Verordening reinigingsrechten Ouder-Amstel 2026

De raad van de gemeente Ouder-Amstel,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025 met kenmerk 2025/70;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet, artikel 156 en het tweede lid, onderdeel h van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

B E S L U I T vast te stellen de:

 

VERORDENING REINIGINGSRECHTEN OUDER-AMSTEL 2026

Artikel 1. Belastbaar feit

Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 2. Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt.

Artikel 3. Maatstaf van heffing en belastingtarief

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 4. Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5. Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten van artikel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel kunnen worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

  • 2.

    De rechten van artikel 1.1.1 en 1.1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt via een prepaid systeem geheven.

  • 3.

    De rechten bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

  • 1.1

    De rechten bedoeld artikel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 1.2

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 1.3

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 2.

    De rechten bedoeld als in artikel 1.1.1 en artikel 1.1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd op het moment dat bedrijfsafvalstoffen worden aangebonden via het door de gemeente beschikbaar gestelde inzamelmiddel.

  • 3.

    De rechten bedoeld in artikel 2.1 en artikel 2.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in artikel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De rechten artikel 1.1.1 en 1.1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel kunnen worden betaald als het prepaid systeem dit aangeeft.

  • 4.

    De rechten artikel 2.1 en artikel 2.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moeten worden betaald:

    • a.

      indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de kennisgeving;

    • b.

      indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.

  • 5.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van de reinigingsrechten van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

De gemeenteraad draagt op grond van artikel 156, tweede lid, onderdeel h van de Gemeentewet aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid over, voor de invoering alsmede de vaststelling (de heffing) van een compensatieregeling voor de reinigingsheffingen.

Artikel 10. Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening afvalstoffenheffing Ouder-Amstel 2025 vervalt met ingang waarop deze verordening in werking is getreden, met dien verstande dat zij van toepassing blijft:

    • a.

      op belastbare feiten die in het geldende tijdvak van de Verordening afvalstoffenheffing Ouder-Amstel 2025 hebben plaatsgevonden of

    • b.

      zolang deze verordening geen rechtskracht heeft gekregen.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking maar niet eerder dan 1 januari 2026.

  • 3.

    De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening reinigingsrechten Ouder-Amstel 2026”.

De raad voornoemd, 18 december 2025,

de raadsgriffier,

L.W.F. Örsçek-Moolenaar

de voorzitter,

S.C.T. de Roy van Zuidewijn-Rive

TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING REINIGINGSRECHTEN OUDER-AMSTEL 2026

 

Tarieven reinigingsrecht

 2026

1

Het vastrecht tarief per perceel per belastingjaar voor het kunnen aanbieden van bedrijfsafval dat qua hoeveelheid en samenstelling lijkt op huishoudelijk afval in een desbetreffende ondergrondse container, minicontainer of op een milieudepot bedraagt (exclusief BTW):

€ 362,04

1.1

Het variabel tarief voor restafval incl. PMD bedraagt

 

1.1.1

per aanbieding in een ondergrondse container middels een pasje (exclusief BTW):

€ 0,69

1.1.2

per aanbieding van een minicontainer (exclusief BTW):

€ 2,76

2. Overige tarieven reinigingsrecht

 

2

De belasting bedraagt, onverminderd het bepaalde in het voorgaande onderdeel

 

2.1

voor het op verzoek verwijderen van elektrische en elektronische apparatuur incl. koel- en vriesapparatuur, grof huishoudelijk afval en grof tuinafval per m³ of gedeelte daarvan (exclusief BTW):

€ 43,76

2.2

voor het verstrekken van een nieuwe afvalpas voor het geval de verstrekte afvalpas verloren, vermist of gestolen is of door onzorgvuldig gebruik beschadigd is (exclusief BTW):

€ 12,35

Naar boven