Gemeenteblad van Rijswijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2025, 567815 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2025, 567815 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026
De raad van de gemeente Rijswijk,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025
gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet alsmede artikel 2.3 Besluit Jeugdwet;
gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein van 6 november 2025
besluit de Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026 vast te stellen.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die de jeugdige/en of ouder(s) ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve (zorg), jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
preventief aanbod binnen de algemene voorzieningen: vrij toegankelijke basisvoorzieningen in het voorliggende veld, zoals de Jeugdgezondheidszorg met het consultatiebureau 0-4 jaar en jeugdverpleegkundige/jeugdarts 4-18 jaar, logopedie op school en peuteropvang, schoolmaatschappelijk werk, CJG (Centrum Jeugd en Gezin), Opvoedsteunpunt, praktijkondersteuning jeugd huisarts (POHJ), sportmogelijkheden voor kinderen, jongerenwerk, buurtpreventie en sociaal- emotionele trainingen;
Hoofdstuk 3. Toegang tot jeugdhulpvoorzieningen
Toegang tot jeugdhulp is mogelijk door een verwijzing via het medisch domein, via een bepaling van de Gecertificeerde Instelling (GI), via de rechter, het openbaar ministerie of de justitiële jeugdinrichting in het kader van het jeugdstrafrecht en met een beschikking van het college.
§ 3.2 Individuele voorzieningen
Artikel 6. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerst lid, aanhef en onder e, van de wet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Het college legt de te verlenen individuele voorziening vast in een beschikking.
Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige of zijn ouder(s) is verleend door een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking, niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft.
Artikel 7. Toegang jeugdhulp via de GI, de rechter, het openbaar ministerie en de justitiële jeugdinrichting in het kader van het jeugdstrafrecht
Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die de GI nodig vindt bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. Ook draagt het college zorg voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie of de directeur of selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting nodig vindt bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing.
Hoofdstuk 4. Behandeling van een aanvraag om een individuele voorzieningen, onderzoek en besluitvorming via de gemeente.
Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige en/of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende twee weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.
Artikel 10. Het opstellen van een ondersteuningsplan
Het college en de jeugdige en/of ouder(s) leggen de zaken als genoemd in artikel 9 vierde lid van deze verordening, vast in het ondersteuningsplan. Dit wordt gedaan conform het stappenplan van de Centrale Raad van beroep:
Stap 2. Vaststellen of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn: in dit kader wordt tevens onderzoek verricht naar (beschermende en risicovolle) factoren binnen de jeugdige en ouder(s) die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling en de manier van opvoeden in verhouding tot de hulpvraag. Hierbij wordt nagegaan wat de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht is. Ook wordt gekeken naar de beleving en manier van omgaan met de hulpvraag;
Stap 3. Nadat de samenhang tussen al de verzamelde informatie in kaart is gebracht, wordt gezamenlijk gekeken naar welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Daarnaast wordt gekeken naar wat de behoefte van de jeugdige en ouder(s) hierin is;
Stap 5. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een voorziening van jeugdhulp te verlenen. Indien uit voorgaand onderzoek dus blijkt dat de jeugdige, ouder(s) en hun netwerk meer hulp nodig hebben dan zij op basis van eigen kracht kunnen bieden, wordt eerst nog bekeken of algemene (preventieve) voorzieningen in het voorliggende veld, of voorzieningen vanuit aanpalende wetgeving uitkomst kunnen bieden voordat een individuele voorziening wordt ingezet.
§ 4.2 Criteria individuele voorziening
Artikel 11. Criteria individuele voorzieningen
Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of algemene voorzieningen deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
§ 4.3 Beoordeling eigen kracht
Artikel 14 Aspect A. De ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht
Normaliseren wordt in de gemeente Rijswijk als volgt gedefinieerd: het accepteren dat we niet alle problemen kunnen oplossen – en dat ook niet moeten willen – zodat we in staat blijven hulp te bieden aan de jeugdigen en ouder(s) die dit echt nodig hebben. Niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid hoeft te worden geproblematiseerd of gelabeld. Het college gaat ervan uit dat jeugdigen en ouder(s) veel zelf kunnen. Samen met mensen in hun omgeving vinden ze oplossingen voor alledaagse problemen. Verwijzers en andere professionals werken ook vanuit deze gedachte. Bij het verlenen van hulp doen we dat wat nodig is. Dat wat we doen, doen we goed. Dit betekent niet dat we minder gaan doen, maar het anders gaan doen.
Hulpvragen die gerelateerd zijn aan de onderwerpen in het overzicht van bijlage 1 worden niet vanuit een individuele jeugdhulpvoorziening opgelost, maar vanuit het preventieve voorliggend veld. Hiervoor wordt doorverwezen naar het voorliggende preventieve veld.
Verzorgings- en opvoedtaken binnen jeugdvoorzieningen vallen ook onder het normaliseren en dus onder de normale zorgtaken van ouders bijvoorbeeld;
Persoonlijke verzorging tijdens onderwijs.
Het strikken van veters, het aantrekken van een jas en hulp bij toiletgang van kleuters valt binnen de hulp die de school normaal biedt.
Niet-uitstelbare hulp wordt tijdens het onderwijs geïndiceerd. De onderwijsregelgeving is voorliggend op een individuele voorziening vanuit de wet tijdens schooltijd.
Hulp bij ernstige en specifieke opvoed- en opgroeiproblemen.
Ernstige en specifieke problemen kunnen zich echter ook voordoen bij het opvoeden en opgroeien van jeugdigen. Deze problemen kunnen voortkomen vanuit de onderstaande factoren:
Vanuit de ouder(s) op het gebied van hun ouderschapsrol, (bijvoorbeeld fysieke, psychische, ziektebeelden, stoornissen, handicap, beperkingen) en ontwikkeling (bijvoorbeeld lichamelijk, psychosociaal-emotionele, cognitieve (IQ), motorische) en/ of verslaving, financiële situatie, relationele situatie etc.;
Op het moment dat deze ernstige en specifieke problemen zich voordoen is het mogelijk om ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening te krijgen. Ook wanneer het gaat om specifiek ouderlijk toezicht. Dit is toezicht dat nodig is vanwege de aandoeningen, stoornissen of beperkingen van de jeugdige aanvullend op de normale zorgtaken van ouder(s). Dit toezicht kan nodig zijn in verband met het aansturen van gedrag ten gevolge van een aandoening, stoornis of beperking, of het bieden van fysieke zorg om tijdig te kunnen ingrijpen (bijvoorbeeld in het geval van complicaties bij een ziekte).
Artikel 15. Aspect B. De balans tussen draagkracht en draaglast binnen het eigen welbevinden.
Deze drie bovenstaande vormen van het welbevinden dienen als uitgangspunten om te onderzoeken:
in hoeverre de eigen kracht in balans is: hiervoor wordt gekeken naar de beschermende factoren als ook naar de risicofactoren die deze eigen kracht vergroten of verminderen.
De aanwezigheid van een enkele risicofactor betekent niet automatisch dat de jeugdige en/of ouders belet worden in hun eigen kracht om zelf te voorzien in het oplossen, verminderen of draaglijker maken van de hulpvraag. Immers, zoals eerder benoemd zijn ouders ervoor verantwoordelijk om hun minderjarige kind te verzorgen, op te voeden en toezicht op het kind te houden, ook wanneer de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft of wanneer de opvoeding niet vlekkeloos verloopt.
Het moet voor ouders en het college dan ook vanzelfsprekend zijn dat ouders zelf de regie nemen en houden over de opvoeding van hun kinderen. Strubbelingen in het opvoeden van- en de ontwikkeling van jeugdigen is normaal en hoort erbij.
Echter een aantal specifieke risicofactoren zijn al reden genoeg om een vorm van hulp en of ondersteuning in te zetten. De aanwezigheid van een combinatie van deze specifieke risicofactoren verhoogt daarmee de kans op hulp- en of ondersteuning en de zwaarte van deze hulp- en ondersteuning;
Op basis van deze analyses bepaalt het college samen met de jeugdige en ouders welke mogelijkheden er zijn om de situatie te verbeteren. Hierbij wordt altijd eerst nagegaan wat de mogelijkheden zijn vanuit de algemene vrij toegankelijke voorzieningen / het preventief aanbod in het voorliggend veld. Wanneer een (preventieve) algemene voorziening in het voorliggend veld beschikbaar is die volledig tegemoetkomt aan de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of ouder(s), dan hoeft het college geen individuele voorziening meer te treffen.
Het college hoeft ook geen voorziening te verstrekken als de jeugdige en/of ouder (s) gebruik kunnen maken van andere (voorliggende) voorzieningen op grond van een andere wet dan deze wet. Het gaat om volgende wetten: Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet passend onderwijs, Participatiewet (Pw) en de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze wetten kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit deze wet.
Artikel 16. Aspect C. Welbevinden van de jeugdige
Hierbij wordt gekeken naar de behoeften en mogelijkheden van de jeugdigen ten aanzien van de volgende onderdelen in relatie tot de hulpvraag:
Artikel 17. Aspect D. Erkenning situatie en last die wordt ervaren
Om aan de slag te gaan met de hulpvraag is het van belang dat ouder(s) en jeugdigen enigszins ‘last’ ervaren.
De mate waarin zij last ervaren geeft aan hoe dringend zij een oplossing of verbetering willen hebben. Dit alles zegt iets over de motivatie van de ouder(s) en jeugdigen om aan de hulpvraag te werken.
Artikel 18. Uitgangspunten voor het inzetten van individuele voorzieningen bij dreigende overbelasting
Na het onderzoek wordt bepaald of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast. Dit op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en jeugdige, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren alsmede beschikbare voorliggende voorzieningen.
Op het moment dat uit onderzoek blijkt dat de draaglast, oftewel de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouder(s) voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie, patroon en benodigde tijd voor deze handelingen, hoger is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, wordt deze extra draaglast in balans tussen draagkracht en draaglast meegenomen in het onderzoek.
Uitgangspunten voor het inzetten van een individuele voorziening naar aanleiding van (dreigende) overbelasting:
wanneer het college van mening is dat de overbelasting het gevolg is van de gezondheid van de ouder(s), dient dit door of onder verantwoordelijkheid van een arts beoordeeld te worden. Het college kan bij het onderzoek naar de (dreigende) overbelasting van de ouder(s) ook vragen naar een verklaring van de behandelend arts of huisarts van deze ouders, of in dit kader een medisch advies opvragen.
Voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht en draaglast wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurende situaties:
Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende eigen kracht van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.
In kortdurende situaties wordt er vanuit gegaan aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouders of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouders of huisgenoten mag worden verwacht.
Langdurend: het gaat om langdurige situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf en wordt vanuit gegaan dat de draagkracht en draaglast in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouders of huisgenoten mag worden verwacht.
Hoofdstuk 5. Aanvullende regels voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb
Artikel 21. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Als een jeugdige en/of ouder(s) in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het pgb-plan is opgenomen:
Het college kan slechts een pgb verlenen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Het college kan een pgb weigeren:
als het college het pgb eerder heeft herzien of ingetrokken omdat sprake is geweest dat de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb, of de jeugdige en/of zijn ouders het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is.
Artikel 22. Uitgesloten van pgb
De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb:
Artikel 24. Onderscheid formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen,
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of:
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (ZZP-er). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
De tarieven voor het pgb worden jaarlijks geïndexeerd en bekendgemaakt, waarbij:
de indexering wordt berekend uit de som van het geprognosticeerde percentage voor het komende jaar (t + 1) en het verschil tussen het in het voorgaande jaar (t – 1) geprognosticeerde percentage voor het lopende jaar (t) en het definitieve percentage voor het lopende jaar (t). De percentages zijn verschillend voor loonkosten en materiële kosten; en
het college het pgb-tarief verhoogt of verlaagt voor 90% op basis van het geprognosticeerde en definitieve indexcijfer Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) voor personele kosten van het CPB, gepubliceerd door de NZA en voor 10% op basis van het geprognosticeerde en definitieve prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) voor materiële kosten van het CPB gepubliceerd door de NZA.
Bij jeugdhulp die wordt verleend op basis van een verklaring als bedoeld in artikel 8ab lid 1 Regeling Jeugdwet bedraagt het pgb de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 8ab lid 1 van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het pgb-plan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming.
Hoofdstuk 6. Inlichtingen- en medewerkingsplicht, herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik
Artikel 26. Inlichtingen- en medewerkingsplicht
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet doen de jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb.
Artikel 27. Herziening, intrekking, opschorting en terugvordering
Hoofdstuk 7. Afstemming met andere voorzieningen
Artikel 29. Afstemming met gezondheidszorg
Het college maakt afspraken met de zorgverzekeraars en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) over hoe de continuïteit van zorg te garanderen voor jeugdigen die jeugdhulp ontvangen en de leeftijd van 18 jaar bereiken en daarmee onder de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg komen te vallen en hoe te voorkomen dat jeugdigen tussen wal en schip vallen wanneer er discussie is over het wettelijke kader.
Artikel 30. Afstemming met de gecertificeerde instellingen
Het college heeft het Crisis Interventie Team Haaglanden het mandaat verleend om buiten kantoortijden zelfstandig een verleningsbesluit c.q. het indienen van een verzoek tot verlenen van een (spoed)machtiging bij de rechtbank om uithuisplaatsingen gesloten jeugdhulp in het vrijwillig kader te realiseren, zonder (voor)overleg met het Jeugdteam Rijswijk.
Artikel 31. Afstemming met het justitiedomein
Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen ten aanzien van het overleg over de inzet van jeugdhulp bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 onderdeel b van de wet.
Artikel 33. Afstemming met Veilig Thuis
Het college maakt afspraken met Veilig Thuis over de toegang naar algemene en individuele voorzieningen.
Artikel 35. Afstemming met voorzieningen werk en inkomen
Het college draagt er zorg voor dat het toegangsteam, de jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en daar waar nodig jeugdigen en/of hun ouder(s) helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen –zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen - aan te vragen om deze belemmeringen weg te nemen.
Hoofdstuk 9. Klachten en medezeggenschap
Het college behandelt klachten van de jeugdige en/of ouder(s) die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de bepalingen van de Verordening klachtbehandeling gemeente Rijswijk 2025.
Artikel 38. Betrekken ingezetenen bij ontwikkelen beleid
Het college stelt de Adviesraad Sociaal Domein vroegtijdig in de gelegenheid om voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt op basis van de Kadernota Sociaal Domein geëvalueerd.
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige en/of ouder(s) afwijken van de bepalingen van deze verordening als toepassing van deze verordening kan leiden tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 41. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Rijswijk 2022 die ten aanzien van de betreffende zaak rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouders worden afgeweken als heroverweging op grond van de huidige Verordening jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026 tot een gunstigere uitkomst leidt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-567815.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.