Besluit mandaat, volmacht en machtiging havenmeester 2026

Het college van Burgemeester en Wethouders,

 

De burgemeester,

 

ieder voor zover het aan hen toekomende bevoegdheden betreft;

 

  • gelet op afd. 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 171 tweede lid van de Gemeentewet en de Havenverordening Urk 2026;

b e s l u i t :

 

het Besluit mandaat, volmacht en machtiging havenmeester 2026 vast te stellen.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

 

  • a.

    mandaat: mandaat voor uitoefening van bestuursrechtelijke bevoegdheden en waar van toepassing daarmee verband houdend.

  • b.

    volmacht: volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen respectievelijk machtiging het verrichten van feitelijke handelingen;

  • c.

    havenmanager: degene die in het kader van de Havenverordening als zodanig door het college is aangesteld en de coördinerende taak heeft over de bevoegdheden en taken van de havenmeesters;

  • d.

    havenmeester: degene die in het kader van de Havenverordening als zodanig door het college is aangesteld (en diens plaatsvervangers);

  • e.

    beheersgebied: de wateren, havens of vaarwegen alsmede alle tot deze wateren behorende kunstwerken, scheepshellingen, dokken, scheepswerven en los- en laadplaatsen en het parkeerterrein binnen het havengebied Urk, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Dit besluit is van toepassing in het beheersgebied zoals nader aangegeven op de kaart in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 3 Bevoegdheden havenbeheer

Aan de havenmanager wordt mandaat verleend tot:

 

  • a.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2.10, 4.1 en 5.5 van Havenverordening Urk 2026;

  • b.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8 van de Scheepvaartverkeerswet;

Aan de havenmeester, en bij diens afwezigheid aan zijn plaatsvervanger, wordt mandaat verleend tot:

 

  • a.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1.4, 1.5, 1.10, 2.9, 2.12, 2.17, 2.20 en 3.6 van Havenverordening Urk 2026;

  • b.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8 van de Scheepvaartverkeerswet;

Artikel 4 Mandaten gerelateerd aan de uitoefening van de bevoegdheden havenbeheer

Aan de havenmanager, en bij diens afwezigheid aan zijn plaatsvervanger, wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van de volgende bevoegdheden voor zover deze verband houden met de in artikel 3 gemandateerde bevoegdheden:

 

  • a.

    het vaststellen van beleidsregels omtrent de aan hem gemandateerde bevoegdheden, welke bevoegdheid niet kan worden ondergemandateerd;

  • b.

    het schriftelijk ondermandateren, ondervolmachtigen en ondermachtigen van de aan hem gemandateerde, gevolmachtigde en gemachtigde bevoegdheden aan ondergeschikten of aan medewerkers van zijn organisatie, tenzij anders aangegeven;

  • c.

    het indienen van bedenkingen en het naar voren brengen van een zienswijze, welke bevoegdheid niet kan worden ondergemandateerd;

  • d.

    de actieve en passieve openbaarmaking van documenten, bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein;

  • e.

    het uitoefenen van de bevoegdheden en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waar onder die in hoofdstuk III Rechten van betrokkenen;

Artikel 5 Overgangs- en slotbepalingen

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking tegelijk met de Havenverordening Urk 2026.

  • 2.

    Dit Mandaatbesluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging havenmeester gemeente Urk 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2025.

Het college van burgemeester en wethouders van Urk,

burgemeester en wethouders van Urk,

de secretaris,

Dhr. T. Stroo

de burgemeester,

Dhr. B. Jaspers Faijer

Naar boven