Artikel I
De APV 2024 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1:1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door:
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
B
In artikel 2:28 wordt lid 5, onder g verwijderd:
g. camping of recreatiepark als bedoeld in artikel 2:38a, onder a, waarop de vergunningplicht uit artikel 2:38b, eerste lid, van toepassing is, voor zover sprake is van eenzelfde exploitant. Artikel 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing.
C
In artikel 2:38b, lid 3 wordt “voor zover” vervangen door “nu”
D
In artikel 2:38b, lid 3 wordt “gelet op het bepaalde in artikel 2:28, lid 5 onder g” vervangen door “(als bedoeld in Hoofdstuk 2, afdeling 6A). De artikelen 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing”.
E
Artikel 2:54 (Vervallen) wordt vervangen door:
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats
1.
Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of
een
ander
e vorm van beschutting
als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:
a.
tussen zonsondergang en zonsopgang
in door het college aan te wijzen gebieden
;
b.
in andere gevallen dan bedoeld onder a
voor zover:
1
o
sprake is van overlast of hinder
voor de omgeving
;
2
o
er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of
3o
het woon- of leefklimaat wordt aangetast
.
2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.
Het verbod geldt niet:
a.
voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van
artikel
3.124 Verordening fysieke leefomgeving
is toegestaan;
b.
voor woonwagens met een woonbestemming;
c.
op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;
d.
op kampeerplaatsen die op grond van artikel
3.77 Verordening fysieke leefomgeving
zijn aangewezen.
F
In artikel 2:78 wordt onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:
4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
G
In artikel 2:81, tiende lid, wordt “de vergunning en het verbod” vervangen door “de vergunning of het verbod”.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.