Gemeenteblad van Velsen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Velsen | Gemeenteblad 2025, 567088 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Velsen | Gemeenteblad 2025, 567088 | beleidsregel |
Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Velsen
De raad van de gemeente Velsen;
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen;
De burgemeester van de gemeente Velsen;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2025;
Gelet op de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluiten vast te stellen, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, de volgende beleidsregel:
Deze beleidsregel legt uit hoe gemeente Velsen (hierna: gemeente) de Wet Bibob uitvoert.
Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus bijvoorbeeld of iemand niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan hierbij ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
• activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is
• activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd
• opdrachten voor de overheid (overheidsopdrachten)
• vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of grond van en/of door de gemeente.
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen beschikking zoals een vergunning, ontheffing en/of subsidie te geven, of geen overeenkomsten zoals een overheidsopdracht of vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Artikel 1.1 Begripsbeschrijving
In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In artikel 1.1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder staat wat die begrippen betekenen.
Artikel 1.2 Algemene toepassing van deze beleidsregel
Meerdere aanvragen: Er kunnen zich situaties voordoen waarbij voor een activiteit en/of project meerdere aanvragen ingediend moeten worden. In dit soort gevallen wordt, waar mogelijk, in een zo vroeg mogelijk stadium het Bibob-onderzoek uitgevoerd. Hierdoor blijft het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo beperkt mogelijk.
Risicoactiviteiten: Bedrijfsactiviteiten in sommige branches zorgen voor een verhoogd risico op criminele invloeden. Dit wordt bepaald door kenmerken van de branche en de omgeving. Op basis hiervan is een aantal risico-categorieën in bijlage 1 vastgesteld die behoren tot de beleidsregel en die medebepalend zijn of een eigen onderzoek wordt uitgevoerd.
Risicogebieden: In sommige gebieden in de gemeente bestaat er een verhoogd risico op criminele invloeden. Dit blijkt onder andere uit informatie van politie en het RIEC. Om die reden heeft de gemeente in bijlage 2 een aantal risicogebieden aangewezen, die behoren tot de beleidsregel en die medebepalend zijn of een eigen onderzoek wordt uitgevoerd.
Een Bibob-vragenformulier is niet vereist, indien in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of overeenkomst, reeds een Bibob-vragenformulier is ingediend bij de gemeente en zich in de tussentijd geen wijzigingen hebben voorgedaan op financieel, organisatorisch en/of juridisch gebied. In dat geval kan worden volstaan met het afleggen van een verklaring door betrokkene dat deze wijzigingen zich niet hebben voorgedaan.
Lid 1 is niet van toepassing indien de gemeente het Bibob-onderzoek start naar aanleiding van eigen informatie of informatie van één van de samenwerkingspartners van het RIEC, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren of een tip van het OM, het Landelijk Bureau Bibob, een ander bestuursorgaan of een andere rechtspersoon met overheidstaak.
Artikel 1.4 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente omschreven in welke gevallen standaard een Bibob-onderzoek wordt uitgevoerd. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
In dit hoofdstuk staat wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij aanvragen voor publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.
Artikel 2.2 Reeds verleende vergunningen
één of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage 1) en/of in een risicogebied plaatsvinden (zie bijlage 2). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties
In dit hoofdstuk staat wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij privaatrechtelijke transacties, zoals vastgoedtransacties of overheidsopdrachten.
Artikel 3.1 Toepassingsbereik vastgoedtransacties
Voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst voor de vastgoedtransactie legt de gemeente de betrokkene met wie gemeente voornemens is een overeenkomst te sluiten, een integriteitsclausule ter ondertekening voor. Ondertekening van deze integriteitsclausule is voorwaarde voor het aangaan van de overeenkomst.
Artikel 3.3 Toepassingsbereik overheidsopdrachten
De gemeente neemt in de (aanbestedings)documenten op dat de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens zij tot definitieve gunning overgaat, een (eigen) Bibob-onderzoek kan doen en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies kan vragen.
Hoofdstuk 4: Gevolgen niet meewerken Bibob-onderzoek
Artikel 4.1 Weigeren medewerking
De gemeente biedt de betrokkene een redelijke termijn om het Bibob-vragenformulier volledig ingevuld met de daarbij behorende gegevens en documenten te retourneren. Het niet volledig invullen van het formulier en/of het niet verstrekken van gevraagde documenten, of het niet (tijdig) retourneren hiervan kan worden beschouwd als het niet meewerken of het weigeren mee te werken aan het Bibob-onderzoek. Dit kan de volgende gevolgen hebben:
bij een aanvraag van een beschikking, zoals bedoeld in de Wet Bibob, kan dit leiden tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemeente heeft dan immers onvoldoende gegevens voorhanden om een aanvraag inhoudelijk te beoordelen aan de kaders van de Wet Bibob, waardoor geen besluit op de aanvraag kan worden genomen.
Artikel 4.2. Valsheid in geschrifte
Naast het volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, moet dit ook naar waarheid worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 227a en 227b, Wetboek van Strafrecht). De gemeente kan de vergunning in dat geval weigeren of intrekken, een vastgoedgrondtransactie niet aangaan dan wel een inschrijver voor een overheidsopdracht uitsluiten (artikel 3 lid 6 van de Wet Bibob). Indien er een vermoeden bestaat dat ter verkrijging of behoud van de (ver)gunning een strafbaar feit, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, is gepleegd kan de gemeente aangifte doen bij de politie. Van deze bevoegdheid zal de gemeente in beginsel gebruik maken.
Zo hebben besloten op 4 november 2025
Burgemeester
Burgemeester en wethouders voornoemd ,
Secretaris
Zo hebben besloten op 18 december 2025
De raad van de gemeente Velsen,
De griffier,
De voorzitter,
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Velsen. Ze zijn verdeeld over categorieën.
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt[1]. Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
1. Zijn criminelen goed bekend met de branche?
2. Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?
3. Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?
4. Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector. Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector[2].
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe[3]. Ook voegde het sommige niet-vergunningplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe[4]. Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen[5]. Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.
[1] Kamerstukken II, 1999/00, 26 883, nr. 5, p. 2
[2] Kamerstukken II, 1999/00, 26 883, nr. 3
[3] Kamerstukken II, 2010/11, 32 676, nr. 3, p 4-7
[4] Zie: consultatieversie van de memorie van toelichting bij de wetswijziging Evaluatie- en Uitbreidingswet (januari 2010)
[5] Zie de studies van Ferwerda en Unger (2015) en Kruisbergen, Kleemans en Kouwenberg (2015), Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 2014. Zij onderzochten in welke branches veel crimineel geld wordt geïnvesteerd door te kijken naar Nederlandse strafzaken. Zie ook: Essen en Maan (2022), Criminele inmenging in het mkb: casusonderzoek naar de faciliterende rol van bonafide ondernemingen in het criminele bedrijfsproces.
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene plaatselijke verordening (Apv) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen. Als risicovolle horeca-activiteiten worden aangemerkt:
2. Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de Memorie van Toelichting van de Wet Bibob .
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Risico-activiteiten in deze branche zijn:
o Vechtsportwedstrijden of -gala's (of vergelijkbare evenementen)
o Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
o Evenementen met meer dan 20.000 bezoekers (cumulatief) en commercieel oogmerk.
4. Speelautomatenhallen/gamecenters
5. Fitnessbedrijven/sportscholen
Voor deze activiteit is een exploitatievergunning nodig vanuit de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente. Voor deze activiteit geldt vaak een maximum aantal per gebied. Soms is ook een omgevingsvergunning nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken. Risico-activiteiten in deze branche zijn:
1. Prostitutie- en seksbedrijven
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob .
Detailhandel en dienstverlening
Voor deze activiteiten is meestal geen exploitatievergunning nodig, behalve als de gemeente deze vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms is voor deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Risico-activiteiten in deze branche zijn:
1. Smartshops/headshops/giftshops
3. Wellnesscentra/zonnestudio’s
4. Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops/laserstudio's
8. Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Risico-activiteiten in deze branche zijn:
1. Woningsplitsing of het toevoegen van woningen;
2. Onzelfstandige bewoning en/of kamerverhuur in de vorm van shortstay en/of wonen.
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden of het gebruik in strijd is met het omgevingsplan, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Risico-activiteiten in deze branche zijn:
2. Bedrijfsverzamelgebouwen of bedrijfsunits.
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingsvergunning nodig (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit). Risico-activiteiten in deze branche zijn:
1. (Gevaarlijke) afvalbewerking en -verwerking
4. Sloop- en/ of asbestverwijdering
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een omgevingsvergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet. Risico-activiteiten in deze branche zijn:
1. Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)
3. Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd. Risico-activiteiten in deze branche zijn:
1. Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)
2. Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)
In deze bijlage vindt u de gebieden die volgens de gemeente Velsen een risicogebied zijn. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe bedrijventerreinen, gebieden die opgeknapt worden en gebieden waarvan de gemeente vermoedt dat er criminele activiteiten gebeuren. De gemeente vindt het nodig om een Bibob-onderzoek te doen voor activiteiten binnen die gebieden.
De gemeente mag niet voor alle activiteiten binnen deze gebieden een Bibob-onderzoek doen. De gemeente mag zo’n onderzoek alleen doen als de activiteit onder de Wet Bibob valt. Dat is als er een vergunning nodig is voor de activiteit, als er een subsidie wordt aangevraagd, als het om een vastgoedtransactie gaat of een overheidsopdracht.
De aanpak van ondermijning heeft prioriteit binnen de gemeente Velsen. Vanuit het informatiebeeld van het RIEC vragen het havengebied IJmuiden en de bedrijventerreinen Velsen-Noord om aandacht. Ook vallen deze gebieden inmiddels onder de Mainport aanpak, dat als doel heeft barrières op te werpen tegen criminele invloeden in en rond het havengebied. Om die reden worden deze gebieden aangewezen als risicogebied, conform onderstaande kaarten:
Gebied dat valt onder het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zijnde bestemmingsplan Havengebied IJmuiden, inclusief de eerste partiële herziening.
Gebied dat valt onder het tijdelijk deel van omgevingsplan, zijnde bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord.
Toelichting: hoe past de gemeente Velsen de Wet Bibob toe?
Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.
De gemeente begint altijd met een eigen Bibob-onderzoek. Als dit onderzoek niet genoeg informatie oplevert om een beslissing te nemen, kan de gemeente ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen. Dit bureau heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente.
Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
In de beleidsregel Wet Bibob staat wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van de politie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.
Gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst? Dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en contracten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.
Eigen Bibob-onderzoek door de gemeente
De gemeente start altijd met een eigen Bibob-onderzoek. De gemeente voert hiervoor onderstaande stappen uit.
De betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen
Als de gemeente, na een eerste screening, een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. De betrokkene moet ook alle documenten (bijlagen) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.
Als de betrokkene de aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.
De gemeente voert daarna de volgende acties uit:
1. De gemeente controleert en onderzoekt alle informatie die de betrokkene heeft ingevuld op het Bibob-vragenformulier en alle toegevoegde documenten (bijlagen).
2. De gemeente controleert en onderzoekt extra informatie die de betrokkene heeft ingeleverd bij de gemeente als de gemeente hierom heeft gevraagd.
3. De gemeente doet onderzoek naar informatie over de betrokkene en de omgeving van de betrokkene in open bronnen waar iedereen toegang toe heeft, zoals de Kamer van Koophandel en het Kadaster.
De gemeente kan de volgende extra gegevens opvragen:
• Politiegegevens (zie artikel 4.3 onder l van het Besluit politiegegevens);
• Justitiële gegevens, zoals een strafblad;
• Informatie van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob;
• Informatie van de Rijksbelastingdienst zoals bedoeld in artikel 7c van de Wet Bibob;
De gemeente kan deze extra informatie opvragen van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar (met uitzondering van politiegegevens) ook van Bibob-relaties van de betrokkene. Daaronder vallen de volgende personen:
• degene die direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan de betrokkene;
• degene die direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad over de betrokkene;
• degene die direct of indirect vermogen geeft of heeft gegeven aan de betrokkene;
• degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager staat vermeld op de aangevraagde of al gegeven beschikking;
• degene die met de betrokkene gelijk kan worden gesteld door zijn invloed op de betrokkene.
De betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert:
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels:
Optie 1: De betrokkene gebruikt eigen vermogen
De betrokkene moet kunnen bewijzen dat hij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als de betrokkene met contant geld betaalt.
Optie 2: De betrokkene gebruikt vreemd vermogen
In dit geval moet de betrokkene de volgende documenten inleveren:
• Een lenings- of schenkingscontract waarop staat wat de voorwaarden voor de lening of schenking zijn. Dit contract moet in het Nederlands zijn, of vertaald zijn naar het Nederlands.
• Documenten die de identiteit van de (indirecte) geldgever bewijzen:
o Gegevens over de natuurlijke personen (aandeelhouders) als de financiering door rechtspersonen gebeurt.
• Documenten waaruit blijkt waar het geld van de geldgever vandaan komt en om hoeveel geld het gaat. Denk aan overeenkomsten, jaaropgaven, loonstroken en belastingaangiftes.
• Bankafschriften waaruit blijkt dat de betrokkene het geld heeft ontvangen.
• Betaalt de betrokkene met contant geld? Dan moet de betrokkene laten zien hoe hij aan dit geld komt.
• Maakt de betrokkene gebruik van crowdfunding of andere manieren om via een platform geld op te halen bij een groep mensen? Dan kan de gemeente het platform verplichten de identiteit van de uiteindelijke vermogensverschaffers bekend te maken aan de betrokkene of de gemeente.
Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob
De gemeente kan ook het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laten doen. Het Landelijk Bureau Bibob heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob heeft daarom meer invloed op een betrokkene en de privacy van een betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het Landelijk Bureau Bibob daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt.
De gemeente kan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) onderzoek laten doen in de volgende gevallen:
a. De gemeente heeft nog vragen over de integriteit van de betrokkene en/of de omgeving van de betrokkene, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4 van de Wet Bibob;
b. De gemeente heeft nog vragen over de bedrijfsstructuur van één of meerdere bedrijven die te maken hebben met de beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie;
c. De gemeente heeft nog vragen over de financiering van de activiteiten;
d. Het Landelijk Bureau Bibob adviseert de gemeente om hen onderzoek te laten doen naar de betrokkene, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
e. De gemeente heeft een tip ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan, of een rechtspersoon met een overheidstaak, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet.
Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken.
Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten?
De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob.
• De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
• De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
• De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
• De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
• Uit het Bibob-onderzoek blijkt dat er een ernstig mate van gevaar is, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob. Als de vergunning of subsidie al gegeven is, kan de gemeente deze intrekken.
• Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob? Dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
• Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie een te zware beslissing? Ook dan kan de gemeente extra regels opleggen. Die extra regels moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie te sluiten. Of het contract te verbreken dat na de vastgoedtransactie is gesloten. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
• De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
• De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
• De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
• De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
• Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie wordt gebruikt voor het witwassen van crimineel geld of vermogen.
• Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat in of met het gebouw of de grond strafbare activiteiten zullen gebeuren.
• De gemeente is ervan overtuigd dat de betrokkene mogelijk niet integer is door ernstige strafbare activiteiten waarmee de betrokkene te maken heeft.
• De gemeente is ervan overtuigd dat er strafbare activiteiten zijn uitgevoerd om het gebouw of de grond te verkrijgen.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven. Of het contract voor deze overheidsopdracht te verbreken. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
• De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
• De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
• De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
• De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
• Uit het Bibob-onderzoek blijkt dat één of meer uitsluitingsgronden van toepassing zijn als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob. De gemeente kan dan beslissen dat de partij niet mee mag doen aan de aanbesteding volgens de Aanbestedingswet 2012.
• Bij contracten zoals bedoeld in de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) kan de informatie uit het Bibob-onderzoek reden voor de gemeente zijn om het contract niet te sluiten of te verbreken.
Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen een bepaalde periode reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Ook het Landelijk Bureau Bibob moet binnen een bepaalde periode reageren op een vraag van de gemeente voor een extra Bibob-onderzoek. In sommige gevallen krijgen de gemeente en het Landelijk Bureau Bibob meer tijd.
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het Landelijk Bureau Bibob nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het Landelijk Bureau Bibob de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Lukt het het Landelijk Bureau Bibob niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan het de periode verlengen met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt.
Mist het Landelijk Bureau Bibob nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan vraagt het dit op bij de betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De periode die het Landelijk Bureau Bibob moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het Landelijk Bureau Bibob heeft om een advies te geven. Ook de gemeente krijgt deze periode erbij om op de aanvraag te reageren.
Informatieplicht van de gemeente
Als de gemeente het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laat doen, moet de gemeente dit in een brief laten weten aan de betrokkene. De gemeente laat de betrokkene ook weten dat dit betekent dat de gemeente meer tijd krijgt om over de aanvraag van de betrokkene te beslissen (zie artikel 31 Wet Bibob). Een kopie van die brief voegt de gemeente toe aan de vraag om een advies bij het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente moet de betrokkene een kopie van het advies van het Landelijk Bureau Bibob geven als dit advies reden was voor de gemeente om:
• een aanvraag voor een beschikking te weigeren;
• een verleende beschikking in te trekken;
• extra voorschriften (regels) op te leggen voor de beschikking.
De gemeente moet die kopie ook aan andere personen geven als die zijn onderzocht (derden, zoals bedoeld in artikel 28 en 33 van de Wet Bibob) en de informatie over deze personen onderdeel heeft uitgemaakt van de beslissing van de gemeente. De gemeente mag alleen de onderdelen die over hen gaan met hen delen.
De betrokkene en anderen die de kopie hebben ontvangen moeten de informatie hieruit geheim houden (geheimhoudingsplicht). De gemeente laat dit in een brief aan hen weten (zie artikel 28 Wet Bibob).
Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek
Komt er een negatief besluit na het onderzoek? Dan mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Andere rechten en plichten van de gemeente
Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)
De gemeente mag een advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie uit het eigen onderzoek vijf jaar lang gebruiken voor een andere beslissing.
Aantekening maken in het Bibob-register
Het Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8 van de Wet Bibob, als:
• uit het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente blijkt dat de betrokkene een gevaar vormt.
• de gemeente vermoedt dat de betrokkene de aanvraag heeft ingetrokken omdat de gemeente de Wet Bibob uitvoert.
Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente tipt andere gemeenten of rechtspersonen met een overheidstaak als het denkt dat zij informatie over betrokkenen moeten hebben, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Delen van gegevens met andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente deelt Bibob-informatie met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28, lid 2 onder m van de Wet Bibob.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-567088.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.