Was/wordt-tabel Integrale Verordening Sociaal Domein 2025

 

 

Was

Wordt

Toelichting

Hoofdstuk 2 van melding tot besluit

2.3.3. advisering

Wij zorgen ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekken wij bij de beoordeling van de aanvraag.

2.3.3. advisering

Wij zorgen ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekken wij bij de beoordeling van de aanvraag. (Zie hoofdstuk 4 voor een uitgebreide beschrijving van het onderzoek eigen kracht voor de jeugdwet)

De laatste zin tussen haakjes is toegevoegd.

2.5.1 Ondersteuning jongeren via arts e.a. [Jeugdwet Awb]

  • 1.

    Wij zorgen ervoor dat je als jongere ondersteuning krijgt als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering je doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder.

  • 2.

    Wij maken afspraken met de jeugdartsen, huisartsen, de medisch specialisten gecertificeerde instelling of jeugdreclassering en de zorgverzekeraars over zulke verwijzingen.

  • 3.

    Wij sturen je over de ondersteuning een besluit per brief, als jij of je ouders daar om vragen. Dit besluit voldoet aan dezelfde eisen als het besluit op een aanvraag die bij ons zelf is ingediend.

2.5.1 Ondersteuning jongeren via arts e.a.

[Jeugdwet Awb]

  • 1.

    Wij zorgen voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. De jeugdhulpaanbieder dient zich bij het beoordelen van de jeugdhulpvraag na een verwijzing te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn neergelegd in de Verordening en/of nadere regels.

  • 2.

    Wij zorgen voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering

  • 3.

    Ook als een verwijzing zoals genoemd in het eerste lid aanwezig is, zijn wij niet verplicht jeugdhulp te vergoeden geleverd door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente geen contract- of subsidierelatie heeft, tenzij wij met de gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders niet in staat zijn de bij de verwijzing passende jeugdhulp te laten leveren.

  • 4.

    Wij leggen de te verlenen individuele voorziening, bij het eerste lid, vast in een beschikking.

Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien

Hfdst 4.3 en 4.4 zijn na 4.2, toegevoegd waardoor alle andere hoofdstukken door schuiven.

.

Dit betreft een nieuw hoofdstuk

4.3. Afwegingskader eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

  • 1.

    Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt niet verstrekt als uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen voorzien in of bijdragen aan het oplossen van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

  • 2.

    Bij het beoordelen van de eigen kracht heeft het college als uitgangspunt dat de ouders en andere verzorgers en opvoeders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het verzorgen en opvoeden van de jeugdige en het houden van toezicht. Zij doen alles wat binnen hun mogelijkheden past om ervoor te zorgen dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Deze verantwoordelijkheid geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft.

  • 3.

    Om te bepalen wat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen oplossen, beoordeelt het college in ieder geval:

    • a.

      De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige;

    • b.

      De voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan;

    • c.

      De mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders;

    • d.

      De samenstelling van het gezin en de woonsituatie;

    • e.

      Het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan;

    • f.

      De mogelijkheden van het sociale netwerk om de jeugdige en de ouders te ondersteunen;

    • g.

      De mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen;

    • h.

      Overige relevante omstandigheden van de jeugdige en de ouders die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden.

Uitspraak CRvB mei 2024

De kern van de uitspraken is dat

de Jeugdwet volgt dat gemeenten in hun verordening regels moeten opnemen hoe de gemeente tot een afweging komt over de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en verzorgers. Specifiek wijst de CRvB erop dat uit de verordening moet blijken welke betekenis de gemeenteraad toekent aan de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht die volgt uit het Burgerlijk Wetboek. Dit al dan niet in relatie tot begrippen als eigen kracht, gebruikelijke hulp en/of bovengebruikelijke hulp.

 

Staan die regels niet in de verordening? Dan is het besluit omtrent de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen in strijd met de Jeugdwet. Als gevolg van de uitspraken is het van belang dat gemeenten deze regels zo snel mogelijk in hun verordening opnemen.

 

De CRvB heeft in de uitspraken nog 2 andere punten genoemd:

  • De deskundigheid die nodig is voor het indiceren moet in de verordening staan. De gemeente moet altijd bij ieder besluit controleren of het hele proces zorgvuldig is verlopen.

  • Vermenging van belangen wanneer indicatiestelling en uitvoering bij één organisatie worden belegd. Dat geldt alleen voor die gemeenten die de uitvoering op die wijze hebben ingericht.

Dit betreft een nieuw hoofdstuk

4.4. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming

  • 1.

    Wij winnen, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional:

    • a.

      bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd;

    • b.

      bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of

    • c.

      op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register.

  • 3.

    Wij treffen voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt.

Hoofdstuk 13. Begrippenlijst

Volgende begrippen zijn toegevoegd aan de begrippenlijst

Eigen kracht: De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) zelf of met behulp van het sociale netwerk om te voorzien in of bij te dragen aan het oplossen van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

Huiselijke kring: een familielid, een huisgenoot, de echtgenoot of voormalig echtgenoot of een mantelzorger.

Naar boven