Beleidsregel kleinschalige grondgebonden zonnevelden bij woningen en bedrijven gemeente Molenlanden 2025

 

De raad van de gemeente Molenlanden:

 

Gelet op het bijbehorende raadsvoorstel;

 

Besluit:

 

  • 1.

    De Beleidsregel: ‘‘Beleidsregel kleinschalige grondgebonden zonnevelden bij woningen en bedrijven’’ vast te stellen;

  • 2.

    De beleidsregel toe te voegen aan het beleidskader ‘’Bopa-light’’;

  • 3.

    Adviesrecht voor kleinschalige zonnevelden, conform het beleid, te laten vervallen.

 

 

 

Soms is het plaatsen van zonnepanelen op het dak niet mogelijk voor woningen of (kleine) bedrijven. Als gemeente willen we een alternatief mogelijk maken voor het plaatsen van kleinschalige zonnevelden (bestaande uit zonnepanelen) als zonnepanelen op het dak niet kunnen of onvoldoende zijn om in de eigen energiebehoefte te voorzien. Deze beleidsregel geeft huishoudens en bedrijven die willen verduurzamen kaders voor het realiseren van kleinschalige grondgebonden zonnevelden voor particulier of eigen bedrijfsgebruik aangrenzend aan woonbestemming.

Daarnaast is er sprake van een opgave in de energietransitie. De gemeente Molenlanden heeft zich onder andere door middel van de Regionale Energiestrategie (RES) Alblasserwaard 1.0 verbonden aan het doel om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Om dit te realiseren, wordt ingezet op zowel wind- als zonne-energie. De RES sluit (grootschalige) zonneparken op agrarische gronden uit vanwege behoud van het open veenweidelandschap. Provinciaal beleid stelt bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden ook voorop. Dit betekent dat de provincie terughoudend is met het toestaan van zonnevelden. Voor de definitie van zonneveld hanteert de provincie een ondergrens van 500 m² oppervlakte.

 

Aanvulling op het beleid van de gemeente

Doel en reikwijdte van de beleidsregel

Deze beleidsregel geeft huishoudens en bedrijven die willen verduurzamen kaders voor het realiseren van kleinschalige grondgebonden zonnevelden voor particulier of eigen bedrijfsgebruik aangrenzend aan woonbestemming. Daarnaast is er vanuit de RES een voornemen om meer zonne-energie op te wekken. Verder dient de beleidsregel als vangnet voor gevallen waarbij het op grond van het omgevingsplan niet of onvoldoende mogelijk is om grondgebonden zonnepanelen aan te leggen (binnen de functie wonen, tuin, bedrijf), als dit op bebouwing om technische, onvoldoende rendement of esthetische redenen niet mogelijk is.

Voor aanvragen die passen binnen deze beleidsregel, maar strijdig zijn met het geldende omgevingsplan is een activiteit ‘Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit’ (BOPA) benodigd.

Definitie van kleinschalige grondgebonden zonnevelden

De gemeente vindt grondgebonden zonnevelden met een maximale oppervlakte van 250 m² (kleinschalige zonnevelden) wenselijk. Grotere zonnevelden zien we als grootschalig en daarom onwenselijk. We zetten dus in op zonnevelden die kleiner zijn dan de ondergrens (500 m²) die is gesteld in de provinciale omgevingsverordening.

Onderbouwing voor de grens van 250 m² voor kleinschalige grondgebonden zonnevelden bij woningen en bedrijven

De keuze om de oppervlakte van kleinschalige grondgebonden zonnevelden bij woningen en bedrijven te beperken tot maximaal 250 m² is gebaseerd op een zorgvuldige afweging van ruimtelijke kwaliteit en de behoefte aan duurzame energievoorziening. Deze beperking zorgt ervoor dat de impact op het landschap en de omgeving binnen de perken blijft, terwijl er tegelijkertijd voldoende ruimte wordt geboden voor zonnepanelen om in de energiebehoefte van huishoudens te voorzien. Onderstaande drie argumenten onderbouwen de keuze voor deze ondergrens.

 

  • 1.

    Ruimtelijke kwaliteit en landschap

    De Provincie hecht veel waarde aan het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en het beschermen van het landschap, vooral in landelijke gebieden. Het plaatsen van grotere zonnevelden, zoals die van 500 m², zou in het landschap kunnen doordringen en de openheid en uitstraling van het gebied verstoren. Door de oppervlakte te beperken tot 250 m² wordt de impact op het landschap geminimaliseerd.

  • 2.

    Behoefte aan zonne-energie

    Bij een oppervlakte van 250 m² kunnen ongeveer 150 zonnepanelen worden geplaatst. Dit aantal voldoet ruimschoots aan de gemiddelde energiebehoefte van een of twee huishoudens, en kleinschalige bedrijvigheid afhankelijk van het verbruik. De keuze voor 250 m² biedt daarmee een passende oplossing voor kleinschalige energieproductie zonder dat dit onterecht veel ruimte in beslag neemt.

  • 3.

    Efficiëntie van zonnepanelen

    De richtwaarde van ongeveer 150 zonnepanelen per 250m2 is voldoende om de huishoudensbehoefte te dekken. Dit biedt een realistische en efficiënte manier om duurzame energie te benutten zonder overmatige verrommeling van het landschap.

 

Toetsingskader van de beleidsregel en voorkeursvolgorde

Uit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik willen we zonnepanelen zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur op bestaande bebouwing. Het merendeel van zonnepanelen bij particulieren wordt op daken geplaatst. Ook bij bedrijfspercelen heeft het de voorkeur dat zonnepanelen geplaatst worden op daken van bedrijfspanden of op overkappingen (boven parkeervoorzieningen).

Onderstaande uitgangspunten geven de beleidsmatige voorkeuren weer voor de plaatsing van zonnepanelen, en vormen daarmee het fundament van het toetsingskader. De voorwaarden voor de omgevingsvergunning concretiseren deze uitgangspunten en bieden juridische en praktische criteria waaraan een aanvraag moet voldoen om in aanmerking te komen voor vergunningverlening.

Uitgangspunt 1: eerst het dak benutten

Zonnepanelen op dak vóór grondgebonden zonnepanelen. Daar waar zon op dak mogelijk is of nog onvoldoende gebruikt, is toepassing van grondgebonden zonnepanelen niet mogelijk.

In sommige gevallen kunnen zonnepanelen op dak redelijkerwijs niet rendabel worden toegepast. Voorbeelden hiervan zijn: ongeschikte dakrichting, zon-oriëntatie, aantasting van beeldkwaliteit en karakteristiek, schaduwvorming, vorm van het dak of een rieten kap. In dit geval is het mogelijk om te onderzoeken of grondgebonden zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Grondgebonden zonnepanelen worden in beginsel binnen het bestemmingsvlak of bouwvlak geplaatst.

Uitgangspunt 2: voorkeur voor aanleg binnen de woon-/bedrijfsfunctie

Zonnepanelen worden eerst geplaatst binnen de functie wonen, tuin, bedrijf (het voormalige bestemmingsvlak of bouwvlak), pas als dat niet mogelijk is of al uitgeput binnen de andere functies.

In enkele gevallen zijn zonnepanelen binnen de functies wonen, tuin, bedrijf redelijkerwijs niet mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn gevallen waarbij er onvoldoende beschikbare ruimte is, of sprake is van schaduwvorming. Alleen in die gevallen kan de mogelijkheid worden onderzocht om grondgebonden zonnepalen te plaatsen aangrenzend aan de woonbestemming.

Uitgangspunt 3: zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken vanaf de openbare weg

Grondgebonden zonnepanelen moeten, indien toegepast, zodanig landschappelijk worden ingepast dat ze zo min mogelijk storend zijn voor omwonenden en de kwaliteit van het landschap en de (cultuurhistorische) linten niet verstoren.

Het plaatsen van grondgebonden zonnepanelen is niet direct passend in het open weidelandschap en de doorzichten in de (cultuurhistorische) linten van Molenlanden. We houden rekening met de kwaliteiten van het landschap zodat de zonnepanelen zo min mogelijk als storend element worden ervaren.

Voorwaarden omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning ten behoeve van de plaatsing en het gebruik van een grondgebonden zonnepaneelsysteem, inclusief bijbehorende montagematerialen en bekabeling buiten het bestemmingsvlak of bouwvlak, kan worden verleend wanneer voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Het zonnepaneelsysteem wordt geplaatst ten behoeve van het voorzien in de energiebehoefte van de eigen woning of het eigen bedrijf dan wel de energiebehoefte van de direct aangrenzende woningen of bedrijven;

  • 2.

    Er mag enkel één grondgebonden zonnepaneelsysteem (aaneengesloten opstelling met zonnepanelen) buiten het bestemmingsvlak of bouwvlak worden geplaatst;

  • 3.

    Het zonnepaneelsysteem achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw wordt geplaatst;

  • 4.

    Het zonnepaneelsysteem een maximale hoogte van 1 meter heeft;

  • 5.

    Het zonnepaneelsysteem wordt aansluitend aan het bestemmingsvlak of bouwvlak, en zo dicht mogelijk bij het hoofdgebouw geplaatst;

  • 6.

    Voor de maatvoering van het zonnepaneelsysteem geldt dat:

    • a.

      De oppervlakte van het zonnepaneelsysteem mag niet meer dan 250 m2 bedragen.

    • b.

      Indien het eigen gebruik een groter vermogen of oppervlak voor het zonnepaneelsysteem vereist, kunnen burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van het gestelde onder punt 6 a. waarbij punt 7 in acht wordt genomen;

  • 7.

    Geen onevenredige aantasting plaatsvindt aan:

  • 8.

    De landschappelijke of natuurlijke waarden; hiertoe is een goede inpassing verplicht. Dit is mogelijk met een groene omzoming van streekeigen beplanting of een andere wijze om de omgeving het zicht op het zonneveld zoveel mogelijk te ontnemen;

  • 9.

    Bestaande omliggende functies; waarbij gedacht wordt aan het uitzicht van bestaande woningen en er geen plaatsing plaatsvindt achter woningen van derden.

 

Inwerkingtreding en citeertitel

De beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking via www.officielebekenmakingen.nl. De beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel kleinschalige grondgebonden zonnevelden bij woningen en bedrijven.

 

Aldus besloten tijdens de openbare raadsvergadering van de gemeente Molenlanden,

gehouden op 13 november 2025.

 

de griffier,

 

Marjolein Teunissen

 

de voorzitter,

 

Theo Segers

Naar boven