Gemeenteblad van Druten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Druten | Gemeenteblad 2025, 568579 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Druten | Gemeenteblad 2025, 568579 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
De gemeenteraad van Gemeente Druten, gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsvisie gemeente Druten” d.d. 26 september 2025,
Overwegende dat:
Op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden.
Op 1 januari 2027 de gemeente verplicht is om een gebiedsdekkende omgevingsvisie te hebben gepubliceerd in het omgevingsloket.
gelet op de artikelen 2.4 en 16.26 van de Omgevingswet, artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit;
"Omgevingsvisie gemeente Druten" opgenomen in Bijlage A gewijzigd wordt vastgesteld.
Hoe willen we dat Druten ervoor staat in 2040? Deze vraag hebben gemeente samen met bewoners, ondernemers, verenigingen en organisaties die in Druten actief zijn, beantwoord in het kader van de Toekomstvisie Druten2040.
De uitspraken in de Toekomstvisie vormen een belangrijke basis voor wat dit betekent voor de omgeving en omstandigheden waarin we leven en die de gezondheid van een persoon beïnvloeden, in de fysieke leefomgeving. Dat vraagt om een doorvertaling naar de fysieke leefomgeving en die vertaling zit in deze omgevingsvisie.
Los van de doorvertaling van de Toekomstvisie is er ook vanuit de Omgevingswet een verplichting dat elke gemeente een omgevingsvisie heeft, één visie die specifiek ingaat op de fysieke leefomgeving.
Een omgevingsvisie is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, de wet voor de fysieke leefomgeving. Onze omgevingsvisie gaat in op onze ambities op ruimtelijke onderwerpen voor de lange termijn en geeft de ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten van de gemeente Druten weer. Met lange termijn bedoelen we de periode 2030-2050. De scope van de omgevingsvisie is namelijk niet gebonden aan 2040, zoals bij de Toekomstvisie. In de omgevingsvisie staan ambities voor onderwerpen zoals wonen, werken, landschap, natuur, energie, klimaat, gezondheid en verkeer. In het stuk wordt ook ingegaan op wat deze ambities betekenen voor de verschillende gebieden in onze gemeente. De visie geeft ook weer hoe we aankijken tegen ontwikkelingen die op ons afkomen, welke ontwikkelingen we wenselijk vinden en welke niet.
De omgevingsvisie is voor de gemeentelijke organisatie en voor inwoners en bedrijven bruikbaar:
Uitwerking omgevingsvisie
Voor de gemeentelijke organisatie geldt ook dat de omgevingsvisie een kapstok is voor het beleid voor de fysieke leefomgeving en het omgevingsplan. De kenmerken, kwaliteiten en ambities worden doorvertaald in maatregelen in omgevingsprogramma’s en in regels in het omgevingsplan. Zie ook hoofdstuk 6.
De omgevingsvisie omvat alle ambities voor de fysieke leefomgeving en dat zijn er best veel. Daarbij zijn we als gemeente realistisch; we willen veel, maar we kunnen niet alles. In de uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma’s bekijken we ook nadrukkelijk welke ambities prioriteit hebben en hoe we aan ambities kunnen werken.
De omgevingsvisie is gebouwd op basis van vier ingrediënten. De Toekomstvisie Druten2040 en daarmee ook de input vanuit de participatie die is opgehaald gedurende het proces in het kader van de Toekomstvisie. Daarnaast is het beleid voor de fysieke leefomgeving in kaart gebracht en is er een ruimtelijke analyse (ruimtelijke verkenning) gemaakt op basis van geldende regelgeving en beleid van hogere overheden.
Deze ingrediënten zijn samengenomen en geanalyseerd. Van daaruit zijn kernkwaliteiten benoemd, spelregels opgesteld, ambities geformuleerd en zijn ruimtelijke afwegingen gemaakt. Met als resultaat voorliggende omgevingsvisie.
In bijlage II is het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie kort toegelicht, met daarbij de wijze waarop iedereen heeft kunnen meedenken en meedoen.
Deze omgevingsvisie, versie 1.0, is de eerste omgevingsvisie van de gemeente Druten onder de Omgevingswet.
Schrijfvorm en tijdshorizon
Deze omgevingsvisie is geschreven in de ‘we’ vorm. Hiermee wordt gedoeld op de gemeente Druten.
In deze omgevingsvisie staan ambities geformuleerd voor de periode 2030-2050. Dit komt omdat er bij diverse ambities wordt samengewerkt met andere partijen zoals medeoverheden die ook weer eigen streefdata hebben, of omdat er voldaan moet worden aan Rijks- of Europese normen.
Hoofdstukken
Hoofdstuk 2 Beschrijving van kernkwaliteiten
In hoofdstuk 2 staat de beschrijving van wat Druten nu een dorpse gemeente maakt en welke waarden we willen behouden en beschermen. We noemen dit ook wel ons ruimtelijk fundament. Oftewel, wil je aan de slag binnen de gemeente met een initiatief of een project, dan is dit hoofdstuk de inspiratie voor wat we met elkaar willen behouden en waar we op voort willen bouwen.
Hoofdstuk 3 Spelregels voor ons gezamenlijke handelen
In hoofdstuk 3 staat de beschrijving van de spelregels die de gemeente hanteert bij het maken van keuzes bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Deze spelregels voor de fysieke leefomgeving vormen een handelingswijze voor de gemeente en dienen ook als leidraad voor wat de gemeente verwacht van initiatiefnemers en de samenleving. In die zin gelden deze spelregels voor iedereen.
Hoofdstuk 4 Ambities voor de fysieke leefomgeving
In hoofdstuk 4 staan alle ruimtelijke ambities voor de gemeente Druten. De ambities geven aan waar we als gemeente naartoe willen ontwikkelen. Vanuit daar kunnen we bepalen wat deze ambities betekenen voor keuzes die de gemeente en medeoverheden nu moeten maken en daarbij behorende maatregelen die we moeten nemen. Ook vormen deze ambities input voor nieuwe initiatieven en projecten in de gemeente.
Hoofdstuk 5 Visiekaart en gebiedsgerichte doorkijk
In hoofdstuk 5 is een gebiedsgerichte doorkijk beschreven, zijn de ambities op een visiekaart verbeeld en staat beschreven hoe er ruimtelijke afwegingen zijn en worden gemaakt.
Hoofdstuk 6 Uitwerking en doorwerking van de omgevingsvisie
Hoofdstuk 6 gaat in op de uitwerking en uitvoering van deze omgevingsvisie. Bijvoorbeeld over hoe de gemeente wil samenwerken, hoe er om wordt gegaan met het kostenverhaal en hoe de omgevingsvisie doorwerkt in overige ruimtelijke planinstrumenten.
De karaktereigenschappen en kenmerken van onze gemeente zijn het fundament om op verder te bouwen. Het fundament van de gemeente Druten vormt het startpunt voor de omgevingsvisie.
‘We zijn en blijven een dorpse gemeente’
De kenmerken en karaktereigenschappen zijn belangrijk met het oog op de toekomst. We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar we hebben er wel invloed op. De keuzes die we vandaag en morgen maken, bepalen deels namelijk de toekomst. De dingen die we waarderen in onze fysieke leefomgeving willen we gezamenlijk beschermen en ontwikkelen, zodat we zorgen voor een mooie toekomst voor de huidige inwoners van Druten en de generaties die na ons komen. Wat de toekomst ook brengt, een ding is wel zeker: we zijn én blijven een dorpse gemeente. We dragen ons steentje bij aan alle opgaven die op ons afkomen, zoals woningbouw en energieopwekking, maar we gaan niet voorbij aan ons dorpse karakter.
Ontstaansgeschiedenis landschap
De natuurlijke condities van de Maas en Waal en hoe bewoners hiermee omgingen door de eeuwen heen heeft het landschap gevormd. Door het gehele Maas en Waal gebied zijn restanten te vinden van nederzettingen, akkercomplexen, bossen en weidegebieden die vanaf de nieuwe steentijd (ca. 2500/2000 voor Chr.) tot heden tot stand gekomen zijn. Vanaf de vroege prehistorie tot nu is het een gebied geweest dat aantrekkelijk was voor mensen om te wonen en werken. Hierin hebben de ondergrond en de dynamiek van de rivieren hun stempel gedrukt, zichtbaar in de oeverwallen, komgronden, uiterwaarden en rivierduinen. De vruchtbare en diverse ondergrond bestaat uit zavel, klei en grof zand door de regio heen. Deze verschillende landschapsstructuren en de bodemopbouw vormen samen de omgeving die de huidige dorpen hun dorpse karakter geven. Het landschap van gemeente Druten en omgeving is sterk beïnvloed door de rivieren en aanpassingen die mensen in de loop der eeuwen hebben gemaakt.
Er zijn vijf landschapstypen te onderscheiden op basis van de ontstaansgeschiedenis en het huidige landgebruik. De ontwikkelingen door de jaren heen maken dat de van oorsprong sterk verschillende landschappen meer op elkaar zijn gaan lijken. Onder andere door verkaveling, intensievere agrarische activiteiten en andere aanpassingen door de mens.

Landschapskenmerken
Hieronder zijn de kenmerken per landschapstype uiteengezet. De beschrijvingen kunnen richting geven aan ruimtelijke ontwikkelingen, gelet op de karakteristieke structuren en opzet.
Waaluiterwaarden (I)
Het Waaluiterwaardenlandschap is een landschap van contrasten. Het bestaat uit een combinatie van natuurlijke ontwikkeling zonder menselijke invloeden (bijvoorbeeld door de rivier) en menselijke invloeden zoals de fabrieken (voormalige steenfabriek bij Deest op hoogwatervrij terrein en dijkmagazijn op de dijk). Door de dijk is er een sterke overgang in het landschap. Het land buiten de kernen wordt gebruikt voor weilanden, zachthoutooibos en plassen die zodoende zorgen voor een natuurlijke uitstraling. Aan de horizon zijn vanaf de Waaluiterwaarden de bruggen richting Nijmegen en Tiel te zien.
Kenmerken die we willen behouden:
grote vormen en dynamische patronen;
afwisselend en natuurlijk karakter bestaande uit ruimtelijke bouwstenen zoals strangen, open water, graslanden en spontaan ontstane bossen;
belangrijke zichtlijnen over extensief begraasde graslanden of open water;
plaatselijk de binding met de rivier;
de dijk als strakke grens met de oeverwallen.

Waaloeverwallen (II)
Het landschap bestaat uit een lappendeken van gebruiksfuncties en dorpen. Er zijn kleinschalige bebouwingslinten van de dorpen en daaromheen weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen. Het landschap is voorzien van een groen, afwisselend beeld door erven, boomgaarden, wegbeplanting, windsingels en kleine bebouwing voor materiaalopslag rond waterplassen. Dorpen zijn organisch gegroeid en vormen daardoor een lint door het landschap. Ze liggen, gelet op hun historie, rondom de oeverwallen en dijken. De groene zones tussen de dorpen versterken het kleinschalige karakter van de dorpen. De bedrijventerreinen, zoals ‘Westerhout’ in Druten zijn grootschaliger van opzet vergeleken met de rest van de Waaloeverwallen en worden daarom als schaalbreuk bestempeld vergeleken met de kleinere dorpen verder langs de oeverwal.
Kenmerken die we willen behouden:
het kleinschalige samenspel van bebouwingslinten, dorpen, weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen;
de zeer groene uitstraling door erfbeplanting, hagen en wegbeplantingen;
de geleidelijke overgang naar de Waalkommen, die verloopt in een grove slinger ten noorden van de Maas en Waalweg.

Waalkommen (III)
Het Waalkommenlandschap wordt gekenmerkt door ‘lucht’ en ruimte. Het is een grootschalig ogend gebied, met rechte verkaveling, lange rechte wegen (onder andere de Maas en Waalweg) en weteringen. Langs een deel van de wegen is laanbeplanting met bomen en naast de weteringen is plaatselijk dichte beplanting. Agrarische activiteiten bestaan vooral uit veehouderij en weides die worden onderbroken door groen ingerichte erven. De groene erven liggen ver van elkaar en dragen zo bij aan het gevoel van openheid en ruimte. De openheid van het landschap is zichtbaar tot in de verre horizon, over weides en lage bebouwing.
Kenmerken die we willen behouden:

Rivierduinen (IV)
Het rivierduinenlandschap bestaat uit vlaktes en donken. Het is een gebied met een afwisselend beeld door buurtschappen en kleine dorpen, bos, en kronkelende wegen. De structuren zijn organisch. De ruimtelijke dichtheid is afwisselend open en gesloten. Het landschap kent reliëf, wat is gecreëerd door rivierduinen die overlopen in lagergelegen kommen. Donken zijn heuvels die ontstaan zijn uit overblijfselen van rivierduinen en drooggevallen rivierbedding.
Kenmerken die we willen behouden:
contrast tussen de duinen en hun omgeving;
open plekken, doorbraken tussen de duinen, in de vorm van een laagte;
de zichtrelatie, geen grote massa’s of lijnvormige elementen.

Maaskommen (VI)
Het Maaskommenlandschap wordt gekenmerkt door openheid met verspreide bebossing langs enkele wegen, met akkerbouw en wei- en hooiland. Onregelmatige kavels geven een dynamisch en ritmisch patroon gevormd door wegenpatronen en waterstructuren in het landschap. De structuur van het gebied is onoverzichtelijk. Dit gebied ligt ten zuiden van Horssen. De grens van de Maaskommen is het beste zichtbaar in de omgeving van Horssen, waar het open landschap wordt begrensd door hogere gebieden gesloten door een bosachtige omgeving. Nieuwe landgoederen zijn hier niet toegestaan.
Kenmerken die we willen behouden:

In dit hoofdstuk gaan we in op de ruimtelijke kenmerken en waarden van onze dorpen die we willen behouden. Eerst zijn de dorpen in samenhang beschreven, vervolgens zijn de kenmerken van elke kern uitgelicht.
Dorps karakter
Druten bestaat uit vijf dorpen en enkele buurtschappen met ieder een dorps karakter en eigen identiteit. Drie van de vijf dorpen liggen aan of dicht in de buurt van de Waal in het Waaloeverwallen landschap. De andere twee dorpen liggen meer landinwaarts tussen Waalkommen en rivierduinen landschappen.
De kernen Druten, Afferden en Deest liggen langs of net achter de Waalbanddijk. Het gebied bestaat uit de Waal, uiterwaarden, oeverwallen en kommen met zware kleigrond. Het oeverwallandschap bestaat uit een afwisseling van open en besloten gebieden, slingerende kavels en wegen met daartussen kleine dorpjes. De kerktorens en molens van de dorpen vormen herkenningspunten aan de horizon. Het slingerende dijklint langs de dorpen Deest en Afferden heeft het tot een beschermd dorpsgezicht gemaakt. Daarbij zijn er relatief veel aangewezen rijks- en gemeentemonumenten gelet op de kleine schaalgrote van de gemeente.
De karakters en kenmerken van onze dorpen willen we behouden richting de toekomst.
Ontstaansgeschiedenis dorpen
Het dorpse karakter en de historische ontwikkelingen zijn zichtbaar in het landschap en ze geven lessen over het verleden én handvatten voor de toekomst. Het gebied tussen de Maas en Waal heeft een lange en uitgebreide geschiedenis en een sterke relatie met de ondergrond. De eerste boeren hebben zich in de prehistorie op de hogere oeverwallen gevestigd. In de prehistorie, de Romeinse tijd en de middeleeuwen is het gebied vervolgens altijd bewoond geweest. De resten hiervan zijn op veel plekken in de gemeente nog in de bodem bewaard gebleven. Ondanks de vroege inwoners van het gebied, is de ruimtelijke structuur van nederzettingen, akkerbouw, bossen en weidegebied in de middeleeuwen tot stand gekomen. Alle dorpen van Maas en Waal bestaan minimaal sinds het jaar 1100, maar herbergen vaak nog veel oudere resten in de bodem. Door de akkerbouw in de vruchtbare grond was het land van Maas en Waal lang een welvarend gebied, zichtbaar in het geld dat werd geïnvesteerd in de kerken. Na 1600 is het gebied in isolatie geraakt, een periode waarin de kerk en landheren veel macht hadden en de gewone boer het lastig had. Vanaf 1900 is de regio uit haar isolatie gekomen.
Algemene ruimtelijke kenmerken
De volgende kenmerken willen we graag behouden:
Een argeloos en niet-ontworpen gevoel; een dorp oogt organisch. Het is of lijkt niet allemaal uitgedacht, maar het is zo gegroeid. Het is een mix van bebouwing en variërende lijnen en hoeken.
Voldoende ruimte en lucht; voor een dorps gevoel is een verkaveling met een lage bebouwingsdichtheid en ‘ruimte en lucht’ essentieel. Niet elke ruimte is volgebouwd. Er zijn nog doorzichten en soms is er nog een weide met boerderijdieren. Dat maakt het verschil met een stedelijke omgeving. Een stedelijke omgeving associeer je met een hoge dichtheid, compacte bouw, kleinere beukmaten en grotere bouwhoogtes. Wil een dorp ‘dorps’ blijven dan moet de dichtheid van bebouwing dus verschillen van die van de stad.
Een voelbare relatie met het landschap; het koesteren van verbindingen met het omliggende landschap, in de vorm van zichtlijnen of het landschap wat tussen de bebouwing door het dorp binnen komt. Beter nog, het landschap zichtbaar laten zijn in- en ruimte geven in het dorp.
Een aangekleed groen beeld; de groene landschappelijke kenmerken in het dorp zichtbaar houden. Ook voor groenelementen geldt dat ze niet allemaal rechtlijnig en ‘gepland’ zijn, maar ook op veel plekken organisch en gefragmenteerd zijn toegepast of gegroeid.
Een bescheiden dorpseigen bouwstijl met eigentijdse vertalingen; de bebouwing voegt zich bescheiden naar zijn omgeving. Dat vraagt een zorgvuldige en bescheiden opstelling ofwel aandacht voor het effect wat iets nieuws kan hebben op de omgeving. Veel dorpen kennen vanuit hun historie een eigen traditie in bouwstijl, kleurstelling, detaillering of materiaalgebruik. De bouwkundige traditie moet in leven worden gehouden, maar wel met eigentijdse vertalingen.
Geen stadse fratsen in de openbare ruimte; niet alles is ‘recht toe recht aan’ en gestandaardiseerd in de openbare ruimte. De invulling moet niet zomaar overal kunnen zijn, maar juist een verband laten zien met het landschappelijke karakter van het dorp. Trottoirs, afgebakende parkeervakken en andere stadse oplossingen kunnen ontbreken en de paar openbare groene plekken die er zijn mogen bestaan uit resthoeken met gras en bomen.
Karakterschets
Afferden heeft een kenmerkende opbouw, een kern met kerk en daaromheen kleinere woningen. Bijvoorbeeld de oude dorpstoren op het Hoog. Daaromheen liggen verspreid kleine dijkwoningen en boerderijen. Afferden is ingeklemd tussen de uiterwaarden en het Waaldijkgebied aan de noordzijde en door open agrarische weides met open zicht aan de andere kanten. De Waaldijk, gelegen langs Afferden en Deest, is een beschermd dorpsgezicht wat de historische en landschappelijke kwaliteiten onderstreept. In de loop van de jaren is het centrum van Afferden dichter naar Deest en Druten bewogen, de oude kern op ’t Hoog en de latere bebouwing aan de Koningstraat. De Koningstraat is van grote cultuurhistorische waarde. Het is een directe link naar de lange historie van Afferden, aangezien het al onderdeel was van een Romeinse route tussen Nijmegen en Katwijk. De voormalige dorpskern is te herkennen aan de overblijfselen van de eerste kerktoren. Tussen de oorspronkelijke woningen zijn nieuwe, vrijstaande woningen gebouwd. De uitbreidingen hebben geleid tot een mix van woningen uit verschillende periodes. De inwoners van Afferden waarderen het dorps wonen, de gemoedelijke sfeer van het dorp en de openheid en natuur eromheen.
Karakteristieke structuur door jaren heen
In de loop van de 20e eeuw is Afferden gegroeid van een dorp bestaande een kruising van enkele linten met bebouwing tot een gemeenschap met een duidelijke kern. Dit ging gepaard met afname van agrarische activiteiten en een groei in bebouwing, infrastructuur en voorzieningen.

Dorps karakter door de ogen van een inwoner
Kenmerken van ons dorp zijn divers voor de herkenbaarheid, die belangrijk zijn ook voor de eigenheid.
Op afstand vanaf de autoweg vanuit het westen of oosten te herkennen aan de openheid van het landschap met aan de horizon de vrijstaande Oude Toren op het kerkhof, aan een pleintje, met op een kleine afstand daarvan de stompe toren met kerkgebouw in Afferden.
De openheid van het landschap wordt met het zicht op het dorp getypeerd door akkerbouw en veeteelt. Afferden liggend tegen de oude dijk met z'n uiterwaarden. Vanuit Druten via de Van Heemstraweg is het dorp te benaderen met een toenemende bebouwing, dat enerzijds jammer is, waardoor de eigenheid, het karakter/ het aanzicht van de openheid van het dorp verandert, anderzijds begrijpelijk vanwege de woningnood. Vanuit Deest via de Van Heemstraweg benader je Afferden met nog steeds een openheid. Aan de rechterkant de in goede staat zijnde molen en bij het inkomen van het dorp, aan de linkerkant, de karakteristieke bebouwingen/woningen (o.a. monumentale woningen) die in goede staat zijn. In het centrum het gebouw van de voormalige kerk met pastorie en het Kulturhuus De Meent met een dagwinkel.
René Lamers, inwoner Afferden
Ruimtelijke kenmerken
De volgende kenmerken willen we graag behouden:
Dorpseigen bouwstijl: gemiddeld twee verdiepingen met hoekdaken (schild- of mansardedaken). De bouwstijlen zijn een mix van historische traditionele stijlen en moderne invloeden, met een duidelijke link naar de landelijke en historische context van het dorp.
Ontwerp, lucht en ruimte: lintbebouwing met tussen linten organisch toegevoegde bebouwing. In het centrum is weinig lucht tussen bebouwing door de organische groei. Vanaf centrum naar de randen is steeds meer lucht tussen bebouwing en is er een meer open overgang naar het landschap. De openbare ruimte is ruim opgezet met ook ruimte voor openbaar groen.
Toelichting ruimtelijke kenmerken
Afferden bestaat uit een mix van traditionele en moderne bebouwing die de landelijke sfeer en geschiedenis van het dorp weerspiegelt. De bebouwing is vaak kleinschalig en bestaat voornamelijk uit woningen, boerderijen en historische gebouwen die herinneren aan de rijke geschiedenis van het dorp. Het dorp begon met enkele slingerende straten die uitmondden bij de centraal gelegen kerk. Langs deze straten zijn organisch steeds meer woningen gebouwd. Later zijn er enkele nieuwe buurten toegevoegd tussen de oorspronkelijke straten. Rond de kerk, het centrumpunt van Afferden, zijn de woningen dichter op elkaar gebouwd, terwijl de huizen verder van het centrum steeds meer lucht en ruimte hebben en meer afstand van elkaar houden.
De bouwstijl van woningen in Afferden is een mix van traditionele en moderne invloeden, met een duidelijke link naar de landelijke en historische context van het dorp. Veel woningen hebben traditionele kenmerken, met rechthoekige vormen en daken met soms rietbedekking. De woningen in het dorp variëren van twee- tot drie verdiepingen met schild- of mansardedaken. Er is een afwisseling van vrijstaande en aaneengeschakelde woningen, met als uitzondering de appartementen aan het Koningsplein. De woningen dateren uit de 19e en 20e/21e eeuw, wat een afspiegeling is van de inbreiding en uitbreiding die het dorp door de jaren heen heeft doorgemaakt. De woningen in Afferden hebben veelal ruime tuinen, wat bijdraagt aan de landelijke uitstraling van het dorp. Het groen in de tuinen verbindt de bebouwing met de omliggende natuur, waardoor Afferden zijn charmante, landelijke karakter behoudt. De moderne bebouwing aan de randen van Afferden is ontworpen met oog voor het omringende landschap en heeft daardoor een rustig en landelijk uiterlijk. Langs de noordkant van het dorp slingert de Waalbandijk waar diverse historische gebouwen staan. Deze dijk, samen met het water, vormt een uniek natuurgebied dat het dorp een bijzondere uitstraling geeft.
Karakterschets
Deest is een dijkdorp met een industrieel karakter in gemeente Druten. Dit komt door de steenfabriek Vogelensangh en dakpannenfabriek Narvik (Wienerberger Koramic). De fabrieken gebruiken de gewonnen rivierklei en maken hier in steenovens stenen van. Deest is ontstaan als klein dorpje op de hoger gelegen oeverwal en bestond uit enkele boerderijen rondom een kerk. Door de vondst van bewoningssporen uit de midden- en late steentijd (nu een archeologisch rijksmonument) en van de vele resten van een Romeinse villa en inheems-Romeinse nederzetting, wordt zichtbaar hoelang er al geleefd wordt in Deest en haar directe omgeving. Aangrenzend aan de kerk stond een zusterklooster en was er een pastorie. Het centrum van Deest en de kerk zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere malen beschadigd door bommen. Veel gebouwen en woningen zijn daarna herbouwd. Kenmerkend voor Deest is het rechthoekige stratenpatroon. Uitbreidingen vonden lange tijd plaats tussen de bestaande woningen en boerderijen. Het gebied langs de Waalbandijk, gelegen tussen Deest en Afferden, is erkend als beschermd dorpsgezicht ter herkenning van de landelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied.
Karakteristieke structuur door jaren heen
Verandering in bebouwing Deest in de 20e eeuw: in de loop van de 20e eeuw is Deest gegroeid tot een dorp met actieve industrie. Op de kaarten is te zien hoe de industriële bedrijvigheid en de woningbouw gegroeid zijn. Daarnaast is de ontwikkeling in aanwezigheid van water zichtbaar: de Waal heeft meer ruimte gekregen en ten zuiden van Deest zijn de Uivermeertjes erbij gekomen. De ruimtelijke structuren zijn grotendeels gelijk gebleven.

Dorps karakter door de ogen van een inwoner
Voor mij zijn karakteristiek in Deest het oostelijk binnen- en buitendijks gelegen industrieterrein met de prachtige schoorsteen van steenfabriek Vogelensangh met daarop in steen aangebrachte 1919, het jaartal van de stichting van de fabriek.
Verder het dijklandschap met de binnendijks gelegen waai en buitendijks de inlaat van de kilometerslange nevengeul.
Ton Ebben, inwoner Deest
Ruimtelijke kenmerken
De volgende kenmerken willen we graag behouden:
Dorpseigen Bouwstijl: bouwhoogte van twee tot drie lagen met voornamelijk zadeldaken. De bouwstijlen zijn een mix van historische traditionele stijlen, moderne invloeden en industrieel.
Ontwerp, lucht en ruimte: rechte straatpatronen, maar wel met open bouwblokken. Er is veel lucht tussen bebouwing en aan de randen losstaande bebouwing als overgang naar het landschap. De openbare ruimte is ruim opgezet, met ook ruimte voor openbaar groen.
Toelichting ruimtelijke kenmerken
Deest combineert het landelijke karakter van het Land van Maas en Waal met industriële elementen. Langs de hoofdwegen van het dorp bevindt zich een lintbebouwing met voornamelijk vrijstaande woningen op ruime percelen. Naarmate men noordwaarts beweegt richting de kern nemen de percelen in grootte af en staan de woningen dichter op elkaar, met een mix van rijwoningen, vrijstaande en halfvrijstaande woningen. De grens tussen de openbare weg en private gronden varieert, net als de lijn waar de bebouwing begint. Dit resulteert in bebouwingspatronen met voortuinen van verschillende dieptes.
De bebouwing in Deest heeft een mix van traditionele en moderne elementen. Woningen zijn gemiddeld twee of drie verdiepingen hoog en bestaan uit historische panden, boerderijen en nieuwe woningen. De meeste huizen hebben bakstenen gevels in warme tinten en traditionele zadeldaken bedekt met pannen. Deze woningen hebben vaak klassieke, vierkante ramen en houten kozijnen die wit of zwart zijn geschilderd. Daarnaast zijn er veel boerderijen te vinden, vaak met steile daken en robuuste bakstenen muren. De inbreiding die door de jaren heeft plaatsgevonden, is zichtbaar in recentere woningen en buurten, in huizen met een strakker ontwerp en die gebruik maken van hedendaagse materialen. Dit vormt een contrast met de traditionele bebouwing. Het resultaat is een gevarieerd straatbeeld waarin zowel het landelijke verleden als de modernisering van het dorp zichtbaar zijn.
Aan de oostzijde van Deest bevindt zich een bedrijventerrein met grote bedrijven zoals de dakpannenfabriek Narvik (Wienerberger Koramic), steenfabriek Vogelensangh en scheepswerf Ravestein. Dit geeft de oostkant van het dorp een industrieel karakter. Dit karakter zie je in de grotere, functionele gebouwen van baksteen en metaal, met grote ramen en industriële deuren. De omgeving bestaat uit een afwisseling van akkers, weilanden en boomgaarden. Rond de plas de Uivermeertjes ligt veel natuur en zijn er wandelmogelijkheden. De ligging van Deest tussen deze verschillende kenmerken geeft de kern een diverse landschappelijke omgeving.
Karakterschets
Druten is van oorsprong een kerkdorp en fungeert nu als centrumkern van de gemeente. In Druten zijn historische woningen, boerderijen en gebouwen gemixt met nieuwe woningen tot een modern dorp waar ongeveer 13.000 inwoners wonen. Dit is duidelijk zichtbaar in het centrum van Druten, dat bestaat uit twee delen. De scheiding van het moderne en historische gedeelte is gemarkeerd door de kerk en het notarishuis. De lange geschiedenis is zichtbaar in straten in het dorp, zoals de Kattenburg met haar historische panden en herenhuizen. Net als andere kernen heeft ook Druten een Romeins verleden: de restanten van een romeinse villa en een romeins schip zijn gevonden in de kern.
In Druten zijn de grotere voorzieningen gecentreerd en is het gemeentehuis gesitueerd. Rondom Druten liggen meerdere natuurlijke gebiedjes met recreatievoorzieningen. Ten oosten ligt het Drutense bos met verschillende kleine plassen en aan de west kant ligt het Laakbos. Uniek in Druten is het veerpontje voor voetgangers en fietsers over de Waal naar Dodewaard, dat in de zomermaanden dagelijks op en neer gaat.
Karakteristieke structuur door jaren heen
Verandering in bebouwing Druten in de 20e eeuw: in de loop van de 20e eeuw is Druten uitgegroeid tot centrumdorp binnen de gemeente. Dit ging gepaard met uitbreidingen naar het zuiden, oosten en westen, nieuwe industriegebieden en infrastructuur. Deze uitbreidingen gingen met relatief grote sprongen. Door de uitbreidingen is de lucht en ruimte in het dorp minder geworden.

Dorps karakter door de ogen van een inwoner
De Van Heemstraweg in vroegere jaren de oost-west verbinding van Maas en Waal doorsnijdt het dorp Druten en zorgt tegelijkertijd voor de verbinding tussen noord en zuid. Rijd ik op de Van Heemstraweg dan ben ik onderweg naar huis!
Wat het dorp Druten in het bijzonder kenmerkt is de mooie ligging aan de Waal. De uiterwaarden met ieder seizoen wisselende belevingen. De dijk, een echte aanrader voor fietsers en wandelaars en bij uitstek geschikt om te recreëren. En zie je op de dijk drie woontorens en een kerktoren op de achtergrond, dan weet je dat je in Druten bent.
In het centrum is de monumentale HH Ewaldenkerk een blikvanger. De horeca rondom deze kerk biedt voldoende mogelijkheden om buiten de deur te eten of op de terrassen heerlijk te genieten van een drankje. Aan winkels geen gebrek, de Hogestraat en omgeving is het winkelhart van Druten met een grote diversiteit aan winkels. Je hoeft Druten niet uit!
Druten heeft de afgelopen decennia een mooie groeispurt gehad. Met de uitbreidingswijken is er een diverse leefgemeenschap ontstaan. Daarbij hoort natuurlijk ook een goed voorzieningenniveau. In Druten is het onderwijs goed vertegenwoordigd. Zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs heeft veel te bieden. Met voldoende huisartsen, tandartsen, fysiotherapie en een polikliniek van het CWZ is ook de zorg in Druten goed vertegenwoordigd.
De vele sportverenigingen en het Sportcentrum De Gelenberg zorgen dat bewegen geen enkel probleem is. Ook op cultureel vlak heeft Druten het een en ander te bieden met o.a. het Bogerd Theater.
Hoewel Druten een dorp is gebleven, heeft het veel te bieden. Druten heeft het, het is hier goed toeven!
Henk Cornelissen, inwoner Druten
Ruimtelijke kenmerken
De volgende kenmerken willen we graag behouden:
Dorpseigen bouwstijl: mix van stijlen, van historische traditioneel tot modern. Druten is een dorp met wat stadse trekjes. Toch wat hoogbouw, meer verdichting in de bebouwing, iets grotere omvang. De bouwhoogte in de kern Druten is bij voorkeur twee lagen (met kap). Bij uitzondering kan hier op kenmerkende, stedenbouwkundig verantwoorde plekken, vanaf worden geweken door hoogbouw. Dit werken we verder uit in een visie op hoogbouw in de gemeente Druten. Mix van daktypen, bij voorkeur geen platte daken.
Ontwerp, lucht en ruimte: organische en kronkelende patronen in de kern, gecombineerd met wat meer grotere geordende structuren voornamelijk in de buitenwijken. Relatief weinig lucht tussen bebouwing, vergeleken met de andere dorpen. Aan de randen losstaande bebouwing als overgang naar het landschap, maar ook afgeronde lijnbebouwing.
Toelichting ruimtelijke kenmerken
Druten bestaat uit gevarieerde bebouwing en een geordende structuur die het landelijke karakter van het gebied combineert met stedelijke invloeden. Het dorp heeft een mix van oude en nieuwe bebouwing, waarbij de moderne, grootschaligere ontwikkeling naast de traditionele dorpsstructuren staat.
Het oude centrum van Druten heeft enkele historische gebouwen, zoals de kerk en oude boerderijen. De meeste huizen zijn gebouwd in de traditionele stijl, met gevels uit geglazuurde bakstenen en zadeldaken. Het dorpscentrum heeft een geordende structuur met rechtlijnige straten die een relatief compact karakter hebben. De dorpskern is het hart van het sociale en commerciële leven, met winkels, restaurants en andere diensten. De straten zijn vaak smal en de bebouwing langs de wegen is dicht op elkaar, met lintbebouwing langs de belangrijkste wegen.
Veel van de oudere woningen zijn gebouwd met baksteen en hebben een klassiek uiterlijk met houten ramen en deuren. In de nieuwere wijken, vooral in het noorden en westen van Druten, zijn moderne woningen te vinden, vaak met een strakker ontwerp en gebruik van kunststof kozijnen en strakke daken.
In Druten zijn er ook rijtjeshuizen en appartementencomplexen die een hogere dichtheid van bebouwing mogelijk maken. Deze gebouwen zijn vaak functioneler van aard en hebben moderne uiterlijke kenmerken.
De buitenwijken van Druten, zoals de nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, zijn aangelegd met een ruimere opzet. In het westen en noorden zijn er uitbreidingsgebieden waar nieuwe woningen, zoals geschakelde huizen en twee-onder-een-kapwoningen, zijn gebouwd. Deze wijken hebben een meer ruimere opzet en grotere tuinen in vergelijking met het dichtbebouwde centrum.
Karakterschets
Puiflijk ligt inmiddels tegen de zuidkant van Druten aan op de grens van de verschillende landschappen. De overgang tussen Puiflijk en het zuiden van Druten verloopt steeds vloeiender door uitbreidingen in beide dorpen. Desondanks heeft Puiflijk een eigen karakter waarop de inwoners trots zijn en wat ze willen behouden. De inwoners van Puiflijk vormen een hechte gemeenschap en hechten waarde aan hun eigen dorpse karakter als “Puflijker”. Kenmerkend in het dorp is het gebied rondom de Oude Toren en het dorpshuis aan de Kerkstraat. De kern van Puiflijk bestaat uit een kerk met kerkhof en pleintje. Daaromheen liggen boerderijen in een historisch verkavelingspatroon. Een belangrijk historisch kenmerk van Puiflijk is de Oude toren, die een overblijfsel is van een middeleeuwse kapel en trots op een oude terp staat. Dit historische element maakt het verleden zichtbaar. De lintbebouwing langs wegen bestaat vooral uit vrijstaande woningen aan de voorkant van de kavel. Om het dorp heen liggen open velden met een lineaire verkaveling.
Karakteristieke structuur door jaren heen
In de loop van de 20e eeuw is Puiflijk gegroeid van kern met enkele tientallen woningen tot karakteristieke kern. De ontwikkelingen in Puiflijk en Druten hebben ervoor gezorgd dat de dorpen naar elkaar toe gegroeid zijn. De overgang van agrarische naar industriële activiteiten is duidelijk zichtbaar in de omgeving van Puiflijk.

Dorps karakter door de ogen van een inwoner
Wat ik kenmerkend vind voor Puiflijk is het dorpse karakter. Dit dorpse karakter zit niet zozeer in gebouwen, want helaas zijn er veel karakteristieke panden al verdwenen. Maar het zit hem in de sfeer, iedereen zegt elkaar goedendag, men kent de buren en Puiflijk heeft een rijk verenigingsleven. Er worden velen activiteiten georganiseerd voor alle leeftijden, zo is er bouwdorp voor de jeugd en is er een zeer actieve seniorenvereniging. Daarnaast worden er feesten voor het dorp, zoals carnaval en koningsdag georganiseerd en goed bezocht door de dorpsbewoners. Puiflijk aan de kook is een mooi moment om elkaar beter te leren kennen als alleen een hoi op straat.
De gebouwen en kunstwerken welke nog aanwezig zijn in Puiflijk zijn wel kenmerkend voor Puiflijk. De oude Toren, welke het centraal punt in het dorp is, waar Pööke de wacht houdt. De kerk en St Maartenshof wat nog markante gebouwen zijn. Basisschool 't Geerke met een zeer groot speelterrein voor de kinderen, wat tegenwoordig uniek is bij een school.
De dorpskrant zorgt elk kwartaal voor een mooie verbinding in het dorp. In de dorpskrant zijn verhalen over oud Puiflijk, de actualiteit van nu en kennismaking met bewoners te vinden.
Er zijn nu nog mogelijkheden om het veld in te lopen en zo even in de natuur te zijn. Puiflijk oogt nog landelijk, alhoewel er steeds meer gebouwd wordt. Puiflijk heeft een centrale ligging, dicht bij winkels en middelbare school in Druten maar ook in het land heeft Puiflijk een centrale ligging.
Suzan Vermeulen, inwoner Puiflijk
Ruimtelijke kenmerken
De volgende kenmerken willen we graag behouden:
Dorpseigen bouwstijl: een of twee verdiepingen, diverse daktypen, maar geen platte daken. Bouwstijlen zijn historisch en traditioneel en moderne invulling daarvan.
Ontwerp, lucht en ruimte: organische en kronkelende patronen, geen geordende structuren. Er is veel lucht tussen bebouwing en hier en daar zijn ook doorzichten naar het landschap. De openbare ruimte daarentegen is smal en gefragmenteerd ingevuld. Niet overal zijn trottoirs of parkeervakken. Aan de randen losstaande bebouwing als overgang naar het landschap.
Toelichting ruimtelijke kenmerken
De bebouwing in Puiflijk is gevarieerd, met verschillende soorten woningen. De bebouwing bestaat uit een mix van vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen, rijtjeshuizen en appartementen. De woningen variëren in hoogte van een tot twee verdiepingen. Uitbreidingen hebben geleid tot de toevoeging van verschillende buurten aan de randen van Puiflijk en inbreiding tussen de bestaande woningen. Puiflijk is geleidelijk organisch gegroeid zonder zijn karakter te verliezen.
Puiflijk is een dorp dat veel ‘lucht’ en ruimte biedt voor groen. Speeltuinen en kleine grasweides zijn op verschillende plekken te vinden, wat bijdraagt aan de open en groene uitstraling van het dorp. Dit groen biedt ruimte voor ontspanning en recreatie. Er zijn verschillende sportfaciliteiten en buitenspeelplaatsen, wat het dorp tot een actieve en gezonde plek maakt voor zijn inwoners.
Al met al heeft Puiflijk een aantrekkelijke balans tussen de historische elementen, de diverse woningtypes en de vele groene ruimtes. Het dorp heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld, maar heeft zijn landelijke karakter en rust behouden.
Karakterschets
Horssen is het meest zuidelijke dorp in de gemeente en ligt midden in het kommenlandschap tussen de rivierduinen en vlaktes op twee donken. Horssen is een kerkdorp met in totaal drie kerken: de Sint Antonius Abtkerk, de Hervormde kerk, en de Middeleeuwse kerk. Iedere kerk komt uit een andere periode, met tijdsgebonden kenmerken zoals symboliek aan de buitenzijde van de kerken. Het gebied rondom het Kerkpad en landgoed Horssen is erkend als beschermd dorpsgezicht. Het dorp is omringd door natuur en open landschap, wat een gemoedelijke atmosfeer aan het dorp geeft. De inwoners van Horssen waarderen de rust in het dorp, het aantal verenigingen voor inwoners en de nabijheid tot de grote stad (binnen 20 minuten in Nijmegen). De combinatie van kerken en groene ruimtes maakt het een charmante, landelijke plek die haar dorpskarakter goed heeft weten te behouden. Met dichte bebouwing langs de Rijdt. Vanaf de kern naar het buitengebied komt er geleidelijk meer ruimte tussen de woningen.
In het gebied vormt Molenhoek een buurtschap met een concentratie aan woningen aan een lint. Ook in dit buurtschap is het agrarische karakter van het gebied nog steeds voelbaar en zichtbaar aanwezig. Aan de Roedense- en Hoogveldsestraat is eveneens een kleine concentratie burgerwoningen te vinden. Ten zuidoosten van Horssen ligt het buurschap de Aspert. Hier zijn enkele woningen, agrarische bedrijven en een boerderijcamping gevestigd tegen de Nieuwe Wetering aan.
Karakteristieke structuur door jaren heen
In de loop van de 20e eeuw is Horssen ontwikkeld van een landgoed met lintbebouwing tot een compacte kern. Het lint van Molenhoek is bescheiden gegroeid en heeft de lintstructuur behouden. De omgeving van Horssen en Molenhoek wordt nog steeds gekenmerkt door diverse verkaveling, agrarische activiteit en ritmische landschapsstructuren.

Dorps karakter door de ogen van een inwoner
Horssen, een beschermend nest vol vrijwilligers
Zoals een dier in het Maas en Waalse rivierengebied een verhoging in het landschap zoekt om veilig te kunnen leven, zo leef je in Horssen. Veilig en beschermd. Ver genoeg van grote gemeenschappen om niet opgeslokt te worden, ver genoeg om de eigen identiteit te kunnen behouden, net groot genoeg voor school en dokter.
Aan het Kerkepad zie je onze prachtige historische oorsprong, maar de werkelijke identiteit schuilt in saamhorigheid. Van oudsher een typisch Maas en Waals dorp waar protestants en katholiek samenwoonden en samen vrij waren in religie, zo zijn ook nu misschien de meningen verdeeld, maar leven en wonen we in Horssen samen. En samenleven en wonen houdt niet op bij de voordeur en de supermarkt. Een samenleving maak je met z’n allen.
Horssen is Horssen door een nest vol vrijwilligers en ondersteuners. Wil je iets organiseren, je belt drie keer rond en je wordt overal geholpen. En door jong en oud, ongeacht mening of stand. Zo’n 150 bedrijfjes en bedrijven ondersteunen de activiteiten, bewust als ze zijn van de afhankelijkheid en de goodwill van hun mede Horssenaren. Vrijwilligers, nodig, niet alleen voor het beroemd Horssens’ feesten, maar vooral voor een intensief verenigingsleven. Volley, badminton, tennis en toneel, dansen bij SJAH, koersballen, voetballen of carnavallen, allen kunnen ze rekenen op vrijwilligers en financiële steun.
Horssen organiseert: Soms wat rebels, en feesten we volgens de wet iets te vaak of iets te lang zonder vergunning, maar ja feesten zit in ’t bloed: Kermis, Blij in de Wei, Carnaval en koningsdag. En wederom opgezet met een harde kern van vrijwilligers. De saamhorigheid van de gemeenschap zorgt ook voor bescherming en een groot sociaal gevoel. Aangevoerd door de sociaal sterk bewogen dokterspraktijk van de broers Gerrits is er volop aandacht voor zieken of mensen die zich moeilijk handhaven in de huidige samenleving.
Met nieuwbouwprojecten in realisatie en in aantocht kan Horssen onderwijs en zorg in eigen dorp behouden en daarmee de leefbaarheid. Nieuwbouw met instroom van mensen van buiten Horssen is nooit een bedreiging maar zorgt voor verfrissing en nieuwe ideeën. De identiteit en de sociaal beschermde omgeving blijven behouden. Het is goed wonen in Horssen!
Peter Bardoel, inwoner Horssen
Ruimtelijke kenmerken
De volgende kenmerken willen we graag behouden:
Dorpseigen bouwstijl: een of twee verdiepingen, diverse daktypen, maar geen platte daken. Bouwstijlen zijn historisch en traditioneel en moderne invulling daarvan. Vrijstaande of twee- of drie-onder-een-kap woningen.
Ontwerp, lucht en ruimte: geordende structuur, maar nog wel met organische patronen. Rechte lijnen worden afgewisseld met bochten en kronkels. Er is veel lucht tussen bebouwing, de openbare ruimte daarentegen is smal en gefragmenteerd. Niet overal trottoirs of parkeervakken. Aan de randen losstaande bebouwing als overgang naar het landschap.
Toelichting ruimtelijke kenmerken
Horssen heeft een rijke geschiedenis en heeft zich door de jaren heen ontwikkeld, terwijl het zijn landelijke charme heeft behouden. De dorpskern is compact en kenmerkt zich door smalle straten. Horssen is gegroeid uit slingerende woonlinten, waartussen inbreiding heeft plaatsgevonden wat in de loop der tijd heeft gezorgd voor een interessante mix van oude en nieuwe bebouwing. De bebouwing in Horssen bestaat voornamelijk uit woningen met twee bouwlagen, soms drie. De woningen zijn vaak vrijstaand of twee-onder-een-kap, wat bijdraagt aan de kleinschaligheid en het rustige karakter van het dorp.
Een ander kenmerk van Horssen zijn de ruime tuinen die de woningen omgeven. De meeste woningen staan aan de voorkant van hun kavel, wat bijdraagt aan de open, landelijke uitstraling van het dorp. Er is veel groen aanwezig, zowel in de tuinen als in de openbare ruimte, wat het groene karakter van de dorpskern versterkt.
Samenvattend heeft Horssen een rustig en groen ruimtelijk karakter, met een compacte dorpskern die doordrenkt is van geschiedenis, smalle straten en voor landelijke kernen traditionele bebouwing. De buurtschappen kenmerken zich door losstaande lintbebouwing in een open landschap.
Het buitengebied van de gemeente Druten is een prachtig en veelzijdig gebied dat zich kenmerkt door de verschillende landschapstypen, haar landelijke karkater en waardevolle natuur. Het buitengebied van gemeente Druten hoort tot het Land van Maas en Waal en vervult meerdere rollen.
De belangrijkste functie in het buitengebied van Druten vormt de landbouw. Er is sprake van akkerbouwbedrijven en veehouderijen. Ook zijn er enkele fruitteeltbedrijven aanwezig die kenmerkend zijn voor het rivierenlandschap langs de Maas en de Waal. Naast agrarische bedrijven zijn in het buitengebied en buitendijks ook verschillende niet-agrarische bedrijven gevestigd.
Het buitengebied heeft een cultuurhistorische rol doordat het landschap sinds de 20e eeuw weinig is veranderd, zichtbaar in elementen als dijkstructuren die goed bewaard gebleven zijn. Het buitengebied biedt een mix van agrarische landschappen, uitgestrekte weilanden en typerende dijken langs de Waal. Dit landschap is ontstaan sinds de middeleeuwen, waarbij landgebruik zich voegde naar het landschap. Ook zijn er restanten te vinden van oude riviermeanders. Voorbeelden van het afwisselende landschap dat gemeente Druten rijk is zijn het landgoed ‘Heerlijkheid Horssen’ bij Horssen, de Uivermeertjes onder Deest en de Waaijen bij Afferden.
Verder is het buitengebied door zijn afwisselende landschap en door de landelijke ligging in het rivierengebied een aantrekkelijk landschap voor recreatie. De Afferdense en Deestse Waarden en de Drutense Waarden zijn geliefde natuurgebieden, net als het weidevogelgebied ten westen van Puiflijk. Hier kan men genieten van de flora en fauna. Het is een gebied waar je heerlijk kan struinen en oog in oog kan komen te staan met de aanwezige grote grazers, de rode Geuzen, en Konikspaarden. Naast grote grazers is het gebied tal van plant- en diersoorten rijk die gespot kunnen worden. De belangrijkste dragers van de recreatieve functie van het buitengebied zijn de fiets- en wandelroutes (knooppuntensysteem, boerenwandelpaden, struinroutes, kunst- en monumentenroute e.d.), aanwezige kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen zoals minicampings en ‘bed and breakfast’, en de ondersteunende dagrecreatieve voorzieningen. Uniek aan de gemeente Druten is het kleinschalige van recreatieve voorzieningen, zowel voor verblijf als activiteiten.
In het buitengebied van de gemeente Druten is een groot aantal kleinschalige burgerwoningen gesitueerd. In de meeste gevallen gaat het om traditionele boerderijen die verbouwd zijn tot woning of om bedrijfswoningen die afgesplitst zijn van het agrarisch bedrijf of een woonfunctie hebben gekregen omdat het bedrijf beëindigd is. Het merendeel van de woningen zijn vrijstaande woningen.
In het buitengebied gelden de ruimtelijke kenmerken van de landschapstypen als inspiratie en uitgangspunt.
In de toekomstvisie Druten2040 staat het volgende citaat:
“We willen dat de gemeente Druten ook een fijne leefomgeving is voor de komende generaties en dus moeten we moedige beslissingen nemen om de gemeente Druten goed door te kunnen geven aan onze kinderen en kleinkinderen.”
Deze uitspraak zegt wat over hoe we samen met de samenleving en bedrijven willen handelen in onze gemeente en het betekent dus ook iets voor hoe we willen omgaan met onze fysieke leefomgeving.
Bij het werken aan de fysieke leefomgeving hanteren we ruimtelijke spelregels. De spelregels gelden voor het handelen van de gemeente én vormen een leidraad bij wat we verwachten van initiatiefnemers en de samenleving. We streven ernaar om bij nieuwe ontwikkelingen zo optimaal mogelijk aan deze spelregels te voldoen.
Spelregel: Langetermijndenken
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we de spelregel van langetermijndenken. Dit betekent:
Bij het werken aan de fysieke leefomgeving kijken we naar de lange termijn impact en wegen we of dit past bij onze ambities. Duurzame oplossingen hebben de voorkeur boven kortetermijnoplossingen, ook als dit een extra investering vraagt. We willen niet door middel van kortetermijndenken opgaven in onze leefomgeving afwentelen, naar de toekomst of op toekomstige generaties.
Spelregel: Ons ruimtelijk fundament
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we ons ruimtelijk fundament als uitgangspunt en afwegingskader. Dit betekent:
We behouden en beschermen de landschappelijke structuren; we denken, ontwerpen en toetsen vanuit de landschappelijke structuren (hoofdstuk 2 van deze visie). Bij ontwikkelingen maken we zorgvuldige afwegingen wat waar wel en of niet wenselijk is. En we zorgen voor een landschappelijke verbetering met een landschappelijke inpassing tot versterking van duurzame natuur. Met (weg)beplanting passend bij het karakter van het landschap.
We behouden en beschermen het dorpse karakter; we denken, ontwerpen en toetsen vanuit de karakteristieken en kenmerken van onze (dorps)kernen (hoofdstuk 2 van deze visie).
We behouden en beschermen de vastgestelde beschermde dorpsgezichten en de gebieden van cultuurhistorische waarde; we denken, ontwerpen en toetsen vanuit de karakteristieken van onze (dorps)kernen (hoofdstuk 2 van deze visie).
Spelregel: Milieubeginselen
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we de milieubeginselen, zoals opgenomen in de Omgevingswet (artikel 3.3):
Het voorzorgsbeginsel: bedrijven en overheden nemen maatregelen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid.
Het beginsel van preventief handelen: het voorkomen van schade aan de bevolking of het milieu.
Het beginsel van brongerichte maatregelen: milieuaantastingen moeten bij voorrang aan de bron bestreden worden.
Het beginsel dat de vervuiler betaalt: degene die schade toebrengt aan het milieu moet de economische kosten betalen.
Spelregel: Duurzaam ontwikkelen
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we de spelregel van bodem en water sturend. Dit betekent:
De natuurlijke bodemopbouw (ondergrond) en het watersysteem in onze gemeente zijn sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen; we wegen passendheid van activiteiten op locaties af aan de hand van onze bodem- en waterstructuur. We maken zorgvuldige afwegingen waar welke functies wel en niet aanvaardbaar zijn, onder welke voorwaarden ontwikkelingen plaats kunnen vinden, waar we ruimte nodig hebben voor ons watersysteem en hoe we voorkomen dat onze bodemlagen uitgeput raken.
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we de spelregel van duurzaam bouwen met de boodschap: pas toe, of leg uit waarom je de spelregel niet kan hanteren. Dit betekent:
Duurzaam bouwen doen we voor de toekomst en is daarom een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. We staan voor natuurinclusief en klimaatbestendig bouwen en inrichten. We verwachten dat de doelen op deze onderwerpen worden meegenomen bij bouwen, maar we laten ruimte voor oplossingen. Als het toepassen niet mogelijk is, moet er gemotiveerd worden.
Duurzaam bouwen doen we voor de toekomst en is daarom een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. We staan voor energiebewust en circulair bouwen. We verwachten dat de doelen op deze onderwerpen worden meegenomen bij bouwen, maar we laten ruimte voor oplossingen. Als het toepassen niet mogelijk is, moet dit gemotiveerd worden.
Spelregel: Milieu is mede-ordenend
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie is milieu mede-ordenend. Dit betekent:
Bij de inrichting van de fysieke leefomgeving (ruimtelijke ontwikkelingen) houden we rekening met de belemmeringen (contouren) van geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, geur en bedrijfsmatige milieuzonering.
Spelregel: Woon- en werklocaties zorgvuldig kiezen
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we een ruimtelijke verkenning en het ‘Toetsingskader woningbouwinitiatieven’ in onze afwegingen of het bouwen op een locatie aanvaardbaar is. Dit betekent:
Vanuit feitelijke informatie (zoals het systeem van bodem en water, de natuur en de opbouw en het karakter van onze dorpen en ons landschap) en gemeentelijke beleidsuitspraken (bijvoorbeeld ten aanzien van gewenste bufferzones bij kernen) onderzoeken waar wel en geen ruimte is voor bouwen. Zie voor de ruimtelijke verkenning Hoofdstuk 5.
We gebruiken, als aanvulling op de omgevingsvisie, een ‘Toetsingskader woningbouwinitiatieven’ dat is opgenomen in de uitwerking van het Woonbeleid. Het huidige toetsingskader van de gemeente Druten wordt gebruikt als toetsingsinstrument bij nieuwe principeverzoeken. Hiermee wordt elk plan getoetst op diverse criteria naast de omgevingsvisie.
Spelregel: STOMP
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we het STOMP-principe voor mobiliteit. Dit betekent:
Bij de ontwikkeling van (nieuwe) wijken, wordt de benodigde openbare ruimte voor mobiliteit in het kader van bereikbaarheid en verkeersveiligheid, ontworpen en geprioriteerd aan de hand van het STOMP ontwerpprincipe: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Maas (Mobility As A Service) en Privéauto.
Spelregel: Dorpsgemeenschapsgevoel
Bij het uitwerken en realiseren van de omgevingsvisie hanteren we de spelregel dorpsgemeenschapsgevoel. Dit betekent:
Bij de inrichting van de fysieke leefomgeving (ruimtelijke ontwikkelingen) houden we rekening met ons dorpsgemeenschapsgevoel. Dit willen we koesteren en versterken door waar mogelijk ruimte te geven aan maatschappelijke voorzieningen, sociale ontmoetingsplekken, verenigingsleven, woonvormen en voorzieningen. Dan wel de impact ontwikkelingen hierop te toetsen.
Prioritering en afweging
We maken met behulp van onze ruimtelijke spelregels integrale afwegingen tussen enerzijds onze ambities en anderzijds de maatschappelijke behoefte en de noodzaak van bepaalde ontwikkelingen. Hieronder volgen nog enkele thematische afwegingen:
Bij ontwikkelingen in het buitengebied wegen we de verschillende belangen (zoals agrarisch, groen-, grond- en infrabedrijven, (kwetsbare) natuur of toerisme en recreatie) nadrukkelijk integraal met elkaar af. Waarbij het agrarisch belang – als drager van het landschap en belangrijke producent van voedsel – zwaar meeweegt zonder dat andere functies in het buitengebied op voorhand worden uitgesloten.
Bij ontwikkelingen met energievraag maken we afwegingen energiebewust, dat wil zeggen dat wanneer netcongestie een probleem is, woningbouw prioriteit krijgt boven bedrijvigheid en dat locaties nabij al gerealiseerde infrastructuur voorrang krijgen. Uiteraard alleen als er geen andere oplossingen mogelijk zijn. Integrale oplossingen van initiatiefnemers zijn altijd welkom.
Bij grotere gebiedsontwikkelingen, die naar verwachting zorgen voor substantieel meer verkeersbewegingen, geven we voorkeur aan locaties die dichtbij ov-haltes en of deelmobiliteitsvoorzieningen gelegen zijn.
Bij woningbouwontwikkelingen geven we de voorkeur aan ontwikkelingen die binnen 15 minuten loopafstand zijn van voorzieningen, zoals basisscholen en sportverenigingen.
Bij allerlei onderwerpen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving hebben we ambities voor de toekomst. Bij het benoemen van onze ambities bouwen we voort op de Toekomstvisie. Daarbij wordt in eerste instantie de blik gezet op 2040, maar het kan goed zijn dat ambities verder of minder ver reiken, denk aan 2030 of 2050. Dit komt omdat er bij diverse ambities wordt samengewerkt met andere partijen zoals medeoverheden die ook weer eigen streefdata hebben, of omdat er voldaan moet worden aan Rijks- of Europese normen.
In de Toekomstvisie hebben we acht pijlers benoemd waaraan de gemeente wil werken om ook in 2040 nog steeds een fijne woon- werk-, en leefomgeving te zijn. De pijlers zijn in onderstaande afbeelding weergegeven.

In deze omgevingsvisie bouwen we voort op deze pijlers. De ambities zijn dan ook ingedeeld naar de pijlers van de Toekomstvisie. Bij sommige pijlers zijn er extra ambities toegevoegd, omdat de fysieke leefomgeving over meer onderwerpen gaat dan die in de Toekomstvisie zijn benoemd. Per pijler zijn de onderwerpen van de fysieke leefomgeving benoemd die erin aan bod komen en zijn de ambities genoteerd met een korte toelichting. De laatste twee pijlers hebben betrekking op samenwerking en profilering en niet zozeer op de fysieke leefomgeving. De onderwerpen samenwerking en positionering in regionaal verband komen terug in hoofdstuk 6 van deze visie.
Groei is gericht op versterking van een fijne woonomgeving
We behouden ons dorpse karakter en breiden onze woningvoorraad niet onbeperkt uit. Er zijn extra woningen nodig om mee te kunnen groeien met ontwikkelingen, zoals ruimte voor jongeren, een ouder wordende bevolking, kleinere huishoudens en een meer diverse samenleving. De gemeente Druten heeft de ambitie om in de periode 2022 tot en met 2030 910 woningen aan de voorraad toe te voegen. En ook na 2030 is er nog behoefte aan extra woningen. Voor de periode na 2030 kiezen we ervoor om trendmatig door te groeien en daarmee te bouwen voor zowel de lokale bevolking als de regio. Het gaat dan om gemiddeld 100 woningen op jaarbasis in de periode 2031 tot en met 2040. Om ervoor te zorgen dat het dorpse karakter van onze gemeente behouden blijft, hanteren we wel een grens van maximaal 25.000 inwoners in 2040. Maar 25.000 inwoners is daarbij uitdrukkelijk géén streven.
Woningen bouwen die aansluiten bij de wensen van onze inwoners
We zetten richting 2040 in op het toevoegen van type woningen die er nu nog niet of weinig zijn, zoals geclusterde woonvormen, appartementen, zoveel mogelijk levensloopgeschikt en betaalbaar. We zetten in op voldoende, aantrekkelijk en divers woningaanbod voor verschillende doelgroepen in diverse levensfasen en prijsklassen (huur en koop), verspreid over de kernen van de gemeente. We realiseren de Woondeal door afspraken die we regionaal maken over de woningbouwopgave, door onder andere de aantallen te bouwen woningen en door te hanteren dat ten minste tweederde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn, inclusief 30% sociale huur. In eerste instantie richten we ons op jeugd, starters en ouderen. We hebben de ambitie om tot 2030 370 geclusterde woningen voor ouderen toe te voegen, zodat de vraag in balans komt met het aanbod.
Bouwen aan sociale basis in woon- en leefomgeving
We hebben oog voor diversiteit in onze woonomgeving omdat dit bijdraagt aan het omzien naar elkaar en daarmee zorgt voor een sociale basis. We streven naar het voorkomen van eenzaamheid en het stimuleren van een gemeenschap waarbij mensen op elkaar kunnen rekenen. We staan dan ook open voor meer diverse woonvormen, zoals (knarren)hofjes of semi zelfstandige woningen met gezamenlijke ruimtes binnen een woonomgeving waar meerdere doelgroepen (zoals jongeren en ouderen) wonen.
Realiseren van meer geclusterde woonconcepten voor ouderen
We streven ernaar meer geclusterde woonvormen te realiseren. Geclusterde woonvormen kunnen een mix van doelgroepen bevatten, bijvoorbeeld ‘gespikkeld wonen’ met jong en oud door elkaar.
Geclusterde woonvormen voor ouderen moeten bij voorkeur worden toegevoegd op locaties met belangrijke voorzieningen in de buurt (zoals ontmoetingsruimte, zorgsteunpunt en/of gezondheidscentrum en openbaar vervoershalte). Dit kan zowel via nieuwbouw als het transformeren van bestaande woningen of panden naar geclusterde woningen. Gezien de schaarste aan ruimte en de diversiteit aan woonwensen worden ook geclusterde woningen aan randen van de kernen niet uitgesloten. Deze liggen dan wel wat verder van voorzieningen af maar voldoen wel aan andere woonwensen: zoals een rustige omgeving met veel groen. De bereikbaarheid naar voorzieningen kan dan op een andere manier geregeld worden, bijvoorbeeld met de buurtbus. Geclusterde woonvormen op kleine schaal kunnen we ook bereiken door woningsplitsing. Waar mogelijk en passend faciliteren we vanuit dit perspectief woningsplitsing.
Bewustzijn bij onze inwoners als het gaat om doorstroming op de woningmarkt vergroten
We willen bereiken dat inwoners nadenken over hun huidige en toekomstige woonwensen en dat ze tijdig actie ondernemen wanneer de woonwensen veranderen. Dit noemen we ‘bewust wonen’. We zijn ervan overtuigd dat dit bewustzijn de doorstroming op de woningmarkt kan vergroten. Het bewustzijn willen we vergroten door ‘bewust wonen’ in ieder geval als gespreksonderwerp te agenderen op de diverse gesprekstafels met organisaties die hier een rol in hebben (zoals woningbouwcorporaties, makelaars, MeerVoormekaar en dorpsraden).
Voldoende en passend aanbod voor aandachtsgroepen
We streven ernaar meer woonruimte te creëren voor de huisvesting van mensen, die zich in een kwetsbare positie bevinden of een specifieke huisvestingsvraag hebben, zogenaamde aandachtsgroepen. Het gaat om ouderen, dak- en thuisloze mensen, statushouders, sociaal en medisch urgenten, uitstromers uit een instelling, internationale medewerkers, woonwagenbewoners en studenten.
Bij het toevoegen van extra woningen voor deze doelgroepen moet er worden gekeken naar welke (nieuwe) woonvormen nodig en passend zijn, met het oog op de behoefte aan betaalbaarheid en kleinere woningen. We kijken daarbij naar mogelijkheden in nieuwbouw, maar ook expliciet naar de mogelijkheden in de bestaande voorraad. We juichen het toe dat inwoners zelf woonzorginitiatieven opzetten en zij worden daarbij ondersteund door de gemeente. Toevoegingen en concretisering met betrekking tot wonen en zorg brengen we onder in een visie op wonen en zorg.
Geschiktheid en toegankelijkheid woningen borgen
In het kader van wonen en zorg streven we naar geschiktheid en toegankelijkheid van, en binnen woningen, voor diverse doelgroepen met een (fysieke) beperking. We zetten in op levensloopbestendige (nultreden) en zorggeschikte woningen. Dat betekent woningen met aandacht voor rolstoeltoegankelijkheid, aanwezigheid van een lift, mogelijkheid tot stallen van voorzieningen als scootmobiel. Waar dit mogelijk is zijn woningbouwprojecten dementievriendelijk, zodat deze groeiende groep mee kan blijven doen in de inclusieve samenleving.
Dementievriendelijke leefomgeving
We willen dat mensen met dementie mee kunnen blijven doen in de samenleving, met begeleiding en zorg op maat voor henzelf en hun mantelzorgers. We zetten ons in voor een dementievriendelijke samenleving, door hier aandacht voor te hebben bij de inrichting van onze leefomgeving en op relevante plekken in de openbare ruimte.
Gemengd wonen van zorgvragers en -dragers stimuleren en faciliteren
We streven naar een woonomgeving die wederzijdse ondersteuning bevordert, eenzaamheid vermindert, het gemeenschapsgevoel versterkt en uiteindelijk leidt tot een afname van de behoefte aan professionele zorg. Samen werken we aan zorgzame gemeenschappen waarin alle mensen naast én met elkaar wonen en leven. Een goede balans tussen mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag en mensen die hulp kunnen bieden (‘vragers en dragers’), die verspreid wonen over de verschillende buurten.
In de gemeente Druten stimuleren en faciliteren we gemengde woonconcepten (de mix van doelgroepen), mantelzorgondersteuning en voorzorgcirkels. Voorzorgcirkels zijn sociale netwerken van mensen die elkaar ondersteunen om zelfstandig te blijven functioneren. Als gemeente willen we dergelijke initiatieven aanmoedigen en faciliteren.
Bouwlocaties zorgvuldig kiezen
We maken een zorgvuldige afweging over waar we wel en niet bouwen. We hanteren voor wonen een paar uitgangspunten aanvullend op onze ruimtelijke spelregels (hoofdstuk 3):
We kiezen ervoor om vooral binnen bestaand stedelijk gebied te bouwen. Dat betekent vooral in de kernen. We koesteren het buitengebied en de bufferzones tussen onze kernen.
Het kan zijn dat het niet lukt om in de bebouwde kom van de kernen te blijven bouwen, bijvoorbeeld omdat er geen ruimte is of omdat inbreiding te veel afbreuk doet aan de kwaliteit van de woonomgeving (we koesteren ook groene open ruimtes, ontmoetingsplekken en voorzieningen). Wanneer dit aan de orde is, kijken we ook naar mogelijkheden voor woningbouw aan de randen van onze kernen.
Om het dorpse karakter van onze gemeente te borgen, bouwen we alleen in de kern Druten ook appartementengebouwen met meer dan drie bouwlagen. Op vrijkomende woningbouwlocaties dichtbij voorzieningen willen we met voorrang kiezen voor de bouw van levensloopgeschikte woningen, in de eerste plaats appartementen. Verder van de voorzieningen af is er ook ruimte voor meer grondgebonden vormen van levensloopgeschikt wonen, waarbij de bereikbaarheid van voorzieningen dan wel een aandachtspunt is.
Nieuwe woningen bouwen in het buitengebied zijn in principe alleen mogelijk na sloop van voldoende voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. We kijken hierbij zorgvuldig naar de locaties (landschappelijke kernwaliteiten - par 2.2) en de samenloop met bestaande bedrijvigheid en de daarbij horende effecten (onder andere geluid en geur).
We bouwen mét kwaliteit
Bij bouwen kijken we naar de kwaliteit van de omgeving. We willen dat ontwikkelingen aansluiten op de karakteristiek van de plek, zowel in het gebouwde als de inrichting van de omgeving. Aansluiten op de karakteristiek betekent niet enkel op historie en het verleden aansluiten, maar juist het toepassen van nieuwe bouwmaterialen en bouwtechnieken. De kenmerken zoals geschetst in hoofdstuk 2 vormen de basis van nieuwe ontwikkelingen, waarbij we in de uitwerking spelregels ontwikkelen in samenwerking met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Zie ook de ruimtelijke kenmerken in hoofdstuk 2.
Ruimte en privacy rondom woningen behouden
De keuze voor bouwen in bestaand stedelijk gebied van de kernen heeft ook invloed op de open en groene ruimtes in die kernen. In de gemeente Druten is best veel ‘lucht’ en ruimte rondom woningen: er is ruimte voor privacy en ruimte in de wijk (uitzichten). Deze kwaliteit willen we behouden. Bij het bouwen van nieuwe woningen streven we ernaar dat er zo goed mogelijk wordt geborgd dat de privacy en ruimte in een wijk niet te veel worden aangetast.
Voorzieningen maken tot dragende kracht voor leefbaarheid in kernen
Voorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid van kernen. Hoe hier invulling aan wordt gegeven (type voorzieningen, bereikbaarheid, toegankelijkheid), is ook afhankelijk van de wensen en behoeften in de kernen, waarbij de demografische opbouw van de bevolking, economische draagkracht en culturele factoren van invloed zijn. We streven ernaar dat in iedere kern de voorzieningen, zoals een dorpshuis, een basisschool en amateursport- en -kunstplekken en verenigingen aanwezig zijn. Bij voorkeur kijken we naar hoe we toegankelijke multifunctionele gebouwen kunnen gebruiken om voorzieningen bij elkaar te clusteren. Als blijkt dat voorzieningen op gemeentelijk niveau niet toekomstbestendig zijn, dan maken we de afweging of deze voorzieningen noodzakelijk zijn om in onze gemeente te behouden of dat er bijvoorbeeld samen met andere buurgemeenten oplossingsmogelijkheden zijn.
Thuis in je gemeente, dorp, buurt en woning
De leefbaarheid van de dorpen willen we in stand houden en waar mogelijk verbeteren, zodat inwoners zich thuis blijven voelen in hun buurt, dorp en gemeente. We zetten met en vanuit de dorps- en wijkcentra gerichte acties uit om de leefbaarheid te bevorderen. Zo willen we de sociale basis verstevigen.
Ook het laten participeren van inwoners in het organiseren van de leefomgeving is iets wat we willen verbeteren. Dan gaat het om meer dan alleen meedenken over plannen, maar bijvoorbeeld ook over het zelf beheren van een stukje openbaar groen of participeren in een warmtenet.
Meer beweegruimte in de leefomgeving creëren
We stimuleren een gezonde leefstijl en meer bewegen door de omgeving zo in te richten dat gezonde keuzes gestimuleerd worden. In 2040 willen we in de gehele gemeente, in ieder geval in elke kern, groene ommetjes en sport- en speelplekken die gezond gedrag makkelijker maken. Mooie groene plekken waar mensen graag bewegen, spelen en sporten, of even de schaduw op kunnen zoeken tegen de hitte.
Meer ontmoetingsruimte in de leefomgeving creëren
We stimuleren ontmoeting dichtbij huis. In 2040 willen we in de gehele gemeente mooie plekken, binnen en buiten, hebben waar Drutenaren elkaar graag ontmoeten. Iedere kern moet haar eigen gastvrije, bruisende ontmoetingsplekken hebben om bij elkaar te komen. Dit kan bijvoorbeeld een dorpshuis, basisschool, ruimte van geloofsgemeenschap, park of sport- of speelplek zijn. Bij voorkeur maken we een koppeling met zorg en/of sociale voorzieningen in de vorm van multifunctionele accommodaties. Ook zorgen we voor plekken waar jongeren en ouderen elkaar kunnen ontmoeten, mede gericht op het voorkomen of verminderen van eenzaamheid.
Faciliteren dat kinderen gezond kunnen opgroeien (fysieke leefomgeving)
We stimuleren kinderen om meer buiten te spelen door de fysieke (school)omgeving daartoe in te richten. We willen in elke kern een passende speel- en/of sportplek en we realiseren buurtoverstijgende speel- en sportplekken waar voor inwoners van alle leeftijden speelgelegenheden zijn. De helft van alle centrale speelplekken willen we inclusief maken, waardoor kinderen met een beperking welkom zijn en voorzieningen bespeelbaar zijn. We willen meer groene speelvoorzieningen bij speelplekken in alle kernen. Waar mogelijk stimuleren en faciliteren we ook de groene inrichting van schoolpleinen. Zodat kinderen van jong tot oud in hun woonomgeving én op school de kans krijgen om in aanraking met de natuur te komen. De oudere jeugd moet ook gelegenheid hebben om elkaar te ontmoeten, op daarvoor voor hen ingerichte ruimte.
Sport, cultuur- en beweegvoorzieningen inzetten ten behoeve van gezondheid
We willen sport en cultuur als middel inzetten om een gezonde leefstijl te bevorderen, ter preventie voor het welzijn van inwoners en het vitaal ouder worden.
We zetten in op dat iedere inwoner, ongeacht achtergrond, leeftijd, beperking en financiële achtergrond met plezier, veilig, toegankelijk kan sporten en bewegen, en kan deelnemen aan culturele activiteiten. We hebben extra aandacht voor een gezonde leefomgeving bij kwetsbare doelgroepen, zoals kinderen, ouderen, inwoners met beperkingen en wijken waar relatief veel gezondheidsachterstanden zijn.
Veiligheid in de fysieke leefomgeving behouden en verbeteren
We willen dat onze openbare ruimte veilig is ingericht en ook veilig wordt beleefd. Daarnaast willen we dat er geen bedreiging is voor de sociale veiligheid door ondermijning. Druten loopt een verhoogd risico op ondermijnende activiteiten, met name in het buitengebied. Dit komt door de landelijke ligging in Nederland in combinatie met vrijkomende agrarische bebouwing. We willen ondermijning ook vanuit het fysieke domein tegengaan. Ten eerste door te onderzoeken hoe we dit kunnen doen en ten tweede door bewustzijn voor de risico’s van ondermijning te creëren.
Culturele voorzieningen in Druten, kleinschalige ruimten in de kernen
In de kern Druten borgen we het centrale en uitgebreide culturele aanbod met de Bogerd als hét centrale cultureel centrum. In de Bogerd is de (maatschappelijk educatieve) gemeenschapsbibliotheek, het theater en het Cultuurpunt Maas en Waal gevestigd. In de kleinere kernen faciliteren we zoveel mogelijk in ruimte en aanbod voor de vele culturele verenigingen en amateurorganisaties.
Optimaal gebruik openbare ruimtes en verenigingen faciliteren
We willen optimaal gebruikmaken van de openbare ruimtes voor cultuur, sporten, bewegen en spelen. Daarbij zetten we ook in op vitale en financieel gezonde sportverenigingen, die een bijdrage leveren aan gemeentelijke ambities uit deze omgevingsvisie. Ook de amateurorganisaties die zich bezighouden met muziek, podiumkunsten, dans, foto/film, beeldende kunst of cultureel erfgoed ondersteunen we om deze reden. Waar mogelijk kijken we naar het organiseren van multifunctionele accommodaties of maatschappelijke verzamelgebouwen, in samenhang met de ambities voor zorg- en overige sociale voorzieningen.
Onze verenigingen en geloofsgemeenschappen als belangrijke maatschappelijke spelers
We waarderen de actieve inzet van onze geloofsgemeenschappen en verenigingen, gericht op het welzijn en de participatie van alle inwoners van Druten. Waar mogelijk ondersteunen we de maatschappelijke initiatieven van onze geloofsgemeenschappen en verenigingen.
We willen ervoor zorgen dat de Drutense voetbalverenigingen vitaal zijn en blijven, zodat zij onze inwoners in staat stellen hun hobby te beoefenen. Daarnaast zorgen we ervoor dat de voetbalaccommodaties in de gemeente Druten blijven voldoen aan de wensen van de voetbalverenigingen en de eisen van de voetbalbond. We streven naar een situatie waarin alle accommodaties zo goed en efficiënt mogelijk worden benut. Zo is het clubhuis vaak niet alleen in gebruik als voetbalkantine, maar wordt dit ook gebruikt voor (sport-)BSO, activiteiten van andere verenigingen waar elders geen ruimte voor is of voor bijvoorbeeld Koningsspelen en sportdagen en worden de velden gebruikt voor bewegingsonderwijs of als speelgelegenheid.
Toekomstbestendige zorg en ondersteuning
We streven naar toekomstbestendige zorg en ondersteuning die flexibel, innovatief en duurzaam is, zodat alle inwoners de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. We bieden zorg zoveel mogelijk bij mensen thuis.
Zorgen dat basiszorg altijd in de gemeente aanwezig is
We willen dat basiszorg zoals huisarts, tandarts, sociaal team en fysiotherapie beschikbaar is in de gemeente en vanuit elke kern nabij is óf goed bereikbaar is per auto, fiets en/of lopend. Dit wil niet zeggen dat elke zorg in elke kern 24u per dag aanwezig is, maar wel dat inwoners toegang hebben tot ondersteuning, bijvoorbeeld door ruimte te creëren in multifunctionele dorpshuizen voor ‘zorgruimten’ waar op wekelijkse basis ondersteuning kan worden aangeboden. Verder is op elke school een schoolmaatschappelijk werker en ondersteunen we huisartsen met de inzet van een praktijkondersteuner jeugd en een welzijnswerker.
Speciale zorg buiten het dorp altijd bereikbaar
Afhankelijk van het type zorg dat nodig is, wordt deze georganiseerd op een manier die aansluit bij de eigen leefomgeving van de inwoner. Bij voorkeur in de thuissituatie, samen met het eigen netwerk en de eigen omgeving. In het geval van specialistische zorg die op regionaal of landelijk niveau georganiseerd is kijken we naar vervoer opties hiernaartoe die aansluiten en zelfstanding toegankelijk zijn. Wanneer dit niet toereikend is, speelt WMO-vervoer een rol.
Basisonderwijs
Voor de toekomst vinden we het belangrijk, waar mogelijk, Kindcentra te realiseren en in stand te houden en de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang te stimuleren. Het Kindcentrum is een schoolconcept waarbij de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk in de basisschool gehuisvest zijn en onderling samenwerken. Waar we scenario’s ontwikkelen voor renovatie of nieuwbouw in het basisonderwijs is een Kindcentrum het uitgangspunt.
Naar inclusief onderwijs: thuis, nabij en op maat voor iedere leerling
We streven ernaar dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk binnen de eigen omgeving, dan wel gemeente, naar school kunnen en op maat onderwijs ontvangen. We maken van iedere school een inclusieve school. Het gespecialiseerd onderwijs blijft regionaal op De Kom en in de regio beschikbaar voor kinderen en jongeren die meer ondersteuning nodig hebben dan binnen het regulier onderwijs geboden kan worden.
Onderwijs in goede onderwijsgebouwen
We willen met de schoolbesturen aan de slag om schoolgebouwen toekomstbestendig te maken. Dat betekent verduurzamen, inspelen op het huidige aantal leerlingen en bij renovatie of nieuwbouw schoolgebouwen zo aan te passen dat de ruimten maximaal dienend zijn aan eigentijdse onderwijsconcepten en bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs. Daarbij willen we onderzoeken of schoolgebouwen en -voorzieningen inzetbaar zijn voor meerdere doelen dan alleen onderwijs. Bijvoorbeeld de sportzaal gebruiken in het weekend, of buiten schooltijden de speelvoorziening gebruiken voor de wijk.
De milieukwaliteit van de leefomgeving wordt beschermd en zo mogelijk verbeterd
We streven er naar dat ruimtelijke ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de milieukwaliteit van de leefomgeving en andersom. Dit betekent een evenwichtige toebedeling van functies aan locaties, waarbij water en bodem sturend zijn (zie verder hoofdstuk Water en bodem) en andere milieuthema’s mede-ordenend.
We verwachten van eenieder daar eigen verantwoordelijkheid in en we gaan in ieder geval uit van de wettelijke normen en landelijk beleid. Bij de bescherming en zo mogelijk verbetering van de milieukwaliteit van de leefomgeving is het voorkomen van milieubelasting (preventie) en een brongerichte aanpak het uitgangspunt.
Balans tussen milieueffecten en agrarische en industriële bedrijvigheid
Ons dorpse karakter is van oudsher verbonden aan agrarische en industriële bedrijvigheid. In onze gemeente is ruimte voor ondernemen, maar we streven er wel naar dat de ruimte voor geurbelasting (van veehouderij) en de aanwezigheid van spuitzones in balans zijn met een goed woon- en leefklimaat. De effecten op de luchtkwaliteit en geluidbelasting van bedrijvigheid mogen geen onevenredige impact hebben op ons woonklimaat, leefklimaat en de natuur. We nemen het landelijke en provinciale beleid als uitgangspunt en we gaan met bedrijven en ondernemers in gesprek over elkaars ambities.
Milieukwaliteit en omgevingsveiligheid scherpstellen
In de uitwerking van de omgevingsvisie willen we verkennen en scherper maken wat de gewenste milieukwaliteit is in de gemeente Druten. Dit betekent dat we gaan kijken wat we acceptabel en wenselijk vinden voor wat betreft geluidbelasting en -hinder, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, geur en waterkwaliteit. Zie ook paragraaf 4.4.4 Water en bodem. Met de uitkomsten van deze verkenning willen we deze omgevingsvisie en het overige omgevingsbeleid aanvullen.
Ons karakteristieke landschap behouden
We willen de kenmerkende elementen uit ons landschap behouden en beschermen. Denk aan de historische gebouwen en bomen, slingerende dijken, wielen, natuurrijke uiterwaarden, boomgaarden en de openheid van het landschap. Zie ook hoofdstuk 2. Dit geldt in de kernen, maar zeker in het buitengebied. Nieuwe ontwikkelingen laten we zo veel mogelijk aansluiten bij de landschapsidentiteit. We willen ons landschap met zorg voor de natuur inrichten door ruimte te geven aan een diversiteit aan planten en dieren die in de verschillende landschapstypen thuishoren. We streven er zo naar om een waardevol landschap te creëren en te behouden waarbij het ecosysteem in evenwicht is.
Bufferzones creëren en behouden tussen bebouwde gebieden
Om ons dorpse karakter te behouden willen we open, groene ruimte behouden tussen de kernen. Deze ruimtes zijn nu vaak nog aanwezig, maar zijn niet als zodanig gedefinieerd. Tussen de volgende kernen willen we bufferruimtes borgen: Druten en Afferden, Puiflijk-Noord en Druten-West (bij potentiële nieuwe ontwikkelingen), Druten en Boven-Leeuwen, Deest en Hoek-Winssen (Beuningen), Horssen en Molenhoek. Tussen Afferden en Deest hanteren we het beschermd dorpsgezicht als historische bufferruimte. We willen daarom de open, groene ruimte vastleggen, borgen en waar mogelijk invullen met kwalitatieve bufferruimte (natuur, niet stedelijke recreatie, landbouw en zichtlijnen). Op kleinere schaal zien we graag tussen wijken in én tussen wijken en werkgebieden zoveel mogelijk groene bufferruimtes. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen van woningbouw en werklocaties passen we deze ambitie sowieso toe.
Versterken recreatieve beleving
We streven ernaar het recreatieve fiets- en wandelnetwerk te versterken. We positioneren de dijken als hoofddrager van het netwerk en willen aan de slag met het versterken en onderhouden van routes langs watergangen (blauwe dooradering) en lokale ommetjes in de directe woonomgeving. Niet enkel (struin)routes langs het water, maar ook die in de kernen, het buitengebied en de groen/natuurgebieden.
Denk aan de landelijke fietsroutes, het boerenwandelpad de Uitloper in Horssen, het Drutens Bosje of de omgeving rondom de Uivermeertjes in Deest. Met een gevarieerd aanbod willen we de recreatieve druk spreiden.
We plaatsen en behouden (kunst)objecten en duiden waar mogelijk de cultuurhistorische elementen en natuurwaarden aan in het landschap. Denk aan de voormalige steenfabrieken, de aanwezigheid van de Romeinen en de belangrijke invloed van de rivieren de Waal en de Maas. Vanuit het centraal gelegen Bondsgebouw in Druten biedt het Historisch Informatie Punt in samenwerking met het Toeristische Informatie Punt hierover informatie.
Cultuurhistorie koesteren
We willen de historie van ons landschap en onze dorpen een plaats geven door zorg te dragen voor het erfgoed boven én onder de grond. We streven ernaar dat de gemeente Druten haar historische omgevingskwaliteiten en erfgoed behoudt, benut, versterkt en zoveel mogelijk beleefbaar maakt. Het gaat hierbij in ieder geval om monumenten, cultuurhistorische bebouwing (waaronder de kerken) en (historische) landschappelijke structuren.
In de gemeente Druten houden we rekening met archeologische waarden in de bodem. Het uitgangspunt bij archeologische waarden is het behoud ter plaatse. Als dit niet mogelijk is, is archeologisch onderzoek van belang.
De historische omgevingskwaliteiten willen we benutten bij nieuwe (her)ontwikkelingen door ze als leidraad te gebruiken. Vanuit deze gedachte is het goed denkbaar om nieuwe kwaliteiten toe te voegen en om ruimte te geven aan nieuwe interpretaties en nieuwe materialen, zolang dit met respect naar en met inspiratie van de historische omgevingskwaliteiten gebeurt
Vergroenen van de kernen
In 2040 willen we, in onze woonwijken en daaraan vast, parken en speeltuinen hebben waarin we wandelen, sporten en spelen. Woongebieden dienen een ‘groene mantel’ te hebben met uitloopgebieden om te ontspannen en te recreëren. Ook moeten planten en dieren, zoals bijen, vlinders, egels en vogels een plek om te leven in deze wijken en passen we zoveel mogelijk inheemse beplanting toe.
We zetten in op het vergroenen van de kernen. We richten daarom onze wijken zo in dat ze groen zijn en ook goed bereikbaar, bijvoorbeeld door parkeren te centreren of klimaatbestendig te maken en woonstraten te vergroenen. (Nieuw) groen wordt zoveel mogelijk natuurlijk ingericht met inheemse, streekeigen en cultuurhistorische beplanting.
In de bestaande bebouwde omgeving, waar de beschikbare ruimte beperkt is, richten we ons op het:
Opsporen en verwijderen van overbodige verharding (brede trottoirs, versteende pleinen en speelplaatsen, parkeerplaatsen in gebieden met lagere parkeerdruk, etc.).
Benutten van koppelkansen bij herinrichting, onderhoud en projecten in de leefomgeving en zo ook het vergroenen en klimaatbestendig maken van parkeerplaatsen.
Groen op ecologische manier beheren
We willen een omslag maken naar ecologisch groenbeheer. De gedeeltes die onder eigen beheer vallen, willen we in principe standaard ecologisch beheren. Daarbij hanteren we het principe ecologisch groenbeheer ‘ja, tenzij het echt niet anders kan’. Overlastgevende soorten en de overlast en plaagdruk van invasieve exoten willen we op een natuurlijke manier beheersen en verminderen.
Versterkt en verbonden Groenblauw raamwerk in 2050
We willen de natuurlijke verbindingen in en tussen natuur, landschap en bebouwde kom versterken en uitbreiden. Om zo de recreatieve druk te spreiden en de kwetsbare natuurgebieden te ontlasten. Zo ontstaan gemeentegrensoverstijgende natuur(verbindingen).
Concreet gaat het om:
Ontwikkeling van een verbeterde verbinding van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden door ontwikkeling van de ecologische verbindingszone (EVZ) binnendijks. Het gaat hier in ieder geval om de Groene Ontwikkelingszone tussen Heumen en Horssen. Binnen de EVZ behouden en herstellen we gebieden gelegen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en ontwikkelen we de Groene Ontwikkelzone die tussen en rondom het GNN gelegen is.
Een verbindingszone die de relaties legt met de uiterwaarden van de Maas. Een verbeterde noord—zuid verbinding tussen de ecologische verbindingszone (EVZ) en het Natura 2000-gebied Rijntakken buitendijks (zie afbeelding).
Een verbeterde noord-zuid verbinding van de EVZ met de Maasuiterwaarden.
Op deze manier ontstaat een Groenblauw raamwerk van houtwallen, heggen, hagen, poelen, bos(jes) met mantelzoom, laanbeplanting, sloten (met natuurvriendelijke oevers), oeverbeplanting, kruidenstroken en meer. Daarbij streven we ook naar ecologisch beheer van deze elementen. Daarnaast kent de gemeente Druten een weidevogelgebied bij Puiflijk dat we graag behouden en verbeteren voor het behoud van de weidevogels.
Nieuwe landschapszones langs de waterstelsels van de komgebieden
In 2040 willen we langs de weteringen gebieden hebben gerealiseerd die het watersysteem beter, mooier en nuttiger maken.
Beter: door meer water te laten stromen en ruimte te maken voor wateropslag. Zo kan het systeem beter omgaan met droogte en overstromingen. Waterplanten slaan ook veel CO2 op.
Mooier: door ruimte te maken voor planten langs de oevers, moerassen en broekbossen die hier van nature groeien.
Nuttiger: door meer afwisseling te brengen in open en gesloten gebieden. Hierdoor worden stedelijke ontwikkelingen bij elkaar gehouden.

Situatie natuur en biodiversiteit verbeteren
We willen dat de natuur en biodiversiteit in 2040 beter zijn dan nu in 2025. Ook willen we de water- en milieuomstandigheden in en rond het Natura 2000-gebied Rijntakken verbeteren. Ons doel is om in 2030 de leefgebieden van vogels te verbeteren. Daarnaast willen we ervoor zorgen dat er in 2035 minder stikstof in de Natura 2000-gebieden komt.
Uitstoot van stikstof en broeikasgassen verminderen
We streven ernaar om bij te dragen aan het verminderen van de uitstoot van stikstof. Dit doen we onder andere door de ambities van de provincie uit het provinciale plan Aanpak Stikstof te faciliteren. Waar het om reductie gaat in de agrarische sector willen dit we samendoen met onze boeren. Daarnaast zetten we in samenwerking in op vermindering van de emissie van broeikasgassen (methaan en CO2) vanwege (glas)tuinbouw en rundveehouderijen.
Dijkversterking zoveel mogelijk inzetten voor versterking Groenblauw raamwerk
Waterschap Rivierenland versterkt de dijken langs de Waal, zo ook het stuk Weurt-Druten. Het doel van de dijkversterking is dat mensen veilig kunnen wonen, werken en recreëren met een zo klein mogelijk overstromingsrisico. Hierin faciliteren wij als gemeente. De dijken vormen daarnaast belangrijke landschappelijke structuren. Wij willen graag van de dijkversterking gebruik maken om elementen uit het Groenblauw raamwerk te implementeren en de dijken te (her)inrichten als natuurlinten en voor het recreatieve netwerk.
Natuur en recreatie ontwikkelen langs de Waal
Samen met medeoverheden streven we ernaar dat in 2040 de uiterwaarden en de dijken langs de Waal een aaneengesloten natuurlandschap zijn met de Rijn, IJssel en Maas en het Pannerdensch kanaal. Een aaneengesloten natuurlandschap dat rijker, sterker en aantrekkelijker is dan in de huidige situatie (2025). De regio streeft er naar de uiterwaarden en de dijken langs de Waal zo goed mogelijk te ontwikkelen, onder meer door inzet op samenhang met de binnendijkse natuurgebieden en ruimte voor de ontwikkeling van moerasbossen. Waar mogelijk faciliteren wij dit als gemeente.
Agrarische sector behouden en waarderen
We willen toekomst geven aan de agrarische sector, omdat we de sector waarderen als onderdeel van ons dorps karakter. Samen met de agrariërs willen we stappen in verduurzaming zetten. We gaan met elkaar in gesprek over elkaars ambities.
Agrarisch bedrijf in balans met onze fysieke leefomgeving
We streven naar modernisering en verduurzaming van de agrarische sector gericht op toekomstbestendigheid en binnen de kaders van natuur, water en klimaatdoelen en een voedselproductie met herstel van biodiversiteit, landschappen en kringlopen. Daarbij zien we eventueel ook een bredere rol voor de agrariër als hoeder van het landschap. We zetten in op een transitie naar meer grondgebonden, meer extensieve en/of natuurinclusieve kringlooplandbouw, agroforestry, en/of agrarisch natuurbeheer. Vooral bij de Natura 2000-gebieden en bij kwetsbare wateren en watergangen.
Duurzaam verdienmodel
De richting die ons voor ogen staat is een duurzaam verdienmodel. Een economisch rendabel landbouwsysteem dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in de bedrijfsvoering. Inclusief de zorg voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het bedrijf. Daarom willen we boeren helpen om duurzaam met het water- en bodemgebruik om te gaan, schoon en energiezuinig te produceren en circulaire technieken te gebruiken.
Betere balans boerenbedrijf en bodem
We streven naar gezonde landbouwbodems: in goede chemische, biologische en fysische conditie. En daarbij dat alle landbouwbodems duurzaam beheerd worden in 2030, waarbij beheer gericht is op de verhoging van het organisch stofgehalte van landbouwbodems. Idealiter gaan we ook voor de juiste gewasteelt op de meest geschikte ondergrond wat betreft bodem en watersysteem. In principe betekent dit fruitteelt en akkerbouw op de hogere, drogere oeverwal en veeteelt op de lagere komgrond. We faciliteren dit in de ruimtelijke ordening waar mogelijk.
Perspectief en mogelijkheden voor onze agrariërs
We streven naar het verdienvermogen van agrariërs te helpen verbeteren door verbreding van bedrijfsactiviteiten naar andere agrarische en niet-agrarische activiteiten (zorg of recreatie). Zonder de natuur- en landschappelijke waarden en het dierenwelzijn in het buitengebied in het geding te brengen, enkel ten behoeve van economisch gewin. Verbreding of wijziging passend bij de boer en het dorpse karakter. Combinaties tussen landbouw, natuur, recreatie en of zorg juichen we toe. Ook hier kleinschalig en met respect voor de landschappelijke kenmerken. Daarbij mag het de bedrijfsvoering van overige agrarische bedrijven niet belemmeren. Ondernemers die hun bedrijf willen uitbreiden met nieuwe activiteiten gaan we helpen. Regels gaan niet verder dan nodig en bij een goed idee denken we mee in het kader van experimenteerruimte/proeftuinen. We faciliteren de jonge/startende agrariërs en hun groeiambities en ondersteunen hen met ruimte om te ondernemen, kennisdeling, innovatie, duurzame schaalvergroting en verbreding. Hiermee sluiten we aan bij het provinciale agrifood programma ‘mogelijk maken’.
Buitengebied en agrarische bedrijven beleefbaar maken
We streven ernaar dat agrarische bedrijven en producten beleefbaar zijn en dat de bedrijven daarmee een belangrijke plek hebben in de gemeenschap.
Degelijke huisvesting van internationale werknemers, in balans met onze gemeenschap en ons landschap
De behoefte aan arbeidskrachten in de agrarische sector wordt niet minder en is er jaarrond. We streven ernaar dat internationale werknemers goede huisvesting hebben. We willen daarvoor ruimte bieden aan bedrijven om kleinschalige en degelijke huisvesting te realiseren. We werken beleid uit waarin goede huisvesting, registratie en beheer geborgd zijn.
Bodem en water sturend
We streven ernaar dat we niet op plekken bouwen waar dit vanwege het bodem- en watersysteem onlogisch is. De kaders vanuit water en bodem gebruiken we als ordenend (sturend) bij het bepalen van de functies van de ruimtelijke inrichting. Dit betekent dat we expliciet bij onze afwegingen meenemen waar we ruimte nodig hebben voor ons watersysteem en hoe we voorkomen dat onze bodemlagen uitgeput raken. Zie ook onze spelregels fysieke leefomgeving in Hoofdstuk 3.
Verbeteren van onze bodemkwaliteit
We streven naar een verbetering van de bodemkwaliteit en de ondergrond; gezonde bodems met goede chemische, biologische en fysische conditie die meerdere ecosysteemdiensten leveren dan in de huidige situatie (2025).
Voldoen aan taak, maar ook verbeteren van verwerking afvalwater
We beschermen de volksgezondheid en de leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en naar de rioolwaterzuivering te transporten of lokaal te zuiveren. Dit doen we samen met de andere verantwoordelijke samenwerkingspartners. We willen dat de invloed op het milieu en de leefomgeving vanuit stedelijk afvalwater verwaarloosbaar is. Voor specifieke stoffen passen we een brongerichte benadering toe. Hemelwater en afvalwater worden daarom zoveel mogelijk gescheiden ingezameld en behandeld. Daarnaast streven er met de samenwerkingspartners naar om het volledige proces van inzameling en zuivering energieneutraal te maken. Idealiter is het proces qua grondstoffen(terugwinning) zelfs winstgevend.
We willen dat afvalwater en hemelwater afzonderlijk van elkaar worden ingezameld, getransporteerd en verwerkt. We streven er dan ook naar dat iedere perceeleigenaar zich bewust is van de eigen verantwoordelijkheid voor het verwerken van het hemelwater dat op het eigen terrein valt. Bij het gebruik en de inrichting van de openbare en private ruimte houden we rekening met klimaatadaptatie. Hoewel hinder en overlast in de toekomst wellicht vaker moeten worden geaccepteerd, minimaliseren we zoveel mogelijk de kans op schade en letsel.
Grondwater beschermen en verbeteren
We faciliteren en stimuleren de ambities van medeoverheden met betrekking tot grondwater. Bovenliggende wens is om de grondwaterbalans niet te verstoren. We streven naar het handhaven van een natuurlijk grondwaterpeil, ook bij een wijziging van de gebruiksfunctie van gronden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen mogen de grondwaterstanden geen negatief effect hebben op het ruimtegebruik (functies) en andersom. We richten ons op het beperken van schade en overlast, maar dit is een samenspel van burgers en overheid.
Daarnaast willen we met de samenwerkingspartners de vanuit het westen optredende verzilting in het diepere grondwater aanpakken. De prioritering voor het gebruik van oppervlaktewater uit de grote rivieren is in perioden van droogte gericht op het westen. We willen de lokale omgeving en het beheer daarop inrichten. Bijvoorbeeld via infiltratie van hemel- en oppervlaktewater.
Oppervlaktewater van goede kwaliteit en klimaatbestendig
We faciliteren en stimuleren de ambities van medeoverheden met betrekking tot oppervlaktewater. We streven er samen naar dat het oppervlaktewatersysteem van goede kwaliteit is en minder kwetsbaar is voor de gevolgen van klimaatverandering. We streven naar het verder terugdringen van de uitstoot van verontreinigingen naar bodem, grond- en oppervlaktewater door inrichtingsmaatregelen en regulering van gebruiksfuncties van de openbare en particuliere ruimte. De inrichting, het beheer en het gebruik van ons watersysteem moeten klimaatbestendig zijn (regenwater-, droogte- en hittebestendig). Zodat piekbuien zo goed mogelijk opgevangen kunnen worden en dit water kan worden vastgehouden om als buffer te dienen voor droge tijden.
Ecologische en chemische kwaliteit van grond- en oppervlaktewater op orde
In samenwerking met de verantwoordelijke partijen op dit vlak streven we ernaar de hoeveelheid verontreinigende stoffen naar bodem, grond- en oppervlaktewater te beperken. Dit betekent onder andere specifieke stoffen (zoals meststoffen) op orde krijgen in kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden om de drinkwatervoorziening te waarborgen. Als gemeente hanteren wij een stimulerende en faciliterende rol.
Ons watersysteem klimaatrobuust maken
We willen de droogteproblematiek aanpakken, vooral in de zandgebieden, en zorgen voor voldoende water voor drinkwater, natuur en land- en tuinbouw door verbetering van de veerkracht van het watersysteem. Voor oppervlaktewater en grondwater geldt: water vasthouden en vertraagd afvoeren in gebieden en vergroten van de grondwatervoorraad. Daarnaast willen we ruimte creëren voor water om de risico’s van wateroverlast vanwege weersextremen door klimaatverandering te beheren.
Drinkwatervoorziening beschermen
We streven ernaar dat in 2050 hoogwaardig drinkwater niet wordt verspild en dat de drinkwatervoorziening en omgeving met elkaar in balans zijn. We willen voldoende waterbeschikbaarheid voor land- en tuinbouw en de drinkwaterproductie in drinkwaterreserveringsgebieden waarborgen. In onze gemeente hebben we een grondwaterbeschermingsgebied ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Dit gebied is onderverdeeld in een waterwingebied (25-jaarszone) met daaromheen een grondwaterbeschermingsgebied (100-jaarszone). We willen helpen de (grond)waterkwaliteit te beschermen en daarom ook positief bijdragen aan de bufferzones rondom het waterwingebied. Daarnaast zetten we in op meer water vasthouden, ruimte voor waterberging in onze weteringen en het vertragen van waterafvoer.
De Zon- en Windvisie is momenteel in voorbereiding. Zodra deze visie is vastgesteld wordt die geacht integraal onderdeel uit te maken van de omgevingsvisie.
Werken aan de energietransitie
We werken aan de energietransitie door enerzijds minder energie te gaan gebruiken en anderzijds meer duurzame energie op te wekken. In lijn met internationale afspraken, het Klimaatakkoord en het Gelders Energiekoord hebben we als doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. Druten heeft ook haar eigen doelstelling. In 2040 willen we helemaal energieneutraal zijn. Om dit te bereiken moet er nog veel gebeuren. Als tussen doelstelling willen we CO2-emissies in onze gemeente met 55% terugbrengen in 2030 t.o.v. 1990. Hoe we de doelstellingen voor 2030 willen bereiken, omschrijven we nader in een lokale strategie.
Maatschappelijk gedragen energietransitie doorlopen
De energietransitie heeft een grote impact op omgeving. Niet alleen landschappelijk, maar ook in de wijk en de woning. Bovendien vraagt het om gedragsverandering van inwoners en bedrijven. We hebben daarom aandacht voor de sociale en maatschappelijke aspecten van de energietransitie. We streven naar een energietransitie die gedragen wordt door inwoners en bedrijven en waarin iedereen kan meekomen.
Ons energiesysteem staat niet op zichzelf
Het huidige energiesysteem in Druten is, net als in de rest van Nederland, vooral centraal ingericht. Veel van de energie die we gebruiken komt van fossiele brandstoffen die buiten de gemeente worden geproduceerd. We willen een energietransitie doorlopen waarin we toewerken naar een meer decentraal energiesysteem met een diverse energiemix, met een groeiend aandeel schone energie. Naast het besparen van energie zetten we in op het zoveel mogelijk afstemmen van het energieaanbod met de energievraag. We bieden ruimte aan innovatieve oplossingen en opslag van energie.
We doen het samen met de regio
Om te komen tot ruimtelijke invulling van energieopwekking en de verdeling van bovenlokale warmtebronnen in de regio is een regionale energiestrategie (RES) opgesteld. Ook zijn in de RES afspraken gemaakt over hoeveel hernieuwbare energie de regio moet opwekken en geeft de RES kaders in hoe de energiemix verdeeld moet zijn. In de energieopgave werkt de gemeente samen met de regio. De RES wordt periodiek geactualiseerd. De bijdrage van grootschalige energieopwek van de gemeente Druten werken we uit in een Drutense visie op zonne- en windenergie en dit vormt weer nieuwe input voor deze omgevingsvisie en de RES.
Minder energie gebruiken
Een zeer belangrijk deel van de energietransitie is dat we minder energie (fossiele brandstoffen en elektriciteit) gebruiken en dat we de energie die we gebruiken efficiënter benutten. Minimaal 1,5% energiebesparing per jaar is het uitgangspunt. Het besparen van energie moet relatief gezien worden ten opzichte van groei van inwoners en bedrijven. De gemeente zet zich in om inwoners te informeren, te stimuleren en te faciliteren om energie te besparen. We nodigen onze inwoners en ondernemers uit om met initiatieven te komen voor energiebesparing en -opwek. Ook pakken we onze eigen verantwoordelijkheid om in de eigen organisatie minder energie te gebruiken.
Transitie doormaken in warmtevoorziening
In 2050 willen we in Druten een warmtetransitie hebben doorlopen. Als gevolg van een Rijksbesluit wordt aardgas als bron langzamerhand uitgefaseerd richting 2050, met als tussendoel dat er 20% minder uitstoot door aardgasgebruik van woningen is in 2030. Als gemeente nemen we onze rol als regisseur in de warmtetransitie. Onze uitgangspunten: warmte is beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst. Dit werken we nader uit in een warmteprogramma. Daarbij bepalen we gebiedsgericht wat de beoogde warmteoplossing is. Dit bekijken we in samenhang met het elektriciteitssysteem. In Druten-West streven we ernaar om, samen met GWIB, Woonwaarts en het Waterschap een warmtenet te ontwikkelen dat gebruik maakt van warmte die onttrokken wordt aan de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Heersweg.
Ook wat betreft warmte richten we ons op het besparen van energie. We faciliteren en ondersteunen inwoners met het verhogen van het energielabel van hun koopwoning naar minimaal energielabel B, wat de woning klaar maakt voor een nieuwe warmteoplossing. We maken hierbij gebruik van een wijkgerichte aanpak.
Ruimte reserveren voor energievoorzieningen
De energie- en warmtetransitie heeft ook een ruimtelijke impact. Er moet zowel boven als ondergronds voldoende ruimte gereserveerd worden voor aanvullende energie- en hoogspanningsinfrastructuur. Bij collectieve oplossingen voor bijvoorbeeld warmteleidingen, tussenstations en duurzame warmtebronnen. In het geval van individuele oplossingen voor meer elektriciteitsleidingen en transformatorhuisjes. We houden rekening met de ruimtevraag van deze voorzieningen en streven naar een landschappelijke inpassing die ook kwaliteit heeft.
Benodigde energie zelf schoon opwekken in de gemeente
Naast energie besparen willen we meer opwek van duurzame energie stimuleren. Duurzame opwek vraagt de nodige ruimte. Druten is gelukkig hiervoor al goed op weg, er wordt al veel hernieuwbare zonne-energie opgewekt, maar de opgave is nog groot.
Onze voorkeur gaat uit naar zonne-energie, maar om de maatschappelijke kosten lager te houden en een stabiel energieaanbod te garanderen, moeten we kijken naar een mix van energie van meerdere bronnen. Een van onze uitgangspunten is dat grote opwek-projecten zoveel mogelijk gebruik kunnen maken van dezelfde bekabeling naar onderstations. Dergelijke criteria worden bij het opstellen van de visie op zon- en windenergie Druten verder uitgewerkt en zullen zo nodig in deze omgevingsvisie worden verwerkt.
Voorkeursvolgorde zon
Voor nieuwe ontwikkelingen hanteert de provincie een duidelijke voorkeursvolgorde, deze is op dit moment voor ons leidend. We streven in ieder geval naar een landschappelijke kwalitatieve inpassing voor de opwek van zonne-energie. In de op te stellen Visie zonne- en windenergie Druten wordt de voorkeursvolgorde verder uitgewerkt. Naar aanleiding daarvan zal deze omgevingsvisie zo nodig worden aangepast.
trede 1: Zonnepanelen op daken en gevels;
trede 2: Onbenutte terreinen in bebouwd gebied;
trede 3: Onbenutte terreinen in landelijk gebied;
trede 4: Landbouw- en natuurgronden.
Zoveel mogelijk regie op windenergie
Ondanks onze voorkeur voor zon, zijn we als gemeente gebonden aan regionale afspraken uit de Regionale Energie Strategie die een mix van energiebronnen voorschrijft. Om te voorkomen dat we afhankelijk zijn van provinciale besluiten willen we zelf de regie behouden over onze ruimte. Daarom formuleren we een visie op het vraagstuk van wind- en zonne-energie, waarin we de voorwaarden stellen voor windenergie en kansrijke gebieden voor windturbines. We gaan zelf de mogelijkheden voor windenergie onderzoeken in de gemeente met behulp van een participatieproces en een multicriteria-analyse (MCA).
Als algemeen uitgangspunt van de provincie geldt dat het combineren van windturbines met andere, intensieve functies in een gebied de voorkeur heeft. Het kan de beleving van een gebied onderstrepen en concentreert milieueffecten. De voorkeur van de provincie ligt bij de volgende combinaties:
combinatie met infrastructuur ((water)wegen en railverbindingen);
combinatie met regionale bedrijventerreinen;
combinatie met intensiveringsgebieden glastuinbouw;
combinatie met agrarische productielandschappen.

LET OP: de kaart geeft niet het wensbeeld van de gemeente Druten weer, maar enkel de geschiktheid van locaties zoals aangemerkt in de PlanMER RES GMR Arnhem-Nijmegen. De gemeente Druten komt met haar inwoners tot eigen criteria en potentiële zoekgebieden hierbinnen.
In de PlanMER-rapportage zit ook een kaart voor windmolens met een hoge geluidsemissie, hierin zijn de geschikte zoekgebieden kleiner. We gebruiken daarom bewust bovenstaande figuur zodat we van groot naar klein kunnen gaan.
Drutenaren denken mee in en profiteren van de energietransitie
Als uitgangspunt hanteren we in ieder geval dat grootschalige opwek in Druten zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van Druten. We streven naar 50% lokaal mede-eigenaarschap van duurzame energieprojecten, en als dat niet mogelijk is gaan we uit van een bijdrage in een omgevingsfonds.
Bij de ontwikkeling van ruimte voor de opwekking van duurzame energie (zoals zonnevelden en windmolenlocaties) gaan we uit van een landschappelijke inpassing die past bij ons ruimtelijk fundament en die bijdraagt aan biodiversiteit, waterberging en een recreatief aantrekkelijk gebied.
Knelpunten op het energienet aanpakken
We faciliteren en stimuleren de aanpak van knelpunten op het energienet. De capaciteit van onderstation Druten Puiflijk wordt flink uitgebreid en daarnaast houden we bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening met netcongestie en de energie-infrastructuur. De beschikbaarheid van duurzame energie hanteren we als medesturend. Zie ook onze spelregels fysieke leefomgeving in Hoofdstuk 3.
We bouwen duurzaam met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten
Bij elke ruimtelijke ontwikkeling maken we de balans qua kosten en baten. Wat kosten diverse maatregelen en wat leveren deze op? Zo ook wat betreft energie(bewust), circulair en natuurinclusief bouwen. Daarbij kijken we naar het heden en naar de toekomst. We willen voorkomen dat keuzes die we nu maken, leiden tot kapitaalvernietiging in de toekomst. We letten de komende jaren op de innovaties en ontwikkelingen die op deze thema’s plaatsvinden, waardoor we gedurende de looptijd van deze visie onze eisen bijstellen. Gelet op de hoeveelheid ambities bij duurzaam bouwen kunnen we niet alles waarmaken, maar we gaan er wel voor. We vragen om gedeelde verantwoordelijkheid bij duurzaam bouwen. De opgave is maatschappelijk en daarom niet enkel van ‘de gemeente’. Zie ook onze spelregels fysieke leefomgeving in Hoofdstuk 3.
Duurzaam bouwen doen we: energiebewust
Nieuwe gebouwen en woningen moeten klaar zijn voor de toekomst en daarom voorzien zijn van een goed energielabel. We bieden daarnaast ruimte voor innovatieve oplossingen die bijdragen aan het sturen van de energievraag. We zetten in op netbewust bouwen om zo de impact van nieuwe woonwijken op het elektriciteitsnet te beperken.
Duurzaam bouwen doen we: circulair
We willen een circulaire economie realiseren, waarbij we bewust met materialen omgaan. We wegen betaalbaarheid en toekomstbestendigheid zorgvuldig af en moedigen bedrijven aan op een manier te werken die goed is voor het milieu. Voor nieuwbouw richten we ons voornamelijk op de herkomst de van materialen, waarbij we sturen op 50% van het materiaal afkomstig uit niet primaire grondstoffen in 2030. Hierbij sluiten we ook aan bij de nationale doelstellingen van het Nationaal Programma Circulaire Economie.
Duurzaam bouwen doen we: natuurinclusief
We zetten in op natuurinclusief ontwerpen, bouwen en inrichten als norm te stellen. We willen dit stimuleren en zelf het goede voorbeeld geven. Bij nieuwe gebouwen streven we naar zoveel mogelijk natuurinclusieve maatregelen (bijvoorbeeld nestplekken voor vogels). We beogen dat we samenleven met de natuur en dat bouwen en natuur elkaar niet hoeven uit te sluiten. Daarbij gaan we niet alleen voor compensatie van door het bouwen verloren natuurwaarde. We gaan juist voor het toevoegen van natuurwaarde.
Duurzaam bouwen doen we: klimaatbestendig
We streven ernaar dat in 2035 zoveel mogelijk bestaande woningen klimaatbestendig (gerenoveerd) zijn. We willen dat er hittebestendig gebouwd wordt, rekening houdend met klimaatbestendigheid door aandacht voor hitte, droogte, waterbeheer en koeling mee te nemen. Naast de ambities voor bebouwing streven we ook naar het beperkt houden van verstening van de omgeving van deze gebouwen. Hierbij sluiten we ook aan bij de regionale doelstellingen van de Regionale adaptatiestrategie Rijk van Maas en Waal.
Ambities met betrekking tot klimaatbestendigheid op het gebied van water en bodem zijn opgenomen onder Pijler 3.
Klimaatbestendige woon- en leefomgeving realiseren
We willen dat onze gemeente uiterlijk 2050 klimaatbestendig is. Onder klimaatbestendig verstaan we: om kunnen gaan met de gevolgen van een veranderend klimaat, zoals hitte, droogte, wateroverlast en weereffecten. We richten ons in ieder geval op openbare ruimte, bouw, recreatie en evenementen. Met daarbij aandacht voor plant en dier.
Dit betekent in dit geval dat we de openbare ruimte klimaatbestendig willen maken en inrichten. Kortom, onze wijken en bedrijventerreinen richten we in met ruimte voor groen, waterberging en koele plekken. Daarnaast stimuleren we - en faciliteren we waar mogelijk – inwoners om hun eigen woon- en leefomgeving te vergroenen en/of de gevolgen van wateroverlast aan te pakken.
Onder klimaatbestendige evenementen en recreatiesector verstaan we dat de waterkwaliteit van recreatieplassen goed is, dat er schaduwplekken zijn langs fiets- en wandelroutes en dat evenementen zijn toegerust op gevolgen van een veranderend klimaat, bijvoorbeeld extreme weersomstandigheden. Als gemeente stimuleren en faciliteren we deze sectoren waar mogelijk.
Landelijk gebied klimaatbestendig maken
We streven ernaar dat in 2035 ons buitengebied is voorzien van een klimaatbestendige groenblauwe structuur. Dat betekent dat de agrarische sector en (natte) natuur dan bestand zijn tegen langdurige droogte en extreme regenval. Daarbij willen we alternatieve waterbronnen en bergingsmogelijkheden creëren en bij neerslag effectief inzetten, zoals de zandwinningsplas bij Deest. We faciliteren en stimuleren hierin onze ketenpartners. Zie ook paragraaf 4.4.1. Landschap.
Veilige, vitale en kwetsbare functies
We faciliteren onze ketenpartners om in 2040 vitale, kwetsbare functies optimaal te beschermen tegen mogelijke calamiteiten als gevolg van klimaatverandering. Onder andere door kwetsbare objecten, zoals rioolkasten en elektriciteitskasten bestendig te maken voor wateroverlast (piekbuien en kwel) en door ondergrondse leidingen (CAI, riool, water, elektra) bestendig te maken voor hitte. Tot slot willen we dat de bereikbaarheid ten behoeve van hulpdiensten, ondanks de klimaatverandering, onder alle omstandigheden gewaarborgd blijft.
Werkgelegenheid laten meegroeien met groei inwoners
Het aantal inwoners van Druten stijgt de komende jaren en we willen de werkgelegenheid hierin mee laten groeien. De huidige verhouding (2025) tussen banen en beroepsbevolking moet in stand blijven, zodat de werkgelegenheid meegroeit met het aantal inwoners. Hier zetten we op in door het creëren van extra ruimte voor bedrijvigheid. De toename van het aantal banen en de ontwikkeling van de werkgelegenheid moeten minimaal parallel lopen aan de Gelderse ontwikkeling. We hebben niet de illusie om jongeren die in de stad willen studeren vast te houden. We willen wel aantrekkelijk zijn voor starters door te faciliteren in voldoende goedkope woningen en voldoende werk. En zo te stimuleren dat jongeren zich blijvend vestigen en tot ‘in de oude dag’ willen verblijven in onze gemeente. Zie ook paragraaf 4.2.1 Fijn wonen.
Behouden MKB en specifieke sectoren
Kleine en middelgrote bedrijvigheid vormen het hart van de werkgelegenheid in Druten. We hebben in de gemeente Druten verschillende soorten bedrijven, zoals land- en tuinbouw, groen-, grond en infrabedrijven, maakbedrijven, dienstverlening en toerisme. Deze mix willen we behouden. We richten ons op het versterken van het lokale MKB. Bij ontwikkelingen focussen we op sectoren die al goed vertegenwoordigd zijn en daarnaast op sectoren waar opgaven in de arbeidsmarkt liggen, zoals in de zorg. Het aantal bedrijven dat aangeeft (zeer) moeizaam aan personeel te komen, willen we laten afnemen tot 25%. We faciliteren vernieuwing en doorontwikkeling van ons MKB door mee te denken in plannen en ontwikkelingen op het gebied van fysieke de fysieke leefomgeving. Dit doen we op onze bedrijventerreinen, maar ook daarbuiten. Bijvoorbeeld door ruimte te blijven bieden aan onze groen-, grond en infrabedrijven in het buitengebied in balans met onze ambities voor het buitengebied.
Toegankelijkheid en bereikbaarheid werk verbeteren
Voor iedereen moet er werk beschikbaar zijn in Druten of de directe omgeving. We willen dat ook onze inwoners, die bijvoorbeeld door een handicap moeilijk een baan kunnen vinden, volwaardig kunnen meedoen met betaald werk en dat werklocaties toegankelijk en bereikbaar zijn. We stimuleren werkgevers om hier maatregelen voor te treffen.
Dagrecreatieve aanbod kenmerken en verbreden
We streven ernaar om onze gemeente een uitstekende plek te maken om te recreëren en zo te houden. We willen een dagrecreatief aanbod, wat zich kenmerkt als een parelsnoer van kleinschalig, bezoekbaar en bekend aanbod. Daarnaast willen we ook een verbreding van het aanbod (in bereik, aantal en typen) en onze toeristisch recreatieve parels, (boven)regionaal bekend maken. We streven daarbij naar een jaarlijkse omzetgroei >2% voor dagrecreatieve ondernemers en horeca. Het dagrecreatieve aanbod, zoals de Veerdam, de Drutense, Afferdense en Deestse Waarden moet aanvullend zijn op het aanbod in de regio (bijvoorbeeld rondom De Gouden Ham, Berendonck en De Groene Heuvels). We koesteren ons breed aanbod van recreatieve belevingen in de natuurlijke omgeving: het wandel- en fietsroutenetwerk, het struingebied de Afferdense en Deestse Waarden, het boerenwandelpad in het groene Horssen, het rondje om de Uivermeertjes. In combinatie met de aanwezigheid van de vele diverse B&B’s en campergelegenheden, het verblijf rondom de Veerdam, het levendige en gezellige centrum met horeca en winkels.
We zetten in op het laten aansluiten van horeca op toeristische routes, agrarische nevenactiviteiten, bezoekbare cultuurhistorie/ateliers, een strandje of een natuurspeeltuin. De nadruk ligt op activiteiten die op een route als tussenstop dienen, of geschikt zijn voor groepen en de lokale- en seizoensproducten worden door ondernemers in de etalage gezet.
Dagrecreatieve aanbod koppelen aan verblijfsaanbod
Het dagrecreatieve aanbod van Druten en het Land van Maas en Waal willen we ook zoveel mogelijk koppelen aan het verblijfsaanbod. De (binnenlandse) fietstoerist: rustzoeker, verbindingzoeker, harmoniezoeker bieden we in de regio meer mogelijkheden door verbindingen te realiseren met omliggende verblijfsaccommodaties.
We willen in Druten verschillende bijzondere mogelijkheden om te overnachten, waarbij kwaliteit voorop staat. Kleinschaligheid, bijzonder en hoge kwaliteit moet het bredere verblijfsaanbod in Druten kenmerken. We streven naar 30.000 persoonsovernachtingen per jaar, bij campings, B&B’s en hotels, waarvan minimaal 10.000 bij B&B’s.
Groeiende zakelijke markt bedienen
We willen de groeiende zakelijke markt bedienen door de realisatie van bijzondere en verrassende vergaderlocaties te stimuleren (bijvoorbeeld toegespitst op food, health, energy), waarbij cultuurhistorie, landschap of boomgaarden worden benut.
Beleefbare cultuurhistorie en landschap
We willen ons unieke en pittoreske erfgoed meer bekend en beleefbaar maken voor toerisme en recreatie. We hebben de ambitie om onze rijke (cultuur)geschiedenis en de verbinding met de natuur daarin te laten zien. De geschiedenis van de steenfabrieken langs de Waal, de sporen ervan in het landschap en in het straatbeeld bieden een extra dimensie aan inwoners en bezoekers. Daarnaast zijn er veel bijzondere monumenten, enkele Romeins-Germaanse vindplaatsen en verhalen over de tabaksindustrie die we willen vertellen en laten zien. We zetten daarom in op het versterken van de toegankelijkheid, goede route aanduidingen, route verbindingen en informatieverstrekking.
Bedrijventerreinen klimaatbestendig en biodivers
We streven ernaar dat bedrijventerreinen groen biodivers (veel verschillende boom- en plantensoorten) en klimaatbestendig zijn ingericht. Idealiter worden maatregelen in deze ook gecombineerd. Onder groen biodivers verstaan we zoveel mogelijk aanwezigheid van inheemse beplanting, en natuurinclusiviteit met ruimte voor dieren, insecten en vogels voedselproductie waar mogelijk. Klimaatbestendig betekent in ieder geval ruimte voor waterberging, hittemaatregelen. Zo behouden werknemers verbinding met natuur en is het werkklimaat op een bedrijventerrein ook prettig.
Bedrijventerreinen met ruimtelijke kwaliteit
We streven ernaar dat bedrijventerreinen passen binnen ons dorpse en landelijke karakter en daarmee ook op de lange termijn ruimtelijke kwaliteit behouden. Dat betekent onder andere dat de kavels in principe niet groter dan 1,5 hectare met minimaal 70% bebouwing mogen worden, waarbij een verplichting van parkeren op eigen terrein geldt. We gaan voor kleinschalige bedrijfsgebouwen die uitgaan van een dorps- en landelijk karakter in vorm en uitstraling. We streven daarbij naar een bedrijfsomgeving, ondernemersklimaat en vestigingsklimaat dat past binnen ons dorpse karakter en dat onze bedrijven positief waarderen.
Onze bedrijventerreinen zijn duurzaam in energie
We streven ernaar dat bedrijventerreinen in 2040 zijn voorzien van duurzaamheidsmaatregelen voor energie (opwek en besparing). Bedrijventerreinen dienen in 2040 aardgasloos te zijn en bijvoorbeeld voorzien van zonne-energie op daken en gevels. We streven ernaar dat bedrijven(terreinen) netbewust zijn in 2030 en ná 2030 netneutraal. We stimuleren ondernemers en vastgoedeigenaren om duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Denk aan individuele maatregelen (zoals energiebesparing, circulariteit, klimaatadaptatie), maar nog liever gezamenlijke maatregelen.
Ruimte maken en houden voor groei
We streven ernaar dat er voldoende ruimte is op onze bedrijventerreinen. We willen voldoen aan de ruimtebehoefte tot 2030 van ongeveer 5,5 hectare. Met een voorraad uitgeefbaar terrein en met voldoende gezonde, tijdelijke leegstand (ongeveer 5 á 6%). Hierbij zetten we in ieder geval in op herstructurering van onze bedrijventerreinen om aan te sluiten op de (lokale) vraag. Op deze manier willen we lokale bedrijven voldoende mogelijkheden voor uitbreiding, vestiging en vernieuwing bieden.
Bedrijventerreinen zoveel mogelijk concentreren
De Drutense (bedrijven)terreinen willen we zoveel mogelijk concentreren op locaties om versnippering tegen te gaan. Westerhout (Zuid), Exclutonterrein (binnen Drutense Waarden) en Deest zijn drie locaties waar terreinen zich kunnen (door)ontwikkelen als bedrijventerrein. Uitbreiding van deze terreinen is denkbaar, maar alleen als:
Het past binnen de uitgangspunten van het Regionaal programma werklocaties (RPW): vraaggericht en gericht op eindgebruiker, maatregelen in duurzaamheid worden toegepast en als het leidt tot verbetering ruimtelijke kwaliteit.
Verdere uitbreiding in de toekomst ook energiebewust is, dat wil zeggen bijvoorbeeld in de nabije omgeving van een energiestation, of met toepassing van een oplossing in verband met netcongestie.
Uitbreidingen bijdragen aan/ in balans zijn met de overige ambities zoals benoemd in deze omgevingsvisie.
Elk bedrijventerrein een eigen duidelijk profiel en perspectief
We willen dat ieder bedrijventerrein een eigen duidelijk profiel en ontwikkelperspectief heeft. Onze bedrijventerreinen bieden in eerste instantie ruimte voor lokaal en regionaal MKB en geen logistieke distributiecentra die niet passen bij ons dorpse karakter.
We focussen op bedrijvigheid op het snijvlak van innovatieve (maak)industrie, dienstverlening en zorg, waarbij werk wordt gegenereerd, in plaats van statische opslag van goederen. Om dit te bereiken zetten we onder andere in op herstructurering. Waar onze terreinen ruimte voor hoge milieu categorieën hebben, willen we die ook behouden. Daarbij weren we dan ook lagere milieucategorieën bedrijvigheid op de betreffende bedrijventerreinen. Zie ook paragraaf 5.8.2 van deze omgevingsvisie.
Zoveel mogelijk behouden wat we hebben aan detailhandel
We willen dat het centrum van Druten nadrukkelijk als het hoofdcentrum van de gemeente fungeert. De boodschappenlocatie Scharenburg willen we behouden in de huidige vorm en opzet. Hier zien we verder geen uitbreiding of nieuwe vestigingen van publieke functies. Tot slot streven we ernaar om de dorpssteunpunten in Horssen en Afferden te behouden. We hebben hier als gemeente geen directe invloed op, maar we pakken hier waar mogelijk wel een faciliterende en stimulerende rol.
Detailhandel binnen een duidelijke structuur
In de toekomst zetten we in op één Perifere Detailhandels Vestigingen (PDV)-zone, namelijk deze in Westerhout. Hier willen we de perifere detailhandel met volumineuze artikelen centreren. Bestaande vestegingen worden gerespecteerd en beperkte uitbreiding is mogelijk, als het gaat om vernieuwing of verduurzaming. Buiten de aangewezen detailhandelsstructuur zijn nieuwe detailhandelsvestigingen ongewenst.
Aanbod in centrum Druten behouden en versterken
We streven naar het behouden van een compleet winkelaanbod bestaand uit een breed pallet aan branches en steeds meer winkels die net even anders zijn. De functiemix met lokale speciaalzaken willen we daarbij graag behouden. En een sterk aanbod aan dagelijkse boodschappen zien we als basis.
Verbinden van de twee delen van het centrum
Het centrum van Druten bestaat uit twee losse delen. We zetten in op het versterken van de ruimtelijke verbinding tussen het noordelijk en zuidelijk winkelgebied.
Aantrekkelijkheid van functies en openbare ruimte in het centrum verbeteren
In het centrum willen we zorgen voor levendigheid door recreatieve ontmoetingen in de openbare ruimte te faciliteren, door ruimte te geven aan horeca, cultuur en evenementen. We willen door middel van de inrichting zoveel mogelijk recreatief winkelen faciliteren en de publieke ruimte van de markt aantrekkelijker inrichten.
Faciliteren in ruimte voor circulaire economie
We moedigen bedrijven aan om op een duurzame en circulaire manier te werken. We realiseren ons dat circulaire bedrijven veelal meer ruimte nodig hebben. Bijvoorbeeld vanwege het sorteren en demonteren. Grondstoffen in een circulaire economie blijven gelijkwaardig in de keten. We streven ernaar dat bedrijven die bij elkaar gevestigd zijn een sluitende keten maken. Hierbij sluiten we ook aan bij de nationale doelstellingen van het nationaal programma circulaire economie.
Bereikbaarheid kernen en voorzieningen borgen
We willen dat bereikbaarheid tussen kernen met alle vervoersmodaliteiten zo optimaal mogelijk blijft. Daarnaast zetten we in op het verkleinen van afstanden (nabijheid) om te zorgen voor een goede bereikbaarheid (voor iedereen). Dat betekent dat we streven naar betere loop-, fiets-, en ov-verbindingen met cruciale voorzieningen en andere bestemmingen die voor onze inwoners belangrijk zijn. Daarbij borgen we ook dat de basisvoorzieningen (zorg) in de grotere kernen goed bereikbaar blijven met de auto. En zijn de dorpshuizen goed bereikbaar met (in ieder geval) loop-, fiets-, en ov-verbindingen.
Bereikbaarheid van bedrijventerreinen verbeteren
We willen dat elk bedrijventerrein goed en veilig is te bereiken met de fiets en met het ov. Daarbij moeten we in ieder geval aan de slag met de rotondes waar vrachtverkeer en fietsers samenkomen. We willen ook de potentie van deelmobiliteit bij bedrijventerreinen benutten, bijvoorbeeld door deelfietsen te plaatsen bij de dichtstbijzijnde bushaltes.
Verbeteren Maas en Waalweg
Ten behoeve van de regionale duurzame mobiliteit, bereikbaarheid en verkeersveiligheid is de herinrichting van de N322 tussen aansluiting Druten en knooppunt Ewijk van groot belang voor het land van Maas en Waal. Wij streven ernaar dat het verkeer op de N322 Maas en Waalweg beter doorstroomt en verkeersveiliger wordt. We blijven dit onder de aandacht brengen bij Rijk en provincie.
Ov-bereikbaarheid van knooppunten verbeteren
We willen dat Drutenaren zich goed kunnen verplaatsen en dat we goed bereikbaar zijn voor de bezoekers van de gemeente Druten. Druten heeft het voornemen om het busstation door te ontwikkelen naar een hoogwaardige openbaar vervoer knoop. Naast deze HOV-hub maken we knooppunten waar verschillende soorten vervoer samenkomen. Reizigers kunnen daar overstappen van de (brom)fiets of auto op het openbaar vervoer. We streven er daarbij naar dat het ov een degelijk alternatief is voor autoverkeer op regionaal niveau. Dit betekent dat we graag zien dat de ov-as verbindingen met Tiel, Wijchen, ‘s-Hertogenbosch en Nijmegen verbeteren. Het gebruik van openbaar vervoer stimuleren we door goede en toegankelijke haltevoorzieningen. En we dringen aan op comfortabele bussen met een betrouwbare dienstregeling. Voor een betrouwbare dienstregeling is Druten echter afhankelijk van de provincie Gelderland en de vervoerder.
Voor iedereen goed bereikbaar in 2040
We streven ernaar dat iedereen makkelijk overal kan komen. Ook voor mensen die niet zo makkelijk bewegen, slechtziende en mindervalide mensen willen we bereikbaarheid geborgd hebben in 2040. Hierbij kijken we in eerste instantie naar routes en openbare plekken waar veel mensen komen die extra aandacht nodig hebben, zoals bij scholen en zorginstellingen. We gaan uit van een infrastructuur die heel en veilig is, passend bij het karakter van een dorp of plek.
Veilig verplaatsen in de openbare ruimte
In de gemeente Druten willen we dat iedereen zich fijn en veilig voelt in de openbare ruimte en zich comfortabel en veilig kan verplaatsen. In 2030 willen we dat de gemeente Druten nog meer verkeersveilig is, zowel objectief (het aantal geregistreerde ongevallen) als subjectief (de beleving van inwoners en bezoekers). We streven naar geen “te voorkomen” verkeersslachtoffers op het lokale wegennet en om bestaande knelpunten voor wat betreft verkeersveiligheid op het wegennet op te lossen. Waarbij we extra aandacht besteden aan de kwetsbare verkeersdeelnemers.
We zorgen voor zowel fietsers als voetgangers voor veilige, degelijke paden, routes en oversteekplaatsen. In de bebouwde kom zijn nieuwe fiets- en looproutes bij voorkeur vrijliggend en met goede straatverlichting. In het buitengebied is dit ons streven waar het mogelijk is en wanneer het ook van toegevoegde waarde is. De ‘Duurzaam Veilig’ principes vormen de basis voor het ontwerp van de openbare ruimte, in de oude dorpskernen kiezen we voor zo veilig mogelijk, met behoud van het dorpse karakter.
Verplaatsen op een gezonde en actieve manier
Nu gebruiken we nog vaak de auto. We streven ernaar dat we in 2040 bij korte afstanden minder vaak de auto gebruiken en vaker gaan lopen of fietsen. Om dit gedrag te stimuleren richten we straten en wijken anders in en zetten we ook in op bewustwording en communicatie. In (nieuwe) woonwijken maken we meer ruimte voor fietsers, voetgangers, openbaar groen en verblijfsruimte, waardoor de auto een minder dominante positie krijgt. Zie ook Hoofdstuk 3, spelregels STOMP.
Parkeren meer gecentreerd, aan de randen en minder verhard
Parkeren verplaatsen we waar mogelijk naar de randen van woonwijken en het dorpscentrum. Daarbij zorgen we voor een passende oplossing voor mensen die hierdoor problemen gaan ondervinden. Parkeerplaatsen willen we daarnaast groener en klimaatbestendiger inrichten.
Snelle logische routes naar Tiel, Wijchen en richting Nijmegen
We willen veilige en comfortabele snelfietsroutes naar Tiel, richting station Wijchen en richting Nijmegen.
Verbeteren wandelstructuur
We willen het huidige wandelnetwerk behouden en waar mogelijk uitbreiden. Daarbij streven we naar een verbonden netwerk van goede wandelpaden, verbonden met de woonwijken en struinroutes in het buitengebied.
Duurzame manier van vervoer voor iedereen
We streven ernaar om het aandeel duurzame verplaatsingen dat binnen de eigen gemeente plaatsvindt te verhogen richting 2030. Dit geldt voor verplaatsingen zoals lopen, e-fietsen, speed pedelecs, openbaar vervoer, elektrische auto en nieuwe vormen van e-mobility, deelfiets of -scooter. Daarnaast streven we ernaar dat voor reizen van en naar de belangrijkste bestemmingen in de omliggende regio’s, het openbaar vervoer en de fiets in 2030 een realistisch alternatief zijn voor de auto. In 2040 willen we dat er voor iedereen (inwoners, bezoekers, werknemers etc.) een duurzame vervoerswijze of faciliteit beschikbaar is waarmee men zich verkeersveilig en comfortabel binnen en buiten Druten kan verplaatsen.
Naar schone en duurzame automobiliteit
In 2040 zetten we in op een duurzamere en schonere manier van autogebruik. We ondersteunen nieuwe ideeën, zoals mobiliteitshubs en het delen van auto’s met de straat of wijk. We faciliteren elektrisch rijden door middel van inzet op (snel)laadinfrastructuur. We zetten daarnaast in op emissieloze bevoorrading.
Bij het maken van ruimtelijke afwegingen, zoals deze omgevingsvisie (en actualisaties daarvan) en bij nieuwe ruimtelijke initiatieven gebruiken we onze spelregels, ambities en een ruimtelijke verkenning.
Ruimtelijke verkenning
Het gebruik van de ruimtelijke verkenning betekent dat we eerst onderzoeken wat de feitelijke situatie is vanuit wet- en regelgeving. De thema’s en aspecten die daarbij aan bod komen zijn in ieder geval:
Deze feitelijke informatie geeft aan in hoeverre er op een locatie wel of geen mogelijkheden zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Soms kunnen nieuwe ontwikkelingen niet plaatsvinden op basis van de regels, soms zijn nieuwe ontwikkelingen onder voorwaarden mogelijk.
Spelregels/ambities
Naast deze regels hebben we als gemeente ambities en spelregels geformuleerd die ook van invloed zijn op ruimtelijke keuzes. Een voorbeeld hiervan is dat we het belangrijk vinden dat de dorpskernen niet aan elkaar groeien. We onderzoeken in hoeverre nieuwe ontwikkelingen op gespannen voet staan of bijdragen aan de gestelde ambities. In gesprek met ontwikkelaars willen we komen tot plannen die bijdragen aan het bereiken van onze ambities, nu en in de toekomst.
In deze paragraaf zijn de eerste ruimtelijke afwegingen beschreven op basis van de ruimtelijke verkenning en de spelregels en ambities. Dit is gedaan voor de woonkernen en bedrijventerreinen.
Woonkernen
In de woonkernen komen veel ambities bij elkaar. Hieronder is een mogelijk toekomstperspectief geschetst per dorp. Voor Puiflijk is dit al verder uitgewerkt in een integrale aanpak.
Buitengebied
In het buitengebied staan we voor tal van opgaven en ambities. Daarbij hebben we ook te maken met rollen en verantwoordelijkheden van inwoners, partijen en ketenpartners. We willen en of streven naar veel, maar we zijn ook realistisch dat dit waarschijnlijk niet allemaal kan. Daarentegen willen we met het oog op de toekomst de ambities niet zomaar laten vallen. Voor het buitengebied gaan we daarom verder verkennen wat er waar mogelijk is. Deze verkenning kan zodoende leiden tot aanpassing en actualisatie van deze omgevingsvisie.
Bedrijventerreinen
Per bedrijventerrein kiezen we de gewenste ontwikkelrichting: vasthouden, optimaliseren, versterken of transformeren. Hieraan is ook een gewenst profiel gekoppeld.
De uitwerking van de ambities leidt voor Afferden tot een optimalisatie van de leefomgeving. Qua structuur zien we bij de kern geen grote uitbreidingen meer. Enkel kleinschalige woningbouw via het ‘Drutens straatje erbij principe’ met 10 à 15 woningen is hier denkbaar ten zuiden van de Koningstraat, rond de hoofdkern. Het lint is uitgesloten van verdere bebouwing. Aan de westzijde van Afferden is met name de openheid en het landschap belangrijk om te behouden en om te voorkomen dat Afferden en Druten aan elkaar vastgroeien. Dus komen hier geen ontwikkelingen die de bufferruimte laten verdwijnen. Beoogde initiatieven, zoals bijvoorbeeld woningbouw op de locatie van De Zandroos, zijn hier dan ook uitgesloten.
De uitwerking van de ambities staat voor Deest met name in het teken van een flinke uitbreiding in het kader van de al geplande woningenbouw in Deest-Zuid. Dat zorgt automatisch ook voor ontwikkelingen op andere aspecten, zoals mobiliteit en klimaatbestendigheid. Op de lange termijn, ná 2030, is er nog uitbreiding van de stedelijke kern denkbaar naar de oostkant, naar ons ‘Drutens straatje erbij principe’. Aan de westkant is er ook enkel ruimte voor ontwikkeling op perceelsniveau naar het ‘Drutens straatje erbij’ principe. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het beschermde dorpsgezicht.
Druten verandert de komende jaren nog flink door de uitvoering van al geplande woningbouwontwikkelingen. Voor de periode ná 2030 zijn er zowel binnen de bestaande kern als aan de randen, bijvoorbeeld ten oosten van de Scharenburg in de richting van sportcomplex De Gelenberg, voldoende potentiële locaties waar gebouwd zou kunnen worden. Om ons dorpse karakter te behouden is het van belang om hierbij keuzes te maken en te faseren. Naast woningbouwontwikkelingen zijn er ambities specifiek voor de revitalisering van het centrum. Al met al zorgen de ontwikkelingen automatisch ook voor ontwikkelvragen bij andere aspecten, zoals mobiliteit en klimaatbestendigheid. De openheid en het landschap aan de oostzijde van Druten zijn belangrijk om te behouden. Hier komen geen ontwikkelingen die de buffer tussen Druten en Afferden laten verdwijnen.
De uitwerking van de ambities leidt in Horssen, Molenhoek en de Aspert tot optimalisatie van de leefomgeving. Qua structuur zien we bij de kern Horssen geen grote uitbreidingen meer. Enkel kleinschalige woningbouw via ons ‘Drutens straatje erbij’ principe met 10 à 15 woningen is hier denkbaar aan de oostkant van Horssen. De karakteristieke lintbebouwing van buurtschap de Molenhoek moet gevrijwaard blijven van verdere bebouwing. In de Aspert zien we geen uitbreidingsmogelijkheden.
De uitwerking van de ambities staat voor Puiflijk met name in het teken van uitbreiding en transformatie. We richten ons hier op woningbouw op de locatie Van der Zandt, de ‘Mulders locatie’ en de aanpak van het dorpshart. Naast woningbouw dient er een groene buffer te worden aangebracht richting Westerhout-Zuid en de zuidwestkant van Druten. Daarnaast wordt bedrijventerrein Westerhout-Zuid ook nog uitgebreid. Hierdoor krijgt de locatie Van der Zandt een gelijkmatige invulling met woningbouw en bedrijvigheid. Het dorpshuis De Lier en de basisschool ondergaan een transformatie. Bij de ontwikkelingen gaan we gelijk aan de slag met mobiliteitsvraagstukken. De Oude Toren en terp willen we aanpakken. In de openbare ruimte gaan we aan de slag met vergroenen, klimaatbestendig maken, speeltuinen en het realiseren van aantrekkelijke loop- en beweegroutes.
In de Drutense Waarden, waaronder de Kaliwaal, streven we naar een balans tussen verschillende ruimtevragers. We willen in ieder geval ruimte (blijven) geven aan natuurontwikkeling, kleinschalige recreatie, watergebonden bedrijvigheid en agrarisch natuurbeheer. Allen met inachtneming van de ruimtelijke kenmerken en de ambities in deze omgevingsvisie.
De Afferdense en Deestse Waarden zien we als gebied voor natuur en kleinschalige struin- en wandelrecreatie.
Profiel Bedrijventerrein Deest en Uivermeertjes Zuid West: Nabij Deest een klassiek industrieel en (deels) watergebonden bedrijventerrein met bijpassende uitstraling. Dit terrein is voor grootschalige en arbeidsintensieve bedrijvigheid en hoge milieucategorieën. Ten zuidwesten van de Uivermeertjes is op dit moment specifieke bedrijvigheid gekoppeld aan de lokale omstandigheden. Voor de toekomst willen we dit gebied transformeren, waarbij de bedrijventerreinfunctie wordt losgelaten en dit deelgebied kan aansluiten op de recreatieve- en natuurfunctie van het totale gebied ‘Uivermeertjes’. In principe zien we op beide locaties geen mogelijkheden voor wonen.
Profiel Bedrijventerrein Kerkeland: gemengd gebied met wonen, zorg, onderwijs en kantoorfuncties. De bedrijventerreinfunctie wordt losgelaten en kan aansluiten op het woongebied in Druten. Op termijn streven we naar transformatie naar meer wonen.
Profiel Bedrijventerrein Klepperheide: gemengd gebied en kleinschalige werklocatie binnen de dorpse structuur. We willen dat de panden en publieke ruimte meer hoogwaardige en groene uitstraling krijgen. Op dit terrein zien we plek voor kleinschalige MKB met weinig tot geen transportactiviteit. Wonen is mogelijk.
Profiel Bedrijventerrein Westerhout Noord: moderne werklocatie met nette, functionele uitstraling. Mix van verschillende typen bedrijvigheid (in sector en grootte). Het terrein heeft een duidelijke routing met duidelijke clusters:
Westerhout westzijde detailhandel en ‘abc’ met groene uitstraling.
Westerhout oostzijde maakindustrie en grootschaligere bedrijvigheid met intensievere transportbewegingen) met functionele uitstraling.
Voormalige VION-terrein: n.t.b.
Het Erfgoed: werken-wonen met groene uitstraling.
We streven naar het clusteren van zware bedrijvigheid en milieucategorieën, bij voorkeur in een zonering van zwaar (noordelijk) naar licht (zuidelijk) op Westerhout en verdere ontwikkeling daarvan.
Profiel Bedrijventerrein Westerhout Zuid: moderne, vitale, functionele werklocatie (zonder wonen). Mix van lokale en (inter)nationale bedrijven. Hoogwaardige uitstraling en ruimte voor innovatieve bedrijven. Eventuele uitbreidingslocatie. Duurzaamheid, veiligheid en samenwerking staan hoog in het vaandel en vormen aantrekkelijke vestigingsfactoren.
Profiel Excluton, Rodruza en Haven: Het Exclutonterrein (in de Drutense Waarden) behoudt zijn huidige functie en milieucategorie. Regionaal is het aangemerkt als potentieel ontwikkelgebied voor watergebonden bedrijvigheid, maar dit is alleen wenselijk als er met vestiging van bedrijvigheid, de potentie van een ander gebied wordt vergroot (bijvoorbeeld verplaatsing Loonse Waard, waardoor er mogelijkheden voor recreatie komen). Rodruza is een potentiële ontwikkellocatie voor andere functies, zoals recreatie, niet voor wonen. De haven behoudt de huidige functie en biedt op mogelijk op termijn kansen om te transformeren.
Eventuele modernisering bedrijfsmatige havens in balans met overige ambities
Als er op termijn behoefte blijkt aan het moderniseren van de bedrijfsmatige havens om zo verkeer over de weg te verminderen, streven we naar een integrale gebiedsontwikkeling, waarin ons ruimtelijke fundament en de overige ambities samenkomen. We staan ervoor open om mogelijkheden te onderzoeken.
Locatiekwaliteit Rodruza en Boldershofkapel benutten
Druten beschikt met het Rodruza-terrein en de Boldershofkapel over twee potentiële ontwikkellocaties. We streven ernaar om de locatiekwaliteit van de ligging, omgeving en de cultuurhistorie (leegstaande steenfabriek, Boldershofkapel als gemeentelijk monument tegen het centrum aan) te benutten. De mogelijkheden blijven echter afhankelijk van de wensen van de eigenaren. Bij de Boldershofkapel zijn er ook andere invullingen (wonen, zorg, bedrijvigheid) denkbaar. Voor het Rodruza-terrein zien we kleinschalige extensieve recreatie voor ons, met het oog op cultuurhistorie. We willen samen een goed investeringsklimaat ontwikkelen voor deze locaties.
Bij een visie hoort een kaart. De kaart wijst ons de weg. In deze omgevingsvisie hebben we per pijler (waar mogelijk) onze ambities aangegeven met icoontjes. Zie hiervoor de ambities in hoofdstuk 4 en de gebiedsgerichte doorkijk in voorgaande paragraaf.
Op onderstaande kaart staat aangegeven waar zich iets bevindt en welke ontwikkelingen of plekken een belangrijke rol hebben bij het oppakken van vraagstukken uit de omgevingsvisie de komende jaren.

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op hoe de omgevingsvisie verder wordt uitgewerkt en bijgewerkt, hoe de gemeente haar rol in de uitwerking en uitvoering ziet en hoe er wordt omgegaan met kosten van ruimtelijke ontwikkelingen.
‘’Samen sterk, Samen Druten. Daar gaan wij voor!’’
In de uitwerking van deze omgevingsvisie, maar ook in het dagelijks werk wanneer er initiatieven en projecten voorbijkomen, gaan we uit van samenwerking. De gemeente is een uitvoeringsinstantie van de samenleving en is onderdeel van de samenleving.
Bij samenwerking gaan wij dan ook uit van het volgende motto, uit de Toekomstvisie:
Overheid en bewoners zijn zich bewust van ieders verantwoordelijkheid, participeren in het zoeken naar oplossingen en spannen zich maximaal in om tot een goede oplossing te komen.
We werken als gemeente graag samen met onze inwoners, bedrijven en organisaties. Samen kunnen we veel bereiken. Maar, we kunnen niet alles. Er zijn soms tegengestelde belangen of is er te weinig geld of te weinig personeel. Daarom moeten we keuzes maken. Zo ook in onze dienstverlening. We houden blijvend aandacht voor dienstverlening, open zijn in de keuzes die we maken, en dat deze passen bij de behoefte van inwoners.
Samenwerking en rollen
In de samenwerking komen we de volgende rollen tegen:
We werken samen met inwoners aan uitwerking van ambities
De ambities uit deze omgevingsvisie werken we verder uit en deze leiden tot maatregelen en projecten. Wanneer wij als gemeente hiervoor aan de lat staan, gaan we actief op zoek naar de samenwerking met de samenleving.
We denken mee, faciliteren en stimuleren
Vanuit onze wettelijke taak en deze omgevingsvisie denken we mee met initiatiefnemers in wat kan en mag. Dit doen we zoveel mogelijk aan de voorkant van aanvragen en projecten. We stimuleren en faciliteren initiatieven waar mogelijk, door bijvoorbeeld het faciliteren van een locatie of stimuleren door financiering.
We houden contact en moedigen aan
We willen met onze voelsprieten in de samenleving staan, door onder andere contact te houden met belangenorganisaties. We luisteren regelmatig om goed op de hoogte te zijn van wat er speelt in de samenleving.
We regelen niet meer dan nodig
Regels stellen we vanuit onze wettelijke taak, ons fundament en onze ambities, maar regels gaan niet verder dan nodig. Bij een goed idee wordt er meegedacht in het kader van experimenteerruimte/proeftuinen, zolang het doel en het gedeelde belang centraal staat.
Met deze omgevingsvisie borgen we onze ambities, onze spelregels fysieke leefomgeving en schetsen we het publiekrechtelijke kader. Binnen dit kader kunnen zich ruimtelijke ontwikkelingen voordoen. Gemeenten zijn onder de Omgevingswet verplicht om de kosten die ze maken te verhalen op initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Het betreffen zowel gebiedseigen kosten als bovenwijkse kosten. Voor deze laatste categorie wordt in Druten de Nota bovenwijkse voorzieningen toegepast.
Kostenverhaal is aan de orde bij aangewezen bouwplannen en aangewezen gebruiksactiviteiten voor een nieuw toegedeelde functie. Wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit en betreft samengevat:
de bouw van één of meer woningen of andere gebouwen (waaronder ook kassen);
een uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 vierkante meter bruto-vloeroppervlakte;
de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen voor ander gebruik.
Kostensoorten
De Omgevingswet beperkt het kostenverhaal tot een aantal specifieke kostensoorten en geeft ook regels over de berekening daarvan en over criteria waaraan ze moeten voldoen, de zogenaamde PTP-criteria (profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit). Op basis van deze criteria wordt bepaald of de kosten geheel of gedeeltelijk aan een kostenverhaalsgebied kunnen worden toegerekend.
Het kostenverhaal verzekeren we in Druten bij voorkeur privaatrechtelijk met een anterieure overeenkomst. Als dit niet mogelijk is, dan zullen we het kostenverhaal publiekrechtelijk regelen door het opnemen van kostenverhaalregels in het omgevingsplan of via het opnemen van kostenverhaalsvoorschriften in de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Vrijwillige financiële bijdrage
De Omgevingswet biedt een expliciete grondslag voor een overeenkomst over een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling bij een wijziging van het omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Dit is geregeld in artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit. Een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling is een financiële bijdrage in de kosten van ontwikkelingen die niet onder kostenverhaal vallen, maar die wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied.
Afdwingbare financiële bijdrage
Om de ambities uit de Omgevingsvisie waar te maken, zijn ook investeringen nodig om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren. Hiervoor zijn in artikel 8.21, lid 1 van het Omgevingsbesluit zes categorieën aangewezen:
1. wijziging inrichting landelijk gebied;
2. aanleg of wijziging natuurgebieden;
3. aanleg infrastructuur;
4. aanleg recreatievoorzieningen;
5. sociaal vereveningsfonds;
6. stedelijke herstructurering.
Aandachtspunt is dat voorzieningen/maatregelen die in de Nota bovenwijkse voorzieningen zijn opgenomen -en dus via het reguliere kostenverhaal lopen- (ook) niet via de afdwingbare financiële bijdrage kunnen terugkomen.
Praktijk
Momenteel vindt het kostenverhaal plaats op basis van de Beleidsnotitie Kostenverhaal Druten 2024. Het idee is om deze beleidsnotitie elke nieuwe collegeperiode te actualiseren. De Nota bovenwijkse voorzieningen gaat in de eerstvolgende actualisatie dan een bijlage vormen bij de beleidsnotitie met een dynamische verwijzing naar deze bijlage. Op deze manier kan de Nota bovenwijkse voorzieningen tussentijds gewijzigd worden als daartoe aanleiding bestaat. Bijvoorbeeld wanneer de omgevingsprogramma’s, waarmee vanaf 2026 gewerkt gaat worden, gevolgen hebben voor deze nota.
Onze werkwijze
Met deze omgevingsvisie zijn we nog niet klaar; we staan aan het begin van een cyclisch proces (de beleidscyclus). Van ambitie naar maatregelen, naar uitvoering en monitoring en evaluatie. De ambities in deze omgevingsvisie zijn voor de lange termijn opgeschreven en vragen om uitwerking. Voor de uitwerking van doelen naar concrete uitvoering zijn drie instrumenten uit de Omgevingswet beschikbaar:
Het omgevingsprogramma: dit instrument gaat in op ‘Hoe’ we werken aan de ambities.
De omgevingsvergunning: deze bevat de toestemming voor activiteiten (zoals bouwen).
Na het vaststellen van de omgevingsvisie is de volgende stap de uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. We willen bereiken dat er meer samenhang komt in ons beleid (van sectoraal naar integraal) en dat het beleid in lijn is met de ambities en het fundament uit deze omgevingsvisie.
Ambities uitwerken in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan
Een omgevingsprogramma moet in eerste instantie altijd een uitwerking zijn van de omgevingsvisie. De omgevingsprogramma’s passen zo altijd binnen de kaders van de omgevingsvisie en kunnen daarnaast eventueel ingaan op zaken die niet direct in de omgevingsvisie staan. We houden ons beleid actueel en voorkomen we dat misverstanden tussen het beleid ontstaan. Door nieuwe vraagstukken, actualisaties en andere ontwikkelingen kunnen we omgevingsprogramma’s en/of toevoegen, samenvoegen of wijzigen.
We gaan de ambities uit deze omgevingsvisie uitwerken in integrale omgevingsprogramma’s, programma’s die voortkomen uit- en aansluiten op de pijlers in deze omgevingsvisie (en de Toekomstvisie). De omgevingsprogramma’s krijgen allemaal een ‘strategische kop’ waarin alle ambities uit de omgevingsvisie worden vertaald naar tactische doelen. In het tweede deel van een omgevingsprogramma wordt de uitwerking van de doelen opgenomen. Namelijk welke acties en maatregelen de gemeente gaat uitvoeren om de doelen te bereiken. In deze uitwerking kan ook onderscheid worden gemaakt in gebieden van de gemeente.
De omgevingsvisie vertalen we naast omgevingsprogramma’s ook door in het gemeentelijke omgevingsplan. In lijn met deze omgevingsvisie wordt er zo een juridische regeling opgesteld om ambities en wettelijke normen te borgen.
Bestaand- en nieuw beleid in een beleidshuis
Op dit moment is er binnen de gemeente nog veel sectoraal beleid naast de omgevingsvisie. Het bestaande beleid bestaat vaak uit een ambitie- en uitvoeringscomponent en kan niet altijd 1-op-1 worden opgenomen in de omgevingsvisie of in een omgevingsprogramma. We willen ons eerder vastgestelde beleid daarom vertalen naar- en onderbrengen in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan en dat volgt de volgende fase.
Nieuw beleid moet binnen de eerdergenoemde instrumenten een plek krijgen. Deze omslag gaat de komende jaren gaandeweg plaatsvinden. Ondertussen gaat het werk gewoon door. Dit betekent dat ook nieuw beleid vastgesteld gaat worden. Dit beleid wordt te zijner tijd ondergebracht worden in de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan.
We bouwen hiermee aan een structuur, een 'beleidshuis'. Hiermee wordt inzichtelijk op welke manier we het bestaande beleid en beleid in aanbouw gaan organiseren. Het beleidshuis vormt de basis voor de integrale omgevingsprogramma’s en is daarmee een belangrijke stap in de beleidscyclus (van sectoraal naar integraal).
Werkwijze
Voor het opstellen van omgevingsprogramma’s kan de gemeenteraad kaders stellen aan welke specifieke inhoudelijke en procesmatige onderdelen er aandacht moet worden besteed. Het college vertaalt deze kaders in een omgevingsprogramma. Het college is eindverantwoordelijk voor het opstellen van het omgevingsprogramma, maar de Raad wordt hierover geïnformeerd. Hoe dit procedureel er uit komt te zien wordt nader bepaald.
Toelichting
Het werken volgens de beleidscyclus en met de instrumenten van de Omgevingswet gaat uit van een verhouding tussen college en gemeenteraad gelet op kaderstelling en uitvoering. De wetgever (nationale overheid) heeft als uitgangspunt voor ogen dat de gemeenteraad gaat over het lange termijn en het strategische en kaderstellende beleid.
Het college gaat over de uitvoering van het beleid. De verhouding bij de ruimtelijke planinstrumenten is als volgt:
Werkwijze
Aanpassingen van de Omgevingsvisie worden gebundeld over een periode en doorgevoerd via de openbare voorbereidingsprocedure. Gedane aanpassingen worden vastgelegd in een ‘versienotitie’, een bijlage van de omgevingsvisie met daarin een overzicht van wat is aangepast en waarom. In deze bijlage wordt dan ook de mogelijke participatie verantwoord. Afhankelijk van de aanleiding en ernst van de aanpassing wordt participatie al dan niet georganiseerd. De versienotitie omvat ook een inventarisatie van eventuele doorwerking van aanpassingen naar andere instrumenten en beleid.
Monitoring en evaluatie
Aan de ambities uit deze omgevingsvisie worden in omgevingsprogramma’s maatregelen en relevante indicatoren gekoppeld. Aan de hand van de maatregelen met indicatoren kan de voortgang van de ambities worden bepaald. Niet elke ambitie is te kwantificeren, of in sommige gevallen gaat het om een project. Uiteindelijk wordt per ambitie bepaald of deze kwalitatief of kwantitatief wordt geëvalueerd. Evaluatie gebeurt volgens een nader te bepalen cyclus.
Toelichting
De Omgevingsvisie is een instrument dat kan worden gewijzigd wanneer er aanzienlijke veranderingen in de maatschappij of leefomgeving plaatsvinden die vragen om herijking van strategische keuzes voor de lange termijn. Gaandeweg vinden nieuwe ontwikkelingen plaats en er ontstaan nieuwe inzichten. Gestelde doelen en gemaakte keuzes kunnen dan niet meer aansluiten op de dagelijkse werkelijkheid. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit monitoring en evaluatie van de voortgang van het behalen van onze doelen en ambities. Er kan dan aanleiding zijn om een omgevingsvisie op specifieke onderdelen, of op een thema bij te werken. Uiteraard krijgt ook de gehele omgevingsvisie een update wanneer daar noodzaak toe is. Dit wordt (op onderdelen) in iedere bestuursperiode of eerder getoetst.
De Visiekaart is bijgevoegd met legenda.
Proces opstellen omgevingsvisie
In 2022 is gestart met een Plan van Aanpak (link) met participatieaanpak vastgesteld om te komen tot een omgevingsvisie 1.0. De omgevingsvisie is dé integrale en strategische langetermijnvisie van de gemeente voor de fysieke leefomgeving en het gehele grondgebied van de gemeente. De Omgevingsvisie is een verplicht instrument en vindt haar basis in de Omgevingswet.
Fase 1
Het Plan van Aanpak beschreef het proces om tot een Omgevingsvisie te komen. Het proces bestond uit vijf fases. De eerste fase stond in het teken van het opstellen van het plan van aanpak. Dit is begin 2022 goedgekeurd door de gemeenteraad. In deze fase zijn bestaande gemeentelijke beleidsstukken geïnventariseerd en geanalyseerd, evenals relevante beleidsdocumenten uit de regio of de provincie. Daarnaast is de communicatiestrategie en het participatietraject voorbereid als onderdeel van het traject om te komen tot een toekomstvisie.
Fase 2 en 3
Op basis van de uitkomsten van deze analyse vond een dialoog plaats met inwoners en betrokken partijen. Hierbij is de omgevingsvisie meegelift op het participatietraject van de toekomstvisie. In deze gesprekken was het doel de kernwaarden van de gemeente op te halen. De opbrengsten uit deze gesprekken zijn vertaald naar een toekomstvisie voor de gemeente (Toekomstvisie Druten 2040). Na de toekomstvisie is een contourschets van de omgevingsvisie is opgesteld. Deze schets vormde de basis voor verdere gesprekken met de samenleving, het college en de gemeenteraad.
Fase 4
In fase 4 is op basis van alle opgehaalde informatie een ontwerp van de omgevingsvisie gemaakt. Hierbij zijn de beleidsanalyse en -inventarisatie, de toekomstvisie, de input uit de participatie en de ruimtelijke verkenning gebruikt.
Fase 5
Tot slot wordt de ontwerp omgevingsvisie vrijgegeven voor inspraak. Alle reacties op dit ontwerp worden verzameld en verwerkt in een definitieve omgevingsvisie. Deze wordt vervolgens ter besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraad, die uiteindelijk de omgevingsvisie vaststelt.
Het participatietraject
Het doel van participatie is om de hele gemeente te betrekken bij het opstellen van de omgevingsvisie, om tot een omgevingsvisie van en voor inwoners van gemeente Druten te komen. De toekomstvisie had dezelfde doelstelling. Om deze reden zijn de participatietrajecten voor deze twee documenten gelijktijdig opgepakt. Door een mix van communicatie- en participatiemiddelen te gebruiken konden we verschillende doelgroepen bereiken en is het proces laagdrempelig en uitnodigend gemaakt. Het participatieniveau gedurende het traject was raadplegen en adviseren, waardoor iedereen input kon geven en kon meedenken over de belangrijke thema’s. Participatie vond voornamelijk plaats in fases 2 tot en met 3.
In de verschillende fases zijn verschillende methodes gebruikt om inbreng te halen bij inwoners, organisaties en bedrijven in de gemeente. De communicatie ging via bestaande kanalen: websites en lokale kranten, social media, en nieuwsbrieven van dorpsteams of ondernemers.
Fase | Online methode | Offline methode |
1. Voorbereiding | Opzetten digitaal platform |
|
2. In gesprek over onze kernwaarden | Digitale vragen en stellingen | Toekomstbankje Rondje door Druten |
3. Bepalen ambities en keuzes | Digitale enquête en stellingen | Thematafels in iedere kern, vragenlijst in de krant. |
4. ontwerp omgevingsvisie | Digitaal geven van procesinformatie | Procesinformatie |
5. vaststellen omgevingsvisie | Feestelijk filmpje publiceren | (feestelijke) offline presentatie |
De resultaten van Swipocratie en de gespreksrondes vindt u hier:
Ter inzagelegging
De omgevingsvisie versie 1.0 heeft van 18 juni tot en met 30 juli 2025 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er 8 schriftelijke zienswijzen binnengekomen. Na afloop van de periode van ter inzagelegging zijn de zienswijzen door de gemeente behandeld en beantwoord in de Reactienota Omgevingsvisie Druten. In de reactienota zijn ook eventuele wijzigingen in de concept versie van de omgevingsvisie benoemd.
Verantwoording mer
In de Omgevingswet is opgenomen voor welke ‘plannen’ een zogenaamde plan-m.e.r.-plicht geldt. Een plan-mer plicht betekent dat een procedure moet worden doorlopen waarbij mogelijke effecten op het milieu in kaart worden gebracht. Een plan-mer is verplicht als een omgevingsvisie (in dit geval ‘plan’), kaderstellend is voor mer-(beoordelings)plichtige besluiten. Oftewel als een omgevingsvisie in ontwikkelingen voorziet die mogelijk gevolgen hebben voor het milieu en waarbij de ontwikkeling als categorie is benoemd onder de Omgevingswet. De concreetheid van ontwikkelingen is dan belangrijk (omvang en type activiteiten) om te kunnen bepalen in hoeverre een omgevingsvisie kaderstellend is.
De Omgevingsvisie Druten bevat geen nieuwe concrete (grote) ontwikkelingen. Voor wat betreft nieuwe ontwikkelingen worden er enkel denkrichtingen geschetst. Deze denkrichtingen, in de vorm van ambities, moeten nog nader worden geconcretiseerd om de effecten op het milieu effectief te kunnen bepalen. Daarom is ervoor gekozen om in dit stadium voor de omgevingsvisie geen plan-mer-procedure te doorlopen. Nieuwe ontwikkelingen hebben we agenderend opgenomen. Zoals het voornemen om op te zoek gaan naar nieuwe woningbouwlocaties voor ná 2030.
Ondanks dat er geen procedure is doorlopen is het milieubelang wel degelijk meegenomen in het proces van het opstellen van de omgevingsvisie. Er is een ruimtelijke verkenning opgesteld, waarin diverse milieuthema’s zijn opgenomen. Deze milieu-informatie is input geweest voor het opstellen van de ambities in de omgevingsvisie. Daarnaast zien meerdere ambities toe op het milieubelang en verbetering van het milieu, evenals de ruimtelijke spelregels die belangen borgen. Dat neemt niet weg dat er ook tussen ambities waarschijnlijk belangen gaan botsen. Voor de uitwerking van de omgevingsvisie zijn het milieubelang en potentiële effecten op het milieu dan ook geagendeerd.
Overkoepelend
Beleidsstukken:
Pijler 1: Thuis in dorpse gemeente Druten
Beleidsstukken:
Pijler 2: Gezond, sociaal en veilig samenleven
Beleidsstukken:
Beleidsplan Wmo, Jeugd en Gezondheid 2025-2028
Gezond en Actief Leven Akkoord 2023-2026
Speelruimteplan Druten 2025-2034
Beleidskader toekomst voetbal Druten
Pijler 3: Aantrekkelijk en duurzaam landschap
Beleidsstukken:
Beleidsplan Water en Riolering Druten | 2023-2027
Beleids- en Uitvoeringsplan Natuur en Biodiversiteit Druten
Regionale adaptatiestrategie Land van Maas en Waal 2019
PROJECTPORTFOLIO Overzicht van de Groen-Blauwe projecten in de Groenemetropoolregio Arnhem-Nijmegen
Kadernota Agrifood (PrvG)
VLGG
WRN Visie op de waterketen EINDVERSIE 6‑2‑17 schoon
Pijler 4: Energieneutraal en klimaatbestendig
Beleidsstukken:
Duurzame Warmteplan Druten
Transitievisie Warmte – gemeente Druten
LES Lokale energiestrategie Druten
Regionale adaptatiestrategie Land van Maas en Waal
'Routekaart Energieneutraal Druten 2040’
Concept energievisie Gelderland
Pijler 5: Sterke lokale economie
Beleidsstukken:
Pijler 6: Goed bereikbaar en verkeersveilig
Beleidsstukken:
Ruimtelijke verkenning
De verkenning geeft op basis van beschikbare GEO-data weer waar ontwikkelingen zouden kunnen plaatsvinden in het buitengebied van de Gemeente Druten. De beschikbare kaartlagen zijn geclassificeerd op basis van een stoplichten-model (rood, oranje en groen) Hieronder wordt per fase omschreven hoe Ruimtelijke verkenning tot stand is gekomen.
Verkenningsfase
Relevante feitelijke informatie is bijeengebracht en overzichtelijk gepresenteerd op GIS-gebaseerde themakaarten, waarbij relevante ruimtelijke relaties (aanjagers, conflicten en meekoppelkansen) worden geïdentificeerd. Zo ontstaat een kwalitatief-ruimtelijke analyse waarbij cultuurhistorische, ruimtelijke, programmatische en infrastructurele gelaagdheid in beeld zijn gebracht. Ook is het meest relevante beleid en de ruimtelijke beleidsopgave op hoofdlijnen samengevat, bijvoorbeeld op het gebied van hoofdgroenstructuren (GNN en GO), water en milieuzones.
Van confrontatie en afwegingsfase naar Ruimtelijke verkenning
In een afwegingskader is de informatie uit de eerste fase bijeengebracht. Hieruit volgt kwalitatief en kwantitatief op hoofdlijnen inzicht in de mogelijkheden voor wonen en werken, maar ook voor groen en recreatie, op grond waarvan meekoppelkansen inzichtelijk worden gemaakt. Getoetst is waar woningen (en werklocaties) mogelijk zijn.
Uitwerken tot definitieve Ruimtelijke verkenning
Op basis van de resultaten uit voorgaande stap en een beoordeling op expert judgement is de Ruimtelijke verkenning verder geconcretiseerd naar kaartbeelden en toelichting op de uitwerking waarin met name de aspecten archeologie en cultuurhistorie als variabelen in beeld zijn gebracht en wat de effecten daarbij zijn op de mate waarin locaties voor wonen en werken geschikt zijn. Dit omdat deze aspecten weliswaar randvoorwaarden (en nader onderzoek) vereisen alvorens er mogelijk gebouwd kan worden, maar deze aspecten sluiten in veel gevallen niet op voorhand de stedelijke uitleg uit. Als contramal daarvan wordt een voldoende robuuste visie geschetst op de landschappelijke, ecologische en recreatieve structuur van de gemeente, in samenhang met doorlopende structuren binnen de gemeente, zoals de GNN, beschermde en hooggewaardeerde gebieden etc, waar dorpsontwikkeling is uitgesloten.

De kaarten uit de verkenning even aan met welke ruimtelijke randvoorwaarden rekening gehouden dient te worden bij de ontwikkeling, bijvoorbeeld dat een archeologisch onderzoek nodig is, dat voorzieningen voor regenwateropvang benodigd zijn of dat bestaande cultuurhistorische of landschappelijke kenmerken moeten worden meegewogen bij de uitwerking van een ontwerp voor een gebied. De verkenning geeft daarbij antwoord op deze vraag vanuit de onderliggende gebiedswaarden.
Beleidsambities en de verkenning
Vragen die met de verkenning kunnen worden beantwoord, zijn waar kan aan de rand van bestaande dorpen in de toekomst nog gebouwd worden voor wonen en werken, zonder dat daarbij bestaande waarden worden aangetast. Maar ook kan worden nagegaan welke randvoorwaarden er gelden bij eventuele woningbouw of ontwikkeling van werklocaties op een specifieke locatie. Kortom, wat kan er.
Van wat kan naar wat willen we!
Vervolgens is het van belang om te kijken naar wat wenselijk is, welke kernkwaliteiten willen we behouden en welke ambities er zijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Vanuit beleid en de participatie zijn de kernkwaliteiten, ambities en spelregels geformuleerd en deze zijn over de ruimtelijke verkenning gelegd. Dat heeft geleid tot aanscherping van de ambities en de gebiedsgerichte doorkijk. Kortom op basis van wat de voorliggende omgevingsvisie.
/join/id/regdata/gm0225/2025/06b108eda8f34470981f12cdddb13ce0/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/2d5d6233a749428597b5a7bcb0ab968d/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/6cc2a56cf3cc4627b0d8eb5c41ee9e10/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/a882621873224a1c80a03f4f29f97bf9/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/e803875284a646d5a41a1bf9704ac106/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/88bbddb769b04e9da6ea9858b655ab11/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/af5602fa9bf841e3b001b75756de6d95/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/742af84fa2d34b85829c95ae55092778/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/0e05f5e350b54de697a1870e8f2df348/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/410ac31a0ec642979bfb38022ebb890e/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/25daae5274714dc0a4b0812a59cebef9/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/bb174db500104a6891fcb7b1f46738b3/nld@2025‑12‑22;13580018
/join/id/regdata/gm0225/2025/a13e60264efd4c8087698eeb10a2258a/nld@2025‑12‑22;13580018
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-568579.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.