Besluit tot ‘Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024’

De raad van de gemeente Hattem;

 

gelezen het voorstel van het college d.d. 11 november 2025 nr. 414929;

 

gelet op artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

 

Besluit

de eerste wijziging van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024 vast te stellen.

Artikel I  

De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024 wijzigt als volgt:

 

A

 

  • Artikel 1 lid 2 sub e wordt gewijzigd in:

    beschermd thuis: zelfstandig wonen in de eigen woning of een intermediaire woonvorm binnen de wijk, met professionele ondersteuning en 24/7 bereikbaarheid van zorg, gericht op herstel, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.

  • Na artikel 1 lid 2 sub e wordt het volgende ingevoegd als sub f:

    beschermd wonen: het verblijf in een accommodatie van een instelling, zoals omschreven in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waarbij toezicht en begeleiding worden geboden gericht op zelfredzaamheid, participatie, stabilisatie en veiligheid van personen met psychische of psychosociale problemen die zich niet zelfstandig kunnen handhaven.

  • Artikel 1 lid 2 sub f tot en met z worden vernummerd van g tot en met bb.

  • Na artikel 1 lid 2 onder sub m wordt ingevoegd:

    intermediaire woonvorm: een woonvorm die een tussenpositie inneemt tussen zelfstandig wonen in een eigen woning en beschermd wonen in een instelling, waarbij de bewoner zelfstandig woont met professionele ondersteuning, toezicht, gericht op het waarborgen van veiligheid, stabiliteit en herstel, en met het doel uitstroom naar volledig zelfstandig wonen.

B

 

  • Artikel 3 lid 1 wordt gewijzigd in:

    Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college vormvrij of via het meldingsformulier via het meldingsformulier op de gemeentelijke website worden gemeld.

C

 

  • Artikel 10 lid 7 komt te vervallen.

D

 

  • De volgende drie artikelen zijn nieuw en worden ingevoegd na artikel 10:

    Artikel 11 Aanvullende criteria voor begeleiding individueel

    • 1.

      In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek begeleiding individueel krijgen als hij ook voldoet aan het volgende:

      • a.

        de cliënt ondervindt beperkingen in zelfredzaamheid en/of participatie en door het krijgen van deze begeleiding verbetert of behoudt cliënt de zelfredzaamheid en participatie, worden de vaardigheden van de cliënt behouden en wordt achteruitgang voorkomen

      • b.

        de cliënt heeft een hulpvraag die niet door andere zorg of andere voorliggende voorzieningen opgepakt kan worden;

      • c.

        de cliënt moet zonder deze begeleiding verblijven in een instelling of verwaarloost thuis, en;

      • d.

        de cliënt heeft geen recht op een indicatie vanuit andere voorliggende wetgeving (bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw)).

    • 2.

      Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.

  • Artikel 12 Aanvullende criteria voor begeleiding groep

    • 1.

      In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek begeleiding groep krijgen als hij ook voldoet aan het volgende:

      • a.

        de cliënt ondervindt beperkingen in zelfredzaamheid en/of participatie en door deelname aan begeleiding groep verbetert of behoudt cliënt de zelfredzaamheid en participatie, worden de vaardigheden van de cliënt behouden en wordt achteruitgang voorkomen, en;

      • b.

        de cliënt kan (nog) geen (aangepast) werk of vrijwilligerswerk verrichten;

      • c.

        de cliënt beschikt (nog) niet over arbeidsvermogen, of;

      • d.

        de cliënt moet zonder dagactiviteiten verblijven in een instelling of verwaarloost thuis, en;

      • e.

        de verwachting is dat cliënt in groepsverband beter de gestelde doelen kan behalen;

      • f.

        de cliënt heeft geen recht op een indicatie vanuit andere voorliggende wetgeving (bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw)).

    • 2.

      In aanvulling op lid 1 kan een cliënt ook begeleiding groep krijgen als er een mantelzorger is die moet worden ontlast of als er risico is op overbelasting van deze mantelzorger.

    • 3.

      Een cliënt komt in aanmerking voor vervoer van en naar de begeleiding groep als:

      • a.

        de cliënt een maatwerkvoorziening heeft op grond van lid 1 of 2;

      • b.

        de cliënt niet op eigen kracht of met behulp van zijn netwerk op de locatie van begeleiding groep kan komen;

      • c.

        de cliënt een maatwerkvoorziening heeft naar de dichtstbijzijnde adequate begeleiding groepslocatie, en;

      • d.

        vervoer door het collectieve routegebonden-vervoersysteem geen passende oplossing is in de individuele situatie.

    • 4.

      Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.

  • Artikel 13 Aanvullende criteria voor hulp bij het huishouden

    • 1.

      In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek hulp bij het huishouden krijgen als hij ook voldoet aan het volgende:

      • a.

        de cliënt heeft aantoonbare beperkingen bij het voeren van een huishouden; en

      • b.

        er zijn problemen bij gebruikelijke hulp en mantelzorg.

    • 2.

      Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.

E

 

  • Artikel 11 wordt vernummerd tot artikel 14. Daar wordt het volgende lid aan toegevoegd:

    • 6.

      Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.

F

 

  • De volgende twee artikelen zijn nieuw en worden ingevoegd na artikel 14:

    Artikel 15 Aanvullende criteria voor vervoersvoorzieningen

    • 1.

      In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek een vervoersvoorziening krijgen om:

      • a.

        winkels binnen zijn leefomgeving te kunnen bereiken;

      • b.

        sociale contacten te kunnen onderhouden;

      • c.

        te kunnen deelnemen aan activiteiten binnen zijn leefomgeving;

      • d.

        de dagelijkse noodzakelijke verplaatsingen in en rondom de woning te kunnen doen.

    • 2.

      In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek collectief vervoer krijgen als cliënt niet of onvoldoende gebruik kan maken van het openbaar vervoer en voorliggende vervoersvoorzieningen.

    • 3.

      In aanvulling op artikel 10 en het voorgaande lid kan een cliënt een individuele vervoersvoorziening krijgen als deze langdurig noodzakelijk is en het collectief vervoer niet afdoende is.

    • 4.

      Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte voor maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag.

    • 5.

      De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke participatie door middel van lokale verplaatsingen met een omvang per jaar van maximaal 1.500 kilometer mogelijk maken.

    • 6.

      Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.

  • Artikel 16 Aanvullende criteria voor rolstoelvoorzieningen

    • 1.

      In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek een rolstoelvoorziening krijgen als het wegens aantoonbare beperkingen nodig is om zich regelmatig zittend te verplaatsen.

    • 2.

      Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.

G

 

  • Artikel 12 wordt vernummerd tot artikel 17. De volgende leden worden aan dit artikel toegevoegd:

    • 4.

      Het college kan de cliënt in aanmerking laten komen voor een persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien wordt voldaan aan de voorwaarden in dit artikel.

    • 5.

      Een persoonsgebonden budget voor integrale hersteltrajecten wordt niet verstrekt indien de ondersteuning wordt uitgevoerd door:

      • a.

        een zelfstandige zonder personeel (zzp’er); of

      • b.

        een andere juridische constructie die geen of nauwelijks overheadkosten maakt, tenzij de aanbieder aantoonbaar voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en kan waarborgen dat de vereiste complexe zorgbehoeften, veiligheid, continuïteit en samenwerking zijn geborgd.

    • 6.

      Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien de aanbieder niet in staat is om:

      • a.

        de complexe psychosociale of psychiatrische problematiek van de cliënt integraal te begeleiden, waaronder medische, sociale en persoonlijke ondersteuning;

      • b.

        een breed scala aan professionele ondersteuning te bieden, waaronder medische zorg, daginvulling, financiële stabilisatie en sociale integratie.

    • 7.

      Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien de aanbieder niet kan waarborgen dat:

      • a.

        de 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid van ondersteuning is georganiseerd en geborgd;

      • b.

        snelle interventie bij incidenten en calamiteiten mogelijk is;

      • c.

        de cliënt 24 uur per dag kan terugvallen op deskundige en bekwame medewerkers;

      • d.

        toegang tot crisisopvang en een tijdelijke terugvalvoorziening beschikbaar is indien nodig.

    • 8.

      Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien de aanbieder niet kan waarborgen dat:

      • a.

        samenwerking plaatsvindt met andere zorg- en ondersteuningsinstanties;

      • b.

        een systeemgerichte, integrale aanpak mogelijk is, afgestemd op de complexe ondersteuningsbehoefte van de inwoner.

    • 9.

      Een persoonsgebonden budget kan wel worden verstrekt aan instellingen die aantoonbaar voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen voor gecontracteerde partijen. Het college beoordeelt vooraf of de instelling aan deze eisen voldoet via een daartoe aangewezen commissie, bestaande uit deskundigen op het gebied van toezicht, kwaliteit en contractbeheer.

    • 10.

      Bij de maatwerkvoorzieningen Begeleiding crisis, Begeleiding intensief, Begeleiding perspectief en Integrale Hersteltrajecten is de inzet van informele hulp niet toegestaan. Deze voorzieningen vergen acute, intensieve professionele inzet gericht op ontwikkeling en herstel.

H

 

  • Artikel 13 wordt vernummerd tot artikel 18.

I

 

  • Artikel 14 wordt vernummerd tot artikel 19. Onder lid 1, sub d wordt het volgende toegevoegd:

    • e.

      als de cliënt de gevraagde voorziening vóór de melding van de hulpvraag of vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen.

  • Lid 1 wijzigt als volgt: sub e tot en met k worden vernummerd tot f tot en met l

  • Lid 2, sub a wordt vervangen door:

    als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment beschikbare, meest geschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door het college;

  • Lid 2, sub g komt te vervallen. Hierdoor worden lid 2, sub h en i vernummerd tot lid 2, sub g en h.

  • Aan artikel 14 wordt een derde lid toegevoegd :

    • 3.

      Geen vervoersvoorziening wordt verstrekt als een adequate stallingsmogelijkheid noodzakelijk is maar deze ontbreekt en ook niet te realiseren is.

J

 

  • Artikel 15 wordt vernummerd tot artikel 20.

K

 

  • Artikel 16 wordt vernummerd tot artikel 21.

  • Lid 3 sub e wordt gewijzigd naar:

    kosten van (aanpassing van) een voorziening voor sportbeoefeningrolstoel

  • Lid 3 sub d komt te vervallen.

  • Lid 3 sub e tot en met g worden vernummerd van d tot en met f.

  • Lid 4 wijzigt als volgt:

    De hoogte van de tegemoetkoming voor de taxikosten en rolstoeltaxikosten, zoals bedoeld in lid 3 sub a en b, bedraagt de netto zoneprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vraagafhankelijk vervoer vermenigvuldigd met het aantal benodigde zones, waarbij het uitgangspunt geldt dat 1500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd.

  • Lid 5, 6 en 7 worden toegevoegd:

    • 5.

      De hoogte van de tegemoetkoming voor het gebruik van de (eigen) auto, zoals bedoeld in lid 3 sub c, bedraagt maximaal 1500 kilometer vermenigvuldigd met kilometerprijs alleen variabele kosten middenklasse uit de geldende Prijzengids Nibud.

    • 6.

      Een cliënt kan de tegemoetkoming, zoals bedoeld in lid 3 sub a, b en c, krijgen als het collectieve vervoerssysteem niet passend is en het gebruik van eigen auto of taxi voor inwoner noodzakelijk is voor het verplaatsen in de leefomgeving en dit aantoonbaar leidt tot meerkosten ten opzichte van de als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten.

    • 7.

      Een cliënt kan de tegemoetkoming voor kosten voor sportbeoefening uit lid 3 sub f krijgen als aantoonbare beperkingen het sporten zonder sportvoorziening onmogelijk maken.

L

 

  • Artikel 17 wordt vernummerd tot artikel 22.

  • Lid 1 wijzigt als volgt:

    Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden:

    • 1)

      De cliënt kan -naar oordeel van het college- zelf (op eigen kracht) goed inschatten wat belangrijk is voor zijn situatie, of hij krijgt daarbij voldoende hulp van mensen uit zijn sociale netwerk of van een vertegenwoordiger. Ook is hij in staat om de taken die horen bij een persoonsgebonden budget (pgb) op een verantwoorde manier uit te voeren;

    • 2)

      De cliënt geeft duidelijk en gemotiveerd aan dat hij de maatwerkvoorziening via een pgb wil ontvangen;

    • 3)

      De cliënt zorgt -naar oordeel van het college- ervoor dat de ondersteuning die hij via het pgb inkoopt (zoals diensten, hulpmiddelen of woningaanpassingen) veilig is, goed werkt (doeltreffend) en aansluit bij zijn persoonlijke situatie en behoeften (cliëntgericht).

  • Na lid 5 worden de volgende twee leden ingevoegd:

    • 6.

      Wanneer het pgb besteedt wordt bij een andere uitvoerder, moet er een nieuw budgetplan opgesteld worden. Hiermee kan het college beoordelen of de ondersteuning van deze uitvoerder veilig, doeltreffend en cliëntgericht ingezet wordt.

    • 7.

      Uitvoerders die professionele hulp bieden als bedoeld in artikel 18, eerste lid, moeten voldoen aan de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in de wet, deze verordening en de meest recente door het college vastgestelde inkoop- en aanbestedingsdocumenten in het kader van de wet.

  • Lid 6 en 7 worden vernummerd tot lid 8 en 9.

M

 

  • Artikel 18 en 19 worden vernummerd tot artikel 23 en 24.

N

 

  • Artikel 20 wordt vernummerd tot artikel 25.

  • Lid 2 aanhef en sub a wijzigen als volgt:

    De hoogte van het pgb voor dienstverlening door een informele aanbieder is:

    • a.

      bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd.

  • Na lid 4 wordt het volgende lid als lid 5 ingevoegd:

    In het geval dat de hoogte van het pgb gebaseerd wordt op de huurprijs per maand zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald, wordt deze huurprijs vermenigvuldig met 84 maanden.

  • Lid 5 en 6 worden vernummerd tot lid 6 en 7.

  • Aan dit artikel wordt een lid 8 toegevoegd:

    Lid 7 is niet van toepassing als de hoogte van het pgb is gebaseerd op de huurprijs zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald. In deze huurprijs zijn de kosten voor onderhoud en reparatie inbegrepen.

O

 

  • Artikel 21, 22, 23, 24, 25 en 26 worden vernummerd tot de artikelen 26, 27, 28, 29, 30 en 31.

P

 

  • Artikel 27 wordt vernummerd tot 32. In lid 9 wordt de verwijzing naar lid 5 gewijzigd in lid 8.

Q

 

  • Artikel 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34 en 35 worden vernummerd tot de artikelen 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39 en 40.

Artikel II  

Deze eerste wijziging van de verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel III  

Deze verordening kan worden aangehaald als "Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024”.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van de gemeente Hattem van 15 december 2025.

De raad van de gemeente Hattem,

De griffier,

de voorzitter,

Naar boven