Artikel I
A: Aan de titel Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee wordt tweede wijziging toegevoegd, waardoor het intitulé als volgt wordt gewijzigd:
Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee, tweede wijziging
B
In artikel 1:1 worden ‘-badstrand’ en ‘-gebouw’ en de bijbehorende definities vervangen door:
- -
badstrand: het zeestrand met daarbij de droog liggende banken tussen de strandpalen 12.000 en 13.400;
- -
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
C
Artikel 2:10 komt te luiden:
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
- 2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:
- a.
als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
- b.
als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
- c.
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
- 3.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,2 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
- 4.
Het verbod is niet van toepassing op:
- a.
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
- b.
terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid;
- c.
standplaatsen als bedoeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving Voorne aan Zee, eerste wijziging;
- d.
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
- e.
door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen;
- f.
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
- 5.
De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
- 6.
De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.
- 7.
De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
- 8.
Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
D
Artikel 2:24, eerste lid, komt te luiden:
- 1.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke georganiseerde activiteit gericht op vermaak, cultuur, sport of ontspanning, waarbij een tijdelijke samenkomst van personen plaatsvindt, ongeacht of deze activiteit publiek toegankelijk of besloten is. Er geldt een uitzondering op:
- a.
Bioscoop- en theatervoorstellingen;
- b.
Markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
- c.
Kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
- d.
Verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in een openbare inrichting, waarvoor een vergunning krachtens artikel 2:28 geldt, mits die vergunning mede betrekking heeft op deze verrichting van vermaak;
- e.
Betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
- f.
Activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39;
- g.
Sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportwedstrijden als bedoeld in het tweede lid, onder f.
- h.
Evenementen op eigen terrein waar geen publiek wordt toegelaten of waar geen gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte.
E
Artikel 2:25, vierde, vijfde, achtste en tiende lid, komen te luiden:
- 4.
Voor de categorisering van een evenement wordt aangesloten bij de uitkomst van de (regionaal vastgestelde) risicoscan. Deze scan wordt door de gemeente ingevuld aan de hand van de gegevens van de vergunningaanvraag. De gemeente bepaalt in overleg met de diensten in welke categorie een evenement ingedeeld wordt.
- 5.
Van een meldingsplichtig evenement is sprake als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- a.
Het aantal aanwezigen niet meer dan 150 personen bedraagt;
- b.
Het een evenement is dat plaatsvindt tussen 09.00 en 23.00 uur of op een zondag tussen 13.00 en 23.00 uur;
- c.
Het geluidsniveau op een afstand van 5 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 85 dB(A) en 95 dB(C);
- d.
Er slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object;
- e.
- f.
De directe omgeving wordt geïnformeerd over het eendaags evenement;
- g.
De activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
- h.
De organisator uiterlijk 10 werkdagen voorafgaand aan het evenementen daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;
Dan bestaat er geen vergunningplicht. Er is dan sprake van een meldingsplicht.
- 8.
Onverminderd het vijfde lid kan de burgemeester aanvullende voorschriften verbinden aan de melding.
- 10.
F
Artikel 2:28, vierde en zesde lid, komen te luiden:
- 4.
Geen vergunning is vereist voor winkels en culturele instellingen. Deze mogen onder bepaalde voorwaarden kleinschalige horeca aanbieden zonder aparte horecavergunning. Dit heet de basisvrijstelling. Het gaat hierbij om laagdrempelige horeca die ondersteunend is aan de hoofdfunctie, zoals detailhandel of maatschappelijke voorzieningen. De horeca mag geen zelfstandige horecabestemming hebben en moet een beperkte impact op de omgeving hebben.
Voor de basisvrijstelling gelden de volgende voorwaarden:
- •
Openingstijden: De horeca mag open zijn tussen 6.00 en 22.00 uur. Dit is in lijn met de Winkeltijdenwet en de Winkeltijdenverordening Voorne aan Zee.
- •
Geen alcohol: Het schenken van alcohol is niet toegestaan.
- •
Muziek: Alleen achtergrondmuziek is toegestaan.
- 6.
De vrijstelling, genoemd onder lid 5, wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
G
Artikel 2:28a komt te luiden:
Artikel 2:28a Terrassen
- 1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10, beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting aanwezige terrassen, voorzover deze zich op de weg bevinden, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.
- 2.
Het is verboden zonder vergunning een terras te exploiteren.
- 3.
Een terrasvergunning wordt slechts verleend indien het terras voldoet aan de afmetingseisen, voldoet aan redelijke eisen van welstand, geen schade toebrengt aan de weg, binnen het bestemmingsplan past en geen belemmering vormt voor de openbare veiligheid en toegankelijkheid.
- 4.
Terrassen mogen worden gebruikt binnen de volgende tijden:
- •
Maandag tot en met zondag: 7.00 tot 23.00 uur.
- •
Maandag tot en met zondag: 7.00 tot 1.00 uur voor horecaondernemers binnen de vestingen van Hellevoetsluis en Brielle.
- 5.
Een ontheffing van de sluitingstijd is niet van toepassing op de openingstijden van het terras.
- 6.
De exploitant is verantwoordelijk voor het voorkomen van geluidsoverlast en het schoonhouden van het terras en directe omgeving.
H
Artikel 2:29, tweede lid, sub a en b, komen te vervallen.
I
Artikel 2:34b, derde lid, komt te luiden:
- 3.
Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.
- a.
De paracommerciële rechtspersoon meldt een bijeenkomst als bedoeld in lid 3 ten minste twee weken voor aanvang aan de burgemeester.
J
Artikel 2:34c, eerste lid, komt te luiden:
- 1.
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken in inrichtingen:
- a.
waarin onderwijs wordt gegeven; of
- b.
die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen, met uitzondering van watersportverenigingen; of
- c.
die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties- of instellingen; of
- d.
waarin, of in een onderdeel waarvan, uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren worden verkocht.
K
Artikel 2:34e komt te luiden:
Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet zwak-alcoholhoudende drank te verstrekken vanuit winkels, warenhuizen en andere locaties en ruimten als bedoeld in artikel 18, tweede lid, en artikel 19, tweede lid, onder a, onderdeel 1, van de Alcoholwet:
- a.
gedurende de volgende tijdsruimten:
- 1°.
Jaarlijks op 1 april van 00.00 uur tot 24.00 uur;
- b.
L
Na artikel 2:47 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2:47a Verboden aanwezigheid op openbare plaatsen
Ter voorkoming van overlast voor de omgeving is het verboden zich op een door het college aangewezen openbare plaats te bevinden gedurende de door het college aangewezen uren met een door het college aangewezen hoeveelheid personen.
M
Artikel 2:60, eerste lid, komt te luiden:
- 1.
Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
- a.
- b.
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
- c.
aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of
- d.
N
Na artikel 2:60 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2:60a Voederen van dieren
- 1.
Het is verboden op een openbare plaats dieren, anders dan huisdieren, te voeren.
- 2.
Het verbod geldt niet:
- a.
voor personen die dieren voeren of bijvoeren in opdracht van de beheerder van de openbare plaats of het openbaar water;
- b.
voor personen die sportvisserij beoefenen en in het bezit zijn van een daartoe bestemde geldige VISpas, voor zover dit het gebruikmaken van vismaterialen ten behoeve van de sportvisserij betreft;
- c.
in door het college aan te wijzen gebieden of ten aanzien van door het college aangewezen gevallen.
O
Artikel 2:71 komt te luiden:
Artikel 2:71 Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
P
Artikel 2:78 komt te luiden:
Artikel 2:78 Wijkverbod
- 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om zich te bevinden op in dat verbod aangewezen gebied binnen de gemeente gedurende een in het verbod neergelegde periode.
- 2.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste zes maanden in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
- 3.
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
- 4.
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
- 5.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Q
Artikel 3:8, eerste lid, sub b, komt te vervallen.
R
Artikel 4:2 komt te vervallen.
S
Artikel 4:3 komt te luiden:
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
- 1.
Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college en direct omwonenden
- 2.
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
- 3.
Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
- 4.
De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteiten is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
- 5.
De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
- 6.
Tijdens deze incidentele festiviteiten is het toelaatbaar geluid door de activiteiten in het bebouwde deel van de inrichting niet hoger dan de waarde, bedoeld in de onderstaande tabel.
Tabel Waarde voor toelaatbaar geluid ten gevolge van incidentele festiviteiten in het bebouwde deel van de inrichting
|
07.00 - 19.00 uur
|
19.00 - 23.00 uur
|
23.00 - 24.00/ 02.00 uur
|
|
Equivalent geluidniveau Leq, 3 min als gevolg van activiteiten ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen
|
55 dB(A)
|
50 dB(A)
|
35 dB(A)
|
|
Equivalent geluidniveau Leq, 3 min als gevolg van activiteiten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige bestemmingen
|
40 dB(A)
|
35 dB(A)
|
30 dB(A)
|
- 7.
De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
- 8.
Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in het bebouwde deel van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
- 9.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, in het bebouwde deel van de inrichting uiterlijk om 00.30 uur beëindigd met uitzondering van de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag. Hiervoor geldt dat het ten gehore brengen van extra muziek in de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag uiterlijk om 02.00 uur wordt beëindigd.
- 10.
De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.
- 11.
Voor de beoordeling van muziekgeluid wordt de muziektoeslag uit de Omgevingsregeling bijlage IVh buiten beschouwing gelaten.
T
Artikel 4:5, derde lid, komt te luiden:
- 3.
Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.
U
Artikel 4:20, eerste lid, komt te luiden:
- 1.
Het is verboden om gedurende het badseizoen op of aan het strand van strandpaal 12.000 tot strandpaal 13.400:
- a.
visnetten, fuiken en dergelijke vistuigen in zee te plaatsen of te hebben op een afstand minder dan vijfhonderd meter gemeten uit de zomerhoogwaterlijn;
- b.
te vissen tussen 08.00 uur en 18.00 uur.
V
Artikel 4:21, eerste lid, komt te luiden:
- 1.
Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeilvaartuig te bevinden op het strand tussen strandpaal 12.000 en 13.400 of op zee binnen een afstand van tweehonderd meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand.
W
Artikel 4:24 komt te luiden:
Artikel 4:24 Zeil- en kitesurfplanken
Het is verboden, voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement, om zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeil- en kitesurfplank te bevinden op het strand of op zee binnen een afstand van 200 meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand tussen de strandpalen 12.000 en 13.400.
X
Artikel 5:22, tweede lid, komt te luiden:
- 2.
Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan:
- a.
een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
Y
Artikel 5:34 komt te luiden:
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
- 1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
- 2.
Het verbod geldt niet voor zover het betreft:
- a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
- b.
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
- c.
vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
- 3.
Het verbod geldt voorts niet voor zover het betreft:
- a.
het stoken van snoeihout ontstaan als gevolg van het onderhoud van erfbeplantingen of andere kleine landschapselementen gelegen in het buitengebied van de gemeente Voorne aan Zee voor zover het stoken plaatsvindt in het buitengebied:
- b.
het stoken van kamp- en vreugdevuren;
- 4.
In de gevallen als bedoeld in lid 3, onder a en onder b, dient minimaal een week voorafgaand aan het stoken daarvan melding te worden gedaan aan het college op een daartoe door het college vastgesteld formulier.
- 5.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
- 6.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale Omgevingsverordening.
Z
Artikel 6:7 komt te luiden:
Artikel 6:7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee, tweede wijziging.