Wijzigingsverordening van de Algemene plaatselijke verordening

De raad van de gemeente Druten; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, iBabs nummer 7242;

gelet op artikel 147 en 149 Gemeentewet

 

besluit

 

vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening.

Artikel I Wijziging verordening

De Algemene plaatselijke verordening (Apv) wordt gewijzigd als volgt:

 

(In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.)

 

A. Artikel 2:14 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

  • 1.

    Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze:

    • a.

      te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en

    • b.

      terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

  • 2.

    Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

  • 3.

    Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

  • 1.

    Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze:

    • a.

      te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en

    • b.

      terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf;

    • c.

      ervoor te zorgen dat de winkelwagens na winkelsluitingstijdstip niet onbeheerd op een openbare plaats achterblijven.

  • 2.

    Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

  • 3.

    Het is verboden zich met een winkelwagentje op of aan de weg te bevinden op een afstand van meer dan 200 meter van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld of indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum op een afstand van meer dan 200 meter van het winkelcentrum.

  • 4.

    Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

 

B. Artikel 2:42 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:42 Plakken en kladden

  • 1.

    Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

  • 2.

    Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

    • a.

      een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

    • b.

      met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

  • 3.

    Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

  • 4.

    De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

  • 5.

    Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

  • 6.

    Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

  • 7.

    Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

Artikel 2:42 Plakken en kladden

  • 1.

    Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

  • 2.

    Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

    • a.

      een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

    • b.

      met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

  • 3.

    Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

  • 4.

    De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

  • 5.

    Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

  • 6.

    Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

  • 7.

    Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

 

C. Artikel 5:34 wordt gewijzigd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  • 1.

    Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  • 2.

    Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    • a.

      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.

      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven op eigen terrein met een maximale inhoud van 25 liter, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

    • c.

      vuur voor koken, bakken en braden.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  • 5.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚ van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingswet.

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  • 1.

    Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  • 2.

    Het is voorts verboden in de open lucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben in een door het college aangewezen gebied en gedurende de door het college aangewezen tijden, tenzij dit geschiedt in het kader van een activiteit waarvoor een vergunning is verleend of een ontheffing is verleend door het college.

  • 3.

    Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod van het eerste lid niet van toepassing op:

    • a.

      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.

      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven op eigen terrein met een maximale inhoud van 25 liter, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

    • c.

      vuur voor koken, bakken en braden.

  • 4.

    De uitzonderingen genoemd in het derde lid gelden niet in de gebieden die door het college zijn aangewezen op grond van het tweede lid.

  • 5.

    Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.

  • 6.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  • 7.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚ van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingswet.

 

D. Na artikel 5:37 worden drie artikelen ingevoegd als volgt:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:38 Opgravingen

  • 1.

    Het is verboden opgravingen te doen.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op opgravingen door een certificaathouder als bedoeld in paragraaf 5.1 van de Erfgoedwet.

Artikel 5:38a Detectorverbod

  • 1.

    Het is verboden zich op het grondgebied van de gemeente te bevinden met een (metaal)detector, met het kennelijke doel die (metaal)detector voor opgravingwerkzaamheden te gebruiken.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op opgravingen door een certificaathouder als bedoeld in paragraaf 5.1 van de Erfgoedwet.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op de Explosieven Opruimingsdienst.

Artikel 5:38b Verbod magneetvissen

  • 1.

    Het is verboden in openbare wateren op het grondgebied van de gemeente met behulp van magneten te zoeken naar metalen voorwerpen (magneetvissen).

Artikel II Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

De voorzitter,

S.W.P.J. Sengers

De griffier,

P.G.J.M. van Boxtel

Naar boven