Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen gemeente Oldambt 2025

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt;

 

gelet op Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Oldambt;

 

overwegende dat het college bevoegd is voor bepaalde vormen van subsidie nadere regels te stellen dan wel specifieke nadere regelingen vast te stellen;

 

dat het gewenst is klimaatadaptieve maatregelen te stimuleren;

 

B e s l u i t:

 

Vast te stellen de: Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen gemeente Oldambt 2025

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvraag: Een aanvraag om subsidie zoals bedoeld in deze regeling die de aanvrager indient;

  • b.

    Aanvrager: Een natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter is van het pand en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;

  • c.

    Afkoppelen: Het via fysieke ingrepen loskoppelen van de afvoer van hemelwater waar die is aangesloten op het gemengd rioolstelsel of op de afvalwaterriolering, met als doel het hemelwater ter plaatse vast te houden, te infiltreren, aan te sluiten op het hemelwaterstelsel of direct te lozen op oppervlaktewater;

  • d.

    Afvalwaterriolering: Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van huishoudelijk en/of bedrijfsafvalwater naar de rioolwaterzuivering;

  • e.

    Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Oldambt;

  • f.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • g.

    BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

  • h.

    Bestaand pand: Een pand dat is opgericht en opgeleverd;

  • i.

    College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt;

  • j.

    Drukriolering: Riolering waarbij afvalwater via een onder druk werkend systeem met pompen wordt afgevoerd naar een lozingspunt, zoals een bestaand riool, ander drukrioolstelsel, persleiding of waterzuivering;

  • k.

    Gemengde riolering: Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

  • l.

    Groendak: Een vegetatiepakket op het dakoppervlak van een gebouw of overkapping, dat tenminste bestaat uit een drainage-, een substraat- en een vegetatielaag (eventueel aangevuld met dakbeschermend of wortelwerend doek), met een waterbergend vermogen;

  • m.

    Groengevels: Een begroeide gevel voorzien van klimplanten (grondgebonden systeem) of cassettes die in rijen aan de gevel worden vastgemaakt met een kunstmatige bodem voor planten (modulair systeem);

  • n.

    Hemelwater: Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

  • o.

    Hemelwaterriolering: Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;

  • p.

    IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater): Een systeem bij een woning of op particulier terrein voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedoeld voor situaties waar aansluiting op de openbare riolering niet haalbaar is;

  • q.

    Infiltratie: Het op eigen terrein in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van afgekoppeld dakoppervlak of verhard oppervlak, via het maaiveld (bodempassage) of met behulp van een boven- of ondergrondse voorziening;

  • r.

    Kruidendak: Groendak waarbij de beplanting bestaat uit een combinatie van sedum en minimaal 30 procent bloemen en kruiden;

  • s.

    Natuurlijk persoon: Een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten;

  • t.

    Nuttig gebruik hemelwater: Buffering en filtering van neerslag ten behoeve van (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, maar niet voor consumptiedoeleinden;

  • u.

    Oppervlaktewater: Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

  • v.

    Pand: Woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;

  • w.

    Vergroenen: Verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen, grind, kunstgras of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting als gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

  • x.

    Verhard oppervlak: Het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

  • y.

    Voorziening: Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat, te weten: het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, ontstenen en vergroenen, het afkoppelen van verhard oppervlak, het aanleggen van een groendak/-gevel en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 1.2 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners in de gemeente X te stimuleren om zelf klimaatadaptieve maatregelen te treffen op/bij het pand. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee effecten van de klimaatverandering worden beperkt, zoals wateroverlast, droogte en hitte. De maatregelen leiden tot een afname van de risico’s op (economische) schade of ongemak.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen a t/m f subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden:

  • a.

    het plaatsen van een regenton, -zuil en/of -schutting;

  • b.

    het planten van bomen;

  • c.

    ontstenen en vergroenen;

  • d.

    het afkoppelen van verhard oppervlak, eventueel in combinatie met infiltratievoorzieningen;

  • e.

    het aanleggen van een groendak en/of groengevel;

  • f.

    het realiseren van een voorziening voor nuttig gebruik hemelwater.

Artikel 1.4 Subsidieplafond en verdeelregels

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb, vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.

  • 2.

    Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

  • 3.

    Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene voorwaarden en verplichtingen

  • 1.

    Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

  • a.

    met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.2 in voldoende mate gediend;

  • b.

    de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na aankoop én realisatie van de voorzieningen waar de aanvraag betrekking op heeft;

  • c.

    de aanvraag is ingediend op een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.6 staan opgenomen;

  • d.

    als er voor hetzelfde pand meerdere subsidieaanvragen worden ingediend, mogen deze in totaal het maximale subsidiebedrag/aantal dat beschikbaar is gesteld, niet overschrijden;

  • e.

    ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

  • f.

    de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);

  • g.

    de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

  • h.

    herstel of reparatie van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie;

  • i.

    de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

  • 2.

    Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Aanvraag

  • 1.

    Na aankoop en realisatie van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

  • a.

    een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;

  • b.

    bij aankopen tot € 250,- een aankoopbewijs met aankoopdatum van de voorzieningen waarvoor een aanvraag wordt ingediend;

  • c.

    bij aankopen van € 250,- of meer een factuur met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;

  • d.

    een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is. Bij een ondergrondse voorziening ook een foto van tijdens de aanleg;

  • e.

    als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning;

  • f.

    schriftelijke toestemming van de eigenaar (als de aanvrager een huurder of pachter is).

2. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien deze voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag

  • 1.

    Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

  • 2.

    Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 3.

    Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

  • 4.

    Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 en 7.3.

  • 5.

    De betaling van de subsidie vindt plaats binnen acht weken na de subsidievaststelling.

  • 6.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen van een regenton, -zuil en/of -schutting.

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

  • a.

    de regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter;

  • b.

    per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee van de onder a. geformuleerde voorzieningen.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het plaatsen van een regenton tot 150 liter bedraagt € 30 per regenton.

  • 2.

    De subsidie voor het plaatsen van een regenton, regenzuil of regenschutting van 150 liter of groter bedraagt € 50 per ton/zuil/segment.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

  • a.

    de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal vijf loofbomen per pand zover er geen sprake is van een herplantingsplicht;

  • b.

    de aan te planten soorten staan beschreven op de bomenlijst en hebben een minimale stamomtrek van 8 tot 10 centimeter (gemeten op 1 meter hoogte);

  • c.

    De standplaats van de boom is overeenkomstig de geldende erfgrensregels.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 50,- per boom;

  • 2.

    Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs toegekend.

Hoofdstuk 4 Ontstenen en vergroenen

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden, betreffen een groenere tuin of terrein waarbij bestaande verharding (zoals tegels, stenen, asfalt, beton, grind, kunstgras of ander slecht waterdoorlatend materiaal) wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, klimop etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel c, gelden er geen aanvullende voorwaarden dan de voorwaarden benoemd in artikel 1.5.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het ontstenen en vergroenen bedraagt € 10,- per m2;

  • 2.

    Per pand wordt een maximum van € 500,- subsidie toegekend.

Hoofdstuk 5 Afkoppelen van verhard oppervlak

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

  • a.

    het afkoppelen vindt plaats bij een bestaand pand, waarbij het hemelwater is aangesloten op de gemengde riolering of afvalwaterriolering. Voor afkoppelen van hemelwaterriolering, drukriolering of IBA wordt geen subsidie verstrekt;

  • b.

    infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater moet in de specifieke situatie haalbaar zijn en kan op generlei wijze overlast veroorzaken, dit ter beoordeling van het college;

  • c.

    bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn;

  • d.

    bij infiltratie wordt er minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m² dakoppervlak) berging op eigen terrein gerealiseerd.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het afkoppelen van verhard afvoerend oppervlak bedraagt €5,- per m2 afgekoppeld verhard afvoerend oppervlak;

  • 2.

    Per pand wordt een maximum van €2.500,- subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Aanleg van een groendak en/of groengevel

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e, gelden in aanvulling op artikel 1.5. de volgende subsidievoorwaarden:

  • a.

    Het groendak of kruidendak moet een laagdikte hebben van ten minste 8 cm;

  • b.

    bij het kruidendak moet de beplanting bestaan uit een combinatie van sedum en minimaal 30 procent bloemen en kruiden;

  • c.

    de dakconstructie moet geschikt zijn om het groendak of kruidendak te kunnen dragen;

  • d.

    bij de groengevel gaat het hier om de aanleg van een gevel met kunstmatige bodem (modulair systeem) in of op de gevel.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het aanleggen van een groendak/-gevel bedraagt

  • € 25,- per m2 aangelegd groendak;

  • € 40,- per m2 aangelegd kruidendak;

  • € 30,- per m2 aangelegde groengevel met kunstmatige bodem.

  • 2.

    Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs met een maximum van € 2.500 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

  • a.

    De installatie (hemelwaterbuffer voorzien van filters, pomp en waterverdeling) moet zo zijn aangesloten en uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van was- en proceswater en vergelijkbare toepassingen in de woning/bedrijf of als tuindruppelinstallatie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het gebufferd hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen. Het water mag niet worden versproeid of verneveld of voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;

  • b.

    de voorziening moet voldoende bereikbaar zijn voor onderhoud en inspectie;

  • c.

    er wordt minimaal 1000 liter hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting zijn inbegrepen.

  • 2.

    Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  • de administratieve kosten voor de subsidieaanvraag;

  • de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.000,- per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

  • 1.

    De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 van de Awb of in artikel 10 van de Asv, (indien van toepassing in de gemeente);

  • b.

    het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond overschrijdt;

  • c.

    de aanvraag niet voldoet aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 1.2;

  • d.

    de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 1.3;

  • e.

    er niet wordt voldaan aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen: 1.5, 1.6 , 2.1, 3.1, 5.1, 6.1 of 7.1 van deze regeling;

  • f.

    er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheid instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

2. De subsidie wordt in ieder geval ingetrokken, indien:

  • a.

    er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:49 van de Awb;

  • b.

    achteraf komt vast te staan dat zich een weigeringsgrond als omschreven in het eerste lid heeft voorgedaan.

  • 3.

    De subsidie wordt teruggevorderd indien de subsidie is ingetrokken.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen gemeente Oldambt 2025’.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7-10-2025

de secretaris, de burgemeester,

Berlinda Aukema Cora-Yfke Sikkema

Naar boven