Gemeenteblad van Westland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2025, 566783 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2025, 566783 | beleidsregel |
Beleidsnota Reserves en Voorzieningen 2025
De gemeenteraad stelt op voorstel van het college een nota reserves en voorzieningen vast wanneer daar aanleiding toe is.
Deze nota biedt het kader voor de vorming, het gebruik en het opheffen van reserves en voorzieningen. De basis hiervoor ligt in het BBV en de Financiële verordening van de gemeente Westland. Samen vormen zij de formele uitgangspunten voor het financieel beheer van reserves en voorzieningen.
Met deze herziening wordt beoogd:
De nota is opgebouwd aan de hand van de volgende onderwerpen:
De nota bevat zowel algemene toelichtingen als lokale beleidsuitwerkingen.
Het BBV vormt het wettelijke kader en ligt daarmee aan de basis van deze nota. De artikelen 42 tot en met 45 bevatten de kernbepalingen over reserves en voorzieningen:
Daarnaast bevatten artikelen 17, 27 en 30 bepalingen over de verwerking van reserves en voorzieningen in de planning- en controlcyclus.
Naast de formele wetgeving geeft de commissie BBV nadere duiding via richtlijnen, notities en antwoorden op praktijkvragen. Voor zover deze betrekking hebben op reserves en voorzieningen, zijn ze mede richtinggevend voor deze nota.
2.2 Financiële verordening Westland
Naast de wettelijke kaders staan in de Financiële verordening van de gemeente aanvullende regels, specifiek voor de gemeente Westland. In artikel 17 van de Financiële Verordening 2025 is vast - gelegd dat:
Een bijzondere voorziening, is die voor de risico's met betrekking tot oninbaarheid van debiteuren en de voorziening voor de verlieslatende BIE’s. Dit is een voorziening die op grond van art. 63.8 aan de activazijde van de balans gepresenteerd dient te worden.
In dit onderdeel worden de belangrijkste begrippen die relevant zijn voor het beleid rond reserves en voorzieningen toegelicht.
Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het jaarrekeningresultaat wordt afzonderlijk op de balans gepresenteerd. Het eigen vermogen vertegenwoordigt het verschil tussen bezittingen en schulden (inclusief voorzieningen).
Het vreemd vermogen omvat verplichtingen die voortkomen uit gebeurtenissen in het verleden, waarvan de afwikkeling naar verwachting leidt tot een uitstroom van middelen. Vreemd vermogen bestaat uit vaste en vlottende schulden, voorzieningen en overlopende passiva.
Reserves maken deel uit van het eigen vermogen en zijn in beginsel vrij aanwendbaar. De gemeenteraad stelt de bestemming vast en kan deze wijzigen, tenzij anders is bepaald. Instelling, opheffing, toevoegingen en onttrekkingen verlopen via raadsbesluit. Reserves zijn passiefposten op de balans en kunnen ook worden ingezet om risico’s af te dekken.
De algemene reserve heeft geen vooraf vastgestelde bestemming en vormt het vrij besteedbare deel van het eigen vermogen. Zij wordt onder andere ingezet voor het opvangen van financiële risico’s en tekorten. Deze reserve speelt een centrale rol in het weerstandsvermogen van de gemeente.
Een bestemmingsreserve is gekoppeld aan een specifiek doel, vastgesteld door de raad. De omvang van de reserve is afgestemd op dit doel. De raad behoudt de bevoegdheid de bestemming te wijzigen, zolang er nog geen financiële verplichtingen aan zijn verbonden.
Van een stille reserve is sprake wanneer bezittingen (zoals gronden of gebouwen) op de balans tegen een lagere waarde zijn opgenomen dan hun marktwaarde. Dit betreft doorgaans niet-bedrijfsgebonden bezittingen, zoals:
Stille reserves worden niet zichtbaar op de balans en zijn lastig exact te kwantificeren.
Negatieve reserves zijn niet toegestaan. Wanneer er indicaties zijn dat een reserve een negatief saldo zal bereiken, dienen corrigerende maatregelen te worden genomen.
Voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen en zijn bedoeld voor de afdekking van verplichtingen of risico’s. In tegenstelling tot reserves zijn voorzieningen niet vrij aanwendbaar en is de bestemming niet wijzigbaar.
Een voorziening wordt gevormd indien sprake is van een inschatbare financiële verplichting, verlies of toekomstige uitgave waarvan het moment van optreden en/of de omvang onzeker is. Mutaties in voorzieningen verlopen via de exploitatie en maken geen deel uit van de resultaatbestemming. Zij worden als passiefposten op de balans opgenomen.
Voorzieningen mogen alleen worden gevormd in de volgende gevallen (art. 44 BBV):
Als de situaties 1, 2 of 3 zich voordoen, is het college verplicht een voorziening te vormen. Voor situatie 4 en 5 is dit niet verplicht.
De omvang van een voorziening moet in verhouding staan tot het onderliggende risico of de verplichting. Indien onder- of overdekking ontstaat, vindt bijstelling plaats via dotatie of vrijval, verwerkt in de exploitatie. De dotatie aan de voorziening gebeurt met instemming van de raad, via de (meerjaren)begroting, begrotingswijziging of bij vaststelling van de jaarrekening.
Als verplichtingen nog onvoldoende concreet te maken zijn, worden zij als risico opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen.
De aanwending van voorzieningen valt onder de verantwoordelijkheid van het college. Uitgaven worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Rentetoevoeging is niet toegestaan, tenzij de voorziening is gebaseerd op contante waarde.
De voorziening voor dubieuze debiteuren betreft een waardecorrectie op de debiteurenpost en wordt rechtstreeks in mindering gebracht op het saldo van uitstaande vorderingen. Deze voorziening wordt derhalve niet opgenomen op de staat van reserves en voorzieningen (conform art. 63, lid 8 BBV). Ditzelfde is van toepassing op de voorziening voor de verlieslatende BIE’s.
2.4 De functies van reserves en voorzieningen
Reserves en voorzieningen vervullen binnen het gemeentelijk financieel beleid verschillende functies. Deze kunnen afzonderlijk of gecombineerd voorkomen. In hoofdlijnen gaat het om de volgende zes functies:
De belangrijkste functie van het eigen vermogen, en specifiek van de algemene reserve, is het opvangen van financiële tegenvallers. Deze zogenaamde ‘bufferfunctie’ is van belang voor het waarborgen van de financiële veerkracht van de gemeente.
De bufferfunctie is bedoeld voor:
De algemene reserve speelt hierin een centrale rol.
De bestedingsfunctie betreft het gereserveerd inzetten van middelen voor een specifiek doel. Dit geldt met name voor bestemmingsreserves en in beperkte mate voor voorzieningen. Het kan hierbij gaan om toekomstige lasten, investeringen of de afschrijvingslasten daarvan. Een bijzondere vorm van besteding is het gebruik van een bestemmingsreserve ter dekking van afschrijvingslasten van geactiveerde investeringen met een economisch of maatschappelijk nut. Deze reserve wordt gedurende de looptijd benut voor de jaarlijkse dekking van afschrijvingen in de exploitatie. Bestemmingsreserves mogen – in tegenstelling tot bijdragen van derden – niet direct in mindering worden gebracht op de boekwaarde van een investering.
Reserves maken deel uit van het totale vermogen van de gemeente. Ze kunnen daardoor worden ingezet als intern financieringsmiddel, waarmee externe (rentedragende) leningen kunnen worden beperkt. Dit draagt bij aan een lagere rentelast en versterkt de financiële autonomie. De kaders voor deze inzet zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en het gemeentelijke Treasurystatuut.
Voorzieningen kunnen worden ingezet om schommelingen in lasten en tarieven te dempen, met als doel een stabiele ontwikkeling van het financiële beeld. Dit betreft met name egalisatievoorzieningen die kosten gelijkmatig verdelen over meerdere begrotingsjaren, bijvoorbeeld voor onderhoud, kapitaallasten of tarieven voor derden.
De inkomensfunctie verwijst naar het effect van reserves en voorzieningen op de financieringslasten van de gemeente. Door inzet van eigen middelen hoeft minder extern kapitaal te worden aangetrokken, waardoor rente wordt bespaard. Dit leidt tot zogenaamde bespaarde rente, die ten gunste komt van de exploitatie.
Bij de volgende situaties is sprake van een inkomensfunctie:
De gemeente kan er ook voor kiezen om bespaarde rente toe te voegen aan een reserve, via resultaatbestemming.
Deze functie is exclusief van toepassing op voorzieningen. Voorzieningen zijn bedoeld voor verplichtingen of risico’s die voortvloeien uit bestaande of te verwachten situaties. Ze hebben een verplichtend karakter en dienen niet als beleidsinstrument.
2.5 De verschillen tussen reserves en voorzieningen
Het belangrijkste onderscheid tussen reserves en voorzieningen is dat reserves onderdeel zijn van het eigen vermogen, terwijl voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen.
Reserves zijn in principe vrij aanwendbaar. De gemeenteraad stelt de bestemming vast en kan deze, tenzij anders besloten, op ieder moment wijzigen. Een uitzondering betreft bestemmingsreserves die worden ingezet voor de dekking van afschrijvingslasten van activa die reeds in bezit zijn van de gemeente (bijvoorbeeld investeringen met economisch of maatschappelijk nut). Het wijzigen van de bestemming van dit type reserve heeft namelijk directe gevolgen voor de exploitatie.
Voorzieningen daarentegen zijn niet vrij aanwendbaar. Ze worden uitsluitend gevormd voor verplichtingen en risico’s die redelijkerwijs zijn in te schatten. De bestemming van een voorziening staat vast en is niet te wijzigen. In sommige gevallen is de vorming wettelijk verplicht, bijvoorbeeld bij ontvangen middelen (zoals heffingen) waarvoor een toekomstige uitgave moet worden gedaan.
Mutaties in reserves worden pas verwerkt nadat het totaalsaldo van baten en lasten is vastgesteld. Daardoor worden deze mutaties nooit als baat of last aangemerkt. Uitgaven mogen niet rechtstreeks op een reserve worden geboekt.
Bij voorzieningen verlopen stortingen en vrijval wél via de exploitatie en vormen daarmee onderdeel van het saldo van baten en lasten. De feitelijke aanwending van een voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt en is dus een balansmutatie.
* Bij reserves die dienen ter dekking van afschrijvingslasten dient een alternatieve dekking te worden aangewezen bij wijziging van de bestemming.
Wanneer de gemeente (een deel van) haar reserves inzet voor de financiering van investeringen of andere uitgaven, hoeft minder extern vermogen te worden aangetrokken. Hierdoor ontstaat een besparing op rentekosten: de bespaarde rente.
Het hanteren van bespaarde rente dient drie doelen:
De berekening en verwerking van bespaarde rente volgt de landelijke BBV-regels. De technische uitwerking hiervan is opgenomen in hoofdstuk 5.
De weerstandscapaciteit geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om onverwachte, substantiële financiële tegenvallers op te vangen. In combinatie met de omvang van de geïnventariseerde risico’s bepaalt dit het weerstandsvermogen van de gemeente.
Het weerstandsvermogen is een belangrijke indicator voor de financiële veerkracht. Het toont in welke mate de gemeente tegenvallers kan opvangen, zonder dat dit ten koste gaat van beleidsdoelen, wettelijke taken of de structurele financiële positie.
Tegenvallers kunnen ontstaan door niet-begrote kosten of verplichtingen waarvoor geen voorziening of bestemmingsreserve is getroffen. Niet alle risico’s zijn voldoende concreet of gekwantificeerd om een voorziening voor te vormen. Dergelijke risico’s moeten op grond van het BBV worden opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van zowel de begroting als de jaarrekening.
De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in:
De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Westland bestaat uit:
De gemeente Westland rekent bestemmingsreserves met bestedingsplan en stille reserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit, vanwege het ontbreken van directe inzetbaarheid. De vakliteratuur rekent soms ook de onbenutte belastingcapaciteit mee als potentiële bron van weerstandscapaciteit. In Westland wordt deze niet meegeteld, mede vanwege de beperkte ruimte binnen de OZB en de werking van de landelijke macronorm. Deze ruimte wordt als onvoldoende concreet en realistisch beschouwd voor risicodekking.
3.1 Instellen reserves en voorzieningen
Het instellen en opheffen van reserves en voorzieningen is op grond van de artikelen 186 tot en met 189 van de Gemeentewet voorbehouden aan de gemeenteraad. Besluitvorming hierover kan plaatsvinden:
Conform het BBV dienen bestemmingsreserves altijd een tijdelijk karakter te hebben en moet de bestemming helder en onderbouwd zijn.
De gemeente Westland streeft naar een beperkt en beheersbaar aantal reserves en voorzieningen. Dit draagt bij aan:
Richtlijnen voor reservevorming
Bij het instellen en aanwenden van reserves gelden de volgende uitgangspunten:
Bestemmings- en egalisatiereserves worden uitsluitend ingezet voor het doel waarvoor zij zijn ingesteld. De raad behoudt het recht om de bestemming te wijzigen via een raadsbesluit. Een uitzondering geldt voor reserves die zijn bedoeld voor de dekking van afschrijvingslasten van reeds geactiveerde investeringen; wijziging van de bestemming heeft daar directe gevolgen voor de exploitatie.
b. Inhoud van het raadsvoorstel
Bij de vorming van een nieuwe reserve dient het voorstel aan de raad minimaal de volgende onderdelen te bevatten:
Terughoudendheid bij bestemmingsreserves
Het instellen van een bestemmingsreserve beperkt de beschikbare financiële ruimte: de middelen zijn geoormerkt en daardoor niet inzetbaar voor andere, actuele beleidsdoelen. Ter bevordering van transparantie en bestuurlijke afweging wordt terughoudendheid betracht bij het instellen van nieuwe bestemmingsreserves.
In de financiële verordening van de gemeente Westland is vastgelegd dat een bestemmingsreserve bij aanvang minimaal een omvang van € 250.000 dient te hebben. Van deze norm kan alleen worden afgeweken indien het college een goed gemotiveerd voorstel indient dat door de raad wordt vastgesteld. Bij voorkeur worden geen nieuwe reserves gevormd indien het bedrag onder € 250.000 blijft of de looptijd korter is dan twee jaar. Er is terughoudendheid in het vormen van nieuwe reserves, waarbij er een voorkeur is voor het begroten via de reguliere exploitatie.
3.3 Instellen van voorzieningen
Het instellen van voorzieningen gebeurt op grond van artikel 44 van het BBV. Voorzieningen hebben een verplichtend karakter: ze worden gevormd ter dekking van voorzienbare verplichtingen, verliezen of toekomstige uitgaven waarvan de omvang of het tijdstip van optreden onzeker is. In tegenstelling tot reserves kan de bestemming van een voorziening niet worden gewijzigd.
De raad stelt een voorziening in via de begroting of een begrotingswijziging. Toevoegingen verlopen via de exploitatie, als last. De raad neemt hierop besluit bij vaststelling van het programmaonderdeel in de begroting of jaarrekening.
Wettelijke vormen van voorzieningen
Voorzieningen worden uitsluitend gevormd in de volgende gevallen:
Bij voorzieningen die zijn gebaseerd op artikel 44 lid 1c BBV — ter egalisatie van lasten — geldt als aanvullende voorwaarde dat deze lasten voortvloeien uit verplichtingen die hun oorsprong vinden in het huidige of een eerder begrotingsjaar. Er mag geen voorziening worden gevormd voor toekomstige lasten die pas ontstaan ná de verslagperiode.
Bij het instellen van een voorziening bevat het raadsvoorstel ten minste:
Voorzieningen worden jaarlijks beoordeeld op noodzaak en toereikendheid bij de programmabegroting en jaarstukken. De toelichting beschrijft het verloop van de voorziening en de status van het onderliggende beleid of plan.
Afscheiding van risico’s en schulden
Een risico waarvoor de omvang of kans onvoldoende concreet of betrouwbaar is in te schatten, komt niet in aanmerking voor een voorziening. Dergelijke risico’s worden opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Voorzieningen voor groot onderhoud van kapitaalgoederen mogen alleen worden gevormd indien een actueel beheerplan aanwezig is. Dit plan bevat ten minste een overzicht van geplande werkzaamheden, tijdpad en kostenraming. Het beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd.
Indien geen actueel beheerplan beschikbaar is, kunnen onderhoudskosten — indien voorzienbaar — uitsluitend worden gedekt uit een bestemmingsreserve via resultaatbestemming of via de reguliere exploitatie, niet via een voorziening.
Geen voorziening bij concrete verplichtingen of facturabele verplichtingen
Indien de verplichting waarvoor een voorziening wordt overwogen reeds concreet, juridisch afdwingbaar of volledig bepaalbaar is, dan moet deze verplichting als schuld of als overlopende passief op de balans worden opgenomen. Er mag dan géén voorziening worden gevormd. Dit geldt bijvoorbeeld voor verplichtingen waarvoor reeds facturen zijn ontvangen of waarvoor een factuur kan worden verwacht. In die gevallen is sprake van een reguliere financiële verplichting en niet van een onzeker risico of verlies.
Voorstellen tot het instellen van reserves of voorzieningen worden door het college aan de raad voorgelegd, voorzien van een inhoudelijke onderbouwing. Deze bevat in elk geval een heldere omschrijving van het doel, de beoogde looptijd en de financiële omvang van het voorstel.
Indien mogelijk wordt dit aangevuld met een concreet bestedingsplan, zodat de raad kan toetsen op doelmatigheid en tijdigheid van de voorgenomen inzet van middelen. Waar dit niet mogelijk is, wordt dit expliciet gemotiveerd.
Deze uitgangspunten zijn aanvullend op de voorwaarden die in de paragrafen 3.2 (reserves) en 3.3 (voorzieningen) zijn vastgelegd.
Een bestemmingsreserve wordt opgeheven zodra het doel waarvoor zij is ingesteld is vervallen of gerealiseerd. Dit geldt ook wanneer er geen toereikend of actueel bestedingsplan (meer) aanwezig is. Bij de jaarrekening wordt periodiek beoordeeld of de doeleinden van bestaande reserves nog actueel zijn en of de omvang van de reserve nog gerechtvaardigd is.
In de volgende gevallen kan een reserve blijven bestaan, mits dit gemotiveerd wordt toegelicht in de jaarrekening:
Het besluit tot opheffing van een reserve is voorbehouden aan de gemeenteraad. Bij opheffing valt het resterende saldo vrij en wordt in beginsel via resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve. In het raadsvoorstel wordt de reden van opheffing expliciet toegelicht.
3.6 Opheffing van een voorziening
Een voorziening wordt opgeheven wanneer het risico of de verplichting waarvoor zij is ingesteld is vervallen. In dat geval schrijft het BBV opheffing verplicht voor. Het college doet daartoe bij de jaarrekening een voorstel aan de gemeenteraad.
Daarnaast kan een voorziening die is gevormd ter gelijkmatige verdeling van lasten over meerdere jaren (artikel 44 lid 1 onder c) worden opgeheven als de raad besluit deze lasten voortaan direct via de exploitatie te verwerken. Ook dit besluit is voorbehouden aan de gemeenteraad.
Wijziging van het doel van een voorziening is niet toegestaan. Bij opheffing valt een eventueel resterend saldo vrij in de exploitatie en maakt het onderdeel uit van het saldo van baten en lasten. De raad kan vervolgens via resultaatbestemming een nieuwe bestemming toekennen.
De opheffing wordt aan de gemeenteraad voorgelegd via een afzonderlijk voorstel, inclusief bijbehorende begrotingswijziging.
4.1 Toevoeging en aanwending reserves
Volgens de voorschriften van het BBV worden toevoegingen en onttrekkingen aan reserves pas verwerkt nadat het saldo van baten en lasten is vastgesteld. Deze mutaties verlopen niet via de exploitatie, maar via de resultaatbestemming. Reserves mogen nooit een negatief saldo hebben.
Alle mutaties in reserves vereisen een raadsbesluit. Dit besluit vindt plaats:
Onttrekkingen aan bestemmingsreserves zijn uitsluitend toegestaan binnen het doel waarvoor de reserve is ingesteld. Mutaties moeten zijn gebaseerd op een raadsbesluit dat uiterlijk vóór het einde van het verslagjaar is genomen. In het geval van een systeemreserve kan het raadsbesluit voor de aanwending hetzelfde raadsbesluit als het raadsbesluit voor de instelling van de reserve betreffen.
Uitzonderingen: open-einderegelingen
Voor reserves die deel uitmaken van een gesloten systeem of open-einderegeling (zoals bijvoorbeeld riolering en afval) geldt dat:
Uitgaven mogen nooit rechtstreeks op een reserve worden geboekt. Zij worden als last verantwoord op het betreffende programma of product. De dekking verloopt via een onttrekking aan de reserve.
Verantwoording over de stand en mutaties van reserves vindt plaats binnen de planning- en controlcyclus. Aanpassingen op basis van beleidskeuzes worden verwerkt in de begroting, Afwijkingenrapportages of via afzonderlijke raadsvoorstellen.
4.2 Verplichte voorzieningen voor middelen derden
Voor specifieke taken zoals riolering en afvalverwijdering gelden bijzondere regels op grond van het BBV. Deze taken vallen onder zogenoemde gesloten systemen: de opbrengsten uit heffingen mogen uitsluitend worden besteed aan het doel waarvoor de heffing is opgelegd. Wanneer een deel van deze middelen niet wordt ingezet voor de specifieke taak dan dienen deze middelen gereserveerd te blijven voor het doel waarvoor zij geïnd zijn via een voorziening middelen derden. Het vormen van een voorziening is verplicht wanneer sprake is van een overschot uit heffingsopbrengsten en dit overschot niet aantoonbaar het gevolg is van gerealiseerde efficiency- of aanbestedingsvoordelen. In die uitzonderlijke gevallen mag het overschot worden toegevoegd aan het rekeningresultaat.
Spaarvoorziening voor toekomstige vervangingsinvesteringen
Wanneer in de heffing (bijvoorbeeld riool- of afvalstoffenheffing) bedragen zijn opgenomen voor toekomstige vervangingsinvesteringen, worden deze gestort in een spaarvoorziening voor deze vervangingsinvesteringen. Zodra de vervangingsinvestering plaatsvindt:
Wanneer de gespaarde bedragen niet, of niet volledig, nodig zijn voor de vervangingsinvestering dan worden deze bedragen toegevoegd aan de voorziening middelen derden aangezien ook deze middelen gereserveerd dienen te blijven voor het doel waarvoor zij zijn geïnd.
4.3 Toevoeging en aanwending voorzieningen
Voorzieningen dienen naar beste inschatting overeen te komen met de omvang van de achterliggende verplichtingen of risico’s. Een voorziening mag daarom niet structureel te hoog of te laag zijn. Bij overschrijding valt het meerdere vrij ten gunste van de exploitatie. Tekorten worden aangevuld via een dotatie, eveneens ten laste van de exploitatie.
Toevoegingen aan voorzieningen lopen via de exploitatie en vereisen altijd een besluit van de gemeenteraad. Dat besluit kan plaatsvinden bij:
Het toevoegen van rente aan voorzieningen is niet toegestaan. Uitzondering hierop vormen voorzieningen die gewaardeerd zijn tegen contante waarde; hoe daarmee wordt omgegaan is beschreven in hoofdstuk 5.
Uitgaven mogen uitsluitend ten laste van een voorziening worden gebracht als ze verband houden met het doel waarvoor de voorziening is gevormd. De onttrekking wordt rechtstreeks op de voorziening geboekt en loopt dus niet via de exploitatie.
De bevoegdheid tot aanwending ligt bij het college van B&W. Voor de uitgaven uit een voorziening is geen afzonderlijke begrotingswijziging vereist. Het college legt via de planning- en controlcyclus (begroting en jaarrekening) verantwoording af aan de gemeenteraad over de stand en mutaties van de voorzieningen. Zie hiervoor de desbetreffende paragrafen in de jaarrekening en programmabegroting.
Een voorziening mag nooit een negatief saldo vertonen.
Voorzieningen die worden ingesteld om (groot) onderhoudslasten van kapitaalgoederen over meerdere jaren te egaliseren, mogen uitsluitend worden gevormd op basis van een actueel beheerplan. Dit beheerplan dient periodiek geactualiseerd te worden.
Indien (tijdelijk) geen actueel beheerplan beschikbaar is, kunnen de lasten van groot onderhoud worden gedekt uit een daartoe gevormde bestemmingsreserve of uit de reguliere exploitatie. Dit gebeurt via resultaatbestemming op basis van het gerealiseerde saldo van baten en lasten, totdat het beheerplan is herzien.
Conform de Financiële verordening van de gemeente Westland bepaalt de gemeenteraad bij het vaststellen van deze nota de wijze waarop rente wordt toegerekend en verwerkt bij bestemmingsreserves. In hoofdstuk 2.6 is toegelicht welke beleidsdoelen de gemeente beoogt met het werken met bespaarde rente. Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop de rente technisch wordt berekend en verwerkt, conform het BBV en de gemeentelijke financiële verordening.
In deze nota worden de volgende uitgangspunten vastgelegd:
Het BBV staat toe een rentevergoeding over het eigen vermogen toe te rekenen aan de taakvelden. Gemeente Westland maakt hiervan gebruik.
De toe te rekenen rentevergoeding mag niet hoger zijn dan het percentage dat de gemeente gemiddeld betaalt over extern aangetrokken financieringsmiddelen. Omdat dit percentage ontstaat uit een mix van kort- en langlopende leningen, wordt een gewogen rentepercentage gehanteerd. De berekeningswijze wordt jaarlijks geactualiseerd.
Het aanwenden van rentebaten uit reserves voor de exploitatie betekent feitelijk dat de betreffende reserve (deels) geblokkeerd raakt om deze rentebaten te kunnen garanderen. Indien de omvang van de reserve afneemt – bijvoorbeeld door aanwending voor het beoogde doel – dalen de rentebaten uit interne financiering evenredig. Dit kan leiden tot een structureel dekkingsvraagstuk in de begroting.
Het is daarom van belang bij besluiten over het gebruik van rentebaten of omvang van reserves altijd de effecten op de exploitatie en de financiële positie in bredere zin mee te wegen. Hierbij past een toetsing aan het actuele risicoprofiel en de structurele weerbaarheid van de gemeente.
Gemeenten hebben de vrijheid om te bepalen of over bestemmingsreserves rente wordt bijgeschreven of dat de rente wordt toegevoegd aan de exploitatie. Conform het BBV vindt eventuele rentetoerekening aan reserves altijd plaats ná het bepalen van het saldo van baten en lasten.
De gemeente Westland kiest ervoor om rente over eigen (interne) financieringsmiddelen te berekenen en deze als last op te nemen in de begroting. Deze rente wordt vervolgens niet toegevoegd aan de reserves, maar als baten geboekt in de exploitatie. Hierdoor ontstaat een zuiver beeld van het vermogensbeslag op de taakvelden.
Het belangrijkste doel van de renteberekening is het zichtbaar maken van de kapitaalsinzet binnen de kostprijs van gemeentelijke activiteiten. Deze rente betreft echter een fictieve rente, aangezien het gaat om interne financiering. Om te voorkomen dat deze fictieve rente tot een jaarlijks oplopend beslag op de reserves leidt, kiest Westland er bewust voor om de rente als exploitatiebaat te verwerken in plaats van deze toe te voegen aan de reserves.
Een consequentie van deze benadering is dat bij aanwending van een bestemmingsreserve de rentecomponent in de begroting vervalt. Indien dan vervangende externe financiering nodig is, ontstaan hoger rentelasten terwijl er geen rentebaat tegenover staat. Dit kan leiden tot een structureel nadeel in de exploitatie.
Daarom wordt in de meerjarenbegroting zoveel mogelijk geanticipeerd op de effecten van afnemende reserves en de bijbehorende rentebaten.
5.2 Rentetoerekening voorzieningen
Op grond van artikel 45 van het BBV is het niet toegestaan rente toe te voegen aan voorzieningen, omdat deze uitsluitend bedoeld zijn om naar beste schatting de achterliggende verplichtingen en risico’s te dekken. Een voorziening mag daardoor niet structureel hoger of lager zijn dan noodzakelijk.
Er zijn echter twee uitzonderingen waarbij toerekening van rente aan een voorziening wel is toegestaan:
Voorzieningen waarvoor rentetoerekening is toegestaan
Binnen de gemeente Westland vallen de volgende voorzieningen onder de uitzonderingsregels:
Toepassing bij contante waarde
Indien een voorziening op de balans wordt gewaardeerd tegen contante waarde, moet jaarlijks een correctie plaatsvinden om deze waarde op peil te houden. Deze correctie betreft een rentetoevoeging op basis van de gehanteerde disconteringsvoet. De rente wordt in dat geval als last opgenomen in de exploitatie en moet als zodanig worden geraamd in de begroting.
Voorzieningen worden minimaal jaarlijks geactualiseerd, onder meer bij de jaarrekening. Dit geldt bijvoorbeeld voor de voorziening ten behoeve van verliezen of risico’s binnen grondexploitaties. In deze actualisatie wordt ook de rentecomponent (bij contante waardering) meegenomen als onderdeel van de bijstelling.
De gemeente Westland monitort jaarlijks de reserves en voorzieningen op nut, noodzaak en toereikendheid.
Bij het opstellen van de eerste afwijkingenrapportage worden alle reserves en voorzieningen getoetst. Wanneer de actualiteit, benutting of omvang daartoe aanleiding geven, wordt dit vertaald in voorstellen die het reguliere bestuurlijke besluitvormingstraject doorlopen.
Daarnaast geldt op grond van het BBV dat bij het opstellen van de jaarrekening expliciet moet worden vastgesteld:
Deze jaarlijkse beoordeling vormt een essentieel onderdeel van het financiële beheer en draagt bij aan een transparante, doelmatige inzet van gemeentelijke middelen. De resultaten van deze toetsing worden opgenomen in de toelichting op de begroting en jaarrekening, zodat de raad haar controlerende taak effectief kan uitvoeren.
De algemene reserve vormt een essentieel onderdeel van het gemeentelijke financieel beleid. Deze reserve dient als buffer voor het opvangen van nadelige rekeningresultaten en om onverwachte financiële tegenvallers of calamiteiten te kunnen verwerken.
De omvang van de algemene reserve wordt niet wettelijk voorgeschreven. De benodigde hoogte hangt onder meer af van het financiële risicoprofiel van de gemeente, de samenstelling van de begroting en de mate waarin risico’s afgedekt kunnen worden via reguliere budgetten of voorzieningen.
Het college hanteert als uitgangspunt dat de algemene reserve zodanig moet zijn ingericht dat de financiële continuïteit van de gemeente onder reguliere omstandigheden is gewaarborgd. In de programmabegroting en jaarrekening wordt hier jaarlijks op teruggekomen. Eventuele bijsturing gebeurt via integrale besluitvorming.
In het kader van een transparante en zorgvuldige financiële bedrijfsvoering zijn de verantwoordelijkheden van raad en college helder verdeeld. De gemeenteraad is kaderstellend en besluit over het instellen, wijzigen en opheffen van reserves en voorzieningen. Het college is uitvoerend, stelt voor en voert uit binnen de vastgestelde kaders.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-566783.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.