Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Schiedam 2026

De raad van de gemeente Schiedam;

 

Gelezen het voorstel van burgemeesters en wethouders van 4 november 2025;

 

Gelet op:

 

  • Artikel 108 lid 2 Gemeentewet;

  • Artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid Participatiewet; en

  • Artikel 36 Participatiewet

Besluit vast te stellen:

 

Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Schiedam 2026

Artikel 1. Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS;

  • b.

    Datum van aanvraag: peildatum als bedoeld in de beleidsregels ter uitvoering van deze verordening;

  • c.

    Huishouden: de belanghebbende, eventuele partner waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd in het kader van de wet en de eventuele ten laste komende kinderen;

  • d.

    Inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet inclusief algemene bijstand;

  • e.

    Referteperiode: de aaneengesloten periode van zesendertig maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag heeft plaatsgevonden;

  • f.

    Wet: Participatiewet.

Artikel 2. Indienen aanvraag

Een aanvraag om verlening van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet wordt ingediend via een door het dagelijks bestuur vastgesteld formulier.

Artikel 3. Langdurig laag inkomen

  • 1.

    Een belanghebbende heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen gemiddeld niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 2.

    Gehuwden of alleenstaanden moeten in de referteperiode ieder afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen, waarbij telkens de dan van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt afgezet tegen het inkomen.

Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:

    • a.

      € 270 voor een alleenstaande.

    • b.

      € 478 voor gehuwden.

  • 2.

    De individuele inkomenstoeslag wordt verhoogd met:

    • a.

      € 142 in het geval tot het huishouden uitsluitend één of meer ten laste komende kinderen tot 12 jaar behoren;

    • b.

      € 281 in het geval tot het huishouden één of meer ten laste kinderen van 12 tot 18 jaar behoren;

    • c.

      € 281 in het geval tot het huishouden ten laste komende kinderen behoren zowel van de leeftijd tot 12 jaar als van de leeftijd van 12 tot 18 jaar.

  • 3.

    In het geval van gehuwden een van de twee niet-rechthebbend is op grond van artikel 11 of 13, eerste lid, van de wet, wordt de rechthebbende partner aangemerkt als alleenstaande.

  • 4.

    Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de leefvorm op de datum van indienen van het verzoek bepalend.

  • 5.

    De bedragen genoemd in het eerste lid onder a en b en tweede lid onder a,b en c worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.

Artikel 5. Beleidsregels

Het dagelijks bestuur stelt beleidsregels vast ter uitvoering van deze verordening.

Artikel 6. Hardheidsclausule

Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de persoon die een aanvraag om verlening van een individuele inkomenstoeslag indient afwijken van de bepalingen van deze verordening, als toepassing van deze verordening naar het oordeel van het college tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 7. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt de dag na publicatie in werking maar niet eerder dan op 1 januari 2026.

  • 2.

    Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt ingetrokken de ‘Verordening individuele inkomenstoeslag Gemeente Schiedam 2015.

Artikel 8. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Schiedam 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Schiedam, gehouden op 16 december 2025

de griffier,

mr. M. Pe MEC

de voorzitter,

mr. H.M. Bergmann

Toelichting bij de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Schiedam 2026

Algemene toelichting

De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor mensen die langdurig van een laag inkomen moeten leven en geen uitzicht hebben op verbetering van hun financiële situatie. Deze toeslag biedt hen een jaarlijkse financiële ondersteuning. Ze compenseert het gebrek aan financiële ruimte om te sparen of onverwachte kosten te dekken. De toeslag is vrij besteedbaar en niet gekoppeld aan specifieke uitgaven.

 

Bij verordening moeten regels vastgesteld worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Op grond van deze verordening is geen sprake van een laag inkomen bij een inkomen hoger dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast moet bij verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald worden.

 

Artikelsgewijze toelichting

Uitsluitend de bepalingen die nadere toelichting nodig hebben worden hier behandeld.

 

Artikel 1. Begrippen

Begrippen die al zijn omschreven in de wet, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden in deze verordening niet nader gedefinieerd. Deze begrippen worden in dezelfde betekenis gehanteerd.

 

In de beleidsregels ter uitvoering van deze verordening wordt gesproken over de peildatum van het vermogen. Met de peildatum wordt in de beleidsregels hetzelfde bedoeld als de datum van aanvraag in deze verordening.

 

De referteperiode is een aaneengesloten periode van zesendertig maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend. De datum van aanvraag en de referteperiode zijn relevant voor de beoordeling of er sprake is van langdurig laag inkomen en vormt daarmee het ijkpunt voor het recht op de toeslag. De toekenning kan in beginsel niet liggen vóór de datum van aanvraag, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44, eerste lid, van de wet en de daarop gebaseerde jurisprudentie rondom artikel 44 van de wet.

 

Artikel 2. Indienen aanvraag

Een individuele inkomenstoeslag wordt op aanvraag van de belanghebbende van 21 jaar of ouder en jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd verleend (artikel 36, eerste lid, van de wet). De aanvraag moet worden gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Onder een aanvraag wordt namelijk verstaan: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, Awb). Het moet gaan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 Awb), die de aanvrager ondertekend en de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, Awb). Een digitale aanvraag met dezelfde vereisten is gelijkgesteld aan een schriftelijke aanvraag in de zin van artikel 4:1 Awb. De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet.

 

Artikel 3. Langdurig laag inkomen

De verordening geeft invulling aan het begrip "langdurig laag inkomen" als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet. Onder "langdurig" wordt verstaan een aaneengesloten periode van zesendertig maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is gedaan, ook wel de referteperiode genoemd.

 

Een inkomen is laag als het niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de vraag of het inkomen van een belanghebbende niet hoger is dan het langdurig lage inkomen van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, niet al te rigide mag worden beoordeeld. Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet worden genegeerd. Om hieraan tegemoet te komen wordt volgens de verordening het gemiddelde inkomen gehanteerd. Dit gemiddelde wordt in beginsel wel strikt gehanteerd, tenzij het gaat om een te verwaarlozen bedrag.

 

Zie onder meer: ECLI:NL:CRVB:2008:BE8918, CRvB 15-02-2011,ECLI:NL:CRVB:2011:BP5532, CRvB 27-03-2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0068 en CRvB 31-07-2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX7178.

 

De leefvorm (alleenstaand of gehuwd) van een belanghebbende kan wijzigen binnen de referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer gehuwden individuele inkomenstoeslag aanvragen, maar zij over een gedeelte van de referteperiode als alleenstaande moeten worden aangemerkt. Personen moeten dan ook over dat deel van referteperiode aan de voorwaarden voldoen om voor individuele inkomenstoeslag in aanmerking te komen. Gehuwden moeten immers zowel gezamenlijk als afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen.

 

Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag

Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande en gehuwden. De leefvorm op het moment van aanvraag is bepalend voor de hoogte van de toeslag.

 

Gehuwden hebben samen recht op één individuele inkomenstoeslag. Wanneer twee personen op de datum van verzoek als gehuwden worden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden op de datum van aanvraag voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de wet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag voor gehuwden.

 

In afwijking hiervan geldt dat als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op bijstand op grond van artikel 11 of 13, eerste lid, van de wet, de andere partner recht kan hebben op de toeslag naar het bedrag dat geldt voor een alleenstaande.

 

In het vijfde lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor het indexeren van de bedragen. Indexatie vindt plaats volgens de methode jaar op jaar. De indexeringspercentages worden berekend aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

Artikel 5. Beleidsregels

Naast deze verordening stelt het dagelijks bestuur beleidsregels op. In de beleidsregels wordt aangeven in welke gevallen personen in ieder geval wel of geen uitzicht hebben op inkomensverbetering en welke groepen daarom in ieder geval wel of niet in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag. Daarnaast geven de beleidsregels invulling aan welk vermogen en welke bijstandsnorm worden meegenomen in de toets of de aanvrager en eventuele partner voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor individuele inkomenstoeslag.

Naar boven