Wijziging Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen

 

de raad van de gemeente Den Haag,

 

gezien het voorstel van het college van 4 november 2025,

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

 

besluit vast te stellen de volgende Verordening tot wijziging van de Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen:

 

Artikel I

 

De Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen wordt gewijzigd als volgt.

 

A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1 komt het achtste begrip “Ombudsman” en de omschrijving daarvan te vervallen.

 

B Artikel 2 komt te luiden:

 

Artikel 2 Overeenkomst antidiscriminatievoorziening

Het college van burgemeester en wethouders sluit een overeenkomst met de antidiscriminatievoorziening, waarin de wederzijdse verplichtingen zijn opgenomen. De overeenkomst bevat in ieder geval de verplichtingen zoals vastgelegd in artikel 3, 4, 5 en 6 van de Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen.

 

C Artikel 2a vervalt.

 

Artikel II

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat de bepalingen die op grond van deze verordening worden gewijzigd van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

 

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen

Naar boven