Verordening toeristenbelasting Ouder-Amstel 2026

De raad van de gemeente Ouder-Amstel,

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025 met kenmerk 2025/70;

 

Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T vast te stellen de:

 

VERORDENING TOERISTENBELASTING OUDER-AMSTEL 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

  • b.

    mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden in de buitenlucht;

  • c.

    vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat in hoofdzaak gebezigd wordt voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.

  • d.

    indoor mobiele parkeeronderkomens: zijnde mobiele kampeeronderkomens die in een gebouw zijn geplaatst.

  • e.

    bedrijfsmatig verhuurde ruimten: ruimten die bedrijfsmatig dan wel beroepsmatig worden verhuurd voor het houden van verblijf in de zin van art. 2 van deze verordening door (rechts)personen, hiertoe worden ook ruimten voor vakantieverblijf en andere recreatieve doeleinden gerekend.

  • f.

    niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, welke niet in hoofdzaak zijn bestemd als verblijf voor recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

Artikel 6 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting voor een verblijf in geval van;

  • a.

    bedrijfsmatig verhuurde ruimten € 9,91;

  • b.

    niet beroepsmatig verhuurde ruimten € 8,66;

  • c.

    indoor mobiele parkeeronderkomens € 5,22;

  • d.

    mobiele parkeeronderkomens € 1,57.

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Aanslaggrens

Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Aanmeldplicht

De belastingplichtige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, moet, voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot overnachten biedt, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.

Artikel 13 Registratieplicht

  • 1.

    De belastingplichtige is verplicht per belastingjaar een verblijfsregister bij te houden.

  • 2.

    De vorm van het verblijfregister is vrij, maar bevat tenminste, de volgende gegevens:

    • a.

      De naam, adres en woonplaats van de (hoofd)persoon die overnacht of verblijft;

    • b.

      Het aantal van het gezin of de groep waarmee men reist;

    • c.

      De datum van aankomst en datum van vertrek;

    • d.

      het aantal verblijven waarvoor de belasting verschuldigd is en het gehanteerde tarief en totaalbedrag dat aan toeristenbelasting is berekend voor het verblijf;

    • e.

      Het aantal verblijven waarvoor geen belasting is gerekend en de reden hiervan.

  • 3.

    Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere termijn geldt, geldt voor het nachtverblijfregister een bewaartermijn van 5 jaar.

Artikel 14 Aangifteplicht

  • 1.

    De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden.

  • 2.

    Indien niet of niet tijdig aangifte is gedaan wordt de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting ingeschat.

Artikel 15 Voorlopige aanslag

  • 1.

    De grondslag van de voorlopige belastingbedrag wordt op 80% van het aantal overnachtingen dat als grondslag van een voorgaand belastingjaar is vastgesteld.

  • 2.

    Indien geen grondslag beschikbaar is van een voorgaand belastingjaar wordt, in afwijking van het gestelde in het eerste lid, de grondslag vastgesteld op 50% van het totaal aantal mogelijke overnachtingen (totale capaciteit).

  • 3.

    De totale capaciteit van een verblijfsadres wordt bepaald aan de hand van het aantal verhuurbare objecten tegen het aantal slaapplaatsen dat redelijkerwijs hierin kan verblijven.

  • 4.

    De belastingplichtige kan verzoeken om herziening van een voorlopige aanslag.

  • 5.

    De voorlopige aanslag wordt in zoveel termijnen betaald als er volle kalendermaanden in het belastingjaar resten. Met dien verstande dat voor een voorlopige aanslag die is opgelegd na het belastingjaar de betaaltermijnen gelden zoals gesteld in het eerste lid van artikel 10.

  • 6.

    Een voorlopige aanslag wordt verrekend met de (definitieve) aanslag.

Artikel 16 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

  • 1.

    De Verordening toeristenbelasting Ouder-Amstel 2025 vervalt met ingang waarop deze verordening in werking is getreden, met dien verstande dat zij van toepassing blijft:

    • a.

      op belastbare feiten die in het geldende tijdvak van de Verordening toeristenbelasting Ouder-Amstel 2025 hebben plaatsgevonden of

    • b.

      zolang deze verordening geen rechtskracht heeft gekregen.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, of zo dit later is, met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening toeristenbelasting Ouder-Amstel 2026”.

De raad voornoemd, 18 december 2025,

de raadsgriffier,

L.W.F. Örsçek-Moolenaar

de voorzitter,

S.C.T. de Roy van Zuidewijn-Rive

VERORDENING TOERISTENBELASTING OUDER-AMSTEL 2026 IN EENVOUDIGE TAAL

 

De verordening in eenvoudige taal heeft als doel wetteksten meer begrijpelijk te maken. Deze tekst vervangt de wettelijke tekst niet.

 

Artikel 1: Wat wordt verstaan onder

a. Vakantieonderkomens

Woningen of andere verblijven die bedoeld zijn voor vakantie of recreatie. Dit zijn geen tenten, caravans of stacaravans.

 

b. Mobiele kampeeronderkomens

Tenten, vouwwagens, campers, toercaravans en soortgelijke verplaatsbare voertuigen. U gebruikt ze voor vakantie of recreatie in de buitenlucht.

 

c. Vaste standplaats

Een plek waar u een verplaatsbaar kampeeronderkomen of stacaravan voor langere tijd neerzet. Bijvoorbeeld voor een heel seizoen of een jaar.

 

d. Indoor mobiele kampeeronderkomens

Een verplaatsbaar kampeeronderkomens die binnen in een gebouw staan.

 

e. Bedrijfsmatig verhuurde ruimte

Een ruimte die door bedrijven worden verhuurd voor tijdelijk verblijf. Dit zijn bijvoorbeeld; hotelkamers of vakantiewoning op een vakantiepark.

 

f. Niet-beroepsmatig verhuurde ruimte

Een ruimte in een woning die u af en toe verhuurt wordt voor vakantie of recreatie. Ze zijn daar niet speciaal voor bedoeld en het is geen bedrijfsmatige verhuur.

 

Artikel 2: Wat is toeristenbelasting

Toeristenbelasting betaalt u als u tegen betaling overnacht in de gemeente Ouder-Amstel. Inwoners betalen geen toeristenbelasting.

 

Artikel 3: Wie moet betalen

Degene die de overnachtingsplek aanbiedt, moet de belasting betalen. Deze persoon mag de belasting doorberekenen aan zijn gasten.

 

Artikel 4: Vrijstellingen

U hoeft geen toeristenbelasting te betalen als:

  • a.

    bewoner van een zorginstelling

  • b.

    asielzoeker

Artikel 5: Hoe berekent u de belasting

De belasting wordt berekend op basis van het aantal overnachtingen x het aantal personen.

 

Artikel 6: Wat is het tarief

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting voor een verblijf in geval van;

  • a.

    bedrijfsmatig verhuurde ruimten € 9,91;

  • b.

    niet beroepsmatig verhuurde ruimten € 8,66;

  • c.

    indoor mobiele parkeeronderkomens € 5,22;

  • d.

    mobiele parkeeronderkomens € 1,57.

Artikel 7: Belastingjaar

Het belastingjaar is hetzelfde als het kalenderjaar.

 

Artikel 8: Hoe betalen

De belasting wordt via een aanslag betaald.

 

Artikel 9: Betalingstermijnen

De belasting moet in twee gelijke termijnen worden betaald.

 

Artikel 10: Geen kwijtschelding

U kunt geen kwijtschelding krijgen voor de toeristenbelasting.

 

Artikel 11 Aanmeldingsplicht

Degene die overnachtingen tegen betaling gaat aanbieden, moet dit schriftelijk melden aan de gemeente voordat hij begint.

 

Artikel 12 Registratieplicht

  • 1.

    U moet elk jaar een register bijhouden wie bij U verblijft.

  • 2.

    Het register moet minimaal de volgende gegevens bevatten:

    • a.

      Naam, adres en woonplaats van de persoon die verblijft.

    • b.

      Aantal personen in het gezin of groep.

    • c.

      Datum van aankomst en vertrek.

    • d.

      Aantal verblijven waarvoor belasting betaald moet worden, het tarief en totaalbedrag.

    • e.

      Aantal verblijven waarvoor geen belasting is betaald en de reden.

Artikel 13 Aangifteplicht

  • 1.

    De gemeente kan een uitnodiging sturen om aangifte te doen.

  • 2.

    U bent verplicht altijd aangifte te doen. Ook als later blijkt dat u niet belastingplichtig bent.

  • 3.

    Als u niet of niet op tijd aangifte doet, wordt de belasting geschat. U kunt dan ook een boete krijgen.

Artikel 14 Voorlopige aanslag

  • 1.

    De voorlopige belasting wordt gebaseerd op 80% van het aantal overnachtingen van het vorige jaar.

  • 2.

    Als er geen gegevens van het vorige jaar zijn, wordt 50% van de totale capaciteit gebruikt.

  • 3.

    De totale capaciteit wordt bepaald door het aantal verhuurbare objecten met het aantal slaapplaatsen te vermenigvuldigen.

  • 4.

    U kunt vragen om de voorlopige aanslag opnieuw te bekijken.

  • 5.

    De voorlopige aanslag heeft zoveel betaaltermijnen als er maanden in het jaar overblijven.

  • 6.

    De voorlopige aanslag wordt verrekend met de definitieve aanslag.

Artikel 15 Wanneer gaan deze regels in

Deze verordening vervangt de verordening van 2025 en gaat in op 1 januari 2026.

Naar boven