengelijkheid. Dit omvat initiatieven die zich specifiek richten op inwoners voor wie cultuur minder toegankelijk is of die zich in een kwetsbare positie bevinden.

      • c.

        Sociale cohesie en ontmoeting: Activiteiten die ontmoeting en onderlinge verbinding in wijken en dorpen versterken, bijdragen aan integratie tussen nieuwe en bestaande inwoners en samenwerking stimuleren tussen cultuur, welzijn, sport, onderwijs en/of het lokale bedrijfsleven.

      • d.

        Persoonlijke ontwikkeling en welzijn: Activiteiten die bijdragen aan zelfvertrouwen, weerbaarheid, mentale gezondheid of zingeving, en die door middel van actieve cultuurdeelname het welzijn van inwoners bevorderen.

      • e.

        Dorpsgerichte cultuur en leefbaarheid: Activiteiten die de vitaliteit en leefbaarheid van dorpen versterken, gebruikmaken van lokale ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen, en ontwikkeld worden door lokale makers, verenigingen of bewonersinitiatieven.

      • f.

        Erfgoedparticipatie: Activiteiten die erfgoededucatie bevorderen, erfgoed zichtbaar, beleefbaar en toegankelijk maken of vrijwilligersparticipatie rond historische locaties, verhalen, tradities en immaterieel erfgoed stimuleren.

Artikel 4 Voorwaarden onderdelen

Voor alle onderdelen gelden de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De uitvoering start en vindt grotendeels plaats binnen het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De begroting bevat gemixte financiering met meerdere dekkingsbronnen. Stapeling van subsidies vanuit andere gemeentelijke fondsen is niet toegestaan.

  • 3.

    De aanvraag gaat over nieuwe additionele activiteiten en geen reguliere exploitatie (geen subsidie voor bestaande activiteiten).

  • 4.

    De aanvraag draagt aantoonbaar bij aan meerdere cultuurwaarden (artistiek, sociaal, educatief, economisch, ruimtelijk). Dit dient te blijken uit de beschrijving van de activiteiten (in de aanvraag) die de impact op de lokale samenleving van de waarde van cultuur: sociaal, educatief, economisch, ruimtelijk, historisch en/of artistiek toelichten.

  • 5.

    Aanvragers zijn geen privépersonen en gevestigd in de gemeente Barneveld en hebben geen winstoogmerk. De activiteiten vinden in de gemeente plaats.

  • 6.

    Aanvragers werken samen met lokale culturele en/of maatschappelijk organisaties om elkaar te versterken op inhoud, waarbij cultuur de basis van de samenwerking vormt.

  • 7.

    Bij aanvragen wordt aandacht besteed aan toegankelijkheid (sociaal, fysiek, financieel).

Artikel 5 Cultuurparticipatie

Voor het onderdeel ‘Cultuurparticipatie’ geldt het volgende:

  • Doel: Stimuleren van innovatieve projecten die cultuurdeelname vergroten, met speciale aandacht voor jongeren en doelgroepen met lage cultuurdeelname.

  • Voorwaarden:

    • a.

      Maximaal subsidiebedrag per project: € 17.500.

    • b.

      Projecten dienen innovatief van aard te zijn en aanvullend op het bestaande culturele aanbod in de gemeente; en

    • c.

      Projecten zijn bij voorkeur gericht op doelgroepen voor wie cultuur minder toegankelijk of cultuurdeelname minder vanzelfsprekend is. Daaronder wordt verstaan inwoners met een lage cultuurdeelnamegraad, inclusief jongeren, ouderen en inwoners met beperkte financiële middelen.

Artikel 6 Cultuurspreiding in de dorpen

Voor het onderdeel ‘Cultuurspreiding in de dorpen’ geldt het volgende:

  • Doel: Bevorderen van culturele activiteiten in dorpen, wijken en buurten en van toegankelijke voorzieningen voor cultuurbeoefening en cultuurdeelname.

  • Voorwaarden:

    • a.

      Subsidie kan aangevraagd worden voor eenmalige culturele activiteiten of een reeks.

    • b.

      Aanvragen zijn gericht op activiteiten en mogen ook, maar niet enkel, een huurcomponent voor ruimtegebruik hebben.

    • c.

      Activiteiten moeten toegankelijk zijn, waarbij eventuele financiële drempels voor deelname verlaagd worden..

    • d.

      Maximaal subsidiebedrag per aanvraag: € 5.000.

Artikel 7 Ondersteuning Amateurkunsten

Voor het onderdeel ‘Ondersteuning Amateurkunsten’ geldt het volgende:

  • Doel: Ondersteuning van initiatieven op het gebied van de vitaliteit, toekomstbestendigheid en de organisatorische ontwikkeling van amateurkunstverenigingen en -organisaties.

  • Voorwaarden:

    • a.

      Er is subsidie beschikbaar voor muziekverenigingen, toneelgroepen, beeldende kunst-, dans en erfgoedverenigingen en andere amateurkunstvormen zonder winstoogmerk.

    • b.

      Initiatieven kunnen gaan over scholing en training.

      (bv ledenwerving, fondsenwerving, ondersteuning vrijwilligers en besturen, professionele artistieke beroepskracht, sociale veiligheid).

Artikel 8 Erfgoededucatie, -participatie en zichtbaarheid

Voor het onderdeel ‘Erfgoededucatie, -participatie en zichtbaarheid’ geldt het volgende:

  • Doel: Versterken van de kennis over, beleving en zichtbaarheid van het lokale erfgoed en archeologie.

  • Voorwaarden:

    • a.

      Aanvragen gaan over nieuwe lokale erfgoedprojecten met een educatief karakter of zijn gericht op het vergroten en verbreden van erfgoedparticipatie;.

    • b.

      Projecten zijn gericht zijn op scholen, vrijwilligers, toerisme of het brede publiek;

    • c.

      Projecten dragen bij aan de sociale en/of economische waarde van erfgoed voor onze gemeenschappen.

Artikel 9 Beoordelingscriteria en verantwoording

  • 1.

    Aanvragen kunnen twee keer per kalenderjaar worden ingediend, namelijk in de volgende tenderperioden (subsidierondes):

    • Tender 1 (subsidieronde 1): van 1 januari t/m 1 maart.

    • Tender 2 (subsidieronde 2): van 1 mei t/m 1 juli (mits het totale subsidieplafond van beide tenders 1 en 2 nog niet bereikt is).

  • 2.

    Aanvragen moeten via de website van de gemeente Barneveld worden ingediend binnen een van deze twee termijnen (subsidierondes).

  • 3.

    Voor aanvragen dient het aanvraagformulier gebruikt worden dat daarvoor beschikbaar is gesteld via de website van de gemeente Barneveld.

  • 4.

    Een aanvraag betreft een van de vier onderdelen van de tenderregeling.

  • 5.

    Een aanvraag dient minimaal de volgende onderdelen te bevatten:

    • a.

      projectomschrijving met een beschrijving van de activiteiten en de wijze waarop aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.

    • b.

      begroting en dekkingsplan met gemixte financiering.

    • c.

      motivatie voor het bijdragen aan de doelen van deze regeling.

  • 6.

    De beoordeling van een aanvraag vindt plaats door een ambtelijke beoordelingscommissie aan de hand inhoudelijke criteria. Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt de volgende scoretabel toegepast:

    Thema

    Toelichting

    Weging

    1. Artistieke en culturele waarde

    Artistieke kwaliteit en visie, mate van vernieuwing, aansluiting bij lokale culturele behoefte. Hoe inspireert het aanbod of daagt het publiek uit?

    20 pnt

    2. Maatschappelijke waarde

    Mate waarin het initiatief bijdraagt aan de doelen van de regeling, specifiek per thema.

    20 pnt

    3. Lokale duurzame verankering

    Versterkt het de lokale samenleving, culturele infrastructuur en is in welke mate is er duurzame verankering als de activiteiten zijn afgelopen.

    15 pnt

    4. Cultureel ondernemerschap

    Diversiteit van inkomstenbronnen (publiek, fondsen, donaties, lidmaatschap), innovatieve verdienmodellen, kostenbewustzijn en toepassing van fair pay.

    15 pnt

    5. Samenwerking en netwerken

    Samenwerking tussen culturele en of maatschappelijke organisaties; actieve deelname in netwerken, zoals het Cultuurplatform of anders.

    15 pnt

    6. Zakelijke en organisatorische kwaliteit

    Realistische begroting en dekkingsplan, bekwame (professionele) aansturing, bestuur en governance.

    15 pnt

  • 7.

    Aanvragen die leiden tot overschrijding van het subsidieplafond (per categorie en/of totaalregeling) worden op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geweigerd.

  • 8.

    Het college kan het jaarlijkse subsidieplafond indexeren met een inflatiecorrectie, gebaseerd op de door het CBS vastgestelde consumentenprijsindex (CPI), teneinde de subsidiekracht van het beschikbare budget in stand te houden.

  • 9.

    Aanvragen worden beoordeeld op basis van het in deze regeling opgenomen afwegingskader. Zolang het subsidieplafond per onderdeel niet is bereikt, kunnen aanvragen op inhoudelijke gronden worden gehonoreerd. Indien uit de beoordeling blijkt dat een evenwichtigere verdeling gewenst is, kan besloten worden binnen het totale subsidieplafond tussen de onderdelen schuiven. Wanneer het beschikbare budget wordt overschreden, vindt rangschikking plaats op basis van de puntentelling uit het afwegingskader. De mate waarin een aanvraag bijdraagt aan sociale, fysieke en financiële toegankelijkheid weegt hierbij mee.

  • 10.

    De beslissing op een aanvraag wordt binnen zes weken na sluiting van de betreffende tenderperiode (subsidieronde) genomen.

  • 11.

    Binnen drie maanden na afronding van het project dient de aanvrager een aanvraag tot subsidievaststelling in die vergezeld gaat van een inhoudelijk en financieel verslag.

Artikel 10 Niet-subsidiabele activiteiten

In ieder geval wordt geen subsidie verleend voor de in de begroting opgenomen:

  • activiteiten waarbij het commerciële doel overheerst, of waarbij de opbrengst primair ten goede komt aan individuele groep;

  • activiteiten die al worden gefinancierd via andere gemeentelijke regelingen, gemeentelijke subsidies of fondsen;

  • evenementen die onder het Integraal Evenementenfonds gemeente Barneveld vallen;

  • reguliere exploitatiekosten van organisaties;

  • alcohol en horecaverstrekking;

  • aflossing van schulden of boetes;

  • investeringen in vastgoed;

  • betaalde vrijwilligersuren zonder onderbouwing;

  • Onvoorziene kosten groter dan 5% van de activiteitkosten.

Artikel 11 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze regeling, indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 12 Inwerkingtreding en intrekking

Deze cultuurregeling treedt in werking op 1 januari 2026. De ‘nadere regels subsidiering Maatschappelijk Sport- en Cultuurfonds gemeente Barneveld’ komen per 1 januari 2026 te vervallen.

Artikel 13 Aanduiding regeling

Deze regeling wordt aangehaald als: Cultuurregeling gemeente Barneveld.

Aldus vastgesteld op 16 december 2025,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa

Secretaris

J. van der Tak,

Burgemeester

Naar boven