De raad van de gemeente Ouder-Amstel,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025, nummer 2025/70;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet, artikel 156 en het tweede lid, onderdeel h van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
B E S L U I T vast te stellen de:
VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING OUDER-AMSTEL 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder;
- a.
“gebruikmaken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
- b.
afvalpas: een door of namens de gemeente aan een perceel verstrekte pas waarmee een inzamelvoorziening kan worden ontgrendeld en de inzamelplaats (afvalbrengstation) kan worden bezocht;
- c.
inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van één huishouden
- d.
inzamelvoorziening (verzamelcontainer): een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;
- e.
inzamelplaats: een daartoe aangewezen plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten
- f.
grof huishoudelijk afval: afval afkomstig van huishoudens dat vanwege zijn aard of omvang niet in inzamelmiddel of inzamelvoorziening kan en mag worden aangeboden.
- g.
restafval: is het mengsel van huishoudelijk afval dat overblijft nadat gft-afval, papier/karton, glas, enz. gescheiden is aangeboden
- h.
huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die afzonderlijk worden ingezameld.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
- 1.
Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
- 2.
De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
- 3.
De afvalstoffenheffing bestaat uit:
- a.
een vast bedrag afhankelijk van de grootte van het huishouden per jaar;
- b.
vermeerderd met een bedrag per keer dat afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden door:
- i.
het ontgrendelen van een inzamelvoorziening voor restafval van 60 liter per keer met behulp van een afvalpas.
- ii.
het aanbieden ter lediging van het inzamelmiddel minicontainer voor restafval;
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
- 1.
Voorwerp van de belasting is een perceel.
- 2.
Als perceel wordt aangemerkt:
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
- c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
- e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4 Belastingplicht
- 1.
De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
- 2.
Ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan word degene die dat gedeelte heeft afgestaan als gebruiker aangemerkt
- 3.
degene die als gebruiker is aangemerkt op grond van artikel 2 van dit artikel is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie het gedeelte van het perceel in gebruik is afgestaan.
Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals bepaald in de tarieventabel behorende bij deze verordening.
Artikel 6. Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7. Wijze van heffing
- 1.
De belasting als bedoeld in artikel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt bij wege van aanslag geheven.
- 2.
De belasting als bedoeld in artikel 2 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt via een prepaid systeem geheven.
- 3.
De belasting bedoeld in artikel 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van mondelinge of schriftelijke kennisgeving.
Artikel 8. Heffing naar tijdsgelang
- 1.
De belasting (vaste tarief) zoals bedoeld in artikel 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
- 2.
Indien de belastingplicht, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 3.
Indien de belastingplicht zoals bedoeld in artikel 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar na het afloop van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
- 4.
De belasting zoals bedoeld in artikelen 1.2.1, 1.2.2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 9. Termijnen van betaling
- 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in artikel 1.1 en artikel 1.2.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
- 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, mag het aanslagbedrag via automatische incasso in negen gelijke en opeenvolgende termijnen worden betaald als:
- a.
hiertoe machtiging wordt afgegeven aan de gemeente;
- b.
het aanslagbedrag niet hoger is dan € 10.000.
De eerste incassotermijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
- 3.
De belasting als bedoeld artikel 1.2.1 en artikel 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moet worden betaald op het moment dat het prepaid-systeem een betalingsverzoek doet.
- 4.
De belasting als bedoeld artikel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moet worden betaald:
- a.
indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de kennisgeving;
- b.
indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.
- 5.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste of het tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
- 1.
Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 100% van de aanslag waarbij 100% van de normbedragen voor bestaanskosten wordt gehanteerd voor het vaste tarief als bedoeld in lid 1.1 van de tarieventabel behorende bij deze verordening vermeerderd met het tarief als bedoeld in lid 1.2.1 van de tarieventabel behorende bij deze verordening:
- a.
Maximaal 52 maal het tarief voor het ontgrendelen van de inzamelvoorziening (verzamelcontainer) voor restafval voor huishouden van een persoon.
- b.
Maximaal 130 maal het tarief voor het ontgrendelen van de inzamelvoorziening (verzamelcontainer) voor restafval voor huishouden met meer personen.
Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
De gemeenteraad draagt op grond van artikel 156, tweede lid, onderdeel h van de Gemeentewet aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid over, voor de invoering alsmede de vaststelling (de heffing) van een compensatieregeling voor de afvalstoffenheffing.
Artikel 12 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
De Verordening afvalstoffenheffing Ouder-Amstel 2025 vervalt met ingang waarop deze verordening in werking is getreden, met dien verstande dat zij van toepassing blijft:
- a.
op belastbare feiten die in het geldende tijdvak van de Verordening afvalstoffenheffing Ouder-Amstel 2025 hebben plaatsgevonden of
- b.
zolang deze verordening geen rechtskracht heeft gekregen.
- 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking maar niet eerder dan 1 januari 2026.
- 3.
De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026.
- 4.
Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening afvalstoffenheffing Ouder-Amstel 2026”.
BIJLAGE 2. VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING OUDER-AMSTEL 2026 IN EENVOUDIGE TAAL.
De verordening in eenvoudige taal heeft als doel wetteksten begrijpelijker te maken. Deze tekst vervangt de wettelijke tekst niet.
Artikel 1: Begrippen
- a.
Afvalpas: Een pas van de gemeente om afvalcontainers te openen en het afvalbrengstation te bezoeken.
- b.
Inzamelmiddel: Een middel om afval te verzamelen voor één huishouden. Bijvoorbeeld een rolcontainer.
- c.
Inzamelvoorziening: Een middel of plaats om afval te verzamelen voor meerdere huishoudens. Bijvoorbeeld een ondergrondse container
- d.
Inzamelplaats: Een aangewezen plek binnen de gemeente om huishoudelijk afval achter te laten.
- e.
Grof huishoudelijk afval: Groot afval dat niet in een inzamelmiddel of inzamelvoorziening kan.
- f.
Perceel: Een woning, woonboot, woonwagen, vakantiewoning of andere vorm waarin kan worden gewoond.
- g.
Restafval: Het afval dat overblijft na het scheiden van gft-afval, papier/karton, glas, enz.
- h.
Huishoudelijk afval: Afval dat komt uit gewone huishoudens, dus niet van bedrijven
Artikel 2: Wat is de belasting en waarvoor betaal je
- 1.
Afvalstoffenheffing is een belasting die je betaalt voor het ophalen van huishoudelijk afval.
- 2.
De belasting bestaat uit twee delen:
- a.
Een vast bedrag per jaar dat afhankelijk is van het aantal personen van het huishouden.
- b.
Een bedrag per keer dat afval wordt aangeboden.
Artikel 3: Wat is de belasting
- 1.
Afvalstoffenheffing is een belasting die je betaalt voor het ophalen van huishoudelijk afval.
- 2.
Een perceel wordt belast. Dit is vaak een gebouw of een deel van een gebouw, bijvoorbeeld een woning of een flat.
Artikel 4: Wie moet belasting betalen
De huurder of bewoner die afval aanbiedt. Soms de eigenaar, als er veel mensen kort op een adres wonen.
Artikel 5: Wat zijn de tarieven
De tarieven vindt u in de bijlage: tarieventabel
Artikel 6: Wat is een belastingjaar
Een belastingjaar is gelijk aan een kalenderjaar.
Artikel 7: Hoe kan je betalen
De belasting wordt via een aanslag betaald.
Artikel 8: Wanneer moet je betalen
- 1.
De belasting moet bij het begin van het belastingjaar of bij aanvang van de belastingplicht betaald worden.
- 2.
Als de belastingplicht in de loop van het jaar begint of eindigt, wordt de belasting naar verhouding berekend.
- 3.
Als het aantal personen in het belastingjaar verandert dan wordt de aanslag niet verminderd.
- 4.
Bij een verhuizing binnen de gemeente wordt de aanslag niet verminderd.
Artikel 9: Termijnen van betaling
- 1.
Het vaste deel van de belasting moet in twee gelijke delen worden betaald, behalve als u automatisch betaalt. Dan mag u in 9 keer betalen.
- 2.
Het bedrag per keer betaal je door je afvalpas op te waarderen.
- 3.
Voor het legen van een minicontainer betaal je achteraf via een aparte aanslag.
Artikel 10: Kwijtschelding
Kwijtschelding betekent een huishouden niet genoeg geld en daarom de belasting (deels) niet hoeft te betalen. De kwijtschelding worden gegeven tot maximaal 100% van het vaste bedrag.
De kwijtschelding voor het bedrag per keer bedraagt:
- •
52 keer voor het openen van de afvalcontainer als je alleen woont.
- •
130 keer voor het openen van de afvalcontainer als je niet alleen woont.
Artikel 11 Extra regels
Het college mag extra regels stellen voor de afvalstoffenheffing
Artikel 12: Wanneer gaan deze regels in
Deze verordening vervangt de verordening van 2025 en gaat in op 1 januari 2026.