Raadsbesluit 3e wijziging Algemene plaatselijke verordening

 

Besluit van de raad van de gemeente Terneuzen tot 3 e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Terneuzen 2024

 

De raad van de gemeente Terneuzen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie Bestuur en Middelen;

besluit:

 

 

Artikel I

De APV 2024 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1:1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door:

- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

B

In artikel 2:28 wordt lid 5, onder g verwijderd:

g. camping of recreatiepark als bedoeld in artikel 2:38a, onder a, waarop de vergunningplicht uit artikel 2:38b, eerste lid, van toepassing is, voor zover sprake is van eenzelfde exploitant. Artikel 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing.

C

In artikel 2:38b, lid 3 wordt “voor zover” vervangen door “nu”

D

In artikel 2:38b, lid 3 wordt “gelet op het bepaalde in artikel 2:28, lid 5 onder g” vervangen door “(als bedoeld in Hoofdstuk 2, afdeling 6A). De artikelen 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing”.

E

Artikel 2:54 (Vervallen) wordt vervangen door:

Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een ander e vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:

a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden ;

b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover:

1 o sprake is van overlast of hinder voor de omgeving ;

2 o er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of

3o het woon- of leefklimaat wordt aangetast .

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3. Het verbod geldt niet:

a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 3.124 Verordening fysieke leefomgeving is toegestaan;

b. voor woonwagens met een woonbestemming;

c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;

d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 3.77 Verordening fysieke leefomgeving zijn aangewezen.

F

In artikel 2:78 wordt onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:

4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

G

In artikel 2:81, tiende lid, wordt “de vergunning en het verbod” vervangen door “de vergunning of het verbod”.

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025.

De voorzitter,

De griffier,

Naar boven