Gemeenteblad van Zutphen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2025, 566693 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2025, 566693 | beleidsregel |
Beleidsregel natuurinclusief bouwen gemeente Zutphen 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen,
het wenselijk is dat er bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) en/ of wijziging van het Omgevingsplan, als natuurinclusief bouwen aan de orde is, ten behoeve van de onderdelen biodiversiteit en natuurinclusiviteit, daaraan voorwaarden verbonden worden ter invulling van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
gelet op artikel(en) 4:2 van de Omgevingswet en 5:15 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Zutphen;
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze beleidsregel verstaat onder:
doelsoorten: om de biodiversiteit te stimuleren zijn doelsoorten geselecteerd die ieder een eigen rol vervullen. Door voor deze soorten gericht een habitat te realiseren, wordt de omgeving geschikt voor veel meer soorten die gebruik maken van dezelfde natuurtypen, en wordt er aandacht besteed aan verschillende aspecten die zorgen voor een goede kwaliteit natuur en veel biodiversiteit in het gebied;
Het college wil natuurinclusief bouwen en inrichten bevorderen als een integraal onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor biodiversiteit binnen projectlocaties wordt vergroot. Het beleid richt zich op ruimtelijke initiatieven, nieuwbouwprojecten voor woningen, renovatie- en transformatieprojecten en andere ruimtelijke projecten waarvoor of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit of een wijziging in het Omgevingsplan nodig is.
Artikel 3 Puntensysteem en richtlijnen
Tabel 1: Punten maatregelen per thema (maatregelencatalogus)
Artikel 4 Monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten
In afwijking van het bepaalde in de artikelen 2 en 3 geldt dat bij rijks- en gemeentelijke monumenten de natuurinclusieve maatregelen de instandhouding van de constructie en het aanzien van monumenten niet mogen aantasten.
Deze beleidsregel is niet van toepassing op een ruimtelijk project waarvoor de initiatiefnemer met de gemeente vóór de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregel een anterieure overeenkomst kostenverhaal is aangegaan. In overleg met de initiatiefnemer wordt alsdan verkend hoe natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen waar mogelijk alsnog kunnen worden ingepast om aan de intentie en doelstellingen van deze beleidsregel te voldoen, zonder dat dit veel of grote vertraging oplevert.
Aldus besloten op 9 december 2025
Het college van burgemeester en wethouders,
de burgemeester,
de secretaris,
Om de biodiversiteit in de gemeente te behouden en te versterken wordt een initiatiefnemer bij ruimtelijke initiatieven verplicht om natuur inclusieve maatregelen te nemen. De maatregelen worden beschreven in de maatregelencatalogus en worden gewaardeerd met een puntensysteem, afhankelijk van de financiële grootte van het initiatief. De waardering van punten is per deelgebied van de biodiversiteitskaart op een factsheet vastgelegd.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel worden de in deze beleidsregel gehanteerde begrippen omschreven. Deze begrippen behoeven geen nadere toelichting, behalve de begrippen onder a., d., f. h. en j..
Onder a. biodiversiteit: ecologische waarde ontstaat door veel verschillende soorten en lagen van veelal inheemse plantensoorten die samen als robuust ecosysteem werken. Enkel bomen en gras geeft weinig biodiversiteit; juist verscheidenheid aan plantensoorten zorgt voor onder andere voedsel en veiligheid voor heel veel diersoorten. Het behouden en versterken van biodiversiteit is gericht op het toepassen van een variëteit aan soorten en mogelijkheden.
Onder d. doelsoorten: een doelsoort dient als een indicator voor de kwaliteit van een bijbehorend natuurtype. Na verloop van tijd kunnen op basis van diens aanwezigheid conclusies worden getrokken over het succes van de gebiedsgerichte aanpak.
Onder f. habitat: dit omvat alle mogelijke plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt. Een habitat bestaat uit de biotische en abiotische eisen van het organisme, oftewel: de onderdelen in de leefomgeving die gezamenlijk nodig zijn om een soort zich thuis te laten voelen en te vestigen.
Onder h. natuurtypen: in stedelijk gebied zijn dit onder andere water en bijbehorende oevers zoals bijvoorbeeld vijvers en sloten, bomen, parken en zomen, bloemrijk grasland, gazon, en steeds vaker ook groene daken en gevels. Natuurtypen kunnen worden gebruikt voor het afstemmen van afspraken over natuurbeheer, ruimtelijke ontwikkeling en milieu, zodat de nagestreefde natuurkwaliteit gerealiseerd kan worden.
Onder j. transformatie: bijvoorbeeld een wijziging van kantoor naar woning.
In dit artikel wordt beschreven op welke projecten deze beleidsregel van toepassing is en welke doelen nagestreefd worden.
Artikel 3 Puntensysteem en richtlijnen
De puntenverdeling is zodanig dat er voldoende ambitie is, voor zowel grote als kleine initiatieven. Hoe zinvoller de maatregel, des te meer punten deze krijgt. Relatief eenvoudig te realiseren maatregelen zoals nestkasten krijgen minder punten dan de aanleg van een groene gevel. Het systeem is gebied specifiek gemaakt door per deelgebied een vermenigvuldigingsfactor voor thema’s aan te passen. Om maatregelen zo waardevol mogelijk te houden zijn er per maatregel randvoorwaarden opgesteld. Deze randvoorwaarden kunnen betrekking hebben op het aantal maal dat een maatregel kan worden toegepast door een initiatiefnemer.
De maatregelen die een initiatiefnemer kan treffen, moeten in verhouding staan tot de schaal van de ingreep. Voor een indeling zijn verschillende criteria te bedenken. Dit kan op basis van ruimtebeslag. Een nadeel hiervan is dat projecten die een groot ruimtebeslag kennen (bijvoorbeeld in het buitengebied) zwaarder belast worden dan projecten met een kleinere voetprint, terwijl juist in het stedelijk gebied met weinig ruimte het behoud of stimuleren van groen van groot belang is. Daarom is gekozen voor een categorie-indeling op basis van omvang in financiële zin (zie de tabel in het tweede lid).
Voorbeeld factsheet thema bebouwing; nestkasten voor huismus.
Ecologische sturing vindt plaats door het waarderen van schaal en omvang van de maatregel en dit terug te laten komen in het punten aantal. De meest eenvoudige maatregel levert 1 punt op. Dit betekent dat er geen mogelijkheid is voor grootschalige projecten om louter met het ophangen van nestkasten het streefaantal te behalen.
Ecologische sturing met de Biodiversiteitskaart
Voor iedere locatie geldt dat bepaalde maatregelen zinvol zijn. Met het systeem willen we graag het puntensysteem gebruiken om sturing te geven aan gewenste of minder gewenste maatregelen, afhankelijk van de ecologische potenties. De ecologische potenties zijn in Zutphen vastgelegd op de Biodiversiteitskaart. Hier is voor 47 verschillende gebieden aangegeven wat de natuurkwaliteiten zijn, wat mogelijke bedreigingen zijn en waar kansen voor verbetering zijn. Per deelgebied is dit weergeven in een factsheet die via de website van de gemeente is in te zien.
Voorbeeld factsheet Biodiversiteitskaart
Op basis van de informatie op de Biodiversiteitskaart is een inschatting gemaakt van zinvolle en minder zinvolle maatregelen.
Per thema is op de Biodiversiteitskaart aangegeven waar de meeste punten te behalen zijn. Dit doen we aan de hand van een vermenigvuldigingsfactor. Hierdoor kan een maatregel in het ene gebied meer punten opleveren dan in het andere. Door de juiste maatregel op de juiste plaats toe te passen, is het mogelijk om het aantal te behalen punten te verdubbelen of te verdriedubbelen. In de factsheet per deelgebied staat een tabel met de vermenigvuldigingsfactor. Voor het behoud van natuurwaarden worden evenveel punten toegekend als wanneer de desbetreffende maatregelen zouden worden gerealiseerd.
Bonus voor ecologisch deskundige
Het inschakelen van een ecoloog levert 5 bonuspunten op.
Artikel 4 Monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten
Het behoud van historische panden is vaak in het belang van veel diersoorten. Aandacht voor het behoud van de eigenschappen bij historische panden is nodig zodat deze panden aantrekkelijke vestigingsplaatsen blijven voor verschillende diersoorten. Voornamelijk bij de verduurzamingsopgave is dit een aandachtspunt. Een ander aandachtspunt betreft het toepassen van groene daken op historische panden. Bijvoorbeeld in het beschermd stadsgezicht van de binnenstad is het dakenlandschap één van de dragers van de historische afleesbaarheid en kwaliteit. Ook in de overige stadsgezichten moet je hier terughoudend mee zijn. Dit is in alle gevallen maatwerk.
Samenvatting werking van het systeem
Voor een samenvatting van de werking van het systeem wordt overigens geen onderscheid gemaakt in de werking voor de initiatiefnemers en de werking voor de gemeente.
De te volgen stappen voor een initiatiefnemer en de gemeente binnen een regulier ruimtelijke ontwikkelingsspoor zijn weergegeven in onderstaande figuur.
De individuele maatregelen worden via de maatregelencatalogus geherwaardeerd. Binnen de catalogus heeft iedere maatregel een factsheet. Dit is een dynamisch document. Aanvullende eisen kunnen er op worden geformuleerd, maar ook de waarde in punten kan gewijzigd worden. Ook kunnen er nieuwe maatregelen worden toegevoegd en in de praktijk slecht functionerende maatregelen worden verwijderd.
Door de koppeling met de Biodiversiteitskaart met de vermenigvuldigingsfactor is er de mogelijkheid om maatregelen uit bepaalde thema’s voorrang te geven door er een waarde aan te geven. Per deelgebied is een waardering gegeven. Deze kan bijgesteld worden, bijvoorbeeld als een bepaald type maatregel al veelvuldig is toegepast en daardoor weinig meerwaarde heeft bij nieuwe initiatieven.
Voor de bijsturing op termijn is het van belang om te registreren welke maatregelen waar worden toegepast. Als in een bepaald gebied alleen gekozen wordt voor maatregelen uit één thema, bijvoorbeeld “bebouwing”, kan het van belang zijn om het thema “tuinen en erven” te stimuleren. Dit kan door de vermenigvuldigingsfactor voor “bebouwing” op 1 te zetten en die voor “tuinen en erven” op 3.
Het overgangsrecht geeft aan hoe we omgaan met ruimtelijke projecten die al in procedure zijn. In overleg met de initiatiefnemer wordt in die situaties nog wel verkend hoe natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen waar mogelijk alsnog kunnen worden ingepast, zonder dat dit veel of grote vertraging oplevert.
Op nieuwe ruimtelijke projecten is deze beleidsregel en het beleid van toepassing vanaf datum inwerkingtreding van deze beleidsregel.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-566693.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.